NietWeten.nl

Wit wat je weet met het...

Witboek Verlichting

Denken doorzien

Ontwaken uit de droom van ontwaken

Mannetje onder een lantaarnpaal dat met een kwast op een stok een sterrenhemel staat te verven.

'Spirituele verlichting is geen bevrijdend inzicht, maar vrij zijn van inzicht.' Denken doorzien; realisatie als radicaal niet-weten. Ontwaken uit de droom van ontwaken.

Deel 1: denken doorzien

Deel 2: verlichting doorzien

Colofon

Woord: Hans van Dam.

Beeld: Lucienne van Dam.

Gewijzigd op: 11 januari 2022.

Deel 5 van de Agnosereeks.

Het Witboek Verlichting verschijnt sinds 1 januari 2022 als serie in het Boeddhistisch Dagblad.

Het Witboek Verlichting zal in de zomer van 2022 uitkomen als paperback. Voorlopige omslag:

Voorlopige omslag van het Witboek Verlichting.

^ Voorlopige omslag van het Witboek Verlichting.

Verder lezen

Meer over denken en niet-weten vind je in Byron Katie voor Workaholics.

Meer over zelfrealisatie vind je in het Witboek Advaita en in het Witboek Zen.

Citaten over denken en verlichting vind je in het Citatenboek Niet-Weten.

Blurb en achterplat: verlichting is het denken doorzien

Wat is verlichting? Kan ik zelf verlicht worden? Ben ik het misschien al? Is iedereen het eigenlijk al?

Is verlichting hetzelfde als bevrijding, realisatie, transcendentie, autolyse, zelfverwerkelijking, eenwording en ontwaken of zijn dat andere zaken?

Hoeveel soorten verlichting zijn er? Hoeveel niveaus van verlichting?

Waaraan herken je de verlichte? Heeft hij bepaalde lichamelijke of geestelijke kenmerken? Gedraagt hij zich op een bepaalde manier?

Heeft de verlichte bovennatuurlijke vermogens? Is hij alwijs, alwetend, alziend, alomtegenwoordig?

Is de verlichte een heilige? Doet hij alleen het goede? Slaat hij nog weleens met zijn vuist op tafel?

Kan iemand anders je verlicht maken of moet je het helemaal zelf doen of overkomt het je gewoon?

Vragen, vragen, vragen. Ze laten je niet los, en dat is de les. Verlichting is verlossing van de vragen die je fascineren, van de gedachten die je boeien en van de woorden die je betoveren.

Vooral van het woord verlichting.

Voorwoord: rollende koppen vergaren geen mos

Van de hemel naar het zelf

Nu de orthodoxe godsdiensten uit het Midden-Oosten op hun retour zijn, moeten steeds meer mensen het zonder hemel stellen. Dat valt niet mee.

Pijn is makkelijker te verdragen als je weet dat er een eind aan komt. Straf is makkelijker te verdragen als er een beloning wacht. Tegenslag is makkelijker te verdragen met het oog op eeuwige voorspoed.

Als er geen hemel is in de hemel zoeken we hem wel op aarde. Als er geen hemel is op aarde zoeken we hem wel in onszelf. Als er geen hemel is in onszelf zoeken we hem wel in ons zelf, zoals het verre oosten adviseert.

Wat van ver komt is lekker, wat van verder komt is lekkerder. Niks hemel, niks paradijs, weg met die oude woorden. Nirwana! Eenwording! Bevrijding! Realisatie! Ontwaken! Gelukzaligheid! Gelijkmoedigheid! Onvoorwaardelijke Liefde! Eeuwige Wijsheid!

Verlichting is de goddeloze graal voor de goddeloze westerling die met zijn goddeloze ziel onder zijn goddeloze arm loopt. Zelfs als hij verder niets tekort komt. Of juist doordat hij verder niets tekort komt – soms is de oorzaak het gevolg.

Verlichting als niet-weten

De vraag is groot, het aanbod groter. Exponenten van wijsheidstradities en ondernemende individuen wijzen je graag hun weg en ontvangen je aan de start met open deuren en gesloten geesten, een enkele keer andersom – soms is de ingang de uitgang.

In dit boek wijs ik je de uitgang. Binnengekomen ben je al, maak dat je wegkomt, ik help je erbij.

In de loop van zo'n driehonderd dwaalteksten probeer ik je, hopelijk vergeefs, wijs te maken dat verlichting staat voor het vermogen door je begrippen heen te kijken, ook door het begrip verlichting.

Eenvoudiger gezegd: verlichting is het denken doorzien, ook dit denken.

Nog simpeler: verlichting is niet-weten, zelfs niet van verlichting.

Je geestelijke bagage achterlaten, niets nieuws oppikken, geen idee meer hebben van bevrijding, wijsheid, hemel, god of wat dan ook – dat is mijn idee van bevrijding, wijsheid, hemel, god en wat dan ook.

Rock 'n roll

Het Witboek Verlichting bestaat uit twee delen. De eerste honderd teksten gaan over denken en het doorzien ervan, de rest over verlichting en het doorzien ervan. Maar eigenlijk gaan ze allemaal over niet-weten.

De draad van agnose begint al bij de titel (Wit wat je weet met het Witboek Verlichting) en eindigt pas bij de verlichtingstests helemaal achterin, zoals het niet-weten begint bij je conceptie en eindigt bij je concepten.

En nirwana dan? Eenwording? Twee hints:

Niet-weten is het einde van niet-weten.

Verlichting is het einde van verlichting.

Nu jij:

Nirwana is...

Eenwording is...

Zo, de kop is eraf, dat was tenminste de bedoeling.

Rollende koppen vergaren geen mos.

Deel 1 – Denken doorzien

1. Wat je minstens moet weten van het denken

Waarin de auteur van het Witboek Verlichting zichzelf onbeschaamd aanbeveelt.

'Wat weet jij eigenlijk van het denken, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

2. Gevangen in gedachten

Sommigen zitten gevangen in de feiten, anderen in hun gedachten, weer anderen in hun metagedachten. Waarin denk jij gevangen te zitten?

Sommigen kunnen niet denken. Zij zitten gevangen in de feiten. Voor hen houdt het daarmee op.

Anderen kunnen concreet denken. Zij overdenken de feiten en raken gevangen in hun gedachten. Voor hen houdt het daarmee op.

Weer anderen kunnen abstract denken. Zij overdenken hun gedachten en raken gevangen in hun metagedachten. Voor hen houdt het daarmee op.

Voor enkelen houdt het nergens op. Niet bij de feiten. Niet bij hun gedachten. Niet bij hun metagedachten. Zij zitten niet gevangen. Zelfs niet in hun vrijheid.

Wie kan zeggen waar dat eindigt?

Wie weet zelfs maar hoe het heet?

Denkwolk met drie tralies eromheen.

^ Gevangen in gedachten.

3. Mensen denken werelden

Bovenwereld, onderwereld, buitenwereld, binnenwereld – in hoeveel werelden denk jij te leven?

denken

mensendenken

mensen denken

mensen denken de wereld

mensen denken zich de wereld

mensen denken zich in de wereld

mensen denken zich uit de wereld

mensen denken zich van de wereld

mensen denken zich boven de wereld

mensen bedenken een bovenwereld

mensen bedenken een buitenwereld

mensen bedenken een wonderwereld

mensen bedenken een vormenwereld

mensen bedenken een schaduwwereld

mensen bedenken een geestenwereld

mensen bedenken een binnenwereld

mensen bedenken een droomwereld

mensen bedenken een ideeënwereld

mensen bedenken een tussenwereld

mensen bedenken een dodenwereld

mensen bedenken een godenwereld

mensen bedenken een schijnwereld

mensen bedenken een onderwereld

mensen bedenken een tegenwereld

mensen bedenken een thuiswereld

mensen bedenken een toverwereld

mensen bedenken een leefwereld

mensen bedenken een onwereld

mensen bedenken werelden

mensendenkwerelden

mensenwerelddenken

mensenwerelden

mensendenken

denkwerelden

werelddenken

wensdenken

denkwensen

wensmensen

denkmensen

mensdenken

denken

4. Mensen denken mensen

Wijze, dwaas, meester, leerling, leider, volger – wie denk jij dat je bent?

denken

denken zijn

mensendenken zijn

mensen denken dat ze zijn

mensen denken dat ze goden zijn

mensen denken dat ze wijzen zijn

mensen denken dat ze leiders zijn

mensen denken dat ze volgers zijn

mensen denken dat ze duivels zijn

mensen denken dat ze beesten zijn

mensen denken dat ze mensen zijn

mensen denken dat ze priesters zijn

mensen denken dat ze meesters zijn

mensen denken dat ze dromers zijn

mensen denken dat ze dromen zijn

mensen denken dat ze doeners zijn

mensen denken dat ze denkers zijn

mensen denken dat ze denken zijn

mensen denken dat ze dingen zijn

mensen denken dat ze niets zijn

mensen denken dat ze alles zijn

mensen denken dat ze niet zijn

mensen denken dat ze zijn zijn

mensen denken dat ze worden

mensen denken dat worden

mensen denken dat alles

mensen denken dat

mensen denken

denken mensen

denken

5. Mensen denken denken

Dieper, hoger, kleiner, minder – hoe denk jij dat je moet denken?

denken

mensen denken

mensen denken dat

mensen denken dat ze denken

mensen denken dat ze hoger denken

mensen denken dat ze dieper denken

mensen denken dat ze anders denken

mensen denken dat ze sneller denken

mensen denken dat ze kleiner denken

mensen denken dat ze minder denken

mensen denken dat ze hoger moeten denken

mensen denken dat ze dieper moeten denken

mensen denken dat ze anders moeten denken

mensen denken dat ze sneller moeten denken

mensen denken dat ze kleiner moeten denken

mensen denken dat ze minder moeten denken

mensen denken dat ze niet meer moeten denken

mensen denken dat ze meer moeten denken

mensen denken dat ze niet meer denken

mensen denken dat ze niet-denken

mensen denken dat niet-denken

mensen denken niet-denken

mensen denken niet

mensen denken

denken mensen

denken denken

denken

Denker van Rodin opgebouwd uit zwarte zwermende figuurtjes, met een krans van rode zwermende figuurtjes eromheen.

^ Denken denken denken.

Meer weten over deze tekstvorm? Stijlgids voor stamelaars: harmonicatekst (in het Witboek Niet-Weten).

6. Hoe je aan het denken ontsnapt

Acht soorten escapisme.

'Wat is godsdienst?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in God en gebod.'

'Wat is filosofie?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in begrippen en theorieën.'

'Wat is scepticisme?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in twijfel en voorbehoud.'

'Wat is zen?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in de leegte en het Zelf.'

'Wat is meditatie?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in trance en herhaling.'

'Wat is advaita?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in bewustzijn en non-dualiteit.'

'Wat is hedonisme?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in bezit en genot.'

'Wat is het nieuws?'

'Een poging om aan het denken te ontsnappen.'

'Hoe?'

'Door te vluchten in nieuws en roddels.'

'Dus godsdienst, filosofie, scepticisme, zen, meditatie, advaita, hedonisme en het nieuws zijn allemaal manieren om aan het denken te ontsnappen?'

'Tenzij dat ook maar een gedachte is.'

'Wat hebben ze nog meer gemeen?'

'Dat het maar niet wil lukken.'

Bordje nooduitgang met daarop een monnik die bezig is met loopmeditatie, in plaats van het gebruikelijke rennende figuurtje.

^ Vluchten in de leegte van het Zelf.

Koekoeksteksten

Sommige van mijn teksten kun je eenvoudig naar je hand zetten door de sleutelwoorden te vervangen.

In plaats van 'het denken' kun je in de tekst hierboven ook 'jezelf' invullen, of 'het nu', 'je verleden', 'de toekomst', 'het lijden', 'het leven', 'het bestaan', 'de werkelijkheid', 'het tijdelijke' of zo.

Dan vat je godsdienst, filosofie, scepticisme, zen, meditatie, advaita, hedonisme en het nieuws op als een manier om aan jezelf, aan het nu, aan je verleden, aan de toekomst, aan het lijden, aan het leven, aan het bestaan, aan de werkelijkheid, aan het tijdelijke te ontsnappen.

Je kunt een stapje verder gaan en andere vluchtwegen bedenken die jou op het lijf geschreven zijn. Wat is seks? Wat is alcohol? Wat is wiet? Wat is dzogchen? Wat is yoga? Wat is tai-chi? Wat is lezen? Wat is schrijven? Wat is kennis? Wat is niet-weten?

Meer lezen over dit procedé om je andermans teksten toe te eigenen? Stijlgids voor stamelaars: koekoekstekst (in het Witboek Niet-Weten).

7. Hoe je aan het ontsnappen ontsnapt

Gedachtevlucht op gebakken lucht.

'Wat is niet-weten, Hans?'

'Gewoon.'

'Wat gewoon?'

'Dat je het niet meer weet.'

'Wat niet?'

'Niks niet.'

'Echt niet?'

'Niet echt.'

'Behalve dat je het niet meer weet.'

'Zou je denken?'

'Ik denk dat niet-weten de zoveelste vergeefse poging is om aan het denken te ontsnappen, Hans.'

'Hoe dan?'

'Door te vluchten in domheid en naïviteit.'

'Of vlucht jij nu in die gedachte?'

'Wat voor vlucht is niet-weten volgens jou?'

'Een hoge vlucht.'

'Waaruit, bedoel ik.'

'Uit het vluchten natuurlijk.'

'Niet-weten is een vlucht uit het vluchten?'

'En een vlucht uit het vluchten voor het vluchten.'

'Toe maar.'

'En een vlucht uit het vluchten uit het vluchten voor het vluchten.'

'Dat mag gerust een hoge vlucht heten.'

'Het is en blijft een gedachtevlucht.'

'Waardoor word je gedragen tijdens je hoge vlucht?'

'De opwaartse kracht van gebakken lucht.'

'Niet door het allerhoogste?'

'Tenzij dat gebakken lucht is.'

'Maar dat weet je niet.'

'Niet echt.'

'Maakt het je dan niets uit?'

'Mij is het om het even, zolang ik vrij mag zweven.'

'Ik dacht dat niet-weten een wolk was.'

'Haar is het om het even, zolang ze vrij mag zweven.'

'Ik geloof niet dat ik je kan volgen.'

'Probeer het eens met niet-volgen.'

'Maar ik vind dat je het mooi weet te zeggen.'

'Woorden in de wind.'

Pictogram van nooduitgang in pictogram van nooduitgang.

^ Een vlucht uit het vluchten...

8. Iedereen droomt

Waren woorden maar niet glad.

was het water
maar niet nat
dacht de wader
op het wad

als ik nou maar
niks vergat
dacht het oudje
zei ik wat

als je maar geen
auto's had
dacht de duif
een beetje plat

als de mens maar
tot mij bad
dacht de Boeddha
ladderzat

9. Drieëndertig vragen aan heilsprofeten

Hoe je ongelukkig wordt.

Meester Minder zegt:

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je naar school mag? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een medaille hebt gewonnen? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je van school mag? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een baan hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een auto hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je opslag krijgt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een andere baan hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een partner hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een eigen huis hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je je huis verkocht hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je van je partner af bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een nieuwe partner hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je zwanger wordt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je bevallen bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een groter huis hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je gezin compleet is? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je zwakzinnige kind in een tehuis zit? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kinderen een diploma hebben? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kinderen op zichzelf wonen? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kinderen een baan hebben? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kinderen een partner hebben? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kleinkinderen hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je gescheiden bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je met pensioen bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een boek hebt geschreven? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je kankervrij bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je een nieuwe heup hebt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je in een zorgflat woont? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je euthanasie krijgt? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je in de hemel bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan gelukkig zult zijn als je God ontmoet? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Of denk je soms dat je voortaan gelukkig zult zijn als je eindelijk van dit soort gedachten bevrijd bent? Als je onthecht bent? Als je verlicht bent? Dat het leven dan geweldig wordt? Denk je dat nou echt?

Ik vraag het je nog één keer. Denk jij werkelijk dat je ooit helemaal gelukkig zult zijn?

Verder lezen: De boer die zijn paard verloor (in het Witboek Taoïsme).

10. Iedereen klaagt

Maakte denken maar gezond.

was mijn haar maar
niet zo blond
dacht het spook
dat niet bestond

was de mest nou
maar geen stront
klonk het klaaglijk
uit de grond

was mijn ei maar
niet zo rond
kreunde kip
vanuit zijn kont

was z'n gat nou
maar zijn mond
dacht de haas
vanuit de hond

Hond met een hazenkop uit zijn kont.

^ Was zijn gat nou maar zijn mond.

11. Drieëndertig vragen aan onheilsprofeten

Hoe je gelukkig wordt.

Meester Meer zegt:

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je naar school moet? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je van school moet? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je moet werken? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je geen baan vindt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je geen opslag krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je ontslagen wordt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je je rijbewijs niet haalt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je je rijbewijs moet inleveren? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je je partner verliest? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je je huis kwijtraakt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je een misdaad hebt begaan? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je verkracht bent? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je kanker krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je kanker terugkeert? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je onvruchtbaar blijkt te zijn? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je een kind krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je een zwakzinnig kind krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je kinderen geen diploma halen? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je kinderen uit huis gaan? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je kinderen geen werk vinden? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als een van je kinderen doodgaat? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je geen kleinkinderen krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je failliet gaat? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je partner je verlaat? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je met pensioen moet? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als ze je je rijbewijs afnemen? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je een nieuwe heup moet? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je in een zorgflat moet? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je hond sterft? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als er niemand op bezoek komt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Denk jij werkelijk dat je voortaan ongelukkig zult zijn als je een hersenbloeding krijgt? Dat het dan nooit meer leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Of denk je dat je ongelukkig zult blijven zolang je dit soort gedachten denkt? Dat het dan nooit leuk wordt? Denk je dat nou echt?

Ik vraag het je nog één keer. Denk jij werkelijk dat je nooit meer ook maar een beetje gelukkig zult zijn?

* Lees ook: Tussen geluk en pech vind je de deur naar non-dualiteit (in het Witboek Advaita).

12. De wijsheid van de middelvinger

Of hoe ik toch nog thuiskwam.

Onderweg naar huis gaf een automobilist me de vinger.

Ik dacht: ja, het is mijn schuld. Nee, het is zijn schuld. Nee, we zijn allebei schuldig. Nee, we zijn allebei onschuldig. Nee, we zijn allebei een beetje schuldig en een beetje onschuldig.

Ik dacht: het is de schuld van de gemeente, die had hier een stoplicht moeten plaatsen. Nee, het is de schuld van de wegenbouwer, zonder weg hadden we hier niet gereden. Nee, het is de schuld van de autofabrikant, zonder auto had hij hier niet gereden. En van de fietsfabrikant natuurlijk, zonder fiets had ik hier niet gefietst.

Ik dacht: het is de schuld van mijn baas, zonder hem was ik niet onderweg geweest. Nee, het is de schuld van onze ouders, zonder hen waren we er niet geweest. Nee, het is de schuld van het hele universum, als er ook maar één factor anders was geweest...

Ik dacht: het universum is een begrip, dat kan niets veroorzaken. Zonder vrije wil is de schuldvraag sowieso niet aan de orde. Is oorzakelijkheid wel meer dan een categorie van het denken?

Ik dacht: misschien droom ik dit alleen maar. Misschien droom ik alleen maar dat ik dit droom. Misschien droom ik dat ook alleen maar. Misschien is 'ik' ook maar een droom. Misschien is 'droom' maar een woord.

Ik dacht: bestaat de waarheid eigenlijk wel? Misschien is alles wel waar in sommige opzichten en onwaar in andere. Misschien is alles wel waar en onwaar tegelijk. Misschien is alles wel waar noch onwaar. Misschien is 'alles' ook maar een woord.

Ik dacht: misschien dit, misschien dat – nu ben ik het zat.

En toen was ik weer thuis.

Middelvinger met vingerhoedhuisje erop.

^ En toen was ik weer thuis.

13. Gedachten om los te laten

Hoe toen nu werd, wat dat ook mag wezen.

'Wat vond jij van alle gedachten de moeilijkste om los te laten, Hans?'

'Alsof het aan mij is om ze los te laten.'

'Wat zou jij zeggen?'

'Dat ik ze niet meer weet vast te houden?'

'Je moet ze wel loslaten.'

'Deze ook.'

'Je hebt geen keus.'

'Die ook.'

'Wat vond je de moeilijkste gedachte om los te moeten laten?'

'De gedachte dat de mens in wezen goed is, denk ik.'

'Want dat is hij niet?'

'Dat bleek.'

'Jij ook niet?'

'Ik al helemaal niet.'

'Wat was daar zo moeilijk aan?'

'Dat de wereld waarin ik me veilig waande opeens een enge plek werd.'

'En toen?'

'Moest ik ook de gedachte loslaten dat de mens in wezen slecht is.'

'Want dat is hij niet?'

'Dat bleek.'

'Behalve jij, zeker?'

'Ik ook niet.'

'Wat was daar moeilijk aan?'

'Dat de wereld nog enger werd.'

'Dat snap ik niet.'

'Omdat ik nu ook niet meer uit kon gaan van de intrinsieke slechtheid van de mens.'

'En toen?'

'Moest ik de gedachte loslaten dat ik wist wat goed en slecht was.'

'Want dat wist je niet meer?'

'Dat bleek.'

'En toen?'

'Moest ik de gedachte loslaten dat mensen mij niet meer konden kwetsen omdat ik nergens meer van uitging.'

'Want dat konden ze nog steeds?'

'Dat bleek.'

'En jij hun?'

'Wat dacht je.'

'En toen?'

'Moest ik de gedachte loslaten dat ik onkwetsbaar was omdat ik niet meer aannam dat ik onkwetsbaar was.'

'Want dat was je nog steeds?'

'Dat bleek.'

'En toen?'

'Werd nu.'

'Wat heb je dan gewonnen?'

'Dat ik niet meer denk dat er iets te winnen valt?'

'Alle inspanning was voor niets.'

'Ook die gedachte heb ik los moeten laten.'

'Er valt niets te bereiken.'

'Ook die gedachte heb ik los moeten laten.'

'Eigenlijk ben je iedere zekerheid kwijtgeraakt.'

'Deze ook.'

'Alle gedachten heb je los moeten laten.'

'Die ook.'

'Jij liever dan ik.'

'Die ook.'

14. Scharrelaars tussen welles en nietes

Waarom vrijdenkers altijd onderweg zijn.

Een vrijdenker is iemand die zich voortdurend vrij denkt.

Vrijdenken is een ander woord voor niet-weten. De vrijdenker weet niet, de weetniet denkt vrij. Hij denkt zich vrij van gelijkhebberij.

Vrijdenkers zijn nestvlieders, uitloopmensen – scharrelaars in het niemandsland tussen welles en nietes. Ze leggen geen eieren, broeden niets uit.

Voor hen zijn standpunten vluchtlijnen, vluchtlijnen raakvlakken in de eindeloze ruimte van niet-weten.

Nu wordt ruimte pas ruimte als je je beweegt. Ruimte blijft alleen ruimte als je in beweging blijft. Ruimte wordt pas eindeloze ruimte als je haar eindeloos doorkruist.

Daarom zijn vrijdenkers altijd onderweg. Vraag ze niet waarheen, ze zeggen toch steeds wat anders, als ze al antwoord geven. Het enige wat ze stellen, zijn vragen.

Een vrijdenker is iemand die zich voortdurend vrij denkt.

15. Een rare gast die danst en tast

Hoe hersenen verjongen.

De grijpgeest legt zich vast.
Zijn denken is verwrongen.

De vrijgeest maakt zich los.
Zijn gang is ongedwongen.

Hij is de dans ontsprongen
En leeft nu op de tast.

Vrolijk dansend figuur opgebouwd uit vrolijke dansende figuurtjes.

^ Hij is de dans ontsprongen, en leeft nu op de tast.

Lees ook Niet-weten is leven op de tast (in het Witboek Niet-Weten) en De dans ontsprongen – meditatie en dankgebed (in het Witboek Soefisme).

16. Ben jij een grijpgeest of een vrijgeest?

Bevrijd van vrijheidsstrijd.

Een grijpgeest is iemand die zich telkens vast denkt en daardoor gebonden blijft. Een vrijgeest is iemand die zich telkens vrij denkt en daardoor vrij blijft.

Wat ben jij, een grijpgeest of een vrijgeest?

Als je je dat serieus afvraagt, alleen maar omdat de vorige zin ertoe aanzet, ligt het antwoord voor de hand.

Wat wil je worden, een grijpgeest of een vrijgeest?

Als je je dat serieus afvraagt, alleen maar omdat de vorige zin ertoe aanzet, ligt het antwoord voor de hand.

Een vrijgeest is geen vrijheidsstrijder. Ook van de strijd voor de vrijheid is hij bevrijd. Zelfs zijn strijdbaarheid bestrijdt hij niet. Het onderscheid tussen grijpgeest en vrijgeest zegt hem niets.

17. De hokjesgeest

Je moet een hokjesgeest hebben om erin te geloven.

Hierboven heb je kennis kunnen maken met de grijpgeest en zijn tegenpool, de vrijgeest.

Andere woorden voor vrijgeest zijn pleingeest en weetnietgeest.

Andere woorden voor grijpgeest zijn schotjesgeest en hokjesgeest.

Een hokjesgeest is iemand die zich alleen op zijn gemak voelt als alles een eigen plekje heeft. Dit hoort hier, dat hoort daar. Alles hoort hier of daar. Niets hoort hier en daar. Niets hoort hier noch daar.

De hokjes in de geest van de hokjesgeest zijn in zijn beleving een afspiegeling van de hokjes in de werkelijkheid. Hij heeft ze niet bedacht, ze bestaan, en wat doe je eraan.

Natuurlijk is hokjesgeest ook maar een hokje. Je moet een hokjesgeest hebben om erin te geloven, en wie heeft dat nu niet. Hokjesgeesten bestaan, en wat doe je eraan.

Hokjesgeesten zijn net planten: je hebt nulhokkigen, eenhokkigen, tweehokkigen, niet-tweehokkigen en meerhokkigen.

Een nulhokkige hokjesgeest heet een nihilist, een eenhokkige een monist, een tweehokkige een dualist, een niet-tweehokkige een non-dualist en een meerhokkige een pluralist.

Geenhokkige hokjesgeesten hebben geen hokjes en geen geest, laat staan een hokjesgeest, daarom noem ik ze weleens vrijgeest of geestvrij.

Dit waren zes hokjes, die nu bestaan, en wat doe je eraan.

18. Kan een geest wel zonder hokjes?

Hokjes kunnen ervoor zorgen dat je scherper kijkt en meer ziet. En ze kunnen je blind maken voor de grensgevallen.

Zonder geest geen hokjes

De hokjesgeest ziet alleen wat in zijn hokjes past. Hij zal nooit iets anders zien dan de tussenschotjes waarop hij zijn beeldwereld projecteert.

Als we, met een knipoog naar Plato en Bodhidharma, de hokjesgeest een grotjesgeest noemen, kunnen we zeggen dat hij alleen de schaduwen ziet die van buiten op de muurtjes van zijn grotjes vallen. Zolang hij eenpuntig naar de muurtjes blijft staren om de wereld en zichzelf te leren kennen, zal hij nooit iets anders zien.

Hieronder een simpele analogie om de beperkte visus van de hokjesgeest aanschouwelijk te maken.

Neem een traploos verloop van zwart naar wit:

Kader met verloop van zwart naar wit.

Dit is wat het nihilistische oog ziet:

Kader met wit erin.

Dit is wat het monistische oog ziet:

Kader met grijs erin.

Dit is wat het dualistische oog ziet:

Kader met een zwart blok en een wit blok.

Dit is wat het pluralistische oog ziet:

Kader met zwart, drie tinten grijs en wit.

En dit is wat het traploze oog ziet:

Kader met verloop van zwart naar wit.

Of misschien dit:

Kader met alle kleuren van de regenboog.

Zonder hokjes geen geest

Mogen we uit deze analogie concluderen dat een geest zonder hokjes alles ziet? Natuurlijk niet. Het is maar een beeld. Beelden zijn er om te bestormen.

Persoonlijk ken ik niemand die alles ziet, niemand die dat voor zichzelf claimt. Ik ken wel mensen die claimen dat er geesten of goden zijn die alles zien. Zal best. Kan een geest zonder hokjes überhaupt iets zien? Een geest die niets voorstelt en zich niets voorstelt – ik kan me er niets bij voorstellen.

Toen ik aan het botaniseren sloeg, leerde ik allerlei plantensoorten en hun eigenschappen kennen. Dat ontwikkelde mijn hokjesgeest. Overeenkomsten en verschillen zoeken. Verenigen en scheiden.

Enkelvoudig blad, samengesteld blad. Eenhokkig vruchtbeginsel, tweehokkig vruchtbeginsel, meerhokkig vruchtbeginsel. Gewone melkdistel, akkermelkdistel, gekroesde melkdistel, moerasmelkdistel.

Hoe meer hokjes ik had, hoe meer ik zag. Niet minder, meer. Ook de tussenvormen: de bladeren en bloemen, de kleuren en geuren, de soorten en ondersoorten die zich aan geen enkele indeling houden, in geen enkel hokje passen, botanici tot wanhoop drijven.

Een gesloten geest

Door me in de loop van mijn leven te verdiepen in allerlei indelingen, leerde ik niet alleen hun nut maar vooral hun beperkingen kennen.

Hokjes kunnen ervoor zorgen dat je scherper kijkt en meer ziet. En ze kunnen je blind maken voor de grensgevallen. Dan ben je bevooroordeeld. Dan kijk je niet meer omdat je alles al meent te weten.

Dan word je gespannen als de werkelijkheid zich weer eens niet aan je hokjes houdt. Dan ga je de feiten verdraaien of ontkennen om je indelingen te redden. Dan ga je indelingen verdraaien of ontkennen om de feiten te redden.

Met een hokjesgeest bedoel ik in dit boek geen geest die over veel hokjes beschikt waar hij onbekommerd in- en uitloopt, maar een geest die alle hokjes dichttimmert zodat er niemand meer in of uit kan – hijzelf nog het minst.

19. De monist

Kader met grijs erin.

^ De monist.

Of je alles nu herleidt tot geest of tot god, tot oer of tot snot, het monistische denken blijft monotoon.

De hokjesgeest onderscheidt vier soorten hokjesgeest: nihilisten, monisten, dualisten en pluralisten.

Nihilisten hebben niets te zeggen, daarom valt er over nihilisten niets te zeggen, ik zal over hen zwijgen als hun graf.

Onder de hokjesgeesten zijn de monisten het een-voudigst te herkennen. Ik zal nu spreken als hun graf.

Ismisme

Monisten beginnen hun zinnen graag met 'Alles is...', 'Niets is...', 'Iedereen is...', 'Niemand is...' en zo.

Monisten gebruiken ook graag generaliserende zinnen zoals 'Monisten beginnen hun zinnen graag met...' en 'Monisten gebruiken ook graag generaliserende zinnen zoals...'

Net als alle na-apen vormen monisten groepjes van gelijk-gestemden in navolging van een liefst overleden opperaap en onder de vlag van een liefst onuitsprekelijk polysyllabisme. Want hoe verschillend monisten ook mogen lijken, ze zijn allemaal polysyllabist.*

* Polysyllabisme: 1. meerlettergrepig woord, bijvoorbeeld polysyllabisme; 2. meerlettergrepige leer, bijvoorbeeld polysyllabisme. Polysyllabist: 1. iemand die vaak polysyllabismen gebruikt; 2. iemand die een of het polysyllabisme aanhangt.

De neiging om je aan te sluiten bij een of ander isme, maakt niet uit welk, noem ik ismisme (is-mis-me), iemand met die neiging een ismist (is-mist).

Het geloof in het ismisme noem ik ismismisme (is-mis-mis-me), een gelovige daarin een ismismist (is-mis-mist); inderdaad, de mist wordt steeds dichter.

Het geloof in het ismismisme noem ik ismismismisme (is-mis-mis-mis-me), een gelovige daarin een ismismismist (is-mis-mis-mist) enzovoort.

Dit is een oneindige reeks hokjes, er staat er vast wel eentje voor je leeg.

Alles is...

Ismisten die het eens zijn noem ik onderlingen, ismisten die het oneens zijn anderlingen.

Dit waren twee hokjes.

Ismisten bevestigen onderlingen en bevechten anderlingen, want niet alles is liefde, hè. Maar wat is alles dan wel?

Het is maar net aan wie je het vraagt:

Alles is oer (archè), beweert Anaximander.

Alles is chaos, beweert Anaxagoras.

Alles is water, beweert Thales.

Alles is lucht, beweert Anaximenes.

Alles is aarde, beweert Xenophanes.

Alles is vuur, beweert Heraclitus.

Alles is getal, beweert Pythagoras.

Alles is zijn, beweert Parmenides.

Alles is goddelijk, beweert de pantheïst.

Alles is God (En-sof), beweert de kabbalist.

Alles is brahman, beweert de hindoe.

Alles is Tao, beweert de taoïst.

Alles is leeg, beweert de boeddhist.

Alles is boeddhanatuur, beweert de zenboeddhist.

Alles is ik, beweert de solipsist.

Alles is bewustzijn, beweert de non-dualist

Alles is energie, beweert de energeticus.

Alles is stof, beweert de materialist.

Alles is geest, beweert de idealist.

En als je het jou vraagt?

Lees ook: De Intergalactische Waarheidsconferentie (in het Witboek voor Zoekers).

Een kindergeest is gauw gevuld

Of je alles nu herleidt tot geest of tot god, tot oer of tot snot, het monistische denken blijft monotoon. Vlakker dan gregoriaans gezang, repetitiever dan minimalistische muziek, kleurlozer dan witte ruis – een beter slaapmiddel bestaat niet.

Niets aan te doen, denken is vereenvoudigen. Neem alleen al deze zin, 'denken is vereenvoudigen'. Alsof ons denken geen ander doel dient dan te vereenvoudigen. Alsof ons denken altijd een doel dient. Alsof ons denken van ons is. Belachelijk, toch?

Of neem de zin 'belachelijk, toch?' Belachelijk, toch? Alsof een gedachte belachelijk is omdat hij de zaken op een bepaalde manier voorstelt. Waarom niet 'boeiend, toch?' Maakt niet uit, op zijn eigen manier is 'belachelijk, toch' boeiend, toch?

Monisme schijnt verslavend te zijn. Monisten spreken steeds dezelfde formules uit om een werkelijkheid te bezweren die zich uitsluitend in inhoudsloze tautologieën zoals 'alles is...' laat vangen. Een kindergeest is gauw gevuld, en zie hem dan nog maar eens leeg te krijgen.

Die bijzin – 'om een werkelijkheid te bezweren die zich uitsluitend in inhoudsloze tautologieën laat vangen' – is zelf weer typisch gemakzuchtige monistische flauwekul, had je het door?

Alsof ik kan weten dat we in een werkelijkheid leven die zich uitsluitend in inhoudsloze tautologieën laat vangen.

Alsof ik kan weten waarom mensen monistische formules uitspreken.

Alsof ze dat allemaal steeds om dezelfde reden doen.

Alsof ze alles om een reden doen.

Belachelijk, toch?

Boeiend, nietwaar?

Verder lezen: Het ene bewustzijn is het andere (niet).

20. De dualist

Kader met een zwart blok en een wit blok.

^ De dualist.

Vastzitten in dilemma's, is daar wat aan te doen? Ja, ik bedoel nee, ik bedoel...

XX of XY

Als het op vereenvoudiging aankomt spant het monistische denken de kroon, maar het dualistische denken kroont de prins, wat trouwens een afkorting is van princeps, de eerste, terwijl de prins toch echt de opvolger is, de tweede of de zoveelste: Lodewijk XIV, een genummerde opperaap, nou ja.

Het dualistische denken deelt de werkelijkheid op in twee hokjes die elkaar uitsluiten.

Het staat de dualist vrij om zoveel paren van tegenstellingen op te voeren als hij wil, maar elk daarvan moet de werkelijkheid helemaal afdekken.

Iets of iemand is X of X' maar nooit X en X', of X noch X'. Je bent vrouw of man maar nooit beide of geen van beide.

Iets of iemand is daarnaast Y of Y' maar nooit Y en Y', of Y noch Y'. Je valt op vrouwen of op mannen maar nooit op beide of op geen van beide.

Daarom is iets of iemand in het tweedimensionale dualistische denken XY, X'Y, XY' of X'Y' maar niets anders. Je bent een vrouw die op mannen valt, een vrouw die op vrouwen valt, een man die op vrouwen valt of een man die op mannen valt. Daarmee zijn de mogelijkheden en de meeste hersenen uitgeput – ben je er nog?

Even veralgemeniseren:

Flipflopgeest

Als er geen tegenstelling is, dan zijn er 2 tot de macht 0 = 1 mogelijkheden en hebben we te maken met nuldimensionaal dualisme ofwel monisme.

Als er één tegenstelling is, X versus X', dan zijn er 2 tot de macht 1 = 2 mogelijkheden en hebben we te maken met eendimensionaal dualisme.

Zijn er twee tegenstellingen, X versus X' en Y versus Y', dan zijn er 2 tot de macht 2 = 4 combinaties en hebben we te maken met tweedimensionaal dualisme.

Zijn er n tegenstellingen, dan zijn er 2 tot de macht n combinaties en hebben we te maken met n-dimensionaal dualisme.

Zo kan het dualistische denken nog best ingewikkeld worden, maar in de grond is het plat.

Tweedimensionalen worden door Edwin Abbott Abbott flatlanders genoemd. Flatbrainers, flatliners of flatminders lijkt me beter, maar Abbot-kwadraat had het primaat en ik het nakijken. Bovendien kan ik als tweetalige denker makkelijk uitwijken naar mijn moerstaal, Abbot Abbot moeilijk naar de mijne, zeker sinds zijn of hun overlijden in 1926.

Dualisten zijn net digitale computers: hun brein zit vol flipflopschakelingen die alleen de waarde 0 of 1 kunnen aannemen; onwaar of waar, nee of ja, uit of aan. Een dualist heeft een flipflopgeest, en is een flipflopgeest, pars pro toto. Zoals een monist een flopgeest heeft en alles is, toto pro pars. Of een flipgeest, daar wil ik vanaf zijn.

Iedere dimensie van een flipflopgeest vergt een bit in een flipflopcomputer, acht dimensies een byte, achtduizend dimensies een kilobyte. Daaraan hebben we meer dan voldoende om zelfs geniale flipflopgeesten een-duidig te identificeren, en die zijn zeldzaam.

Nog geen kilobyte per persoon, dat is nog geen tien gigabyte voor tien miljard mensen – een wonderlijk economisch ontwerp.

Dilemma's

Waar het eenhokkige denken lemma's voortbrengt die geen tegenspraak dulden, brengt het tweehokkige denken dilemma's voort die geen tussenspraak* dulden:

* Verder lezen: Tussentaal voor tussendenkers (in het Witboek Advaita).

Zijn mensen goed of slecht?

Ben ik slim of dom?

Ben je rijk of arm?

Heeft het leven zin of niet?

Ben ik linkshandig of rechtshandig?

Aard ik naar mijn vader of naar mijn moeder?

Ben ik gek of jij?

Gaan we eraan of is er nog hoop?

Ben ik verlicht of niet?

Een dilemma, dat is waar de hermafrodiet voor komt te staan als hij probeert vast te stellen of hij man of vrouw is.

Een dilemma, dat is waar de biseksueel voor komt te staan als hij probeert vast te stellen of hij op mannen of op vrouwen valt.

Een dilemma, dat is waar de zwart-witdenker voor komt te staan als hij probeert vast te stellen of grijs zwart of wit is.

Vastzitten in dilemma's, is daar wat aan te doen?

Ja, ik bedoel nee, ik bedoel...

21. De pluralist

Kader met zwart, drie tinten grijs en wit.

^ De pluralist.

Steeds kleiner worden je hokjes, tot er niets meer in past en je alleen nog maar schotjes ziet.

Trilemma

De hermafrodiet is het bewijs dat de wereld zich niets gelegen laat liggen aan het dualistische man-vrouwdenken.

De biseksueel is het bewijs dat de wereld zich niets gelegen laat liggen aan het dualistische homo-heterodenken.

Grijs is het bewijs dat de wereld zich niets gelegen laat liggen aan het dualistische zwart-witdenken.

De uitweg uit het tweehokkige denken lijkt simpel: introduceer een derde hokje. Daarmee is het dilemma opgelost en kan het denken tot rust komen. Toch?

Vergeet het maar. Dan heb je je dilemma alleen maar vervangen door een trilemma.

Tetralemma, pentalemma, hexalemma, hahaha

Iemand die seks bedrijft met het andere geslacht noem je heteroseksueel, en dat is één.

Iemand die seks bedrijft met hetzelfde geslacht noem je homoseksueel, en dat is twee.

Iemand die seks bedrijft met beide geslachten noem je biseksueel, en dat is drie.

Iemand die seks bedrijft met dieren noem je zoöfiel, en dat is vier.

Iemand die seks bedrijft met doden noem je necrofiel, en dat is vijf.

Iemand die seks bedrijft met alles en iedereen noem je panseksueel, en dat is zes.

Iemand die seks bedrijft met niets en niemand noem je aseksueel, en dat is ze-he-ven.

En iemand die vroeger op zijn eigen geslacht viel en nu op het andere, hoe noem je die?

Iemand die nuchter nergens van opgewonden raakt en dronken overal van, hoe noem je die?

Hoeveel benoemde seksuele voorkeuren zijn er wel niet? Hoeveel onbenoemde? Hoeveel unieke combinaties van voorkeuren?*

* Een incomplete opsomming vind je in het lemma Seksuele voorkeur in de Wikipedia. Wist je dat er alleen al tien klassen en acht categorieën van necrofielen worden onderscheiden? Je leest het in het (Engelstalige) lemma Necrophilia.

Een zuivere bastaard

Tussen theïsme en atheïsme komt agnosticisme, tussen theïsme en agnosticisme theïstisch agnosticisme, tussen atheïsme en agnosticisme atheïstisch agnosticisme enzovoort. Hoeveel religies kent de mens al niet?

Hoeveel bloedgroepsystemen zijn er nu al, hoeveel benoemde kleuren en grijstinten, hoeveel typen sneeuw, hoeveel soorten planten? Zijn er nu 70 microsoorten paardenbloemen of toch 250?

Heb je ooit een zuivere kraakwilg gezien, een zuivere herdershond, een zuivere Ariër, of zijn we allemaal van gemengde afkomst, reddeloos gebastaardeerd? Denken in termen van zuiverheid versus onzuiverheid, is dat wel zuiver? Kun je ook een zuivere bastaard zijn?

Het lot van veel indelingen: hoe langer je erover nadenkt en hoe meer onderzoek je pleegt, hoe meer tussenvormen je vindt. Steeds kleiner worden je hokjes, tot er niets meer in past en je alleen nog maar schotjes ziet.

22. Hersenen zijn horrelvoeten: ze lopen op klompen

Op zoek naar de denkruimte tussen de hokjes.

Of je nu een muis bent of een mens, zonder indelingen kun je niet leven.

Zowat alle indelingen die ik in mijn leven zelf bedacht heb of van anderen heb overgenomen (meestal dat laatste) zijn na verloop van tijd te eenvoudig gebleken, te ingewikkeld of gewoon onzin (meestal dat laatste).

De ene indeling na de andere heb ik tussen haakjes moeten zetten, tot er geen enkele over was waar ik nog heilig in kon geloven.

Hulpmiddelen zijn hangvoeten. Als je vaak wilt struikelen, neem dan een wandelstok. Ik kan het weten, ik loop ermee en dat valt best tegen. Wie niet beseft dat hokjes bedenksels zijn kan er makkelijk in gevangen raken.

Ook 'monist', 'dualist' en 'pluralist' zijn maar hokjes. Ik heb ze enkel geïntroduceerd om naar de tussenruimte te kunnen verwijzen – de denkruimte tussen de hokjes.

Geloof je dat? Pech gehad, die tussenruimte is gewoon het volgende hokje. Ik heb hem enkel geïntroduceerd om naar de tussentussenruimte te kunnen verwijzen – de denkruimte tussen de hokjes en de tussenruimte.

Geloof je dat? Pech gehad enzovoort.

De tussenruimte en de tussentussenruimte enzovoort vormen samen met alle andere hokjes de eindeloze denkruimte die de vrijdenker ter beschikking staat als hij alle deurtjes in zijn geest openzet.

Geloof je dat?

23. Van boeddhitis tot non-dualitis – dertien aandoeningen van de geest

Waarin de auteur een aanval van lateralitis krijgt.

Doorns kun je gebruiken om doorns te verwijderen, labels om labelaars te labelen en hokjes om hokjesgeesten op te hokken. Ik heb er elf in de aanbieding.

Monitis: eenzijdig monistische denktrant.

Dualitis: eenzijdig dualistische denktrant.

Non-dualitis: eenzijdig non-dualistische denktrant.

Pluralitis: eenzijdig pluralistische denktrant.

Holitis: eenzijdig holistische denktrant.

Theïtis: eenzijdig theïstische denktrant.

Atheïtis: eenzijdig atheïstische denktrant.

Boeddhitis: eenzijdig boeddhistische denktrant.

Taoïtis: eenzijdig taoïstische denktrant.

Weetnietis: eenzijdig agnostische denktrant.*

* Verder lezen: Weetnietes, weetnietis (in het Witboek Niet-Weten).

Neologitis: onbedwingbare neiging om overbodige woorden te verzinnen.

Waar lijd jij aan?

Waar denk jij dat ik aan lijd?

Zelf denk ik dat ik zojuist een aanval van lateralitis had – de neiging om overal eenzijdige denktranten te zien.*

* Lateralitis is een symptoom van multilateralitis: een eenzijdig veelzijdige denktrant.

24. Is niet-weten non-dualistisch?

Waarin de auteur een lans breekt voor het non-non-dualisme.

In De dualist zagen we dat het tweehokkige denken onoplosbare dilemma's voortbrengt. Hoe komt dat? Is de werkelijkheid soms non-duaal? Is niet-weten dan non-dualistisch?

Ja en nee. Ja, want de vrijdenker blijft niet hangen in dualistische gedachten. Nee, want hij blijft ook niet hangen in de monistisch-idealistische metafysica van het non-dualisme (advaita vedanta).

Niet-weten is geen metafysica. Niet-weten is een denken dat geen enkel onderscheid hard weet te maken. Of een denken dat iedere indeling zacht weet te maken, kies maar.

Wie niet weet kan zich onmogelijk binden aan de categorieën van de geest, de categorieën van de kennis, de categorieën van de taal. Zonder hardgebakken onderscheidingen kunnen veronderstellingen nooit stellingen worden, stellingen nooit patstellingen.

Waar het non-dualisme het dualistische denken vervangt door het monistische, laat het niet-weten zowel het dualistische als het monistische denken achter zich.

Waar het non-dualisme de dualistische metafysica vervangt door een monistische, laat het niet-weten zowel de dualistische als de monistische metafysica achter zich.

Ook het pluralistische denken en de pluralistische metafysica kunnen de vrijdenker niet aan zich binden.

Vrij denken is dus niet alleen non-dualistisch maar ook non-monistisch en non-pluralistisch. Daarmee bedoel ik niets bijzonders, alleen maar dat de vrijdenker geen voorkeur heeft voor dualistische, monistische of pluralistische gedachten.

De vrijdenker heeft ook geen voorkeur voor non-dualistische, non-monistische of non-pluralistische gedachten. Je zou zijn denken dus net zo goed non-non-dualistische, non-non-monistisch en non-non-pluralistisch kunnen noemen, of non-non-non-dualistisch enzovoort.

Weer een Hilbert-hotel erbij. Daar zijn altijd hokjes vrij.

25. Niet-weten in één woord

Drieëndertig dilemma's om uit te zwaaien.

Meester Doei zegt:

Iemand hier of niemand hier?

Doei.

Hindoeïsme of boeddhisme?

Doei.

Christendom of jodendom?

Doei.

Rechtzinnig of vrijzinnig?

Doei.

Werkelijkheid of illusie?

Doei.

Vasthouden of loslaten?

Doei.

Hechten of onthechten?

Doei.

Wijsheid of dwaasheid?

Doei.

Vrije wil of onvrije wil?

Doei.

Schepping of evolutie?

Doei.

Verlicht of onverlicht?

Doei.

Verdienste of genade?

Doei.

Socialist of kapitalist?

Doei.

Nirwana of samsara?

Doei.

Weten of niet-weten?

Doei.

Veelheid of eenheid?

Doei.

Toeval of noodzaak?

Doei.

Absoluut of relatief?

Doei.

Dvaita of advaita?

Doei.

Veda of vedanta?

Doei.

Homo of hetero?

Doei.

Welles of nietes?

Doei.

Goed of kwaad?

Doei.

Vorm of leegte?

Doei.

Man of vrouw?

Doei.

Doen of laten?

Doei.

God of duivel?

Doei.

Hemel of hel?

Doei.

Alles of niets?

Doei.

Stof of geest?

Doei.

Zwart of wit?

Doei.

Ego of zelf?

Doei.

X of Y?

Doei.

Nu jij.

Zenmeester met hand als hoofd.

^ Meester Doei.

26. Niet-weten in zes woorden

Meester Minder zegt:

Wat niet-weten is?

Van je hart geen woordkuil maken.

27. Niet-weten is woorden vermoorden

Waaronder het woord niet-weten.

'Wat is niet-weten?'

'Woorden vermoorden.'

'Want de Waarheid is voorbij de woorden?'

'Waarheid is een woord.'

'Want we moeten naar de stilte in ons Zelf?'

'Zelf is een woord.'

'Want we moeten naar de Stilte?'

'Stilte is een woord.'

'Niet-weten is anders ook een woord.'

'Een ander woord voor moord.'

'Dus niet-weten is woorden vermoorden?'

'Waaronder het woord niet-weten.'

28. Non-dualisme is een oorzaak van onze verdeeldheid

Meester Minder houdt vol.

Leerling: Volgens het non-dualisme zijn concepten de oorzaak van onze verdeeldheid.

Meester: Non-dualisme is een concept. Concept is een concept. Oorzaak is een concept. Verdeeldheid is een concept. De oorzaak van onze verdeeldheid is een concept.

Leerling: Met concept bedoel ik een denkbeeld. Iets onwerkelijks.

Meester: Bedoelen is een denkbeeld. Ik is een denkbeeld. Denkbeeld is een denkbeeld. Iets is een denkbeeld. Onwerkelijk is een denkbeeld.

Leerling: Een denkbeeld deelt wat oorspronkelijk heel is in tweeën.

Meester: Delen is een denkbeeld. Oorspronkelijk is een denkbeeld. Heel is een denkbeeld. Twee is een denkbeeld.

Leerling: Ik verwijs naar onze natuurlijk staat van eenheid.

Meester: Onze is een denkbeeld. Natuurlijk is een denkbeeld. Staat is een denkbeeld. Eenheid is een denkbeeld. Onze natuurlijke staat van eenheid is een denkbeeld.

Leerling: Hoe moeten we anders onze verdeeldheid overwinnen?

Meester: Moeten is een denkbeeld. We is een denkbeeld. Anders is een denkbeeld. Verdeeldheid is een denkbeeld. Overwinnen is een denkbeeld.

Leerling: Het zijn allemáál maar denkbeelden, wou u zeggen.

Meester: Dat is ook maar een denkbeeld, zou ik zeggen.

Leerling: ...

Meester: Is er wat?

Leerling: Ik weet niet meer wat ik moet zeggen.

Meester: Ik dacht dat je het nooit zou zeggen.

29. Het alledaagse is ook voorbij de woorden

De diepte in met Meester Minder.

Leerling: Het Allerhoogste is voorbij de woorden.

Meester: Waarom noem je het dan het allerhoogste?

Leerling: Het Alomvattende laat zich niet in woorden beschrijven.

Meester: Waarom noem je het dan het alomvattende?

Leerling: Het Albewustzijn...

Meester: Waarom noem je het dan het albewustzijn?

Leerling: Het Al...

Meester: Waarom noem je het dan het al?

Leerling: Puntje puntje puntje laat zich niet in woorden beschrijven.

Meester: En wat dan nog?

Leerling: Daarin onderscheidt het zich van het alledaagse.

Meester: Alsof dat zich wel in woorden laat beschrijven.

Leerling: Niet dan?

Meester: Wat voor kleur heeft dat kussen daar?

Leerling: Blauw. Hemelsblauw, om precies te zijn.

Meester: Beschrijf die kleur nou eens aan iemand die kleurenblind is.

Leerling: Eh... de kleur van... nee, het is... stel je voor dat...

Meester: Ja?

Leerling: Ik weet het niet.

Meester: Prima omschrijving.

Leerling: Maar u begrijpt me toch wel?

Meester: Alleen maar omdat ik al weet wat hemelsblauw is.

Leerling: Maar dat bewijst toch...

Meester: Met de naam van een kleur omschrijf je niet het onbekende, je benoemt het bekende.

Leerling: Ik geef toe dat het met kleur...

Meester: Beschrijf mijn stem maar eens aan een dove.

Leerling: Tja.

Meester: Sommige mensen kennen geen pijn. Beschrijf je pijn maar eens op zo'n manier dat ze precies weten wat je bedoelt.

Leerling: ...

Meester: Wat dacht je van warmte en koude? Een aanraking? Jeuk?

Leerling: Ik geef toe dat er bij zintuiglijke waarnemingen moeilijkheden kunnen ontstaan, maar...

Meester: Er zijn mensen die geen dorst kennen. Er zijn mensen die geen verzadiging kennen. Er zijn mensen die geen lust kennen. Er zijn mensen die geen orgasme kennen. Wat heb je ze te zeggen?

Leerling: Oké, maar instincten zijn ook zo basaal...

Meester: Angst, woede, liefde, mededogen, tederheid, onbehagen, neerslachtigheid, verdriet?

Leerling: Gevoelens zijn natuurlijk sowieso vaag...

Meester: Beschrijf die berk daar dan maar eens op zo'n manier dat ik hem ongezien kan natekenen.

Leerling: Organische vormen zijn natuurlijk minder makkelijk dan geometrische...

Meester: Beschrijf je huis dan maar eens op zo'n manier dat ik het ongezien kan nabouwen.

Leerling: Samengestelde vormen zijn natuurlijk minder makkelijk dan enkelvoudige...

Meester: Beschrijf dan maar gewoon een baksteen.

Leerling: Hm.

Meester: Wat?

Leerling: Ik zou niet weten waar ik moest beginnen.

Meester: Wat dacht je van de kleur?

Leerling: Wou u beweren dat niets zich in woorden laat beschrijven?

Meester: Alsof ik iets wou beweren.

Leerling: Waarom dan dit hele gesprek?

Meester: Omdat jij zo nodig iets vaags over het allerhoogste moest roepen?

Leerling: Wat moet ik anders over het Allerhoogste roepen?

Meester: Welk allerhoogste?

Leerling: Wou u beweren dat het Allerhoogste niet bestaat?

Meester: Alsof ik iets wou beweren.

Leerling: Dus u houdt vol dat er niets te zeggen valt?

Meester: Ik denk dat jij mij niet wilt horen.

Lees ook: De mystiek van alledag, of het wonder van het water (in het Witboek Mystiek.

30. Woorden zijn woordenboeken

Weet wat je zegt als je zegt dat je weet wat je zegt.

Woorden staan nooit op zichzelf. Ze verwijzen naar andere woorden en die weer naar andere. Woorden zijn woordenboeken.

Pak er maar eens een eentalig woordenboek bij in een vreemde taal en probeer daarmee de betekenis van een trefwoord te achterhalen. Je komt er niet uit. Om de taal te leren kennen heb je een woordenboek nodig maar om het woordenboek te kunnen gebruiken moet je de taal kennen.

Van Dale definieert een boom als een 'houtachtig gewas met een zeer groot wortelgestel en een enkele, stevige, houtige en zich secundair verdikkende, overblijvende stam, die zich eerst op zekere hoogte boven de grond vertakt'.

Boom waarvan de stam vlak boven de grond in tweeën vertakt.

^ Dit is geen boom.

Boom is een van de simpelste woorden die er is, lijkt me, en toch verwijst deze definitie al naar een waslijst van andere woorden: houtachtig, gewas, groot, wortelgestel, enkel, stevig, verdikkend, overblijvend, stam, eerst, zeker, hoogte, boven, grond, vertakkend.

Als je die woorden opzoekt blijken ze op hun beurt vol woorden te zitten. Dan heb je dus een waslijst van waslijsten van andere woorden, even later een waslijst van waslijsten van waslijsten enzovoort. Zet ze op alfabet en je hebt al een half woordenboek.

Woorden verwijzen naar woorden. Er is geen einde aan. Er is geen beginnen aan. Je komt er niet in, je komt er niet uit.

Begrijpen is als schaatsen op dun ijs: je moet hard doorrijden om er niet doorheen te zakken. En nooit naar beneden kijken.

Dus weet wat je zegt als je zegt dat je weet wat je zegt.

31. Gedachten zijn gedachtewerelden

Hoe de ene gedachte de andere wast.

Zoals woorden vol andere woorden zitten en die weer vol andere, zo zitten gedachten vol andere gedachten en die weer vol andere. Gedachten zijn gedachtewerelden. Deze gedachten ook.

Twee voorbeelden.

1. 'Ik zoek de waarheid'

Stel, je denkt: 'ik zoek de waarheid'. Wat veronderstelt deze schijnbaar onschuldige gedachte zoal?

1. Er is een waarheid, en dat verbeeld ik me niet.

2. Er is maar één waarheid, en dat verbeeld ik me niet.

3. Die ene waarheid ben ik niet zelf, en dat verbeeld ik me niet.

4. Wie zoekt zal vinden, en dat verbeeld ik me niet.

5. Wie niet zoekt zal niet vinden, en dat verbeeld ik me niet.

6. Als ik de waarheid heb gevonden, zal ik hem kunnen begrijpen, dat verbeeld ik me niet.

7. Als ik de waarheid eenmaal heb begrepen, zal ik hem altijd begrijpen, dat verbeeld ik me niet.

8. Als ik de waarheid ken zal ik beter af zijn, en dat verbeeld ik me niet.

9. Ik besta echt, en dat verbeeld ik me niet.

10. Mijn zoektocht vind echt plaats, dat verbeeld ik me niet.

11. De wereld waarin mijn zoektocht zich voltrekt bestaat echt, dat verbeeld ik me niet.

12. Het verleden waarin ik zoekende was, bestaat echt, dat verbeeld ik me niet.

13. De toekomst waarin ik gevonden zal hebben, komt echt, dat verbeeld ik me niet.

Tegen de achtergrond van deze onuitgesproken gedachten lijkt de uitgesproken gedachte 'ik zoek de waarheid' vanzelfsprekend en onbetwistbaar.

Omgekeerd lijken alle onuitgesproken gedachten in het licht van de uitgesproken gedachte vanzelfsprekend en onbetwistbaar.

De ene gedachte wast de andere.

Mannetje onder een boom met een denkwolk boven zijn hoofd die ook dienst doet als boomkruin.

^ Gedachten zijn gedachtewerelden.

2. 'Waarom hebt u uw echtgenoot doodgeschoten?'

Stel, je zit in de rechtszaal op beschuldiging van moord en de openbare aanklager vraagt: 'Waarom hebt u uw echtgenoot doodgeschoten?'

Het lijkt net of hij je alleen maar wat vraagt, maar kijk eens wat hij tussen neus en lippen door allemaal zegt:

1. Er is een man.

2. Die man is dood.

3. Er is op hem geschoten.

4. Daarbij of daarna is hij overleden.

5. Het zijn de kogels die hem van het leven hebben beroofd.

6. Die kogels zijn niet door hemzelf afgevuurd.

7. Het slachtoffer was getrouwd.

8. Jij bent zijn weduwe.

9. Jij bent de schutter.

10. Jij bent in staat om iemand dood te schieten.

11. Jij weet hoe je met vuurwapens om moet gaan.

12. Jij had de beschikking over een vuurwapen.

13. Jij had een motief.

14. Je kunt je het motief dat je tot je daad aanzette op dit moment correct herinneren.

15. Je bent in staat en bereid je motief hier en nu onder woorden te brengen.

16. Je motief is relevant voor deze rechtszaak.

17. Ik heb als aanklager het recht om jou vragen te stellen.

Een goede rechter zou de vraag waarom jij je echtgenoot hebt doodgeschoten pas toestaan nadat uitdrukkelijk was vastgesteld dat je inderdaad je echtgenoot hebt doodgeschoten. Zo precies zijn we in het dagelijks leven gewoonlijk niet.

In de argumentatieleer wordt een vraag die op onuitgesproken aannames berust een strikvraag genoemd.

Als we een onbenoemde aanname een strikgedachte noemen, dan berust iedere gedachte op strikgedachten, deze ook.

Dan is iedere gedachte zelf een strikgedachte, deze ook.

Dan zijn alle vragen strikvragen, de volgende ook.

Zijn de onuitgesproken gedachten die bij analyse van een uitgesproken gedachte aan het licht komen echt daarin aanwezig of denk je ze erin?

Wat betekent het volgens jou dat verschillende mensen in dezelfde uitgesproken gedachte verschillende onuitgesproken gedachten vinden?

32. Betekenissen zijn betekenisvelden

Hoe meer je uitlegt, hoe meer je uit te leggen hebt.

Woorden zijn woordenboeken, zei ik hierboven, en gedachten zijn gedachtewerelden. Dat komt ongeveer op hetzelfde neer maar niet precies, want woorden zijn geen gedachten en gedachten zijn geen woorden.

Wat woorden en gedachten gemeen hebben zijn betekenissen. Door die als uitgangspunt te nemen, ontstaat er een derde wijze van spreken over dit onderwerp.

Oppervlaktebetekenis en dieptebetekenis

De betekenis van een zin of gedachte bestaat uit de oppervlaktebetekenis en de dieptebetekenis.

De oppervlaktebetekenis is de inhoud ervan, datgene waarvan je je bewust bent.

De dieptebetekenis is de drager van de oppervlaktebetekenis, een hecht netwerk van onderliggende betekenissen, het geheel van halfbewuste en onbewuste onderscheidingen en aannames dat aan de oppervlaktebetekenis ten grondslag ligt, en alle onderscheidingen en aannames daar weer onder et cetera.

De oppervlaktebetekenis staat tot de dieptebetekenis als het gebouw tot de fundering, de plant tot de wortels.

Een voorbeeld.

'Heet hier!'

Als ik zeg: 'Heet hier!' begrijp je als taalgenoot meteen wat ik bedoel. Dat wat je zonder nadenken vat is de oppervlaktebetekenis. Die hoef ik niet uit te leggen, die hoef jij niet op te zoeken.

Anders wordt het als je erover gaat nadenken. Want wat betekent 'heet' precies? Om dat uit te leggen, ontkom je er niet aan de notie van het lichaam te introduceren. Je moet het over zweten hebben, hijgen, blossen op de wangen, kleren en het verlangen ze uit te trekken, een raam te openen, een ventilator aan te zetten.

Dat is nog maar het begin. Wat is zweten bijvoorbeeld? Volgt een ingewikkeld verhaal over de huid, over zweetklieren en warmtesensoren, over doorbloeding, haarvaten, lichaamsvocht, nieren, vochthuishouding, zoutconcentraties, elektrolytenbalans, lichaamstemperatuur, homeostatische regelsystemen.

Daaronder en daartussen vind je weer noties als warmte, lauwheid en koude, thermometers, het weer, verwarming, temperatuurverschillen en warmteregulatie.

En waar is hier? Niet daar. Nu begin je over ruimte, dimensionaliteit, punt, lijn, vlak, volume, afstand, richting, boven, onder, links, rechts, achter, voor, relatief, absoluut, stilstand, beweging, spierkracht, arbeid, massa en energie.

Zo gaat het maar door, tot je niet meer kunt.

De auto weg

Hoe meer je uitlegt, hoe meer je uit te leggen hebt. Iedere weg is een wegennet. Je kunt overal komen maar je komt nooit overal.

Betekenissen zijn knooppunten in een onafzienbaar netwerk. Het knooppunt kan niet bestaan zonder netwerk, het netwerk niet zonder het knooppunt. Het een verklaart het ander, zoals de weg de auto's verklaart en de auto's de weg.

Maar wat verklaart de weg met de auto's?

Eilandje met een palmboom en een jeep erop die maar net past; in zee een tweede jeep.

^ Wat verklaart de auto's zonder weg?

33. Stellingen zijn veronderstellingen

Waarom de aarde plat is.

Woorden zijn woordenboeken. Gedachten zijn gedachtewerelden. Betekenissen zijn betekenisvelden. En stellingen zijn veronderstellingen.

Dat laatste ga ik later uitleggen, in Het trilemma van Agrippa, hier geef ik alleen wat voorbeelden.

Wie stelt dat het leven zin heeft, of juist niet, veronderstelt dat er zoiets is als 'het leven' en dat er iets groters is, dat het leven omvat, waarvoor het leven zinvol of zinloos kan zijn.

Wie stelt dat de som van de hoeken van een driehoek op de hele wereld honderdtachtig graden is veronderstelt dat de aarde plat is.

Wie stelt dat bladeren groen zijn veronderstelt dat kleuren los van de waarnemer bestaan.

Wie stelt dat de tijd een constant verloop heeft veronderstelt dat de snelheid van de waarnemer en het object irrelevant zijn.

Wie stelt dat de wereld een illusie is veronderstelt dat de illusie echt is.

Wie stelt dat zijn lichaam stoffelijk is veronderstelt dat hij dat niet droomt.

Wie stelt dat niets toeval is veronderstelt een universele orde.

Wie stelt dat iets waar is omdat het in de bijbel staat veronderstelt dat de bijbel geen onjuistheden bevat.

Wie stelt dat de bijbel waar is omdat hij het woord van God bevat veronderstelt dat God niet liegt.

Wie stelt dat god niet liegt omdat hij anders onvolmaakt zou zijn veronderstelt dat volmaaktheid liegen uitsluit.

Het boeddhisme kent trouwens ook een soort voorwaardelijkheid, van dingen en wezens. Die bestaan volgens de boeddhist alleen afhankelijk, in onverbrekelijke samenhang met de rest. Iets is van zichzelf niets; dingen hebben geen wezen, wezens geen zelf.*

* Verder lezen: Alles leeg en niets heilig (in het Witboek Zen), en Woordenboek niet-weten: het lege paradigma (in het Witboek Niet-Weten).

34. Wat je ook denkt, je weet niet wat je denkt

Nooit zul je het allemaal boven tafel krijgen.

Elk woord verwijst naar andere woorden. Geen enkel woord staat op zichzelf. Geen enkel woord is het laatste. Woorden zijn woordenboeken.

Elke gedachte verwijst naar andere gedachten. Geen enkele gedachte staat op zichzelf. Geen enkele gedachte is de hoogste. Gedachten zijn gedachtewerelden.

Elke betekenis verwijst naar andere betekenissen. Geen enkele betekenis staat op zichzelf. Geen enkele betekenis is de diepste. Betekenissen zijn betekenisvelden.

Elke stelling verwijst naar andere stellingen. Geen enkele stelling staat op zichzelf. Geen enkele stelling is de onderste. Stellingen zijn veronderstellingen.

Woorden, gedachten, betekenissen, stellingen – ze vormen één groot netwerk. Op zichzelf zijn ze niet te bevatten, als geheel nog minder.

Wat je ook denkt, je weet niet wat je denkt. Niet echt.

Wat je ook zegt, je weet niet wat je zegt. Niet echt.

Wat ik ook schrijf, ik weet niet wat ik schrijf. Niet echt.

Wat je ook leest, je weet niet wat je leest. Niet echt.

Nooit zul je het allemaal boven tafel krijgen. Echt niet.

Voor anderen niet, voor jezelf niet.

Jij niet, ik niet.

Nooit.

35. De schepper als gedachte en de gedachte als schepper

God schiep de wereld waarin Hij gedenkwaardig is, de gedachte schept de wereld waarin zij geloofwaardig is, en God erbij.

De kleren van de keizer

Gedachten zijn nog niet ontstaan of je holt erachteraan. Wat is het dat ze zo overtuigend maakt? Dat zit hem niet in de inhoud maar in de verpakking – de wereld die je er ongemerkt bij denkt.

Gedachten zijn gedachtewerelden. Zo verschijnen mijn schuldgevoelens altijd in een wereld waarin ik kan kiezen wat ik doe. In een wereld zonder vrije wil zouden ze geen seconde standhouden; daarin zijn schuldgevoelens ondenkbaar.

Gedachten verzorgen zelf de mentale context die ze vanzelfsprekend maakt. Niet in de vorm van een vraagteken dat uitnodigt tot nader onderzoek maar in de vorm van een uitroepteken dat twijfel in de kiem smoort. Niet als subjectieve gedachtewereld maar als objectieve werkelijkheid. Volkomen overtuigend.

Een instantwereld

Volg een gedachte maar eens op de voet. Zie je dat de benodigde realiteit altijd door de gedachte zelf wordt meegeleverd?

Gedachten creëeren ter plaatse hun eigen mise-en-scène, toveren uit het niets een wereld tevoorschijn waarin de en het gedachte kunnen en moeten bestaan.

Gedachten zijn scheppers. Ze baren ter plekke de instantwereld die ze, eventjes, waarmaakt.

Je kunt ook zeggen dat gedachtewerelden scheppers zijn. Ze baren ter plaatse de instantgedachte die ze, eventjes, waarmaakt.

Je kunt ook zeggen dat gedachten en gedachtewerelden elkaar baren en waarmaken.

Hoe je het ook zegt, gedachte en gedachtewereld zijn niet los van elkaar te begrijpen.

De zelfvoorzienende gedachte

Het idee van de zelfvoorzienende gedachte herinnert aan het dier dat zijn biotoop niet vindt maar maakt, zoals de bever de beverdam, de termiet de termietenheuvel, de mens de stad, de slak zijn huisje.

Huisjesslak met schoorsteen waar rook uit komt.

^ Dier dat zijn biotoop niet vindt maar maakt.

God schiep de wereld waarin Hij gedenkwaardig is, de gedachte schept de wereld waarin zij geloofwaardig is, en God erbij.

Om evangelist en naamgenoot Johannes te parafraseren: in den beginne was de gedachte, en de gedachte was bij God en de gedachte was God.

Tip: Woord is een god en verder (in het Witboek Mystiek).

En weer een regressie

Als gedachten echt zelfvoorzienend, wereldwekkend, kosmogeen, constitutief zijn, dan geldt dat ook voor deze gedachte, voor de vorige gedachten en voor de volgende.

Dan weten we nog steeds niets, dit ook niet, dat lijkt alleen maar zo.

Dan weten we niet eens of het alleen maar zo lijkt dat we nog steeds niets weten – misschien lijkt dat ook alleen maar zo.

En misschien lijkt dat ook alleen maar zo, en dat ook, en dat ook...

36. Niet-weten als deconstructie van het denken

In de gaten krijgen dat je nooit tot het gaatje gaat is door het gaatje gaan.

Deconstructie is een kritische leesmethode bedacht door de Franse intellectueel Jacques Derrida.

Schrik niet van het woord deconstructie, het betekent simpelweg tussen de regels door lezen. Je niet meer laten meeslepen door de woorden maar direct op zoek gaan naar verborgen betekenissen, verborgen veronderstellingen, verborgen onderscheidingen en verborgen tegenstrijdigheden.

Door het verborgene bloot te leggen, verliest een tekst zijn vanzelfsprekendheid en eenduidigheid en verliest de lezer zich in meerduidigheid en vanzelfzwijgendheid.

Ook de tekst tussen de regels in, laten we hem de tussentekst noemen, zit vol onuitgesproken aannames en tegenstrijdigheden. Vergeet dus niet tussen de regels van de tussentekst door te lezen, en tussen de regels van de tussentussentekst, en tussen de regels van de tussentussentussentekst enzovoort.

Je kunt het begrip deconstructie veralgemeniseren van 'tussen de regels door lezen' naar 'tussen de gedachten door denken'. Daarmee bedoel ik: je eigen mentale constructies afbreken. De ongrond afgraven waarop je gedachten berusten. Je gedachten begraven in hun eigen ongrond. Door de mazen van je gedachtennet glippen.

Omdat onder stellingen onderstellingen schuilgaan en daaronder weer andere, omdat onder scheidingen onderscheidingen schuilgaan en daaronder weer andere, is deconstructie nooit volledig. Een eerste aanzet is niet minder compleet dan een ver doorgevoerde analyse.

Hoe ver je ook gaat, je gaat nooit tot het gaatje. Dat in de gaten krijgen is door het gaatje gaan.

Lees ook: Tussentaal voor tussendenkers (in het Witboek Advaita).

37. Sjaak en de bonenstaak van de dialectiek

De rede is een trap zonder treden.

Dialectiek is het denken van these (stelling) via antithese (tegenstelling) naar synthese (samenstelling), waarna de synthese weer als these voor de volgende rondgang dient.

Helix naar de de hemel

Volgens liefhebbers voert de dialectische methode als een wenteltrap van het bijzondere naar het algemene, van het deel naar het geheel, van het relatieve naar het absolute.

Dialectiek zou een doelgerichte denkwijze zijn die spiraalsgewijs naar de hoogste piek leidt. Denk Sjaak en de bonenstaak en je snapt het idee: de bonen groeien tot in de hemel waar je voor eeuwig in de bonen bent.

Vreemd genoeg leidde de dialectische methode tot totaal verschillende hoogste pieken, waaronder de dialectische fenomenologie van Hegel, het dialectisch materialisme van Marx, het dialectisch naturalisme van Engels, de dialectische theologie van Barth en Brunner en de dialectische wetenschap van Bahai. Zo absoluut is het absolute kennelijk ook weer niet.

Onze Sjaak verging het niet anders. De eerste keer vond hij daarboven goudstukken, de tweede keer een kip die gouden eieren legt en de derde keer een harp waarvan de muziek gelukkig maakt. De ene hemel is de andere niet en de hemel van vandaag is niet die van morgen.

Maar anders dan de bollebozen voor en na hem klom Sjaak telkens rap naar beneden langs zijn trap zonder treden, die zich als een kurkentrekker diep in de aarde boort, daarin zijn wortels heeft – en niet in de rede.

Boom met schroefvormige stam.

^ Die zich als een kurkentrekker diep in de aarde boort.

Helix naar de aarde

Een agnost denkt liever neerwaarts dan opwaarts, liever zijwaarts dan voorwaarts. Daardoor leidt het dwijze denken...

van het werkelijke naar het mogelijke

van het algemene naar het singuliere

van de stelling naar de onderstelling

van de conclusie naar de premisse

van het antwoord naar de vraag

van het hogere naar het lagere

van synthese naar paradox

van zekerheid naar twijfel

van het ene naar het vele

van orde naar wanorde

van mond tot kont en

van kont tot stront

tot in de grond

38. Kant en de mislukking van het denken

Voor iedereen die zich niet wijzer weet.

Niet-weten is het failliet van het weten, de nederlaag van de geest, de val van het verstand, het echec van het ego of, in de woorden van de filosoof Immanuel Kant (1724-1804), de mislukking van het denken.

Niet dat Kant het over agnose had, hij had het over God. 'God spreekt in de mislukking van het denken', zei hij om precies te zijn.

Daaruit volgt natuurlijk niet dat God een ander woord is voor agnose of voor de mislukking van het denken. Ook het tegendeel of het omgekeerde volgt er niet uit, anders was je denken alsnog gelukt.

Die Kant. De nar van Koningsbergen, met het lichaam van een kind en de geest van een geest, die zijn metafysica zag verdwijnen in het duistere Ding-an-sich, zijn epistemologie in de categorieën van het verstand en zijn ethiek in een categorisch imperatief, moedertje lief, houdt de dief, nihilisme in het verschiet!

Portret van Kant met hersens over zijn hoofd en over een deel van zijn gezicht.

^ Kant-an-sich.

Voor mij is niet-weten geen mislukking van het denken maar een triomf van het denken, dat eindelijk zichzelf doorziet en zich toch niet wijzer weet. Aangenomen dat 'het denken' geen hypostase is – een dubieuze hypothese.

Toegegeven, je lichaam wordt er niet jonger van, maar je hervindt de geest van een kind: zo licht als de wind, met niets in het verschiet, zelfs de droom van volwassenheid niet.

Je wordt weer een kleuter die zomaar wat leutert, zich lekker verkneutert en toch (nog) niet kinds.

39. Een denken dat zich nergens aan vastklampt

Ook niet aan loslaten.

'Sommigen houden jou voor een nihilist, Hans.'

'Sinds wanneer noem jij jezelf sommigen?'

'Ben jij een nihilist?'

'Nihilisme is nog altijd een strohalm.'

'Waaraan klampt de nihilist zich dan vast?'

'Aan de overtuiging dat er niets is om in te geloven.'

'Moeten we dan alles maar loslaten?'

'Alles loslaten is nog altijd een strohalm.'

'Bedoel je dat we ook het loslaten moeten loslaten?'

'Het loslaten loslaten is nog altijd een strohalm.'

'Jij klampt je toch vast aan niet-weten?'

'Ik zou niet weten hoe.'

'Zit jij dan helemaal nergens aan vast?'

'Ook niet aan de gedachte dat ik helemaal nergens aan vastzit.'

'Blijft er dan helemaal niets over?'

'Waarvan?'

'Er is dus helemaal niets.'

'Nihilist.'

Gibbon hangend aan een wolk.

^ Een denken dat zich nergens aan vastklampt.

40. Alleen maar loslaten maakt niemand vrij

Tweeëntwintig leuzen om los te laten.

Meester Meer zegt:

Alleen maar denken maakt niemand vrij.

Alleen maar doen maakt niemand vrij.

Alleen maar oefenen maakt niemand vrij.

Alleen maar bidden maakt niemand vrij.

Alleen maar zitten maakt niemand vrij.

Alleen maar geven maakt niemand vrij.

Alleen maar vergeven maakt niemand vrij.

Alleen maar liefhebben maakt niemand vrij.

Alleen maar verbinden maakt niemand vrij.

Alleen maar zijn maakt niemand vrij.

Alleen maar worden maakt niemand vrij.

Alleen maar vasthouden maakt niemand vrij.

Alleen maar loslaten maakt niemand vrij.

Alleen maar hechten maakt niemand vrij.

Alleen maar onthechten maakt niemand vrij.

Alleen maar aanvaarden maakt niemand vrij.

Alleen maar spreken maakt niemand vrij.

Alleen maar zwijgen maakt niemand vrij.

Alleen maar antwoorden maakt niemand vrij.

Alleen maar vragen maakt niemand vrij.

Alleen maar weten maakt niemand vrij.

Alleen maar niet-weten maakt niemand vrij.

Alleen maar X maakt niemand vrij.

De rest gaat aan je neus voorbij.

Maar wie ben ik, dus voel je vrij.

41. Lever je niet uit aan je gedachten

Ook niet aan deze.

Leerling: Ik wil groots en meeslepend leven!

Meester: Lever je niet uit aan het grote.

Leerling: Het zijn de kleine dingen die het doen!

Meester: Lever je niet uit aan het kleine.

Leerling: Alles mag er zijn!

Meester: Lever je niet uit aan bevestigingen.

Leerling: Alles is leeg!

Meester: Lever je niet uit aan ontkenningen.

Leerling: Alles is...

Meester: Lever je niet uit aan veralgemeniseringen.

Leerling: Ik denk...

Meester: Lever je niet uit aan je gedachten.

Leerling: Lever je niet uit aan je gedachten!

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je daar iets over te zeggen hebt.

Leerling: Lever je niet uit aan de gedachte dat je iets te zeggen hebt!

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je niets te zeggen hebt.

Leerling: Lever je niet uit aan de gedachte dat je niets te zeggen hebt!

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je daar iets over te zeggen hebt.

Leerling: Jezus Christus!

Meester: Lever je niet uit aan de Heer.

Leerling: Godverdomme!

Meester: Lever je niet uit aan de duivel.

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Lever je niet uit aan moedeloosheid.

Leerling: ...

Meester: Lever je niet uit aan de stilte.

Leerling: Denkt u...

Meester: Lever je niet uit aan mij.

Leerling: Lever je niet uit...

Meester: Aan niet-uitleveren.

Leerling: Eh... eh...

Meester: Hèhè.

Lees ook: Vijf lange jaren en verder (in het Witboek voor Zoekers).

42. Niet-weten als surplace

1. Achterlaten

'Wat is niet-weten?'

'Een surplace van je gedachten.'

'Hoe bedoel je?'

'Jij gaat waarheen je wil maar je gedachten blijven thuis.'

'Mooi.'

'Maar ja...'

'Wat?'

'Dat is ook maar een gedachte.'

2. Achterblijven

'Wat is niet-weten?'

'Een surplace van de denker.'

'Hoe bedoel je?'

'Je gedachten gaan waarheen ze willen maar jij blijft thuis.'

'Mooi.'

'Maar ja...'

'Wat?'

'Dat is ook maar een gedachte.'

Iemand die een yoga-oefening doet op het zadel van een rijdende fiets.

^ Niet-weten als surplace.

43. Denken in cirkeltjes over denken in cirkeltjes

Rondedansje voor twee draaikonten.

Leerling: Ik denk nog steeds in cirkeltjes. U niet. Eens zal ik net zo zijn als u. Maar nu nog niet. Ik denk nog steeds in cirkeltjes.

Meester: Ik ook hoor. Eens zul je dat doorhebben. Maar nu nog niet. Nu denk je nog dat je ervan af zult komen. Maar je blijft in cirkeltjes denken. Ik ook hoor.

Leerling: Wat is dan het verschil tussen ons? Want er moet een verschil zijn. Dat weet ik zeker. Er moet een verschil zijn. Wat is dan het verschil tussen ons?

Meester: Jij gelooft nog dat je ervan af zult komen. Ik niet. Jij gelooft nog dat je dan beter af zult zijn. Ik niet. Maar jij wel. Jij gelooft nog dat je ervan af zult komen.

Leerling: Gelooft u dan helemaal niets meer? Dat kan ik niet geloven. U misschien wel. Ik moet het weten. Ik kan het niet geloven. Gelooft u dan helemaal niets meer?

Meester: Zelfs dat geloof ik niet meer. Jij wel. Jij gelooft dat ik helemaal niets meer geloof. Maar ik niet. Zelfs dat geloof ik niet meer.

Leerling: Ik denk nog steeds in cirkeltjes. U niet. Eens zal ik net zo zijn als u. Maar nu nog niet. Ik denk nog steeds in cirkeltjes.

Lees ook: Waarom de mens onophoudelijk rond het niet-weten cirkelt (in het Witboek Soefisme).

44. Als alles toeval is zul je dat nooit weten

Over de noodzaak van toeval.

'Alles is toeval.'

'Deze zin ook?'

'Alles.'

'Hoe weet je dan of hij waar is?'

'Waarom zou hij dan niet waar zijn?'

'Omdat hij dan bij toeval tot stand gekomen is?'

'Daarom kan hij nog wel waar zijn.'

'Dat zou wel heel toevallig zijn.'

'Alles is toeval.'

45. Waarom je in je broekzak past

De magische poncho van Meester Minder.

Leerling: Wat is een syllogisme?

Meester: Een redeneervorm.

Leerling: Geef eens een voorbeeld.

Meester: Alle mensen hebben hersenen, Aristoteles is een mens, dus Aristoteles heeft hersenen.

Leerling: Geen speld tussen te krijgen.

Meester: Gesteld dat alle mensen hersenen hebben.

Leerling: Daar zegt u me wat.

Meester: Het was eerder een vraag.

Leerling: Daar vraagt u me wat.

Meester: Zuiver retorisch natuurlijk.

Leerling: Wie heeft het syllogisme uitgevonden?

Meester: Aristoteles, zeggen ze.

Leerling: Wat had hij ermee voor?

Meester: De geldigheid van redeneringen waarborgen.

Leerling: Knappe kerel.

Meester: Ik pas in mijn poncho, mijn poncho past in mijn broekzak, dus ik pas in mijn broekzak.

46. Het premissenprobleem

Ziende blinder met Meester Minder.

Meester: Wat is logica?

Leerling: Een denkmethode.

Meester: Wat voor een?

Leerling: Een die uit ware premissen ware conclusies afleidt.

Meester: Hm.

Leerling: Wat?

Meester: Waar halen we zo gauw ware premissen vandaan?

Leerling: Geen probleem.

Meester: O, gelukkig.

Leerling: Ware premissen zijn ware conclusies uit eerdere afleidingen.

Meester: Hoe komen die dan aan hun premissen?

Leerling: Uit eerdere afleidingen neem ik aan.

Meester: Eén afleiding moet toch de eerste zijn.

Leerling: Dan zullen we de premissen daarvan zonder bewijs moeten aannemen.

Meester: Hm.

Leerling: Wat?

Meester: Dan staat je hele redenering op losse schroeven.

Leerling: Dan kun je net zo goed meteen de slotconclusie aannemen, wou u zeggen.

Meester: Alleen als je ergens van uit wilt gaan, zou ik zeggen.

Leerling: En als je nergens van uit wilt gaan?

Meester: Dan moet je een methode bedenken die ware premissen afleidt uit ware conclusies.

Leerling: Logisch.

Meester: Maar ja...

Leerling: Wat?

Meester: Waar halen we zo gauw ware conclusies vandaan?

47. Het autorisatieprobleem

Waarom je kunt buigen voor de laagste autoriteit en de hoogste kan barsten.

Vaak proberen mensen hun ideeën, keuzes of gedrag te rechtvaardigen door zich op een autoriteit te beroepen, zoals pappa of mamma, een leraar of meester, een goeroe, een wijze, de bijbel, meneer pastoor, de paus, god, een traditie, een erkend vakman, een specialist, een beroemdheid, de wetenschap.

Dat werkt natuurlijk alleen als de autoriteit waarop je je beroept boven alle twijfel verheven is. Maar hoe weet je dat als je zelf niet over de hoogste autoriteit beschikt?

Om een autoriteit te legitimeren moet je je beroepen op een hogere autoriteit, om een hogere autoriteit te legitimeren moet je je beroepen op een nog hogere autoriteit, enzovoort, helemaal tot aan de hoogste autoriteit.

De hoogste autoriteit hoef je niet te legitimeren, daar is ze de hoogste voor. De hoogste autoriteit kun je niet eens legitimeren, tenminste niet met een beroep op een nog hogere autoriteit, want die bestaat niet.

Dat de hoogste autoriteit het bij het rechte eind heeft moet je daarom zonder enig bewijs aannemen en dat geldt met terugwerkende zwakte voor alle lagere autoriteiten.

Uiteindelijk blijft de oorspronkelijke stelling dus onbewezen.

Droste-effect van iemand die buigt voor een groter iemand die buigt voor een groter iemand...

^ Buigen voor de hoogste autoriteit.

Zie ook: Dienaren (koan 45 van Niet om door te komen! De Poortloze Poort).

Het autorisatieprobleem lijkt op het premissenprobleem (zie boven). Allebei zijn het regressieproblemen. Daar zijn er nog veel meer van, maar ze komen steeds op hetzelfde neer.

Hoe de katholieken het autoriteitsprobleem hebben omzeild kun je lezen op de pagina Kerkorganisatie van de website katholiek.org. Hint: hoeveel treden heeft de trap naar de Oneindige?

Lees ook: Tweeëntwintig regressieproblemen (in het Witboek Niet-Weten.

48. Het trilemma van Agrippa

Van de man die net naast het niet-grijpen greep.

Een keuze uit drie kwaden

Volgens het trilemma van Agrippa moet je bij het rechtvaardigen van een stelling kiezen uit drie kwaden: dogmatisme, een cirkelredenering of een oneindige regressie.

Geen van deze alternatieven biedt houvast, behalve op de wijze van de fantast die zichzelf aan zijn haren uit het moeras trok, de beruchte Baron von Münchhausen. Vandaar dat de trilemma van Agrippa ook wel het Münchhausentrilemma wordt genoemd.

Wie het trilemma volledig onder ogen ziet kan volgens Agrippa alleen maar scepticus zijn. Een andere uitweg is er niet. Ik zal uitleggen waarom. Daarna zal ik uitleggen waarom zijn driestelling drie keer niks is en Agrippa beter Grippa had kunnen heten.

Twee manieren om een stelling te rechtvaardigen

Volgens Agrippa kun je een stelling S eigenlijk maar op twee manieren rechtvaardigen:

1. Door botweg te stellen dat iets nu eenmaal zo is: S want S.

2. Door een beroep te doen op een onderliggende stelling, S', waaruit S langs logische weg wordt afgeleid.

S want S

Te zeggen dat iets nu eenmaal zo is heet dogmatisme.

Een bewering in de vorm S want S heet een tautologie.

Bij gebrek aan beter doet de dogmaticus daarbij graag een beroep op het gezond verstand. S heet dan evident, zonneklaar, onbetwistbaar te zijn. Rationalisten zoals Leibniz en Descartes deden voortdurend een beroep op klaarblijkelijkheid om de gaten in hun betoog te overbruggen, de bruggetjes in hun betoog te verbloemen.

Ze schoten er niets mee op. Evident of niet, een onberedeneerde stelling is en blijft een dogma.

Lees ook: Niet-weten is geen dogma (in het Witboek Niet-Weten).

S want S'

Wie een beroep doet op een onderliggende stelling S', verschuift het probleem.

Gevraagd naar een rechtvaardiging van S' zal hij zich moeten beroepen op een onderliggende stelling S'', enzovoort.

Deze terugschrijdende beweging heet regressie, en die kan eindig, circulair of oneindig zijn.

Eindige regressie

Een eindige regressie bestaat uit een beperkt aantal stellingen, waarvan de onderste/eerste alle andere draagt terwijl ze zelf ongerechtvaardigd blijft.

Iemand die gelooft dat het stapsgewijs terugvoeren van een stelling op een onbetwijfelbaar uitgangspunt voldoende rechtvaardiging biedt, heet in het Engels een foundationalist – een aanhanger van het foundationalisme.*

* De filosoof Maarten Boudry stelt voor om zo iemand een fundamentist te noemen, een aanhanger van het fundamentisme – niet te verwarren met fundamentalisme.

Zelfevidentie (S want S) kun je opvatten als de kortst denkbare eindige regressie.

Circulaire regressie

Wanneer je achteruit redenerend een stelling hergebruikt, is er sprake van een cirkelredenering.

Iemand die gelooft dat de hechte, circulaire samenhang van een groep uitspraken voldoende rechtvaardiging biedt voor iedere uitspraak afzonderlijk, heet een coherentist – een aanhanger van het coherentisme.

Zelfevidentie (S want S) kun je opvatten als de kleinst mogelijke cirkelredenering.

Oneindige regressie

Als je almaar achteruit blijft redeneren, ontstaat er – in theorie – een oneindige regressie.

Iemand die gelooft dat een in theorie oneindige regressie voldoende rechtvaardiging biedt voor iedere afzonderlijke stelling, heet een infinitist – een aanhanger van het infinitisme.

Niet-weten

De uitweg uit het zoeken naar een uitweg.

Als stellingen inderdaad op geen enkele wijze te rechtvaardigen zijn, zoals Agrippa claimt, geldt dat natuurlijk ook voor zijn eigen stelling. Wie het trilemma van Agrippa volledig onder ogen ziet moet het wel afwijzen. Een andere uitweg is er niet. Wie het toch aanvaardt mag zichzelf Grippa noemen maar geen Agrippa.

Tja, dat komt er nu van als je je aan je haren uit het moeras trekt. Voor je het weet heb je jezelf gescalpeerd en zie dan maar aan een toupetje te komen. Agrippa's driestelling is een suïcidisme.*

* Suïcidisme: uitspraak die zichzelf ontkracht; synoniem: zelfmoordenaar.

Zelfs wanneer het trilemma van Agrippa volgens een of andere logica toch te rechtvaardigen zou zijn, hoef je je daarom nog niet tot het scepticisme te bekeren. Ik tenminste niet.

Wie niet weet heeft geen boodschap aan welke logica ook. Het staat hem vrij om er aanspraak op te maken, erin mee te gaan, ertegenin te gaan, ermee te spelen, ermee te spotten, op een alternatieve logica over te schakelen of er zonder meer van weg te lopen.

Een agnost raakt daarom nooit gevangen in redeneringen, niet in die van anderen, niet in die van hemzelf. Hij hoeft er dus ook niet uit bevrijd te worden.

Een agnost heeft geen uitweg nodig. Agnose is de uitweg.

Stier met drie hoorns en op elke hoornpunt een rode clownsneus.

^ Taurus tribus cornibus met drie fopneuzen.

Lees ook: Niet-weten is geen scepticisme (in het Witboek Niet-Weten.

49. Er zit een gat in mijn emmer

Het lied van de eeuwige leegte alias Het eeuwige lied van de leegte alias Het lege lied van de eeuwigheid.

Vicieuze cirkels en regressies – je vindt ze overal. Hieronder een Duits kringlied van 17 strofen uit 1700, misschien ken je het al...

Er zit een gat in mijn emmer, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth
Een gat in mijn emmer, mijn Liesbeth, een gat.

Een gat kun je dichten, mijn Hendrik, mijn Hendrik
Een gat kun je dichten, mijn Hendrik, dat stopt.

Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth
Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, waarmee.

Met zeildoek, mijn Hendrik, mijn Hendrik, mijn Hendrik
Met zeildoek, mijn Hendrik, mijn Hendrik, met doek.

Het zeil is te groot joh, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth
Het zeil is te groot hè, mijn Liesbeth, te groot.

Dan maak je het kleiner, mijn Hendrik, mijn Hendrik
Dan maak je het kleiner, zo klein als je wilt.

Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth
Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, waarmee.

Een knipschaar, mijn Hendrik, mijn Hendrik
Een knipschaar, mijn Hendrik, een schaar.

De schaar is te bot, joh, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth
De schaar is te bot, hè, mijn Liesbeth, te bot.

Dan moet je hem slijpen, mijn Hendrik, mijn Hendrik
Dan moet je hem slijpen, mijn Hendrik, dat scherpt.

Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth
Waarmee dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, waarmee.

Een wetsteen, mijn Hendrik, mijn Hendrik, mijn Hendrik
Een wetsteen, mijn Hendrik, mijn Hendrik, een steen.

De steen is wat droogjes, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth
De steen is wat droogjes, mijn Liesbeth, wat droog.

Dan haal je wat water, mijn Hendrik, mijn Hendrik
Dan haal je wat water en maak je hem nat.

Waarin dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth
Waarin dan, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth, waarin.

Een emmer, mijn Hendrik, mijn Hendrik, mijn Hendrik
Een emmer, mijn Hendrik, mijn Hendrik, een puts.

Er zit een gat in mijn emmer, mijn Liesbeth, mijn Liesbeth
Een gat in mijn emmer, mijn Liesbeth, een gat.

Bron: Ein Loch ist im Eimer (in het Liederbuch van Wikibooks); vrij vertaald door Hans van Dam.

Boer met zijn gat in een emmer.

^ Een gat in mijn emmer.

Zelf heb ik heel wat dwaalteksten geschreven die eindigen waar ze begonnen. Kettinggedichtjes, kettingliedjes, kettinggesprekken. De Agnosereeks staat er vol mee.

50. Het probleem met het regressieprobleem

Terug naar waar geen verder of terug is.

De directe oorzaak en de indirecte oorzaak

Als je de directe oorzaak van een gebeurtenis ontdekt, weet je wel iets maar niet veel. Want wat is de oorzaak van de oorzaak – de indirecte oorzaak van de gebeurtenis? Wat is de oorzaak van de indirecte oorzaak enzovoort?

Hoe ver moet je terug voor je kunt zeggen dat je de hele oorzaak in kaart hebt gebracht? Is er een eerste oorzaak? Zijn er meerdere, vele of talloze eerste oorzaken, draagt het hele universum op een of andere manier bij aan iedere individuele gebeurtenis?

Deze netelige kwestie wordt in de filosofie het regressieprobleem genoemd. Aristoteles maakte zich er al druk om in de vierde eeuw voor Christus en hij was vast niet de eerste.

Hierboven zagen we twee soortgelijke problemen: het premissenprobleem en het autorisatieprobleem. Daarvóór maakten we ook al kennis met het fenomeen (maar nog niet met het begrip 'regressieprobleem') in Woorden zijn woordenboeken, Gedachten zijn gedachtewerelden, Betekenissen zijn betekenisvelden en Stellingen zijn veronderstellingen.

Regressie naar achterliggende oorzaken zou je het causaliteitsprobleem kunnen noemen, regressie naar onderliggende betekenissen het betekenisprobleem, regressie naar de diepere zin van het leven het zingevingsprobleem.

Zelfbevlekking van de doorgeslagen rede

In de godsdiensten treedt het regressieprobleem op in de gestalte van het scheppingsprobleem. God heeft alles gemaakt, maar wie heeft God gemaakt? God heeft alles in beweging gezet, maar wie heeft God in beweging gezet?

Het standaard antwoord luidt dat God de ongeschapen schepper is, de onbewogen beweger. Deze gedachtesprong voorkomt een oneindige regressie van steeds machtiger goden, die geen begin heeft en dus geen benoembare of aanwijsbare almachtige kent. Gelukkig maar: wie van deze naamloze reeks zonder begin zouden we in godsnaam moeten aanbidden?

Een variatie op het antwoord dat God zelf de eerste oorzaak en ongeschapen schepper is, vinden we bij de filosoof-mysticus Spinoza (1632-1677). Die stelde dat God het geheel is, schepper inclusief schepping, en dat het geheel zijn eigen oorzaak is en moet zijn, anders was het niet het geheel.

Daarmee loste Spinoza meteen een voorwaartse regressie op, namelijk de teleologische: wat is het doel van alles en wat is het doel van dat doel enzovoort? Die zou je het progressieprobleem kunnen noemen. Het geheel kan natuurlijk alleen zichzelf als doel hebben, anders was het niet het geheel.

Zo is het monisme van Spinoza oorzakelijkheidsleer en bestemmingsleer ineen, en zijn z'n aanhangers van voor hun geboorte tot na hun dood onder de pannen.

Sommige mensen nemen genoegen met dit soort antwoorden, anderen niet. Ik behoor tot de laatsten. Mij lijkt het lenzenslijperij – zelfbevlekking van de doorgeslagen rede.

Duizendmaal liever kijk ik met het blote oog in het onpeilbare gat van de melkweg dan door een telescoop naar het plafond van andermans verbeelding.

Wat zijn jouw gedachten over mijn gedachten over Spinoza's gedachten over Aristoteles' gedachten over het regressieprobleem?

Een oplossing die bruist en borrelt

Nooit ben ik een oplossing van het regressieprobleem tegengekomen, voorwaarts of achterwaarts, die mij bevredigde. Zelf heb ik er ook geen kunnen verzinnen.

Is er eigenlijk wel een probleem of is het een artefact van de gebruikte begrippen of van onuitgesproken en onbewezen aannames?

Bijvoorbeeld van de aanname dat alles een oorzaak en een doel heeft. Is dat wel zo?

Of van de aanname dat er een ononderbroken keten van oorzaken of doelen moet zijn van het eerste begin tot het laatste eind. Is dat wel zo?

Of van de aanname dat niet alles met alles samenhangt maar slechts een beperkt en identificeerbaar deel met een ander beperkt en identificeerbaar deel. Is dat wel zo?

Bestaan oorzaken en doelen echt of zijn het maar categorieën van het verstand? Of is dat weer zo'n gedachte uit het mislukte denken van Immanuel Kant?

Ik weet het niet, minder dan ooit, en uiteindelijk ben ik dat maar de oplossing gaan noemen. Het probleem is in mij opgelost als een lijk in zoutzuur. Ikzelf ben de oplossing, zie mij eens bruisen, hoor mij eens borrelen – ik stroom zowat over!*

* Tip: Van niet-weten wil ik zingen! (in het Witboek Niet-Weten).

Breken tot je gebroken bent

Mijn oplossing is natuurlijk niet overdraagbaar, ook niet buiten de geschriften om. Je zult je eigen zoutzuur moeten brouwen, je eigen gedachten moeten ontbinden.

Niemand kan het voor je doen, niemand kan het van je overnemen, misschien jijzelf niet eens. Is oplossen iets wat je doet of wat je overkomt? Ik heb geen idee.

Geen idee meer hebben, toegeven dat je het niet weet, ontdekken dat je het niet hoeft te weten, als er al iets wezenlijk te weten valt, uitkomen voor je onwetendheid – agnose is zo eenvoudig.

Je breekt niet in, je breekt niet door, je breekt weg tot je eruit bent. Je breekt uit tot je gebroken bent.

Zonder plafond ga je lichter en luchtiger door het leven.

Verder verder, of verder terug, naar ik weet niet waar geen verder of terug is.

51. Waarom vrouwen nooit zwanger worden

Voorspellen voor beginners.

Inductie is de tegenhanger van deductie.

Deductie is een mooi woord voor afleiden, redeneren van het algemene naar het bijzondere:

'Alle deducties zijn waar, dit is een deductie, dus dit is waar.'

Inductie is een mooi woord voor generaliseren, redeneren van het bijzondere naar het bijzondere:

'Gisteren kwam de zon op, vandaag kwam de zon op, dus morgen komt de zon op.'

Of van het bijzondere naar het algemene:

'Gisteren kwam de zon op, vandaag kwam de zon op, dus iedere dag komt de zon op.'

Leuk bedacht, maar niet altijd waar, vraag maar aan een astronaut.

'Gisteren was ik niet zwanger, vandaag ben ik niet zwanger, dus morgen zal ik niet zwanger zijn.'

Schijnt te kloppen voor mannen, kinderen en bejaarden.

'Deze zwaan is wit, die zwaan is wit, dus alle zwanen zijn wit.'

Die vlieger gaat niet op, ondanks zijn machtige vleugels, want er zijn ook zwarte zwanen, al zie je ze niet vaak.

Bovendien weet je nooit of de volgende zwaan die uit het ei kruipt niet een blauwe of roze mutant zal zijn.

En misschien zwemmen er al jaren bonte zwanen rond in Tsjernobyl of gouden zwanen op een verre planeet, weet jij veel.

52. Waarom alle Marokkanen aardig zijn

Een feit komt nooit alleen.

Grenzeloos generaliseren is het lot van alle levende wezens, neem alleen al dit zinnetje.

Daarom wordt een eend onweerstaanbaar aangetrokken door een lokeend, een mot door een kaarsvlam en jij, beste lezer, door een boek over verlichting alsof het lichtgevend is en jij de beste lezer bent.

Hoe intelligenter het beest hoe wilder de geest, neem alleen al dit zinnetje.

Voor ongebreideld wilddenken kun je altijd bij de mens terecht, neem alleen al dit zinnetje.

Of anders deze zinnetjes:

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle Marokkanen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle gastarbeiders zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle allochtonen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle woestijnbewoners zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle Arabieren zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle Noord-Afrikanen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle moslims zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle buurmannen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle buren zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle mannen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle mensen zijn aardig.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle aardige buren zijn Marokkaan.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle aardige mensen zijn Marokkaan.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle aardige Marokkanen zijn buren.

Mijn buurman is Marokkaan, hij is aardig, dus alle Marokkanen dragen een muts.

Je ziet, er valt best wat te leren van Marokkanen, als je maar wilt.

Er valt ook best wat te leren van andere arbeiders. Horloges werden gemaakt door horlogemakers, dus de wereld werd gemaakt door een wereldmaker. Zijn naam is God en Hij is de enige die weet hoe laat het is.

Inductie, generalisatie, associatie, wilddenken of hoe je het ook noemt – je doet er niets tegen. Ik tenminste niet.

Een feit komt nooit alleen, wordt altijd meteen ingepast in een theorietje, neem alleen al dit feit.

Conclusies worden sneller getrokken dan jij je kunt terugtrekken, neem alleen al deze conclusie.

Inductie is bij mijn weten op geen enkele wijze logisch te rechtvaardigen, behalve inductief:

Gisteren werkte het, vandaag werkt het, dus het werkt.

Lokeend bij brandende kaars.

^ Kaars aangetrokken door lokeend.

53. Waarom de wet van toereikende grond ontoereikend is

Is alles verklaarbaar?

Beste Hans,

Je schrijft dat inductief redeneren op geen enkele manier logisch te rechtvaardigen is. Dan heb je zeker nog nooit van de wet van toereikende grond gehoord.

Beste Ted,

Ik schrijf dat inductief redeneren voor zover ik weet niet logisch te rechtvaardigen is. Dat het onmogelijk is weet ik niet, al heb ik nog nooit een overtuigende rechtvaardiging gezien. Jij wel, zo te horen?

Ted: Inderdaad – de wet van toereikende grond.

Hans: De wat?

Ted: De wet. Alles heeft een oorzaak, dus alles is verklaarbaar.

Hans: O ja?

Ted: Als dat geen basis voor inductie is...

Hans: Dat is het, maar hoe weet je dat alles een oorzaak heeft? En hoe weet je dat alles wat een oorzaak heeft verklaarbaar is?

Ted: Anders zouden we nooit inductief kunnen redeneren.

Hans: Meen je dat nou?

Ted: Wat?

Hans: De wet van toereikende grond is geldig, anders zouden we nooit inductief kunnen redeneren, en we kunnen inductief redeneren, anders zou de wet van toereikende grond ongeldig zijn?

Ted: Klopt als een bus.

Hans: Klopt als een cirkelredenering.

Ted: Als het maar klopt.

Hans: Zei de deur tegen het hart.

Ted: Ik zou niet weten hoe ik het anders moest rechtvaardigen.

Hans: Nou, ik ook niet.

54. Waarom de wet van non-contradictie onwettig is

Tussen waar en onwaar vind je de deur naar non-dualiteit.

'Ken jij de wet van non-contradictie, Hans?'

'Een stelling kan niet tegelijk waar en onwaar zijn.'

'Precies.'

'Geef eens een voorbeeld.'

'De zon kan niet tegelijk op en onder zijn.'

'Dat zou een wet zijn?'

'Volgens mijn logicaboek wel.'

'Staat er een bewijs bij?'

'Nee.'

'Weet je hoe dat komt?'

'Nou?'

'Doordat het geen wet is.'

'Wat is het dan wel?'

'Een postulaat.'

'Een wat?'

'Iets wat je veronderstelt omdat er anders niet te redeneren valt.'

'O.'

'Bedenk eens een redenering op grond van de wet van non-contradictie.'

'De zon kan niet tegelijk op en onder zijn, de zon is op, daarom is de zon niet onder.'

'Aangenomen dat de wet van non-contradictie van toepassing is.'

'Die is altijd van toepassing, Hans.'

'Spruitjes zijn lekker en vies.'

'Dat is een kwestie van smaak.'

'Landbouwgif is nuttig en schadelijk.'

'Meningen verschillen.'

'Een zakdoek voor een mens is een laken voor een kabouter.'

'Grootte is relatief.'

'Kanker is slecht voor de patiënt en goed voor het ziekenhuis.'

'Dat is appels met peren vergelijken.'

'Als de zon halverwege de kim staat is hij op en onder.'

'Dat is een kwestie van definitie.'

'Als de zon achter de horizon is verdwenen, zien we hem door het lenseffect van de lucht toch nog aan de horizon staan.'

'Dat is een optische illusie.'

'Geef dan eens een ondubbelzinnig voorbeeld.'

'Iets kan niet tegelijk hier en daar zijn.'

'Je hoofd is hier, je hand is daar dus je lichaam is hier en daar.'

'Ik kom heus wel op een goed voorbeeld.'

'Je komt erop of je komt er niet op.'

'Ik kom erop terug.'

'Blijf je erbij dat de wet van non-contradictie altijd van toepassing is?'

'Niet altijd.'

'Dan is het geen wet.'

'Wat is het alternatief?'

'Geen idee. De wet van contradictie?'

Lees ook: De Vimalakīrtisoetra: 33 deuren naar non-dualiteit (in het Witboek Advaita).

55. Waarom de wet van de uitgesloten derde niets uitsluit

De logica van de onlogica en de wet van de wetteloosheid.

Volgens de wet van de uitgesloten derde is iets altijd waar of onwaar.

Als dat altijd waar of altijd onwaar was zou de wereld lekker overzichtelijk zijn, maar de wet van de uitgesloten derde is niet eens van toepassing op de wet van de uitgesloten derde, dus dat kun je wel vergeten.

De wet van de uitgesloten derde is namelijk alleen geldig binnen een tweewaardige logica die de wet van de uitgesloten derde als uitgangspunt neemt. Dan is hij formeel waar, per definitie, tautologisch, binnen het systeem, als een afgedwongen dualisme.

In een driewaardige logica is de wet van de uitgesloten derde onwaar. In een vier- of meerwaardige logica, in fuzzy logica, in modale logica, in preferentiële logica en in paraconsistente logica ook. Allemaal per definitie.

In spreektaallogica heerst geen enkele logica. Daar heerst de logica van de onlogica, de wet van de wetteloosheid.

In het dagelijks leven weet je het nooit met die wet of met welke wet ook. Wat dacht je dan. Waarom zou iets niet half waar kunnen zijn. Min of meer waar. Nu eens waar en dan weer onwaar. Waar voor mij en onwaar voor jou. Onbepaald. Onbepaalbaar. Waar noch onwaar. Waar en onwaar in verschillende opzichten. Waar en onwaar in hetzelfde opzicht. Voorbij waarheid en onwaarheid.

Met behulp van welke logica wou je vaststellen welke logica wanneer van toepassing is? Is dat wel een kwestie van logica? En is het wel een kwestie?

56. Waarom ik zo weinig categoriefouten maak

Ik ben niet zo'n ster, of het moet een donkere zijn.

Wat is een categoriefout?

Een categoriefout is een denkfout waarbij je twee categorisch verschillende betekenissen van een woord met elkaar verwart.

Zo kun je je aan de universiteit (als gebouw) niet inschrijven en kun je de universiteit (als instelling) niet schilderen.

Mannetje onder een lantaarnpaal dat met een kwast op een stok een sterrenhemel staat te verven.

^ Categoriefout.

Veelgemaakte categoriefouten zijn...

Verdinging (reïficatie): een idee aanzien voor een ding.

Vergoddelijking (deïficatie): een idee, mens, dier of ding aanzien voor (een) god.

Verpersoonlijking (personificatie): menselijke gevoelens, gedachten of eigenschappen toeschrijven aan een idee, dier, ding of god.

Vereeuwiging (eternalisme): iets tijdelijks aanzien voor iets eeuwigs.

Verabsolutering: iets afhankelijks aanzien voor iets onafhankelijks.

Essentialisme: de verschijningsvorm aanzien voor het wezen, of contingente eigenschappen voor noodzakelijke.

Analytische wijsbegeerte

Volgens de Britse filosoof Gilbert Ryle berust het idee van de geest, en daarmee het hele cartesiaanse dualisme, op een simpele categoriefout. De geest zou een wijze van spreken zijn, geen substantie.

Ryle staat in de traditie van de analytische wijsbegeerte uit de vorige eeuw, die alle filosofische vraagstukken probeerde te herleiden tot categoriefouten.

De analytische wijsbegeerte kun je zien als een (post)moderne reïncarnatie van het middeleeuwse nominalisme, dat woorden beschouwde als abstracties zonder tegenhanger in de werkelijkheid.

Ik heb me in mijn jonge jaren zowel in het nominalisme als in de analytische wijsbegeerte verdiept en sta er persoonlijk voor in dat ze elk op hun eigen manier een beetje geest-dodend en behoorlijk geestdodend zijn.

Net zo geest-dodend en geestdodend als de Diamantsoetra, die analytisch-wijsgerig avant-la-lettre was.

Net zo geest-dodend en geestdodend als de zenkoan. Heeft een hond de boeddhanatuur? Zes jaar lang dag en nacht nergens anders aan denken, stel je dat eens voor. Verlichting als burn-out.

Tegenhangers

Natuurlijk wordt ook het niet-weten regelmatig gereïfieerd, gedeïfieerd en gepersonifieerd. Geef niets een naam, of zeg dat het geen naam mag hebben, en het wordt iets. Blijkt het ineens eeuwige wijsheid te wezen, absolute waarheid, alomvattende eenheid, universele liefde, het ware zelf.

Of er zoiets is als eeuwige wijsheid enzovoort – ik weet het niet, anders zou ik geen weetniet zijn.

Wat de taak van de wijsbegeerte is – ik weet het niet, anders zou ik geen weetniet zijn.

Of woorden abstracties zonder tegenhanger in de werkelijkheid zijn – ik weet het niet, anders zou ik geen weetniet zijn.

Wat niet-weten is en of ik een weetniet ben – ik weet het niet, anders zou ik geen weetniet zijn.

Je ziet, ik ben niet zo'n ster in categorisch denken, of het moet een donkere zijn.

Vandaar wel licht dat ik zo weinig categoriefouten maak.

57. Extase is uit je gedachten treden

Waarom ik allemaal van die non-antwoorden geef.

'Ben jij bekend met extase, Hans?'

'Huh?'

'Niet dus.'

'Wat is extase?'

'Geestesvervoering.'

'Aha.'

'En?'

'Ik zou best willen...'

'Maar?'

'Waar haal ik zo gauw een geest vandaan?'

'Uit jezelf treden, bedoel ik.'

'Aha.'

'En?'

'Ik zou best willen...'

'Maar?'

'Waar haal ik zo gauw een zelf vandaan?'

'Wou jij beweren dat je geen zelf hebt?'

'Ik zou best willen...'

'Maar?'

'Wie zou dat dan moeten doen?'

'Waarom geef jij allemaal van die non-antwoorden?'

'Om jou uit je gedachten te doen treden?'

58. Woorden zijn ook dingen

Het masker van het ongedifferentieerde zijn.

'Je praat teveel, Hans.'

'Wat zeg je?'

'Blablabla.'

'Heb jij iets tegen woorden?'

'Woorden maskeren het ongedifferentieerde zijn.'

'Sorry, dat wist ik niet.'

'Ze zijn niet echt.'

'Echt niet?'

'Woorden zijn hokjes waar niets in past.'

'Is woord ook zo'n hokje?'

'Hè?'

'En hokje en passen en echt?'

'Eh...'

'En ongedifferentieerd en zijn en maskeren?'

'Maar dingen zijn geen woorden.'

'Sommige dingen wel.'

'Welke bijvoorbeeld?'

'Woorden bijvoorbeeld.'

'Woorden zijn ook dingen?'

'Gesproken woorden, gezongen woorden, geschreven woorden, gedrukte woorden, gestanste woorden, uitgehakte woorden, geprojecteerde woorden, gedachte woorden...'

'Daar was ik nou nooit opgekomen.'

'Waarop niet?'

'Dat woorden ook deel uitmaken van het ongedifferentieerde zijn.'

'Blablabla.'

59. Denken is vereenvoudigen, of is dat te simpel gedacht?

Tweeëntwintig karikaturen van de werkelijkheid.

Denken is vereenvoudigen, beweerde ik in de slotparagraaf van De monist.

'Denken is vereenvoudigen' is daar een goed voorbeeld van.

Alsof het denken niet net zo goed versiert, verheelt, bespeelt, verbeeldt, verdeelt, verstiert.

Denken is echt niet altijd vereenvoudigen. Maar voor zover het vereenvoudigt, schept het duidelijkheid door overeenkomsten te benadrukken en verschillen weg te laten.

'Voor zover het denken vereenvoudigt, schept het duidelijkheid door overeenkomsten te benadrukken en verschillen weg te laten' is opnieuw een voorbeeld van vereenvoudigend denken.

Alsof het denken niet net zo goed vereenvoudigt door overbodige begrippen weg te snijden (het scheermes van Occam), drogredenen te ontmaskeren (argumentatieleer), verbanden te leggen of te verbreken, onderscheidingen aan te brengen of op te heffen et cetera.

Laat ik me verder niet verliezen in algemeenheden over het denken, die ik toch weer terug moet nemen, maar gewoon wat voorbeelden geven van simplistische gedachten:

'Vluchtelingen pikken onze banen in.'

'Niemand laat zijn eigen kind alleen.'

'Zigeuners zijn dieven.'

'Iedereen wil gelukkig zijn.'

'Alle mannen lopen hun lul achterna.'

'Zalig zijn de armen van geest.'

'Mensen zijn in wezen goed.'

'Alle mensen zijn egoïsten.'

'Psychiatrie is biologie.'

'Het is altijd nu.'

'Alles is bewustzijn.'

'Alles is één.'

'Je mag niet liegen.'

'De mens wikt en God beschikt.'

'Religie is verlakkerij.'

'We maken de hele aarde kapot.'

'Corona is nog maar het begin.'

'Dit is het einde.'

'Lijden is een keuze.'

'Vrije wil is een illusie.'

'Ben je niet voor ons dan ben je tegen ons.'

Denken mag dan meer zijn dan vereenvoudigen, het heeft beslist de neiging een karikatuur van de werkelijkheid te maken.

Neem alleen al deze karikatuur van het denken.

Lees ook: Kill your darlings (in het Witboek Niet-Weten).

60. Niet-weten als autoclasme

De tegenbeweging van alle bewegingen en tegenbewegingen.

Iconoclasme (Grieks, eikoon, beeld + klaein, breken) is van alle tijden. Religies lokken tegenbewegingen uit. Terwijl het geloof verhardt en verstart, ontstaat het verlangen om terug te keren naar vroeger.

Het orthodoxe christendom inspireerde tot de mystiek.

Het orthodoxe katholicisme inspireerde tot de reformatie, het calvinisme en het quakerisme.

De orthodoxe islam inspireerde tot het soefisme.

Het orthodoxe jodendom inspireerde tot het chassidisme.

Het orthodoxe boeddhisme inspireerde tot zen en dzogchen.

Het orthodoxe hindoeïsme inspireerde tot advaita vedanta en dat weer tot neo-advaita.

Niet-weten is ook een soort iconoclasme, alleen richt het zich niet tegen een specifieke traditie maar tegen alle. Of liever, tegen geen van alle, want het is niet naar buiten gericht, maar naar binnen. Niet-weten is een autoclasme (Grieks, auto, zelf).

Autoclasme staat voor de tegenbeweging van alle bewegingen en tegenbewegingen, waaronder niet-weten, die niet-weten heet.

Inderdaad, een paradoxale definitie, die zichzelf ('auto') meteen afbreekt ('clasme').

Niet-weten vreet je eigen denk-beelden aan – ideeën, helden, standpunten, theorieën, overtuigingen, idealen – zonder zich om die van de buitenwereld te bekommeren. Totdat het zelfs het onderscheid tussen binnen en buiten vernietigt.

Als uiteindelijk ook het onderscheid tussen weten en niet-weten ten prooi valt aan deze onverzadigbare veelvraat, is alles gewoon weer bij het oude. Maar wat was eigenlijk het oude, en wat is nog gewoon?

Lees ook: De macht van niet-weten (in het Witboek Niet-Weten).

Silhouet van iemand die een beeld van zichzelf omtrekt.

^ Niet-weten als autoclasme.

61. Bewijzen voor het ongerijmde

'Quot erat demonstrandum' is Latijn voor 'wat te bewijzen was'. Je ziet het vaak als acroniem (Q.E.D.) of als dus-teken (∴) onder wiskundige en logische bewijzen staan.

In de wiskunde betekent bewijzen: afleiden uit onbewezen axioma's volgens afleidingsregels die niet uit de wiskunde zelf zijn af te leiden. Per definitie, want de afleidingsregels worden tot de logica gerekend. Zo gezien is wiskunde een luchtkasteel.

Omdat mensen met hoogtevrees liever op de grond wonen dan in de wolken, hebben ze geprobeerd om de wiskunde op de logica te baseren – razend knappe koppen als Bertrand Russell en Alfred North Whitehead in de jaren nul van de vorige eeuw.

In de logica betekent bewijzen: afleiden uit onbewezen postulaten volgens wetten die niet uit de logica zelf zijn af te leiden. Dat laatste heeft de nog knappere kop Kurt Gödel bewezen in de jaren dertig van de vorige eeuw. Met een reductio ad absurdum, een bewijs uit het ongerijmde – ja, waaruit anders. Logica is een luchtkasteel.

Diezelfde Kurt Gödel wist ook nog te bewijzen dat God, gedefinieerd als het grootst denkbare wezen, werkelijk bestaat, want als Hij alleen in onze gedachten zou bestaan was er een grotere God denkbaar.* Waarmee meteen is aangetoond dat ook de knapste koppen zomaar kunnen knappen.

* Verder lezen: Gödel's ontological proof (in de Engelstalige Wikipedia).

Dat wiskunde en logica in de lucht hangen betekent nog niet dat ze onwaar of nutteloos zijn. Hun bruikbaarheid is in de praktijk afdoende bewezen, onder meer in de wiskundige natuurkunde en in de technische natuurkunde.

Bovendien is zuivere wiskunde net als zuivere logica een (h)eerlijk spel. Dat hoeft niemand te bewijzen; luchtkastelen hebben geen fundering nodig.

Dus.

Luchtkasteel getekend als meetkundig figuur.

^ Een (h)eerlijk spel.

Lees ook: Niet-weten als taalspel (in het Witboek Niet-Weten).

62. Is verlossing het einde van alle denken?

'Verlossing is het einde van alle denken, Hans.'

'Zou je denken?'

'Dat beweert mijn zenleraar, Nico Tydeman, tenminste.'*

* In Transmissie en Transcendentie (p 246): "Bevrijding komt niet van het denken. Verlossing is het einde van alle denken."

'Man, wat kan die denken.'

'Hij heeft het ook maar van Nagarjuna.'

'Man, wat kon die denken.'

'Kon ik maar zo denken.'

'Denk jij dan nog steeds?'

'Ik denk me rot, Hans.'

'Dan ben je nog niet verlost.'

'Wat weet jij daarvan?'

'Verlossing is het einde van alle denken, zei je toch?'

'Ben jij al helemaal uitgedacht?'

'Ik kan wel zoveel denken.'

'Is dat een bevestiging of een ontkenning?'

'Ik moet er niet aan denken.'

Mediterende monnik zonder hoofd op een zitkussen van hersenen.

^ Het einde van alle denken.

63. Denken zoals je speelt

'Je moet denken zoals architecten bouwen, Hans, niet zoals je domino speelt.'

'Schopenhauer?'

'Betrapt.'

'Daar komen dikke boeken van.'

'Die Welt als Wille und Vorstellung.'

'Niet om door te komen.'

'Wat zou jij zeggen?'

'Je moet denken zoals je domino speelt, niet zoals architecten denken.'

'Wat komen daar voor boeken van?'

'Lege.'

Lees ook: Het lege boek en Het boek zonder antwoorden (beide in het Witboek Niet-Weten).

Rijtje als dominostenen omvallende boeken waarvan de voorste het Witboek Niet-Weten is.

^ Denken zoals je domino speelt.

64. De nevermind van Meester Minder

Leerling: Ik heb me ten doel gesteld de mind te overwinnen.

Meester: De wat?

Leerling: Het denken, het verstand, de rede, de ratio, de geest.

Meester: De mind moet overwonnen worden?

Leerling: Dat zeg ik.

Meester: Door wie?

Leerling: Door mij natuurlijk.

Meester: Waarmee?

Leerling: Het hart natuurlijk.

Meester: Waarom?

Leerling: Omdat het denken de bron is van alle kwaad.

Meester: Wie zegt dat?

Leerling: Nou?

Meester: Raad eens.

Leerling: Eh... het denken?

Meester: Zou je denken?

Leerling: Bedoelt u dat het denken niet overwonnen hoeft te worden?

Meester: Misschien hoeft het alleen maar tot de orde geroepen te worden.

Leerling: Meer niet?

Meester: Of misschien roept het zichzelf wel tot de orde.

Leerling: En als het zichzelf eenmaal tot de orde geroepen heeft?

Meester: Dan verzint het wel weer wat nieuws.

Leerling: En dan?

Meester: Roept het zichzelf wel weer tot de orde.

Leerling: En dan?

Meester: Verzint het wel weer wat nieuws.

Leerling: En dan?

Meester: Roept het zichzelf wel weer tot de orde.

Leerling: En dan verzint het wel weer wat nieuws, zeker.

Meester: Het krijgt er nooit genoeg van.

Leerling: Wat is mijn rol in dit geheel?

Meester: Wie zegt dat jij er een rol in hebt?

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Dat zou je wel willen, hè?

Leerling: Rustig toekijken is niets voor mij.

Meester: Dan kijk je toch onrustig toe.

Leerling: Dat is nog erger.

Meester: Dan kijk je toch lekker weg.

Leerling: Ik peins er niet over.

Meester: Dan peins je toch ergens anders over.

Leerling: Mij niet gezien.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Ik heb me ten doel gesteld de mind te overwinnen.

Meester: De wat?

65. Hoe je aan andermans gedachtestroom ontsnapt

Leren zwemmen met Meister Ecksit.

Leerling: Hoe ontsnap ik aan mijn gedachtestroom?

Meester: Waar is je vorige gedachte?

Leerling: Die is al weg.

Meester: Waar is je volgende gedachte?

Leerling: Die moet nog komen.

Meester: Welke gedachte heb je nu?

Leerling: Deze.

Meester: Hoe weet je dan dat er sprake is van een stroom?

Leerling: Omdat ik me mijn vorige gedachten herinner.

Meester: Hoe weet je dat die herinnering meer is dan een gedachte nu?

Leerling: ...

Meester: Zo ontsnap je aan je gedachtestroom.

Leerling: Dus u gelooft dat de gedachtestroom een illusie is?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Dus u gelooft dat de gedachtestroom reëel is?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Gelooft u dan dat de gedachtestroom zowel reëel als illusoir is?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Gelooft u dan dat de gedachtestroom noch reëel noch illusoir is?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom zeg u steeds 'natuurlijk niet'?

Meester: Zo ontsnap ik aan mijn gedachtestroom.

Leerling: Hoe is het als je aan je gedachtestroom ontsnapt bent?

Meester: Vraag dat maar aan iemand die aan zijn gedachtestroom ontsnapt is.

Leerling: Bent u niet zo iemand?

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Waarom zegt u dan steeds 'zo ontsnap ik aan mijn gedachtestroom'?

Meester: Zo ontsnap ik aan mijn gedachtestroom.

Leerling: Tja.

Meester: En anders wel aan de jouwe.

66. Een nar zonder kijk is de koning te rijk

Meester Minder zegt:

'Wie weet ziet het allemaal, wie niet weet ziet het allemaal wel, en zo heeft elk zijn kijk.'

Hij zegt ook:

'Wie weet heeft het goed gezien, wie niet weet heeft het zien doorzien, en zo heeft elk zijn kijk.'

En:

'Wie weet heeft het Zelf gezien, wie niet weet heeft het zelf gezien, en zo heeft elk zijn kijk.'

En:

'Wie weet heeft het Zelf gezien, wie niet weet heeft zichzelf doorzien, en zo heeft elk zijn kijk.'

En:

'Wie weet heeft zichzelf ontzien, wie niet weet heeft afgezien, en zo heeft elk zijn kijk.'

En:

'Wie weet houdt het voor onzienlijk, wie niet weet houdt het voor gezien, en zo heeft elk zijn kijk.'

En:

'Wie weet heeft het niet gezien, wie niet weet is gezien, en zo heeft elk zijn kijk.'

Op een keer zei hij:

'Wie weet geeft niemand gelijk, wie niet weet geeft niemand ongelijk, en zo blijft elkeen rijk.'

Of hij zei:

'Wie weet geeft niemand gelijk, wie niet weet geeft niemand ongelijk, en zo blijft elk een rijk.'

Wie zal het zeggen.

67. Denk je dat nu nog steeds?

Meester Minder vraagt niet meer.

Leerling: Straks zal ik eindelijk van het denken verlost zijn.

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: In het eeuwige heden zal ik...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: Ik...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: Niet-ik...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: God...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: ...

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Leerling: Straks zal ik....

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Leerling: ... eindelijk van u verlost zijn.

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Jaren later

Meester: Denk je dat nu nog steeds?

Leerling: Vraagt u dat nu nog steeds?

Meester: Eindelijk heb je het door.

Leerling: Denkt u dat nu nog steeds?

68. Waar heeft opa zijn verstand verloren?

Meester Minder weet niet meer.

Leerling: Wat is cognitieve therapie?

Meester: Een methode om onrealistische gedachten te vervangen door realistische.

Leerling: Wat is filosofie?

Meester: Een methode om onware gedachten te vervangen door ware.

Leerling: Wat is wetenschap?

Meester: Een methode om speculatieve gedachten te vervangen door empirische.

Leerling: Wat is religie?

Meester: Een methode om lagere gedachten te vervangen door hogere.

Leerling: Wat is spiritualiteit?

Meester: Een methode om donkere gedachten te vervangen door lichte.

Leerling: En wat is niet-weten?

Meester: Dat je het niet weet.

Leerling: Ik bedoel, wat voor methode is niet-weten?

Meester: Is niet-weten een methode?

Leerling: Wat is het doel van niet-weten?

Meester: Heeft niet-weten een doel?

Leerling: Wat is het verband tussen niet-weten en je gedachten?

Meester: Is er een verschil tussen niet-weten en je gedachten?

Leerling: Waar is niet-weten goed voor?

Meester: Is niet-weten ergens goed voor?

Leerling: Bedoelt u dat het nergens goed voor is?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Hoe voelt het om niet te weten?

Meester: Hoe voelt het om te weten?

Leerling: Het ligt eraan wat het is dat je weet.

Meester: Het ligt eraan wat het is dat je niet weet.

Leerling: Maakt niet-weten je zacht of vredig?

Meester: Niet-weten maakt je niets.

Leerling: Maakt het je liefdevol of vriendelijk?

Meester: Niet-weten maakt je niets.

Leerling: Maakt het je mededogend of dankbaar?

Meester: Niet-weten maakt je niets.

Leerling: Wat is de weg naar niet-weten?

Meester: Is er een weg naar niet-weten?

Leerling: Waar heeft u het niet-weten gevonden?

Meester: Waar heeft opa zijn verstand verloren?

Leerling: Nu weet ik nog niets.

Meester: En een moeite dat het kost.

69. Ik denk dus ik ben – perplex

Beste Hans,

Wat ik je nu opstuur zijn de stukken en brokken die overgebleven zijn na een etmaal van schrijven, wissen, niet verzenden, overwegen, snacken, dommelen en weer van voren af aan beginnen. Je ziet, er is bitter weinig van overgebleven, met de nadruk op bitter.

Goeroes zeggen dat alles goed is zoals het is. Dat wil ik graag geloven. Maar als ik zie dat er iets niet goed is, dan is dat toch ook wat er is? Dan is dat toch ook goed? Zo ontstaat er binnen twee gedachten een paradox waarin ik hopeloos vastloop. Ik bedoel, is het nu goed dat iets niet goed is of juist niet?

Heel af en toe overkomt het me dat iets helemaal goed lijkt. Een heerlijk gevoel, maar dan bedenk ik wat er toch niet goed aan is en begin ik meteen weer te malen.

Denker van zwervelingen.

^ En begin ik meteen weer te malen.

Wat wil ik nu eigenlijk? Ik wil niet meer willen, denk ik. Dan ben je overal vanaf, lijkt me. Maar dat lukt me niet, dus kan ik beter stoppen met te willen niet meer te willen, maar dan wil ik dát weer en dat wil ik ook niet. Allemaal paradoxen. Een en al perplexiteit.

Ik wil het leven omarmen. Helemaal! Ik wil niet meer willen. Helemaal niet!

Wat moet ik hiermee?

Beste Else,

Denken dat iets niet goed is zoals het is, is ook wat er is, of je wil of niet. Denken dat het niet goed is dat je denkt dat iets niet goed is zoals het is, is nog steeds wat er is, of je wil of niet. Dus dat zit wel goed.

Of het zit wel fout, goed fout, als je denkt met dit soort formules de weg uit het denken te vinden. Als je denkt jezelf een-twee-drie uit het denken te kunnen denken.

Ik ken wel meer mensen die hopen rust te vinden door het leven onvoorwaardelijke te omarmen, met alles erop en eraan, als een gegeven, als Gods wil, als het lot waartegen nu eenmaal geen verzet mogelijk is. Ze willen willoos worden als een doodgeboren lam.

Hoe gaat iemand die alles verwelkomt, om met innerlijk verzet, denk je? Het verzet omarmen? Dan blijft er verzet. Het verzet bestrijden? Dan komt er nog meer verzet. Denken dat je alles moet omarmen is al een daad van verzet.

Rust zoeken is vechten tegen je onrust. Rust zoeken in je onrust is nog steeds een vorm van onrust en nog altijd een daad van verzet.

De Eerste Wereldoorlog werd door de historicus en sciencefictionschrijver H.G. Wells the war to end all wars genoemd. Nou, dat hebben we geweten. Vier jaar lang de hel op aarde. Nog geen tweeëntwintig jaar later de Tweede Wereldoorlog, opnieuw geafficheerd als de laatste oorlog. Meteen daaroverheen de Koude Oorlog, die nog altijd woedt. Intussen de ene regionale oorlog na de andere, tot op de dag van vandaag.

Spiritualiteit: the inner war to end all inner wars. Zoeken naar the thought to end all thoughts. Gejaagd door the will to end all willing. Hoeveel jaar ben je hier nu al mee bezig?

Else: Zolang ik denk, vrees ik. Minstens sinds mijn pubertijd.

Hans: Ik denk dus ik ben perplex.

Else: Wat is perplexiteit volgens jou?

Hans: Een denken dat doldraait en tot rust hoopt te komen door nog een tandje bij te schakelen.

Else: Wat moet je anders?

Hans: Zolang je je perplexiteit probeert te vangen in je denken, zit je verstrikt in haar netten. Zolang je haar probeert te vangen in woorden zul je haar wissen. Zolang je haar probeert te vangen in stilte zul je het uitschreeuwen.

Else: En jij dan?

Hans: Bij mij is er iets doorgebrand.

Else: Het lijntje brak.

Hans: Het schip zonk en het land verdronk.

Else: Wat is een paradox volgens jou?

Hans: Een paradox is een gat in je denken. Een nooduitgang.

Else: Waar komt die op uit?

Hans: Op het gat in je denken natuurlijk.

Else: Dat snap ik niet.

Hans: Denken lijkt massief maar van dichtbij is het gatenkaas. Alle gaten zijn met elkaar verbonden. Ze vormen de tussenruimte van je gedachten. Het interstitium. Het is één groot zwart gat.

Else: En jij bent in dat gat gevallen.

Hans: Het gat in het denken is de weg uit het denken.

Denker uitgespaard in een wolk van zwervelingen.

^ Het gat in het denken is de weg uit het denken.

Else: Waarom ben jij zo lekker aan het schrijven en ik alleen maar aan het wissen?

Hans: Schrijven is vaststellen, wissen is vrijstellen. Jij doet het een of het ander. Je schrijft jezelf eerst vast en vervolgens wis je jezelf vrij. Daarna schrijf je jezelf weer vast en dan wis je jezelf weer vrij. Zo blijf je aan de gang.

Else: En jij dan?

Hans: Ik doe beide tegelijk. Schrijvend wissen. Vangend bevrijden. Aanzuigend uitblazen. Als een didgeridoo: the sound must go on.

Lees ook: De wil is vrij maar niet van mij en Wie weet wat God wil (beide in het Witboek Soefisme).

70. Malle meditaties van een malin génie

Was Descartes een non-dualist?

René Descartes is een filosoof uit de zeventiende eeuw, bedenker van de gevleugelde woorden 'ik denk dus ik ben' (cogito ergo sum) en 'ik twijfel dus ik ben' (dubito ergo sum).

Deze maffe metafysicus is de held geworden van hordes mensen die net als hij wanhopig op zoek zijn naar een kruis, christelijk, hindoeïstisch, wijsgerig, spiritueel of wat dan ook, om hun denken aan vast te spijkeren, omdat het anders alle kanten op schiet terwijl het toch niet opschiet.

Zo'n oude rationalist uit de zeventiende eeuw, wie interesseert zich daar nog voor, zou je denken, maar dan heb je buiten de non-dualist gerekend, die voortdurend op zoek is naar onweerlegbare redeneringen van westerse bodem om zijn oosterse wereldbeeld te schragen, dat anders net als alle metafysica en net als elke metafysicus onder zijn eigen gewicht instort of bij gebrek aan eigengewicht wegwaait, meestal beide.

Het is dus niet alleen Descartes die des cartes (van de kaart) is, en ook niet alleen de non-dualist: in principe geldt het voor iedere rationalist. Allemaal zijn ze op zoek naar die ene gedachte – twee is algauw teveel – waarmee ze zichzelf weer op de kaart kunnen zetten.

Profiel van Descartes met zwervelingenhaar.

^ René Descartes (1596-1650).

Wat is de Cogito ostinato?

De Cogito ostinato ('het koppige denken'), is de postume titel van het levenswerk van Descartes, dat bestaat uit zestien Meditationes, dertien Observationes en drie Conclusiones.

Meditationes I verwijst naar de Meditationes de prima philosophia uit 1618. Daarna verschijnt op 1 april van ieder jaar een volgend werk met de laatste inzichten van de grootmeester.

Na de zestiende Meditatie verliest Descartes onder invloed van Cupido zijn belangstelling voor zijn gedachten en gaat hij verder met zijn gevoelens.

Na zijn dertiende Observatie, het is inmiddels 1647, verliest Descartes ook zijn belangstelling voor zijn gevoelens en begint hij aan zijn derde en laatste reeks, waarin hij de balans opmaakt. Daaraan komt in 1649 een voorlopig einde met de verschijning van het volstrekt lege Conclusiones III en in 1650 een definitief einde met de verdwijning van de auteur.

Koningin Christina van Zweden is zo onder de indruk van de Tabula rasa, zoals dit magnum opus van Descartes ook wel wordt genoemd, dat ze het voor eigen rekening integraal en differentiaal op zijn lege grafmonument laat beitelen.

Niemand weet of Descartes in 1650 werkelijk het einde van zijn denken heeft bereikt of alleen het einde van zijn leven, het einde van zijn aanwezigheid op deze aarde of het einde van zijn toenmalige incarnatie.

Alle titels van de Cogito Ostinato op een rijtje

1. Ik denk dus ik ben. (Meditationes I)

2. Ik denk dus ik ben niet. (Meditationes II)

3. Ik ben dus ik denk niet. (Meditationes III)

4. Ik denk niet dus ik ben. (Meditationes IV)

5. Ik denk dus ik ben mezelf niet. (Meditationes V)

6. Ik denk dus ik denk. (Meditationes VI)

7. Ik ben dus ik ben. (Meditationes VII)

8. Ik ben dus ik denk. (Meditationes VIII)

9. Ik denk tot ik ben. (Meditationes IX)

10. Ik ben tot ik denk. (Meditationes X)

11. Ik denk wat ik ben. (Meditationes XI)

12. Ik ben wat ik denk. (Meditationes XII)

13. Ik ben niet wat ik denk. (Meditationes XIII)

14. Ik denk niet dat ik ben. (Meditationes XIV)

15. Ik denk dat ik denk. (Meditationes XV)

16. Ik ben wat ik ben. (Meditationes XVI)

17. Ik denk dus ik ben verliefd. (Observationes I)

18. Ik denk dus ik ben verdrietig. (Observationes II)

19. Ik denk dus ik ben bang. (Observationes III)

20. Ik denk dus ik ben bezorgd. (Observationes IV)

21. Ik denk dus ik ben ontevreden. (Observationes V)

22. Ik denk dus ik ben schuldig. (Observationes VI)

23. Ik denk dus ik ben boos. (Observationes VII)

24. Ik denk dus ik ben beschaamd. (Observationes VIII)

25. Ik denk dus ik ben trots. (Observationes IX)

26. Ik denk dus ik ben beledigd. (Observationes X)

27. Ik denk dus ik ben labiel. (Observationes XI)

28. Ik denk dus ik ben moe. (Observationes XII)

29. Ik denk dus ik ben perplex. (Observationes XIII)

30. Ik denk dus. (Conclusiones I)

31. Denk ik. (Conclusiones II)

32. ... (Conclusiones III)

33.

Verder lezen over Descartes in het Witboek Advaita

Een dialoogje over de vraag of je moet zijn om te kunnen denken:

Tussen zijn en denken vind je de deur naar non-dualiteit.

Een correspondentie die wat dieper ingaat op diezelfde vraag:

Ik denk, dus ik ben bewustzijn.

Een nog ruimere kring in de metafysische vijver:

Tussen zien en zijn vind je de deur naar non-dualiteit.

Een alternatieve poging om het koppige rationalistische denken aan de kaak te stellen met behulp van een fictief dagboekfragment (een dagboekfigment):

Ik denk dus.

Heb je genoeg van alle rationalisten maar nog niet van alle filosofie? Lees dan eens iets van Descartes' landgenoot Maurice Merleau-Ponty over het vlees van de wereld en het lichaam als oergrond van het denken. Ook niet om door te komen, maar geloof me, dat zijn de beste boeken. Zeker voor rationalisten.

71. Doorhebben dat je het door denkt te hebben

'Wat is weten, Hans?'

'Doen alsof je het doorhebt.'

'Wat is niet-weten?'

'Doen alsof je het niet doorhebt.'

'Je blijft maar doen alsof?'

'Ik tenminste wel.'

'Wat is dan het verschil?'

'Dat je dat eindelijk doorhebt?'

'Is dat een antwoord of een vraag?'

'Nee hoor, ik doe alleen alsof.'

72. Leven zonder leer of heer

Een weetnietgeest is een geest zonder vaste standpunten of overtuigingen.

Zonder onveranderlijke regels of motto's.

Zonder leer of heer.

Een geest die alles loslaat, zelfs het loslaten.

Een geest die zich voortdurend leegdenkt.

Een weetnietgeest is een gat van een geest, zwarter dan de zwartste kat, witter dan de witste veer, lichter dan de lichtste leer.

Een wendbare geest die tussen alle mentale klippen door laveert, morele en praktische, abstracte en concrete, bijzondere en alledaagse.

Zo'n geest laat zich echt niet vangen in een woord als 'weetnietgeest' of in wat voor woord ook.

Hij laat zich echt niet vangen in een zin als deze, niet in een tekst als deze, niet in een boek als dit.

Toch moet ik het proberen.

Alleen zo kan ik je laten zien dat het hopeloos is.

Alleen zo kun je de weetnietgeest leren kennen.

Blauw vierkant van zwervelingen met een meeuwvormige uitsparing.

^ Witter dan de witste veer.

73. De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen

'Ik heb geloof ik nog nooit zo'n subversieve geest gezien als de jouwe, Hans.'

'De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen.'

'Waar is dat goed voor?'

'Vraag maar aan de weetnietgeest.'

'Dat doe ik toch?'

'En wat zei de weetnietgeest?'

'Vraag maar aan de weetnietgeest.'

'Voilà.'

'Maar waarom doe je het dan?'

'Wie?'

'Bedoel je dat je niemand bent?'

'Wat?'

'Geen-geest, geen-zelf, anatman, inessentie, sunyata?'

'Vraag maar aan de weetnietgeest.'

'Dat heb ik al gedaan.'

'En?'

'De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen.'

'De wat?'

'Ik heb geloof ik nog nooit zo'n subversieve geest gezien als de jouwe, Hans.'

74. Niets geloven, niet meer streven, doet de gek in vreugde leven

'Volgens mij ben jij knettergek, Hans.'

'Vroeger zou ik het hartgrondig met je eens zijn geweest.'

'En nu?'

'Nu denk ik dat ik vroeger knettergek was.'

'Waarom zou je het vroeger met me eens zijn geweest?'

'Iemand die zijn eigen gedachten niet serieus neemt is van God los.'

'Daar kun je geen staat op maken.'

'Daar kun je geen peil op trekken.'

'Waarom zeg je nu dat je vroeger knettergek was?'

'Iemand die zijn gedachten serieus neemt, holt overal achteraan.'

'Daar kun je geen peil op trekken.'

'Daar kun je geen staat op maken.'

'Wat is dan het verschil?'

'Dat is dan het verschil.'

'Zei ik het niet?'

'Wat?'

'Volgens mij ben jij knettergek, Hans.'

75. Denkstenen – je zal ze maar hebben

Woorden zijn besmettelijk. Je neemt ze ongemerkt over en vanaf dat moment houden ze huis in je geest.

Vooral zelfstandige naamwoorden moet je in de gaten houden. Als er ergens een substantief voor is, nemen we al snel aan dat het wel substantie zal hebben, anders was er heus geen woord voor.

Woorden in onze geest worden zomaar dingen in onze werkelijkheid. Bijvoorbeeld het woordje 'ik':

"Ik denk dus ik ben."

(Descartes; zie het lemma Cogito ergo sum in de Engelstalige Wikipedia.)

Of het woordje 'God':

"God bestaat, anders kon ik hem niet denken."

(Anselmus van Canterbury; zie ook het lemma Ontological argument in de Engelstalige Wikipedia.)

We praten over de liefde, de dood, het zelf, het bewustzijn, het niet-weten enzovoort alsof het dingen zijn die je kunt zien en aanraken, hebben en kwijtraken, toelaten en afhouden, zijn en worden. We geven ze zelfs eigennamen: de Liefde, de Dood, het Zelf, het Bewustzijn, het Niet-Weten.

Zo worden zelfstandige naamwoorden zelfstandige dingnamen.

Een ontastbaar idee opgevat als een tastbare realiteit heet in de filosofie een hypostase. De neiging om achter woorden werkelijkheden te zoeken, als het even kan essenties of eeuwigheden, heet realisme, essentialisme, eternalisme.

Zelf noem ik hypostasen weleens denkstenen. Beeldtaal legt gewicht in de schaal. Denkstenen liggen zwaar op de geest. Denksteenlijders hebben denksteenkolieken – pijnlijke aanvallen van geesteskramp.

En denk nu niet dat ik reclame maak voor het nominalisme, de middeleeuwse leer die stelt dat woorden geen reële tegenhanger in de werkelijkheid hebben. Mocht het nominalisme al waar zijn dan heeft het zelf geen tegenhanger in de werkelijkheid; mocht het onwaar zijn nog minder.*

* Lees ook: Nominalisme en de strijd om de realiteit (in het Witboek voor Zoekers).

Hetzelfde geldt voor verwante filosofieën als het fictionalisme, het mentalisme, het anti-platonisme, het anti-realisme, het formalisme, de hindoeïstische notie van maya, de boeddhistische leer van de leegte (sunyata) en de boeddhistische leer van afhankelijk ontstaan (pratitya-samutpada).

Ik mag graag denken dat dit ooit alleen maar doorns waren om doorns mee te verwijderen. Inmiddels zijn het memes geworden, menhirs, monumenten van de mind – bedevaartplaatsen voor spirituele toeristen.

Denkstenen, je zal ze maar hebben, zou je denken, maar dat valt wel mee. 'Denksteen' is zelf een woord zonder tegenhanger in de werkelijkheid. Ik kan het weten, ik heb het bedacht.

Ben je al besmet?

Röntgenfoto van een schedel in zijaanzicht met stenen in de hersenen.

^ Denkstenen, je zal ze maar hebben.

Lees ook: Een lege geest weegt niets (in het Witboek Zen).

76. Denk-beelden zijn versteende denkbeelden

Denk-beelden

Een denk-beeld (let op het koppelteken) is een versteend denkbeeld dat je denken beheerst.

Er zijn allerlei soorten denk-beelden:

Een vader-beeld is een versteend vaderbeeld.

Een moeder-beeld is een versteend moederbeeld.

Een zelf-beeld is een versteend zelfbeeld.

Een mens-beeld is een versteend mensbeeld.

Een vrouw-beeld is een versteend vrouwbeeld.

Een man-beeld is een versteend manbeeld.

Een voor-beeld is een versteend voorbeeld.

Een wens-beeld is een versteend wensbeeld.

Een ideaal-beeld is een versteend ideaalbeeld.

Een schrik-beeld is een versteend schrikbeeld.

Een toekomst-beeld is een versteend toekomstbeeld.

Een geheugen-beeld is een versteend geheugenbeeld.

Een wereld-beeld is een versteend wereldbeeld.

Denkbeeldhouwers

Wat is de overeenkomst tussen wijzen en dwazen?

Ze denken niet, ze houwen denk-beelden.

Ze houwen ze en ze houden ze.

Denkbeeldhouwers zijn denkbeeldhouders.

Denkbeeldendienaars die denkbeeldendiensten houden.

Hun geest is een denkbeeldentuin vol denkbeeldengroepen.

Ze houden zich ertussen op en ze houden er niet over op.

Denkbeeldenbrekers

Dwijzen houden wel van denkbeelden maar niet van denk-beelden.

Ze houwen ze niet en ze houden ze niet.

Maar ze breken ze met liefde.

Ze breken ze.

Met liefde.

Ze breken ze uit liefde.

Ze breken zelfs de Liefde.

Niet-weten is een denkbeeldenstorm.

Denkbeeldspraak

Sprak deze beeldspraak je aan?

Laat het dan geen beeld-spraak worden.

Richt er geen denk-beeld voor op.

Breek de beeldenbreker!

Man die met een voorhamer op zijn eigen spiegelbeeld inhakt.

^ Breek de beeldenbreker.

77. Denkbeeldenbreker

Breken heelt.

Door het breken van je zelfbeelden wordt ik 'ik'.

Door het breken van je vrouwbeelden wordt zij 'zij'.

Door het breken van je manbeelden wordt hij 'hij'.

Door het breken van je godsbeelden wordt Hij 'Hij'.

Door het breken van je mensbeelden wordt wij 'wij'.

Door het breken van je vaderbeelden wordt papa 'papa'.

Door het breken van je moederbeelden wordt mama 'mama'.

Door het breken van je wensbeelden wordt willen 'willen'.

Door het breken van je voorbeelden wordt volgen 'volgen'.

Door het breken van je boeddhabeelden wordt leegte 'leegte'.

Door het breken van je ideaalbeelden wordt hoop 'hoop'.

Door het breken van je schrikbeelden wordt wanhoop 'wanhoop'.

Door het breken van je angstbeelden wordt vrees 'vrees'.

Door het breken van je kruisbeelden wordt lijden 'lijden'.

Door het breken van je ziektebeelden wordt gezond 'gezond'.

Door het breken van je geheugenbeelden wordt toen 'toen'.

Door het breken van je toekomstbeelden wordt straks 'straks'.

Door het breken van je wereldbeelden wordt werkelijk 'werkelijk'.

Door het breken van je woordbeelden wordt taal 'taal'.

Door het breken van je vrijheidsbeelden wordt verlichting 'verlichting'.

Door het breken van je denkbeelden wordt weten 'weten'.

Het breken van je denkbeelden heet niet-weten.

Het breken van niet-weten heet 'niet-weten'.

Tja, dan ben je goed gebroken.

Goed gebroken ben je heel.

Blijf je breken, blijf je heel.

Droste-effect van een man die met een voorhamer op een kleinere kopie van zichzelf inhakt.

^ Blijf je breken, blijf je heel.

Verder lezen: Denken tussen aanhalingstekens en De KONING is dood, leve de 'koning' (beide in het Witboek Niet-Weten).

78. Wat is een beeldmens?

Een beeldmens is...

1. Iemand die denkt dat de mens in essentie een beeldenaar is (homo sculptor).

2. Iemand die denkt dat de essentie van de mens te vangen is in een of ander mensbeeld.

3. Iemand die denkt dat zijn eigen essentie te vangen is in een zelfbeeld, de essentie van de vrouw in een vrouwbeeld, de essentie van vrijheid in een vrijheidsbeeld, de essentie van de wereld in een wereldbeeld, de essentie van God in een godsbeeld, de essentie van de Boeddha in een boeddhabeeld enzovoort. Kortom een essentialist.

4. Iemand wiens de denkbeelden standbeelden zijn en op voetstukken staan.

Ieder denkbeeld kan verstenen. Ook beeldmens, mensbeeld, homo sculptor, essentie en essentialist.

Ook niet-weten – nou en of.

^ Homo sculptor.

79. Tweeënvijftig mensbeelden voor beeldmensen

Meester Minder zegt:

Volgens sommigen is de mens in essentie een rechtopgaand dier (homo erectus), volgens anderen een spelend dier (homo ludens), een nabootsend dier (homo imitans) of een lerend dier (homo discens).

Volgens sommigen is de mens in essentie een nieuwsgierig dier (homo investigans), volgens anderen een rangschikkend dier (homo hierarchicus), een denkend dier (homo rati), een handig dier (homo habilis).

Volgens sommigen is de mens in essentie een makend dier (homo faber), volgens anderen een technisch dier (homo technologicus), een vernieuwend dier (homo innovator) of een behoudend dier (homo conservator).

Volgens sommigen is de mens in essentie een werkend dier (homo laborans), volgens anderen een berekenend dier (homo economicus), een politiek dier (homo politicus) of een gul dier (homo generosus).

Volgens sommigen is de mens in essentie een sociaal dier (homo socius), volgens anderen een seksueel dier (homo eroticus), een willend dier (homo volans) of een liefhebbend dier (homo amans).

Volgens sommigen is de mens in essentie een lachend dier (homo ridens), volgens anderen een lachwekkend dier (homo risibilis), een pratend dier (homo loquens) of een zwetsend dier (homo loquax).

Volgens sommigen is de mens in essentie een huilend dier (homo sentimentalis), volgens anderen een hulpeloos dier (homo inermis), een esthetisch dier (homo aestheticus) of een schilderend dier (homo pictor).

Volgens sommigen is de mens in essentie een scheppend dier (homo creator), volgens anderen een vernietigend dier (homo destructor), een dodend dier (homo necans) of een dubbelhartig dier (homo duplex).

Volgens sommigen is de mens in essentie een filosofisch dier (homo philosophicus), volgens anderen een dolend dier (homo viator), een lijdend dier (homo patiens) of een duidend dier (homo poeticus).

Volgens sommigen is de mens in essentie een in zichzelf opgesloten dier (homo clausus), volgens anderen een vals dier (homo falsus), een oorlogszuchtig dier (homo bellicosus) of een vredelievend dier (homo pacificis).

Volgens sommigen is de mens in essentie een duivels dier (homo demonicus), volgens anderen een goddelijk dier (homo divinus), een godsdienstig dier (homo religiosus) of een overstijgend dier (homo transcendentalis).

Volgens sommigen is de mens in essentie een wijs dier (homo sapiens), volgens anderen een dwaas dier (homo demens), een rusteloos dier (homo inquietus) of een twijfelend dier (homo dubitans).

Volgens sommigen is de mens in essentie een angstig dier (homo phobius), volgens anderen een leeg dier (homo cavernosus), een twijfelend dier (homo scepticus) of een universeel dier (homo universalis).

Mensen gaan liever met mensbeelden om dan met mensen, en dat hebben ze goed bekeken.

Met mensen weet je het nooit, met mensbeelden weet je het nooit niet.

Wat de speen is voor de mond, is het beeld voor de mind.

In essentie is de mens een essentialist.

Buste van Gandhi met een speen in zijn mond.

^ Wat de speen is voor de mond, is het beeld voor de mind.

80. Zeven zoethoudertjes voor de mind

Meester Minder zegt:

'Wat de speen is voor de mond, is het zelfbeeld voor de mind.'

En:

'Wat de speen is voor de mond, is het wensbeeld voor de mind.'

En:

'Wat de speen is voor de mond, is het ideaalbeeld voor de mind.'

En:

'Wat de speen is voor de mond, is het geheugenbeeld voor de mind.'

En:

'Wat de speen is voor de mond, is het godsbeeld voor de mind.'

En:

'Wat de speen is voor de mond, is het boeddhabeeld voor de mind.'

Fopspeen in de vorm van een Boeddhahoofd.

^ Wat de speen is voor de mond, is het boeddhabeeld voor de mind.

En net als je denkt, nu weet ik het wel, zegt hij:

'Wat de speen is voor de mond, is de spreuk voor de mind.'

Zo haalt hij je de woorden uit beide.

Die Meester Minder.

81. De mens is in wezen een duim

Zegt de ene uitzuiger tegen de andere...

'Wat in wezen is de mens?'

'Een duim.'

'Wat in wezen is de duim?'

'Een fopspeen.'

'Wat komt er uit die fopspeen?'

'Geen melk.'

'Wat dan wel?'

'Verhalen.'

'Wat voor verhalen?'

'Verhalen over jezelf, verhalen over het zelf, verhalen over de mens, verhalen over god, verhalen over de hemel, verhalen over de waarheid, verhalen over wijsheid, verhalen over verlichting enzovoort.'

'Waarom zou je die uit je duim zuigen?'

'Waar wou je ze anders uit zuigen?'

'Hoe ben je erachter gekomen dat de mens in wezen een duim is om verhalen uit te zuigen?'

'Uit mijn duim gezogen.'

82. Voorbij de einder

'Ik heb eindelijk de Waarheid gevonden, Hans.'

'Dat kan de beste overkomen.'

'Het is niet veel maar volgens mij is er geen speld tussen te krijgen.'

'Zeg op.'

'Je kunt nooit voorbij de horizon van je huidige gedachte kijken.'

'Is dat waar of is het de horizon van je huidige gedachte?'

83. Denken, doordenken en dooddenken

Gene zijde kent geen zijden

Je hebt denkers, doordenkers en dooddenkers.

Wat denken is hoef ik je niet uit te leggen, anders kon je dit niet lezen.

Doordenken is verder denken dan anders, waardoor je nieuwe horizonten ontsluit.

Doordenken is hoger denken dan anders, waardoor je meer overzicht krijgt.

Doordenken is dieper denken dan anders, waardoor je nieuwe lagen blootlegt, nieuwe onderscheidingen ontdekt, nieuwe verbanden legt, nieuwe inzichten opdoet.

Dooddenken is dieper en dieper gaan, tot je, net als de bodem in zicht lijkt, ineens weer opduikt. Blijk je verdorie je weg terug naar de oppervlakte te hebben gedacht. Terug naar de oppervlakkigheid.

Wát? Is er dan geen enkel verschil met vroeger? Toch wel. Deze zijde kent geen gene zijde meer en gene zijde geen zijden. Je denken is onzijdig geworden.

Klaar ben je ermee.

Groot uitzicht

Dooddenken ontsluit geen nieuwe horizonten en levert geen nieuwe onderscheidingen, verbanden, inzichten op zoals doordenken. Integendeel, je raakt er steeds meer kwijt.

Aan het eind van de rit is je hele gedachtegoed in rook opgegaan, de rook verwaaid, de wind gaan liggen en jij erbij, zij aan zij, verdrietig blij.

Nu heeft God je ziel, zou ik zeggen als ik in God en in zielen geloofde, en anders zou ik zwijgen – beter onthou ik me van beide.

Mocht je denken dat het doordenken dat dooddenken bleek te zijn me toch wel iets opgeleverd zal hebben, dan moet je nog even door denken. Niets is ervoor in de plaats gekomen. Alleen zit ik niet langer de hele dag tegen mijn eigen mentale muurtjes aan te kijken.

Even overdrijven: ik heb nu Groot Uitzicht. Grote Onzin natuurlijk, helemaal met die hoofdletters, maar een leuk tegenwicht voor het hardnekkige idee dat niet-weten zicht geeft op de Onbemiddelde Werkelijkheid.

De Onbemiddelde Werkelijkheid? Ga ervoor! En bid dat het niet de volgende fuik is, het zoveelste denk-beeld, een nieuw etiket voor je oude onwetendheid.

Gebakken licht

Alles kan doodgedacht worden. Woorden, spreuken, filosofieën, religies, tradities. Thema's zoals liefde, zingeving, waarheid, wijsheid, ethiek, metafysica, waarneming, God, het zelf, de vrije wil, het geloof, de weg, meditatie, verlichting en natuurlijk het denken zelf.

Deze onderwerpen, en een heleboel andere, worden stukgedacht in de Agnosereeks.

Wie een bepaald thema heeft stukgedacht is op dat terrein tot niet-weten gekomen. Op andere terreinen misschien niet; in dat geval is er sprake van een lokaal niet-weten.

Wie alles heeft stukgedacht, ook het onderscheid tussen denken, doordenken en dooddenken, ook het idee dat hij alles heeft stukgedacht en niets meer weet, ook het idee van niet-weten, die verblijft in niet-weten.

Dat zou je een radicaal niet-weten of een radicaal agnosticisme of kortweg agnose kunnen noemen, termen die me niets zeggen, hoe vaak ik ze ook zeg. Terwijl ik ze nota bene zelf verzonnen heb. Anderen zeggen ze misschien wel iets, maar dat zegt me ook al niets.

Want hoe je het ook noemt, welk pad je ook gegaan zegt te zijn, hoe geïnspireerd je nabeschouwingen ook mogen klinken, hoeveel lezers, klanten, volgelingen, exegeten, apologeten, na-apers, opvolgers, groupies en sponsors je ook hebt – uiteindelijk is het allemaal gebakken licht. Zonnebril op: welkom aan de oppervlakte.

Lees ook: Gouden bergen, gebakken licht (in het Witboek Levenskunst).

84. Als al je gedachten onhoudbaar zijn

'Tot mijn spijt is geen enkele van mijn gedachten houdbaar gebleken, Hans.'

'Behalve deze zeker.'

'Daar zeg je me wat.'

'Wat betekent dat voor al die andere?'

'Daar vraag je me wat.'

85. De Weg is bezaaid met denkknopen

Denkknopen in het dagelijks leven

Een denkknoop is een hardnekkig raadsel dat de denker hoofdpijn bezorgt en tot wanhoop drijft. Een ander woord voor denkknoop is paradox of aporie.

Denkknopen bereiken in het abstracte denken hun duidelijkste vorm, maar het gewone leven zit er vol mee. Levende wezens worden hun hele leven verscheurd door tegenstrijdige reflexen, instincten, impulsen, gevoelens, verlangens, voorkeuren, oordelen, gedachten, situaties.

Een bacterie die naar het licht toe wil maar van het zout weg, dat is de protozoïsche variant van Hamlet's 'to be or not to be', wat rijmt op, maar niet per se met, euthanasie.

Een koolmees die haar jongen wil voeden maar haar nestplaats niet wil verraden aan Hans die daar net even in het zonnetje zit en nu moet kiezen of hij zijn eigen gemoedsrust hoger aanslaat dan die van de koolmees, het leven van de mezenkuikentjes hoger dan de rupsjes die hen tot voedsel dienen, een bruine huid hoger dan het risico op huidkanker.

Als je het gezocht vindt om bij bacteriën en koolmezen van denkknopen te spreken, moet je je definitie van denken wat oprekken. Dat is meteen een goede oefening: voor niet-weten heb je hypermobiele hersens nodig, anders krijg je die knopen nooit uitgehaald.

Denkknopen in de theologie en de filosofie

Een voorbeeld van een theologische denkknoop is de vraag of God machtig genoeg is om zichzelf van zijn almacht te beroven, en zo ja, of hij het daarna nog ongedaan weet te maken.

Ook afkomstig uit religieuze kringen is de vraag (waar we het al eerder over hebben gehad) wie de Schepper heeft geschapen, wat de Eerste Beweger in beweging heeft gezet, waardoor de Eerste Oorzaak is veroorzaakt.

Een voorbeeld van een filosofische denkknoop is de vraag of de stof voortkomt uit de geest of de geest uit de stof.

Nog eentje: hebben we een vrije wil of zijn we een speelbal van natuurkundige krachten? Anders gezegd: als ik mijn wil niet kan beïnvloeden, wie is er dan de baas? Als paradox geformuleerd: is mijn wil vrij dan kan niets hem beïnvloeden, kan niets hem beïnvloeden dan ben ik niet vrij.

Lees ook: Wie schiep de Schepper? en verder (in het Witboek Niet-Weten).

Denkknopen in de wiskunde

Een voorbeeld van een logische denkknoop is de leugenaarsparadox: 'Deze zin is gelogen.' Is hij waar dan is hij onwaar, is hij onwaar dan is hij waar.

Een voorbeeld van een wiskundige denkknoop is de verzameling van alle elementen die geen lid zijn van een verzameling. Hij is bedacht, of liever ontdekt, aanvankelijk zeer tegen zijn zin, door Bertrand Russell terwijl hij aan de Principia Mathematica* werkte.

* De Principia Mathematica is een onvoltooid, driedelig werk waarin Bertrand Russell samen met Alfred Whitehead probeerde de wiskunde op de logica te baseren. Het werk inspireerde Kurt Gödel tot zijn befaamde onvolledigheidsstelling.

Russel goot zijn verzameling in de vorm van de paradox die nu zijn naam draagt: als een barbier iedereen scheert die niet zichzelf scheert, scheert hij dan zichzelf? Beetje gedateerd voorbeeld, zeg dat wel, zeker sinds bekend werd, zeer tegen de zin van de echte mannen onder ons, dat niet alle mensen mannen zijn, laat staan echte.

Wat als de barbier een vrouw is? Wat als haar klanten mannen zonder baardgroei zijn of mensen zonder geslacht? Gelukkig zijn er ook vrouwen met baardgroei, meer dan je denkt, want die scheren allemaal zichzelf, maar zelden in het openbaar.

Hier heb je een moderne variant van de antinomie van Russel. Als je iedereen belt die nooit zichzelf belt, bel je dan jezelf? Deze variant doet het altijd, want wie heeft er nou geen telefoon.

Nog moderner: als je iedereen liket die nooit zichzelf liket, like je dan jezelf? Deze variant doet het nooit, want iedereen liket zichzelf, dus daar is de lol allang vanaf.

Denkknopen in zen

Aporieën in zen heten koans. Je kunt erop broeden tot je kussen uitkomt. Vier voorbeelden:

Toen hij een portret zag van Bodhidharma met baard zei meester Huoan: 'Waarom heeft die vent geen baard?' (Poortloze Poort, koan 4)

Meester Yuean zei: 'Xizongh, de wielmeester, maakte een kar waarvan de wielen wel honderd spaken hadden. Wat blijft er over als je alle onderdelen verwijdert?' (koan 8)

Wuzu zei: 'Kom je op de weg een verlichte tegen dan is spreken net zo ongepast als zwijgen. Hoe zou jij hem begroeten?' (koan 36)

Linji vroeg: 'Wat is een witte stier op een kale vlakte?' (Linji Lu, koan 27)

Zelf ben ik voorgoed uitgebroed. Mijn zafu kan mijn kont kussen.

Denkknopen in de Agnosereeks

Mijn boekenserie over agnose staat vol denkknopen, vaak in de vorm van oxymorons en paradoxen. Zeven voorbeelden:

Zelfs niet weten van niet-weten.

Zelfs niet doen aan niet-doen.

Alles loslaten, ook het loslaten.

Je gedachten niet geloven, deze ook niet.

Zoeken tot je het niet-vinden hebt gevonden.

Het denken doorzien door het denken.

Vrede sluiten met je onvrede.

De weg naar verlichting is bezaaid met denkknopen, waarvan de grootste wel de weg en verlichting zijn.

Want de weg leidt weg van de weg en verlichting is het einde van verlichting.

Lekker in de knoop zitten

Natuurlijk kun je proberen alle denkknopen die je in je leven tegenkomt op te lossen.

Ik wens je veel succes.

Je kunt ook, in navolging van Alexander de Grote, proberen alle denkknopen die je in je leven tegenkomt door te hakken.

Ik wens je veel succes.

Je kunt ook proberen alle denkknopen die je in je leven tegenkomt te ontkennen.

Ik wens je veel succes.

Je kunt ook proberen alle denkknopen die je in je leven tegenkomt te negeren.

Ik wens je veel succes.

Of doe als ik: ga gewoon lekker in de knoop zitten.

Ik wens je veel plezier.

Verknoopt fantasiefiguur opgebouwd uit zwervelingen.

^ Lekker in de knoop zitten.

Lees ook: Tussen golf en deeltje vind je de deur naar non-dualiteit (in het Witboek Advaita).

86. Ontgiftende gedachten over giftige gedachten

'GEDACHTEN zijn GIF, Hans!'

'GIF is een gedachte.'

'Wat?'

'GEDACHTE is een gedachte.'

'Hè?'

'GEDACHTEN ZIJN GIF is een gedachte.'

'Nu je het zegt...'

'GEDACHTEN ZIJN GIF IS EEN GEDACHTE is een gedachte.'

'Bedoel je dat gedachten geen gif zijn?'

'GEDACHTEN ZIJN GEEN GIF is een gedachte.'

'Bedoel je dat gedachten toch gif zijn?'

'GEDACHTEN ZIJN TOCH GIF is een gedachte.'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

'DAN WEET IK HET OOK NIET MEER is een gedachte.'

'Dus?'

'Dus.'

Hersenen met giftanden.

^ Gedachten zijn gif is een gedachte.

87. De recursiviteit van het zelfbeschouwende denken

Achteruit de afgrond in.

Leerling: Als ik op televisie iemand een mening hoor ventileren, denk ik weleens: die gelooft nog steeds in zijn gedachten!

Meester: Net als jij nu.

Leerling: Wat?

Meester: Jij gelooft in de gedachte dat je naar iemand zit te kijken die zijn mening ventileert en nog steeds in zijn gedachten gelooft.

Leerling: Waar zit ik anders naar te kijken?

Meester: Pixels op een beeldscherm?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niets.

Leerling: Dus eigenlijk ben ik iemand die naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven!

Meester: Nu doe je het weer.

Leerling: Wat?

Meester: Nu geloof je weer in de gedachte dat je eigenlijk iemand bent die naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven.

Leerling: Waar zit ik anders naar te kijken?

Meester: Beelden in je bewustzijn?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niets.

Leerling: Dus eigenlijk ben ik iemand die naar beelden in zijn bewustzijn zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven!

Meester: Nu doe je het weer.

Leerling: Wat?

Meester: Nu geloof je weer in de gedachte dat je eigenlijk iemand bent die naar beelden in zijn bewustzijn zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven.

Leerling: Waar zit ik anders naar te kijken?

Meester: Wie zegt dat je een bewustzijn hebt?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niets.

Leerling: Dus eigenlijk ben ik iemand die niet eens weet of hij een bewustzijn heeft terwijl hij denkt dat hij naar beelden in zijn bewustzijn zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven!

Meester: Nu doe je het weer.

Leerling: Wat?

Meester: Nu geloof je weer in de gedachte dat je iemand bent die niet eens weet of hij een bewustzijn heeft terwijl hij denkt dat hij naar beelden in zijn bewustzijn zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven.

Leerling: Wat is daar mis mee?

Meester: Dat je niet eens weet of je bent, bijvoorbeeld.

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niets.

Leerling: Dus eigenlijk weet ik niet eens of ik iemand ben die niet eens weet of hij een bewustzijn heeft terwijl hij denkt dat hij naar beelden in zijn bewustzijn zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar pixels op een beeldscherm zit te kijken terwijl hij denkt dat hij naar mensen zit te kijken die nog steeds in hun gedachten geloven!

Meester: Nu doe je het weer.

Leerling: Waarom maakt u het mij zo moeilijk?

Meester: Om het regressieve karakter van het wetende denken te demonstreren?

Leerling: Nu doet u het zelf!

Meester: Vandaar dat vraagteken.

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geeft niets.

Droste-effect van de denker van Rodin die denkt aan de denker van Rodin.

^ De recursiviteit van het zelfbeschouwende denken.

88. Denkketen naar niet-weten

Van doordenker naar vrijdenker in acht schakels.

1

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een ballenjongen.'

'En de vrijdenker?'

'Een ballenkanon.'

2

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een ballenkanon.'

'En de vrijdenker?'

'Een slagman.'

3

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een slagman.'

'En de vrijdenker?'

'Een toeschouwer.'

4

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een toeschouwer.'

'En de vrijdenker?'

'Een vogel.'

5

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een vogel.'

'En de vrijdenker?'

'Een jager.'

6

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een jager.'

'En de vrijdenker?'

'Een slager.'

7

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een slager.'

'En de vrijdenker?'

'Een vrager.'

8

'Waarmee kun je de doordenker vergelijken?'

'Een vrager.'

'En de vrijdenker?'

'Weet ik niet.'

'Hoe komt dat?'

'Vrij denken is onvergelijkelijk.'

89. Gedachten over aannames zijn ook maar gedachten

Leerling: Zijn onze gedachten wel waar?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Bedoelt u dat ze onwaar zijn?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Bedoelt u dat ze waar en onwaar zijn?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Bedoelt u dat ze waar noch onwaar zijn?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Neemt u dan helemaal niets aan?

Meester: Dat denk ik weleens, maar ja...

Leerling: Wat?

Meester: Zijn onze gedachten wel waar?

90. Malen over de mind – proeven van vrijdenkerij

Hoi Hans,

Al ons denken is gebaseerd op ervaring en, erger nog, op conditionering. Hoe lang je ook je geheugen doorzoekt, het levert nooit nieuwe antwoorden op. Denken is dus niet alleen een trage en vermoeiende maar ook een beperkte activiteit. Hoe zwaar het is kun je wel zien aan De Denker van Rodin, die zijn enorme hoofd met zijn hand moet ondersteunen.

Denken is eigenlijk maar een zielige bezigheid. Het is in wezen leeg. Natuurlijk, je moet nadenken als je een IKEA-kast in elkaar wilt zetten, maar verder? Denken over gevoel doet je uiteindelijk bij de psychiater belanden. Die je problemen oplost met pilletjes. Denken over het leven leidt uiteindelijk tot zelfmoord.

Gelukkig is het denken geen mechanisme waar we niets over te zeggen hebben. Integendeel, het is een stuurbaar proces waar we wel degelijk invloed op kunnen uitoefenen. Alleen moeten we ons daar voortdurend op toeleggen. Fietsen leer je ook niet van de ene dag op de andere.

We moeten ons bewust leren worden van onze gedachten. We moeten afstand leren nemen van onszelf en onze gedachtestroom op de voet leren volgen. Dat is een bijzonder interessante en leerzame bezigheid die tot grote zelfkennis leidt. Zelfkennis is waar het in dit leven allemaal om draait.

Hoe lastig het door alle conditioneringen ook is, door ons bewust te worden van onze gedachten en deze zonder enig oordeel te volgen, kunnen we veel over onszelf en ons gevoelsleven te weten komen. Kijken, niet oordelen. Zo krijgen we weer contact met onszelf.

Natuurlijk is dat niet altijd even makkelijk, want je komt heel wat tegen – bubbels die je alleen kunt aangaan met je eigen waarheid en je eigen wijsheid.

Aandacht voor je denken is puur liefdewerk. Het zal je laten zien dat denken een beperkte maar stuurbare bezigheid is.

Hoi Steven,

Leuk bedacht, al levert het dan geen nieuwe antwoorden op.

Steven: Daar neem ik geen genoegen mee. Mag ik aandringen op een echte reactie?

Hans: Ja hoor.

Steven: Toe dan.

Hans: Als het denken in wezen leeg is, welke inhoud zou mijn reactie dan kunnen hebben?

Als jouw denken maar een zielige bezigheid is, waarom val je mij er dan mee lastig?

Als je denken maar een zielige bezigheid vindt, waarom hou je je dan bezig met het mijne?

Als het denken een domme zoekautomaat is die alleen maar oude antwoorden ophoest, hoe denk je er dan ooit aan te ontsnappen?

Als alle antwoorden van het denken altijd al oud zijn geweest, waar komen ze dan oorspronkelijk vandaan?

Steven: Ja, hallo. Vragen heb ik zelf genoeg.

Hans: Ik denk het niet. Antwoorden heb je zelf genoeg, je brief staat er vol mee. Hier heb je als tegenwicht nog wat vragen:

Denk je echt dat denken over gevoel iedereen bij de psychiater doet belanden? Zouden er geen mensen zijn die over hun gevoel nadenken zonder bij de psychiater terecht te komen, of mensen die juist doordat ze veel over hun gevoel denken geen psychiater nodig hebben?

Denk je echt dat alle psychiaters alleen maar pilletjes kunnen voorschrijven? Al eens een psychiater geprobeerd die over alternatieven beschikt of vragen weet te stellen?

Denk je echt dat denken over het leven uiteindelijk leidt tot zelfmoord? Zouden er geen mensen zijn die vrijelijk over het leven nadenken zonder zelfmoord te plegen, of mensen die juist doordat ze veel over het leven nadenken geen zelfmoord plegen?

Denk je echt dat het om zelfkennis draait in het leven en dat dat voor iedereen geldt? Dat het ergens om draait in het leven en niet overal om of nergens om of om meerdere dingen tegelijk of om het een na het ander of zo?

Denk je echt dat we onze gedachtestroom op de voet moeten volgen, ons bewust moeten worden van onze gedachten en er afstand van moeten nemen, of is dat ook maar een gedachte in je gedachtestroom waarvan je je bewust moet worden en afstand moet nemen?

Denk je echt dat je naar je gedachtestroom moet kijken zonder oordeel of is dat het volgende oordeel over hoe je naar je gedachtestroom moet kijken?

Denk je echt dat we kijkend naar onze gedachtestroom weer contact krijgen met onszelf? Zouden er geen mensen zijn die daardoor juist vervreemd raken van zichzelf, bij de psychiater belanden of zelfmoord plegen?

Denk je echt dat je de bubbels in je denken moet aangaan, dat je ze alleen kunt aangaan met je eigen waarheid en je eigen wijsheid, dat je ze alleen daarmee kunt aangaan en nergens anders mee? Geldt dat ook voor alle bubbels in je denken over de bubbels in je denken? Wanneer denk je die eens aan te gaan?

Denk je echt dat iedereen zijn eigen waarheid en zijn eigen wijsheid heeft of is dat toevallig je eigen waarheid of wijsheid over iedereen?

Tot slot: is het denkbaar dat waarheid en wijsheid alleen in vraagvorm bestaan?

Meer antwoorden heb ik niet voor je, sorry.

Ik hoop dat je hier wel genoegen mee neemt.

Cocon met oogjesp.

^ Malen over de mind.

91. Van denkleed en weetleed

Volgens sommigen is denken de oorzaak van onze nood; alle leed zou denkleed zijn.

Helaas maakt deze gedachte deel uit van ons denken. Als ze waar is, dan is ze zelf een bron van lijden. Ik zou er dus nog maar eens goed over nadenken.

Volgens anderen is kennis de bron van onze nood; alle lijden zou weetleed zijn.

Helaas maakt deze gedachte deel uit van onze kennis. Als ze waar is, dan is ze zelf een bron van lijden. Ik zou hem dus nog maar eens goed onderzoeken.

Verder lezen: Meestal gaat het alleen over denkleed (in het Witboek voor Levenskunst); Lijden is een keuze, is dat waar? (in Byron Katie voor Workaholics); Denkleut en denkleed voor wie wel en wie niet weet (in het Witboek Zen).

92. Trechterdenken

Trechterdenken is het herleiden van meerdere onbegrepen verschijnselen tot één onbegrepen principe, concept, hypothese of verklaring.

'Alle leed is denkleed' is een schoolvoorbeeld van trechterdenken.

Zodra iemand beweert dat iets eigenlijk iets anders is, hanteert hij de denktrechter.

Volgens de materialist is alles eigenlijk stof.

Volgens de idealist is alles eigenlijk bewustzijn.

Volgens de boeddhist is alles eigenlijk leeg.

Volgens de mysticus is alles eigenlijk god.

Afhankelijk van de vakgroep waarvoor je werkt is filosofie eigenlijk psychologie, psychologie eigenlijk biologie, biologie eigenlijk fysiologie, fysiologie eigenlijk scheikunde, scheikunde eigenlijk natuurkunde, natuurkunde eigenlijk theologie, theologie eigenlijk antropologie en antropologie eigenlijk filosofie.

De mond van de denktrechter aan de mond van het lichaam zetten om te verkondigen hoe het zit, heet megafonie.

De trechtermond afzagen en de wereld alleen nog door het trechterbuisje bekijken, heet kokervisie.

Wie meent dat wat volgt op het woord 'eigenlijk' eigenlijk het eigen lijk van de voorafgaande gedachte is, kijkt naar zijn eigen lijk.

Iemand met een trechter op zijn hoofd en een omgekeerde trechter op zijn mond.

^ Trechterdenker met denktrechter en spreektrechter.

Zie ook hetWoordenboek niet-weten: kokervisie en megafonie (in het Witboek Niet-Weten).

93. Tussen de mensen in staat het zelf

Tussen de mensen

Tussen de mensen in

Tussen de mensen in staat

Tussen de mensen in staat een ik

Tussen de mensen in staat een ik-gedachte

Tussen de mensen in staat een ik-gedachte in het zelf

Tussen de mensen in staat een ik-gedachte in het zelfbedachte zelf

Tussen de mensen in staat een ik-gedachte in het zelfbedachte zelfbedachte zelf

Tussen de mensen in staat het zelfbedachte zelf

Tussen de mensen in staat het zelfbedachte

Tussen de mensen in staat het zelf

Tussen de mensen in staat het

Tussen de mensen staat het

Tussen de mensen

Tussenmensen

Mensen

94. Tussen de mensen in gedachten

Mensen

Tussenmensen

Intussenmensen

In tussen mensen

Tussen mensen in

Tussen de mensen in

Tussen de mensen in staan

Tussen de mensen in staan gedachten

Tussen de mensen in staan gedachten als deze

Tussen de mensen in gedachten als deze

Mensen in gedachten als deze

Mensen in gedachten

Mensengedachten

Gedachte mensen

Gedachtemensen

Gedachten

95. Uit de weg gaan is de weg van de aikidogeest

Niet-weten, daar krijg je smedige meningen van. Floppy visies. Een plooibare geest. Het vermogen om snel tussen standpunten te schakelen. Of het onvermogen om er lang in te blijven hangen, het is maar net hoe je het bekijkt.

Dat wervelende derwisjdenken, die soevereine aikidogeest die alleen nog van wijken weet – het heeft iets magisch. Soms lijkt een agnost wel een wijze.

Maar niet-weten is geen wijsheid, geen dwaze wijsheid, geen wijze dwaasheid en geen dwaasheid.

Er is in niet-weten geen bevrijdend inzicht, geen methode, geen geheim, niets wat overgedragen hoeft te worden via woorden of buiten de geschriften om van meester op meester of van hart tot hart.

Er is in niet-weten geen realisatie, geen ontwaken, geen transformatie, geen transcendentie, geen bereiken en geen niet-bereiken.

De aikidogeest gaat alleen maar uit de weg en dat is zijn weg. Hij gaat nergens heen, hij is altijd hier, net als iedereen. Het heeft dus geen enkele zin om hem te volgen.

Bewegingssculptuur van aikidobeoefenaar. ^ Die soevereine aikidogeest die alleen nog van wijken weet.

96. Wat als we niks kunnen bewijzen?

'Als we niks kunnen bewijzen, kunnen we wel ophouden, Hans.'

'Bewijs het maar.'

'Hè?'

'Zeg dat wel.'

'Als we niks kunnen bewijzen, kunnen we net zo goed doorgaan, wou je zeggen.'

'Bewijs het maar.'

'Hè?'

'Zeg dat wel.'

'Wat als we niks kunnen bewijzen?'

'Ja, wat niet.'

97. De lange weg naar Nooitgedacht

Leerling: Ooit dacht ik te weten.

Meester: Ooit dacht ik niet te weten.

Jaren later...

Leerling: Ooit dacht ik niet te weten.

Meester: Ooit dacht ik dat er een ooit was.

Jaren later...

Leerling: Ooit dacht ik dat er een ooit was.

Meester: Ooit dacht ik van niet.

Jaren later...

Leerling: Ooit dacht ik dat er geen ooit was.

Meester: Ooit dacht ik.

Jaren later...

Leerling: Ooit dacht ik.

Meester: Ooit dacht ik dat ik niet moest denken.

Jaren later...

Leerling: Ooit dacht ik dat ik niet moest denken.

Meester: Ooit dacht ik dat ik iets over mijn denken te zeggen had.

Jaren later...

Leerling: Ooit dacht ik dat ik iets over mijn denken te zeggen had.

Meester: Ooit dacht ik dat ik niets over mijn denken te zeggen had.

Jaren later...

Leerling: Ooit dacht ik dat ik niets over mijn denken te zeggen had.

Meester: Afijn.

Jaren later...

Leerling: Afijn.

Meester: Ooit dacht ik dat ik het niet beter kon zeggen.

Leerling: En toen?

Meester: Dacht ik dat ik het beter niet kon zeggen.

Leerling: En nu?

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

98. Elf misgrepen naar onbegrip

Meester Minder kan niet meer.

Leerling: Alles is onzeker.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Het bestaan is op geen enkele manier kloppend te krijgen.

Meester: Dan zal dit ook wel niet kloppen.

Leerling: Het leven is een raadsel.

Meester: Toch weer een oplossing gevonden?

Leerling: Het leven is absurd.

Meester: Neem alleen al deze gedachte.

Leerling: De hoogste werkelijkheid onttrekt zich aan onze verhalen.

Meester: Het bekende verhaal.

Leerling: Er zijn geen antwoorden.

Meester: Daar vraag je me wat.

Leerling: Nergens is houvast te vinden.

Meester: Ook hierin niet.

Leerling: De wereld is wat je denkt dat hij is.

Meester: Zou je denken?

Leerling: Het leven ontsnapt aan iedere duiding.

Meester: Nu jij nog.

Leerling: Diep in mijn binnenste heerst stilte.

Meester: Wie is dan die ouwehoer?

Leerling: Het denken zal het nooit opgeven.

Meester: Ik geef het op.

99. Wat is diepzinnigheid?

Leerling: Wat is diepzinnigheid?

Meester: Denken dat je het doorhebt.

Leerling: Ik denk niet meer dat ik het doorheb.

Meester: Denk je dat je diepzinnig bent?

Leerling: Denkt u dat u me doorhebt?

Meester: Denk je dat je me doorhebt?

100. De denker doorzien

Lang getracht!

Allerwegen!

Uitgedacht!

En gekregen!

Denker uitgevoerd als skelet van zwervelingen.

^ De denker doorzien.

Deel 2 – Verlichting doorzien

101. Wat je minstens moet weten van verlichting

Waarin de auteur van het Witboek Verlichting zichzelf nogmaals aanprijst.

'Wat weet jij eigenlijk van spirituele verlichting, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

Wat je minstens moet weten van wat dan ook

In plaats van spirituele verlichting mag je ook iets anders invullen: bevrijding, realisatie, ontwaken, satori, samadhi, eenwording, wijsheid, essentie, de bron, het zelf, god, niet-weten.

Voorbeeld:

'Wat weet jij eigenlijk van nirwana?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

Of:

'Wat weet jij eigenlijk van het absolute?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

Of:

'Wat weet jij eigenlijk van vrijheid?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

Verder lezen: Hoe je een agnost aanbeveelt (in het Witboek Niet-Weten).

102. Verlichting is verlossing van vragen, antwoorden en woorden

Wat is verlichting? Kan ik zelf verlicht worden? Ben ik het misschien al? Is iedereen het eigenlijk al?

Is verlichting hetzelfde als bevrijding, realisatie, transcendentie, autolyse, zelfverwerkelijking, eenwording en ontwaken of zijn dat andere zaken?

Hoeveel soorten verlichting zijn er? Hoeveel niveaus van verlichting?

Waaraan herken je de verlichte? Heeft hij bepaalde lichamelijke of geestelijke kenmerken? Gedraagt hij zich op een bepaalde manier?

Heeft de verlichte bovennatuurlijke vermogens? Is hij alwijs, alwetend, alziend, alomtegenwoordig?

Is de verlichte altijd blij? Staat hij overal voor open? Heeft hij overal vrede mee?

Is de verlichte een heilige? Doet hij alleen het goede? Slaat hij nog weleens met zijn vuist op tafel?

Kan de verlichte terugvallen in zijn oude staat van onwetendheid of is hij voor altijd verlicht?

Kan iemand anders je verlicht maken, moet je het helemaal zelf doen of overkomt het je gewoon?

Is iedere verlichte een verlichter? Hoe weet je of een verlichter een oplichter is? Is iedere verlichter een oplichter?

Vragen, vragen, vragen. Als er iets eeuwig is aan verlichting dan zijn het wel de vragen die het oproept.

Sommige mensen raken helemaal bezeten van verlichting en hebben er alles voor over om het te bereiken.

Ze verslijten de ene leraar, gids, goeroe, sjamaan, meester of coach na de andere, doen dag en nacht oefeningen, volgen workshop na workshop, retraite na retraite.

Ze sluiten zich aan bij een sangha, leggen geloften af, scheren hun hoofd kaal, laten koffie, thee, vlees, vis, snoep, drank en drugs staan, eten nog maar één keer per dag, gaan heel vaak hetzelfde zinnetje herhalen, heel langzaam ademhalen, heel langzaam rondjes lopen of heel lang stilzitten.

Ze bezoeken de ene satsang na de andere, kijken het ene verlichtingsfilmpje op internet na het andere, vullen hun kasten met boeken over verlichting en hun hoofd met ideeën over verlichting. Het laat ze niet los en dat is de les.

Verlichting is verlossing van de vragen die je fascineren, van de gedachten die je boeien en van de woorden die je betoveren.

Vooral van het woord verlichting.

Gevangene met een grote gloeilamp aan zijn voet.

^ Het laat je niet los en dat is de les.

Jouw woord

Misschien is verlichting niet jouw woord en ben je meer van zen. Dan zeg ik: zen is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord zen.

Misschien is zen niet jouw woord en ben je meer van het taoïsme. Dan zeg ik: taoïsme is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord taoïsme.

Misschien is taoïsme niet jouw woord en ben je meer van advaita. Dan zeg ik: advaita is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord advaita.

Misschien is advaita niet jouw woord en ben je meer van de transcendentie. Dan zeg ik: transcendentie is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord transcendentie.

Misschien is transcendentie niet jouw woord en ben je meer van het niet-weten. Dan zeg ik: niet-weten is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord niet-weten.

Misschien is niet-weten niet jouw woord en ben je meer van puntje-puntje-puntje. Dan zeg ik: puntje-puntje-puntje is verlossing van de vragen die je boeien, van de antwoorden die je behagen en van de woorden die je betoveren. Vooral van het woord puntje-puntje-puntje.

Misschien is puntje-puntje-puntje ook niet jouw woord en vind je al die woorden maar raar. Dan zeg ik niks.

103. Verlichting is korte metten maken met de mind

Verlichting is korte metten maken met de mind.

Ook met het idee dat je korte metten kunt maken met de mind of dat je daar geen korte metten mee kunt maken.

Ook met het idee dat je daarvoor kunt kiezen of dat je er niet voor kunt kiezen.

Ook met het idee dat er zoiets is als een vrije wil of dat er niet zoiets is.

Ook met het idee dat er zoiets is als de mind of dat er niet zoiets is.

Ook met het idee dat er iemand is die ergens korte metten mee kunt maken of dat er niet zo iemand is.

Ook met het idee dat er zoiets is als verlichting of dat er niet zoiets is.

Ook met het idee dat de verlichte beter af is dan de onverlichte of omgekeerd.

Verlichting is korte metten maken met elk idee, dus ook met dit idee.

Korter kan ik je metten niet maken en om het genoegen ervan te smaken had je het zelf moeten doen.

104. Verlichting is geen idee

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Is dat wat ik me erbij moet voorstellen of weet je het niet?'

'Zo kun je het ook zeggen.'

'Wat als ik me er niets meer bij voorstel?'

'Geen idee.'

Nog meer geen ideeën

In plaats van verlichting kun je hierboven invullen wat je wil – liefde, niet-weten, mystiek, essentie – maar dat had je vast al door. Zo niet, dan heb ik nog tweeëntwintig voorbeelden voor je.

Hoe eerder je het idee van geen idee omarmt, hoe eerder je ervanaf bent.

En dan?

Geen idee.

105. Catch 22 – tweeëntwintig metaforen voor verlichting

Hieronder eenentwintig metaforen voor spirituele verlichting.

Er zit er vast wel een voor je bij.

Maak je keus en betaal de prijs.

En anders is daar altijd de tweeëntwintigste.

Die hoef je niet te kiezen.

Wat de prijs betreft: van een kale kip kun je niet plukken.

Kakelde de kip zonder kop.

Tok tok tok!

Geplukte kip met een gebroken ei als kop.

^ Van een kale kip kun je niet plukken.

Voor degenen die niet bekend zijn met het woord:

Een catch is een addertje onder het gras, een val, een instinker.

Een catch 22 is een vicieuze cirkel, een dilemma, een tegenstrijdigheid.

106. Catch 1. Verlichting is geen plaats

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een plaats?'

'Hè?'

'Hier, thuis, gene zijde, de hemel, het paradijs, Nirwana, het Reine Land, Utopia, Walhalla of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw plaats?'

'Ik ben helemaal van de kaart.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

Joker die van zijn eigen speelkaart is gestapt.

^ Ik ben helemaal van de kaart.

Zie ook: Tussen een en twee vind je de deur naar non-dualiteit (in het Witboek Advaita).

107. Catch 2. Verlichting is geen tijd

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een tijd?'

'Hè?'

'Dit ogenblik, de eeuwigheid, het hiernumaals, het eeuwige heden of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Ben jij voorgoed in het nu?'

'Ook die tijd is voorbij.'

'Maar wel voorgoed?'

'Voorgoed moet nog komen.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

108. Catch 3. Verlichting is geen weg

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een weg?'

'Hè?'

'Zelfonderzoek, het werk, autolyse, ascese, caritas, devotie, gebed, meditatie, contemplatie, tantra, yoga, zen of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat was jouw weg?'

'Ik ben gewoon verdwaald.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

109. Catch 4. Verlichting is geen (on)grond

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een laatste grond?'

'Hè?'

'Bewustzijn, kennendheid, helderheid, ruimte, stilte, leegte, het niets of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Heb jij een laatste grond gevonden?'

'Die heb ik afgegraven.'

'Bedoel je dat je de ongrond hebt gerealiseerd?'

'Die heb ik dichtgegooid.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

110. Catch 5. Verlichting is geen gemoedstoestand

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een gemoedstoestand?'

'Hè?'

'Liefde, mededogen, gelukzaligheid, innerlijke vrede, onverstoorbaarheid, gelatenheid of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw gemoedstoestand?'

'Voor mij geen toestanden meer.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

111. Catch 6. Verlichting is geen staat

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een staat?'

'Hè?'

'Autonomie, ongebondenheid, vrijheid, soevereiniteit, zelfstandigheid, zelfgenoegzaamheid of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw staat?'

'Ik ben in alle staten.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

112. Catch 7. Verlichting is geen transformatie

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een transformatie?'

'Hè?'

'Bewustwording, ontwaken, realisatie, transcendentie, zelfverwerkelijking of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Waarin ben jij getransformeerd?'

'Nergens in.'

'Jij bent niet iets anders geworden?'

'Ik word almaar anders. Net als iedereen.'

'Verandering zonder eind.'

'En zonder begin.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

113. Catch 8. Verlichting is geen ervaring

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een ervaring?'

'Hè?'

'Extase, exaltatie, euforie, gelukzaligheid, zielsvervoering, trance, kensho, satori, samadhi of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw ervaring?'

'Dat ervaringen zo voorbij zijn.'

'En dan?'

'Sta je weer met lege handen.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

114. Catch 9. Verlichting is geen filosofie

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een filosofie?'

'Hè?'

'Holisme, monisme, non-dualisme, fatalisme, nihilisme, stoïcisme, scepticisme, pyrronisme, subjectivisme, absurdisme, pluralisme, agnosticisme, anarchisme, iconoclasme of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Hoe heet jouw filosofie?'

'Tja.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

115. Catch 10. Verlichting is geen levenshouding

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een levenshouding?'

'Hè?'

'Openheid, onbevangenheid, neutraliteit, onpartijdigheid, indifferentie, keuzeloos gewaar zijn of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Hoe stel jij je op?'

'Ik stel me niet op.'

'Waarom niet?'

'Omdat ik me geen houding meer weet te geven.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

116. Catch 11. Verlichting is geen loslaten

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Loslaten?'

'Hè?'

'Meegaan, overgeven, niet-doen, onthechten, wu wei of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Heb jij alles losgelaten?'

'Zelfs het loslaten.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

117. Catch 12. Verlichting is geen spontaniteit

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Spontaniteit?'

'Hè?'

'Directheid, natuurlijkheid, authenticiteit, echtheid, eenvoud, eerlijkheid of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Spontaniteit is niet jouw ding?'

'Alsof spontaniteit niet gemaakt kan zijn.'

'Daar zeg je zo wat.'

'Alsof gemaaktheid niet spontaan kan zijn.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

118. Catch 13. Verlichting is geen oplettendheid

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Mindfulness?'

'Hè?'

'Aandachtigheid, alertheid, oplettendheid, opmerkzaamheid, wakkerheid of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jij bent niet steeds mindful?'

'Ik kijk wel linker uit.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

119. Catch 14. Verlichting is geen hogere identiteit

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een hogere identiteit?'

'Hè?'

'Je oorspronkelijke gezicht, je ware aard, je diepste wezen, je hoogste zelf, je essentie, je boeddhanatuur of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wie ben je nu echt?'

'Ik weet niet eens of ik echt ben.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

120. Catch 15. Verlichting is geen hogere werkelijkheid

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een hogere werkelijkheid?'

'Hè?'

'Het zijn, het overstijgende, het absolute, het alomvattende, het tijdloze, het oneindige of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is jouw werkelijkheid?'

'Niet weten wat echt is.'

'Bedoel je dat alles een illusie is?'

'Dan ook de illusie.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

121. Catch 16. Verlichting is geen orgaan

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een orgaan?'

'Hè?'

'Het wijsheidsoog, het hart, de onderbuik, de hoofdchakra of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Hoe is het met jouw derde oog gesteld?'

'Dat heb ik uitgestoken.'

'En nu?'

'Ben ik ziende blind.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

122. Catch 17. Verlichting is geen bevrijdend inzicht

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een bevrijdend inzicht?'

'Hè?'

'De wijsheid zonder wijsheid, de wijsheid voorbij alle wijsheid, een weten zonder woorden, de kennis zonder leraar, de dharma, prajnaparamita of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jij bent niet tot inzicht gekomen?'

'Ik ben finaal de mist ingegaan.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

123. Catch 18. Verlichting is geen verwondering

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Verwondering?'

'Hè?'

'Een geestesgesteldheid waarin je het leven ervaart als mysterieus, numineus, onzegbaar, onkenbaar of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Wat is volgens jou het geheim van het leven?'

'Van het wat?'

'Doe niet zo flauw.'

'Wie?'

'Toe nou.'

'Niet weten of er een geheim is?'

'Dat kun je toch geen geheim noemen?'

'Daarom mag je het gerust weten.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

124. Catch 19. Verlichting is geen mystieke eenwording

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Mystieke eenwording?'

'Hè?'

'Versmelting, collectus, henosis, unitus, godgelijkheid of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jij bent niet één geworden?'

'Ik ben het tellen verleerd.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

125. Catch 20. Verlichting is geen geest

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Een geest?'

'Hè?'

'De gewone geest, de natuurlijke geest, de oorspronkelijke geest, de fundamentele geest, de lege geest, de weetnietgeest, de algeest, de grote geest of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jij bent meer een vrijgeest.'

'Ik ben meer een ghost buster.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

126. Catch 21. Verlichting is geen einde

'Wat moet ik me voorstellen bij verlichting, Hans?'

'Geen idee.'

'Het einde?'

'Hè?'

'Nietiging, ontwording, zelfvergetelheid, de grote dood, het einde der tijden, de apocalyps, het eschaton of zo?'

'Hoe bedenk je het.'

'Jouw wereld is niet verloren gegaan?'

'Ook dat is voorbij.'

'Jouw tijd is niet tot stilstand gekomen?'

'Ook voorbij.'

'En je eigen einde?'

'Voorbij.'

'En het voorbijgaan?'

'Allemaal voorbij.'

'Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?'

'Geen idee.'

127. Catch 22. Verlichting is geen niet-weten

Dit waren eenentwintig metaforen voor spirituele verlichting.

Wat zelf ook maar een metafoor is.

Maar waarvoor?

Het is maar net aan wie je het vraagt.

En als je het mij vraagt?

Dan is verlichting een metafoor voor niet-weten.

Wat zelf ook maar een metafoor is.

Maar waarvoor?

Robotje met een gloeilamp als hoofd dat angstig zijn handje uitsteekt naar het stopcontact; om hem heen liggen allemaal kapotte gloeilampen.

Lees ook: Catch 33 – drieëndertig deuren naar (non-)dualiteit (in het Witboek Advaita).

128. Rijk zonder rijk

'Hoe voelt niet-weten, Hans?'

'Rijk.'

'Heb je daarom tranen in je ogen?'

'Wie zal het zeggen.'

'Waar ben je dan zo rijk mee?'

'Geen idee.'

'Met de Waarheid?'

'Ken ik niet.'

'Met de Werkelijkheid?'

'Ken ik niet.'

'Met de Wijsheid voorbij alle wijsheid?'

'Heb ik niet.'

'Met het Ene?'

'Ken ik niet.'

'Met het Numineuze?'

'Ken ik niet.'

'Met je Oorspronkelijke Gezicht?'

'Heb ik niet.'

'Waar ben je dan zo rijk mee?'

'Dat zeg ik.'

'Wat?'

'Geen idee.'

129. Verlichting is het einde van verlichting

Vraaggesprek met Meester Minder.

'Wat is verlichting?'

'Het is maar net aan wie je het vraagt. Dat zegt al genoeg, lijkt me. Ik heb er niets aan toe te voegen.'

'Wat is verlichting, als je het u vraagt?'

'Een ander woord voor niet-weten.'

'Wat is niet-weten?'

'Het is maar net aan wie je het vraagt. Dat zegt al genoeg, lijkt me. Ik heb er niets aan toe te voegen.'

'Wat is niet-weten, als je het u vraagt?'

'Het denken doorzien.'

'Wat is het denken doorzien?'

'Het is maar net aan wie je het vraagt. Dat zegt al genoeg, lijkt me. Ik heb er niets aan toe te voegen.'

'Wat is het denken doorzien, als je het u vraagt?'

'Het einde van het heilige geloof in je gedachten.'

'In welke gedachten?

'In al je gedachten.'

'Ook die over verlichting?'

'En ook die over niet-weten.'

'Ook die over het denken?'

'En ook die over het einde van het heilige geloof in je gedachten.'

'Wat is het einde van het heilige geloof in je gedachten?'

'Het is maar net aan wie je het vraagt. Dat zegt al genoeg, lijkt me. Ik heb er niets aan toe te voegen.'

'Wat is het einde van het heilige geloof in je gedachten, als je het u vraagt?'

'Een ander woord voor verlichting.'

'Wat is verlichting?'

Lees ook: Niet-weten is een vrij woord, Tweeëntwintig betekenisvelden van niet-weten, Niet-weten is vrij rondzwemmen in eindeloze betekenisvelden en Vierhonderd definities van niet-weten (alle in het Witboek Niet-Weten).

130. Verlichting is van je sokkel stappen

Realisatie van de innerlijke sukkel.

Verlichting is geen voetstuk.

Als je erop gaat staan zak je er dwars doorheen.

Hoe dat komt?

Doordat licht geen substantie heeft.

Van zichzelf is het niets.

Licht onthult dingen die je anders niet kunt zien terwijl ze wel in de weg staan.

Denkbeelden bijvoorbeeld.

Licht laat zien wat je niet kunt zien omdat het niet echt bestaat.

Denkbeelden bijvoorbeeld.

Verlichting is geen voetstuk en het gaat je ook niet lukken om verlichting op een voetstuk te zetten.

Waarom niet?

Omdat er geen plaats voor is.

Waarom is er geen plaats voor?

Omdat je er zelf op staat.

Al is het maar in je dromen.

En hoger kun je niet komen.

Hoger dan op het voetstuk van je dromen.

Van daar kun je alleen nog maar omlaag.

Nu staat het voetstuk van je dromen midden in het onbekende.

Het onbekende is waaraan je probeert te ontsnappen door op een voetstuk te gaan staan.

Verlaat je je sokkel dan daal je af in het onbekende.

In het onbekende vind je je innerlijke sukkel.

De sukkel die je altijd al was en altijd zult zijn.

De sukkel zonder leer.

De sukkel zonder leraar.

De sukkel zonder leerlingen.

De sukkel zonder woorden.

De sukkel voorbij alle sukkels.

Radeloos, redeloos, reddeloos.

Verlichting is van je sokkel stappen en je innerlijke sukkel realiseren.

131. Verlichting is één worden met het onbekende

Meester Minder zegt:

Verlichting is afdalen in het onbekende.

Daar weet je niet meer waar je begint of ophoudt.

Daar word je een onbekende voor jezelf.

Fantasiefiguur in een vreemde houding opgebouwd uit fantasiefiguurtjes in vreemde houdingen.

^ Daar word je een onbekende voor jezelf.

Daar wordt het onbekende eigen.

Midden in het onbekende ben je een met het onbekende.

Lees ook: De witte wereld van de weetniet (in het Witboek Niet-Weten).

132. Verlichting is een groot woord

'Heb jij het Ware Zelf gerealiseerd, Hans?'

'Ik weet niet wat me is overkomen, maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.'

'Ik bedoel, ben je aan de dualiteit ontstegen?'

'Ik weet niet wat me is overkomen, maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.'

'Voor de draad ermee: ben jij verlicht?'

'Ik weet niet wat me is overkomen, maar dit weet ik wel – grote woorden maken het kleiner.'

'En het stelt toch al niets voor, wou je zeggen.'

'Kleine woorden maken het kleiner.'

'Geen woorden dan maar?'

'Stilte maakt het te groot.'

'Geen woorden maar daden?'

'Woorden zijn ook daden.'

'Wat voor daden?'

'Taaldaden.'

'Geen grote woorden, geen kleine woorden, geen stilte en geen daden?'

'En geen opsommingen en geen negatieve definities.'

'Mystiek hoor.'

'Ik weet niet wat me is overkomen, maar dit weet ik wel...'

'Mystisch, mystagogisch, mythisch, myrionymisch, mysterieus, numineus?'

'Grote woorden maken het kleiner.'

Rode luchtballon in de vorm van de tekst 'Grote Woorden'.

^ Grote woorden.

133. Verlichting is het failliet van het verstand

Verlichting is het failliet van het verstand.

Ziedaar de gedachte die in dit boek ontwikkeld wordt – en steeds opnieuw bankroet verklaard.

Opvoeren en afvoeren, roepen en herroepen, stellen en ontstellen, keer op keer, meer heeft het dwijze denken niet om het lijf.

Wat rest is de lege leer, zei de lege heer, gloeiende halleluja.

Het denken doorzien klinkt moeilijker dan het is. Ik hoef er niets voor te doen. Ik kan het niet eens laten. Het overkomt me, zoals pijn, verliefdheid, winden, niesen, zuchten, gapen. Ik hoef er geen moment mindful voor te wezen.

Man, ik kan me niet eens meer voorstellen dat ik de gedachten die onophoudelijk in me opkomen ooit onvoorwaardelijk geloofd heb. Al die hokjes, meninkjes, verklarinkjes, speculaties, generalisaties, oordelen, leuzen, idealen – zeepbellen zijn het, natte dromen, doodlopende wegen.

Nu deze gedachten weer: wat een waanzin. Wat een waanzin om te denken dat denken waanzin is. Houdt het dan nooit op?

Niet dat ik weet. Mijn gedachten tenminste niet. Het heilige geloof in mijn gedachten wel. Het heilige ongeloof in mijn gedachten ook. Allemaal voorbij.

Geloof het of niet.

134. Verlichting is opgaan in de paradox

Het logo van de Agnosereeks en van NietWeten.nl is een onmogelijk agnosticon:

^ Onmogelijk agnosticon.

Op de omslag van het Witboek Niet-Weten) staat een onmogelijk vraagteken:

^ Onmogelijk vraagteken.

Bij het artikel Van niet-weten wil ik zingen! (in het Witboek Niet-Weten) staat een onmogelijk uitroepteken:

^ Onmogelijk uitroepteken.

Op de omslag van het zenboek Niet om door te komen! De Poortloze Poort staat een onmogelijke poort:

^ Onmogelijke poort.

Op de omslag van het Witboek Advaita staat een onmogelijk hoofd:

^ Onmogelijk hoofd.

Onmogelijke figuren zijn voor het oog wat verlichting is voor het brein.

Hoe langer je erover nadenkt, hoe dieper je erin doordringt.

Hoe dieper je erin doordringt, hoe dieper je erin wegzinkt.

Verlichting is opgaan in de paradox.

Paradoxale spiritualiteit

In plaats van verlichting kun je ook zen, wijsheid, advaita, niet-weten, bevrijding, spiritualiteit of zo zeggen:

Zen is opgaan in de paradox.

Wijsheid is opgaan in de paradox.

Advaita is opgaan in de paradox.

Niet-weten is opgaan in de paradox.

Bevrijding is opgaan in de paradox.

Spiritualiteit is opgaan in de paradox.

Verder lezen: Leven in de paradox (in het Witboek Niet-Weten).

135. Verlichting is nat gaan

1. Grondslag

Verlichting is geen alomvattende verklaring. Het is geen machtsgreep. Het is geen denken dat zegeviert over de wereld.

Verlichting is een denken dat zegeviert over zichzelf. Niet ooit, definitief, waarna het voor eeuwig stilvalt, maar telkens weer, de hele dag door, nu en nu en nu.

2. Terugslag

Als verlichting inderdaad een denken is dat zegeviert over zichzelf, dan zegeviert het natuurlijk ook over het denken over zichzelf.

Dus ook over het denken dat verlichting een denken is dat zegeviert over zichzelf, nu en nu en nu.

Dus ook over het denken dat verlichting geen alomvattende verklaring is, geen machtsgreep, geen denken dat zegeviert over zichzelf.

Dus ook over het denken in termen van 'verlichting', 'zegevieren' en 'het denken', of in wat voor termen ook.

Dus ook over het denken zonder termen, of welke vorm van anders denken of niet-denken ook.

Wat blijft er dan nog over?

Is er dan nog wel iets dat verlichting mag heten?

3. Uitputtingsslag

Verlichting is het einde van verlichting, zou je denken, maar dat is opnieuw een gedachte.

Verlichting is het einde van het denken dat verlichting het einde is van verlichting, zou je denken, maar dat is opnieuw een gedachte.

Verlichting is het einde van het denken dat verlichting het einde is van het denken dat verlichting het einde is van het denken, zou je denken, maar dat is opnieuw een gedachte.

4. Golfslag

Is verlichting nu een overwinning van het denken op het denken, het einde van het denken, geen van beide of allebei, wat denk jij?

Voor mij is verlichting een vinger uit het gat van de geest die ooit een dijk is geweest.

Kijk hem eens nat gaan!

136. Verlichting? Je moet er niet aan denken

Meester Minder zegt:

Verlichting?

Je moet er niet aan denken.

Dan pas krijg je vleugels

Penseur met gloeilamp als hoofd.

^ Verlichting? Je moet er niet aan denken.

Waar je nog meer niet aan moet denken

Zen? Je moet er niet aan denken. Dan pas krijg je vleugels.

Vrijheid? Je moet er niet aan denken. Dan pas krijg je vleugels.

Non-dualiteit? Je moet er niet aan denken. Dan pas krijg je vleugels.

Mystiek? Je moet er niet aan denken. Dan pas krijg je vleugels.

Niet-weten? Je moet er niet aan denken. Dan pas krijg je vleugels.

Vleugels? Je moet er niet aan denken. Dan pas ga je zweven.

137. Meester Minder licht het anker

Eerste rak

Leerling: Ben je op weg naar verlichting de passagier of de kapitein?

Meester: Het schip.

Middelste rak

Leerling: Ben je op weg naar verlichting de kapitein of het schip?

Meester: De zee.

Laatste rak

Leerling: Ben je op weg naar verlichting het schip of de zee?

Meester: De drenkeling.

138. Verlichting is schipbreuk lijden

Meester Minder zegt:

Verlichting is...

De boot missen.

Buiten de boot vallen.

Het schip ingaan.

Tussen de wal en het schip vallen.

Schoon schip maken.

Schipbreuk lijden.

Zinkend schip met een vuurtoren erop.

^ Verlichting is schipbreuk lijden.

Is dat dan wat je wil?

139. Verlichting is terugtrekken tot je uitgetrokken bent

De weg terug van Meester Minder.

Leerling: Moet ik me uit de wereld terugtrekken om tot verlichting te komen?

Meester: Welnee.

Leerling: Ik kan gewoon in de wereld blijven?

Meester: Op een gegeven moment trek je je als vanzelf uit de zogenaamde wereld terug.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit je zogenaamde zelf.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit het zogenaamde weten.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit het zogenaamde niet-weten.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit je zogenaamde verlichting.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit het zogenaamde terugtrekken.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit het zogenaamde dan.

Leerling: En dan?

Meester: Trek je je als vanzelf terug uit de zogenaamde zogenaamdheid.

Leerling: Hm.

Meester: Maar niet per se in die volgorde.

Leerling: En dan is alles weg?

Meester: En dan is alles terug.

140. Woorden die je nooit hoorde over verlichting

Beste Hans,

Soms ben ik de clichés uit het spirituele wereldje helemaal beu. Dan is het een verademing om jou te lezen. Sobere taal, fris van de lever. Jij laat de woorden weer spreken.

Beste Sasha,

Ik laat de woorden weer zwijgen.

141. Over het nut van spirituele instructies

Meester Minder houdt vol.

Leerling: Wat is het geheim van verlichting?

Meester: Alles vergeten.

Leerling: Dat zal ik onthouden.

142. Verlichting is niet aan andermans voeten zitten

Beste Hans,

Na tien jaar aan de voeten van mijn Goeroe heb ik er vorige maand definitief een punt achter gezet. Vervolgens heb ik veel vertroosting en plezier aan je website beleefd. Ik dacht dat een vrije vogel en antigoeroe als jij dat wel leuk zou vinden om te horen.

Beste Nadia,

Aan de voeten van je goeroe zitten tenen. Ook hij moet ze regelmatig wassen of de stank verdragen.

Antigoeroe ben ik bij mijn weten niet. Antiantigoeroe ook niet.

Ik gun iedere discipel zijn goeroe. Ik gun iedere goeroe zijn discipelen. Ik gun iedere discipel de bevrijding van zijn goeroe. Ik gun iedere discipel een goeroe die zich van zijn discipelen bevrijd. Ik gun iedere goeroe discipelen die zich van hem bevrijden. Ik gun iedere goeroe een tweede kans, ik gun iedere discipel een tweede bevrijding enzovoort.

Nadia: Heb jij ambities in die richting?

Hans: Bij gebrek aan richting heb ik geen ambities. Dus ook niet de ambitie om een goeroe, een antigoeroe of een antiantigoeroe te zijn, als je dat bedoelt. En ook niet om aan die tegenstellingen te ontsnappen. Omdat ik er niet in zit, snap je?

Nadia: Verlang je er niet naar om iets voor de mensen te betekenen?

Hans: Nee, ik verlang er niet naar om iets voor de mensen te betekenen. Ik verlang er ook niet naar om niets voor de mensen te betekenen.

Ik verlang er niet naar om aan iemands voeten te zitten, handen geven vind ik erg genoeg. Ik verlang er ook niet naar om mensen aan mijn voeten te hebben, ik heb liever tenen.

Ik verlang er niet naar om ergens een punt achter te zetten, doe mij maar een vraagteken. Ik verlang er ook niet naar om ergens een vraagteken achter te zetten, doe mij maar niet-weten.

Nadia: Ben jij vrij van ieder verlangen?

Hans: Nee, en ik verlang er ook niet naar.

Nadia: Wat is verlichting? Spiritueel gezien, bedoel ik.

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Nadia: Als je het jou vraagt.

Hans: Totale verduistering. Door het stof gaan. Voor schut gaan. Door de mand vallen. Geen vaste grond meer onder je voeten hebben. Alles kwijtraken, zelfs het kwijtraken.

Dus ook je goeroe. Ook je antigoeroe. Ook je autonomie, je vrijheid, je ik en je niet-ik, je verdeeldheid, je eenheid en noem maar op.

Nadia: Hoe is het om geen vaste grond meer onder je voeten te hebben?

Hans: Dan hoef je nooit meer op je tenen te lopen.

143. Verlichting is geen goeroe

Vierenveertig uitspraken van ex-discipelen opgetekend door ex-goeroe Antavedantanandanta.

Een leer? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Geen leer? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Leerlingen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Mediteren? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Niet mediteren? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Analfabeet? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Dyslectisch? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Lezen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Studeren? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Een weg? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Geen weg? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

IJdel? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Voorkeur? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Neutraal? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Betrokken? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Gehecht? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Onthecht? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Uitgelaten? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Down? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Dronken? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Bang? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Geboren? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Ziek? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Terminaal? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Euthanasie? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Chanten? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Roddelen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Vloeken? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Bidden? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Spreken? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Zwijgen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Oordelen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Niet oordelen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Onderscheid? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Eenheid? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Mededogen? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Meedogenloos? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Liefde? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Seks? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Onthouding? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Getrouwd? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Gescheiden? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Verlicht? Maar goeroe, u bent toch een goeroe?

Goeroe? Maar goeroe, u bent toch verlicht?

Wie is ex-goeroe Antavedantanandanta?

Voordat ex-goeroe Antavedantanandanta zich ex-goeroe Antavedantanandanta begon te noemen, noemde hij zich Goeroe Antavedantanandanta.

Daarvoor noemde hij zich Goeroe Antavedantananda.

Daarvoor noemde hij zich Goeroe Vedantananda.

Daarvoor noemde hij zich Goeroe Antananda

Daarvoor noemde hij zich Goeroe Ananda.

Daarvoor noemde hij zich gewoon Ananda.

Of hij noemde zich Gewoon Ananda, het verschil is niet te horen.

Of hij noemde zich eerst gewoon Ananda en daarna pas Gewoon Ananda, je weet het nooit met die lui.

Antavedantanandanta is een samentrekking van anta, veda, anta, ananda en nogmaals anta. Dat is Sanskriet voor einde, wijsheid, einde, gelukzaligheid en nogmaals einde.*

* Zie: Advaita vedanta: Atman is Brahman (in het Witboek Advaita).

Antavedantanandanta was een leerling van Shankara Sharanka Karansha Rakansha Kakaran Shakaran Rashan.*

* Zie: Non-dualisme anno 2050 (ook in het Witboek Advaita).

144. Verlichting is geen cocon

Spirituele verlichting is een heet hangijzer waarmee mensen zichzelf graag brandmerken, liefst op hun voorhoofd zodat iedereen kan zien hoe bijzonder ze zijn.

In de tijd dat ik citaten over niet-weten verzamelde, kruiste ik, onvermijdelijk, het spoor van U.G. Krishnamurti – een dwaalgast uit India die tientallen jaren tevergeefs zijn best had gedaan om verlicht te worden.

Op een dag werd hij ziek en een tijdlang hing zijn leven aan een zijden draadje. Het draadje knapte niet maar werd het begin van een nieuwe cocon. Na zijn wederopstanding ging Krishnamurti door het leven als verkondiger van de wederopstanding van Krishnamurti en babbelde hij bij belegen dames een goed belegde boterham bijeen.

U.G. beschouwde zijn ziekte niet als een aandoening, maar als de zeldzame transformatie van lichaam en geest die realisatie wordt genoemd. Hij kon het bewijzen ook. Zo waren zijn polsen los geworden en hoefde hij nooit meer met zijn ogen te knipperen. Ook zat hij urenlang gedachteloos voor zich uit te staren, noem het een trance, noem het een absence, tot iets daarbuiten zijn aandacht trok en zijn geest weer op gang kwam, eventjes.

Wat dat met verlichting te maken heeft? Nou, er bestaan lijstjes, een heleboel zelfs, met de lichamelijke en geestelijke tekens van verlichting – lange oorlellen, een dikke buik en zo. Er is ook een lijstje waar losse polsen, natte ogen en aanvallen van geestelijke verzonkenheid op staan, opgesteld, vermoed ik, door mensen met losse polsen, natte ogen en aanvallen van geestelijke verzonkenheid. Om van de nood een deugd te maken, of van een syndroom een droom.*

* Lees ook: Had Ramana Maharshi klinefelter? (in het Witboek Advaita).

Ikzelf heb niet alleen elastische polsen, al mijn gewrichtsbanden zijn aan de ruime kant, die van Lucienne nog ruimer. In het leger heette het hypermobiliteit, ik ben erop afgekeurd, maar onder verlichten heet het verlichting, ik ben erop goedgekeurd.

Vroeger had ik vaak tranende ogen, vooral als ik verdrietig was, maar het lukte me toen niet om het knipperen te onderdrukken, dus mijn act viel steeds in het water.

Nu ik ouder word, een zeker teken van wijsheid, heb ik steeds vaker droge ogen, een zeker teken van de wijsheid voorbij alle wijsheid, zeker volgens het lijstje met lichamelijke tekens voorbij alle lichamelijke tekens van verlichting voorbij alle verlichting dat ik zelf heb opgesteld en geautoriseerd.

Tegen droge ogen valt niet op te knipperen, maar het helpt om ze dicht te doen, en dan zie ik er nog sereen uit ook.

Ben jij eigenlijk al verlicht?

145. Verlichting is een schijn van Werkelijkheid

Spreeuwenzwerm in de vorm van een gloeilamp.

^ Verlichting is een schijn van Werkelijkheid

Alternatief onderschrift: verlichting is een collectieve waan.

146. Tweeënvijftig tekens van verlichting

Een derde oor

Waaraan herken je de verlichte? Wat maakt het uit, je zult er nooit een tegenkomen. Vraag je liever af wie zich zoiets afvragen. Goeroelopers? Goeroespotters? Ouwehoeroes die willen weten hoe ze moeten doen alsof?

Ja, dat zou ik ook weleens willen weten. Hoe je moet doen alsof bedoel ik. Misschien komt het nog van pas, dus heb ik een lijstje van kenmerken opgesteld.

Een hele klus, dacht ik eerst, ik zag ertegenop, maar het was zo gepiept. Beetje gegrasduind in de literatuur, mijn ene oor links te luisteren gelegd, mijn andere rechts, mijn derde als een schotel naar de hemel gericht, en ziehier.

Waaraan herken je de verlichte?

Aan zijn mysterieuze glimlach.
Aan zijn hemelse blik.
Aan zijn gelukzaligheid.
Aan zijn zachtmoedigheid.
Aan zijn onthechtheid.
Aan zijn onverstoorbaarheid.
Aan zijn charisma.
Aan zijn autoriteit.
Aan zijn openheid.
Aan zijn onvoorwaardelijke liefde.
Aan zijn onbegrensde mededogen.
Aan zijn kinderlijke onschuld.
Aan zijn eenvoud.

Aan zijn humor.
Aan zijn zelfspot.
Aan zijn goedheid.
Aan zijn integriteit.
Aan zijn gulheid.
Aan zijn hulpvaardigheid.
Aan zijn zelfverloochening.
Aan zijn vredelievendheid.
Aan zijn schaamteloosheid.
Aan zijn zelfvertrouwen.
Aan zijn goddelijke uitstraling.
Aan zijn flexibiliteit.
Aan zijn gratie.

Aan zijn bescheidenheid.
Aan zijn vrijmoedigheid.
Aan zijn spontaniteit.
Aan zijn authenticiteit.
Aan zijn dapperheid.
Aan zijn soberheid.
Aan zijn kunstzinnigheid.
Aan zijn eruditie.
Aan zijn alwetendheid.
Aan zijn almacht.
Aan zijn onuitsprekelijke titel.
Aan zijn onuitsprekelijke naam.
Aan zijn lendendoek.

Aan zijn rakusu.
Aan zijn traagheid.
Aan zijn losse polsgewrichten.
Aan zijn uitgedraaide heupen.
Aan zijn bewonderaars.
Aan zijn paranormale gaven.
Aan zijn geneeskundige krachten.
Aan zijn diepzinnigheid.
Aan zijn wijsheid.
Aan zijn waakzaamheid.
Aan zijn aura.
Aan zijn uitstraling.
Aan zijn vrijheid van geest.

Dat waren ze, tweeënvijftig tekens van verlichting, dertien per kwartaal, een voor elke week van het jaar.

Mijn derde oor, toch geen kleintje, en altijd naar de hemel gericht, heb ik vreemd genoeg nergens vermeld gezien, dus dat noem ik hier maar niet.

Oproep

Wil je ook meedoen aan mijn onderzoek? Beantwoord dan naar eer en geweten de volgende elf vragen:

1. Waaraan herken jij de verlichte?

2. Welke tekens zijn volgens jou doorslaggevend, welke bijzaak?

3. Ken je mensen met een of meer van deze tekens die niet verlicht zijn?

4. Ken je mensen zonder deze tekens die toch verlicht zijn?

5. Hoeveel van deze tekens heb je zelf?

6. Denk jij dat je verlicht bent?

7. Wil je dat anderen denken dat je verlicht bent?

8. Wil je dat ik denk dat je verlicht bent?

9. Denk je dat het uitmaakt of je verlicht bent?

10. Denk je dat ik je wil laten denken dat ik verlicht ben?

11. Denk je dat ik denk dat ik verlicht ben?

Doe mee! Inzenders maken iedere week kans op een halo!

Tip: De grote verlichtingstest.

147. Tienduizend tekens van schijnverlichting

'Waaraan herken je de verlichte?' Maakt niet uit, je komt hem nergens tegen. Vraag je liever af waaraan je de schijnverlichte herkent, die kom je overal tegen.

Als je het trucje doorhebt, zie je de poseur al van verre, kan niet missen. Van nabij werkt het nog beter. Je kunt het ook op jezelf toepassen – schrik niet.

Een schijnverlichte is iemand die, onder het mom van eenheid of non-dualiteit, het ene onderscheid na het andere opvoert, zoals...

In de wereld - van de wereld.

Sterfelijk - onsterfelijk.

Werkelijkheid - illusie.

Verlicht - onverlicht.

Spontaan - gemaakt.

Wetend - onwetend.

Bewust - onbewust.

Iemand - niemand.

Relatief - absoluut.

Duaal - non-duaal.

Waarheid - leugen.

Tijdelijk - eeuwig.

Doener - getuige.

Open - gesloten.

Aards - hemels.

Worden - zijn.

Wijs - dwaas.

Vrij - onvrij.

Mind - hart.

Hoog - laag.

Weg - doel.

Ego - zelf.

Vraag: hoe noem je iemand die onderscheid probeert te maken tussen echte verlichten en schijnverlichten?

Lees ook: Non-dualisme is geen verlichtinkje spelen (in het Witboek Advaita).

148. Een zeker teken van verlichting

Meester Minder lijdt aan agnosie.

Leerling: Waaraan herken je de verlichte?

Meester: Weet ik niet.

Leerling: Hoe komt dat?

Meester: Ik heb er nog nooit een herkend.

Leerling: Misschien is dat wel waaraan je de verlichte herkent.

Meester: Waaraan?

Leerling: Dat hij het niet weet.

Meester: Wat niet weet?

Leerling: Waaraan je de verlichte herkent.

Meester: Weet ik niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Wat?

Meester: Ik heb er nog nooit een herkend.

Leerling: En u dan?

Meester: Wat is daarmee?

Leerling: U bent toch zeker verlicht?

Meester: Weet ik niet.

Leerling: Zei ik het niet?

Meester: Wat?

Leerling: Daaraan herken je de verlichte.

Meester: Waaraan herken je de verlichte?

Lees ook: Een verlichte groeten en verder (koan 36 van Niet te geloven! De Poortloze Poort)

149. Een onzeker onteken van verlichting

Meester Minder oefent voor antwoordapparaat.

Leerling: Waaraan herken je de verlichte?

Meester: De wat?

Leerling: Waarom geeft u niet gewoon antwoord?

Meester: Dat was mijn antwoord al.

Leerling: Maar waaraan herken je dan de verlichte?

Meester: Geen idee.

Leerling: Waarom geeft u verdorie geen antwoord?

Meester: Dit is verdorie mijn vierde antwoord al.

Leerling: Volgens mij wilt u gewoon geen antwoord geven.

Meester: Volgens mij wil jij gewoon geen antwoord nemen.

Leerling: Nu weet ik nog niet waaraan je de verlichte herkent.

Meester: De wat?

150. Een ontijdig voorteken van verlichting

Meester Minder blikt terug.

Leerling: Waaraan herken je de verlichte?

Meester: Die weet het verschil tussen verlicht en onverlicht niet meer.

Leerling: Maar dat is goed nieuws.

Meester: Hoezo?

Leerling: Ik weet het verschil tussen verlicht en onverlicht ook niet meer.

Meester: En?

Leerling: Daaraan herken je toch de verlichte?

Meester: Weet je het verschil nog niet of niet meer?

Leerling: Nog niet, geloof ik.

Meester: Dan zal dat het verschil wel zijn.

151. Het meesterstuk van Meester Stuk

Voor arrivisten

Leerling: Wat is een meesterstuk?

Meester: Een werk waarmee je je meesterschap bewijst.

Leerling: Wat is een meesterstuk verlichting?

Meester: Dat varieert per persoon.

Leerling: In mijn geval?

Meester: Een afrekening met het idee dat je verlicht kunt zijn.

Leerling: Wat heb je daar nu aan.

Meester: Zo reken je af met het idee dat je onverlicht kunt zijn.

Voor arrivés

Leerling: Wat is een meesterstuk?

Meester: Een werk waarmee je je meesterschap bewijst.

Leerling: Wat is een meesterstuk verlichting?

Meester: Dat varieert per persoon.

Leerling: In mijn geval?

Meester: Een afrekening met het idee dat je onverlicht kunt zijn.

Leerling: Wat heb je daar nu aan.

Meester: Zo reken je af met het idee dat je verlicht kunt zijn.

Voor niemand

Leerling: Wat als je hebt afgerekend met het idee dat je verlicht of onverlicht kunt zijn?

Meester: Afrekenen met het idee dat je niet verlicht of onverlicht kunt zijn.

Leerling: En dan?

Meester: Afrekenen met het idee dat er iets op volgt.

Leerling: En dan?

Meester: Afrekenen met het idee dat er niets op volgt.

Leerling: En dan?

Meester: Heb je niets meer te bewijzen.

Leerling: Wat is dan je meesterstuk?

Meester: Dat is dan je meesterstuk.

152. 'Verlichting' – kubistisch meesterstuk van Meester Stuk

Hieronder zie je een kubistische tekening van een gloeilamp door Meester Stuk.

Kubistische gloeilamp.

^ Kubistische tekening van een gloeilamp.

Volgens de Wikipedia wordt het kubisme, een kunststroming uit het begin van de vorige eeuw, gekenmerkt door afgevlakt volume, verwarrend perspectief, collage, en het gebruik van meerdere standpunten.

Waar doet dat je aan denken?

153. Verlichting is geen geloof en geen ongeloof

Leerling: Je bent pas verlicht als je niet meer denkt dat je verlicht bent!

Meester: Het gaat er niet om wat je denkt.

Leerling: Waar gaat het dan wel om?

Meester: Wat je gelooft.

Leerling: Aha!

Meester: Wat?

Leerling: Je bent pas verlicht als je je gedachten niet meer gelooft!

Meester: Dat zal dan ook wel voor deze gedachte gelden.

Leerling: Aha!

Meester: Wat?

Leerling: Je bent pas verlicht als je zelfs niet meer gelooft dat je pas verlicht bent als je je gedachten niet meer gelooft!

Meester: Dat zal dan ook wel voor deze gedachte gelden.

Leerling: Aha!

Meester: Wat?

Leerling: Je bent pas verlicht als je ook niet meer gelooft dat je zelfs niet meer gelooft dat je pas verlicht bent als je je gedachten niet meer gelooft!

Meester: Nou, dan kan ik het wel schudden.

154. Verlichting is niets meer weten te zeggen

Leerling: Aha!

Meester: Wat?

Leerling: Eindelijk weet ik wat verlichting is!

Meester: Daar gaan we weer.

Leerling: De oplossing van al je begrippen!

Meester: Behalve deze begrippen zeker.

Leerling: Welke begrippen zeker?

Meester: Verlichting. Oplossing. Begrip.

Leerling: Wat als je die ook nog oplost?

Meester: Dan hou je eindelijk je mond.

Leerling: Omdat je dan weet wat verlichting is?

Meester: Omdat je dan niets meer te zeggen weet.

Leerling: Aha!

Meester: Wat?

Leerling: Eindelijk weet ik wat verlichting is!

155. Bij de spiriater

Leerling: Soms speelt er minutenlang een glimlach om uw mond.

Meester: Wat maak je daaruit op?

Leerling: Dat u waarlijk verlicht bent.

Meester: Zo zo.

Leerling: Maar soms kijkt u ineens bezorgd of bedroefd.

Meester: Wat maak je daaruit op?

Leerling: Dat u er toch nog niet helemaal bent.

Meester: Zo zo.

Leerling: Is dat alles wat u te zeggen hebt?

Meester: Eigenlijk wel.

Leerling: Wat maakt u er zelf uit op?

Meester: Eigenlijk niets.

Leerling: Kijk, daar heb je die glimlach weer!

Meester: Zo zo.

156. Is de onnavolgbare verlicht?

'Waaraan herken je de verlichte?'

'Die moet het zonder volgelingen stellen.'

'Waarom?'

'Omdat hij onnavolgbaar is.'

'Hebt u volgelingen?'

'Het zou me verbazen.'

'Hoezo?'

'Ik kan mezelf al niet volgen.'

'Ik kan u ook niet volgen.'

'Maar om dat nu verlichting te noemen?'

157. Slaat de verlichte ook gewoon met zijn vuist op tafel?

Beste Hans,

Googelend op de vraag 'Slaat de verlichte ook gewoon met zijn vuist op tafel?' kwam ik bij jou uit. Raak. Zoveel herkenning. Wat moest ik lachen!

Dat wou ik je even laten weten. Zelf schrijf ik ook, over onze conditioneringen en hoe je daar vrij van kunt komen.

Beste Antje,

En, slaat de verlichte ook gewoon met zijn vuist op tafel?

Zo ja of nee, ben jij dan verlicht?

Zou het denken dat je geconditioneerd bent en vrij kunt komen van je conditioneringen ook een conditionering kunnen zijn?

Zo ja of nee, ben jij dan geconditioneerd?

158. Wie het licht wil zien, moet de duisternis ingaan

Zeven dwaallichten.

Mannetje in de ruimte dat met gele verf een lichtkegel onder een lantaarnpaal schildert.

^ Een lamp aandoen om de duisternis te zien.

Meester Minder zegt:

Verlichting proberen te begrijpen is net zoiets als een lamp aandoen om de duisternis te zien. Zullen we hem even uitdoen?

Verlichting is geen visie en een visie op verlichting is geen verlichting.

Wat je ook ziet, dat is het niet.

Verlichting is geen leer en leerstukken over verlichting zijn geen verlichting.

Wat je ook leert, dat is het niet.

Verlichting is geen weg en wegen naar verlichting zijn geen verlichting.

Waar je ook gaat, daar is het niet.

Verlichting is geen praktijk en oefeningen in verlichting zijn geen verlichting.

Wat je ook beoefent, dat is het niet.

Verlichting is geen ervaring en ervaringen van verlichting zijn geen verlichting.

Wat je ook ervaart, dat is het niet.

Verlichting is geen droom en dromen over verlichting zijn geen verlichting.

Wat je ook droomt, dat is het niet.

Verlichting is geen woord en woorden over verlichting zijn geen verlichting.

Wat je ook zegt, dat is het niet.

Daarom:

Wie het licht wil zien, moet de duisternis ingaan.

Mannetje in een zee van licht dat met zwarte verf een sterrenhemel onder een lantaarnpaal schildert.

^ Een lamp uitdoen om het licht te zien.

159. Verlichting is de illusie doorzien

Zwanenzang van dertien dubbelwanen.

Meester Minder zegt:

Wat is verlichting? De illusie doorzien.

Niet alleen de illusie van het ego maar ook de illusie van het zelf.

Niet alleen de illusie van de vorm maar ook de illusie van de leegte.

Niet alleen de illusie van de tijd maar ook de illusie van het nu.

Niet alleen de illusie van de doener maar ook de illusie van de getuige.

Niet alleen de illusie van het kiezen maar ook de illusie van het keuzeloos gewaar zijn.

Niet alleen de illusie van het relatieve maar ook de illusie van het absolute.

Niet alleen de illusie van dualiteit maar ook de illusie van non-dualiteit.

Niet alleen de illusie van het vele maar ook de illusie van het ene.

Niet alleen de illusie van de stof maar ook de illusie van de geest.

Niet alleen de illusie van het object maar ook de illusie van het subject.

Niet alleen de illusie van gebondenheid maar ook de illusie van vrijheid.

Niet alleen de illusie van de werkelijkheid maar ook de illusie van de illusie.

En ook de illusie van verlichting als het doorzien van alle illusies.

Of dat nog verlichting mag heten?

Zelf noem ik het niet-weten.

160. Verlichting is je illusies kwijtraken

Leerling: Is alles dan alleen maar een illusie?

Meester: Ook die illusie ben ik kwijt.

Leerling: Hebt u dan helemaal geen illusies meer?

Meester: Ook die illusie ben ik kwijt.

161. Verlichting is je desillusies kwijtraken

Leerling: Wat als je alle illusies doorziet?

Meester: Dan ben je gedesillusioneerd.

Leerling: Hè?

Meester: Wat dacht je dan?

Leerling: Verlicht.

Meester: Ook die illusie ben je kwijt.

Leerling: Het enige wat overblijft is desillusie?

Meester: Ook die illusie ben je kwijt.

162. Verlichting is geen hemelbed

Meester Minder heeft het niet meer.

Leerling: Bent u werkelijk alles kwijtgeraakt?

Meester: Ik? Werkelijk? Alles? Kwijtgeraakt?

Leerling: Dat is ook geen antwoord.

Meester: Heb ik ooit iets gehad?

Leerling: Is kwijtraken dan het enige wat overblijft?

Meester: Waarvan?

Leerling: Er is alleen maar kwijtraken?

Meester: Toch weer iets gevonden?

Leerling: Zijn bergen voor u weer bergen en rivieren weer rivieren?

Meester: Zijn tautologieën voor jou nog steeds geen tautologieën?

Leerling: Bent u nu voorgoed in nirwana?

Meester: Waan is een ander woord voor illusie.

Leerling: Waar bent u dan wel?

Meester: Slaap zacht.

Verder lezen: Denktank en verder (in Niet om door te komen! De Poortloze Poort) en De Waterberg (in het Witboek Zen).

163. Ontwaken in de droom

Meester Tja geeft uitsluitsel.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Tja.

Leerling: Sommigen noemen het ontwaken.

Meester: Dat zijn de grootste slaapkoppen.

Leerling: Waaruit moeten we eigenlijk wakker worden?

Meester: Uit de droom dat we wakker moeten worden?

Leerling: En dan?

Meester: Tja.

164. Ontwaken uit de droom van ontwaken

Leerling: Is verlichting hetzelfde als ontwaken?

Meester: Verlichting is ontwaken uit de droom van ontwaken.

Leerling: Op die manier.

Meester: Ook uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken.

Leerling: Logisch.

Meester: Ook uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken.

Leerling: Verlichting is ontwaken uit iedere droom.

Meester: Ook uit de droom van ontwaken uit iedere droom.

Droste-effect van een wekker waarvan de bellen wekkers zijn.

^ Ontwaken uit de droom van ontwaken uit de droom van ontwaken.

Lees ook: Heer en meester (koan 12 van Niet om door te komen! De Poortloze Poort).

165. Acht dromen om uit te ontwaken

Leerling: Waaruit moet ik eigenlijk ontwaken?

Meester: Uit de droom dat je wakker moet worden.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom dat je al wakker bent maar het nog niet weet.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom dat je kunt weten of je wakker bent.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom dat je niet kunt weten of je wakker bent.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom dat je kunt weten.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom dat je niet kunt weten.

Leerling: En dan?

Meester: Uit de droom van het dan.

Leerling: Maar dan ben je ook helemaal ontwaakt?

Meester: Waaruit?

166. Ontwaken is ontkwaken

De remslaap van Meester Minder.

Leerling: Ik denk dat er ergens een paradijs op me ligt te wachten.

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk niet dat er ergens een paradijs op me ligt te wachten.

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk dat dit het paradijs al is.

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk niet dat dit het paradijs al is.

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk dat niet denken het paradijs is.

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk niet...

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik denk...

Meester: Wakker worden.

Leerling: Ik...

Meester: Wakker worden.

Leerling: ...

Meester: Dan niet.

167. Een stroomdraad in de droomstaat

Meester Minder schrikt zich wezen-loos.

Leerling: Verlichting is ontwaken uit de droomstaat waarin...

Meester: De droomstaat!?

Leerling: Een toestand waarin wij niet in staat zijn de Werkelijkheid te zien en...

Meester: De Werkelijkheid!?

Leerling: Datgene wat wij Zijn in plaats van...

Meester: Wij!? Zijn!?

Leerling: Je natuurlijke staat...

Meester: Staat!? Natuurlijk!?

Leerling: ...

Meester: Verlichting!?

168. Verlichting is nooit meer wroeten

Beste Hans,

Voor Socrates is filosofie niets anders dan terug in de herinnering brengen wat je vergeten bent. De leraar is een vroedvrouw. Wat is filosofie voor jou?

Beste Erik,

Vergeten wat je je meent te herinneren.

Erik: Ik haal de filosofie van Socrates erbij omdat ze aansluit bij de opvatting van diverse wijsheidstradities dat verlichting je natuurlijk staat is, die al vroeg in je leven bedolven raakt onder culturele ballast en later met veel moeite weer uitgegraven moet worden. Wat is verlichting voor jou?

Hans: Nooit meer wroeten.

Monnik met zijn arm in een koe.

^ Nooit meer wroeten.

169. Verlichting is geen scepticisme

Beste Hans,

Iedere keer als ik besef dat we niets kunnen weten, voel ik me helemaal ont-spannen. Een bevrijdend inzicht! Het lukt nog lang niet altijd, maar ik verblijf steeds vaker in niet-weten. Van mij mag dat verlichting heten.

Beste Niko,

Het besef dat we niets kunnen weten, is een besef, geen niet-weten. Het heet scepticisme, een niet-lege leer die al bij de oude Grieken in zwang was. Socrates staat erom bekend.

Helaas, bewijzen dat we niets kunnen weten kunnen we niet, want bewijzen is weten. Scepticisme is een dogma.

Niko: Een dogma?

Hans: Een onbewijsbare leerstelling.

Niko: Scepticisme is dogmatisch?

Hans: Ik heb tenminste nooit een bewijs gezien dat zichzelf niet in de staart beet.

Niko: Wat heb je er dan aan?

Hans: Dat moet je aan mensen vragen die erin geloven. Mensen zoals jij. Nou, wat heb je eraan?

Niko: Ik hoor het liever van jou.

Hans: Ik mag graag denken dat het iets is wat mensen graag denken.

Niko: Zeg dat nog eens.

Hans: Een troetelgedachte.

Niko: Nooit van gehoord.

Hans: Een gedachte die je koestert omdat hij troost, hoop, duidelijkheid biedt, of wat je maar nodig hebt om overeind te blijven.

Niko: Niet-weten is voor jou geen troetelgedachte?

Hans: Niet-weten is voor mij geen gedachte.

Niko: Wat is het dan wel? Hoe blijf jij overeind?

Hans: Niet-weten is onderuit gaan.

Niko: Voor jou is niet-weten geen bevrijdend inzicht dat je helpt ontspannen?

Hans: Voor mij is niet-weten het einde van de zoektocht naar een bevrijdend inzicht.

Niko: Omdat je gevonden hebt.

Hans: Omdat ik niet gevonden heb.

Niko: Want er is geen bevrijdend inzicht.

Hans: Dat zou toch weer een bevrijdend inzicht zijn.

Niko: Waarom ben je dan gestopt met zoeken?

Hans: Ik ben niet gestopt met zoeken, het hield gewoon op.

Niko: En nu verblijf je in niet-weten.

Hans: Bij wijze van spreken.

Niko: Hoe kom ik daar?

Hans: Wie zegt dat je erheen kunt?

Niko: Jij bent er toch ook?

Hans: Denk je dat ik je er wel even heen kan teleporteren?

Niko: Beam me up, Hansie!

Hans: Of alleen maar een paar magische woorden hoef te fluisteren?

Niko: Simsalabim!

Hans: Alles is één! Zie dat je het kennen bent, niet het gekende! Er is alleen maar dit! Alles is bewustzijn! Het is altijd nu! Ik is een illusie! Lijden is een keuze! Vrije wil bestaat niet! Liefde overwint alles! De mens is in wezen goed! Je bent al verlicht maar je weet het nog niet!

Niko: Verlicht in 1 seconde.

Hans: Verlicht voor 1 seconde.

Niko: Jij gelooft het niet.

Hans: Ik herken het niet.

Niko: Hoe ging het dan bij jou?

Hans: Tergend langzaam. Millimeter voor millimeter, jaar na jaar. Vooruit of achteruit, dat weet ik nog niet.

Iedere steen heb ik moeten omdraaien, alles heb ik moeten onderzoeken. Elke aanname, elk standpunt, elk oordeel, elk ideaal, elk woord is ontelbare malen door mijn mallemolen gegaan.

Niko: Om overal van af te komen.

Hans: Ben je mal. Om nog iets over te houden. En terwijl ik daar druk mee was viel er onbedoeld steeds meer weg en werd mijn denken ongemerkt lichter.

Niko: En toen?

Hans: Kwam er een olifant met een hele grote snuit.

Niko: Voor jou is niet-weten geen bevrijdend inzicht.

Hans: Voor mij is niet-weten vrij zijn van inzicht.

Niko: Wat als je vrij bent van inzicht?

Hans: Dan heb je vrij uitzicht.

Niko: Waarop biedt niet-weten uitzicht?

Hans: Op niet-weten.

Niko: Niet-weten biedt uitzicht op niet-weten?

Hans: Wat dacht je dan.

Niko: Op de onbemiddelde werkelijkheid. Op de waarheid voorbij de woorden. Op je oorspronkelijk gezicht. Op het onzienlijke zien dat wij moeiteloos zien. Op het onzijnlijke zijn dat we moeiteloos zijn.

Hans: Ik heb geen idee waar je het over hebt.

Niko: Ik heb geen idee waar jij het over hebt.

Hans: Dat is precies waar ik het over heb.

Niko: Wat is precies waar jij het over hebt?

Hans: Geen idee hebben waar ik het over heb.

Drie maanden later...

Beste Hans,

Zou je het besef dat we 'zelfs niet weten van niet-weten' (jouw woorden, ergens in de Agnosereeks), toch niet een bevrijdend inzicht kunnen noemen? Een flits in de duisternis? Verlichting?

Beste Niko,

Het besef dat we zelfs niet weten van niet-weten, is een besef, geen niet-weten. Het heet pyrronisme, een niet-lege leer die al bij de oude Grieken in zwang was. Pyrrho van Elis staat erom bekend.

Helaas, bewijzen dat we zelfs niet weten van niet-weten kunnen we niet, want bewijzen is weten. Pyrronisme is een dogma.

Niko: Maakt het wat uit?

Hans: Mij niet. Je mag het ook gerust een bevrijdend inzicht, verlichting of niet-weten noemen. Maar het is niet waar ik het over heb.

Niko: Het zijn nota bene je eigen woorden.

Hans: Om iets te weerleggen moet je eerst iets zeggen. Ik heb de zin die je aanhaalt vele malen op vele manieren gezegd en weerlegd.

Niko: Waarom zou je iets zeggen als je het toch gaat weerleggen?

Hans: Standbeelden richt ik op om ze neer te halen, niet om ze te aanbidden of er een kerk omheen te bouwen.

Niko: Heb jij iets tegen kerken?

Hans: Ieder zijn heiligdom. Als ik maar niet mee naar binnen hoef.

Niko: Waarom wil je niet mee naar binnen?

Hans: Omdat ik liever buiten speel.

Niko: Is niet-weten soms geen standbeeld voor jou?

Hans: Ik blijf erop inhakken, zei de beeldhouwer.

Niko: Misschien heeft jouw niet-weten wel niks met verlichting te maken, dacht ik vannacht opeens.

Hans: Een bevrijdend inzicht. Slaap zacht.

Beeldhouwer die een gat in de lucht staat te hakken met aan zijn voeten een berg luchtgruis.

^ Ik blijf erop inhakken, zei de beeldhouwer.

Lees ook: Niet-weten is jezelf vrijspreken van je favoriete uitspraken (in het Witboek Niet-Weten).

170. Als de weg gevlogen is

Leerling: Hoeveel vragen telt de Weg volgens u?

Meester: Wel tienduizend.

Leerling: Hoeveel antwoorden telt de Weg?

Meester: Maar een.

Leerling: Hoe luidt het Ene Antwoord?

Meester: Piep.

Leerling: Hoe weet u dat?

Meester: Van een dodo.

Leerling: Haha.

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Leerling: Waarvoor staat die piep symbool, als ik het vragen mag?

Meester: Voor het hoogste lied.

Dodo met pij.

^ Meester Dodo.

171. Verlichting is ertussenuit piepen

Leerling: Wie ben ik?

Meester: Piep.

Leerling: Wat ben ik?

Meester: Piep.

Leerling: Ben ik?

Meester: Piep.

Leerling: Wat bent u?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is God?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is denken?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is liefde?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is geluk?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is vrijheid?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is waarheid?

Meester: Piep.

Leerling: Wat kan ik weten?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is wijsheid?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is de mens?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is mijn lichaam?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is een gedachte?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is een boom?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is het leven?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is goed?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is hier?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is dit?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is nu?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is zien?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is echt?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is zijn?

Meester: Piep.

Leerling: Waarom ik?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is lijden?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is de dood?

Meester: Piep.

Leerling: Waarom vergaat alles?

Meester: Piep.

Leerling: Is er leven na de dood?

Meester: Piep.

Leerling: Is er leven voor de dood?

Meester: Piep.

Leerling: Hoe moet ik sterven?

Meester: Piep.

Leerling: Hoe moet ik leven?

Meester: Piep.

Leerling: Waar kan ik rust vinden?

Meester: Piep.

Leerling: Waar komen we vandaan?

Meester: Piep.

Leerling: Waar zijn we?

Meester: Piep.

Leerling: Waar gaan we heen?

Meester: Piep.

Leerling: Wat is de zin van het leven?

Meester: Piep.

Leerling: Zijn er echt geen antwoorden?

Meester: Piep.

Leerling: Moeten we dan maar zwijgen?

Meester: Piep.

Leerling: Piep.

Meester: Begin jij nu ook al?

172. Verlichting is een reddingsboei

Meester Minder zegt:

Verlichting is een reddingsboei. Je denkt dat hij je helpt maar hij verlengt je lijden.

Reddingsboei met daarin een grote gloeilamp drijvend op het water.

^ Verlichting is een reddingsboei.

Meester Minder zegt ook:

Verlichting is een reddingsboei. Zolang je eraan vasthoudt zul je niet leren zwemmen.

En:

Verlichting is een reddingsboei. Zolang je eraan vasthoudt zul je de diepte niet kennen.

173. Verlichting is geen nee en geen ja

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Geen nee en geen ja.

Leerling: Wat is het dan wel?

Meester: Tja.

Leerling: Als ik vraag of u verlicht bent, wat zegt u dan?

Meester: Geen nee en geen ja.

Leerling: En dan moet ik zeker weer vragen wat wel.

Meester: En dan zeg ik weer tja.

Leerling: Voorspelbaar.

Meester: Jij of ik?

Leerling: Help me nu eens een beetje.

Meester: Nog een keertje dan.

Leerling: Als ik vraag of u verlicht bent, wat zegt u dan?

Meester: Wie?

Leerling: Tja.

Meester: Niet slecht.

Leerling: Ik dacht dat u me ging helpen.

Meester: Nog een keertje dan.

Leerling: Als ik vraag of u verlicht bent, wat zegt u dan?

Meester: Wat?

Leerling: Afijn.

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

174. Realisatie is je realiseren dat er niets te realiseren valt

'Heb jij het Ware Zelf gerealiseerd, Hans?'

'Het wat?'

'Grote Ik.'

'Wie is dat nu weer.'

'Grote Ik is degene die het verhaal van kleine ik doorziet.'

'Wie is dat nu weer.'

'Kleine ik is de illusie van de persoon, de doener, het ego.'

'En grote ik is degene die kleine ik doorziet?'

'Grote Ik is je Ware Zelf, de kenner van kleine ik en van alle andere denkbeelden.'

'Misschien is Grote Ik ook wel een denkbeeld.'

'Ik denk het niet.'

'Waarom niet.'

'Dan zou het kennen onverklaard blijven.'

'Misschien is het kennen ook wel een denkbeeld.'

'Maar wat is dan realisatie?'

'Dat je je dat eindelijk realiseert?'

'Maar wat heb je dan gerealiseerd?'

'Ik denk het volgende denkbeeld.'

175. Het hoogste stadium van realisatie is derealisatie

Egotrap met tienduizend treden.

Meester Minder zegt:

Realisatie voor beginners: zien dat kleine ik verschijnt in grote ik.

Realisatie voor gevorderden: zien dat grote ik verschijnt in grootste ik.

Realisatie voor vergevorderden: zien dat grootste ik verschijnt in allergrootste ik.

Derealisatie: zien dat er geen einde is aan deze reeks, sufferd.

Reeks van vijf profielen van een geknakte sukkel tot een trotse pauw.

^ Kleinste ik, kleine ik, middelste ik, grote ik, grootste ik...

176. Het hoogste stadium van verlichting is vrij van verlichting

Meester Minder zegt:

Verlichting voor beginners: het dualistische denken doorzien.

Verlichting voor mingevorderden: het dualistische en het monistische denken doorzien.

Verlichting voor gevorderden: het dualistische, het monistische en het non-dualistische denken doorzien.

Verlichting voor vergevorderden: het dualistische, het monistische, het non-dualistische en het nihilistische denken doorzien.

Verlichting voor zeer ver gevorderden: het dualistische, het monistische, het non-dualistische, het nihilistische en het pluralistische denken doorzien.

Denken zonder isme, mag dat verlichting heten?

Ik zou het maar vergeten.

177. Het hoogste niveau van zen is vrij van zen

Meester Minder zegt:

Zen voor beginners: de vorm doorzien.

Zen voor halfgevorderden: de leegte doorzien.

Zen voor gevorderden: de identiteit van vorm en leegte doorzien.

Zen voor vergevorderden: zen doorzien.

Zen zonder zen, mag dat verlichting heten?

Ik zou het ook niet weten.

178. Niet-meten is niet-weten

Meester Minder zegt:

Je voortgang op het spirituele pad meten, mag dat spiritualiteit heten?

179. Verlichting is geen show

Tijdens de Nacht van de Verlichting draagt Meester Minder een gedicht voor in de categorie De Hoogste Werkelijkheid.

Hij neemt plaats op het spreekgestoelte, stelt de microfoon af, schraapt zijn keel, recht zijn rug en haalt zijn schouders op.

Met een knikje bedankt hij het publiek en verlaat het spreekgestoelte.

Later die nacht draagt de meester nog een gedicht voor, ditmaal in de categorie Wat is Verlichting nu Echt?

Hij zegt: De Nacht.

Met een knikje bedankt hij het publiek en verlaat het spreekgestoelte.

De volgende ochtend maakt de meester zijn opwachting in de Ontbijtshow. De gastvrouw vraagt hem of hij niet beter helemaal had kunnen zwijgen.

Meester: Waarover?

Gastvrouw: De Hoogste Werkelijkheid.

Meester: De wat?

Gastvrouw: Wel een beetje meewerken, hè.

Meester: Ik heb toch niks gezegd?

Gastvrouw: U hebt uw schouders toch opgehaald?

Meester: En?

Gastvrouw: Dat had u ook kunnen laten.

Meester: Mij te veelzeggend.

Gastvrouw: Wilt u op deze wijze de mind aan de kaak stellen?

De meester haalt zijn schouders op.

Na de reclame vraagt de gastvrouw hem of De Nacht eindig of oneindig is.

Meester: Welke nacht?

Gastvrouw: Komt er ooit een eind aan?

Meester: Komt er ooit een eind aan de Ontbijtshow?

De gastvrouw haalt haar schouders op.

Nou dan, zegt de meester.

180. Verlichting is sofisterijstebrij

Meester: Wat is verlichting?

Leerling: Het failliet van het verstand.

Meester: Ik had het zelf kunnen zeggen.

Leerling: Dank u.

Meester: Weg ermee.

Leerling: Waarom?

Meester: Anders blijf je daar weer mee zitten.

Leerling: Waar weer mee zitten?

Meester: Waarmee dan ook.

Leerling: Met je failliet?

Meester: Waarmee dan ook.

Leerling: Met je verstand?

Meester: Waarmee dan ook.

Leerling: Met je verlichting?

Meester: Waarmee dan ook.

Leerling: Is dat dan verlichting?

Meester: Is wat dan verlichting?

Leerling: Nergens meer mee zitten?

Meester: Ik sta er niet voor in.

Leerling: Nergens meer voor staan?

Meester: Daar ga ik niet in mee.

Leerling: Nergens meer voor gaan?

Meester: Alles naar de maan.

Leerling: Ik snap het al.

Meester: Hij snapt het weer.

Leerling: Verlichting is vrij zijn van verlichting.

Meester: Sofisterij.

Leerling: Moet u zeggen.

Meester: Weg ermee.

Leerling: Is dat dan verlichting?

Meester: Is wat dan verlichting?

Leerling: Weg ermee zeggen?

Meester: Zakdoekje leggen.

Leerling: Nu weet ik nog niks.

Meester: Dan noem je dat toch verlichting.

Leerling: Verlichting is niet-weten?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Op die manier hou je niets over.

Meester: Nou, manier.

Leerling: Je kunt het kwalijk een weg noemen.

Meester: Laat staan een doel.

Leerling: Doelt u op het niets?

Meester: Een bel is nog geen fiets.

Leerling: Een bel is toch een klok?

Meester: Een lepel zonder kok.

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Kous op je kop.

Leerling: Wat een mop.

Meester: Maar om dat nu verlichting te noemen?

181. Verlichting voor halve garen

Koken met Meester Minder.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: U laat me in mijn eigen sop gaarkoken.

Meester: Gaar is gaar.

Leerling: Halve gare.

Meester: Raar maar waar.

Leerling: Wat kunt u me aanraden?

Meester: Raden maar.

Leerling: Is verlichting maar zien?

Meester: Je ziet maar.

Leerling: Is verlichting maar wat doen?

Meester: Je doet maar.

Leerling: Is verlichting maar wat zeggen?

Meester: Je zegt het maar.

Leerling: Is verlichting...

Meester: Bekijk het maar.

182. Verlichting is geen stilte

Meester Minder zegt:

Verlichting is geen idee

Geen idee is niet weten

Niet weten wat verlichting is

Wat als dat verlichting is?

Dan wordt het stil

Heel eventjes heel stil

Tot iemand op het idee komt

'VERLICHTING IS STILTE!'

En zo de stilte verstoort

Woord voor woord

Onderscheid gaat maken tussen

Tweeëntwintig soorten stilte

Universele stilte en individuele stilte

Sprekende stilte en zwijgende stilte

Diepe stilte en oppervlakkige stilte

Geestelijke stilte en wereldse stilte

Innerlijke stilte en uiterlijke stilte

Heilzame stilte en heilloze stilte

Levende stilte en doodse stilte

Hemelse stilte en aardse stilte

Juiste stilte en onjuiste stilte

Hogere stilte en lagere stilte

Edele stilte en onedele stilte

Er een tweeëntwintigvoudig pad van maakt

Een leer vol ideeën en idealen

Beloften en geloften

Geboden en gebeden

Daar tweeëntwintig boeken mee vult

De hoofden van verdoofde lezers

De gaten in zijn apologeten

Kon do fu ki ya ki ba

Zeg me dat maar na na na

Hi hi ho ho ha ha ha

Malende gebitsmolens

Gedragen gedachten

Afgedragen gedachtegoed

Een oude pij, een nieuwe naam

Ik ben anders, zie je mij

Zitten lopen zitten lopen zitten

Wachten wachten wachten wachten wachten

Turend door de koker van je smart

Smachtend naar de oerknal in je hart

Boem! Sst! Boem! Sst! Boem!

Dat is geen stilte

Dat is een idee van stilte

Stilte is geen idee

Geen idee is niet weten

Niet weten wat verlichting is

Wat als dat verlichting is?

Lees ook: Niet-weten als leeg kanon (in het Witboek Niet-Weten).

183. Verlichting is geen koe

Meester Minder zegt:

Verlichting is geen koe, ze zegt geen bah of boe.

Daar kunnen wij nog een puntje aan zuigen.

Koe met lichtgevende uier.

^ Verlichting is geen koe

184. Verlichting is gewoon antwoord geven

Beste Hans,

Denk jij soms dat je verlicht bent?

Beste Ron,

Nee hoor, ik denk niet dat ik verlicht ben. Ik denk ook niet van niet. Denk jij dat ik wel of niet verlicht ben? Denk je dat je zelf wel of niet verlicht bent?

Ron: Wat is verlichting volgens jou?

Hans: Volgens mij is verlichting zo'n woord dat mensen zoals jij ertoe verleidt zich fanatiek bezig te houden met de vraag of het nu wel of niet van toepassing is op henzelf en op anderen. Schat ik dat goed in?

Ron: Wie dat doet is niet verlicht, wou je zeggen.

Hans: En wie dát zegt?

Ron: Verlichting is niet jouw woord?

Hans: Woorden zijn niet mijn ding, maar ik mag er graag mee spelen. Zijn woorden jouw ding? Zijn woorden voor jou dingen? Zijn dingen jouw houvast? Waar speel jij graag mee?

Ron: Is niet-weten verlichting?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Ron: Jij laat je niets in de mond leggen.

Hans: Dit ook niet.

Ron: Wat betekent niet-weten voor jou?

Hans: Steeds iets anders.

Ron: Waar hangt dat van af?

Hans: Het hangt ervan af met wie ik praat.

Ron: Nu je met mij praat.

Hans: Nu ik met jou praat betekent niet-weten dat ik niemand naar de mond praat. Jou ook niet. Mezelf ook niet. Jij?

Ron: Hoe ben je tot niet-weten gekomen?

Hans: Al sla je me dood. Van een navolgbaar pad was geen sprake, of ik zie het nog niet. Eerder van een brownse beweging. Een oneindige serie onbedoelde botsingen, boem, au, boem, au, boem, die me steeds uit koers brachten. Tot ik de weg voorgoed kwijt was.

Niet-weten is tot mij gekomen, zou ik haast zeggen, maar dat is een personificatie, of zelfs een dubbele.

Ron: Ben jij jaloers op jezelf?

Hans: Dat niet, maar ik hoef nooit meer terug naar mijn oude ik – de ziel die probeerde te geloven wat hij dacht en eronder leed. Zou jij met mij willen ruilen?

Ron: Zie je jezelf als verlosser?

Hans: Ik denk niet dat mensen gevangen zitten en ik denk niet dat ze door mij bevrijd moeten of kunnen worden, of ik door hen. Ik denk ook niet van niet.

Denk jij mij ergens van te moeten verlossen? Is het jouw roeping om mensen te ontmaskeren?

Ron: Zie jij jezelf als een hoeder van de Waarheid?

Hans: Welke Waarheid?

Ron: De Waarheid van niet-weten natuurlijk.

Hans: Niet-weten is geen Waarheid. Voor mij niet. Als er een Waarheid is, dan weet ik het niet. Jij?

Ron: Zie jij jezelf als een missionaris van niet-weten?

Hans: Een lege missie heeft geen missionaris nodig, een lege missionaris geen missie. Heb jij een missie?

Ron: Kijk jij neer op de wetende medemens?

Hans: Ik sla mezelf niet hoger aan dan anderen of omgekeerd, wat ze ook weten of menen te weten of menen niet te weten of niet weten. Jij?

Ron: Als jij je dwaalteksten niet gebruikt om jezelf verlicht te verklaren en ook niet om anderen te verlossen of de waarheid te verspreiden, waar zijn ze dan goed voor?

Hans: Zijn ze dan ergens goed voor?

Ron: Bedoel je dat ze nergens goed voor zijn?

Hans: Ik wil getuigen, niet overtuigen. Waar dat goed voor is bepalen mensen die weten waar wat goed voor is. Ben jij zo iemand?

Ron: Nu weet ik nog niet hoe je naar je publicaties kijkt.

Hans: Op een heleboel verschillende manieren. Vraag je liever af hoe je er zelf naar kijkt. Nou?

Ron: Ik probeer er alleen maar achter te komen wat jou drijft.

Hans: Ik probeer er alleen maar achter te komen wat ik graag bij anderen had gelezen toen ik net uit de boom van de kennis was gevallen.

Ron: 'Waarom kwam Bodhidharma naar China?' 'De cipres in de tuin.'*

* Zie De cipres in de tuin (koan 37 van De Poortloze Poort).

Hans: Bodhidharma is dood en bomen hebben nergens een boodschap aan. Vraag je liever af waarom jij naar mij komt. Nou?

Ron: Zou je toen je net uit de boom van de kennis was gevallen graag je eigen dwaalteksten hebben gelezen?

Hans: Toen wel.

Ron: Nu niet meer?

Hans: Ik schrijf ze veel liever zelf.

Ron: Is er verder nog iets wat je wil zeggen?

Hans: Jawel. Waarom negeer je al mijn vragen?

185. Zijn baby's verlicht?

'Wat is verlichting, Hans?'

'Wedden dat jij me dat nu gaat vertellen?'

'Terugkeren naar je oorspronkelijke staat.'

'Bedoel je dat je al eerder verlicht bent geweest?'

'Inderdaad.'

'Wanneer dan?'

'Als baby.'

'Was jij dan een verlichte baby?'

'Niet ik in het bijzonder; alle baby's zijn verlicht.'

'Wat moet ik me daarbij voorstellen?'

'Prereflexief denken. Geen onderscheid maken. Niet oordelen. Eén zijn met de wereld.'

'Maakt een baby geen onderscheid of weet hij geen onderscheid te maken?'

'Nou...'

'Oordeelt hij niet of weet hij niet te oordelen?'

'Voor zover ik weet...'

'Is hij één met de wereld of weet hij het verschil niet tussen hemzelf, zijn moeder en de dingen om hem heen?'

'Hij weet het niet, denk ik.'

'Herinner je je dat of gis je maar wat?'

'Herinneren is een groot woord...'

'Verlichting is ook een groot woord.'

'Misschien wel, ja.'

'Te groot, als je daarmee alleen maar bedoelt: toen wist ik geen onderscheid te maken en nu weer niet; toen wist ik niet te oordelen en nu weer niet; toen wist ik het verschil tussen mezelf en de wereld niet en nu weer niet.'

'Hoe moet ik het dan noemen?'

'Wat dacht je van niet-weten?'

Schreeuwende baby met een gele halo.

^ Je oorspronkelijke staat.

186. Verlichting is geen Zelf

'Ik heb het Zelf gerealiseerd, Hans.'

'Wat heb je gedaan?'

'Ik heb mijn Ware Zelf gevonden.'

'Waar lag het?'

'Overal, dat is nu net de grap.'

'Ik kom niet meer bij.'

'Idioot hè.'

'Wat moet ik me voorstellen bij het Ware Zelf?'

'Alles.'

'Daarom duurde het natuurlijk zo lang om het te realiseren.'

'Wat?'

'Zelfs God had er zes dagen voor nodig.'

'Je begrijpt het niet, Hans.'

'Leg het me dan maar uit.'

'Ik heb mezelf en de wereld minutieus onderzocht en uiteindelijk moeten vaststellen dat er geen verschil is.'

'Je kon de grens tussen binnenwereld en buitenwereld niet vinden?'

'Precies.'

'Als je jezelf zoekt vind je alleen de wereld, als je de wereld zoekt vind je alleen jezelf?'

'Dat bedoel ik.'

'Je hebt geen idee waar jijzelf ophoudt en de wereld begint?'

'Zo is het.'

'Eigenlijk weet je niet eens meer of er wel sprake is van een jij of een wereld, van een subject en een object?'

'Zo te horen heb je het helemaal in het snotje.'

'Dus als je zegt dat je het Ware Zelf hebt gerealiseerd bedoel je eigenlijk alleen maar dat je het allemaal niet meer uit elkaar kunt houden?'

'Daar komt het wel op neer.'

'Zeg dat dan meteen.'

187. Verlichting is geen bouwwerk en geen fundament

‘Hoe noem je iemand die de ingrond heeft gerealiseerd?’

‘De ongrond?’

‘De ingrond, Hans. De grond van alles. Het Absolute. De Leegte. De Boeddhanatuur. Het Onveranderlijke. Bewustzijn. De Kenner. Dát.’

‘O, dat.’

‘Nou?’

‘Een fundamentalist, zou ik zeggen.’

‘Pardon?’

‘Wie wat realiseert die heeft wat.’

‘En jij dan?’

‘En ik dan?’

‘Hoe noem je iemand die de ongrond heeft gerealiseerd?’

‘De ingrond?’

‘De ongrond. Ben je doof of zo?’

‘Een fundamentalist, zou ik zeggen.’

‘Hè?’

‘Wie wat realiseert die heeft wat.’

‘Wat maakt dat jou?’

‘Ik zou het ook niet weten.’

‘Maar jij hebt toch de ongrond gerealiseerd?’

‘Wat ben ik, een fundamentalist?’

‘Jij bent toch van niet-weten?’

‘Wat ben ik, een fundamentalist?’

‘Heb je soms iets tegen fundamentalisme?’

‘Wat ben ik, een fundamentalist?’

‘Dus jij hebt niets gerealiseerd?’

‘Wat ben ik, een projectontwikkelaar?’

Kerk op boeken.

^ Wie wat realiseert die heeft wat.

188. Verlichting definiëren met BASIC

BASIC is een eenvoudige programmeertaal waarmee ik begin jaren tachtig leerde werken.

Ook als je de taal niet kent, laat de code zich makkelijk lezen:

10 PRINT 'Verlichting is het denken'
20 PRINT 'doorzien door het denken'
30 GOTO 20

RUN

Verlichting is het denken
doorzien door het denken
doorzien door het denken
doorzien door het denken
doorzien door het denken

ESC

Zo zonder leestekens wordt het samengestelde en geneste karakter van deze eeuwig uitdijende zin niet duidelijk, en zie je de strekking makkelijk over het hoofd. Laten we ons programmaatje daarom iets uitbreiden:

10 PRINT 'Verlichting is'
20 PRINT 'het denken'
30 VERLICHTING = 'het denken doorzien door het denken'
40 PRINT 'en'
50 PRINT VERLICHTING
60 VERLICHTING = ASCII(66) + VERLICHTING + ASCII(66) + 'doorzien door het denken'
70 GOTO 40

RUN

Verlichting is
het denken
en
het denken doorzien door het denken
en
'het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken
en
''het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken
en

ESC

De tekst tussen RUN en ESC is een uitputtende omschrijving van verlichting.

Een puntiger omschrijving van verlichting is RUN. Weghollen. Maar waarheen? Of waarvandaan?

ESC is meer voor luie mensen, die kunnen lekker op hun kont blijven zitten. ESC is wat op de escape-toets staat, de noodknop op je toetsenbord waarmee je op ieder moment uit de digitale mallemolen kunt stappen zodat je op ieder moment uit de digitale mallemolen kunt stappen zodat je op ieder moment uit de digitale mallemolen ESC.

Of zoals de Chinese zenmeester Shisuang het zei in de Poortloze Poort:

Wie de top van een honderd voet hoge paal heeft bereikt moet nog één stap zetten.*

* Zie Koan 46 van de Poortloze Poort.

Naakt figuurtje dat zich vastklampt aan de top van een blindenstok die tot in de wolken reikt.

^ Nog één stap.

En wie de top van een honderd voet hoge paal heeft bereikt en nog één stap heeft gezet? Die moet nog een stap zetten.

En wie de top van een honderd voet hoge paal heeft bereikt en nog een stap heeft gezet en nog een?

ESC

Kijk eens aan.

Nog meer metaforen voor verlichting.

En die dan weer doorzien.

Verder verder lezen: Doorreisgids voor lunatics (in het Witboek voor Zoekers.

189. Verlichting definiëren met APL

Lang geleden, nog vóór de uitvinding van internet, toen beeldschermen van glas waren, toetsenborden van bakeliet, muizen van vlees en geheugens van graniet, heb ik behalve Basic ook A Programming Language geleerd, het elegante APL waarvan de programma's wiskundige functies zijn:

VERLICHTING_IS
x(0) = 'het denken doorzien door het denken'
f(x(n+1)) = ASCII(66) + f(x(n)) + ASCII(66) + 'doorzien door het denken'

Best gek, een functie die zichzelf aanroept. Dat heet recursie en daarmee kun je wonderlijke dingen doen.

De simpele recursieve functie VERLICHTING_IS doet ongeveer hetzelfde als het BASIC-programmaatje uit de vorige paragraaf. Ziehier de tussenwaarden van x voor n = 1, 2, 3 en 4:

x(1) = het denken doorzien door het denken

x(2) = 'het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken

x(3) = ''het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken

x(4) = '''het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken

En de eindwaarde van x?

Tja.

Je kunt ook zeggen: de eindwaarde van x is x zelf, de of het grote onbekende, want de waarde blijft maar veranderen.

Wiskundig uitgedrukt: f(x) = x, het is wat het is, ik(s) ben die ik(s) ben, constant variabel.

In de praktijk loopt zo'n recursieve functie als VERLICHTING_IS uit op een foutmelding: BAD SYNTAX of OUT OF MEMORY of ACCOUNT DISABLED, dat verschilt per systeem.

Of hij loopt uit op een computercrash. Een hersencrash. Een hersencrèche – speelplaats en bewaarschool voor de mind.

Kijk eens aan.

Nog meer metaforen voor verlichting.

En die dan weer doorzien.

190. Ken jij iemand die verlicht is?

Meester Minder weet het ook niet.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Niet weten wat verlichting is.

Leerling: Zeker weten?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat ik niet weet wat verlichting is.

Leerling: O nee.

Meester: Wat nu?

Leerling: Kent u iemand die verlicht is?

Meester: Hoezo?

Leerling: Dan kunnen we het daar gaan vragen.

Meester: Ik ken sowieso niemand.

Leerling: Echt niet?

Meester: Niet echt.

Leerling: Behalve uzelf natuurlijk.

Meester: Ken ik niet.

Leerling: Zeker weten?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Dit kan toch geen verlichting zijn.

Meester: Spreek je uit ervaring?

Leerling: Ik denk het niet.

Meester: Dat weet je ook al niet?

Leerling: Ik ben bang van niet.

Meester: Ken je iemand die zonder twijfel verlicht is?

Leerling: U toch?

Meester: Dan weet je meer dan ik.

Leerling: Goeroe Puntje-puntje-puntje dan maar.

Meester: Ken je hem persoonlijk?

Leerling: Ik heb tien jaar aan zijn voeten gezeten.

Meester: Waren het bijzondere voeten?

Leerling: Het waren heel gewone voeten.

Meester: Gaven ze licht?

Leerling: Alleen als er licht op viel.

Meester: Hoe weet je dan dat Goeroe Puntje-puntje-puntje verlicht is?

Leerling: Dat zegt hij.

Meester: Wanneer?

Leerling: Tijdens bijeenkomsten.

Meester: Misschien zegt hij maar wat.

Leerling: In zijn boeken.

Meester: Misschien heb je de tekst wel verkeerd begrepen.

Leerling: Anderen zeggen het ook.

Meester: Wat zeggen anderen ook?

Leerling: Dat Goeroe Puntje-puntje-puntje verlicht is.

Meester: Wanneer?

Leerling: Op die bijeenkomsten. In die boeken. Tegen mij persoonlijk.

Meester: Misschien praten ze Goeroe Puntje-puntje-puntje wel na.

Leerling: Zou kunnen.

Meester: Misschien ken je dus wel niemand die verlicht is.

Leerling: De Boeddha.

Meester: Die is van voor jouw tijd.

Leerling: In dit leven wel.

Meester: Wat weet je van je vorige levens?

Leerling: Op dit moment niets.

Meester: Dan is de Boeddha op dit moment van voor jouw tijd.

Leerling: Toegegeven.

Meester: Al was je een wedergeboorte van de Boeddha zelf.

Leerling: Ja ja.

Meester: Als hij al verlicht was.

Leerling: Tja.

Meester: Als er al zoiets is als verlichting.

Leerling: U wrijft het er wel in.

Meester: Je hebt dus geen idee wat verlichting inhoudt?

Leerling: Of ik moest nu al verlicht zijn.

Meester: Maar dat wist je toch niet?

Leerling: Tenzij dat verlichting is.

Meester: Is dat verlichting?

Leerling: Dat weet ik dus niet.

Meester: Mocht het inderdaad verlichting zijn, weet je dan wel wat het inhoudt?

Leerling: Dan heb ik nog steeds geen idee.

Meester: Wat maakt het dan uit?

Leerling: Ik zou het ook niet weten.

Meester: Dan weet je evenveel als ik.

191. Instantverlichting voor iedereen!

De nieuwe graal

Verlichting is hot. Sinds Jezus van zijn kruis is gevallen wil iedereen een licht zijn voor zichzelf. Wat zeg ik, we zijn al verlicht maar we weten het nog niet, houden ze ons voor.

Verlichting is de nieuwe graal. Of je nu naar een satsang of naar een zendo gaat, het doel is verlichting. Hoe sneller hoe beter en niet te moeilijk alsjeblieft: 'Verlicht in 1 seconde' (Mabel van den Dungen), 'Spoedcursus verlichting' (Tijn Touber), 'Verlichting voor luie mensen' (Paul Smit).

Hoe dat dan moet? In zen, in dzogchen, in advaita – overal waar instantverlichting wordt aangeboden, gaat het om een 'bevrijdend inzicht'. Meestal is dat een variatie op het idee dat de tienduizend verschijnselen, waaronder jij en ik, illusies zijn in de enige echte Werkelijkheid.

Die enige echte Werkelijkheid luistert naar klinkende namen als het Zelf, de Bron, de Boeddhanatuur, het Absolute, het Al, het Bewustzijn, God, de Liefde of gewoon Dat.

Jij bent Dat en Dat is Alles en dat is alles.

Effe beseffe en klaar is Klaar:

Het leven is een fopsigaar.

Buigen en betalen maar.

Verlichting is nu handelswaar.

Van de ene put in de andere

Het valt niet te ontkennen: een inzicht is zo omarmd, van de ene seconde op de andere. Ik heb al heel wat ingezien in mijn leven, wie niet?

Inzichten boeien, ze nemen je in een houdgreep en zie dan nog maar eens los te komen. Daar gaan vaak jaren van twijfelen, opnieuw omarmen, heroverwegen, verkondigen en weer twijfelen overheen. Jaren van deprogrammeren en reconditioneren. Jaren van deconstructie en reconstructie.

Dat bevrijding van een bevrijdend inzicht net zoveel tijd en moeite kost als een paradigmawisseling, komt doordat het een paradigmawisseling ís. Een copernicaanse revolutie.

Het enige verschil met een gewone paradigmawisseling is dat je niet in je eentje de hele wereld hoeft te veranderen. Je hoeft geen breed gedragen omwenteling te ontketenen. Je zult niet in de boeien worden geslagen of op de brandstapel belanden wegens nieuwlichterij. Je hoeft alleen jezelf maar in beweging te krijgen. De enige die door de poortloze poort moet gaan, ben jij.

Maar zodra je zwicht voor de verleiding een bevrijdend inzicht als breekijzer te gebruiken, is al het werk voor niets geweest. Dan val je in de volgende put, gans, met niets op je bord dan droge kletskoek uit vervlogen tijden.

Niet de wereld vergaat, maar je wereldbeeld

Niet-weten is geen bevrijdend inzicht maar vrij uitzicht. Dat bedenk je niet tot je het ziet.

Ik heb er een halve eeuw over gedaan om alle inzichten uit de weg te ruimen. Ik denk niet dat ik sneller had gekund.

Sneller waarop? Ik had niet eens een weg.

Sneller waarin? Ik had niet eens een voertuig.

Sneller waarheen? Ik had niet eens een bestemming.

Geen rivier heeft de zee tot doel, geen verstand agnose.

Naar niet-weten snellen? Ik kan me er niets bij voorstellen.

Niet-weten in één seconde? In geen duizend jaar.

Spoedcursus niet-weten? Vergeet het maar.

Niet-weten voor luie mensen? Haha.

Of je moet al op het randje balanceren zonder het te weten. Als er nog maar één boeiend inzicht tussen jou en een radicaal niet-weten in staat. Een laatste strohalm.

Dan kan het schijnbaar ineens gebeuren. In de 'laatste' seconde van die 'duizend' jaar. Alsof de aarde openscheurt. Alsof de wereld vergaat. Help!

Geen nood, het is je gedachtewereld maar. Alleen je wereldbééld vergaat.

Kijk dan: je staat!

Gewoon op de grond.

Eindelijk.

Verder lezen: Het lege paradigma (in het Witboek Niet-Weten).

192. Verlicht in 1 seconde

Verlicht in 1 seconde? Het kan echt. Met luminade!

Luminade* wordt gemaakt volgens een geheim recept, overgeleverd van glas op glas buiten de geschriften om.

* Luminade is een trade mark van zenmeester Lichtend Gat van zendo Het Lichtend Gat. Trade mark is een ander woord voor Transcendente Meditatie™.

Iemand die een glas lichtgevende limonade drinkt.

^ Verlicht in 1 seconde.

'Verlicht in 1 seconde' is de titel van een boek van Mabel van den Dungen.

193. Spoedcursus verlichting

Tijn Touber (van de spoedcursus verlichting) als stewardess in een vliegtuig.

^ Spoedcursus verlichting.

'Spoedcursus verlichting' is de titel van een boek van Tijn Touber.

194. Verlichting voor luie mensen

Vrouw op een behandeltafel die elektroshocks toegediend krijgt.

^ Verlichting voor luie mensen.

'Verlichting voor luie mensen' is de titel van een boek van Paul Smit.

Verder lezen: Illusies voor luie mensen (in het Witboek Advaita).

195. Verlichting is een vrouw

Meester Minder zegt:

Verlichting is een vrouw

Je denkt dat je haar zoekt

Maar zij zoekt jou

Je denkt dat je haar neemt

Maar zij neemt jou

Je denkt dat je haar hebt

Maar zij heeft jou

Je denkt dat je haar vult

Maar zij leegt jou

Verlichting is een vrouw

Deze ondefinieerbare zachtheid

De vrouw hierboven staat voor de underdog die je onderschat tot je aan haar voeten ligt.

Heeft een underdog de boeddhanatuur?

Ik, die niet om beleving geef, begeef me nooit in hogere of lagere sferen dan de levende wolk van niet-weten, die genoeglijk tussen hemel en aarde zweeft en met alle winden meewaait.

Deze ondefinieerbare zachtheid tussen zegen en regen sluit niets of niemand in of uit.

Zij is mijn tweede bruid, Lucienne mijn eerste, allerwegen.

196. De duivel weet wat verlichting is

Meester Minder als bruinwerker.

Leerling: Ik hoop dat niet-weten mij verlichting brengt.

Meester: De duivel schijt altijd op de grootste hoop.

Leerling: Bedoelt u dat alleen wanhoop tot verlichting leidt?

Meester: De duivel schijt altijd op de grootste wanhoop.

Leerling: Bedoelt u dat we moeten hopen noch wanhopen?

Meester: De duivel heeft overal schijt aan.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

Leerling: Wat heeft de duivel er eigenlijk mee te maken?

Meester: Welke duivel?

Leerling: Ik hoop dat niet-weten mij verlichting brengt.

Duivel met lichtgevende hoorns.

^ De duivel weet wat verlichting is.

197. Ontwaken is geen warm bad

Leerling: Wat is ontwaken?

Meester: Wat denk jij?

Leerling: Een warm bad.

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Daar word je alleen maar slaperig van.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Een koude douche.

198. Verlichting is geen wijwater

Heilig zijn alleen de doden.

Leerling: Waarmee kun je verlichting vergelijken?

Meester: Wat denk jij?

Leerling: Wijwater.

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Daar word je alleen maar rechtzinnig van.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Spuitwater.

Leerling: Wat word je daarvan?

Meester: Lichtzinnig.

199. Verlichting is geen onverschilligheid

Leerling: De verlichte voelt zich overal thuis.

Meester: Ga dan maar in de goot wonen.

Leerling: Hoezo?

Meester: Als het je toch niet uitmaakt.

Leerling: Hm.

Meester: Wat?

Leerling: Eerlijk gezegd voel ik me nergens thuis.

Meester: Ga dan maar in de goot wonen.

Leerling: Hoezo?

Meester: Als het je toch niet uitmaakt.

Leerling: Hm.

Meester: Wat?

Leerling: Ik geloof dat het me toch uitmaakt.

Meester: Maakt niet uit.

Leerling: Waarom niet?

Meester: De verlichte voelt zich overal thuis.

200. Verlichting is geen uitroepteken

Leerling: Wat is het punt van verlichting?

Meester: Geen punt.

Jaren later...

Leerling: Verlichting is geen punt!

Meester: En ook geen uitroepteken.

Jaren later...

Leerling: Is verlichting een vraagteken?

Meester: Zolang je er geen punt van maakt.

201. Verlichting is een burn-out

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Zeg jij het maar.

Leerling: In vuur en vlam staan.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Helemaal opgebrand zijn.

202. Verlichting is een strop

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Een strop.

Leerling: Wat een strop.

Meester: Om jezelf aan op te knopen.

Profiel van iemand die verschrikt naar een lichtgevende strop kijkt.

^ Verlichting is een strop.

203. Verlichting voor stropers

Leerling: Bent u verlicht?

Meester: In zekere zin.

Leerling: In welke zin?

Meester: Als een konijn in de lamp van een stroper.

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Verblind en hulpeloos.

Leerling: En dat wou u verlicht noemen?

Meester: Mij niet gezien.

Leerling: Wie dan wel?

Meester: De stroper.

Konijn met een lichtgevende buik en lichtgevende oren.

^ Verlicht konijn.

204. De schijn van verlichting

Meester Minder doet alsof.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Schijn werpen.

Leerling: Wat voor schijn?

Meester: Een schijn van weten.

Leerling: Wat voor weten?

Meester: Weten wie je bent, wat je hier doet, wat de wereld is, hoe je moet leven en zo.

Leerling: Wat maakt dat de verlichte?

Meester: Een schijn-werper.

Leerling: Verlichting is schijn werpen en de verlichte is een schijn-werper?

Meester: Hoe vind je hem?

Leerling: Hoe weet u dat allemaal?

Meester: Dat weet ik allemaal niet.

Leerling: Waarom neemt u het nu ineens terug?

Meester: Wat ben ik, een schijn-werper?

205. De realiteit van verlichting

Leerling: Steeds als ik iets beweer, vraagt u hoe ik dat weet.

Meester: Je kunt wel zoveel zeggen.

Leerling: Of u vraagt wat ik precies bedoel, wat ik dan niet blijk te weten.

Meester: Precies wat ik bedoel.

Leerling: Of u wijst op onuitgesproken aannames.

Meester: Onbegonnen werk.

Leerling: Of u vraagt om een rechtvaardiging van de rede waarvan ik me bedien.

Meester: Als je maar geen antwoord geeft.

Leerling: Of van de autoriteit of de intuïtie waarop ik me beroep.

Meester: God, bespaar me.

Leerling: Doet u dat om ruimte te scheppen voor de realiteit van verlichting?

Meester: Welnee.

Leerling: Waarom dan wel?

Meester: Het is al de realiteit van verlichting.

206. Hoe het is om verlicht te zijn.

Leerling: Hoe is het om verlicht te zijn?

Meester: Vraag maar aan iemand die verlicht is.

Leerling: Wat zou zo iemand zeggen?

Meester: Zou zo iemand wat zeggen?

Leerling: Bestaat verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Wat als verlichting niet bestaat?

Meester: Dan kun je eindelijk wat anders gaan doen.

Leerling: Anders dan wat?

Meester: Anders dan almaar naar verlichting streven.

Leerling: Zou u ook weleens wat anders willen doen?

Meester: Ik doe al niet anders.

Leerling: Wat was uw weg?

Meester: Zoals ik het toen zag of zoals ik het nu zie?

Leerling: Zoals u het nu ziet.

Meester: Een parkeerplaats.

Leerling: Wat deed u daar?

Meester: Geparkeerd staan.

Leerling: Uw weg ging nergens heen?

Meester: Niet dat ik weet.

Leerling: Wat ligt er nu nog vóór u?

Meester: Hoe moet ik dat weten?

Leerling: Niet-weten toch?

Meester: Dan weet ik dat toch niet?

Leerling: Ligt er nog wel iets vóór u?

Meester: Dat is van hieruit niet te zien.

Leerling: Hebt u eigenlijk wel iets gezien?

Meester: Ik heb het eigenlijk wel gezien.

Leerling: Hoe is het om verlicht te zijn?

207. Drie lege definities van verlichting

Hierboven maakte je kennis met twee procedurele definities van niet-weten: eentje in de programmeertaal BASIC en eentje in APL. Hieronder hetzelfde verhaal in draaitaal.

Wat is een wielzin?

Een wielzin is een zin die begint en eindigt met dezelfde woorden:

'Het denken doorzien door het denken.'

'Niet geloven in niet geloven.'

'Niet weten van niet weten.'

Buigen we zo'n zin terug op zichzelf, zonder de dubbele woorden, dan ontstaat er een zinnenwiel.

Stuurwiel met daarop de woorden 'niet weten van'.

^ Zinnenwiel 'niet weten van'.

Wat is een zinnenwiel?

Een zinnenwiel is een taalautomaat die een oneindig aantal gelijkvormige zinnen voortbrengt.

Een slinger aan het zinnenwiel 'niet weten van' levert de volgende wielzinnen op:

Niet weten.

Niet weten van niet weten.

Niet weten van 'niet weten van niet weten'.

Niet weten van 'niet weten van 'niet weten van niet weten''.

...

Verlichting als niet weten

Verlichting kun je definiëren als de conjunctie van wielzinnen voortgebracht door het zinnenwiel 'niet weten van':

Verlichting is

niet weten

en

niet weten van niet weten

en

niet weten van 'niet weten van niet weten'

en

niet weten van 'niet weten van 'niet weten van niet weten''

...

Verlichting als niet geloven

Je kunt verlichting ook definiëren als de conjunctie van wielzinnen voortgebracht door het zinnenwiel 'niet geloven in':

Verlichting is

niet geloven

en

niet geloven in niet geloven

en

niet geloven in 'niet geloven in niet geloven'

en

niet geloven in 'niet geloven in 'niet geloven in niet geloven''

...

Verlichting als denken doorzien

Je kunt verlichting ook definiëren als de conjunctie van wielzinnen voortgebracht door het zinnenwiel 'het denken doorzien door':

Verlichting is

het denken

en

het denken doorzien door het denken

en

'het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken

en

''het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken

...

Lege definities

Is het je opgevallen dat iedere zin in elk van de drie definities wordt herroepen door de voorafgaande zin? De enige zin die overeind blijft is de laatste.

Maar een oneindige reeks kent geen laatste zin, er is er altijd nog een. Uiteindelijk blijft er dus geen zin overeind. In de limiet wordt hier niets gezegd.

Meer heb ik over verlichting niet te zeggen. Wat ik er ook over heb gezegd en nog zal zeggen.

Lees ook het lemma Ontzeggingskracht en het stukje Een dwaaltekstautomaat (beide in het Witboek Niet-Weten).

208. Verlichting is geen toestand

Ik wil nog even terugkomen op het zinnenwiel 'het denken doorzien door'. Iets zit me dwars aan de zinnen die het genereert. Weet je nog:

Het denken.

Het denken doorzien door het denken.

'Het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken.

''Het denken doorzien door het denken' doorzien door het denken' doorzien door het denken.

...

Die zinnen kloppen voor mijn gevoel niet, de werkwoordsvorm is verkeerd. Het dwijze denken heeft zichzelf niet eens en voor altijd doorzien maar doorziet zichzelf steeds opnieuw, nu, en nu, en nu.

Het lijkt me daarom beter om het zinnenwiel 'het denken doorzien door' te vervangen door 'het denken doorziet'. Een slinger aan dit wiel levert de volgende zinnen op:

Het denken.

Het denken doorziet het denken.

Het denken doorziet 'het denken doorziet het denken'.

Het denken doorziet 'het denken doorziet 'het denken doorziet het denken''.

...

Plak ze aan elkaar en je krijgt weer een on-zin vanjewelste.

Zo verliest het denken zichzelf in eindeloze weerspraak.

Zo bijt het zichzelf in de staart.

209. Tussen weten en niet weten

Weten

Weten van niet

Weten van niet weten

Weten van niet weten van niet

Weten van niet weten van niet weten

Weten van niet weten van niet weten van niet

Weten van niet weten van niet weten van niet weten

Niet weten van niet weten van niet weten van niet weten

Niet weten van niet weten van niet weten van niet

Niet weten van niet weten van niet weten

Niet weten van niet weten van niet

Niet weten van niet weten

Niet weten van niet

Niet weten

Niet

210. De vrijheid voorbij

Vrij

Vrijheid

De vrijheid

De vrijheid voorbij

De vrijheid voorbij de vrijheid

De vrijheid voorbij de vrijheid voorbij

De vrijheid voorbij de vrijheid voorbij de vrijheid

De vrijheid voorbij de vrijheid voorbij de vrijheid voorbij

De vrijheid voorbij de vrijheid voorbij de vrijheid voorbij de vrijheid

Voorbij de vrijheid voorbij de vrijheid voorbij de vrijheid

Voorbij de vrijheid voorbij de vrijheid voorbij

Voorbij de vrijheid voorbij de vrijheid

Voorbij de vrijheid voorbij

Voorbij de vrijheid

Voorbijheid

Voorbij

211. Denk je nu nog steeds dat je vrij of onvrij bent?

Meester minder komt op verhaal.

Leerling: Zijn wij naar uw mening vrij of onvrij?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent en het verhaal dat je onvrij bent.

Leerling: Bedoelt u dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent en het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan.

Leerling: Maar ben ik nu iemand of niemand?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent en het verhaal dat je niemand bent.

Leerling: Bedoelt u dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent en het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent.

Leerling: Bedoelt u dat de waarheid voorbij de woorden is?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent en het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is.

Leerling: Bedoelt u dat alles een uitdrukking van het ene is?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is en het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is.

Leerling: Bedoelt u dat je nooit achter de verhalen kunt kijken?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is en het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken.

Leerling: Bedoelt u dat het allemaal maar verhalen zijn?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken en het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn.

Leerling: Bedoelt u dat er geen verhaal is?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken, het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn en het verhaal dat er geen verhaal is.

Leerling: ...

Meester: Is er iets?

Leerling: Wat valt er nog te zeggen?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken, het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn, het verhaal dat er geen verhaal is en het verhaal dat er niets te zeggen valt.

Leerling: Bedoelt u dat ook stilte geen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken, het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn, het verhaal dat er geen verhaal is, het verhaal dat er niets te zeggen valt en het verhaal dat ook stilte geen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid.

Leerling: Bedoelt u dat de hoogste werkelijkheid geen verschil kent?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken, het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn, het verhaal dat er geen verhaal is, het verhaal dat er niets te zeggen valt, het verhaal dat ook stilte geen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid en het verhaal dat de hoogste werkelijkheid geen verschil kent.

Leerling: Bedoelt u dat je consequent iedere formulering moet weigeren?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Waartussen niet?

Meester: Tussen het verhaal dat je vrij bent, het verhaal dat je onvrij bent, het verhaal dat je voorbij vrijheid en onvrijheid moet gaan, het verhaal dat je iemand bent, het verhaal dat je niemand bent, het verhaal dat je niet kunt weten of je iemand of niemand bent, het verhaal dat de waarheid voorbij de woorden is, het verhaal dat alles een uitdrukking van het ene is, het verhaal dat je nooit achter de verhalen kunt kijken, het verhaal dat het allemaal maar verhalen zijn, het verhaal dat er geen verhaal is, het verhaal dat er niets te zeggen valt, het verhaal dat ook stilte geen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid, het verhaal dat de hoogste werkelijkheid geen verschil kent en het verhaal dat je consequent iedere formulering moet weigeren.

Leerling: Volgens mij bent u knettergek.

Meester: Ik zie het verschil niet.

212. Hoe het is om zo vrij te zijn

'Ben jij gelovig, Hans?'

'Ik ben bevrijd van elk geloof.'

'Bedoel je dat je niet gelooft?'

'Ik ben bevrijd van elk ongeloof.'

'Hoe heb je dat gedaan?'

'Ik ben bevrijd van ieder doen.'

'Is dat een kwestie van overgave?'

'Ik ben bevrijd van ieder laten.'

'Maar komt dat uit jezelf of uit God?'

'Ik ben bevrijd van zelf en God.'

'Doel je op de unio mystica?'

'Ik ben bevrijd van een, twee, veel.'

'Verwijs je daarmee naar het niets?'

'Ik ben bevrijd van vorm en leegte.'

'Hoe is het om zo vrij te zijn?'

'Vrij noch onvrij, dat is pas fijn.'

213. Hoe je een vrijdenker wordt

'Begrijp ik het goed dat we volgens jou altijd onze aannames moeten onderzoeken, Hans?'

'Waarom zou je?'

'Om een vrijdenker te worden.'

'Je neemt aan dat je een vrijdenker kunt worden door altijd je aannames te onderzoeken.'

'Hoe anders?'

'Je neemt aan dat je een vrijdenker kunt worden.'

'Dat hoop ik tenminste.'

'Waarom zou je een vrijdenker willen worden?'

'Om me beter te voelen, natuurlijk.'

'Wie zegt dat je je beter voelt als je vrij denkt?'

'Daar vraag je me wat.'

'Als je maar geen antwoord geeft.'

'Waarom niet?'

'Dat leidt alleen maar tot nieuwe aannames.'

'Waarom ben je zo geobsedeerd door aannames?'

'Is daar een reden voor nodig?'

'Ik dacht misschien voor mijn bestwil.'

'Zeker niet.'

'Gaat mijn lot je niet ter harte?'

'Zeker wel.'

'Waarom dan niet voor mijn bestwil?'

'Omdat ik niet weet wat het beste voor je is?'

'Waarom weet je niet wat het beste voor me is?'

'Omdat ik me daarvan heb vrijgedacht?'

'Hoe heb je je daarvan vrijgedacht?'

'Door mijn aannames te onderzoeken?'

'Begrijp ik het goed dat we volgens jou altijd onze aannames moeten onderzoeken, Hans?'

214. Verlichting is geen vrijheidsbeeld

Beste Hans,

Adyashanti noemt verlichting 'het geschenk van vrijheid aan de hele wereld'. Hij stelt:

"Totdat de hele wereld vrij is om het met je eens of oneens te zijn, totdat je iedereen de vrijheid hebt geschonken je aardig of onaardig te vinden, van je te houden of je te haten, de dingen te zien zoals ze zijn of ze anders te zien – totdat je de hele wereld zijn vrijheid hebt geschonken zul je nooit vrij zijn."

(Geciteerd in Transmissie en Transcendentie, Nico Tydeman, 2013, p229.)

Hans: Die Ad.

Yara: Zijn naam is Adyashanti.

Hans: Adje heeft ons de vrijheid geschonken om hem te noemen zoals we willen, of begrijp ik dat verkeerd?

Yara: Wat vind je van zijn zienswijze?

Hans: Het staat hem vrij om de dingen te zien zoals ze zijn of ze anders te zien.

Yara: Ziet hij de dingen zoals ze zijn?

Hans: Totdat je jezelf de vrijheid hebt geschonken om niet de hele wereld de vrijheid te hoeven schenken om het met je eens of oneens te zijn, je aardig of onaardig te vinden, van je te houden of je te haten, de dingen te zien zoals ze zijn of ze anders te zien – totdat je jezelf die vrijheid hebt geschonken, zul je nooit vrij zijn.

Yara: Je hebt nog gelijk ook.

Hans: Dat had je gedacht.

Yara: Hoezo?

Hans: Zolang je denkt dat het je vrij staat om jezelf de vrijheid te schenken, zul je nooit vrij zijn.

Yara: Bedoel je dat het niemand vrij staat om zichzelf de vrijheid te schenken?

Hans: Zolang je denkt dat het niemand vrij staat om zichzelf de vrijheid te schenken, zul je nooit vrij zijn.

Yara: Zie jij de dingen zoals ze zijn?

Hans: Zolang je denkt dat je de dingen kunt zien zoals ze zijn, zul je nooit vrij zijn. Zolang je denkt dat je de dingen niet kunt zien zoals ze zijn, zul je nooit vrij zijn.

Yara: Wat is vrijheid voor jou?

Hans: Zolang je denkt in termen van vrijheid en onvrijheid zul je heen en weer slingeren tussen vrijheid en onvrijheid.

Zolang je denkt in termen van kunnen en niet-kunnen zul je heen en weer slingeren tussen kunnen en niet-kunnen.

Zolang je denkt in termen van eens en oneens, aardig en onaardig, houden van en haten, ik en de wereld, de dingen zoals we ze zien en de dingen zoals ze zijn, zul je heen en weer slingeren.

Yara: Ben jij verlicht?

Hans: Zolang je denkt in termen van verlicht en onverlicht...

Yara: Is Adyashanti volgens jou verlicht?

Hans: Zolang je denkt in termen van verlicht en onverlicht...

Yara: Niet-weten is nooit meer in tegenstellingen denken?

Hans: Zolang je jezelf niet de vrijheid hebt geschonken in tegenstellingen te denken, zul je nooit vrij zijn.

Yara: In dat geval lijkt niet-denken me de enige oplossing.

Hans: Leuk bedacht.

Yara: Ben jij het denken voorbij?

Hans: Wat denk je dat we nu aan het doen zijn?

Yara: Wat is vrijheid voor jou?

Hans: Iets om je van te bevrijden?

Yara: Geef nu maar gewoon antwoord.

Hans: Vraag het dan maar aan Addie.

Yara: Zijn naam is Adyashanti.

Hans: En ik heet Hansiepansie.

215. Vrijheidsbeelden zijn er om te doorzien

Vrijheidsbeeld van zwermende figuurtjes.

^ Vrijheidsbeeld om te doorzien.

216. Onpeilbaar is de vrijheid van wie niet weet

De artillerie van agnose; vrijheidsbeelden om op te schieten.

Beste Hans,

Hoe verhoudt de vrijheid van het niet-weten zich tot de Vrijheid van het Zelf, Big Mind, de Non-Dualiteit, de Kenner van het gekende, het Ene, de Leegte, Nirwana, het Nu, de Waarheid, de Werkelijkheid, het Zijn, Niet-Doen, Niet-Oordelen?

Geen moeilijke antwoorden alsjeblieft, geef je maar eens bloot.

Beste Hella,

Moeilijke woorden heb ik niet, behalve de jouwe, daar zul je allicht geen bezwaar tegen hebben.

Moeilijke antwoorden heb ik ook niet, zelfs geen makkelijke.

Het enige antwoord dat ik je kan geven is een wedervraag, maar die geef ik altijd graag.

Dit bij wijze van inleiding, ik hoop dat je erdoorheen kwam. De rest is een eitje.

Groot is de vrijheid van wie het ego doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het zelf doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie small mind doorziet.
Groter is de vrijheid van wie big mind doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie de dualiteit doorziet.
Groter is de vrijheid van wie de non-dualiteit doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het gekende doorziet.
Groter is de vrijheid van wie de kenner doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het vele doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het ene doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie de vorm doorziet.
Groter is de vrijheid van wie de leegte doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie samsara doorziet.
Groter is de vrijheid van wie nirwana doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie de tijd doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het nu doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie de leugen doorziet.
Groter is de vrijheid van wie de waarheid doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie de illusie doorziet.
Groter is de vrijheid van wie de werkelijkheid doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het worden doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het zijn doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het doen doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het niet-doen doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het oordelen doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het niet-oordelen doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het weten doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het niet-weten doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Maar wie weet wat vrijheid is?

Vrijheidsbeeld met kogelgaten.

^ Vrijheidsbeeld om op te schieten.

217. Vrijheid is geen nest

de denker bouwt
jaar in jaar uit
een nest
op hete kolen

de zwerver gaapt
en rekt zich uit
hij gaat maar weer
wat dolen

218. Vrijheid is geen koninkrijk

de burger denkt
jaar in jaar uit
mijn koninkrijk
voor vrijheid

de zoeker denkt
jaar in jaar uit
mijn wereld
voor een nest

Monnik mediterend op een ooievaarsnest op een paal.

^ Mijn wereld voor een nest.

219. Verlichting is doorzitten tot je erdoorheen zit

Leerling: Eindelijk weet ik hoe het zit!

Meester: Zolang je denkt dat je weet hoe het zit, weet je nog steeds niet hoe het zit.

Jaren later...

Leerling: Zolang je denkt dat je weet hoe het zit, weet je nog steeds niet hoe het zit!

Meester: Zolang je denkt dat je niet weet hoe het zit, weet je nog steeds hoe het zit.

Jaren later...

Leerling: Zolang je denkt dat je wel of niet weet hoe het zit...

Meester: Denk je nu nog steeds dat je weet hoe het wel of niet zit?

Jaren later...

Leerling: ...

Meester: Blijf daar dan maar mee zitten.

220. Elf visioenen van het Levende Licht

Meester Minder krijgt migraine.

Meester: Ik ken een goeie. Zegt Hildegard van Bingen, 'Alweer zo'n prachtig visioen van het Levende Licht!' Zegt een migrainelijder, 'Alweer zo'n ellendig scotoom!'

Leerling: Wie is Hildegard van Bingen?

Meester: Een middeleeuwse mystica.

Leerling: Wat is een scotoom?

Meester: Een zinderende lichtvlek die een migraineaanval inluidt.

Leerling: Wat is de clou?

Meester: Moet ik dan alles uitleggen?

Tweede leerling: Dat Hildegard van Bingen een scotoom aanzag voor een visioen.

Derde leerling: Dat de migrainelijder een visioen aanzag voor een scotoom.

Vierde leerling: Dat een scotoom best mystiek kan zijn.

Vijfde leerling: Dat mystiek best pijn kan doen.

Zesde leerling: Dat je ziet wat je wilt zien.

Zevende leerling: Dat je ziet wat je kunt zien.

Achtste leerling: Dat je ziet wat je moet zien.

Negende leerling: Dat de waarheid verschillende kanten heeft.

Tiende leerling: Dat er verschillende waarheden zijn.

Elfde leerling: Dat waarheid niet bestaat.

Meester: Hier krijg ik nou hoofdpijn van.

Leerling: Nu weet ik nog steeds niet wat de clou is.

Meester: Moet ik dan alles uitleggen?

Leerling: Ik bedoel, wat kan ik hiervan leren?

Meester: Denk je nu nog steeds dat je hier iets komt leren?

221. Verlichting is wat er overblijft als alles wegvalt

Meester Minder zegt:

Verlichting is...

Je waarnemingen doorzien.

Je gevoelens doorzien.

Je ideeën doorzien.

Je idealen doorzien.

Je ervaringen doorzien.

Je gedachten doorzien.

Jezelf doorzien.

Het zelf doorzien.

Het doorzien doorzien.

Alles wat je doorziet valt weg.

Verlichting is wat er overblijft als alles wegvalt.

222. Verlichting is wat er wegvalt als alles overblijft

Lichter zonder verlichting.

Meester Minder zegt:

Alles wat je doorziet valt weg.

Als zelfs het wegvallen is doorzien, wat valt er dan nog weg?

Verlichting is wat er wegvalt als alles overblijft.

223. Meester Minder licht zijn verlichting door

Leerling: Beschouwt u uzelf als verlicht?

Meester: Ik kan wel zoveel denken.

Leerling: Denken dat u verlicht bent betekent voor u nog niet dat u verlicht bent?

Meester: En denken dat ik onverlicht bent betekent voor mij nog niet dat ik onverlicht ben.

Leerling: Maar u hebt er wel gedachten over?

Meester: Ik weet niet of ik gedachten heb of dat gedachten mij hebben, aangenomen dat er een ik is die als onderwerp en lijdend voorwerp van gedachten kan dienen.

Leerling: Er komen gedachten op, maar u weet niet zeker waarin?

Meester: Ik weet niet eens wat het precies is dat er opkomt en of het wel ergens in opkomt.

Leerling: Weet u dan misschien waaruit die eh... waaruit ze opkomen?

Meester: Ik weet niet eens of die eh... of ze wel wel ergens uit opkomen.

Leerling: Ze moeten toch ergens vandaan komen?

Meester: En waar komt datgene waar ze vandaan komen dan vandaan?

Leerling: Uit iets anders?

Meester: Zo blijf je aan de gang.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Ik zou wat vragen.

Leerling: Wat zou u vragen?

Meester: Is er eigenlijk wel iets of iemand waaruit gedachten voortkomen, of is dat ook maar een gedachte? Is er wel iets of iemand waarin ze opkomen, of is dat ook maar een gedachte?

Leerling: Zo te horen hebt u meer vragen dan antwoorden, of hebben meer vragen u dan antwoorden, aangenomen dat er een u is die als onderwerp en lijdend voorwerp van gedachten kan dienen.

Meester: Begin jij nu ook al?

Leerling: Is er dan niemand die er het fijne van weet?

Meester: Er zijn zoveel mensen die er het fijne van weten.

Leerling: O, gelukkig.

Meester: Maar wie er nu gelijk heeft?

Leerling: Tja.

Meester: En of er wel iemand gelijk heeft?

Leerling: Zal ik er ooit achter komen?

Meester: Daar kom je vanzelf wel achter.

Leerling: En u?

Meester: Ik ben erachter gekomen dat ik er niet achter hoef te komen.

Leerling: Ik denk niet dat dit verlichting is.

Meester: Je kunt wel zoveel denken.

Leerling: Beschouwt u uzelf als verlicht?

224. Drie struikelblokken op de weg naar verlichting

Leerling: Wat is volgens u het grootste struikelblok op de weg naar verlichting?

Meester: Verlichting.

Leerling: Het grootste struikelblok op de weg naar verlichting is verlichting?

Meester: Hoe kom je erop.

Leerling: Wat is dan wel het grootste struikelblok op de weg naar verlichting?

Meester: De weg.

Leerling: Het grootste struikelblok op de weg naar verlichting is de weg?

Meester: Hoe bedenk je het.

Leerling: Even serieus.

Meester: Het idee dat er struikelblokken zijn.

Leerling: Het grootste struikelblok op de weg naar verlichting is het idee dat er struikelblokken zijn?

Meester: Ik zou het anders ook niet weten.

Lees ook: Drie barrières en verder (koan 47 van de Poortloze Poort)

225. De razernij der geleerden – wegwijzers voor wegwezers

Leerling: Wat is volgens u het grootste struikelblok op de weg naar verlichting?

Meester: De deliramenta doctrinae.

Leerling: De wat?

Meester: De razernij van de geleerden.

Leerling: Welke geleerden zoal?

Meester: Filosofen bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: De Rede.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Sceptici bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Twijfel.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Sofisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Retoriek

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Exegeten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Het Woord.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Mystici bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Het Al.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Boeddhisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: De leegte.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Non-dualisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Het Bewustzijn.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Universalisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Eeuwige Wijsheid.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Pluralisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Veelheid.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Existentialisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Geworpenheid.

Leerling: Welke geleerden nog meer?

Meester: Fatalisten bijvoorbeeld.

Leerling: Hoe heet hun razernij?

Meester: Overgave.

Leerling: Wat voor geleerde bent u?

Meester: Een afgeleerde.

Leerling: Hoe heet uw razernij?

Meester: Tja.

Verder lezen: Meester Tja en de Tao van Niet-Weten.

226. Verlichting is geen ei

Meester Minder zegt:

Verlichting is geen ei.

Hoe langer je erop broedt, hoe eerder je erdoorheen zakt.

Vogelnest met drie lichtgevende gloeilampen in plaats van eieren.

^ Verlichting is geen ei.

Meester Minder zegt ook:

Verlichting is geen nest.

Zolang je erbovenop zit zul je het licht niet zien.

227. Verlichting is het gat dat je zelf hebt bedacht

Meester: Wat is de weg?

Leerling: Neti neti.

Meester: Niet iedereen spreekt Sanskriet.

Leerling: De via negativa, bedoel ik.

Meester: Niet iedereen spreekt Latijn.

Leerling: Niet dit, niet dat.

Meester: Wat dan wel?

Leerling: Daar trap ik niet meer in.

Meester: Loop er dan maar omheen.

Leerling: Vernietig alle bedenksels en spring in het gat dat overblijft.

Meester: En het gat dat overblijft?

Leerling: Wat is daarmee?

Meester: Is dat soms geen bedenksel?

Leerling: Ai.

Meester: En degene die erin moet springen?

Leerling: Wat is daarmee?

Meester: Is die soms geen bedenksel?

Leerling: Oei.

Meester: En het idee dat degene die erin moet springen een bedenksel is?

Leerling: Wat is daarmee?

Meester: Is dat soms geen bedenksel?

Leerling: Oi.

Meester: En het idee dat je alle bedenksels kunt en moet vernietigen?

Leerling: Ei.

Meester: Dat je dan beter af zult zijn?

Leerling: Allemaal bedenksels.

Meester: Dat zeg jij.

Leerling: Wat zegt u?

Meester: Wat is de weg?

Leerling: En wat is het antwoord?

Meester: En dat was het antwoord.

228. De weg vinden is de weg kwijtraken

Twaalf waarheden, dertien ongelukken.

Meister Ecksit zegt:

Je weg vinden in het taoïsme is je weg vinden uit het taoïsme.

Dit heet het ware taoïsme.

Je weg vinden in het soefisme is je weg vinden uit het soefisme.

Dit heet het ware soefisme.

Je weg vinden in de mystiek is je weg vinden uit de mystiek.

Dit heet ware mystiek.

Je weg vinden in het non-dualisme is je weg vinden uit het non-dualisme.

Dit heet het ware non-dualisme.

Je weg vinden in het boeddhisme is je weg vinden uit het boeddhisme.

Dit heet het ware boeddhisme.

Doolhof in de vorm van een boeddhabeeld.

^ Je weg vinden in het boeddhisme is je weg vinden uit het boeddhisme.

Je weg vinden in jezelf is je weg vinden uit jezelf.

Dit heet het ware zelf.

Je weg vinden in het niets is je weg vinden uit het niets.

Dit heet het ware niets.

Je weg vinden in het weten is je weg vinden uit het weten.

Dit heet het ware weten.

Je weg vinden in het niet-weten is je weg vinden uit het niet-weten.

Dit heet het ware niet-weten.

Je weg vinden in het spreken is je weg vinden uit het spreken.

Dit heet het ware spreken.

Je weg vinden in het zwijgen is je weg vinden uit het zwijgen.

Dit heet het ware zwijgen.

Je weg vinden in het ware is je weg vinden uit het ware.

Dat mag geen naam hebben.

229. Als de put verdronken is

Beste Hans,

In al je teksten, om het even welke, maak je een vrije en verloste indruk op mij. Trefzeker, al schiet je vanuit de heup. Wat is jouw geheim?

Beste Emiel,

Dat ik niks meer uit te leggen heb? Behalve dat ik niks meer uit te leggen heb, God sta me bij. Misschien is dit mijn geheim:

Ik ben verlost van de verlossers.

Ontsnapt aan de snappers.

Verweesd van de wijzen.

Bevrijd van de vrijheid.

Ontdaan van de doener.

Ook de getuige is afgetuigd.

Zelfs niemand ben ik niet.

Hoe het zo gekomen is weet ik precies niet, maar om dat nou een geheim te noemen?

Emiel: Wat was jouw weg?

Hans: Als ik een weg had, zou ik hem meteen openstellen. Het zou een weg zijn met tweerichtingsverkeer, zodat je op je schreden kon terugkeren – dat is pas vrijheid.

Emiel: Zou jij op je schreden terugkeren als je kon?

Hans: Schrijden is voor koningen.

Emiel: Kruipen dan?

Hans: Ik zit hier goed, zei de nar op zijn aambei.

Emiel: Pardon?

Hans: Wat kan ik zeggen? Niets zo lekker als honger. Er is nog nooit een put verdronken. Geen groter uitzicht dan geen inzicht. Begrijp je wat ik bedoel?

Emiel: Nee.

Hans: Nou, ik ook niet. Praten over een terugweg. Man, ik heb niet eens een heenweg.

Lullig mannetje in zijn nakie met een plantenspuit als pistool.

^ Trefzeker, ook al schiet je vanuit de heup.

230. Grote twijfel, grote verlichting

Leerling: Kent u het gezegde over twijfel en verlichting?

Meester: Ach ja.

Leerling: Kleine twijfel kleine verlichting, grote twijfel grote verlichting.

Meester: En?

Leerling: Wat?

Meester: Geloof je dat?

231. Volmaakte twijfel, volmaakte verlichting

Leerling: Kleine twijfel kleine verlichting, grote twijfel grote verlichting.

Meester: En als je daar ook nog aan twijfelt?

Leerling: Eh...

Meester: Volmaakte verlichting?

Leerling: Dat zal het zijn!

Meester: En als je daar ook nog aan twijfelt?

Leerling: Eh...

Meester: Dat zal het zijn!

232. Verlichting is de zelfbewustwording van het denken

Oog krijgen voor het oog.

Beste Hans,

Ik denk dat iedereen die net als ik een tijdje doorbrengt in jouw dwaaltuin maar één conclusie kan trekken: deze man weet (het) niet. Geen twijfel mogelijk.

Waar ik wel aan twijfel is hoe ik het moet duiden. Mag niet-weten verlichting heten? Ben jij verlicht?

Beste Sira,

⬜ Ja, ik ben verlicht.

⬜ Nee, ik ben niet verlicht.

⬜ Het is maar net wat je onder verlichting verstaat.

Sira: Je bent het vinkje vergeten.

Hans: Ik had drie vinkjes gezet.

Sira: Dan zijn ze gevlogen.

Hans: Wie wil er ook in een hokje zitten.

Sira: Zeg het dan maar met woorden.

Hans: Ik doe al niet anders.

Sira: Dan heb ik eroverheen gelezen.

Hans: Lees hier dan ook maar overheen.

Ik zal mezelf nooit verlicht noemen. Niet omdat de persoon een illusie is en een illusie niet verlicht kan worden, zoals ze in non-dualistische kringen beweren, maar omdat ik het licht niet heb gezien. Als ik iets heb gezien is het de duisternis.

Ik heb geen metafysisch inzicht gekregen in mijn ware aard, niet in die van het universum, niet in die van de mens. God speelt nog steeds verstoppertje met mij en ik speel nog steeds geen tikkertje met Hem. Ik ben niet ineens groter of alomvattend geworden, of een leegte of het niets; eerder kleiner, veel kleiner dan ik dacht en wou.

Alleen mijn denken is wezenlijk veranderd. Dat voelt werkelijk verlicht.

Sira: Wat bedoel je met verlicht?

Hans: Met verlicht bedoel ik lichter, helderder, beweeglijker, luchtiger – minder gewichtig. Zoals je lichaam wanneer je net bent afgevallen. Alsof mijn geest net is afgevallen, en maar blijft afvallen.

Nog een analogie: mijn denken is van aggregatietoestand veranderd. Vloeibaar in plaats van vast; vlietend en vlottend. Gasachtig in plaats van vloeibaar; vluchtig, vluchtend.

Sira: Klinkt spannend.

Hans: De overgang van een wetend naar een niet-wetend denken is verbijsterend. Er gebeurt iets wat je absoluut niet kon voorzien. Emergentie noemen ze dat in de wetenschap.

Niet-weten is emergent: onvoorstelbaar tot het verschijnt. Je weet meteen: dit is een ommekeer. En onomkeerbaar.

Uit de as van het normale denken, dat vooral betrokken was op zijn omgeving, is een zelfbewust denken verrezen, dat vooral betrokken is op zichzelf. En de rook om je hoofd is verdwenen.

Sira: Wat zie je als de rook om je hoofd is verdwenen?

Hans: Waar ik vroeger de wereld meende te zien, zie ik nu mijn wereldbeeld.

Waar ik vroeger de mens meende te zien, zie ik nu mijn mensbeeld.

Waar ik vroeger mezelf meende te zien, zie ik nu mijn zelfbeeld.

Waar ik vroeger zaken meende te zien, zie ik nu woorden.

Waar ik vroeger meende te begrijpen, zie ik nu begrippen.

Sira: Waar je vroeger de werkelijkheid meende te zien, zie je nu het denken.

Hans: Ook dat is maar een gedachte over wat ik nu meen te zien.

Sira: Dus wat heb je nu precies gezien.

Hans: Precies.

Sira: Niet het licht, zou ik zeggen.

Hans: Mijn denken is een lichtje opgegaan, zou ik zeggen. Eindelijk heeft het zichzelf gezien en nu kan het zichzelf nooit meer niet zien.

Brein met druipkaars van hersenweefsel.

^ Mijn denken is een lichtje opgegaan.

Sira: Wat is een denken dat zichzelf ziet?

Hans: Een denken dat zichzelf ziet, is een denken dat zichzelf doorziet. Inclusief alle gedachten over zichzelf, waaronder deze.

Sira: Wat is een denken dat zichzelf doorziet?

Hans: Een denken dat zichzelf doorziet is een denken dat niet meer weet wat het ziet – niet echt.

Sira: Het weet het niet meer.

Hans: En het hoeft het niet meer te weten.

Sira: En dan?

Hans: En dan niets meer. Maar wat doen. Spelen, weet je nog? Grapjes maken. Liedjes zingen. Hokjes openmaken en rondvliegen als drie vinkjes.

Sira: Mag dat verlichting heten?

Hans: Ik hou het op niet-weten. Dat geeft al verwarring genoeg.

233. Verlichting is een wolk van opklaringen

'Wat is verlichting voor jou, Hans?'

'De wolk van het ik is opgelost.'

'Jij hebt het zelf gerealiseerd?'

'De wolk van het zelf is opgelost.'

'Met het zelf bedoel ik Atman.'

'De wolk van Atman is opgelost.'

'Jij hebt Anatman gerealiseerd?'

'De wolk van Anatman is opgelost.'

'Geen Atman, geen Anatman, wat dan?'

'De wolk van het wat dan is opgelost.'

'Heb je het nu over non-dualiteit?'

'De wolk van non-dualiteit is opgelost.'

'En dat zou verlichting zijn?'

'De wolk van verlichting is opgelost.'

'Alle wolken zijn opgelost?'

'De wolk van het oplossen is opgelost.'

'Nu weet ik nog niets.'

'De wolk van het weten is opgelost.'

'Jij verblijft in zuiver niet-weten.'

'De wolk van niet-weten is opgelost.'

'Ik geef het op.'

'Zo kun je het ook zeggen.'

'Wat blijft er dan nog over?'

'Waarvan?'

Lees ook De wolk van niet-weten – een goddelijk lege mystiek en Opklaringen in de wolk van niet-weten (beide in het Witboek Mystiek).

234. Wel- en weemoed van een nablijver

Een raar liedje, al zeg ik het zelf.

IK BEN ER!

(al weet ik niet waar)

IK HEB HET!

(al weet ik niet wat)

IK BEN KLAAR!

(al weet ik niet waarmee)

IK HEB NIETS MEER TE DOEN!

(al weet ik niet hoe)

Bis

235. Verlichting is de opgang naar de afgang

Meester Minder zegt:

Verlichting is niet de opgang van het ik tot het Zelf.

Verlichting is de afgang van het ik en het Zelf.

236. Hoe je tot verlichting komt en wat je dan hebt bereikt

Leerling: U hebt tenminste iets bereikt.

Meester: Jij zegt het.

Leerling: Maar wat?

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Niets.

Leerling: En als u toch iets moet zeggen?

Meester: Dat ik het niet-bereiken heb bereikt?

Leerling: Mooi.

Meester: Een hoogtepunt op mijn palmares.

Leerling: Maar niemand die het ziet natuurlijk.

Meester: Ik tenminste niet.

Leerling: Bedoelt u dat u het niet-bereiken toch niet hebt bereikt?

Meester: Och.

Leerling: Bedoelt u dat u het niet-niet-bereiken hebt bereikt?

Meester: Ach.

Leerling: Bedoelt u dat u het bereiken-en-niet-bereiken hebt bereikt?

Meester: Mwah.

Leerling: Bedoelt u dat u het bereiken-noch-niet-bereiken hebt bereikt?

Meester: Tja.

Leerling: Bedoelt u dat u het bereiken en het niet-bereiken en het niet-niet-bereiken en het bereiken-en-niet-bereiken en het bereiken-noch-niet-bereiken voorbij bent?

Meester: Hè?

Leerling: Bedoelt u dat u zelfs het voorbij zijn voorbij bent?

Meester: Stel je voor.

Leerling: Wat bedoelt u dan?

Meester: Waarmee?

Leerling: Bedoelt u soms niets?

Meester: Wanneer?

Leerling: Doelt u op niet-bedoelen?

Meester: Eh.

Leerling: Doelt u op het niets?

Meester: Jij geeft niet op hè?

Leerling: Nooit.

Meester: Je lijkt wel bezeten.

Leerling: Ik wil bereiken wat u hebt bereikt.

Meester: Dan zul je toch een keer moeten ophouden.

237. Het verschil tussen de verliezer en de verlichte

Meester Minder zegt:

Wat is het verschil tussen de verliezer en de verlichte?

De eerste is alleen een illusie armer.

238. Het verschil tussen de atheïst en de verlichte

Meester Minder zegt:

Wat is het verschil tussen de atheïst en de verlichte?

De eerste is alleen zijn geloof in god kwijt.

239. Het verschil tussen de nihilist en de verlichte

Meester Minder zegt:

Wat is het verschil tussen de nihilist en de verlichte?

De eerste is alleen zijn geloof in de waarheid kwijt.

240. Waarom de verlichte nooit uit de kast komt

Elf nestkastjes voor nitwits.

1

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat hij er niet in zit.

2

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat hij niet weet dat hij erin zit.

3

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat hij niet weet dat hij verlicht is.

4

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat er geen kast is.

5

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat hij de kast niet kan vinden.

6

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat hij de kast is.

7

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat de kast in hem zit.

8

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat de wereld in zijn kast zit.

9

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat het buiten net zo leeg is als binnen.

10

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat het buiten net zo donker is als binnen.

11

Leerling: Waarom komt de verlichte nooit uit de kast?

Meester: Omdat hij er al uit is.

241. Wie klein wil worden moet klein beginnen

Leerling: Ultieme realisatie is de transcendentie van alle kennis.

Meester: Pardon?

Leerling: Je komt er door alle kennis te overstijgen.

Meester: Zie eerst deze maar eens te overstijgen.

Uil met vleugels in de vorm van een boek.

^ Ultieme realisatie is de transcendentie van alle kennis.

242. Proeven van verlichting

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik denk van niet.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

Jaren later...

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik denk van wel.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

Jaren later...

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Honderd procent.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

Jaren later...

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Vertrouw je mijn gedachten wel?

Leerling: Anders zou ik het niet vragen.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

Jaren later...

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Vertrouw je mijn gedachten wel?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom vraag je het dan aan mij?

Leerling: Ik moet het toch aan iemand vragen.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

Jaren later...

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Vertrouw je mijn gedachten wel?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom vraag je het dan aan mij?

Leerling: Deed ik dat?

Meester: Het leek er wel op.

Leerling: Dat zegt niets.

Meester: Dan mag ik je feliciteren.

Leerling: Waarmee?

Meester: Met je verlichting.

Leerling: Dank u.

Meester: Dat had je nu niet moeten zeggen.

Jaren later...

Leerling: Ben ik verlicht?

Meester: Wat denk je zelf?

Leerling: Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Vertrouw je mijn gedachten wel?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Waarom vraag je het dan aan mij?

Leerling: Deed ik dat?

Meester: Het leek er wel op.

Leerling: Dat zegt niets.

Meester: Dan mag ik je feliciteren.

Leerling: Waarmee?

Meester: Met je verlichting.

Leerling: Je kunt me nog meer vertellen.

Meester: Ik denk het niet.

243. Het verschil tussen ziekte en verlichting – hoop

Meester Minder zegt:

Wat is het verschil tussen ziekte en verlichting?

Ziekte is soms nog te genezen.

244. Het verschil tussen ziekte en verlichting – wanhoop

Meester Minder zegt:

Wat is het verschil tussen ziekte en verlichting?

Aan ziekte kun je tenminste nog sterven.

245. Verlichting is geen patroon

Verlichting is geen spontane, duurzame innerlijke of uiterlijke stilte. Ieder denken en spreken valt stil en komt weer op gang, het valt stil en het komt weer op gang, nou en?

Verlichting is ook geen denk- of spreekverbod. Juist niet, alles mag gedacht en gezegd worden. Zolang dat niet het geval is ben je niet vrij en zolang je dit gelooft ook niet, geloof je dat?

Opschrijven of hardop denken met een vertrouwd iemand is een beproefde aanpak om je demonen boven tafel te krijgen. Ze aan het licht blootstellen is een effectieve methode om ze onder de duim te krijgen – dezelfde duim waar je ze zelf uit hebt gezogen.

Natte dromen drogen op in de zon, ook deze. Ook de droom van verlichting. Ook de droom van een beproefde aanpak om je demonen boven tafel te krijgen.

Want misschien komen je demonen alleen uit zichzelf boven tafel, zijn zij het die de droom regisseren van een effectieve methode om ze onder de duim te krijgen, en terug erin.

Of ben ik het die dit uit zijn duim zuigt? Of is dat alweer de volgende droom?

Verlichting is niet het einde van je gedachten, maar het einde van je heilige geloof in je gedachten, inclusief deze.

Je hebt nog wel meningen maar ze hebben jou niet, deze ook niet.

Er komen nog wel oordelen langs, maar je eigent je ze niet toe, deze ook niet.

Zie je het patroon? Pas dan maar op dat het je niet de baas wordt.

Verlichting is geen patroon. En ook geen beschermheilige.

Duimafdruk opgebouwd uit zwermende figuurtjes.

^ Dit is geen duimafdruk.

246. Verlichting is geen bevrijdend inzicht

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Leerling: Een bevrijdend inzicht.

Meester: Hoe kan een inzicht nu bevrijden.

Leerling: Dan weet je hoe het zit.

Meester: Dan zit je daarin vast.

Leerling: Wat is verlichting volgens u?

Meester: Vrij zijn van inzicht.

Leerling: Hè?

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Leerling: Verlichting is vrij zijn van inzicht?

Meester: Dat is nog steeds een inzicht.

Leerling: Waarom zei u het dan?

Meester: Om ons ervan te kunnen bevrijden.

Leerling: Maar wat is nu verlichting?

Meester: Dat is nu verlichting.

Leerling: Verlichting is jezelf bevrijden van ieder inzicht?

Meester: Dat is opnieuw een inzicht.

Leerling: Waarvan we ons opnieuw moeten bevrijden?

Meester: Zo blijf je aan de gang.

Leerling: Je moet je niet willen bevrijden van ieder inzicht, want dan blijf je aan de gang?

Meester: Jij zegt het.

Leerling: U niet?

Meester: Ik blijf niet aan de gang.

Leerling: En dat zou verlichting zijn?

Meester: Hè?

247. Verlichting is doorzien

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Leerling: Een inzicht.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Een doorzicht.

Leerling: Wat wordt er dan doorzien?

Meester: Het inzien wordt doorzien.

Leerling: Dat inzicht een illusie is?

Meester: Dat is nog steeds een inzicht.

Leerling: Ook dat is maar een inzicht.

Meester: Dat heb je goed gezien.

248. Verlichting is afzien

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Leerling: Inzien.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Afzien.

Leerling: Verlichting is afzien?

Meester: En niet zo'n beetje.

Leerling: Waarvan afzien?

Meester: Overal van afzien.

Leerling: Alles gaat verloren?

Meester: Ook het verliezen.

Leerling: Wat heb je dan?

Meester: Dan heb je het gehad.

Leerling: Wat ben je dan?

Meester: Dan ben je gezien.

249. Verlichting is herzien

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Leerling: Alles aanzien.

Meester: Hm.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Alles herzien.

Leerling: En dan?

Meester: Alles herzien.

Leerling: En dan?

Meester: Alles herzien.

Leerling: Ik snap het.

Meester: Wat?

Leerling: Verlichting is blijven herzien.

Meester: Tenminste...

250. Verlichting is een muur van ideeën

Leerling: Waarom heb ik geen Groot Inzicht?

Meester: Ik spreek liever van Groot Uitzicht.

Leerling: Waarom heb ik geen Groot Uitzicht?

Meester: Omdat er een muur voor staat.

Leerling: Wat voor muur?

Meester: Een muur van ideeën.

Leerling: En die moet weg?

Meester: Och.

Leerling: Nou?

Meester: Dat hij weg moet is ook maar een idee.

Leerling: Weg ermee.

Meester: Die muur is ook maar een idee.

Leerling: Weg ermee.

Meester: Degene die hem weg moet halen is ook maar een idee.

Leerling: Weg ermee.

Meester: Dat het allemaal maar ideeën zijn is ook maar een idee.

Leerling: Weg ermee.

Meester: Dat je ideeën zomaar kunt weggooien is ook maar een idee.

Leerling: Weg ermee.

Meester: Je hebt er zin in vandaag.

Leerling: En als die muur van ideeën eenmaal weg is?

Meester: Tja.

Leerling: Groot Uitzicht, was het niet?

Meester: Och.

Leerling: Nee hè.

Meester: Toch.

Leerling: Groot uitzicht is ook maar een idee?

Meester: Weg ermee.

251. Verlichting is geen gezicht

En geen masker.

'Wat is verlichting, Hans?'

'Voor mij of in het algemeen?'

'Voor jou.'

'Met je billen bloot gaan.'

'Wát?'

'In je hemd staan.'

'Dat is nog erger.'

'Geen draad meer aan je lijf hebben.'

'Jij liever dan ik.'

'Zei de voyeur tegen de naaktloper.'

'En in het algemeen?'

'Ik zou het ook niet weten.'

Hans van Dam in zijn hemd, achteraanzicht.

^ Hans van Dam met zijn billen bloot (Vondelpark, Amsterdam, 2015).

252. Waarom de verlichte niets te verliezen heeft

Dertien gelukken bij een ongeluk.

Meester Minder zegt:

Waarom ik niet van mijn voetstuk kan vallen?

Omdat ik er al naast lig.

Waarom ik niet door de mand kan vallen?

Omdat ik er al doorheen ben.

Waarom ik niet door het ijs kan zakken?

Omdat ik geen gewicht meer in de schaal leg.

Waarom ik niet met mijn billen bloot hoef?

Omdat ik niets meer om het lijf heb.

Waarom ik niets te verliezen heb?

Omdat ik alles al kwijt ben.

Waarom ik niet in de put zit?

Omdat ik geen bodem heb.

Waarom ik mezelf steeds tegenkom?

Omdat ik geen onderscheid weet te maken.

Waarom ik mezelf nooit tegenkom?

Omdat ik geen onderscheid weet te maken.

Waarom ik nooit gelijk heb?

Omdat ik niet beter weet.

Waarom ik nooit ongelijk heb?

Omdat ik niet beter weet.

Waarom ik dit allemaal niet geloof?

Omdat ik het denken doorzie.

Waarom ik niet geloof dat ik dit allemaal niet geloof?

Omdat ik het denken doorzie.

Waarom ik niet geloof dat ik het denken doorzie?

Omdat ik het denken doorzie.

253. Waarom de verlichte ongeloof waardig is

Meester Minder zegt:

Waarom ik niet in dualiteit geloof?

Omdat ik geen onderscheid weet te maken.

Waarom ik niet in non-dualiteit geloof?

Omdat ik geen onderscheid weet te maken.

Waarom ik niet geloof dat ik geen onderscheid weet te maken?

Omdat ik toch onderscheid blijf maken.

254. Waarom de verlichte niets van zichzelf verwacht

Meevallen met tegenvallers.

Meester Minder zegt:

Waarom ik mezelf nooit meeval?

Omdat ik niets van mezelf verwacht.

Waarom ik mezelf nooit tegenval?

Omdat ik niets van mezelf verwacht.

Waarom ik niet verwacht dat ik niets van mezelf verwacht?

Omdat ik niets van mezelf verwacht.

Waarom ik niets van mezelf verwacht?

Omdat ik mezelf niet ken.

Waarom ik mezelf niet ken?

Zo goed ken ik mezelf nog wel.

255. Verlichting is geen diepzinnigheid

Leerling: Wat is filosofie?

Meester: Diepzinnigheid.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Oppervlakkigheid.

Leerling: Hoe kom ik tot verlichting?

Meester: Door zo diep te gaan dat je aan de andere kant weer opduikt.

Leerling: Wat is er aan de andere kant?

Meester: Waarvan?

Leerling: Bedoelt u dat er geen verschil is met deze kant?

Meester: Waarvan?

Leerling: Ja, zo kan ik het ook.

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Wat?

Meester: Oppervlakkigheid.

Leerling: En dit wou u verlichting noemen?

Meester: En dat wou jij verlichting noemen?

Hond die een gat graaft in een kleine asteroïde.

^ Door zo diep te gaan dat je aan de andere kant weer opduikt.

256. Verlichting is de kantjes eraf lopen

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: De kantjes eraf lopen.

Leerling: Wat als je de kantjes eraf hebt gelopen?

Meester: Dan kun je geen kant meer op.

Leerling: Wat als je geen kant meer op kunt?

Meester: Dan kun je nergens meer in- of uitvallen.

Leerling: En dat zou verlichting zijn?

Meester: Alleen voor wie de kantjes er nog niet af heeft gelopen.

Leerling: En voor wie de kantjes eraf heeft gelopen?

Meester: Die valt alleen nog maar.

257. Verlichting is thuiskomen in den vreemde

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Thuiskomen.

Leerling: Waarin?

Meester: In den vreemde.

Leerling: Wat als je thuiskomt in den vreemde?

Meester: Dan komt alles je bekend voor, hoe vreemd ook.

Leerling: Noem dat maar verlichting.

Meester: Noem het dan maar niet-weten.

258. Verlichting is vreemdgaan in het bekende

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Vreemdgaan.

Leerling: Waarin?

Meester: In het bekende.

Leerling: Wat als je vreemdgaat in het bekende?

Meester: Dan komt alles je vreemd voor, hoe bekend ook.

Leerling: Noem dat maar verlichting.

Meester: Noem het dan maar niet-weten.

259. Verlichting is jezelf tegenspreken

En daar niet meer mee zitten.

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: Thuiskomen in den vreemde.

Leerling: Vorige keer zei u 'vreemdgaan in het bekende'.

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: Maar is het nu thuiskomen in den vreemde of vreemdgaan in het bekende?

Meester: Beide natuurlijk.

Leerling: Vorige keer zei u 'geen van beide natuurlijk'.

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: Wat is verlichting nu echt?

Meester: Wat heet echt.

Leerling: Vorige keer zei u 'wat heet verlichting'.

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: U spreekt uzelf voortdurend tegen.

Meester: Dan noem je dat toch verlichting.

Leerling: Vorige keer zei u 'dat heeft er niets mee te maken'.

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: Is verlichting jezelf tegenspreken?

Meester: Als dat zo was, zou ik het dan zeggen?

Leerling: Vorige keer zei u 'dan zit je daar weer in vast.'

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: Wat is verlichting?

260. Verlichting is almaar sterven

Leerling: Verlichting wordt ook wel de grote dood genoemd. Begrijpt u dat?

Meester: Nee, ik ken alleen het grote sterven.

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij het grote sterven?

Meester: Eerst sterf je aan het bekende en word je geboren in het onbekende.

Leerling: En dan?

Meester: Sterf je aan het onbekende en word je geboren in het bekende.

Leerling: En dan?

Meester: Sterf je aan het bekende en word je geboren in het onbekende.

Leerling: En dan sterf je aan het onbekende en word je weer geboren in het bekende, zeker.

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Ik zit net weer even in het onbekende.

Leerling: Komt er ooit een einde aan?

Meester: Waaraan?

Leerling: Aan het onbekende.

Meester: Precies op dit moment.

Leerling: En aan het grote sterven?

Meester: Dat weet ik niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Ik zit net weer even in het onbekende.

261. Ontwaken in verbijstering

Ontwaken in verbijstering is de titel van een boek van wijlen de neuropsycholoog Oliver Sacks over mensen die na een coma van veertig jaar wakker werden in een voor hen onthutsend nieuwe wereld.

Spiritueel ontwaken is voor mij de chronisch acute realisatie dat ik geen benul heb van het hoe, wat en waarom van mijn bestaan, terwijl het me toch letterlijk en figuurlijk op het lijf geschreven is.

Ontwaken in verbijstering – een betere metafoor voor agnose ken ik niet.

262. Waarom je nooit uit het niet-weten kunt vallen

'Ben jij weleens bang om uit het niet-weten te vallen, Hans?'

'Nee.'

'Waarom niet?'

'Omdat ik er niet in zit.'

263. Niet-weten krijg je, maar je hebt het nooit

'Ben jij weleens bang om uit het niet-weten te vallen, Hans?'

'Ik niet.'

'Ik wel.'

'Is dat niet wat voorbarig?'

'Hoe komt het dat ik nu al bang ben om het kwijt te raken?'

'Omdat je jezelf hebt wijsgemaakt dat je het kunt hebben?'

'Wat gebeurt er met niet-weten als je iets aan je hersens krijgt – een hersenschudding, een infarct, hersenverweking, korsakov, preseniele dementie, aderverkalking of zo?'

'Dan blijft het, of het wordt minder, of het verdwijnt tijdelijk of voorgoed, lijkt me.'

'Ik was er al bang voor.'

'Maar wie zegt dat daar een hersenaandoening voor nodig is?'

264. Niet-weten is drie keer niks

'Zou jij je niet-weten missen als het ineens wegviel, Hans?'

'Ik zou niet weten waarom.'

'Ben je er weleens bang voor?'

'Nee.'

'Je hebt anders heel wat te verliezen.'

'Valse tanden, valse kiezen.'

'De wijsheid zonder wijsheid, heb ik begrepen.'

'Begrepen zonder begrip.'

'De hoofdprijs...'

'Blijkt een prijs op je hoofd.'

'Maar niet-weten geeft je toch...'

'Niets.'

'Maar niet-weten maakt je toch...'

'Niets.'

'Maar niet-weten doet je toch...'

'Niets.'

'Dat is dan drie keer niks.'

'Meer heb ik niet te verliezen.'

265. Eindeloos ontwaken

'Ben jij weleens bang om je in niet-weten te verliezen, Hans?'

'Ik verlies me er voortdurend in.'

'Ik bedoel eigenlijk, ben je weleens bang om je niet-weten te verliezen?'

'Ik verlies het de hele dag door.'

'Echt waar?'

'Steeds weet ik eventjes iets en dan bedenk ik me eventjes en dan weet ik weer eventjes niets.'

'En dat gaat de hele dag zo door?'

'Inslapen, ontwaken, inslapen, ontwaken.'

'Hoe vaak wel niet?'

'Wel niet wel niet wel niet wel niet...'

'Nou?'

'Nooit geturfd.'

'Waarom niet?'

'Dat lukt niet.'

'Hoe komt dat?'

'Het turven verstoort het proces.'

'Is dat erg?'

'Wat?'

'Dat het turven het proces verstoord?'

'Helemaal niet.'

'Maar?'

'Daardoor levert het geen betrouwbare resultaten op.'

'Schat eens.'

'Honderden keren per dag? Duizenden keren per dag?'

'Ik kan het me nauwelijks voorstellen.'

'Het is net een dwaalgesprek, maar dan in mijn hoofd.'

'Een innerlijke dialoog?'

'Voor één stem.'

'Hoe dan?'

'Woord, weerwoord, woord, weerwoord...'

'Waarom zeggen ze dan "ontwaakt is ontwaakt" en "als je het eenmaal ziet raak je het nooit meer kwijt"?'

'Ik betwijfel of dat over niet-weten gaat.'

'Stel dat het over niet-weten gaat.'

'Omdat die cyclus van inslapen en ontwaken heel robuust schijnt.'

'Schijnt of is?'

'Is bij het inslapen, schijnt bij het ontwaken.'

'Schrale troost.'

'Niet-weten biedt geen troost.'

'Wat geeft het je dan?'

'Het neemt je alles af.'

'Ook dat nog.'

'Maar nooit voor lang.'

'O, gelukkig.'

'Want ineens, uit het niets, weet je weer iets.'

'En dan is alles weer normaal?'

'Maar nooit voor lang.'

266. Microverlichting

Niet-weten is anders denken. Het maakt geen eind aan het denken. Zonder denken geen weten. Zonder weten geen niet-weten.

In niet-weten blijven de gedachten stromen. Waarnemingen, oordelen, gevoelens, overtuigingen, ideeën, idealen, dagdromen, sluimerbeelden, nachtdromen, fantasieën, hallucinaties – ze gaan en ze komen. De snelheid neemt eerder toe dan af.

Maar waar ik vroeger jarenlang in de ban van gedachten kon zijn, is het nu vaak al na een paar seconden bekeken. Dat geldt ook voor de gedachten hierboven en hieronder, en voor deze.

Die paar seconden zijn nog altijd voldoende om een spectrum van gevoelens in me op te roepen en de uitstort van allerlei geheimzinnige stofjes te veroorzaken, waarvan de effecten een minuut of een uur later nog steeds voelbaar zijn.

Maar die paar seconden zijn ook voldoende om de 'weetnietgeest' te activeren. Vóór een gedachte goed en wel doorgedrongen is haal ik mijn schouders er al over op. Of er verschijnt vanzelf een antigedachte die de vorige neutraliseert en de lichamelijke en emotionele effecten ervan wat dempt, opheft of zelfs omkeert.

Deze plaatselijke, tijdelijke verlossing zou je (een) microverlichting kunnen noemen. 'Micro' vanwege het geringe bereik, 'verlichting' voor zover het de last van de vorige gedachte verlicht – de verantwoordelijkheid ervoor, de identificatie ermee, het heilige geloof erin, de trots erop, de schaamte ervoor, de gehechtheid eraan.

Ook van het idee van microverlichting ben ik in een ogenblik verlost. Ik weet alleen niet voor hoelang.

267. Niet-weten is geen bijbaan, nooit komt er een eind aan

Eeuwige wijsheid is mij niet geopenbaard, een hogere werkelijkheid heb ik nooit gezien, mijn ware zelf heb ik nooit ontmoet.

Wat niet betekent dat dat allemaal onzin is, ik kan er alleen niet over meepraten. Ik wil er ook niet over meepraten. Het boeit me niet. Ik haal er niet eens mijn schouders over op. Het enige wat me eraan boeit is dat het andere mensen boeit, en wat dat met ze doet.

Intussen pendelt mijn denken non-stop tussen weten en niet weten. Antwoorden (weten) roepen nieuwe vragen in me op (niet-weten), oplossingen (weten) nieuwe problemen (niet-weten), indelingen (weten) nieuwe grensgevallen (niet-weten), visies (weten) nieuwe horizonten (niet-weten), beperkingen (weten) nieuwe mogelijkheden (niet-weten).

Om dat te laten gebeuren hoef ik me niet uit de wereld terug te trekken. Ik hoef geen voorschriften na te leven, geen pij aan te trekken, geen slabbetje om te hangen en geen hoedje op te zetten. Ik hoef niet mindful te wezen, niet op een kussentje te gaan zitten of op mijn hoofd te gaan staan.

Ik hoef niet te studeren of te mediteren, te bidden of te chanten. Ik hoef geen wierook te branden, geen kralen van een rozenkrans tussen mijn vingers door te laten glijden, geen gebedsmolen te laten draaien.

Ik hoef er niets voor te doen. En ik kan er niets tegen doen. Het is de gebedsmolen die mij draait.

Portret van een vrouw met een gebedsmolen op haar hoofd en een hemelse blik.

^ Het is de gebedsmolen die mij draait.

Niet-weten is net ademhalen, maar je adem kun je tenminste nog inhouden. Niet-weten kan ik onmogelijk inhouden, geen minuut, ik zou stikken.

Niet-weten is geen bijbaan, nooit komt er een eind aan.

Ik weet niet bij de dokter en ik weet niet bij de kapper, ik weet niet in de kerk en niet in de zendo, niet op school en niet thuis, niet in bad, niet in bed.

Ik weet niet als ik bang ben en ik weet niet als ik kalm ben, ik weet niet als ik liefheb en niet als ik haat, niet als ik spreek en niet als ik zwijg.

Alleen in mijn dromen weet ik nog van alles. Daarin heeft Nauwe Weetal zich teruggetrokken sinds hij door Wijde Weetniet* werd ontmaskerd.

* Wie is Wijde Weetniet nu weer?

268. Knipperverlichting

Wat mensen ook claimen, voor mij is verlichting niet meer dan een repeterende beweging van mijn denken. De ene microverlichting na de andere. Nevengedachte na nevengedachte. Antigedachte op antigedachte. Het perpetuum mobile van de tja-knikker.

Ik ben een narcolepticus die met iedere gedachte in slaap valt, om er bijna meteen weer uit te ontwaken. De wekker van mijn verlichting is een repeteerwekker, het licht van mijn verlichting een knipperlicht. Niet-weten is stroboscopisch.

Daarom kan ik ook niet zeggen dat ik verlicht of onverlicht ben. Niet dat ik wetend of onwetend ben. Niet dat ik slaap of waak. Niet-weten is geen toestand maar een fase in een continu proces.

Nou nou, wat een woorden weer – 'toestand', 'fase', 'continu', 'proces', 'microverlichting', 'knipperverlichting', 'nevengedachte', 'antigedachte', 'perpetuum mobile', 'tja-knikker'.

Ze scheppen alleen maar verwarring over iets wat van zichzelf doodeenvoudig is en prima zonder methode, label, beschrijving of verklaring kan.

Ze scheppen alleen maar duidelijkheid over iets wat van zichzelf onnavolgbaar, onbenoembaar, onbeschrijflijk en onverklaarbaar is.

Weg ermee.

269. Op een oude fiets moet je het afleren

Sommige mensen zijn teleurgesteld als ze horen dat mijn 'verlichting' aan en uit gaat, dat ik niet dag en nacht in een oceaan van licht baad.

'Is dat alles, Hans,' vragen ze, 'een knipperlichtje?' Ze willen een hemelbed als voertuig, geen oude fiets met een slag in het wiel.

Anderen zijn teleurgesteld dat zelfs een radicaal niet-weten geen eind maakt aan het eeuwige denken. Dat ook in de diepste agnose de gedachten blijven komen. Dat ik mijn gedachten niet de baas ben, deze ook niet. Dat ik niet zelf hun inhoud en gevoelswaarde, hun frequentie en timing bepaal.

Het is een feit dat ik niet zorgeloos door het leven ga. Net als ons immuunsysteem loopt het niet-weten altijd achter de feiten aan. Tegen een bombardement van beangstigende of ontmoedigende gedachten is het niet meteen opgewassen. Al ontstaat er na verloop van tijd wel 'weerstand' en uiteindelijk 'immuniteit' tegen de meeste gedachten.

Weer anderen zijn teleurgesteld omdat het allemaal zo banaal klinkt. 'Is dat alles, Hans?' vragen ze. 'Geen gnosis, geen transcendentie, geen eenwording, geen onverstoorbaarheid, geen soevereiniteit, geen superioriteit, geen bliss, geen paradijs, geen einde aan het lijden, geen overwinning op de dood, geen hoger zelf? Alleen maar je gedachten doorzien – daar kom ik mijn bed niet voor uit.'

Almachtig willen ze worden, alwijs, alwetend, alziend, albewust, algoed, alheilig, algenadig, alvolmaakt, alomvattend, alomtegenwoordig, overal geliefd, overal geprezen. Goden die het menselijke zijn ontstegen, ruftend op hun lauweren.

Nog weer anderen zijn teleurgesteld dat de weetnietgeest geen onderscheid maakt tussen nare gedachten en fijne. Ze willen verlost worden van de eerste maar high worden van de laatste – eeuwig kicken zonder kater.

Tja, wie dat wil, moet zijn heil maar zoeken in cognitieve methoden zoals Rationeel-Emotieve Therapie (RET), of Het Werk van spiritueel therapeut Byron Katie. Methoden die alleen mikken op ongewenste gedachten.*

* Het Halve Werk noem ik dat in mijn boek Byron Katie voor Workaholics.

Natuurlijk, je moet ergens beginnen. Maar je moet nergens ophouden, anders kun je het niet-weten wel vergeten.

De meeste mensen huldigen het omgekeerde adagium. Je moet nergens beginnen. Of je moet ergens ophouden, anders zul je je niet-weten nooit vergeten.

Hemelbed op wielen met een hele dikke man aan het stuur.

^ Ze willen een hemelbed als voertuig.

270. Verlichting is doorkrijgen dat je het niet doorhebt

Beste Hans,

Hoe ben je tot verlichting gekomen?

Beste Romi,

Ik ben niet tot verlichting gekomen, ik ben tot niet-weten gekomen.

Romi: Is verlichting geen niet-weten?

Hans: Niet-weten geeft verlichting, zou ik zeggen.

Romi: Wat is niet-weten?

Hans: Gewoon, dat je het allemaal niet meer weet en niet meer zo nodig hoeft te weten. En daarvoor uitkomt.

Romi: Wat was jouw weg?

Hans: Ik deed maar wat of werd maar wat gedaan, zo is het ongeveer gegaan. Zo gaat het nu nog steeds – nergens heen.

Romi: Wat is er dan nieuw? Waarom ben je het niet-weten gaan noemen?

Hans: Nieuw is dat ik het na een halve eeuw van zelfbedrog eindelijk doorkreeg. Doorkrijgen dat je het niet doorhebt is een innerlijke omwenteling die een naam mag hebben.

Romi: We doen maar wat en jij hebt dat nu eindelijk door.

Hans: Niet we, ik. Ik doe maar wat en ik heb dat nu eindelijk door.

Romi: We kunnen niet voor anderen spreken.

Hans: Anderen misschien wel, dat kan ik niet beoordelen.

Romi: Jij kunt alleen voor jezelf spreken.

Hans: Eigenlijk ook niet, maar ik wil het niet meteen te moeilijk maken.

Romi: Wanneer kreeg je het door?

Hans: Midden in een periode van koortsachtig nadenken, waarin ik voor mezelf probeerde te redden wat er te redden viel.

Romi: Waar dacht je zo koortsachtig over na?

Hans: Over pyrronisme ging het op dat moment, over perspectivisme, scepticisme, subjectivisme, postmodernisme en zo. Filosofieën die van gaten kaas proberen te maken.

Romi: Wat gebeurde er precies?

Hans: Tja, wat gebeurde er precies. Ineens zag ik de gaten. Brak het lijntje. Brandde er iets door. Sloeg mijn verstand op tilt. Game over.

Romi: Hoe voelde dat?

Hans: Je zou het misschien niet denken, maar na mijn, eh... geestelijk bankroet was ik een maand lang euforisch. Uitgelaten blij was, en tegelijk verbijsterd dat mijn opgang, want zo voelde het, nu net mijn afgang moest wezen, want zo voelde het.

Ik had ogen als kolen, kon, tot groot vermaak van mijn vrouw, bij iedere gedachte alleen nog maar stamelen: 'En dat ook niet!'

Romi: Meer woorden had je niet.

Hans: Meer woorden had ik niet nodig.

Romi: En toen?

Hans: Werd ik langzaam rustiger. Niet-weten verliet me niet meer, heeft me nooit meer verlaten. Maar mijn stemming sloeg om en een half jaar later, het was net lente geworden, begon het grote huilen.

Dag in dag uit liepen zonder aanwijsbare reden de tranen over mijn wangen. Soms had ik het niet eens door. Ik was niet angstig of depressief, niet boos of opstandig, niet geslagen of verslagen. Alleen maar verdrietig.

Romi: De donkere nacht van de ziel.*

* Uitdrukking van Johannes van het Kruis waarmee hij verwijst naar de periode van niet-weten waar de mysticus volgens hem doorheen moet voordat God zich – op zijn eigen tijd en initiatief – in de ziel openbaart.

Hans: God nee, ik moest gewoon veel huilen. Ik denk dat ik in de rouw was. Dat ben ik geloof ik nog steeds. Niet-weten went nooit. Het is zo'n opluchting, en dat blijft het. Het is zo'n klap, en dat blijft het.

Maar je krijgt hem er nooit bij, hè, de reden. Er zijn op ieder moment van je leven wel honderd redenen om te huilen, maar die zijn er ook als je niet huilt. Waarom nu ineens wel?

Romi: Hoe lang duurde dat?

Hans: Een half jaar zowat. In de loop van de zomer droogden mijn tranen eindelijk op.

Romi: En sindsdien ben je onverdeeld gelukkig.

Hans: Haha. Daarna volgden wat ik mijn woestijnjaren noem. Los zand, zo ver ik kon kijken. Wandelende duinen en Hans wandelde maar mee, niet naar huis en niet naar zee. Ook dat ging voorbij, min of meer, vraag me niet precies wanneer.

Romi: Kun je wel zeggen waardoor?

Hans: Nee. Er ging geen inspanning, ervaring, openbaring, gebeurtenis of ontwikkeling aan vooraf. Het ging gewoon voorbij. Al is een deel van mij in die woestijn achtergebleven.

Romi: En het andere deel?

Hans: Ligt braak.

Romi: Ben je nu wel onverdeeld gelukkig?

Hans: Nee joh, ik ben nooit onverdeeld gelukkig geweest, en nooit onverdeeld ongelukkig. Daar ben ik ook nooit op uit geweest. Ik wilde alleen maar weten hoe het zit. Wat de clou is van dit leven. Of de grap.

Romi: En, wat is de grap?

Hans: Willen weten hoe het zit, wat de clou is van dit leven, of de grap.

Romi: Hoe voel je je tegenwoordig? Wat is je grondstemming?

Hans: Ik voel me zoals ik me voel, nu eens zus, dan weer zo. Waar die gevoelens vandaan komen weet ik niet, ik kan er vaak geen touw aan vastknopen. Probeer ik het toch, dan raak ik zelf in de knoop. Maar onder dat gewoel heerst wel iets van eh... joepie. Ingehouden jubel. Dankbaarheid.

Romi: Dat je er mag zijn?

Hans: Niet dat ik er mag zijn. Dat ik dit mag meemaken nu ik er toch ben.

Romi: Klinkt niet direct als verlichting.

Hans: En vele malen per dag een gevoel van bevrijding. Iedere keer dat een gedachte het veld ruimt, waardoor ik weer alle kanten op kan.

Romi: Bevrijding in de zin van verlichting?

Hans: Het ene pak van mijn hart na het andere.

Verder lezen: En dat ook niet (in het Witboek Niet-Weten).

271. 'Of wat dan ook' – gedachten van een gedachteloze

Komt de gedachte in me op
dat ik ontwaakt ben
of dat ik het niet ben
of wat dan ook
dan neem ik niet aan
dat ik ontwaakt ben
of dat ik het niet ben
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op
dat ik niet eens weet of ik ben
laat staan of ik ontwaakt ben
dan neem ik niet aan
dat ik twijfel aan mijn bestaan
of aan het bestaan
of aan de mogelijkheid om te ontwaken
of aan mijn ontwaken
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op
dat ontwaken me koud laat
dan neem ik niet aan
dat ik er onverschillig tegenover sta
of dat ik er toch verschillig tegenover sta
of dat ik er überhaupt tegenover sta
of dat er iets is om tegenover te staan
of dat dat niet zo is
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op
dat de ontwaakte zich niet afvraagt
of hij ontwaakt is
dan neem ik niet aan
dat de ontwaakte zich dat niet afvraagt
of dat hij het zich toch afvraagt
of dat ik dan wel ontwaakt zal zijn
of dat ik dan niet ontwaakt kan zijn
of dat het iets anders bewijst
of dat het niets bewijst
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op
dat ontwaken altijd op hetzelfde neerkomt
of je het nu god noemt
zelfrealisatie
eenwording
verlichting
niet-weten
leegte
liefde
zen
of wat dan ook
dan neem ik niet aan
dat ontwaken altijd op hetzelfde neerkomt
of dat er verschillende soorten van ontwaken bestaan
of dat ik daar ooit achter zal komen
of dat je er nooit achter kunt komen
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op
dat ik niets aanneem over mijn gedachten
dan neem ik niet aan
dat ik niets aanneem over mijn gedachten
of dat ik er toch iets over aanneem
of dat ik dat kan weten
of dat ik het niet kan weten
of dat ik daar iets over te zeggen heb
of dat ik er niets over te zeggen heb
of dat ik weet wat gedachten zijn
of ik ze ben of heb of zij mij
of wat dan ook

Vandaar dat ik niet aanneem
dat ik ontwaakt ben
of dat ik het niet ben
of wat dan ook
als de gedachte in me opkomt
dat ik ontwaakt ben
of dat ik het niet ben
of wat dan ook

272. Als het doek valt

Leerling: Wat is verlichting?

Meester: De laatste illusie.

Leerling: Voordat?

Meester: Het licht definitief uitgaat.

273. Een neus is geen gezicht

Leerling: Was er licht aan het einde van uw tunnel?

Meester: Eerder andersom.

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Er was een tunnel aan het einde van mijn licht.

274. Verlichting is opgaan in verwondering

Hoe wonderlijk, het gaat maar door!
Het opgaan in verwondering!

Ik ga op in verwondering!
Jij gaat op in verwondering!
Het vele gaat op in verwondering!
Het ene gaat op in verwondering!
De illusie gaat op in verwondering!
De werkelijkheid gaat op in verwondering!
De leugen gaat op in verwondering!
De waarheid gaat op in verwondering!
Dwaasheid gaat op in verwondering!
Wijsheid gaat op in verwondering!
Het laagste gaat op in verwondering!
Het hoogste gaat op in verwondering!
De dingen gaan op in verwondering!
Het lichaam gaat op in verwondering!
Het leven gaat op in verwondering!
De dood gaat op in verwondering!
De tijd gaat op in verwondering!
Het nu gaat op in verwondering!

Hoe wonderlijk, het gaat maar door!
Het opgaan in verwondering!

Gedachten gaan op in verwondering!
Gevoelens gaan op in verwondering!
Ideeën gaan op in verwondering!
Opvattingen gaan op in verwondering!
Overtuigingen gaan op in verwondering!
Geloof gaat op in verwondering!
Ongeloof gaat op in verwondering!
Normen gaan op in verwondering!
Waarden gaan op in verwondering!
Idealen gaan op in verwondering!
Motto's gaan op in verwondering!
Principes gaan op in verwondering!
Voorschriften gaan op in verwondering!
Verboden gaan op in verwondering!
Rechten gaan op in verwondering!
Plichten gaan op in verwondering!

Hoe wonderlijk, het gaat maar door!
Het opgaan in verwondering!

De weg gaat op in verwondering!
Het doel gaat op in verwondering!
De leerling gaat op in verwondering!
De meester gaat op in verwondering!
Dualiteit gaat op in verwondering!
Non-dualiteit gaat op in verwondering!
Gehechtheid gaat op in verwondering!
Onthechting gaat op in verwondering!
De mind gaat op in verwondering!
Het hart gaat op in verwondering!
Het ego gaat op in verwondering!
Het zelf gaat op in verwondering!

Hoe wonderlijk, het gaat maar door!
Het opgaan in verwondering!

Bewustzijn gaat op in verwondering!
Boeddha gaat op in verwondering!
Brahman gaat op in verwondering!
Essentie gaat op in verwondering!
God gaat op in verwondering!
Liefde gaat op in verwondering!
Mededogen gaat op in verwondering!
Verlichting gaat op in verwondering!
Verwondering gaat op in verwondering!

Hoe wonderlijk, het gaat maar door!
Het opgaan in verwondering!

Hoe wonderlijk gewoon!

275. Verlichting is wonderlijk gewoon

Meester: Hoor je dat? Een wonder!

Leerling: Wat nu weer.

Meester: Deze woorden! Dat ik ze kan uitspreken! Dat jij ze kunt horen! Dat je ze verstaat! Dat je wat terug kunt zeggen!

Leerling: Dat zei u gisteren precies zo.

Meester: Kan best wezen, maar het blijft een wonder!

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Dat het maar een gedachte is ook!

Leerling: En wat is een gedachte nu helemaal.

Meester: Een wonder! Dat je hem kunt denken! Dat je hem kunt delen! Dat je het ermee eens of oneens kunt zijn! Dat je er iets bij kunt voelen!

Leerling: Dat zei u gisteren precies zo.

Meester: Hoor je dat? Een wonder!

Leerling: Wat nu weer.

Meester: Dat jij jezelf kunt herhalen! Dat ik dat opmerk! Dat ik mezelf kan herhalen! Dat jij dat opmerkt! Dat het je ergert! Dat je dat onder woorden kunt brengen! Dat ik dat versta!

Leerling: Ik vind het de normaalste zaak van de wereld.

Meester: Hoor je dat? Een wonder!

Leerling: Wat nu weer.

Meester: Dat jij het de normaalste zaak van de wereld vindt! Dat je je er niet over verbaast! Dat het je verveelt, en mij niet minder! Dat wonderen altijd zo snel gewoon worden! Dat we daar niets aan kunnen doen!

Leerling: Dit heb ik u nog niet eerder horen zeggen! Een wonder!

Meester: Dat heb ik je nog niet eerder horen zeggen! Een wonder!

Groepje mannen gebiologeerd door een drol.

^ Zie je dat! Een wonder!

276. Wat niet-weten zo bijzonder maakt

'Wat maakt niet-weten zo bijzonder, Hans?'

'Dat het op geen enkele manier bijzonder is.'

'Vergeleken met?'

'De wijsheidstradities, bijvoorbeeld.'

'Die zijn wel bijzonder?'

'Naar eigen zeggen.'

'Leidt niet-weten tot blijvend geluk? Spontaniteit? Eenvoud? Onvoorwaardelijke liefde? Eeuwig leven?'

'Dat zijn sleetse woorden uit de wijsheidstradities.'

'Leidt het dan tot neutraliteit? Onthechting? Aanvaarding? Berusting? Overgave?'

'Meer sleetse woorden uit de wijsheidstradities.'

'Leidt het anders tot gelatenheid? Niet-doen? Fatalisme? Quiëtisme? Uitdoving?'

'Nog meer sleetse woorden uit de wijsheidstradities.'

'Welke woorden horen bij niet-weten?'

'Wie niet weet die hoort geen woorden.'

'Wat maakt niet-weten dan zo bijzonder?'

'Dat maakt niet-weten nu zo bijzonder.'

277. Verlichting is: niet schermen met termen

'Heb jij de eenheid gerealiseerd, Hans?'

'Wat ben ik, een timmerman?'

'Ik wil weten of jij verlicht bent.'

'Tja.'

'Durf je er niet voor uit te komen?'

'Ik kom er rond voor uit.'

'Zal ik er dan ook maar rond voor uitkomen?'

'Moet dat?'

'Volgens mij ben jij verlicht.'

'Een kont is geen gezicht.'

'Doel je nu op verscheidenheid in eenheid?'

'Het moet niet gekker worden.'

'Op de identiteit van vorm en leegte dan?'

'Kon het toch gekker.'

'Volgens mij weet je best wat ik bedoel.'

'Ik heb geen idee.'

'Hoe komt dat?'

'Ik denk niet in die termen.'

'Welke termen?'

'Verlicht versus onverlicht. Verscheidenheid versus eenheid. Vorm versus leegte.'

'Verwijs je nu naar non-dualiteit?'

'Je weet best wat ik bedoel.'

'Want een kont is geen gezicht.'

'Want een rijm is geen gedicht.'

Portret van Immanuel Kant met een anus in plaats van een mond.

^ Immanuel Kont (1724-1804).

278. Vier verschillen tussen de onverlichte en de verlichte

Als je hem vraagt naar het verschil tussen de onverlichte en de verlichte, zegt Meester Minder:

De eerste is op zoek, de tweede is zoek.

Of hij zegt:

De eerste is op zoek, de tweede is gezocht.

Hij zegt ook weleens:

De eerste heeft te weinig ruimte, de tweede teveel.

Of hij zegt:

De eerste wil de tweede zijn, de tweede ziet het verschil niet.

En jij, wat zou je liever zijn – een ander of iemand die het verschil niet ziet?

Zou je liever te weinig ruimte hebben of teveel?

Zou je liever op zoek zijn of zoek?

Zou je liever zoek zijn of gezocht?

279. Is verlichting bevrijding door weten of van weten?

Meester Minder zegt:

Een boeddha is iemand die ontwaakt is uit onwetendheid. Onwetendheid betekent hier: onjuiste waarneming van dingen, de ware aard van de dingen niet zien. Voor de boeddhist is verlichting bevrijding door weten en zien.

Een agnost is iemand die ontwaakt is uit wetendheid. Wetendheid betekent hier: denken dat je weet wat juiste waarneming van de dingen is, denken dat je de ware aard van de dingen ziet. Voor de agnost is verlichting bevrijding van weten en zien.

Is verlichting nu bevrijding door weten en zien of bevrijding van weten en zien – wat denk jij?

Beweren dat verlichting bevrijding is van weten en zien – is dat al bevrijding of is het nog weten en zien?

Mediterende boeddha met een blinddoek en een ooglapje voor zijn derde oog.

^ Bevrijding van weten en zien.

280. Is verlichting eeuwige vrede of eeuwige strijd?

Beste Hans,

Voor mij is verlichting eeuwige vrede. Voor jou lijkt het een eeuwige strijd.

Beste Yvon,

Kom je in eeuwige vrede of maak je je op voor een eeuwige strijd?

Yvon: Haha, daar zeg je zo wat.

Hans: Voor mij is verlichting niet-weten, ook niet wat verlichting is. Dat is een persoonlijke uitspraak, geen algemene. Er valt niet over te twisten. Ik heb niets te verdedigen. Waar zie jij die strijd?

Yvon: Waarom schrijf je anders zo fel?

Hans: Om te laten zien hoe het niet-weten werkt en wat het met je kan doen?

Yvon: En, hoe werkt het?

Hans: Dat zie je toch?

Yvon: Wat moet ik zien?

Hans: Als je schrijft, 'Voor mij is verlichting eeuwige vrede, voor jou lijkt het eeuwige strijd', dan schrijf ik terug, 'Kom je in eeuwige vrede of maak je je op voor een eeuwige strijd?' Jij legt mij een dilemma voor, ik hou jou een spiegel voor.

Yvon: Ik denk dat ik jou zie, maar eigenlijk zie ik mezelf, is dat wat je bedoelt?

Hans: Nu doe je het weer.

Yvon: Wat doe ik weer?

Hans: Mij een dilemma voorleggen.

Yvon: En jij houdt mij weer een spiegel voor.

Hans: Zo ontstaat er een spiegelgevecht.

Yvon: Yvon tegen Yvon.

Hans: Vechtend voor eeuwige vrede.

Yvon: Zie jij jezelf als verlicht?

Hans: Ik zie mezelf niet als verlicht of onverlicht. Ik denk niet in dat soort termen. Doe ik het toch, dan dank ik ze meteen af.

Yvon: Ik denk dat ik het wel begrijp. Wat zich ook voordoet, jij weet alleen maar niet.

Hans: Ik zie mezelf niet als wetend of niet-wetend. Ik denk niet in dat soort termen. Doe ik het toch, dan dank ik ze meteen af.

Yvon: En dit wou jij vrede noemen?

Hans: Nu doe je het weer.

281. Niet-weten is geen cadeau

Zeven vergeefse giften van Meester Minder.

1

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet-weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar de waarheid?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

2

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet-weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar verbinding?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

3

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet-weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar onthechting?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

4

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet-weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar geluk?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

5

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet-weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar gemoedsrust?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

6

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet-weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar God?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

7

Leerling: Waarom geeft u de mensen geen niet-weten cadeau?

Meester: Ik wil het wel geven, maar wie kan het nemen?

Leerling: Iedereen is toch op zoek naar verlichting?

Meester: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Strik zonder doos.

^ Niet-weten is een leeg cadeau.

282. Verlichting is afgaan

'Wat is realisatie?'

'De illusie kwijtraken, de werkelijkheid kwijtraken, het kwijtraken kwijtraken.'

'Ben je dan niet terug bij af?'

'Dan ben je als het ware af.'

283. Wie steeds naar de kim kijkt ziet nooit zijn kruis

'Ik bestudeer al maanden je teksten, Hans, en ik kan er maar niet achter komen waar je naar verwijst.'

'Misschien is dat wel waarnaar ik verwijs.'

'Hoewel je het voortdurend tegenspreekt, heb ik van binnen steeds het gevoel: dit denken, deze teksten verwijzen naar iets heel dieps en wonderlijks.'

'Dat gevoel heb ik nu ook.'

'Wat is het precies waarnaar ze verwijzen?'

'Ik betwijfel of je daar al aan toe bent.'

'Spaar me niet.'

'Ga er maar even rustig voor zitten.'

'Ik ben er klaar voor.'

'Dit denken en deze teksten.'

'Hè?'

'Ik dacht al dat je dat zou zeggen.'

'Dit denken en deze teksten verwijzen naar iets heel dieps en wonderlijks, namelijk dit denken en deze teksten?'

'Is dat niet diep en wonderlijk?'

'Zit je mij in de maling te nemen?'

'Zit je mij in de maling te nemen?'

'Ik doelde op iets als hun goddelijke oorsprong: de Bron, Essentie, het Numineuze, het Absolute, de Waarheid voorbij de woorden.'

'Alsof je tegen Mona Lisa zegt, doe mij maar het schilderij.'

'Ik zie iets wezenlijks over het hoofd, hè?'

'Volgens jou wel.'

'Wat is het wezenlijke dat ik over het hoofd zie?'

'Dit denken, deze teksten.'

Hoeslaken en slopen bedrukt met de Mona Lisa.

^ Alsof je tegen Mona Lisa zegt, doe mij maar het schilderij.

284. Verlichting is geen boodschap

'Zou jij van jezelf zeggen dat je bent thuisgekomen, Hans?'

'Eerder dat ik van de pot ben gerukt.'

'Pardon?'

'Sorry.'

'Waarom?'

'Wat moet een mens zonder boodschap op de pot?'

'Jij hebt geen boodschap voor de wereld?'

'Geen grote en geen kleine.'

'Bedoel je dat er geen boodschap is?'

'Dat zou nog steeds een boodschap zijn.'

'En waarom zeg je gerukt?'

'Wie van zijn fiets waait zegt toch ook niet dat hij is afgestapt?'

Lees ook: Geen pispot en verder (koan 40 van de Poortloze Poort).

285. Voor een agnost is de maan altijd nieuw

Verlichting wordt weleens omschreven als de kennis zonder leraar, een weten zonder woorden, de wijsheid voorbij alle wijsheid, je eigen wijsheid, je innerlijke goeroe en zo. Jammer voor mij, ik kan daar niet bij.

Voor mij is verlichting een radicaal niet-weten dat iedere gedachte, iedere vorm van kennis en wijsheid, werelds en hemels, intuïtief en discursief, vergankelijk en onvergankelijk, bevestigend en ontkennend, in twijfel trekt. Telkens weer, keer op keer. Een frisse geest met een frisse kijk – grossier in gezichtspunten.

Raar om dat verlichting te noemen. Alsof er iets helder is geworden dat vroeger in duisternis was gehuld. Terwijl alles duister is geworden dat vroeger helder leek, en alles wat vroeger duister leek nog duisterder is geworden.

Nu kan ik mezelf moeilijk verduisterd gaan noemen, dan ziet niemand me meer staan. Dan ziet niemand me meer zitten. Dan struikelen de mensen over me. Dan vallen ze over me heen.

Welke gesteldheid van het lumen zou de onbepaaldheid van een onbegrensd niet-weten beter kunnen symboliseren? Een white-out? Een regenboog? Een aura? Een halo? Verstrooiing? Schemering? Aha, ik weet het al.

Nieuwe maan.

286. De Waarheid is een vinger naar de maan

Een taalgebaar van Meester Minder.

Leerling: Hebt u de Waarheid gerealiseerd?

Meester: Eerder gederealiseerd.

Leerling: Wanneer kun je zeggen dat je de Waarheid hebt gederealiseerd?

Meester: Als je je niets meer realiseert.

Hand met opgestoken middelvinger naar de maan.

^ Een vinger naar de maan.

287. Verlichting is geen hemellichaam

Meester Minder ziet ze vliegen

Leerling: Draait het bij verlichting om de maan of om de zon?

Meester: Om de ruimte.

288. Wenden en keren in hogere sferen

Meester Minder windt er geen doekjes om.

Leerling: Draait het bij verlichting om de vinger of om de maan?

Meester: Om het draaien.

Zwak verlichte derwisj met ruimtehelm die ondersteboven in een sterrenhemel hangt.

^ Wenden en keren in hogere sferen.

Lees ook: Een soefi is geen spijker en verder (in het Witboek Soefisme).

289. Een vinger naar de waan

Trappen naar de maan.

De vinger is niet de maan

De vinger is niet de maan. Ken je die beeldspraak? Je komt hem tegen in uiteenlopende tradities.

De vinger staat voor de leer, de heilige geschriften, de liturgie, de praktijk, de woorden van een priester, leraar, meester of goeroe.

De maan staat, afhankelijk van de traditie, voor verlichting, ontwaken, realisatie, de waarheid voorbij de woorden, de eeuwige wijsheid, het absolute, het ene.

'De vinger is niet de maan' is een waarschuwing: verwar de leer, de geschriften, de rites, de gebouwen, de symboliek, de praktijk, de woorden niet met verlichting of met de waarheid.

Je vlot is geen balkon

Een dergelijke waarschuwing vinden we terug in de Alagaddupama-Sutta en de Diamantsoetra in de gelijkenis van het vlot: als je eenmaal bent overgestoken moet je het vlot niet achter je aan slepen, het heeft zijn nut gehad en dat was dat.

Meester Linji zegt het onomwonden in Preek 34 van de Linji Lu: 'Dood de Boeddha!' Afrekenen met het boeddhisme is een belangrijk thema in het boeddhisme.

Afrekenen met de advaita vedanta is ook een belangrijk thema van de advaita vedanta. Daar spreken ze van de kosmische grap: er is nooit een zoeker of een zoektocht geweest, het was maar een droom in het ene Bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf. De zoeker is het gezochte, 1 april.

Verder lezen: Kosmische grappen – lachen om jezelf en het Zelf en verder (in het Witboek Advaita) en De gelijkenis van het vlot (in het Witboek Zen).

De Heer is een ballon

De vinger staat voor de traditie met alles erop en eraan, behalve de maan. Die traditie is geen doel op zich, maar een richtingaanwijzer, een hulpmiddel, een ladder. Je klimt langs de sporten van de traditie omhoog om uiteindelijk boven de traditie uit te stijgen.

Maansikkel met een trap ernaartoe en een trap ervandaan.

^ Trappen naar de maan.

Of vergelijk het met een luchtballon. Wil je loskomen van de grond dan moet je het ankertouw doorsnijden. Wil je hoogte winnen dan moet je ballast uitwerpen. Wil je niet tegen de top van de heilige berg te pletter slaan, dan moet je alles overboord gooien.

Ook jezelf, opgeblazen ballon.

Ook het Zelf, die opgeblazen Ballon.

Ook het niet-zelf, die leeggelopen ballon.

De maan is niet de zon

'De vinger is niet de maan' is een waarschuwing waar weinig zoekers oor voor hebben. Ze graven zich dieper en dieper in de traditie in, tot ze geen kant meer op kunnen. Prijs de Leer, de hoogste Heer, Hij laat je nooit meer vallen.

'De vinger is niet de maan' is nog een halfslachtige waarschuwing ook. De eerste van een reeks van zes die zichzelf in de staart bijt. Een vicieuze cirkel.

Natuurlijk moet je je niet blindstaren op de vinger, nogal wiedes – maar ook niet op de maan. Dat is gewoon een dode rots.

De maan geeft geen licht, dat denk je maar. Ze is een spiegel, en nog een vuile ook. Hoe langer je poetst, hoe kleiner ze wordt, maar nooit helderder.

De maan is niets zonder de bron die haar verlicht. Het zou beter zijn om met de vinger naar de zon te wijzen.

De zon is niet het oog

Staar je niet blind op de vinger of de maan, dat is de tweede waarschuwing, een uitbreiding van de eerste. Maar ook niet op de zon.

Natuurkundig gezien is een ster geen lichtbron, maar een zwart lichaam dat elektromagnetische straling uitzendt. Pas in het gezichtsorgaan ontstaat de sensatie van licht.

Het zou beter zijn om met de vinger naar het oog te wijzen.

Het oog is niet het subject

Staar je niet blind op de vinger, de maan of de zon, dat is de derde waarschuwing, een uitbreiding van de tweede. Maar ook niet op het oog.

Het oog is van zichzelf stekeblind. Het zien vindt plaats in een organisme, in zijn of haar geest, brein, verstand, bewustzijn, of waar het ook precies is dat het beeld ontstaat en ervaren wordt.

Het zou beter zijn om met de vinger naar het subject te wijzen.

Het subject is niet het object

Staar je niet blind op de vinger, de maan, de zon of het oog, dat is de vierde waarschuwing, een uitbreiding van de derde. Maar ook niet op het subject.

Er moet iets zijn om naar te kijken, zonder materie geen zicht.

Het zou beter zijn om met de vinger naar het object te wijzen.

Het object is niet de vinger

Staar je niet blind op de vinger, de maan, de zon, het oog of het subject, dat is de vijfde waarschuwing, een uitbreiding van de vierde. Maar ook niet op het object.

Zonder maan, zon, oog of subject kan er van een zichtbaar object geen sprake zijn.

Dit is de zesde, fatale waarschuwing.

Alles naar de maan

De vinger is niet de maan, de maan is niet de zon, de zon is niet het oog, het oog is niet het zien, het zien is niet het subject en het subject is niet het object – vinger of niet.

Onze waarschuwing is vicieus geworden, de kop is in de kont verdwenen, waar hij thuishoort. De weg is een rotonde, een enso, een nul.

De vinger wijst via een omweg naar de vinger. De maan weerspiegelt via een omweg de maan. De zon verlicht via een omweg de zon. Het oog ziet via een omweg het oog. Het subject ervaart via een omweg het subject.

Vinger, maan, zon, oog, subject en object – het zijn allemaal abstracties. Schijnbaar zelfstandige entiteiten in een onbegrijpelijk geheel.

Al deze schijnbaar zelfstandige entiteiten verschijnen bij analyse van het onbegrijpelijke zien, dat zich alleen laat lokaliseren in het onbegrijpelijke geheel.

Wat heet lokaliseren. Het onbegrijpelijke geheel bevindt zich niet in één locatie en is niet in zijn geheel gelokaliseerd, zodat het zich zelfs met tienduizend vingers niet laat aanwijzen.

Bovendien zijn 'het onbegrijpelijke zien' en 'het onbegrijpelijke geheel' opnieuw abstracties – loze labels om je onwetendheid toe te dekken. Voor je het weet ga je ze 'Bewustzijn' en 'Eenheid' noemen en stamp je de volgende traditie uit de grond in plaats van de vorige erin.

Overal vandaan

Laten we de gelijkenis van het vlot er nog eens bij halen. Nadat je bent overgestoken moet je het vlot achterlaten, maar dan ben je er nog niet.

Je moet ook het idee achterlaten dat je bent overgestoken, het idee dat er een je is die kan oversteken, het idee dat er geen je is en geen oversteek, het idee dat je iets moet achterlaten, het idee dat je iets zou moeten, het idee dat je niets zou moeten enzovoort.

Laten we Linji er nog eens bij halen. Als je de Boeddha tegenkomt moet je de Boeddha doden, maar dan ben je er nog niet.

Je moet ook de boeddhadoder nog doden en het idee dat er iets of iemand te doden valt en het idee dat er niets of niemand te doden valt door iemand of niemand enzovoort.

Laten we de kosmische grap er nog eens bij halen. Als je de weg gaat moet je de zoeker en de zoektocht doorzien, maar dan ben je er nog niet.

Je moet ook nog het idee van de kosmische grap doorzien, het idee dat er niemand is, het idee dat er nooit een weg was om te gaan, het idee dat er alleen maar Bewustzijn is, het idee dat het spelletjes speelt met zichzelf, het idee dat de zoeker het gezochte is, het idee van vedanta, het idee van advaita enzovoort.

Het licht van verlichting gaat verder, verder, almaar verder. Recht zo die gaat met driehonderdduizend kilometer per seconde. De tradities voorbij, verlichting voorbij en zelfs het verdergaan voorbij.

Het spoedt zich weg van kip en ei, het spoedt zich weg van leer en pij, het spoedt zich weg van wu en wei, het spoedt zich weg van jou en mij – het spoedt zich overal van vrij.

Voorbij. Voorbij. Voorbij. Voorbij.

290. Zeven vingers naar de maan

Wijzen uit alle windstreken.

Kijk nu, die vinger, niet te geloven!

O, hij wijst ergens naar.

Kijk nu, die maan, niet te geloven!

O, ze wijst ergens naar.

Kijk nu, die zon, niet te geloven!

O, ze wijst ergens naar.

Kijk nu, dat oog, niet te geloven!

O, het wijst ergens naar.

Kijk nu, die geest, niet te geloven!

O, hij wijst ergens naar.

Kijk nu, dat brein, niet te geloven!

O, het wijst ergens naar.

Kijk nu, dat lichaam, niet te geloven!

O, het wijst ergens mee.

Kijk nu, die vinger, niet te geloven!

Maan die naar zichzelf wijst.

^ De vinger is de maan.

291. Verlichting is onzin

Verlichting is onzin.

De naam is onzin, alles wat je erover leest is onzin, alles wat je erover denkt is onzin, alles wat ik erover schrijf is onzin. Echt alles.

Het is dus ook onzin dat verlichting onzin is.

Sta daar even bij stil, het is een variatie op de eerder genoemde leugenaarsparadox.

Het is onzin dat verlichting onzin is, ook al is alles wat je erover kunt lezen, denken en schrijven baarlijke nonsens.

Denk je nu echt dat ik al deze onzin over verlichting zou schrijven als het allemaal onzin was?

Als verlichting geen onzin is, wat is het dan wel?

Verlichting is bevrijding.

Wat is bevrijding?

Bevrijding is onzin.

De naam is onzin, alles wat je erover leest is onzin, alles wat je erover denkt is onzin, alles wat ik erover schrijf is onzin. Echt alles.

Het is dus ook onzin dat bevrijding onzin is.

Denk je nu echt dat ik al deze onzin over bevrijding zou schrijven als het allemaal onzin was?

Als bevrijding geen onzin is, wat is het dan wel?

Bevrijding is niet-weten.

Wat is niet-weten?

Niet-weten is onzin.

De naam is onzin, alles wat je erover leest is onzin, alles wat je erover denkt is onzin, alles wat ik erover schrijf is onzin. Echt alles.

Het is dus ook onzin dat niet-weten onzin is.

Denk je nu echt dat ik al deze onzin over niet-weten zou schrijven als het allemaal onzin was?

Als niet-weten geen onzin is, wat is het dan wel?

Niet-weten is zen.

Wat is zen?

Zeg, ik blijf niet aan de gang.

Noem dat desnoods bevrijding.

Bevrijding uit je huidige denkketen.

Wachtend op de volgende.

292. Verlichting is erover ophouden

Acht suïcidismen van Meester Minder.

Verlichting is alles ontkennen, ook het ontkennen.

Verlichting is alles relativeren, ook het relativeren.

Verlichting is alles betwijfelen, ook het twijfelen.

Verlichting is alles verliezen, ook het verliezen.

Verlichting is alles afbreken, ook het afbreken.

Verlichting is alles afwijzen, ook het afwijzen.

Verlichting is alles loslaten, ook het loslaten.

Verlichting is bevrijding, ook van de vrijheid.

Sleutelwoorden zonder slot

In plaats van verlichting kun je hier invullen wat je past, zoals de weg, de grote dood, helderheid, ruimte.

Bijna al mijn dwaalteksten zijn begonnen als teksten over niet-weten. Om mijn monomane veelschrijverij te camoufleren, en om vogels van andere pluimage aan te kunnen schieten, ben ik sleutelwoorden gaan vervangen. Zen in plaats van niet-weten. Verlichting in plaats van zen. Bevrijding in plaats van verlichting.

Gek genoeg hoef ik mijn teksten vaak niet of nauwelijks te wijzigen. Zou het dan toch waar zijn dat alle tradities naar hetzelfde verwijzen? Dat moet dan hetzelfde zijn waar het niet-weten naar verwijst: nergens naar.

Hoe ik dat kan weten? Anders was het geen niet-weten.

Verder lezen: Is niet-weten eeuwige wijsheid? (in het Witboek voor Zoekers) en Niet-weten als passe-partout (in het Witboek Niet-Weten).

293. Verlichting is een luchtballon

Verlichting is een luchtballon

Een ladder zonder treden

't Is net als met de noorderzon

Eens komt hij naar beneden

Luchtballon in de vorm van het gloeilamp; de ballonvaarder hangt onder het mandje.

^ Verlichting is een luchtballon, eens komt hij naar beneden.

294. Verlichting is geen buit maar het einde van de jacht

Acht misverstanden over de nacht.

Verlichting is geen piek maar het einde van je klim.

Verlichting is geen dal maar het einde van je val.

Verlichting is geen oog maar het einde van je staar.

Verlichting is geen weg maar het einde van de reis.

Verlichting is geen buit maar het einde van de jacht.

Verlichting is geen kroon maar het einde van de koning.

Verlichting is geen maat maar het einde van het meten.

Verlichting is geen leer maar het einde van het weten.

Varianten

In plaats van verlichting kun je ook vrijheid, zen, non-dualisme of niet-weten invullen, of wat het ook maar is dat het einde van je spirituele trip inluidt:

Vrijheid is geen piek maar het einde van je klim.

Zen is geen dal maar het einde van je val.

Non-dualisme is geen oog maar het einde van je staar.

Niet-weten is geen buit maar het einde van de jacht.

...

295. Hoe een blinde naar zichzelf kijkt

'Zie jij jezelf als een verlicht iemand, Hans?'

'Ik zie mezelf niet als iemand, laat staan als verlicht.'

'Is dat niet de definitie van verlichting?'

'Wat?'

'Jezelf als niemand zien?'

'Kan best wezen...'

'Maar?'

'Ik zie mezelf ook niet als niemand.'

'Ik bedoel daarmee, als het ene.'

'Ik zie mezelf ook niet als alles.'

'Ik heb het over de leegte.'

'Ik zie mezelf ook niet als niets.'

'Niet als iemand, niet als niemand, niet als alles, niet als niets; hoe zie je jezelf dan wel?'

'Ik zie mezelf niet.'

'Echt niet?'

'Niet echt.'

'Wat bedoel je met niet echt?'

'Dat ik mezelf op vele manieren zie.'

'Dat is heel wat anders.'

'Dat is precies hetzelfde.'

'Waarvan is dat de definitie?'

'Tja.'

Lees ook het Dwaalgesprek met Meester Tja (in het Witboek Taoïsme).

296. Verlichting is een duistere zaak

Meester Minder zegt:

Of je het nou van binnenuit bekijkt of van buitenaf – verlichting is een duistere zaak.

Meester Minder zegt ook:

Of je nou onderscheid weet te maken tussen binnen en buiten of niet – verlichting blijft een duistere zaak.

Gloeilamp met blinddoek.

^ Hoe je het ook bekijkt, verlichting is en blijft een duistere zaak.

297. Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Deel 1 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Zou jij jezelf verlicht noemen?

Hans: Verlicht? Mij niet gezien. Niet-mij ook niet. Lichter misschien, opgelucht, jawel, ontwricht, nou en of, maar verlicht?

Claire: Wat is daar mis mee?

Hans: Daar is niets mis mee. Verlichting is geen handelsmerk en 'verlicht' is geen beschermde titel. Iedereen mag zich zo noemen, van vuurvlieg tot gloeipeer.

Claire: Terecht, het schijnt dat iedereen al verlicht is.

Hans: Het schijnt ook dat er eerst nog even iets moet gebeuren, al hoeft dat geen seconde te duren en is verlichting zelfs voor luie mensen binnen handbereik.

Er schijnen ook vijfhonderd wedergeboortes vol kommer en kwel nodig te zijn voor je uitgedoofd en wel de opiumkit van het nirwana wordt binnengereden, en dan moet je je al die tijd nog fatsoenlijk hebben gedragen ook.*

* Verder lezen: Een oude vos (in Niet om door te komen! De Poortloze Poort).

Je ziet, er schijnt heel wat te schijnen in deze contreien; alleen al daarom is 'verlicht' mijn woord niet.

Claire: Wat is jouw woord wel?

Hans: Als ik mezelf per se iets moet noemen, dan maar verduisterd. Al is dat mijn woord niet.

Claire: Verduisterd?

Hans: Laat ik het maar meteen bekennen – het is niet dat mijn derde oog is opengegaan en het Levende Licht heeft aanschouwd, of de Heilige Geest, de Waarheid, de Werkelijkheid, de Wijsheid Voorbij Alle Wijsheid, een Weten Zonder Woorden, de Kennis Zonder Leraar, de Volmaakte Perfectie of wat dan ook.

Claire: Jou is niets geopenbaard.

Hans: Integendeel, ik ben alle inzichten kwijtgeraakt. Ze liggen als memento's in mijn bovenkamer opgebaard.

Claire: Geldt dat alleen voor jou of voor iedereen?

Hans: Geldt het voor jou?

Claire: Soms vraag ik me af of verlichting wel bestaat.

Hans: Wel als je verlichting definieert als het einde van dit soort vragen, van dit soort denken, van de zichtbare en onzichtbare onderscheidingen en aannames waarvan het is doordrenkt. Dan ben ik een levend voorbeeld.

Claire: Is dat hoe jij verlichting definieert?

Hans: Het is hoe ik niet-weten definieer.

Claire: Denk jij dat er aan anderen wel iets is geopenbaard?

Hans: Vraag maar aan anderen. Ik spreek alleen voor mezelf.

Claire: En als je voor jezelf spreekt?

Hans: Dan ben ik meteen uitgepraat. Ik weet het allemaal niet meer. Tot in de n-de graad. Dat gaat ver hoor. Niet-weten is een spel zonder grenzen. Ik weet niet eens meer of ik het allemaal niet meer weet. En ook niet of dat het toppunt van niet-weten is of het einde.

Claire: Je zit er tot over je oren in.

Hans: Ik ben er wel uit – ik kom er niet uit.

Claire: Het spelletje is uit.

Hans: En daar kan ik maar niet over uit.

298. Niet-weten is geen vrijheid

Deel 2 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Ik vind het heel bijzonder...

Hans: Niet-weten is niks bijzonders. Iedereen weet wat het is om niet te weten. Dit niet weten, dat niet weten. Bij mij is het alleen een graadje erger.

Claire: N graadjes.

Hans: Het licht is uitgegaan, het licht is uitgebleven. Ik zie geen hand voor ogen. Laat staan een vinger die naar de maan wijst. Laat staan de maan zelf. En het gekke is dat ik juist daarin vrede heb gevonden. Ik hoef nergens meer heen.

Claire: Waarom niet?

Hans: Waar zou ik heen moeten? Voor mij is alles even duister.

Claire: Jij ziet niets.

Hans: Geen zelf om te onderhouden, geen niet-zelf om me aan over te geven. Geen veelheid om te verenigen, geen eenheid om te cultiveren. Geen winnaars om te bewieroken, geen losers om te verlossen.

Claire: Niets om naar te streven.

Hans: Zelfs niet naar niet-streven.

Claire: Klinkt goed.

Hans: Het is hier goed noch slecht en dat bevalt me goed noch slecht.

Claire: Klinkt niet zo best.

Hans: De duisternis is niet beter of echter of mooier of prettiger dan het gewone leven. Het is geen bevoorrechte plek voor uitverkorenen. Of je nu in de fuik van wel-weten zit of in de fuik van niet-weten...*

* Lees ook: Een fuik in een fuik en verder (in het Witboek Niet-Weten).

Claire: Een fuik? We hebben het hier toch over vrijheid?

Hans: Laat je door niemand wijsmaken dat niet-weten vrijheid is. Vrijheid waarvan? Vrijheid waartoe? Vrijheid waarin? Vrijheid voor wie?

Claire: Maar vrijheid is...

Hans: Niet-weten is ook niet weten wat vrijheid is. Of het wel meer is dan een woord. Iets waarvan je weleens hebt gehoord. Een klank om je aan vast te klinken.

299. Niet-weten is iets wat je overkomt

Deel 3 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Waar is niet-weten goed voor?

Hans: Niet-weten is ook niet weten waar niet-weten goed voor is. Of het wel meer is dan een woord. Een klank om je aan vast te klinken.

Claire: Klinkt meer als een aandoening.

Hans: Een chronische.

Claire: Je zal het maar hebben.

Hans: Niet-weten is geen kwestie van hebben maar van kwijtraken.

Claire: Het is niet iets dat je verwerft?

Hans: Het is iets wat me overkwam. Duister werd het me onverwacht en ongezocht. Ik ben geen obscurantist.

Claire: Gaat het ergens heen? Biedt het niet-weten perspectief?

Hans: Ja hoor, keus genoeg.

Het niet-weten van Socrates is een stap richting Deugd.

Het niet-weten van Johannes van het Kruis is een stap richting God.

Het niet-weten van Jan van Delden is een stap richting Bewustzijn.

Het niet-weten van Byron Katie is een stap richting Realiteit.

Het niet-weten van Bernie Glassman is een stap richting Vrede.

Het niet-weten van Jan Oegema is een stap richting Medemens.

Het niet-weten van Estelle Frankel is een stap richting Wijsheid.

Claire: En het niet-weten van Hans van Dam?

Hans: Is een pas op de plaats.

Claire: Niet-weten is voor jou geen stap.

Hans: Een stap binnen niet-weten.

Claire: Het biedt geen perspectief.

Hans: Perspectief op niet-weten.

Claire: Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Hans: Weten zonder perspectief.

Claire: Ben je weleens bang om uit het niet-weten te vallen?

Hans: Bang niet, maar het zou best kunnen. Mijn ouders waren allebei dement en mijn oma kreeg op mijn leeftijd een zware beroerte. Er kan van alles stukgaan waardoor mijn denken een-twee-drie zijn zelfbewustzijn of zijn flexibiliteit verliest.*

* Verder lezen: Dolende zielen – dementie voor drie (in het Witboek Levenskunst).

Claire: Je weet maar nooit.

Hans: En er kan altijd een idee of ideaal langskomen dat weer eens ouderwets met me aan de haal gaat, met hetzelfde effect.

Claire: Is dat ooit gebeurd sinds je het niet meer weet?

Hans: Niet dat ik weet.

Claire: Behalve niet-weten.

Hans: Dat is geen idee.

300. Verlichting is poep op een stokje

Deel 4 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Wat heb jij sinds je verduistering zoal gedaan?

Hans: Lachen.

Claire: Lachen?

Hans: 'Verduistering.' Wie zegt dat nu.

Claire: Ik dacht even dat je al die tijd gelachen hebt.

Hans: Lachen.

Claire: Wat heb je dan gedaan?

Hans: Gewoon wat iedereen doet.

Claire: O.

Hans: En over niet-weten schrijven natuurlijk.

Claire: Waarom zou je?

Hans: Omdat ik me niet kan vinden in wat anderen erover schrijven?

Claire: Waarom niet?

Hans: Te slim, te gelikt. Is het geen professorenpraat dan is het wel predikantenpraat. Vol valse bescheidenheid en gespeeld ontzag voor 'het numineuze'. Alsof ze het raadsel hebben opgelost door het vakkundig onder woorden te brengen.

Claire: Hoe lang schrijf je nu al?

Hans: Veertien jaar. Eerst offline, voor mezelf. Sinds 2009 online, live, klaar terwijl u wacht.

Claire: Veertien lange jaren.

Hans: Op de toppen van mijn tenen. Het moeilijkste wat ik ooit gedaan heb. In het begin dan. Schrappen, schrappen, schrappen. Van de eerste paar jaar is bijna geen woord overgebleven.

Pas halverwege begon het te stromen. Toen ging het ineens vanzelf. Had ik eindelijk door hoe ik het schrappen in de tekst kon opnemen. Vanaf dat moment spoot het mijn vingertoppen uit.

Claire: Een hele Agnosereeks inmiddels.

Hans: Zoals John Cage zei: "Ik heb niets te zeggen en dat zeg ik." Hij deed het in vier minuten en drieëndertig seconden, wat voor de meesten mensen al ondraaglijk is. Ikzelf weet niet van ophouden – het stroomt maar door.

Claire: Als diarree.

Hans: Mest is een mooie metafoor voor dit soort laag-bij-de-grondse spiritualiteit. In zen lusten ze er ook wel pap van. 'Wat is boeddha?' 'Poep op een stokje.'*

* Zie koan 21 en verder van Niet om door te komen! De Poortloze Poort.

Claire: Daar sta je dan met je goeie gedrag.

Hans: Zo reken je af met weterij. Baf!

Claire: Subtiel is anders.

Hans: Niet-weten is volstrekt ongenuanceerd.

Claire: Je hoopt toch op iets diepzinnigs.

Hans: Niet-weten is volstrekt oppervlakkig.

Claire: Iets wat je boven jezelf uit tilt.

Hans: Niet-weten is volstrekt aards.

Claire: Iets dat inspireert.

Hans: Niet-weten is volstrekt ontmoedigend.

301. Schijngestalten van niet-weten

Deel 5 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Waar streef je naar bij het schrijven?

Hans: Een eigentijdse expressie van niet-weten.

Claire: Eigentijds?

Hans: Eenvoudig. Compromisloos. Fris van de lever. Recht voor zijn raap. Zonder poespas of spatjes. Amsterdams. Hollands nuchter. Postpostmodern. Ik zeg geloof ik steeds hetzelfde.

Claire: Postpostmodern?

Hans: Het postmodernisme verkondigt het einde van de grote verhalen. Maar dat is opnieuw een groot verhaal.

Claire: Hè?

Hans: Het grote verhaal van het einde van de grote verhalen.

Claire: Het postmodernisme is toch juist een poging...

Hans: Net als alle grote verhalen is het postmodernisme ongegrond. Het verhaal van de grondeloosheid is zelf grondeloos. En was het dat niet, dan helemaal. Nogal wiedes, daar hoef je echt geen genie voor te wezen. Dus kan het zo mee de kachel in.

Claire: Mee?

Hans: Met alle klassieke en moderne variaties op dit thema. Alle schijngestalten van niet-weten. Vormen van bijna-niets-weten, lees toch-nog-iets-weten, die je maar al te makkelijk aanziet voor helemaal-niet-weten.

Claire: Zoals?

Hans: Holisme, non-dualisme, solipsisme, subjectivisme, scepticisme, pyrronisme, nominalisme, relativisme, situationisme, pluralisme, cynisme, existentialisme, fatalisme, hedonisme, irrationalisme, nihilisme, obscurantisme, stoïcisme, anarchisme, absurdisme...

Claire: Goedendag.

Hans: Zeg maar dag met je handje.

Claire: Dat zal lekker fikken.

Hans: Een waar vreugdevuur.

Claire: En uit de as herrijst...

Hans: Niets.

Claire: Het niets waaruit alles ontstaat en waarin alles vergaat. Bewustzijn, Leegte, Brahman, Essentie, Tao, God!

Hans: Het niets van niet-weten. De lege leer. Een oorverdovende stilte.

Claire: Sst.

Hans: Bewustzijn? Sst. Leegte? Sst. Brahman? Sst. Essentie? Sst. Tao? Sst. God? Sst.

Claire: Of je leegloopt.

Hans: Geen Waarheid, geen Werkelijkheid, geen Wijsheid, geen Weg, geen Weten.

Claire: Pfft.

Hans: En geen niet-waarheid, geen niet-werkelijkheid, geen niet-wijsheid, geen niet-weg en geen niet-weten.

302. Beter ten hele gedwaald dan ten halve geleerd

Deel 6 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: De Griekse wijsgeer Socrates zei, 'Ik weet alleen maar dat ik niets weet.' Ben jij het daarmee eens?

Hans: Nee, ik heb het niet over een socratisch weten van niet-weten, ik heb het over een postsocratisch zelfs niet weten van niet-weten.*

* Verder lezen: Socrates: 'Ik weet dat ik niets weet' (in het Witboek Taoïsme).

Claire: Het einde van ieder besef.

Hans: En het einde van het einde van ieder besef.

Claire: Het nihilisme ten top.

Hans: Een nihilisme dat zichzelf nietig verklaart. Hypernihilisme. Een postmodernisme dat zichzelf doorziet. Postpostmodernisme.*

* Meer lezen over hypernihilisme en postpostmodernisme (in het Witboek Niet-Weten).

Claire: Gate gate paragate parasamgate.

Hans: Verder, verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij.

Claire: De onvolprezen Hartsoetra.

Hans: En daar nog weer voorbij.

Claire: De Hartsoetra voorbij?

Hans: Anders blijf je prijzen.

Claire: Waar kom je dan uit?

Hans: Jij wilt steeds ergens uitkomen.

Claire: Waarom zou je anders verder gaan?

Hans: Lees je Hartsoetra er maar op na.

Claire: Wat dan?

Hans: 'Er is geen pad, geen transcendente wijsheid, geen bereiken en geen niet-bereiken.'

* Lees ook: Wat is de Hartsoetra? en verder (in het Witboek Zen).

Claire: Er is het Achtvoudige Pad...

Hans: Bij niet-weten gaat het er niet om ergens uit te komen; het gaat erom verder te gaan. Het gaat om het verdergaan. In beweging blijven. Niet nestelen. Ook niet in nestvliederij.

Claire: Waarom niet?

Hans: Daarom niet.

Claire: Daarom is geen reden.

Hans: Als je iets weet ga je daarin wonen. Je kunt niet anders. Als je niet weet trek je maar weer verder. Wat moet je anders?

Claire: Verder waarheen?

Hans: Je wilt nog steeds ergens uitkomen.

Claire: 'De weg is het doel.' Is dat wat je bedoelt? Het gaat om de reis, niet om de bestemming? Hier, nu is waar het allemaal gebeurt?

Hans: Je wilt nog steeds ergens uitkomen.

Claire: Jij bent toch bij niet-weten uitgekomen?

Hans: Ik ben nergens bij uitgekomen. Niet bij een traditie. Niet bij een religie. Niet bij een filosofie. Niet bij het vele. Niet bij het ene. Niet bij een goeroe. Niet bij mezelf. Niet bij het zelf.

303. Denkgewoontes doorbreken

Deel 7 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Is niet-weten nergens uitkomen?

Hans: En nergens uit komen. Nergens in zitten. Nergens verblijven. Nergens heen hoeven.

Claire: En dan?

Hans: Maar zien.

Claire: Wat zien?

Hans: Jezus.

Claire: Jezus?

Hans: Jij geeft niet op hè?

Claire: Hardnekkig hè.

Hans: Je wilt nog steeds ergens uitkomen.

Claire: Hoe zou dat toch komen?

Hans: Door de metafoor van de weg?

Claire: Maar het kan toch niet zo zijn...

Hans: Als je er bent blijkt er geen er te zijn, zei Simone Weil.

Claire: Mooi.

Hans: De volgende bron van misverstanden.

Claire: Wat voor misverstanden?

Hans: Dat er een hogere vorm van zijn bestaat dan ergens zijn, dat er verschillende vormen van zijn zijn, dat er ergens een plaatsloze plaats is waar je kunt zijn zonder zijn, een eeuwig hier-en-nu voorbij tijd en ruimte of weet ik veel.*

* Lees ook: Non-dualiteit tussen zien en zijn (in het Witboek Advaita).

Claire: En dat is niet wat Simone Weil wil zeggen?

Hans: Wijlen Simone wil al tijden niets meer zeggen. God weet wat ze wilde toen ze nog niet wijlde. Ik citeer haar om een denkgewoonte te doorbreken.

Claire: Het denken in termen van doelen en wegen.

Hans: En daarmee hebben we het volgende doel geïntroduceerd – het doorbreken van denkgewoontes.

Claire: En dat was niet de bedoeling?

Hans: Niet als we die denkgewoonte willen doorbreken.

Claire: Het is niet de bedoeling dat we bedoelingen hebben.

Hans: Klinkt als de volgende bedoeling.

Claire: Oké, ik zie hoe het werkt. Wat je ook zegt over niet-weten, er ontstaan misverstanden.

Hans: Misverstanden in de vorm van begrip.

Claire: En begrip is geen niet-weten.

Hans: En niet-weten is geen begrip.

304. De geest verafschuwt leegte

Deel 8 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Wat moet je volgens jou doen, of laten, om je niet-weten adequaat tot uitdrukking te brengen?

Hans: Niets zeggen waar je niet achter staat. Niets dus. Niets zeggen.

Claire: Zwijgen.

Hans: Zwijgen is het tegenovergestelde van niets zeggen. Meer kun je niet zeggen. Stilte is het lege doek waarop mensen ongeremd hun gedachten projecteren.

Claire: Nature abhors a vacuum.

Hans: Mind abhors a vacuum. De geest verafschuwt leegte.

Claire: Leegte moet opgevuld worden.

Hoofd waar allemaal spulletjes uit steken.

^ Leegte moet opgevuld worden.

Hans: Al is het maar met holle woorden als geest en leegte. Al is het maar met holle frasen als 'de geest verafschuwt leegte' en 'leegte moet opgevuld worden'.

Claire: Je moet wat zeggen, maar wat?

Hans: Praten zonder wat te zeggen, dat is de kunst. Een veelzeggende stilte verbreken door een nietszeggende op te roepen. Spreken als een hogere vorm van zwijgen.

Claire: Maar hoe dan?

Hans: Door al je beweringen meteen te weerleggen. Door al je begrippen meteen te ondermijnen. Door al je onuitgesproken aannames meteen aan de kaak te stellen.

Claire: Alles wat je roept direct herroepen.

Hans: Voor zover mogelijk.

Claire: Als je niets roept hoef je ook niets te herroepen.

Hans: Maar het gaat juist om het herroepen. Daar gebeurt het. Als je dat een paar keer achter elkaar doet heb je een dwaaltekst, zo noem ik het maar. Omdat de lezer in zo'n tekst eventjes de weg kwijtraakt.

Claire: En wie wil dat nu niet.

Hans: Wie dat niet wil heeft hier niets te zoeken en wie hier iets te zoeken heeft verdoet zijn tijd. Daarover schrijf ik, liefst in de vorm van een gesprek zoals het onze, dan gaat het een beetje leven.

Claire: Wat voor figuren kan de lezer in jouw dialogen verwachten?

Hans: Monniken, ambachtslieden, schrijvers, politici, filosofen, kooplui, moeders, agenten, soldaten, dieren... Maar vooral leerlingen en meesters.

Claire: Waar staan die voor?

Hans: De leerling staat voor de innerlijke stem die almaar roept: 'Zeker weten!' De meester staat voor de innerlijke stem die almaar vraagt: 'Zeker weten?'

Claire: Een omkering van de normale rollen.

Hans: De leerling weet alles en hoeft niets meer te vragen. De meester vraagt alles en hoeft niets meer te weten.*

* Verder lezen: Woordenboek niet-weten: dwaalgids (in het Witboek Niet-Weten).

Claire: Je zou ze Uitroepteken en Vraagteken kunnen noemen.

Hans: Of Nauwe Weetal en Wijde Weetniet.

305. Intermezzo: wie is Wijde Weetniet nu weer

Deel 9 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Wijde Weetniet is de dwaze protagonist van een titelloos verhaaltje in de Zhuang Zi, een van de drie oerboeken van het taoïsme. Ik parafraseer:

Eens reisde de Wolkenaanvoerder naar het oosten en zag in de diepte Wijde Weetniet. Die was zich net aan het vermaken door te huppelen als een musje en zich daarbij op de billen te slaan. De Wolkenaanvoerder riep: 'Oude heer! Wie bent u? Wat doet u?' Wijde Weetniet riep terug: 'Ik amuseer me!' en huppelde vrolijk verder.

'Ik wil u een vraag stellen,' riep de Wolkenaanvoerder. 'De qi van de hemel en de qi van de aarde en de zes energieën en de vier jaargetijden zijn helemaal in de war. Ik zou ze graag weer in harmonie brengen om al wat leeft te doen groeien. Hoe krijg ik dat voor elkaar?' Huppelend als een musje en zichzelf op de billen slaand riep Wijde Weetniet: 'Ik weet het niet! Ik weet het niet!'

Een paar jaar later ontmoetten ze elkaar weer en stelde de Wolkenaanvoerder dezelfde vraag. Wijde Weetniet antwoordde: 'Ik zwerf rond zonder te weten wat ik zoek en weet niet waar ik ga. Ik vermaak me zonder doel en aanschouw daarmee het eindeloze. Wat voor kennis kan ik dan bezitten?'

(vrij naar Zhuang Zi; De volledige geschriften, Kristofer Schipper, Uitgeverij Augustus, Amsterdam – Antwerpen, 2007, p161.)

Huppelend musje dat zichzelf op de billen slaat.

^ Huppelen als een musje.

Het verhaaltje, dat zo aardig begint, ontaardt dan in metafysische speculaties over 'het eindeloze', over 'de orde van de natuur', 'het bestel van de hemel', 'de ware aard der dingen', het terugkeren van de tienduizend dingen 'naar waar zij vandaan kwamen' en 'de deugd van de Tao'.

Nee, onze Wijde Weetniet was zo wijd nog niet. Het taoïsme dat hij personifieert zal er beslist wijder van worden wanneer je alle hypostasen en hypothesen uit zijn vaten schraapt.

Zoals bij alle wijsheidstradities zul je lang moeten dotteren om tot het hart door te dringen. Is het de moeite waard? Wat zul je er aantreffen?

Nou, dat wil ik best verklappen. Hetzelfde als in je eigen hart. Hetzelfde als in ieder hart. Lege kamers, lege boezems.

Niet-weten, dat is ondoorgrondelijkheid zonder bestel. Het is agnose zonder pose. Het is taoïsme zonder Tao.*

* Verder lezen: Taoïsme als lege leer (in het Witboek Taoïsme).

Laten we de draad van het dwaalgesprek tussen Uitroepteken en Vraagteken gauw weer oppakken en eraan blijven trekken tot hij breekt.

306. De weidsheid voorbij alle wijsheid

Deel 10 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Als je dwaalgesprekken inderdaad de neerslag vormen van een innerlijke monoloog, ben je daarin afwisselend Nauwe Weetal en Wijde Weetniet. Met wie vereenzelvig jij je? Wie ben je nu echt?

Hans: Je neemt het een beetje te letterlijk. Nauwe Weetal en Wijde Weetniet zijn geen personen waarmee je je kunt identificeren, maar personificaties van gedachten van het type 'zeker-weten!' en gedachten van het type 'zeker-weten?' Ook deze simplistische typologie is een bedenksel.

Claire: Van welk type?

Hans: Van het type 'zeker-weten!' als je erin gelooft en van het type 'zeker-weten?' als je er bedenkingen bij hebt.

Claire: Maar wat is je diepste wezen? Wat is je hoogste zelf? Wat is je ware aard? Wat is je oorspronkelijke gezicht?

Hans: Ik ben bekend met het jargon.

Claire: En?

Hans: Nauwe Weetal noemt mij Wijde Weetniet.

Claire: En Wijde Weetniet?

Hans: Houdt wijselijk zijn mond.

Claire: En Hans van Dam?

Hans: Is blij dat Nauwe Weetal niet langer het hoogste woord voert. Op de achtergrond en in de stiltes tussen zijn woorden waart nu de geest van Wijde Weetniet rond.

Ik bekijk mijn gedachtestroom met twee paar ogen, zou je kunnen zeggen. Of door drie ogen, als die ouderwetse beeldspraak je aanspreekt.

Clair: Je derde oog is opengegaan.

Hans: Bij wijze van spreken.

Claire: Het wijsheidsoog.

Hans: Het weidsheidsoog.

Claire: Die kende ik nog niet.

Hans: Je vindt het tussen je billen.

Billen met een oog ertussen.

^ Het wijsheidsoog.

Claire: Noem dat maar weids.

Hans: Het is maar beeldspraak, hè. Ik had net zo goed kunnen zeggen dat mijn ogen voorgoed zijn dichtgegaan. Of dat ik alles perifeer zie. Dat ik met facetogen kijk.

Claire: En waarvoor staan al die ogen?

Hans: Een denken dat zichzelf ziet.

Claire: Wat is een denken dat zichzelf ziet?

Hans: Een denken dat zichzelf doorziet.

Claire: Wat als het denken zichzelf doorziet?

Hans: Dan weet het niet meer wat het ziet.

307. Niet-weten is een gekkenhuis

Deel 11 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Zouden we niet beter af zijn zonder Nauwe Weetal?

Hans: Vraag maar aan Nauwe Weetal.

Claire: Wat zal hij zeggen?

Hans: Jouw Nauwe Weetal of de mijne?

Claire: De mijne zegt, 'Weg met Nauwe Weetal!'

Hans: De mijne zegt, 'Dat zou een dooie boel worden.'

Claire: En wat zegt jouw Wijde Weetniet?

Hans: Hetzelfde als jouw Wijde Weetniet.

Claire: Te weten?

Hans: Luister.

...

Claire: Ik hoor niks.

Hans: Ja, dat kun je wel aan Wijde Weetniet overlaten.

Claire: Nog even over de schrijverij. Wat is nu precies het verschil tussen een normale tekst over niet-weten en een dwaaltekst?

Hans: Het verschil tussen Nauwe Weetal en Wijde Weetniet. De eerste zegt het, de tweede doet het. De eerste speelt het, de tweede is het. Een dwaaltekst is een demonstratie van niet-weten, dat zich nu eenmaal niet in beweringen laat vangen.

Claire: Omdat de Waarheid voorbij de woorden is.

Hans: Ik heb geen waarheid, laat dat nu eindelijk eens tot je doordringen.

Claire: Omdat niet-weten voorbij de woorden is.

Hans: Uiteindelijk wel. Maar dat komt juist doordat het geen waarheid is.

Claire: Je kunt het alleen maar demonstreren.

Hans: En dan nog.

Claire: Door dingen te roepen en te herroepen.

Hans: Door balletjes op te gooien en weg te slaan.

Claire: En dan maar hopen dat de lezer begrijpt dat het om het wegslaan gaat.

Hans: Er zijn altijd lezers die zich blindstaren op het opgooien. 'Maar Hans, je zei toch dat...' Zoals er altijd lezers zijn die zich blindstaren op het wegslaan. Alsof het een misdaad tegen de mensheid is, of een heldendaad.

Claire: Zou je niet beter in één klap alle ballen kunnen wegslaan?

Hans: 'Zouden we niet beter af zijn zonder Nauwe Weetal?'

Claire: En dan voorgoed in niet-weten verblijven?

Hans: Welkom in het gekkenhuis.

Honkballer die tot zijn schrik een heleboel ballen op zich af ziet komen.

^ Zou je niet beter in één klap alle ballen kunnen wegslaan?

308. Niet-weten laat zich niet in woorden vangen

Deel 12 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Schrijf jij nooit eens een normale tekst over niet-weten?

Hans: Wat heeft dat voor zin? Een 'normale' tekst is een kansloze poging om het niet-weten toch in beweringen te vangen. Er een Waarheid van te maken, een Werkelijkheid, een Wijsheid, een Weg, een Weten. Waar jij steeds op uit bent.

Claire: Niet-weten laat zich niet vangen.

Hans: Ook niet in het woord niet-weten.

Claire: Geef eens een voorbeeld van een kansloze poging om het niet-weten toch in beweringen te vangen.

Hans: 'Het leven is een mysterie.'

'Gods wegen zijn wonderbaarlijk.'

'We moeten al onze oordelen voor onbepaalde tijd opschorten.'

'Wij weten niets.'

'We moeten in overgave leven.'

'Waarheid bestaat niet.'

'Er zijn geen antwoorden.'

'Er is geen verhaal.'

'Er zijn alleen maar verhalen.'

'Alles is relatief.'

'Alles is subjectief.'

'We zien de dingen niet zoals ze zijn maar zoals wij zijn.'

'De hoogste kennis heeft geen object.'

'Ik ben de kenner, niet het gekende.'

'Subject is object.'

'Vorm is leegte, leegte is vorm.'

'Alles is leeg, zelfs de leegte.'

'Ik ben die ik ben.'

'Ik ben.'

'Ik ben niet.'

'Het is altijd een complex van factoren.'

'Alles ontstaat afhankelijk.'

'Alles is vergankelijk.'

'Dingen zijn processen.'

'Er zijn geen dharma's en geen niet-dharma's.'

'De volmaakt verlichte is één met de wet van oorzaak en gevolg.'

Claire: 'Gate gate paragate parasamgate.'

Hans: 'Nergens vind je onderdak.'

Claire: 'De Waarheid is voorbij de woorden.'

Hans: Enzovoort.*

* Lees ook: Drieëndertig eufemismen voor niet-weten (in het Witboek Niet-Weten).

Claire: Tegen beter weten in.

Hans: Dat wordt weleens vergeten.

Claire: Zijn jouw dwaalteksten als demonstratie van niet-weten geslaagd?

Hans: Voor mij doen ze het, maar je kunt een tekst nooit dichttimmeren. Wie parels van wijsheid zoekt, zal parels van wijsheid vinden, ook in mijn dwaalteksten.

Claire: Is dit nieuw, deze manier van schrijven?

Hans: Welke manier van schrijven?

Claire: De tegenstrijdigheden, de omkeringen, de zelfspot, dat rare woordgebruik – de onverbloemde flauwekul?

Hans: Die manier van schrijven is van alle tijden. Denk aan klassieke taoïstische geschriften als de Zhuang Zi en de Liezi. Denk aan koancollecties als de Linji-lu, het Boek van Sereniteit, de Poortloze Poort. Denk aan Samuel Beckett, Monty Python, Toon Hermans, Kees van Kooten en Wim de Bie, Armando en Cherry Duyns.

Claire: Die schreven allemaal over niet-weten?

Hans: Joost mag weten waar ze allemaal over schreven.

Claire: En daar wou jij je mee meten?

Hans: Meten is weten. Als schrijver kan ik in ieders schaduw staan.

Claire: Hoe dat zo?

Hans: Ik kan niet vertellen, ik kan niet verklaren, ik kan niet verleiden, ik kan niet inspireren en ik ben zo bot als mijn broer.

Claire: Je kunt niet met woorden schilderen, dat kan ik beamen.

Hans: Ik kan er alleen maar mee schieten.

Claire: Je bent geen penseel, je bent een pistool.

Hans: Een rare kwast met een repeteergeweer. Ratatata!

Claire: Altijd prijs.

Hans: Altijd mis.

Kunstenaar die met een mitrailleur een agnosticon (Ø) in een schildersdoek schiet.

^ Een rare kwast met een repeteergeweer.

309. Voor nachtdieren is er niets zo licht als de duisternis

Deel 13 van een interview in 13 delen over de onzienlijke lichtheid van niet-weten en de weidsheid voorbij alle wijsheid.

Claire: Is het niet saai om steeds over niet-weten te schrijven?

Hans: Saai? Ik vind het heerlijk. Een cadeautje van het leven. Zoiets verzin je niet. Ik had heel andere plannen met mezelf. Ik had plannen met mezelf. Ik had mezelf. Moet je nu zien.

Claire: En over niet-weten lezen?

Hans: Die tijd is voorbij.

Claire: Vond je het interessant?

Hans: Ik vond het slaapverwekkend, als ik er al iets van snapte.

Claire: Wat las je zoal?

Hans: De Upanishads. The record of Linji, inclusief voetnoten. De wereld als wil en voorstelling. De Shobogenzo. De Hartsoetra. De Diamantsoetra. De Vimalakirtisoetra. Zo sprak Zarathoestra. Transmissie en transcendentie. Transformations of consciousness...

Claire: Zware kost.

Hans: Niet om door te komen.

Claire: 'Niet om door te komen, de Poortloze Poort.'

Hans: Gelukkig hoefde ik die alleen maar te schrijven.

Claire: Daar heb je lol in.

Hans: Ik zit er vaak bij te gniffelen.

Claire: Niet bulderen?

Hans: Gniffelen. Niet-weten is geen ernstige zaak maar het is ook weer niet om je dood te lachen.

Claire: Wat is wel een ernstige zaak?

Hans: God is een ernstige zaak. Metafysica. Verlichting. Satsang. Retraites. Zitkussens. Leerstoelen. Retraites. Zwijgplicht. Juist spreken. De bodhisattvagelofte. Seksuele onthouding. Vasten...

Claire: Niet-weten is licht verteerbaar.

Hans: Niet-weten is tien pond scheten.

Claire: Jij bent een vlieggewicht geworden.

Hans: Een windje in de wind.

Claire: Wat is in jouw visie de grootste verdienste van je dwaalteksten?

Hans: Dat ze zonder verdienste zijn.

Claire: Kom kom.

Hans: Dat ze niet gebukt gaan onder enige wijsheid. Zonder in cynisme, sarcasme, fatalisme of nihilisme te vervallen.

Claire: Jezelf verduisterd noemen vind ik vrij cynisch.

Hans: Voor nachtdieren is er niets zo licht als de duisternis.

Claire: Wat heb jij toch tegen wijsheid?

Hans: Ik heb niets tegen wijsheid. Hang voor mijn part je hele huis vol spreuken. Maak er stenen tafelen van. Bouw er een religie omheen. Mijn zegen heb je.

Claire: Maar?

Hans: Dan heb je wel het punt van niet-weten gemist.

Claire: Welk punt?

Hans: Geen punt.

Zwarte wervelende figuurtjes die niet samenkomen in een punt.

^ Het punt van niet-weten.

310. Klein portret van Meester Minder

De mond van Meester Minder

Ondanks zijn naam heeft Meester Minder best een grote mond, dat is je vast niet ontgaan.

Die grote mond staat voor zijn geest: bij dag een zwart gat waarin alles verdwijnt, bij nacht een wit gat waarin alles verbleekt.

Behalve zijn grote mond heb je denk ik ook na driehonderd dwaalteksten nog steeds geen idee hoe Meester Minder eruitziet, je eigen projecties daargelaten. Ik eerlijk gezegd ook niet.

Graag had ik een portret van Meester Minder in dit boek opgenomen, helaas kwam ik te laat op het idee. Dat zit zo.

Het imago van Meester Minder

Naarmate Meester Minder minder werd werd hij meer meester, zoals dat gaat met dwaalgidsen.

Omdat hij pertinent niet op de zaken vooruit wilde lopen begon hij zich pas Meester Minder te noemen toen hij tot het formaat van een punt was geslonken – nog net zichtbaar voor het blote oog.

Ik zou je kunnen laten zien hoe hij eruit zag toen hij zichzelf nog niet Meester Minder noemde, maar dan zie je niet Meester Minder zelf maar zijn voorstadium, Meester Minder niet-zelf, het imago dat nog nimf moet worden, daar heb je niets aan.

Of ik kan je Meester Minder laten zien zoals hij er nu uitziet, maar dan zie je hem nog niet, want hij is inmiddels kleiner dan een quark, en er gaan heel wat quarks in de punt van een zin en ontelbaar veel in het punt van een zin, daar is geen beginnen aan.

Het punt van Meester Minder

Voordat hijzelf volledig uit beeld verdween, of moet ik zeggen, voordat zijn ledigheid vol in beeld kwam, was Meester Minder korte tijd zo klein als de punt achter deze zin.

Het zou ons daarom niet moeten verbazen als alle punten in dit boek Meester Minder voorstellen vlak voordat hij microscopisch werd.

Laten we de proef op de som nemen en de punt achter deze zin eens flink uitvergroten.

Ach, kijk nou!

Droste-effect van een zwarte smiley met witte ogen, neus en mond, waarvan de neus een witte smiley is met zwarte ogen, neus en mond enzovoort.

^ Meester Minder als punt (x 100).

De neus van Meester Minder

Het eerste wat opvalt aan het portret van Meester Minder is zijn neus.

Aan die neus te zien is het kleiner worden van Meester Minder geen geleidelijk proces, maar verloopt het kwantummechanisch, een duur woord voor sprongsgewijs, een goedkoop woord voor kwantummechanisch enzovoort.

Bij iedere sprong verliest Meester Minder zijn hoofd, hieronder weergegeven in lichtgrijs, en blijft alleen zijn neus over.

Dezelfde smiley in lichtgrijs, behalve de neus.

^ En blijft alleen zijn neus over (x 100).

Wezenlijk gaat er daarbij niets verloren, want de neus is de meester, alleen wat kleiner. De preformationisten zaten er dus minder ver naast dan wij denken, al was het dan op een leerstoel.

Tijdens de metamorfose van de meester in zijn neus neemt zijn leegte toe zonder dat zijn vorm afneemt, een onweerlegbaar bewijs voor de non-identiteit van vorm en leegte. De zenboeddhisten zitten er dus verder naast dan ze denken, al is het dan op een kussen.

Het lot van Meester Minder

Als we zijn neus uitvergroten en de rest van zijn hoofd helemaal weglaten, zien we het negatief van Meester Minder, ter grootte van (om en nabij) een kwart punt.

Droste-effect van een witte smiley met zwarte ogen, neus en mond, waarvan de neus een zwarte smiley is met witte ogen, neus en mond enzovoort.

^ Meester Minder als negatief (x 400).

Als we zijn neus nogmaals uitvergroten en de rest van zijn hoofd opnieuw weglaten, zien we weer het positief van Meester Minder, ditmaal ter grootte van een zestiende punt.

Droste-effect van een zwarte smiley met witte ogen, neus en mond, waarvan de neus een witte smiley is met zwarte ogen, neus en mond enzovoort.

^ Meester Minder als positief (x 1600).

Hij heeft nu sinds hij een volle punt was twee keer zijn hoofd verloren en je ziet, het deert hem niet.

Zo wordt Meester Minder stapje voor stapje minder, maar niet anders, misschien tot in het oneindige.

Omdat ik zelf wel graag op de zaken vooruit loop, vraag ik me nu al af of Meester Minder in gindse oneindigheid tot louter niets gereduceerd zal worden of dat er altijd iets van hem overblijft, hoe gering ook. Wat denk jij?

O, word je draaierig van oneindigheidsvragen. Dan heb ik een paar wezensvragen voor je, ga ze maar gauw beantwoorden met ja of nee, dat heet religie en meestal helpt het wel.

Het wezen van Meester Minder

Telkens wanneer Meester Minder minder wordt wisselt hij van tint: van zwart met witte gelaatstrekken naar wit met zwarte gelaatstrekken.

In zijn zwarte hoedanigheid kijkt Meester Minder je schalks aan, in zijn witte hoedanigheid kijkt hij schalks weg, terwijl er aan zijn vorm niets is veranderd. Ik snap niet hoe dat kan.

Is Meester Minder nu in wezen wit of in wezen zwart? Anders gezegd, is zijn wezen wit of zwart?

Is de verschijningsvorm van Meester Minder nu in wezen zwart of in wezen wit? Anders gezegd, is het wezen van zijn verschijningsvorm zwart of wit? En de verschijningsvorm van zijn wezen, welke kleur heeft die?

Is het de aard van Meester Minder om je aan te kijken of om weg te kijken? Of is het eerder onze aard om zus of juist zo naar hem te kijken?

Aangenomen dat er in het oneindige iets van hem overblijft, zal Meester Minder dan uiteindelijk zwart worden met witte trekken of wit met zwarte trekken? Zal hij je uiteindelijk aankijken of wegkijken?

Aangenomen dat er in het oneindige, niets van Meester Minder overblijft, wat is dan zijn eindkleur en heeft hij dan nog trekken? Zal hij nog eens omkijken of hebben wij het nakijken?

Zo blijken wezensvragen toch weer oneindigheidsvragen en omgekeerd. Ook dat heet religie en meestal helpt het niet.

Teruglezen: De dualist (eerder in dit Witboek Verlichting).

311. Verlichting is je kleinheid realiseren

'Ben jij verlicht, Hans?'

'Hè?'

'Of je ontwaakt bent.'

'Vanmorgen nog.'

'Wat heb je gerealiseerd?'

'Geen idee.'

'Je Boeddhanatuur? Je Ware Aard? Je Oorspronkelijke Gezicht? Big Mind? Het Zelf?'

'Daar weet ik allemaal niets van.'

'Wat dan wel?'

'Dat zeg ik.'

'Heb ik iets gemist?'

'Mijn kleinheid dan maar.'

'Jij hebt je Kleinheid gerealiseerd?'

'Met een kleine letter.'

'Vergeleken met wat?'

'Een hoofdletter.'

'Verwijs je daarmee naar afhankelijk ontstaan? Interzijn? Het Absolute? Non-dualiteit? Het Goddelijke?'

'Daar weet ik allemaal niets van.'

'Ook al niet?'

'Kan ik het helpen.'

'Bedoel je soms dat zoiets niet bestaat?'

'Weet ik dat.'

'Nou, daar kun je mee voor de dag komen.'

'Alsof ik voor de dag wil komen.'

'Hoe klein ben jij wel niet?'

'Je mag me gerust een nul noemen.'

'Verwijs je daarmee naar het Niets? Sunyata? Anatman? Maya? Bewustzijn?'

'Daar weet ik...'

'Allemaal niets van, ja ja.'

'Voilà.'

'Wat blijft er dan nog over?'

'Waarvan?'

'Kleinheid, zei je toch?'

'Om ervan af te zijn.'

'Dus jij bent niet verlicht?'

'Hè?'

312. Masters of the universe

Spelende wijs.

'Wat is jouw favoriete lectuur, Hans?'

'Ik lees niet veel meer.'

'En vroeger?'

'Las ik alles wat los en vast zat.'

'Noem eens wat.'

'Ik heb eens een jaar lang Perry Rhodan gelezen.'

'Science-fiction?'

'Je moet toch wat.'

'Ik bedoelde eigenlijk op het gebied van religie en spiritualiteit.'

'Ik zie het verschil niet.'

'Wat is er spiritueel aan Perry Rhodan?'

'De lezer.'

'Wie was je favoriete karakter?'

'Gucky.'

'Gekkie?'

'Een pratende muisbever die alleen maar wil spelen en tuk is op wortelen.'

'Niet Perry Rhodan?'

'Stel je voor.'

'Waarom niet?'

'Rhodan is de held.'

'Master of the Universe.'

'Dat denkt hij tenminste.'

'Jij denkt van niet?'

'Het is maar een verhaal.'

'En jij bent tuk op wortelen.'

'En ik wil alleen nog maar spelen.'

'Wat is iemand die alleen nog maar speelt?'

'Master of the Universe.'

313. Verlichting? Je bent er als je er klaar mee bent

Meester Minder zegt:

Grootheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Kleinheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Waarheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Wijsheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Non-dualiteit?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Eenheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Satsang?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Kenleer?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Zijnsleer?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Het paradijs?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Vrijheid?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Mystiek?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Zelfonderzoek?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Leerstellingen?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Credo's?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Koans?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Geloften?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Meditatie?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Mantra's?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Spreuken?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Onthechting?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Leegte?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Retraites?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Citaten?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Leraren?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Leerlingen?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Niet-weten?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Verlichting?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Overal klaar mee zijn?

Je bent er als je er klaar mee bent.

Straatlantaarn die duisternis verspreidt.

^ Verlichting? Je bent er als je er klaar mee bent.

314. Licht uit, spot aan

Eén van de acht.

'Wat is verlichting, Hans?'

'Ik zou het ook niet weten.'

'Waarom begin je er dan steeds over?'

'Ik begin er nooit over.'

'Waarom ga je er dan maar over door?'

'Omdat anderen er maar niet over ophouden.'

'Wie bijvoorbeeld?'

'Jij bijvoorbeeld.'

'Anders zou je erover zwijgen?'

'Ik heb niets met verlichting.'

'Waar heb je wel iets mee?'

'Geen idee.'

'Misschien moet je er een boek over schrijven.'

'Er hoeft alleen nog maar een kaft omheen.'

'De teksten heb je al?'

'Dat wil je niet weten.'

'En de titel?'

'Ik bedenk ze aan de lopende band.'

'En, welke gaat het worden?'

'Licht uit, spot aan.'

Zie ook: Eén van de acht (in de Wikipedia).

315. Het edele achtvoudige pad naar verlichting

Lopende band met acht identieke boeddha's, waarvan de voorlaatste licht geeft en de laatste van de band af valt.

^ Het edele achtvoudige pad naar verlichting.

316. Wat je ook dacht was een greep naar de macht

Meester minder telt nog één keer tot acht.

Leerling: De Waarheid laat zich in acht woorden vangen.

Meester: Dat waren er negen.

Leerling: Lolbroek.

Meester: Grapjurk.

Leerling: Wilt u de Waarheid in acht woorden nu horen of niet?

Meester: Hou me niet langer in spanning.

Leerling: Iedere gedachte is een greep naar de macht.

Meester: Deze dan ook.

Leerling: Lolbroek.

Meester: Grapjurk.

Leerling: Begrijpt u wat ik bedoel?

Meester: Begrijp je wat ik bedoel?

Leerling: Nou?

Meester: Nou?

Leerling: Wou u beweren dat de gedachte dat iedere gedachte een greep naar de macht is ook een greep naar de macht is?

Meester: Wou jij beweren van niet?

Leerling: Maar dat bewijst toch dat hij waar is?

Meester: Het bewijst dat hij op zichzelf van toepassing is.

Leerling: Maar het laat toch zien waar het denken mee bezig is?

Meester: Het laat zien waar jij mee bezig bent.

Leerling: Hm.

Meester: Hm?

Leerling: Ik weet niet wat ik daarop moet zeggen.

Meester: Dat waren er acht.

317. Verlichting is een praatje pot

Beste Hans,

Begrijp ik het goed dat jij duisternis een betere metafoor vindt voor de wijsheid zonder wijsheid dan licht?

Beste Puck,

Wijsheid zonder wijsheid is een metafoor.

Puck: Dat daargelaten.

Hans: Tegen mensen die vol zijn van het licht spreek ik over duisternis. Tegen mensen die vol zijn van de duisternis spreek ik over licht. Tegen mensen die vol zijn van licht-en-duisternis spreek ik over licht-noch-duisternis. Tegen mensen die vol zijn van licht-noch-duisternis spreek ik over licht-en-duisternis.

Puck: Maar het liefst spreek je over niet-weten.

Hans: Tegen mensen die vol zijn van weten spreek ik over niet-weten. Tegen mensen die vol zijn van niet-weten spreek ik over weten. Tegen mensen die vol zijn van weten-en-niet-weten spreek ik over weten-noch-niet-weten. Tegen mensen die vol zijn van weten-noch-niet-weten spreek ik over weten-en-niet-weten.

Puck: Waarvoor is de wijsheid zonder wijsheid volgens jou een metafoor?

Hans: Vraag dat maar aan een wijze zonder wijsheid.

Puck: Voor jou, bedoel ik.

Hans: Voor een kip zonder kop.

Puck: Voor non-dualiteit, zou ik zeggen.

Hans: Tegen mensen die vol zijn van dualiteit spreek ik over non-dualiteit. Tegen mensen die vol zijn van non-dualiteit spreek ik over dualiteit. Tegen mensen die vol zijn van dualiteit-en-non-dualiteit spreek ik over dualiteit-noch-non-dualiteit. Tegen mensen die vol zijn van dualiteit-noch-non-dualiteit spreek ik over dualiteit-en-non-dualiteit.

Puck: En tegen mensen die nergens vol of leeg van zijn?

Hans: Over het weer.

Twee mannen staan naar elkaar toe geleund te praten, hun kleren naar achteren wapperend, dus in tegengestelde richting.

^ 'Wat een tegenwind, hè?' 'Morgen krijgen we weer zijwind.'

Verder lezen: Stijlgids voor stamelaars: tetralemma (in het Witboek Niet-Weten).

318. Stillen getuigen niet

'Als jij een monnik was, wat voor een zou je er dan zijn, Hans?'

'Een stille getuige.'

'Waarom hou je dan je mond niet?'

'Omdat mensen me van alles in de mond leggen.'

'Wat voor mensen bijvoorbeeld?'

'Mensen zoals jij bijvoorbeeld.'

'Jiddhu Krishnamurti noemt stil getuigen keuzeloos gewaar zijn.'

'Noem dat maar stil.'

'Jij vindt het gelul.'

'Zie je wel dat je me van alles in de mond legt?'

'Wat wil je dan zeggen?'

'Alsof ik wat wil zeggen.'

'Dat je niets wil zeggen, toch?'

'Dan zou ik dat toch zeggen?'

'Waarom hou je dan je mond niet?'

'Daarom hou ik nou mijn mond niet.'

319. De geest groef zich in, de geest groef zich uit

'Wat was jouw weg, Hans?'

'Contractio mentis, dilatatio mentis.'

'Pardon?'

'De geest groef zich in, de geest groef zich uit.'

'En jij dan?'

'Ik dacht dat ik die geest was.'

'Nu niet meer?'

'Ik kan wel zoveel denken.'

'Er is alleen nog maar geest?'

'Ook uitgegraven.'

'Hoe zit het met ascese? Caritas? Meditatio? Contemplatio? Heb jij geloften afgelegd? Wat heb je allemaal gepraktiseerd?'

'Ik heb alleen maar geprakkiseerd.'

'Anders niets?'

'Een doorn verwijderd met een doorn.'

'Wat was de doorn?'

'De geest houdt de geest in zijn greep, de geest helpt de geest om zeep.'

'De geest was de doorn?'

'En de doorn gaf de geest.'

'Contractio mentis, dilatatio mentis.'

'Dan lijkt het nog wat.'

'En dat was jouw weg?'

'En weg was de weg.'

Silhouet van denker met een doorn op zijn hoofd.

^ Een doorn verwijderd met een doorn.

320. Een kind weet wat niet-weten is

Meester Minder zegt:

Een worm weet wat niet-weten is
Een vis weet wat niet-weten is
Ook ik weet wat niet-weten is
Totdat ik het wil weten

Geen mens weet wat niet-weten is
Geen god weet wat niet-weten is
Want weten wat niet-weten is
Is nevernooit niet-weten

Een aap weet wat niet-weten is
Een kind weet wat niet-weten is
Ook jij weet wat niet-weten is
Al wil je het niet weten

321. Verlichting is een dwaling in een emmer snot

Leerling: Steeds denk ik dat ik het doorheb en dan ontglipt het me weer.

Meester: Het gaat niet om het doorhebben.

Leerling: Waar dan wel om?

Meester: Om het ontglippen.

Leerling: Maar daar heb je toch niets over te zeggen?

Meester: Krijg je het door?

Lees ook: Het leven is een paling (in het Witboek Niet-Weten).

322. Gevallen is mijn last

Meester Minder krijgt verbeelding.

Gevallen is mijn last
De last een beter mens te moeten worden
Redder van alle levende wezens
Modelman zonder ego
Bevrijd van reactiviteit
Gekluisterd aan het juiste
Juist spreken
Juist handelen
Juist inzicht
Juiste inspanning
Juiste bewustzijn
Juiste bedoelingen
Juiste concentratie
Juist levensonderhoud
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van de onvoorwaardelijke liefde
Van de eeuwige wijsheid
Van het zuivere altruïsme
Van de milde open aandacht
Van het universele mededogen
Van het onwankelbare geweten
Van het onverstoorbare gemoed
Van louter zijn te moeten zijn
Van louter nog gewaar te zijn
Van dodelijk gewoon te zijn
Van altijd maar spontaan te zijn
Goedgeefs, bevrijd van mijn en dijn
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn zogenaamde verleden
Van schuldgevoelens over gedane zaken
Van spijt over gemiste kansen
Van schaamte over vermeende blunders
De last van mijn zogenaamde toekomst
Van overspannen verwachtingen
Van mooie beloftes
Van goede voornemens
Van grootse plannen
De last van mijn zogenaamde heden
Ongeboren en doodloos zou ik zijn
Tijdloos en oneindig
Overal en alwijs
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last mezelf te moeten doorgronden
Vast te moeten stellen wie ik ben
Te moeten blijven wie ik meen te zijn
Wie anderen menen dat ik ben of hoor te zijn
Mijn verhalen actueel te moeten houden
Weg te moeten moffelen wat niet past
Mezelf tot eenduidigheid te moeten dwingen
Vrij van ruis en negativiteit
Vrij van strijd en strijdigheid
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn gedachten
Gedachten als hierboven
Gedachten als hieronder
De mijne noch de jouwe
Zijn er om vast te houden
En eeuwig te herkauwen
Zo beeld ik mij soms in

Zo beeld ik mij soms in

323. Verlichting is niet pretenderen

Meester Minder heeft het niet meer.

Ik pretendeer niet dat ik verlicht ben.

Ik pretendeer niet dat ik onverlicht ben.

Ik pretendeer niet dat ik iets weet.

Ik pretendeer niet dat ik niets weet.

Ik pretendeer niet dat ik iets pretendeer.

Ik pretendeer niet dat ik niets pretendeer –

Man man, wat een spatjes weer.

324. Verlichting is tegen de lamp lopen

Meester Minder zegt:

Verlichting is tegen de lamp lopen.

Waar wacht je op?

Torso met kapotte gloeilamp als hoofd.

^ Verlichting is tegen de lamp lopen. Waar wacht je op?

325. De grote verlichtingstest

Wil je weten of je verlicht bent?

Beantwoord dan naar eer en geweten de volgende honderd vragen.

Weinig tijd? Doe de kleine verlichtingstest.

Geen tijd? Doe de kleinste verlichtingstest.

1. Denk je dat de verlichte ergens anders is, bijvoorbeeld in de hemel of aan gene zijde?

2. Denk je dat de verlichte buiten de tijd staat?

3. Denk je dat verlichting een gemoedstoestand is?

4. Denk je dat verlichting een ervaring is?

5. Denk je dat de verlichte het geheim van het leven kent?

6. Denk je dat de verlichte almachtig is of speciale gaven heeft?

7. Denk je dat de verlichte onthecht is?

8. Denk je dat de verlichte het leven volledig omarmt?

9. Denk je dat de verlichte vol mededogen zit?

10. Denk je dat de verlichte altijd nederig en bescheiden is?

11. Denk je dat de verlichte helemaal in het nu leeft?

12. Denk je dat de verlichte van alle problemen verlost is?

13. Denk je dat de verlichte doet door niet te doen?

14. Denk je dat de verlichte alles losgelaten heeft?

15. Denk je dat de verlichte genoeg heeft aan zichzelf?

16. Denk je dat de verlichte nooit oordeelt?

17. Denk je dat de verlichte altijd gelukkig is?

18. Denk je dat de verlichte op handen gedragen wordt?

19. Denk je dat het leven lijden is?

20. Denk je dat alle levende wezens verlost moeten worden?

21. Denk je dat er in het hele universum geen grassprietje verkeerd ligt?

22. Denk je dat je liefde bent?

23. Denk je dat je onschuld bent?

24. Denk je dat je openheid bent?

25. Denk je dat je authentiek bent?

26. Denk je dat je bewustzijn bent?

27. Denk je dat je de kenner bent?

28. Denk je dat je de bron bent?

29. Denk je dat je de waarheid belichaamt?

30. Denk je dat je altijd het juiste doet?

31. Denk je dat je goddelijk bent?

32. Denk je dat je god bent?

33. Denk je dat vrij bent?

34. Denk je dat je altijd spontaan bent?

35. Denk je dat je je gedachten niet gelooft?

36. Denk je dat dit de hemel al is?

37. Denk je dat je onsterfelijk bent?

38. Denk je dat je alles bent?

39. Denk je dat je niets bent?

40. Denk je dat je iemand bent?

41. Denk je dat je niemand bent?

42. Denk je dat je een vrije wil hebt?

43. Denk je dat vrije wil niet bestaat?

44. Denk je dat je één bent met de rest van de wereld?

45. Denk je dat het leven een mysterie is?

46. Denk je dat de werkelijkheid echt is?

47. Denk je dat de werkelijkheid een illusie is?

48. Denk je dat er een hogere werkelijkheid is?

49. Denk je dat deze werkelijkheid de hogere is?

50. Denk je dat je er een onbemiddelde werkelijkheid is?

51. Denk je dat de werkelijkheid monistisch is?

52. Denk je dat de werkelijkheid dualistisch is?

53. Denk je dat de werkelijkheid non-dualistisch is?

54. Denk je dat de werkelijkheid pluralistisch is?

55. Denk je dat de dingen leeg zijn?

56. Denk je dat er een weg naar verlichting is?

57. Denk je dat er vele wegen naar verlichting zijn?

58. Denk je dat er geen weg naar verlichting is?

59. Denk je dat bij de transmissie van meester op leerling steeds hetzelfde wordt doorgegeven?

60. Denk je dat er bij de transmissie van meester op leerling iets wordt doorgegeven?

61. Denk je dat er bij de transmissie van meester op leerling niets wordt doorgegeven?

62. Denk je dat de leerling zijn meester moet aftroeven of overtreffen?

63. Denk je dat alle godsdiensten het over hetzelfde hebben?

64. Denk je dat alle godsdiensten het over iets anders hebben?

65. Denk je dat je steeds verlichter kunt worden?

66. Denk je dat verlichting een kwestie is van alles of niets?

67. Denk je dat je na je verlichting weer terug kunt vallen?

68. Denk je dat je na je verlichting nog moet rijpen?

69. Denk je dat verlichting alleen maar bereikt kan worden via het gevoel of de intuïtie of het derde oog of de hoofdchakra of de onderbuik?

70. Denk je dat verlichting een transformatie van je huidige staat is?

71. Denk je dat verlichting een terugkeer naar je oorspronkelijke staat is?

72. Denk je dat iedereen al verlicht is maar het nog niet beseft?

73. Denk je dat verlichting een kwestie is van caritas?

74. Denk je dat verlichting een kwestie is van ascese?

75. Denk je dat verlichting een kwestie is van overgave?

76. Denk je dat je het denken overwonnen hebt?

77. Denk je dat verlichting alleen bereikt kan worden via het denken?

78. Denk je dat het denken tegen zichzelf ingezet moet worden?

79. Denk je dat de verlichte geen gedachten meer heeft?

80. Denk je dat de verlichte alleen maar positieve gedachten heeft?

81. Denk je dat je een ego hebt?

82. Denk je dat je het ego moet overwinnen?

83. Denk je dat je ego onoverwinnelijk is?

84. Denk je dat het ego alleen maar een gedachte is?

85. Denk je dat er een absolute waarheid is?

86. Denk je dat er alleen relatieve waarheden zijn?

87. Denk je dat er zelfs geen relatieve waarheden zijn?

88. Denk je dat de waarheid zich onder woorden laat brengen?

89. Denk je dat de waarheid zich alleen negatief laat omschrijven?

90. Denk je dat de waarheid voorbij de woorden is?

91. Denk je dat je beter kunt zwijgen?

92. Denk je dat je beter kunt spreken?

93. Denk je dat je kunt weten?

94. Denk je dat je niet kunt weten?

95. Geloof je in de Kosmische Grap?

96. Denk je dat deze vragen ertoe doen?

97. Denk je dat de opsteller van deze vragenlijst verlicht is?

98. Denk je dat de verlichte al deze vragen weet te beantwoorden?

99. Denk je dat de verlichte geen van deze vragen weet te beantwoorden?

100. Denk je dat je uit deze vragenlijst kunt opmaken wat verlichting is?

Dat was het.

Heb je een of meer van deze vragen proberen te beantwoorden?

Volgende keer beter.

Gebroken gloeilamp met een gezichtje.

^ Volgende keer beter.

Je mag de Grote Verlichtingstest zo vaak afleggen als je wilt.

Of probeer het eens met de kleine.

Tip: Doe ook De advaita pedantatest (in het Witboek Advaita).

326. De kleine verlichtingstest

Wil je weten of je verlicht bent? Beantwoord dan naar eer en geweten de volgende elf vragen.

1. Denk je dat je verlicht bent?

2. Denk je dat iedereen verlicht is?

3. Denk je dat iedereen verlicht kan worden?

4. Denk je dat je kunt zien of iemand verlicht is?

5. Denk je dat de verlichte het lijden voorbij is?

6. Denk je dat hij nooit meer problemen heeft?

7. Denk je dat hij anderen kan verlossen?

8. Denk je dat hij eeuwig leeft?

9. Denk je dat hij gelukkig is?

10. Denk je dat hij goed is?

11. Denk je dat hij wijs is?

Dat was het.

Heb je een of meer van deze vragen proberen te beantwoorden?

Volgende keer beter.

Je mag de kleine verlichtingstest zo vaak afleggen als je wilt.

Of probeer het eens met de kleinste.

327. De kleinste verlichtingstest

Wil je weten of je verlicht bent?

Volgende keer beter.

Je mag de Kleinste Verlichtingstest zo vaak afleggen als je wilt.

Of probeer het eens met de grote.

328. Word lichter!

Meester Minder zegt:

Kom, laat dat malle masker neer

VERLIES JE IN DE LEGE LEER

Geen welles en geen nietes meer

VERLAAT JE OP DE LEGE LEER

Vergeet je trots, vergeet je eer

VERSCHUIL JE IN DE LEGE LEER

En doet je denken toch nog zeer

ONTSPAN JE IN DE LEGE LEER

Dan neemt dit lied ineens een keer

Laat ook je laatste masker neer

Word lichter dan een donzen veer

ONTDOE JE VAN DE LEGE LEER

Sloopkogel die stukken uit een stenen agnosticon slaat.

^ Ontdoe je van de lege leer.

329. De betovering van de onttovering

Meester Minder als magiër.

Leerling: Wat is weten?

Meester: Begoocheling.

Leerling: Wat is niet weten?

Meester: Ontgoocheling.

Leerling: Bent u ontgoocheld?

Meester: Ik ben onttoverd.

Leerling: Hoe is het om onttoverd te zijn?

Meester: Betoverend.

330. Je laatste hemd heeft geen zakken

Meester Minder doet een voorspelling.

Wanneer je eindelijk verlicht zult zijn?

Als het je niets meer zegt.

331. Verlichting is helemaal het einde!

Doodshoofd met oplichtende hersenpan.

^ Verlichting is helemaal het einde.

Amen

Als je het mij vraagt is niet alleen verlichting helemaal het einde maar ook taoïsme, soefisme, advaita, mystiek, zen, niet-weten, wijsheid, spiritualiteit, bevrijding en puntje-puntje-puntje.

Wacht, ik schrijf het voor je uit.

Taoïsme is helemaal het einde!

Soefisme is helemaal het einde!

Advaita is helemaal het einde!

Mystiek is helemaal het einde!

Zen is helemaal het einde!

Niet-weten is helemaal het einde!

Wijsheid is helemaal het einde!

Spiritualiteit is helemaal het einde!

Bevrijding is helemaal het einde!

Puntje-puntje-puntje is helemaal het einde!

Zo had ik de boeken van de Agnosereeks graag genoemd, 'Puntje-puntje-puntje is helemaal het einde!'

Met het oog op de vindbaarheid op internet heb ik toch maar gekozen voor de generieke titel 'Witboek Puntje-puntje-puntje':

Witboek Taoïsme.

Witboek Soefisme.

Witboek Advaita.

...

Andere woorden, dezelfde intentie.

Verder lezen: Zen is helemaal het einde en verder (in het Witboek Zen), De dertiende maand (in het Witboek Niet-Weten) en Tussen de titels vind je de deur naar non-dualiteit (in het Witboek Advaita).

332. Ik schaam me voor alles wat ik over verlichting heb gezegd

"Wanneer het over liefde gaat, schaam ik me voor al wat ik erover heb gezegd."

(Rumi)

Ik schaam me voor alles wat ik over verlichting, ontwaken, realisatie heb gezegd.

Meer nog zou ik me schamen als ik erover had gezwegen.

Ik schaam me dat ik er zoveel over heb gezegd.

Meer nog zou ik me schamen als ik me had ingehouden.

Ik schaam me dat ik van niet-weten heb gesproken.

Meer nog zou ik me schamen als ik het voor mezelf had gehouden.

Ik schaam me dat ik me overal voor schaam.

Meer nog zou ik me schamen als ik me nergens voor had geschaamd.

^ Ik schaam me voor alles wat ik over verlichting heb gezegd.