NietWeten.nl

Wit wat je weet met het...

Witboek Advaita

Non-dualisme zonder dogma's

Deuren naar non-dualiteit

Onmogelijk hoofd.

Advaita vedanta – geloof je het Zelf? Zin en onzin van het non-dualisme. Non-dualiteit als vrijplaats tussen hemel en aarde.

Colofon

Woord: Hans van Dam.

Beeld: Lucienne van Dam.

Gewijzigd op: 12 januari 2022.

Deel 6 van de Agnosereeks.

Voorlopige omslag van de paperbackversie van het Witboek Advaita:

Voorlopige omslag van het Witboek Advaita.

^ Cover van de papieren versie van het Witboek Advaita (onder voorbehoud).

Delen van dit Witboek Advaita zijn als serie gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad, namelijk de meeste Brieven (gebaseerd op de webeditie van augustus 2018) en de Kosmische grappen (gebaseerd op de webeditie van juli 2020).

Verder lezen

Meer over verlichting lees je in het Witboek Verlichting.

In het Citatenboek Niet-Weten vind je uitspraken van onder meer Jed McKenna, Jan van Delden, Peter Ralston, Osho, Jan van den Oever, Jiddu Krishnamurti, U.G. Krishnamurti, Nisargadatta, Byron Katie, Douglas Harding, Stephen Jourdin, Alexander Smit en Tony Parsons.

Voorwoord van het Witboek Advaita

Non-dualisme zonder dogma's? Het kan.

Boeken over advaita vedanta zijn saai. Ze lijken sprekend op elkaar, net als hun schrijvers. Vaak is zo'n boek niet meer dan een serie afgezaagde satsangfragmenten lukraak achter elkaar geplakt. Heb je er één gelezen, dan heb je ze allemaal gelezen.

Het Witboek Advaita is anders. De auteur, Hans van Dam, gaat uit van de letterlijke betekenis van advaita (niet-twee) en vedanta (het einde van de wijsheid).

Hier is advaita geen idealistisch monisme maar een vraagteken bij ieder onderscheid.

Hier is vedanta geen nieuwe wijsheid maar een radicaal niet-weten.

Hier is non-dualiteit geen absolute waarheid maar een vrijplaats tussen hemel en aarde.

Geloof je het Zelf? Dat is nergens voor nodig.

Non-dualisme zonder dogma's? Het kan.

Deuren naar non-dualiteit? Loop ze plat.

Wit wat je weet met het Witboek Advaita.

22 vragen over advaita

Weet je alles al? Dan zou ik maar gauw verder lezen.

Wat is advaita?

Wat is vedanta?

Wat is non-dualiteit?

Wat is non-dualisme?

Is non-dualisme onzin?

Wat is de kosmische grap?

Ben je iemand of niemand?

Ben je de persoon of het zelf?

Ben je de doener of de getuige?

Is de wil vrij of lijkt dat maar zo?

Is het zelf alles of is het de volgende persoon?

Is alles een of niet-twee of twee of veel of geen?

Is realisatie een kwestie van zien of van doorzien?

Is het de persoon die je moet doorzien of het denken?

Is ieder onderscheid een illusie of is dat ook een illusie?

Wat is de tussenweg en waar is de deur naar non-dualiteit?

Wat is het verschil tussen advaita vedanta en advaita pedanta?

Is advaita een geloof voor dogmatici of de universele waarheid?

Is Bewustzijn een product van het denken of de voorwaarde ervan?

Is satsang een bijeenkomst in Waarheid of een kerkdienst voor gelovigen?'

Is non-dualisme een heilsweg naar Bewustzijn of een denkweg uit de mind?

Waarom zijn er in het non-dualisme zoveel leraren en zo weinig leerlingen?

Tweeëntwintig ham- en strikvragen die ik allemaal beantwoord, dat wil zeggen bevraag, in dit Witboek Advaita.

Nieuwsgierig geworden? Dan zou ik maar gauw verder lezen.

Weet je alles al? Dan zou ik maar gauw verder lezen.

Tussen de titels vind je de deur naar non-dualiteit

Non-dualiteit is lekker vies.

Een boek een naam geven is lastig, lastiger dan een kind een naam geven, wou ik zeggen, maar dat weet ik niet, want ik heb geen kinderen, en anders zou ik ze gewoon nummeren, hartstikke makkelijk, 'Nummer dertien, hou je mond!' en nummer veertien is de hond.

Voor sommige auteurs is de boektitel een probleem omdat ze geen idee hebben, voor mij is de boektitel een probleem omdat ik teveel ideeën heb, en nu ook al teveel boeken. Veertig, vijftig titelkandidaten per boek is voor mij heel gewoon, voor het Witboek Niet-Weten had ik er honderd, voor niet-weten duizend, maar dat is geen boek – juist niet.

Meestal is driekwart van de titels onder de maat, dat schiet lekker op, maar dan blijven er nog genoeg over, waarvan ik er zoveel mogelijk probeer te gebruiken, als covertitel, boventitel, ondertitel, rugtitel, voettitel, aftitel, noem maar op. Soms kan ik ook nog een paar titels verwerken in de korte boekbeschrijving, de snippet.

Die elementen moeten natuurlijk wel allemaal op elkaar afgestemd worden. Als in het ene element het woord 'advaita' of 'non-dualisme' of 'non-dualiteit' voorkomt is dat in de omringende teveel.

Voor de online versie van dit boek is de keuze gevallen op de volgende titels.

Boventitel: Wit wat je weet met het...

Covertitel: Witboek Advaita

Ondertitel: Non-dualisme zonder dogma's

Voettitel: Deuren naar non-dualiteit

De titelkandidaten 'Advaita vedanta – geloof je het Zelf', 'Zin en onzin van het non-dualisme' en 'Non-dualiteit – vrijplaats tussen hemel en aarde' heb ik verwerkt in de snippet:

Advaita vedanta – geloof je het Zelf? Zin en onzin van het non-dualisme. Non-dualiteit als vrijplaats tussen hemel en aarde.

De volgende snippet heeft ook een tijdje op NietWeten.nl gestaan:

Dubbelhartige dwaalteksten over de dualiteit van non-dualiteit en de non-dualiteit van niet-weten.

Een beetje al te alliteratief, dacht ik, en moeilijk te kraken.

Soms vind ik overgebleven titels te goed om ongebruikt te laten, dan zet ik ze boven een stukje; heb ik geen geschikt stukje dan schrijf ik het. Het omgekeerde komt ook voor, dat een tekst titelalternatieven oplevert die ik graag voor het boek had gebruikt. Voorbeelden van beide:

Advaita is: geen onderscheid weten te maken

Non-dualisme – je moet er niet aan denken

Advaita als agnose; non-dualisme zonder dogma's

Non-dualisme is het denken doorzien

Tussen waan en werkelijkheid vind je de deur naar non-dualiteit

Het einde van het non-dualisme

Non-dualisme als middenweg

Advaita is: niet vastzitten

Illusies in Bewustzijn en Bewustzijn als illusie

Waarin verschijnt het Bewustzijn?

Verlichting is wat je uitdoet bij vertrek

Golven naar de zee dragen

Het Bewustzijn voorbij; advaita zonder Grote Woorden

Waarom non-dualiteit dualistisch is

Non-dualisme is alles tussen aanhalingstekens zetten

Advaita is Sanskriet voor basta

Advaita is helemaal het einde!

Ik som deze titels op omdat ze een resumé van het Witboek Advaita vormen. Lees ze aandachtig, laat de betekenis of het gebrek eraan tot je doordringen en je hebt de grote lijn al te pakken.

Cover van het Witboek Advaita met een heleboel titels erop.

^ Tussen de titels vind je de deur naar non-dualiteit.

Mijn favoriete boektitel is Advaita als Agnose. Jammer genoeg is het woord agnose een nieuwvorming uit eigen bakkerij, bijna niemand kent het en het moet zijn weg naar het Groene Boekje en naar de zoekmachines nog vinden.*

* De tweede rechts en almaar rechtdoor tot de dageraad, volgens Peter Pan, maar dan kom je in Neverland.

Titelkandidaten die (nog) geen plek in dit boek hebben verworven, behalve soms als frase:

Vedanta is het einde van de wijsheid

Non-dualisme voor nitwits

Niet-twee, het einde van de wijsheid

Een nieuwe kijk op een oud lijk

Waarin verschijnt Bewustzijn?

Het Bewustzijn voorbij

De illusie voorbij

Maya-maya of de illusie van de illusie

Dromen van de Werkelijkheid

Dromen van het einde van het dromen

Ontwaken uit de droom van ontwaken

Die laatste titel heeft asiel aangevraagd en gekregen in het Witboek Verlichting, als afsluiter van de snippet en als kop van het stukje Ontwaken uit de droom van ontwaken.

Seks verkoopt, zeggen ze. Groot was dan ook de verleiding om de titels Opstekers voor klein geschapen mannen en Gedachte-experimenten voor groot geschapen mannen pontificaal op de cover te zetten. Door de verleiding te weerstaan heb ik alvast een excuus mocht dit boek niet lopen.

De tekst Tussen lekker en vies vind je de deur naar non-dualiteit, heette eerst 'Non-dualiteit is lekker vies' – ook niet helemaal fris als boektitel, lijkt mij, maar prima als pointe van dit stukje, wat jij.

Disclaimer voor het Witboek Advaita

Veel gesprekken en de meeste correspondenties in het Witboek Advaita zijn geïnspireerd door echte gesprekken en correspondenties, ook met advaitaleraren, die hier zoals al mijn gesprekspartners, reëel of illusoir of iets ertussenin, onder pseudoniem verschijnen.*

* Zie ook mijn Disclaimer voor de Agnosereeks (op de homepagina).

De dialoogjes tussen mij en de advaitaleraren Unmani, Jan van Delden, Jan van Rossum en Jan van den Oever* hebben nooit plaatsgevonden, behalve in mijn gedachten.

* Zie Tussen visser en Latijn vind je de deur naar non-dualiteit en verder.

Dat maakt niet uit, want volgens advaitaleraren hebben wij zelf ook nooit bestaan, behalve in onze gedachten.

Dat maakt evenmin uit, want volgens advaitaleraren hebben onze gedachten ook nooit bestaan, behalve in en als Bewustzijn.

Wat nu als Bewustzijn ook maar een gedachte is?

Dan is het allemaal één pot nat.

Niet twee.

En als dat ook maar een gedachte is?

1. Wat je minstens moet weten van advaita

Waarin de auteur van het Witboek Advaita zichzelf onbeschaamd aanprijst.

'Wat weet jij eigenlijk van advaita, Hans?'

'Minder dan wie ook.'

'Dat lijkt me geen aanbeveling.'

'Integendeel.'

Verder lezen: Hoe je een agnost aanbeveelt (in het Witboek Niet-Weten).

2. Tussen lekker en vies vind je de deur naar non-dualiteit

Wat lekker lijkt in gedachten blijkt vies in de praktijk.

Meester Tussen zegt:

Denken in termen van dit en dat is dualistisch. Dualistisch is een ander woord voor simplistisch.

Neem nou het onderscheid tussen lekker en vies:

Wat lekker is als je honger hebt is vies als je vol zit.

Wat lekker is als je dronken bent is je vies als je nuchter bent.

Wat lekker is als je heet bent is vies als je koud bent.

Wat lekker is als je zwanger bent is vies na je bevalling.

Wat lekker is als je het herkent is vies als je niet weet wat het is.

Wat lekker is als je het niet herkent is vies als je weet wat het is.

Wat lekker is bij het opstaan is vies bij het slapengaan.

Wat lekker is in het donker is vies in het licht.

Wat lekker is als kind is vies als volwassene.

Wat lekker is voor de een is vies voor de ander.

Wat lekker is met de een is vies met de ander.

Wat lekker is in de ene cultuur is vies in de andere.

Wat lekker is voor maden is vies voor mensen.

Wat lekker is in het ene opzicht is vies in een ander.

Wat lekker is kan tegelijkertijd best vies zijn.

Wat niet vies is hoeft nog niet lekker te zijn.

Wat lekker is in gedachten is vies in de praktijk.

Bestaan lekker en vies in werkelijkheid of alleen in onze waarneming? Zijn het woorden of zaken? Karakteriseren ze het object of het subject?

Of is het onderscheid tussen werkelijkheid en waarneming, tussen woord en zaak, tussen object en subject ook weer dualistisch?

Tussen lekker en vies vind je de deur naar non-dualiteit.*

* 'De dharmadeur naar non-dualiteit' is de titel van hoofdstuk 8 van de Vimalakīrtisoetra.

Erotisch fantasiefiguur.

^ Non-dualiteit is lekker vies.

Lees ook: Waarom de wet van de uitgesloten derde niets uitsluit (in het Witboek Verlichting).

3. Advaita vedanta: Atman is Brahman

Wat betekent dualisme en tegen welk soort dualisme ageert het non-dualisme?

De Sanskriet term advaita vedanta is een verkorting van a-dvaita veda-anta en betekent letterlijk niet-tweeheid wijsheid-einde.

Advaita vedanta, non-dualisme, is de tegenhanger van dvaita vedanta, dualisme.

In het westen kan het woord dualisme naar verschillende ideeën verwijzen:

Dat de mens uit twee onherleidbare substanties bestaat, lichaam en geest.

Dat de werkelijkheid uit twee onherleidbare substanties bestaat, stof en geest.

Dat de werkelijkheid uit twee onherleidbare tegenpolen bestaat, subject en object.

Dat de werkelijkheid uit paren van tegenstellingen bestaat (krachten, eigenschappen).

Dat tegenstellingen alleen bestaan in het discursieve denken, niet in de werkelijkheid.

De Indiase leer dvaita vedanta heet dualistisch omdat de persoonlijke ziel, ofwel het persoonlijke bewustzijn, Atman, volgens deze hindoeïstische vedantaschool absoluut gescheiden zou zijn van de alziel, het universele albewustzijn, Brahman.

Volgens een andere Indiase leer, advaita vedanta, is de individuele ziel, Atman, geen andere dan de alziel, Brahman.

Over die laatste leer en hedendaagse westerse variaties erop gaat het Witboek Advaita.

De westerse variaties worden soms collectief neo-advaita genoemd, vaak non-dualisme en steeds vaker nondualisme.*

* Voor het juiste gebruik van het koppelteken zie niet weten, niet-weten of nietweten? (in het Witboek Niet-Weten).

4. Neo-advaita: de kenner is het gekende

Wat ben je liever, afgescheiden of eenzaam?

Eind vorige eeuw is de religieuze terminologie van Atman en Brahman door met name Angelsaksische en Nederlandstalige nieuwlichters vrij vertaald in begrippen die makkelijker in het westerse gehoor liggen, zoals kleine ik en grote ik, het ego en het zelf, de doener en de getuige.

De non-dualistische kosmologie is vereenvoudigd tot een nieuwetijdse psychosofie met de volgende strekking:

Wie zich identificeert met zijn persoon is het overzicht kwijt. Hij is afgescheiden geraakt van het universele zelf. Hij is ten onrechte gaan geloven dat hij een klein radertje is in het reusachtige mechaniek van een stoffelijke wereld, die al bestond voordat hij werd geboren en blijft bestaan nadat hij is overleden.

Afgescheidenheid is een illusie. In werkelijkheid bevind jij je niet in de wereld, maar bevind de wereld zich in jou. Jijzelf ben het ene Bewustzijn (de Bron, Openheid, Liefde, God, het Ene, de Ene, Essentie). Daarin verschijnen jouw persoon, de wereld en je zoektocht naar jezelf en naar de zin van het leven als een verhaal in een boek, een film op een doek.

Je bent niet het verhaal maar het boek. Niet de film maar het doek. Niet het gekende maar de kenner. Of eigenlijk allebei, want het gekende is een voorbijgaande manifestatie van de kenner. Zelfs stof is een gezicht van de geest – een droom waar een eind aan komt. Rozen verwelken, schepen vergaan, maar Bewustzijn blijft altijd bestaan.

Dit beseffen heet verlichting. Ontwaken tot je ware aard. Realisatie van het ware zelf.

Ziedaar neo-advaita in een notendop, een tweede kun je er niet mee vullen.

Hoe je het ook verpakt, als religie, filosofie of psychologie, in de gedragen terminologie van de klassieke geschriften, in de jubeltaal van bejaarde nieuwetijdskinderen of in hedendaagse hapklare Happinezbrokjes – de centrale dogma's van advaita zijn de absolute eenheid van het schijnbaar menigvuldige en het geestelijke karakter van het schijnbaar stoffelijke.

Metafysisch gezien is advaita een idealistisch monisme. Geen non-dualisme dus, in de letterlijke zin van het woord.

Je kunt advaita ook fatalistisch solipsisme noemen. Dan is de film een doekje voor het bloeden. Met in de hoofdrol en in alle bijrollen, in de rekwisieten en in alle locaties, het eenzame universum als tijdloze toeschouwer van zichzelf.

Nu, wat ben je liever:

Afgescheiden of eenzaam?

5. Meester tussen Atman en Brahman

Is Atman Brahman?

Leerling: Wat is het verschil tussen Atman en Brahman?

Meester: Is er een verschil tussen Atman en Brahman?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen Atman en Brahman?

Meester: Is er een overeenkomst tussen Atman en Brahman?

Leerling: Wat is de relatie tussen Atman en Brahman?

Meester: Is er een relatie tussen Atman en Brahman?

Leerling: Wat is Atman van zichzelf?

Meester: Is Atman wat van zichzelf?

Leerling: Wat is Brahman van zichzelf?

Meester: Is Brahman wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

6. Wie is Meester Tussen?

Eerste kennismaking met de Tussenmeester.

Uw gastheer (m/v) in het Witboek Advaita is Meester Tussen en dit is zijn pasfoto:

Vergeelde pasfoto van het onmogelijke hoofd van Meester Tussen.

^ Pasfoto van Meester Tussen.

Is er in dit boek een meester aan het woord dan is het meestal Meester Tussen en is er geen meester aan het woord dan is het meestal Meester Tussen, dus dat kan niet missen.

Behalve een pasfoto bestaat er ook een postzegel van Meester Tussen, met een waarde van nul cent, verkrijgbaar in alle kleuren van de regenboog.

Zolang je er niet aan likt blijft hij niet kleven en behoudt hij zijn waarde.

^ Postzegelvel met de beeltenis van Meester Tussen in tien verschillende kleuren vanuit twee verschillende hoeken.

Los van zijn postzegel kun je Meester Tussen herkennen aan zijn gedrag. Hij hangt tussen hemel en aarde, houdt het midden tussen mal en dwaas, spreekt tussen neus en lippen, leest tussen de regels door, zeilt tussen de klippen door, vist tussen de mazen van het net, krijgt overal spelden tussen, gaat er steeds van tussen en neemt iedereen ertussen, ook zichzelf.

De spirituele naam van Meester Tussen is Meester Tussen. In het geboorteregister heet hij al zijn hele leven Adelbert Interim, roepnaam Ad.

7. Advaita voor postzegelverzamelaars

Elf zegels om te verbreken.

Meester Tussen zegt:

Non-dualisme is een postzegel. Zolang je er niet aan likt blijft het niet kleven en behoud je je vrijheid.

Non-dualiteit is een postzegel. Zolang je er niet aan likt blijft ze niet kleven en behoud je je vrijheid.

Het ego een postzegel. Zolang je er niet aan likt blijft je niet kleven en behoud je je vrijheid.

Het zelf is een postzegel. Zolang je er niet aan likt blijft ze niet kleven en behoud je je vrijheid.

Leraren zijn postzegels. Zolang je er niet aan likt blijven ze niet kleven en behoud je je vrijheid.

Geschriften zijn postzegels. Zolang je er niet aan likt blijven ze niet kleven en behoud je je vrijheid.

Begrippen zijn postzegels. Zolang je er niet aan likt blijven ze niet kleven en behoud je je vrijheid.

Kennis is een postzegel. Zolang je er niet aan likt blijft ze niet kleven en behoud je je vrijheid.

Wijsheid is een postzegel. Zolang je er niet aan likt blijft ze niet kleven en behoud je je vrijheid.

Niet-weten is een postzegel. Zolang je er niet aan likt blijft het niet kleven en behoud je je vrijheid.

Vrijheid is een postzegel. Zolang je er niet aan likt blijft ze niet kleven en hoef je haar niet te behouden.

Lees ook: Het Boek met Zeven Zegelen en verder (in het Witboek Mystiek).

8. Advaita is: geen onderscheid weten te maken

Dan hou je alleen nog maar tussenvormen en grensgebieden over.

Advaita vedanta gaat over onderscheidingen. Over dualiteiten, tegenstellingen, verschillen, ongelijkheden, afbakeningen, indelingen, klassen, grenzen, hokjes, heilige huisjes.

Ervan uitgaand dat alles één is, moet ieder onderscheid wel een illusie zijn. Waanzin, zou je zeggen, domme spiripraat, maar zo vergezocht is dat idee nu ook weer niet.

Op het eerste gezicht lijkt alles duidelijk van elkaar scheiden, bij nader inzien niets. Wie zichzelf zoekt vindt de ander en omgekeerd. Wie het subject zoekt vindt het object en omgekeerd. Wie alles van alle kanten bekijkt, vindt niets dan tegenspraken, overgangen en dubbelzinnigheden.

Alles ontstaat en bestaat afhankelijk van al het andere, zeggen ze in het boeddhisme. Alles is leeg; niets heeft een eigen wezen, ziel of essentie.

Alles is een illusie, zeggen ze in het non-dualisme. Niets is echt, de wereld is een droom.

Hoe langer je nadenkt over de verschillen tussen de tienduizend dingen, hoe meer overgangsvormen je vindt en hoe onduidelijker de grenzen blijken te zijn. Uiteindelijk hou je alleen nog maar tussenvormen en grensgebieden over.

Dan ben je niet langer in staat onderscheid te maken – niet echt.

Dan ben je niet langer in staat heilig te geloven in de onderscheidingen die evengoed in je blijven opkomen.

Dan is alle land niemandsland.

Dan kun je oprecht spreken van a-dvaita. Niet-twee. Non-dualiteit.

9. Non-dualisme is een uitnodiging om je kennis door te lichten

Over het verschil tussen een dode leer en een lege leer.

Advaita is: geen onderscheid weten te maken.

Natuurlijk helpt het geen zier als ik dat zeg en jij het zonder meer van me aanneemt.

Non-dualisme is geen feit om toe te voegen aan je weetjes, geen woord om toe te voegen aan je begrippen, geen hokje om je hokjesgeest mee uit te breiden, geen huisje om te heiligen.

Non-dualisme is een uitnodiging om je heilige weetjes, je heilige woordjes, je heilige hokjes en je heilige huisjes tegen het licht te houden.

Zitten ze potdicht? Dringt er niets van buiten door? Dan zie je alleen nog maar je eigen verhaal. Dan heb je alleen nog maar gelijk. Dan is er geen beginnen aan. Dan kun je het Witboek Advaita net zo goed weggooien, tegelijk met de rest van je lectuur, en de rest van je leven naar je eigen projecties gaan zitten staren.

Zitten er gaten in? Kun je naar buiten kijken? Wat zie je daar? Zie je iets? Kijkt er iets of iemand terug? Ben je het zelf of Zelf? Zie je wat of doorzie je wat? Waar houdt binnen op en begint buiten?

Ik zeg niets. Je moet het zelf onderzoeken. Minutieus. Stukje bij beetje. Keer op keer. Anders blijft het aangenomen kennis – een dode leer.

Non-dualisme is geen aangenomen kennis. Non-dualisme is verworven onwetendheid – een lege leer.

Lees ook: Je kunt je gedachten onderzoeken – is dat waar? en verder (in Byron Katie voor Workaholics).

10. Non-dualisme – je moet er niet aan denken

Spiritualiteit is geen spelletje.

Non-dualisme is geen aangenomen kennis. Non-dualisme is verworven onwetendheid – een lege leer.

Reken dus maar niet op een ommekeer, voorlopig niet. Je mentale thuis staat als een huis. Het mijne stond als een fort, dikke muren, steunberen, schietgaten. Ik bouwde eraan terwijl ik het afbrak, dat schoot niet op.

Non-dualisme is demonteren, ontmantelen, slopen. Vragen en doorvragen tot je bij God niet meer weet hoe alles nog heet.

Precies op dat moment wordt dvaita advaita, veda vedanta, dualiteit non-dualiteit, dualisme non-dualisme.

Precies op dat moment zit je alweer vast.

Vast in het onderscheid tussen dvaita en advaita, veda en vedanta, dualiteit en non-dualiteit, dualisme en non-dualisme.

Vast in je nieuwe identiteit van non-dualist, van de kenner van het gekende, van het ware, universele zelf.

Vast in het verhaal van je zogenaamde realisatie.

Precies op dat moment wordt spiritualiteit een spelletje. Dikdoenerij. Ikdoenerij. Kijk mij, ik ben vrij, nou jij.

Allemaal denkerij.

Non-dualisme – je moet er niet aan denken.

Zie ook: Verlichting – je moet er niet aan denken (in het Witboek Verlichting).

11. Meester tussen het relatieve en het absolute

Is het relatieve het absolute?

Leerling: Wat is het verschil tussen het relatieve en het absolute?

Meester: Is er een verschil tussen het relatieve en het absolute?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen het relatieve en het absolute?

Meester: Is er een overeenkomst tussen het relatieve en het absolute?

Leerling: Wat is de relatie tussen het relatieve en het absolute?

Meester: Is er een relatie tussen het relatieve en het absolute?

Leerling: Wat is het relatieve van zichzelf?

Meester: Is het relatieve wat van zichzelf?

Leerling: Wat is het absolute van zichzelf?

Meester: Is het absolute wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

12. Een tussenmeester staat nergens boven of onder

Tweede eerste kennismaking met Meester Tussen.

Zoals zijn naam al doet vermoeden, is Meester Tussen geen ondermeester, geen bovenmeester en geen oppermeester. Hij is tussenmeester – iemand zonder meesters of leerlingen.

Ook zijn eigen leraar of leerling is Meester Tussen niet. Vrijheid, heeft hij dat in een vlaag van onoplettendheid genoemd, maar daar wilde hij meteen al niets meer van weten.

Een tussenmeester staat nergens boven of onder, nergens voor of achter, nergens binnen of buiten. Hij staat niet links en niet rechts, niet in het midden en niet aan de rand, ook niet van de randweg of de middenweg.

Nooit zul je ergens een tussenmeester zien staan, hij blijft altijd in beweging. Snel als de bliksem aan de hemel, langzaam als kruipolie in de kiertjes. Overal denkt hij tussenin, tussendoor en tussenuit.

De tussenweg ontstaat waar een tussenmeester gaat, de tussenweg vergaat waar de tussenmeester hem verlaat, omdat ze van zichzelf niet bestaat.

Een tussenpaus of de Tussenpaus kun je Meester Tussen niet noemen; hij is katholiek noch protestant, christen noch atheïst noch agnosticus. Een tegenpaus of de Tegenpaus is hij ook niet, al is hij dan nergens vóór.

Hooguit kun je Meester Tussen de Tussenmeester noemen, met een bepaald lidwoord en een hoofdletter, omdat hij zijns gelijke niet kent.

Zijns ongelijke kent hij ook niet, anders was Meester Tussen geen tussenmeester maar een onder-, boven- of oppermeester. Dus waarom zouden we hem onderscheiden, al was het maar met een kapitaal?

Lees ook: Woordenboek niet-weten: dwaalgids (in het Witboek Niet-Weten).

13. Advaita als agnose; non-dualisme zonder dogma's

Een non-hindoeïstische, non-monistische, non-idealistische non-theorie.

Onderscheiden is een vorm van weten en ieder weten bevestigt of ontkent onderscheidingen, impliciet of expliciet, deze zin ook.

Non-dualisme is een vorm van spiritualiteit die geen onderscheidingen erkent of ontkent.

Niet dat de non-dualist geen verschillen kan waarnemen of dat zijn denken geen verschillen kent. Hij is blind noch blanco, dwaas noch dement. Alleen kan hij er niet meer heilig in geloven.

Voor hem zijn alle grenzen vaag, voorlopig, vloeibaar. Hij hangt overal tussenin. Zijn wereld is dualistisch noch monistisch, materialistisch noch idealistisch. Zijn wereld is plastisch, net als zijn geest.

Laten we advaita vedanta definiëren als het onvermogen om tot definitieve uitspraken te komen inzake welk onderscheid ook. Of als het onvermogen om heilig te geloven in welk onderscheid ook, inclusief het onderscheid tussen wel en niet onderscheiden.

Dan is advaita niets anders dan agnose.*

* Verder lezen: Woordenboek niet-weten: agnose (in het Witboek Niet-Weten)

Dan is non-dualisme synoniem met niet-weten.

Dan is de advaitavadin een agnost, de non-dualist een nitwit.

We hebben het nu natuurlijk niet meer over het reguliere non-dualisme, dat alles voor illusoir houdt behalve zichzelf.

We hebben het over een radicaal non-dualisme, dat ook zichzelf en de illusie als onderdeel van de illusie ziet.

We hebben het over advaita voor diehards die geen enkel onderscheid erkennen of ontkennen, ook niet het onderscheid tussen dvaita en advaita of tussen veda en vedanta.

We hebben het over een lege leer, Ø, vrij van hardgebakken ideeën en idealen; vrij ook van het ideaal vrij te zijn van hardgebakken ideeën en idealen.

We hebben het over een non-hindoeïstische, non-monistische, non-idealistische non-theorie.

We hebben het over non-dualisme zonder dogma's.

Non-dualisme in de letterlijke zin van het woord.

14. Non-dualisme volgens Meester Tussen

Derde eerste kennismaking met Meester Tussen.

Meester Tussen is een paradox zonder tegenspraak. Een metafoor zonder draagkracht. Een stijlfiguur zonder stijl.

De taal van een tussenmeester is de tussentaal van het tussenrijk. Tussentaals, dat is spreken zonder je mond open te doen en zwijgen zonder je mond te houden. Uitdrukken zonder ergens uitdrukking aan te geven.

De belangrijkste woordgroep van het Tussentaals is het tussenwerpsel: sst, tss, soit, o, ach, och, pf, poe, oei, foei, doei, aha, haha, eh, hè, bè, boe, basta, joh, nou, mmm, mwah, tja.

Oorspronkelijk waren tussenwerpsels oerkreten van prototalige wezens. Rauwe uitwerpselen uit het bovengat. Ongebakken luchtjes. Een natuurlijke uitbreiding van het repertoire van pasgeborenen en bijnadoden.

Pas toen onze voorvaderen en -moederen er klinkende taal omheen begonnen te brabbelen raakten de tussenwerpsels ingeklemd tussen onderwerpsels, lijdend voorwerpsels, meewerkend voorwerpsels, voorzetselvoorwerpsels, bezittend voorwerpsels, belanghebbend voorwerpsels, ondervindend voorwerpsels, handelend voorwerpsels en noem maar opsels.

Homeopathische beroepssprekers, waaronder priesters, filosofen, politici, columnisten, verkopers en geleerden, zijn er inmiddels in geslaagd de taal tot in het oneindige te verdunnen door het tussenwerpsel radicaal uit te bannen. Hun spraakwater is natter dan aangelengde wijn en droger dan zaagsel.

Tussenwerpselvrije taal is balsem voor de lever, een gesel voor de geest. Om het evenwicht te herstellen bedienen tussenmeesters zich vrijelijk van alle tussenwerpsels die de Nederlandse taal rijk is, was of zal worden, al hebben ze elk hun voorkeur.

Zo zegt Meester Tussen het liefst Tss, Meester Sst liever sst, Meester Soit soit, Meester O o, Meester Ach ach en Meester Och och.

Meester Pf zegt het liefst pf, Meester Poeh zegt liever poe, Meester Oei oei, Meester Foei foei, Meester Doei doei, Meester Aha aha, Meester Haha haha, Meester Eh eh en Meester Hè hè.

Meester Bè zegt liever bè, Meester Boe boe, Meester Basta basta, Meester Joh joh, Meester Nou nou, Meester Mmm mmm, Meester Mwah mwah en Meester Tja tja.

Volgens Meester Tussen is non-dualisme niet meer dan een terugkeer naar je favoriete tussenwerpsel.

Wat zei jij altijd voor je de taal machtig werd, ik bedoel, voor de taal je te machtig werd?

Verder lezen: Woordenboek niet-weten: dwaalgids (in het Witboek Niet-Weten).

15. Non-dualisme is het denken doorzien

Wat zit er in de bodemloze put onder het scheidende en verenigende denken?

Non-dualisme is een ander woord voor advaita.

Advaita is Sanskriet voor niet-twee (a-dvaita), het einde (anta) van de wijsheid (veda).

Niet-twee betekent niet splitsen, niet opdelen, niet scheiden, of tenminste de onderscheidingen die je nu eenmaal onophoudelijk schijnt te moeten maken niet meer zo serieus nemen.

Non-dualisme is het einde van je heilige huisjes. Ook dat van advaita vedanta.

Non-dualisme is inzien dat het de hokjesgeest zelf is die de wandjes optrekt. Inzien dat 'de hokjesgeest' ook zo'n hokje is.

Non-dualisme is het denken doorzien. Inzien dat 'het denken' en 'doorzien' ook weer hokjes zijn.

Non-dualisme is het doorzien van het denken doorzien. Inzien dat 'het doorzien van het denken doorzien' het volgende hokje is.

Non-dualisme is het doorzien van het doorzien van het denken doorzien. Inzien dat 'het doorzien van het doorzien van het denken' het volgende hokje is.

Wie het denken tot op de bodem doorziet, doorziet ook elk onderscheid in dat denken. Wie elk onderscheid doorziet, ziet dat het denken zonder bodem is.

Waar geen onderscheid is valt niets te verenigen. Waar niet verenigd wordt ontstaat geen eenheid. Onder het denken vind je geen onderscheid en geen eenheid.

Wie in de bodemloze put onder het scheidende en verenigende denken valt, verblijft in non-dualiteit.

Non-dualiteit is een ander woord voor niet-weten.

Wie in de bodemloze put onder het scheidende en verenigende denken valt, verblijft in niet-weten.

Ja, wat zit er nu in die bodemloze put onder het scheidende en verenigende denken, non-dualiteit of niet-weten? Maakt niet uit. Het zijn allebei maar woorden.

Woorden zijn magneten die je gauw weer moet vergeten.

Dat geldt net zo goed voor 'de bodemloze put onder het scheidende en verenigende denken'.

Er is geen put en er zit niets onder.

Maar of je dat wilt weten?

Meer lezen over het denken doorzien: Witboek Verlichting (deel 5 van de Agnosereeks), teksten 1-115.

16. Tussen Meester Tss en Meester Sst

Vierde eerste kennismaking met Meester Tussen.

Het favoriete tussenwerpsel van Meester Tussen is tss, vandaar misschien zijn bijnaam, Meester Tss. Dat tussenwerpsel betekent zoveel als 'nou ja' of 'niet te geloven' of 'mij neem je er niet tussen'.

Het kan ook zijn dat Meester Tussen eerst Meester Tss heette en zijn naam in een voorzetsel veranderd heeft omdat een woord met klinkers in onze oren beschaafder klinkt dan een zin zonder, hoor maar:

Ht kn k zn dt Mstr Tssn rst Mstr Tss htt n zn nm n n vrztsl vrndrd hft mdt n wrd mt klnkrs n nz rn bschfdr klnkt dn n zn zndr.

Voor Slavische oren klinkt een taal met veel medeklinkers juist weer beschaafd.

Toen ik hem vroeg wat zijn echte naam is en wat zijn bijnaam, zei de tussenmeester alleen maar 'tss'.

Toen ik hem vroeg of hij daarmee bedoelde dat het een domme vraag was of dat hij eigenlijk Tss heet, zei hij opnieuw 'tss', dus daar is het laatste woord nog niet of allang over gezegd.

Als je het tussenwerpsel tss omkeert krijgt je het tussenwerpsel sst en vice versa. Sst betekent zoveel als 'schei toch uit' of, als klanknabootsing van stromend water, 'ga je mond spoelen', dus ook qua betekenis is er weinig verschil. Tss is een spiegelwoord van sst.

Net zo is Meester Tss het spiegelbeeld van Meester Sst. Of omgekeerd; dat moet ik toch eens vragen, maar aan wie? Maakt niet uit, beiden sissen erop los, die stomme t telt niet echt mee. Of hij nu tss zegt of sst, tst, sts of sss, een slang is een slang, hij draait zich overal uit.

Ik zal bij gelegenheid ook eens vragen of Meester Sst oorspronkelijk Meester Stilte heette of Meester Stilte oorspronkelijk Meester Sst. Wedden dat ze geen antwoord geven?

Lees ook: Niet-weten is een oorverdovende stilte en verder (in het Witboek Niet-Weten).

17. Illusies voor luie mensen

Eerste kennismaking met de kosmische grap.

'Ken jij het boekje Verlichting voor luie mensen, van Paul Smit?'

'Nooit gelezen.'

'Waarom niet, Hans?'

'Te lui, denk ik.'

'Non-dualisme in honderd bladzijden.'

'Boek uit, licht aan.'

'Alles draait om dat ene bevrijdende inzicht...'

'Zei de communist tegen de fascist...'

'Dat ik een illusie is.'

'En sloeg hem de hersens in.'

'Ik bestaat niet.'

'Jij zegt het.'

'Paul zegt het.'

'Paul had komiek moeten worden.'

'Paul ís komiek.'

'Daar heb je het al.'

'Zijn specialiteit is de kosmische grap.'

'Was dat niet een ander woord voor verlichting?'

'De kosmische grap is dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.'

'En nooit een grap.'

'Het was een illusie in Bewustzijn.'

'En nooit Bewustzijn.'

'Dat verstoppertje speelde met zichzelf.'

'En nooit verlichting.'

'Je bent wat je zoekt.'

'Ook niet voor luie mensen.'

'Hè?'

'Wat?'

'Er is nooit een grap geweest, nooit Bewustzijn en nooit verlichting, ook niet voor luie mensen?'

'Wie zal het zeggen.'

'Ook dat was een illusie?'

'Tenzij dat ook een illusie is.'

'Ik kan hier niet om lachen, Hans.'

'Dat is nu net de grap.'

Lees ook: Instantverlichting voor iedereen! en verder (in het Witboek Verlichting).

18. Tussen vorm en leegte vind je de deur naar non-dualiteit

Vijfde en laatste eerste kennismaking met de Tussenmeester.

De filosofie van Meester Tussen: er is geen verdieping, er zijn alleen tussenetages.

De keuken van Meester Tussen: er zijn geen hoofdgerechten, er zijn alleen tussendoortjes.

De menskunde van Meester Tussen: er zijn geen hoofdpersonen, er zijn alleen tussenpersonen.

De routekaart van Meester Tussen: er is geen hoofdweg, er zijn alleen tussenwegen.

De boekhouding van Meester Tussen: er is geen eindbalans, er zijn alleen tussenstanden.

De kalender van Meester Tussen: er zijn geen jaargetijden, er zijn alleen tussenseizoenen.

De muziekleer van Meester Tussen: er is geen grondtoon, er zijn alleen tussentonen.

De kleurenleer van Meester Tussen: er zijn geen primaire kleuren, er zijn alleen tussentinten.

De evolutieleer van Meester Tussen: er zijn geen soorten, er zijn alleen tussenvormen.

De ontwikkelingsleer van Meester Tussen: er zijn geen stadia, er zijn alleen tussenfasen.

De strategie van Meester Tussen: er zijn geen einddoelen, er zijn alleen tussendoelen.

Het spoorboekje van Meester Tussen: er zijn geen kopstations, er zijn alleen tussenstops.

De eschatologie van Meester Tussen: er is geen eindtijd, er is alleen tussentijd.

19. De poort tot het tussenrijk

Goed nieuws over de poort tot het tussenrijk.

Meester Tussen zegt:

Er is geen poort, er zijn alleen tussendeuren.

Meester Tussen zegt ook:

Er is geen tussenrijk, het ligt nergens tussen.

20. Meester tussen vorm en leegte

Is vorm leegte?

Leerling: Wat is het verschil tussen vorm en leegte?

Meester: Is er een verschil tussen vorm en leegte?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen vorm en leegte?

Meester: Is er een overeenkomst tussen vorm en leegte?

Leerling: Wat is de relatie tussen vorm en leegte?

Meester: Is er een relatie tussen vorm en leegte?

Leerling: Wat is vorm van zichzelf?

Meester: Is vorm wat van zichzelf?

Leerling: Wat is leegte van zichzelf?

Meester: Is leegte wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

Verder lezen: De Hartsoetra (in het Witboek Zen).

21. Non-dualisme is een vorm van niet-wijsheid

Wijsheid als gat in het weten – mag dat vedanta heten?

Het eerste woord van advaita vedanta betekent niet-tweeheid.

Bij de vertaling naar een Nederlands synoniem werd het tweede woord, de apofatische term vedanta, kennelijk niet zo belangrijk gevonden. Vandaar dat wij nu spreken van non-dualisme en niet van vedantisme of non-vedisme of non-wijsheid of niet-wijsheid of niet-weten of zo.

Als advaita de soortnaam is, dan is vedanta de familienaam. Een soort heeft maar één familie, een familie meerdere soorten. Non-dualisme is een vorm van niet-wijsheid, maar er zijn veel vormen van niet-wijsheid die geen non-dualisme zijn.

Nu heb ik het niet alleen over de andere vedantascholen uit het hindoeïsme (een stuk of acht, de variëteiten niet meegeteld) maar ook over het zenboeddhisme, taoïsme, quiëtisme, scepticisme, pyrronisme, nominalisme, pluralisme, postmodernisme, cynisme, nihilisme, obscurantisme, fatalisme, stoïcisme, agnosticisme, anarchisme, irrationalisme, absurdisme en dadaïsme.

Zoveel ismes! Allemaal proberen ze op hun eigen manier voorbij de wijsheid te gaan. Allemaal reiken ze op hun eigen manier naar niet-weten zonder het te bereiken, had ik bijna gezegd. Alsof niet-weten een kwestie van bereiken is.

Niet-weten is het failliet van het denken. Het einde van de rit. Geen voertuig, geen weg.

Niet 'Alleen maar dit' en 'Ik ben Dat' maar 'Wat is dit?' en 'Dat was dat'.

Wijsheid als gat in het weten, weidsheid als synoniem van niet-weten – mag dat vedanta heten?

Verder lezen over de weidsheid van niet-weten: Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd (in het Witboek Mystiek).

22. Een tussenmeester neem je er niet tussen

Non-dualisme in de praktijk

Leerling: Ego of zelf?

Meester: Tss.

Leerling: Lichaam of geest?

Meester: Tss.

Leerling: Iemand of niemand?

Meester: Tss.

Leerling: Kleine geest of grote geest?

Meester: Tss.

Leerling: Duaal of non-duaal?

Meester: Tss.

Leerling: Zijn of bewustzijn?

Meester: Tss.

Leerling: Vasthouden of loslaten?

Meester: Tss.

Leerling: Doen of laten?

Meester: Tss.

Leerling: Doen of zien?

Meester: Tss.

Leerling: Worden of zijn?

Meester: Tss.

Leerling: Zijn of niet zijn?

Meester: Tss.

Leerling: Doen of gewaarzijn?

Meester: Tss.

Leerling: Relatief of absoluut?

Meester: Tss.

Leerling: Goed of slecht?

Meester: Tss.

Leerling: Alles of niets?

Meester: Tss.

Leerling: Twee of één?

Meester: Tss.

Leerling: Twee of niet-twee?

Meester: Tss.

Leerling: God of mens?

Meester: Tss.

Leerling: Film of doek?

Meester: Tss.

Leerling: Stof of geest?

Meester: Tss.

Leerling: Golf of zee?

Meester: Tss.

Leerling: Druppel of oceaan?

Meester: Tss.

Leerling: Object of subject?

Meester: Tss.

Leerling: Duisternis of licht?

Meester: Tss.

Leerling: Zinvol of zinloos?

Meester: Tss.

Leerling: Weten of niet-weten?

Meester: Tss.

Leerling: Illusie of werkelijkheid?

Meester: Tss.

Leerling: Jnana of bhakti?

Meester: Tss.

Leerling: Atman of anatman?

Meester: Tss.

Leerling: Atman of brahman?

Meester: Tss.

Leerling: Brahman of parabrahman?

Meester: Tss.

Leerling: Prapattivada of viprapattivada?

Meester: Tss.

Leerling: Viprapattivada of aprapattivada?

Meester: Tss.

Leerling: Dvaetavada of advaetavada?

Meester: Tss.

Leerling: Advaetavada of dvaetadvaetavada?

Meester: Tss.

Leerling: Dvaetadvaetavada of advaetadvaetadvaetavada?

Meester: Tss.

Leerling: Vishishtadvaetavada of vishuddha Advaetavada?

Meester: Tss.

Leerling: Het een of het ander of iets ertussen?

Meester: Je kan mijn kont kussen.

Leerling: Linkerbil of rechterbil?

Meester: Ertussen.

Lees ook: Meister Ecksit – een uitgang zonder ingang (in het Witboek Mystiek>.

23. De kosmische grap voor heksen

Bijeenkomst in Waarheid.*

Twee lelijke heksen op bezemstelen ontmoeten elkaar in de lucht.

Zegt de ene heks: 'De zoeker is het gezochte!'

Zegt de andere: 'Dat meen je niet!'

* Bijeenkomst in waarheid: satsang.

24. Tussen kop en munt vind je de deur naar non-dualiteit

Meltdown (advaitaversie).

1. Tussen de doener en de getuige

Leerling: Wat ben ik?

Meester: Een munt.

Leerling: Wat zijn de keerzijden daarvan?

Meester: De doener en de getuige.

Leerling: Hoe verlos ik me van de doener?

Meester: Door de munt om te smelten.

Leerling: Dan raak ik de getuige ook kwijt.

Meester: Als dat geen bevrijding is.

Leerling: Maar dat wil ik helemaal niet!

Meester: Dan blijf je toch lekker jezelf.

2. Tussen de kenner en het gekende

Leerling: Wat ben ik?

Meester: Een munt.

Leerling: Wat zijn de keerzijden daarvan?

Meester: De kenner en het gekende.

Leerling: Hoe verlos ik me van het gekende?

Meester: Door de munt om te smelten.

Leerling: Dan raak ik de kenner ook kwijt.

Meester: Als dat geen bevrijding is.

Leerling: Maar dat wil ik helemaal niet!

Meester: Dan blijf je toch lekker jezelf.

3. Tussen de film en het doek

Leerling: Wat ben ik?

Meester: Een munt.

Leerling: Wat zijn de keerzijden daarvan?

Meester: De film en het doek.

Leerling: Hoe verlos ik me van de film?

Meester: Door de munt om te smelten.

Leerling: Dan raak ik het doek ook kwijt.

Meester: Als dat geen bevrijding is.

Leerling: Maar dat wil ik helemaal niet!

Meester: Dan blijf je toch lekker jezelf.

4. Tussen de golf en de oceaan

Leerling: Wat ben ik?

Meester: Een munt.

Leerling: Wat zijn de keerzijden daarvan?

Meester: De golf en de oceaan.

Leerling: Hoe verlos ik me van de golf?

Meester: Door de munt om te smelten.

Leerling: Dan raak ik de oceaan ook kwijt.

Meester: Als dat geen bevrijding is.

Leerling: Maar dat wil ik helemaal niet!

Meester: Dan blijf je toch lekker jezelf.

5. Tussen jezelf en het zelf

Leerling: Wat ben ik?

Meester: Een munt.

Leerling: Wat zijn de keerzijden daarvan?

Meester: Jijzelf en het zelf.

Leerling: Hoe verlos ik me van mezelf?

Meester: Door de munt om te smelten.

Leerling: Dan raak ik het zelf ook kwijt.

Meester: Als dat geen bevrijding is.

Leerling: Maar dat wil ik helemaal niet!

Meester: Dan blijf je toch lekker jezelf.

25. De film van het doek; advaita als maya

Dertien vragen over de illusie.

Dit Witboek Advaita is vast niet je eerste kennismaking met advaita vedanta.

Misschien heb je je er al jaren in verdiept en ben je jezelf gaan zien als het doek waarop de film van het leven wordt geprojecteerd.

Misschien identificeer je je allang niet meer met de doener maar met de kenner, niet meer met de persoon maar met de getuige, niet meer met de materie maar met het bewustzijn, niet meer met het vele maar met het ene, niet meer met de verschijnselen zelf maar met de bron en bestemming daarvan.

Zonder je ooit af te vragen of die hele mentale constructie niet het volgende bewustzijnsfilmpje is.

Ik herhaal:

Zonder je ooit af te vragen of die hele mentale constructie niet het volgende bewustzijnsfilmpje is.

Aangenomen dat jij je dat niet afvraagt, terwijl het toch zo voor de hand ligt, vraag ik me op mijn beurt af waarom niet. Advaita maakt immers deel uit van de verschijnselen die het voor illusoir houdt. Verschijnselen zijn verschijnselen, er is niets waardoor advaita zich onderscheidt van andere verschijnselen en een status aparte verdient – niet dat ik weet.

Waarom zou de illusie van non-dualisme minder denkbeeldig zijn dan de illusie van dualisme?

Waarom zou de illusie van non-dualiteit minder denkbeeldig zijn dan de illusie van dualiteit?

Waarom zou de illusie van de veda's minder denkbeeldig zijn dan de illusie van de vedanta's?

Waarom zou de illusie van het doek minder denkbeeldig zijn dan de illusie van de film?

Waarom zou de illusie van de kenner minder denkbeeldig zijn dan de illusie van de doener?

Waarom zou de illusie van de getuige minder denkbeeldig zijn dan de illusie van de persoon?

Waarom zou de illusie van het bewustzijn minder denkbeeldig zijn dan de illusie van materie?

Waarom zou de illusie van het vele minder denkbeeldig zijn dan de illusie van het ene?

Waarom zou de illusie van de verschijnselen zelf minder denkbeeldig zijn dan de illusie van een bron en bestemming daarvan?

Waarom zou de illusie van de realiteit minder denkbeeldig zijn dan de illusie van de illusie?

Alle varkens zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere, schreef George Orwell in 1984.

Zijn sommige illusies misschien gelijker dan andere?

26. Tussen de ene illusie en de andere vind je de deur naar de derde

Wat je ziet als je de illusie doorziet.

Meester Tussen zegt:

Stel dat je de illusie meent te doorzien...

Heb je dan werkelijk de illusie doorzien?

Of is dat de volgende illusie?

Heb je dan de Werkelijkheid gezien?

Of is dat de volgende illusie?

Heb je dan het denken doorzien?

Of is dat de volgende illusie?

Heb je dan het doorzien doorzien?

Of is dat de volgende illusie?

Of is dat ook maar een illusie?

Of is dat ook maar een illusie?

Of is dat ook maar een illusie?

27. Tussen borst en buik vind je de deur naar non-dualiteit

Meester Tussen zegt:

Waar precies eindigt je borst en begint je taille?

Waar precies eindigt je taille en begint je buik?

Begint je taille wel ergens?

Eindigt je taille wel ergens?

Heb je wel een taille?

Bestaan je borst en je buik in werkelijkheid of alleen in je waarneming of alleen in je gedachten? Hebben we het hier over woorden, begrippen of zaken?

Of is het onderscheid tussen werkelijkheid, waarneming en gedachte, tussen woord, begrip en zaak, ook weer dualistisch?

Tussen borst en buik vind je de deur naar non-dualiteit.

Vrouwelijk naakt met een taille die alleen uit ruggenwervels bestaat.

^ Tussen borst en buik vind je de deur naar non-dualiteit.

28. Tussen kop en kont vind je de deur naar non-dualiteit

De lichaamsscan.

Meester Tussen zegt:

Waar eindigt je wijsvinger en begint je hand?

Waar eindigt je hand en begint je pols?

Waar eindigt je pols en begint je arm?

Waar eindigt je arm en begint je romp?

Waar eindigt je romp en begint je hoofd?

Waar eindigt je hoofd en begint je gezicht?

Waar eindigt je gezicht en begint je mond?

Waar eindigt je mond en begint je tong?

Waar eindigt je tong en begint je keel?

Waar eindigt je keel en begint je slokdarm?

Waar eindigt je slokdarm en begint je maag?

Waar eindigt je maag en begint je dunne darm?

Waar eindigt je dunne darm en begint je dikke darm?

Waar eindigt je dikke darm en begint je anus?

Waar eindigt je anus en beginnen je billen?

Waar eindigen je billen en beginnen je rug en je dijen?

Waar eindigt je dij en begint je knie?

Waar eindigt je knie en begint je onderbeen?

Waar eindigt je onderbeen en begint je enkel?

Waar eindigt je enkel en begint je voet?

Waar eindigt je voet en begint je grote teen?

Uit hoeveel onderdelen bestaat je lichaam?

29. Tussen lichaam en omgeving vind je de deur naar non-dualiteit

De omgevingsscan.

Meester Tussen zegt:

Maakt de buitenlucht deel uit van je lichaam? En als hij in je luchtwegen zit? En als hij in je longen zit? En als de zuurstof is gebonden aan je rode bloedlichaampjes? En als de zuurstof organische of anorganische verbindingen is aangegaan? En als de zuurstof weer vrijkomt als koolzuurgas in je longen? En als het door je luchtwegen gaat? En als het je lichaam verlaat?

Maakt water deel uit van je lichaam? Als het door je mond naar binnen gaat? Als het in je maag ligt? Als het door het bloed is opgenomen? Als het in je cellen is opgenomen? Als het in je adem komt? Als het door je zweetklieren wordt uitgescheiden? Als het door je nieren wordt uitgescheiden? Als het in je blaas ligt? Als het uit je lichaam stroomt? Als het in een potje in de koelkast staat?

Maakt je speeksel deel uit van je lichaam? En als het nog in je speekselklieren zit? En als je het uittuft?

Maakt je slijmvlies deel uit van je neus? En het slijm op je slijmvlies? En het snot in je neus? En het snot buiten je neus?

Maakt je galblaas deel uit van je lichaam? En je gal? En je galstenen?

Maakt je maaginhoud deel uit van je lichaam? En als je het uitkotst?

Maakt je eten deel uit van je lichaam voordat je het opeet? Terwijl je het opeet? Terwijl het afgebroken en opgenomen wordt?

Maakt je darmflora deel uit van je lichaam? Een darmworm? Een aarsmade? Schimmels? Ziektekiemen? Virussen?

Maakt je poep deel uit van je lichaam? En als het gevormd wordt? En als het in de pot ligt? En als het doorgetrokken is?

Maken cellen deel uit van je lichaam? En als ze doodgaan? En als ze dood zijn? En als ze in je molton zitten en als voedsel dienen voor de huismijten?

Maakt je bloed deel uit van je lichaam? En als het eruit loopt? En als het op de grond ligt?

Maakt een tand deel uit van je lichaam? En als hij los zit? En als hij uit zijn kas is gevallen? En als je hem hebt uitgespuugd?

Maakt je sperma deel uit van je lichaam? En als het eruit spuit? En als het een plasje vormt? En als het is opgedroogd?

Maken je haren deel uit van je lichaam? En als je ze hebt afgeknipt? En de pruik die je al dertig jaar draagt? En als hij verkleefd is met je huid?

Maken eitjes deel uit van je lichaam? En na de eisprong? En tijdens de menstruatie? En na de menstruatie?

Maakt de embryo deel uit van je lichaam? En de foetus? En de voldragen baby? En de pasgeborene als de navelstreng nog vastzit? En als de navelstreng is doorgeknipt?

Maakt de moederkoek deel uit van je lichaam als hij nog vastzit? Als hij al los is maar nog in je lichaam zit? Als hij tussen je benen ligt maar het weefsel nog leeft? Als hij in de afvalemmer ligt?

Maken je nieren deel uit van je lichaam? Maakt een nier deel uit van je lichaam terwijl hij wordt losgesneden voor donatie? En als hij uit je lichaam is genomen? En als hij in andermans lichaam zit?

Maakt een getransplanteerde nier deel uit van jouw lichaam? Getransplanteerde huid? Getransplanteerd haar? Maakt het uit of het transplantaat afkomstig is van andermans lichaam of van je eigen lichaam?

Maakt je kunstlens deel uit van je lichaam? Je gehoorapparaat? Je kunsthart? Je kunstheup? Je kunstbeen? Je kunstklep?

Maken je vullingen deel uit van je lichaam? Je implantaten? Je kronen? Je kunstgebit?

Maken je puistjes deel uit van je lichaam? Je wratten? Je poliepen? Je tumoren?

Maakt je lichaamswarmte deel uit van je lichaam? Tot op welke afstand? Als de warmte in je broek zit? Als het in je beddengoed zit nadat je bent opgestaan?

Maken de lichtstralen die van je lichaam weerkaatsen en het zichtbaar maken, deel uit van je lichaam? Zo ja, tot op welke afstand? Zo nee, waarom zeg je dan dat je je lichaam ziet als je weerkaatste lichtstralen ziet?

30. Meester tussen lichaam en geest

Is het lichaam de geest?

Leerling: Wat is het verschil tussen lichaam en geest?

Meester: Is er een verschil tussen lichaam en geest?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen lichaam en geest?

Meester: Is er een overeenkomst tussen lichaam en geest?

Leerling: Wat is de relatie tussen lichaam en geest?

Meester: Is er een relatie tussen lichaam en geest?

Leerling: Wat is het lichaam van zichzelf?

Meester: Is het lichaam wat van zichzelf?

Leerling: Wat is de geest van zichzelf?

Meester: Is de geest wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

31. Gewetensvragen voor non-dualisten

Pas op, de vliegenstrip van de egotrip is niet de enige lijmstok op de boeiende weg naar bevrijding.

Non-dualisme is de ontkenning van ieder onderscheid, dus ook van het onderscheid tussen verlicht en onverlicht. De vraag of je al verlicht bent is dualistisch. Houdt hij je nog steeds bezig? Troost je, deze klever heeft al heel wat zwevers gevangen.

In een ideale wereld eindigt iedere egotrip op een vliegenstrip. Daar lig je dan de rest van je eeuwige leventje onwrikbaar op je rug met je beentjes in de lucht een te wezen met je omgeving – de vlieg is de strip.

Je kunt je natuurlijk ook losrukken van je vleugels en je op de grond laten vallen vanwaar je ooit opgestegen bent, je laatste vlucht door de ijle lucht, maar pas op, de vliegenstrip van de egotrip is niet de enige lijmstok op de boeiende weg naar bevrijding. Hier heb je er nog een paar, in vraagvorm ditmaal.

Is non-dualisme een zijnsleer, een kenleer of een non-leer?

Is non-dualisme monistisch, dualistisch of non-dualistisch?

Is non-dualisme een filosofie, een antifilosofie of een non-filosofie?

Is non-dualisme de hoogste wijsheid of het einde van alle wijsheid? Gnosis of agnose?

Verwijst non-dualisme naar een hogere identiteit zoals de kenner, Atman, Brahman of het ware zelf, of verwijst het naar het einde van iedere vorm van identificatie?

Valt er voor een non-dualist nog iets te onderscheiden of is hij compleet blind, doof en gedachteloos?

Kan een leer zonder onderscheid toch een leerstellige inhoud hebben?

Wel antwoord geven, hè, niet alleen maar lezen. Anders kom je nooit los van je vleugels.

32. Tussen zintuig en zaak vind je de deur naar non-dualiteit

Neem je waar of geef je waar?

Meester Tussen vraagt zich af:

Is het blad groen of het beeld?

Is de zon licht of de geest?

Loeit de koe of het oor?

Ruikt de koffie bitter of de neus?

Smaakt de meloen zoet of de tong?

Voelt het staal koud of de huid?

Voelt de aarde zacht of de voet?

Lees ook: Is de meloen zoet of de tong? en verder (in het Witboek voor Zoekers) en Niet-weten als passe-partout: het zelf (in het Witboek Niet-Weten).

33. Meester tussen subject en object

Is het subject het object?

Leerling: Wat is het verschil tussen het subject en het object?

Meester: Is er een verschil tussen het subject en het object?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen het subject en het object?

Meester: Is er een overeenkomst tussen het subject en het object?

Leerling: Wat is de relatie tussen het subject en het object?

Meester: Is er een relatie tussen het subject en het object?

Leerling: Wat is het subject van zichzelf?

Meester: Is het subject wat van zichzelf?

Leerling: Wat is het object van zichzelf?

Meester: Is het object wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

34. Een non-definitie van non-dualisme

Geen enkele definitie van non-dualisme deugt.

Dat is een definitie op zich, maar niet de meest pakkende. Misschien is deze pakkender:

Non-dualisme is de lege leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Deze non-definitie van non-dualisme heeft drie poten, zie hem eens wankelen.

1. Non-dualisme erkent geen enkel onderscheid.

2. Non-dualisme ontkent geen enkel onderscheid.

3. Non-dualisme is de lege leer.

1. Non-dualisme erkent geen enkel onderscheid

Dat non-dualisme geen enkel onderscheid erkent, zal niemand verbazen. Dit aspect van het non-dualisme is wat gewoonlijk non-dualiteit wordt genoemd, niet-tweeheid.

Ik vind dat maar rare woorden, non-dualiteit en niet-tweeheid, tot ik ze vertaal in 'geen onderscheid weten te maken' of zoiets.

Want ik weet niet veel, maar iets niet weten lukt me nog wel. En ik kan niet veel, maar iets niet kunnen gaat me goed af, al zeg ik het zelf.

Geen onderscheid weten te maken is gewoon iets niet weten of kunnen, en wie kan dat nu niet.*

* Meer lezen over de vertaalslag van spiritueel jargon naar niet-weten: Niet-weten als passe-partout (in het Witboek Niet-Weten).

2. Non-dualisme ontkent geen enkel onderscheid

Dat non-dualisme geen enkel onderscheid erkent is oude wijn, dat het geen enkel onderscheid ontkent een nieuwe zak. Geen enkel onderscheid erkennen betekent toch zeker ieder onderscheid ontkennen?

Natuurlijk niet. Dat het niet sneeuwt betekent toch niet dat het droog is? Dat ik een agnost ben betekent toch niet dat ik een atheïst ben? Dat iets geen pijp is betekent toch niet dat het een schilderij van Magritte is?

Waarom ontkent het non-dualisme geen enkel onderscheid? Omdat ontkennen nog steeds een vorm van onderscheiden is. Ontkennen is het bevestigen van het tegendeel.

Agnostisch non-dualisme ontkent niets want het erkent niets, dit ook niet.

3. Non-dualisme is de lege leer

Wat voor leer is een leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent?

Een leer zonder begrippen, want begrippen zijn gebaseerd op onderscheidingen.

Een leer zonder veronderstellingen, want veronderstellingen zijn gebaseerd op begrippen.

Een leer zonder stellingen, want stellingen zijn gebaseerd op veronderstellingen en begrippen.

Een leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent is een leer zonder begrippen, veronderstellingen of stellingen.

Een leer zonder begrippen, veronderstellingen of stellingen is een lege leer. Zeg maar gerust dé lege leer, want waarin zou de ene lege leer moeten verschillen van de andere?

Non-dualisme is de lege leer.

De lege leer is een ander woord voor niet-weten.

Verder lezen: de lege leer (in het Witboek Niet-Weten).

35. Non-dualisme voor naturisten

Van keizers zonder kleren en vogels zonder veren.

Leerling: Wat is non-dualisme?

Meester: Nudisme?

Leerling: Non-dualisme.

Meester: Naaktlopen.

Leerling: HALLO!

Meester: Wie schreeuwt er zo?

Leerling: Bent u doof of zo?

Meester: Ik wou het net aan jou vragen.

Leerling: Ik vroeg niet wat nudisme is, ik vroeg wat non-dualisme is.

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Wat dan?

Meester: Naaktlopen.

Leerling: Hè?

Meester: Met je billen bloot gaan. In je blote kont staan. Geen draad meer aan je lijf hebben.

Leerling: Non-dualisme is met je billen bloot gaan?

Meester: Ben je doof of zo?

36. Denken is de kosmische grap

Of is dat ook maar een gedachte?

Leerling: Er is geen wereld.

Meester: O?

Leerling: Dat denk je alleen maar.

Meester: Of denk je dat ook alleen maar?

Leerling: Dus is er ook geen weg.

Meester: O?

Leerling: Dat denk je alleen maar.

Meester: Of denk je dat ook alleen maar?

Leerling: Dus is er ook geen doel.

Meester: O?

Leerling: Dat denk je alleen maar.

Meester: Of denk je dat ook alleen maar?

Leerling: Dus is er ook geen zoeker.

Meester: O?

Leerling: Dat denk je alleen maar.

Meester: Of denk je dat ook alleen maar?

Leerling: Dus is er ook geen zoektocht.

Meester: O?

Leerling: Dat denk je alleen maar.

Meester: Of denk je dat ook alleen maar?

Leerling: Ik zeg, er is geen wereld, dus is er geen weg, geen doel, geen zoeker en geen zoektocht – dat denk je alleen maar.

Meester: Of denk je dat ook alleen maar?

Leerling: Hoort u me wel?

Meester: Hoor je me wel?

Leerling: Wat?

Meester: Of je dat ook alleen maar denkt.

Leerling: Op die manier.

Meester: Of denk ik dat ook alleen maar?

Leerling: Hè?

Meester: Bè.

Leerling: U maakt zeker een grapje?

Meester: Dat had je gedacht.

37. Tussen kennen en ontkennen vind je de deur naar non-dualiteit

Een naam zonder kind.

Meester: Wat is non-dualisme?

Leerling: Weten dat je de kenner bent, niet het gekende.

Meester: Klinkt meer als dualisme.

Leerling: Hoezo?

Meester: Vanwege dat onderscheid tussen de kenner en het gekende natuurlijk.

Leerling: De kenner is het gekende.

Meester: Wablief?

Leerling: Er is alleen maar het Ene.

Meester: Klinkt meer als monisme.

Leerling: Hoezo?

Meester: Vanwege die eenheid van de kenner en het gekende natuurlijk.

Leerling: Voor mijn part.

Meester: Maar wat is dan non-dualisme?

38. Filosofisch non-dualisme versus agnostisch non-dualisme

Ben je er vol van of word je er leeg van?

Hierboven heb ik non-dualisme gedefinieerd als de lege leer die geen enkel onderscheid erkent of ontkent. Radicaal niet-weten. A-gnosis.

Dat is niet hoe iedereen het definieert. Voor de meeste mensen is non-dualisme een monistische filosofie. Een vorm van kennis. Gnosis.

Agnostisch of radicaal non-dualisme is een lege leer; gnostisch of filosofisch non-dualisme is een dogmatische leer, een premoderne kosmologie van hindoeïstische origine.

Als het non-dualisme je aanspreekt omdat het fundamentele antwoorden geeft op fundamentele levensvragen, ben je een filosofisch non-dualist. Een gnosticus, een metafysicus, een kosmoloog, een gelovige, een fundamentalist, een monist of hoe je het ook noemen wilt. Iemand die weet hoe het zit en daar vol van is.

Als het non-dualisme je aanspreekt omdat je antwoorden en vragen zijn weggevallen en je overal tussenin hangt, ben je een agnostisch non-dualist. Een agnost, een weetniet, een dummy, een nitwit, een dwijze of hoe je het ook noemen wilt. Iemand die niet weet hoe het zit en daar leeg van is.

Wat leert filosofisch non-dualisme?

Filosofisch non-dualisme leert het volgende:

1. Alle verschijnselen zijn illusies.

2. Ook jouw persoon is een illusie, een fictie, even reëel als een romanfiguur in een boek, een acteur in een film.

3. In werkelijkheid ben je de kenner, niet het gekende.

4. De kenner is diegene, of liever datgene, waarin alle verschijnselen verschijnen en verdwijnen, meestal bewustzijn genoemd.

5. Er is maar één bewustzijn, het universele Bewustzijn.

6. Alle personen en andere verschijnselen zijn manifestaties van het ene Bewustzijn: ieder individueel gezicht is een gezicht van het ene Bewustzijn, alle handen en voeten zijn handen en voeten van het ene Bewustzijn enzovoort.

7. Alle non-verschijnselen zijn ongemanifesteerd Bewustzijn.

In plaats van Bewustzijn spreekt de non-dualist ook wel van Zijn, de Bron, het Ene, het Leven, de Liefde, het Zelf, God et cetera, meestal met een hoofdletter, uit heilig ontzag voor zichzelf.

Filosofisch non-dualisme is een oosterse vorm van idealistisch monisme, vergelijkbaar met westerse museumstukken als de zijnsleer van Parmenides, de monadologie van Leibniz, het spiritualistisch idealisme van Berkeley en het absoluut idealisme van Hegel.

Wat leert agnostisch non-dualisme?

Dat zeg ik: niets.

39. Tussen waan en werkelijkheid vind je de deur naar non-dualiteit

Wat denk jij dat je bent?

Leerling: Wat is een dualist?

Meester: Iemand die zich het gekende waant.

Leerling: Wat is een non-dualist?

Meester: Iemand die zich de kenner waant.

Leerling: Beide verkeren in een waan?

Meester: Of is dat ook een waan?

Leerling: Volgens mij hebt u de illusie volledig doorzien.

Meester: Of is dat ook een illusie?

40. Non-dualisme is helemaal het einde

Agnostisch non-dualisme leert ons niets, zelfs niet dat er niets te leren valt. Wat je niet hoeft te leren, hoef je ook niet af te leren, en dat scheelt. Ga maar na...

Agnostisch non-dualisme is geen kenleer maar het einde van de epistemologie

Waarom is agnostisch non-dualisme geen kenleer?

Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen te erkennen of ontkennen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de kenner of het gekende, over subject en object, over de waarnemer en de wereld, hun overeenkomsten, verschillen en verbanden?

Agnostisch non-dualisme rekent af met alle epistemologie.

Was agnostisch non-dualisme toch een kenleer, dan was het een lege, zeg maar gerust de lege kenleer, Ø, want waarin zou de ene lege kenleer moeten verschillen van de andere?

Agnostisch non-dualisme is geen zijnsleer maar het einde van de ontologie

Waarom is agnostisch non-dualisme geen zijnsleer?

Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen te erkennen of ontkennen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over het zijnde, het niet-zijnde, essentie en substantie, primaire en secundaire kwaliteiten, causaliteit en contingentie, overeenkomsten, verschillen en verbanden?

Agnostisch non-dualisme rekent af met alle metafysica.

Was agnostisch non-dualisme toch een zijnsleer, dan was het een lege zijnsleer, zeg maar gerust de lege zijnsleer, Ø, want waarin zou de ene lege zijnsleer moeten verschillen van de andere?

Agnostisch non-dualisme is geen wijsbegeerte maar het einde van de filosofie

Waarom is agnostisch non-dualisme geen wijsbegeerte?

Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen te erkennen of ontkennen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de wereld, de dingen, het leven, de dood, subject versus object, stof versus geest, het absolute versus het relatieve, ethiek of de vrije wil?

Agnostisch non-dualisme rekent af met alle theorieën.

Was agnostisch non-dualisme toch een filosofie, dan was het een lege filosofie, zeg maar gerust de lege filosofie, Ø, want waarin zou de ene lege filosofie moeten verschillen van de andere?

Agnostisch non-dualisme is geen kosmologie maar het einde van de grote verklaringen

Waarom is agnostisch non-dualisme geen kosmologie?

Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen te erkennen of ontkennen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over de oorzaak van het heelal, de oorsprong en bestemming van de verschijnselen, de betekenis, het waarom en waartoe van het bestaan, over de herkomst en de toekomst van de mensheid en het leven?

Agnostisch non-dualisme rekent af met alle wereldbeelden.

Was agnostisch non-dualisme toch een kosmologie, dan was het een lege kosmologie, zeg maar gerust de lege kosmologie, Ø, want waarin zou de ene lege kosmologie moeten verschillen van de andere?

Agnostisch non-dualisme is geen identiteit maar het einde van iedere identificatie

Waarom verschaft agnostisch non-dualisme je geen nieuwe, hogere identiteit?

Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen te erkennen of ontkennen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over jezelf, het ego, het zelf, atman, anatman of brahman, god boven jou of god in jou of jij in god, kleine ik, grote ik, je ware aard of je oorspronkelijke gezicht?

Agnostisch non-dualisme rekent af met alle zelfbeelden.

Was agnostisch non-dualisme toch een identiteit, dan was het een lege identiteit, zeg maar gerust de lege identiteit, Ø, want waarin zou de ene lege identiteit moeten verschillen van de andere?

Agnostisch non-dualisme is geen geloof maar het einde van iedere overtuiging

Waarom is agnostisch non-dualisme geen nieuw geloof?

Omdat het geen enkel onderscheid erkent of ontkent.

Hoe zou je zonder onderscheidingen te erkennen of ontkennen ook maar één zinvolle uitspraak kunnen doen over je herkomst, je bestemming, de ene god of de vele goden, engelen, priesters, kerken, normen, waarden, geopenbaarde wijsheid, rituelen en liturgie, almacht en onmacht, alwetendheid en onwetendheid, waarheid en onwaarheid?

Agnostisch non-dualisme rekent af met ieder geloof, zowel religieus als seculier.

Was agnostisch non-dualisme toch een geloof, dan was het een leeg geloof, zeg maar gerust het lege geloof, Ø, want waarin zou het ene lege geloof moeten verschillen van het andere?

Zo kan ik maar doorgaan, maar als het nu nog niet duidelijk is, wordt het dat nooit:

Agnostisch non-dualisme is helemaal het einde.

Zie ook: Verlichting is helemaal het einde (in het Witboek Verlichting) en Een nieuw begin (in Niet om door te komen! De Poortloze Poort).

Verder lezen: leegte, de lege belijdenis, de lege blik, het lege boek, de lege boodschap, de lege canon, de lege filosofie, de lege geest, het lege gelijk, de lege gelofte, de lege leer, de lege mens, het lege nest, het lege paradigma, lege spiritualiteit, de lege stelling, het lege teken (Ø), het lege woord (allemaal in het Witboek Niet-Weten).

41. Non-dualisme is: niet knippen en niet plakken

Nooit zal er iemand afstuderen aan de leuterschool.

Nondedju, of liever, non-dedju, wat een boel woorden alweer. En we zijn nog maar net met dit Witboek Advaita begonnen. En ik heb het alweer over het einde.

Wat wil ik nu eigenlijk zeggen? Dat non-dualisme en wijsbegeerte niet samengaan. Twee duiven op een kussen, daar schijt de duivel tussen. Zonder onderscheid is het kwaad filosoferen, ook over eenheid.

Wie geen enkel onderscheid erkent of ontkent, is uitgepraat. Zelfs dat er niets te zeggen valt kan hij niet zeggen. Alles wat hij meegeeft moet hij vroeg of laat terugnemen, hoe eerder hoe beter, nu dit weer, dus wat zal hij?

Filosofisch non-dualisme is een contradictio in terminis, zoals dat zo mooi heet – een terminologische tegenstrijdigheid. Dat wordt nog duidelijker als je in plaats van 'filosofisch' 'dualistisch' schrijft en in plaats van 'terminologisch' 'terminaal': dualistisch non-dualisme is een terminale tegenspraak. Wat de Indiase metafysici er niet van weerhouden heeft een filosofie van die strekking uit te walsen: dvaitadvaita vedanta. Oefen er even op, kun je straks de blits maken bij je leraar.

Vervolgens bedachten de onversaagde Indiërs één niet-twee drie het non-dualistisch dualistisch non-dualisme, advaitadvaitadvaita in het Sanskriet, en zo verder, waardoor hun boektitels algauw langer werden dan hun boeken en hun lendendoeken korter dan hun broeken.

Steeds fijnere onderscheidingen, dat kun je wel aan die doorzagers overlaten, die natuurlijk nooit een eind zullen maken aan het onderscheiden en verenigen.

Knippen en plakken – de diepste denkers zijn de grootste kleuters. En nooit zal er iemand afstuderen aan de leuterschool.

42. De overeenkomst tussen een non-dualist

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen een non-dualist?

Meester: Dat hij overal zichzelf ziet.

43. Het verschil tussen een non-dualist

Leerling: Wat is het verschil tussen een non-dualist?

Meester: Dat hij overal hetzelfde ziet.

44. Non-dualisme is een bom onder je denkbeelden

Ook onder het denkbeeld van non-dualisme.

Wie wil filosoferen moet zonder omkijken afscheid nemen van de niet-tweeheid die hem de geest snoert. Metafysica en non-dualiteit kunnen niet samen door één deur.

Daarom stel ik voor het onzinnige onderscheid tussen filosofisch non-dualisme en agnostisch non-dualisme op te geven en het woord non-dualisme te reserveren voor de enige leer die werkelijk non-dualistisch is: de lege leer, Ø.

Het filosofisch non-dualisme krijgt dan de naam die het verdient: monisme. Een absoluut idealistisch monisme om precies te zijn.

Filosofie is een houvast voor mensen die niet los kunnen laten. Een absolute filosofie is een absoluut houvast voor mensen die absoluut niet los kunnen laten.*

* Tip: Absoluut zeker van absoluut niets (in het Witboek Mystiek).

Absolutistische denkers adopteren zelfbeelden, mensbeelden, godsbeelden, wereldbeelden en andere denkbeelden, gieten ze in beton, zetten ze op een voetstuk, aanbidden ze en proberen anderen ook zo gek te krijgen, want de meeste stemmen gelden, als je tenminste gelooft in de consensustheorie van waarheid.

Ze redeneren zich een slag in de rondte om hun denkbeelden netjes op elkaar aan te laten sluiten en het kaartenhuis van rationalisaties overeind te houden, want geldigheid is samenhang, als je tenminste gelooft in de coherentietheorie van waarheid.

Ze zíjn hun zelfbeeld, weten ze, de mens is hun mensbeeld, god hun godsbeeld, de wereld hun wereldbeeld en zolang ze dat geloven zijn ze in hun sas.

Non-dualisme in agnostische zin is geen houvast maar een laatlos.

Het is het zuur waarin je onderscheidingen oplossen, ook en juist die van een, twee en niet-twee. Sst.

Het is een bom onder je beelden, ook en juist die van het non-dualisme, de lege leer en niet-weten. Boem!

Verder lezen: Denkstenen – je zal ze maar hebben en Denk-beelden zijn versteende denkbeelden (beide in het Witboek Verlichting).

45. Non-dualisme als middenweg

Effenaar op de evenaar.

Op de noordpool zie je nauwelijks non-dualisten en op de zuidpool is het niet veel beter. Dat zit zo, non-dualisten zijn stormvogels. Ze wonen op de wind en voelen zich het beste thuis boven open water rond de evenaar, waar ze op ieder moment alle kanten op kunnen.

In dit boek vind je ze...

Tussen vorm en leegte.

Tussen kop en munt.

Tussen kop en kont.

Tussen subject en object.

Tussen kennen en ontkennen.

Tussen waan en werkelijkheid.

Tussen natuurlijk en onnatuurlijk.

Tussen spreken en zwijgen.

Tussen feit en fictie.

Tussen de film en het doek.

Tussen kip en ei.

Tussen Vlaanderen en de maan.

Tussen bewustzijn en gedachte.

Tussen brein en bewustzijn.

Tussen appels en peren.

Tussen vriend en vijand.

Tussen scheiden en lijden.

Tussen punt en lichaam.

Tussen kenbaar en onkenbaar.

Tussen zien en zijn.

Tussen vrouw en man.

Tussen leraar en leerling.

Tussen handelswaar en waarheid.

Tussen opener en dichter.

Tussen conditionering en deconditionering.

Tussen werkelijkheid en Werkelijkheid.

Tussen Dit en Dat.

Tussen mens en onmens.

Tussen mens en dier.

Tussen doen en ondergaan.

Tussen concepten en werkelijkheid.

Tussen Atman en Brahman.

Tussen nietszeggend en veelzeggend.

Tussen X- en Y-chromosoom.

Tussen hebben en kwijtraken.

Tussen voorkeur en afkeer.

Tussen vraag en antwoord.

Tussen binnen en buiten.

Tussen stip en lijn.

Tussen hoog en laag.

Tussen ja en nee.

Tussen lichaam en omgeving.

Tussen overal en nergens.

Tussen eenheid en veelheid.

Tussen het deel en het geheel.

Tussen nu en ooit.

Tussen geloof en werkelijkheid.

Tussen alles en niets.

Tussen visser en Latijn.

Tussen vier stoelen.

Tussen spanning en ontspanning.

Tussen vrijheid en onvrijheid.

Tussen denken en niet-denken.

Non-dualisme zou je de leer van het midden of de middenleer kunnen noemen, een non-dualist een middenmens of middenmeester, zijn pad het middenpad of de middenweg, zijn wereld, gelegen tussen de twee uitersten die er nog juist deel van uitmaken, het middenland of het middenrijk.

Nu heeft het boeddhisme ook een middenweg. Twee zelfs: een morele die matigheid predikt en de metafysische Madhyamaka van Nagarjuna.

Om verwarring met de boeddhistische middenwegen te voorkomen kun je voor de non-dualistische beter 'tussen' gebruiken: tussenleer, tussenmeester, tussenweg, tussenrijk.

46. Tussentaal voor tussendenkers

Excuses voor de woordenbrij, spel is spiritueel voor mij.

Tussendenken, tussenspreken: tussen de woorden, begrippen, gedachten door denken, spreken.

Tussendenker, tussenmeester, tussenganger, tussengeest, tussoloog: iemand die de tussenweg gaat; synoniemen: non-dualist, agnost, weetniet.

De tussenweg, het tussenpad: de weg, het pad tussen de woorden, begrippen en gedachten door.

De tussendeur: de deur tussen dit en dat, de deur naar non-dualiteit, de deur naar de tussenweg.

Het tussen, het tussenin, het tussenrijk, de tussenwereld, de tussenruimte: de wijdte tussen de woorden, begrippen en gedachten.

Meester Tussen alias de Tussenmeester alias Ad Interim: verpersoonlijking van het tussendenken.

Tss: favoriete tussenwerpsel van Meester Tussen. Synoniemen: sst, eh, tja, haha, doeg...

Tussenhersenen: deel van de hersenen waarin het tussendenken plaatsvindt; bij de meeste mensen geatrofieerd.

Tussentaal, tussenspraak: het typerende taalgebruik van de tussendenker, met veel tussenwerpsels en stijlfiguren zoals het oxymoron, de paradox en de antithese; synoniem: dwaaltaal.

Tussentekst: tekst in tussentaal over de tussenruimte; synoniem: dwaaltekst.

Tussologie, de tussenleer: niet-weten, non-dualisme uitgedrukt in tussentermen.

Tussenterm, tussenwoord: woord uit het tussenjargon.

Tussenjargon: deze woordgroep.

Excuses voor de woordenbrij, spel is spiritueel voor mij. Agnostisch non-dualisme houdt overal het midden tussen, ook tussen spel en spiritualiteit. Vandaar dit tussenspel over tussenspiritualiteit.

Verder lezen: Woordenboek niet-weten: dwaaltaal, Woordenboek niet-weten: dwaaltekst, Stijlgids voor nitwits (alle in het Witboek Niet-Weten) en Niet-weten als deconstructie van het denken (in het Witboek Verlichting).

47. Tussen partij en Tussenpartij vind je de deur naar non-dualiteit

Elf uitbreidingen van de kieswet in overeenstemming met de menselijke geest.

De Tussenpartij is een partij, opgericht in '22, die tussen alle partijen in staat.

Volgens sommigen is iedere partij een tussenpartij, volgens anderen is er maar één echte tussenpartij, de Tussenpartij. De Tussenpartij neemt dienaangaande een tussenpositie in.

Onder het motto 'tussen lid en niet-lid vind je de weg naar non-dualiteit' maakt de Tussenpartij niet langer onderscheid tussen leden en niet-leden, waardoor ze tegelijk meer leden en minder leden telt dan welke partij ook.*

* Een hele verbetering vergeleken met het vorige motto, 'iedereen die geen lid is van een partij is lid van de Tussenpartij', dat de partij al haar leden kostte. Verder lezen: Denkknopen in de wiskunde (in het Witboek Verlichting).

De Tussenpartij is niet per se neutraal, of per se niet. Wat haar betreft staat het iedereen vrij partijdig te zijn of onpartijdig, of partijdig én onpartijdig, of partijdig noch onpartijdig, in hetzelfde opzicht of in verschillende opzichten, tegelijkertijd of achtereenvolgens, want zo werkt de menselijke geest.

Of het iedereen ook werkelijk vrij staat is een andere kwestie. Misschien wel, misschien lijkt het maar zo, misschien soms wel en soms niet of wel onder sommige omstandigheden in sommige opzichten en niet onder andere in andere – het staat iedereen vrij of niet-vrij om daarover een of geen mening te hebben, want zo werkt de menselijke geest.

Sinds haar oprichting ijvert de Tussenpartij voor een uitbreiding van de kieswet in overeenstemming met de menselijke geest waardoor het mogelijk wordt om...

1. Op meerdere of alle partijen te stemmen;

2. Tegen een of meer of alle partijen te stemmen;

3. Tegelijk voor én tegen een of meer of alle partijen te stemmen;

4. Voor of tegen of voor én tegen een of meer of alle punten uit een of meer of alle partijprogramma's te stemmen;

5. Voor of tegen of voor én tegen een of meer of alle politici van een of meer of alle partijen te stemmen;

6. Tussentijds van mening te veranderen over partijen, programmapunten en politici zo vaak je wilt;

7. Je mening op te schorten zo vaak en zo lang je wilt;

8. Je van stemming te onthouden zo vaak je wilt, ook als je een mening hebt;

9. Je van onthouding te onthouden zo vaak je wilt, ook als je geen mening hebt;

10. De oude kieswet te handhaven of een alternatieve kieswet voor te stellen of na te leven;

11. Er geen of meerdere kieswetten tegelijk op na te houden, individueel, groepsgewijs, nationaal of internationaal.

Momenteel buigt de Tussenpartij zich over de vraag of de Tussenpartij ook tussen de Tussenpartij en alle politieke partijen in staat, of zou moeten staan, en in het laatste geval, hoe.*

* Bijvoorbeeld door de oprichting van een of meer of alle mogelijke tussentussenpartijen, tussentussentussenpartijen enzovoort.

Het antwoord laat zich raden, waarschijnlijk voorgoed, want zo werkt de menselijke geest.

Logo van de Tussenpartij: een hoofdletter T met gespiegelde p's aan weerszijden.

^ Logo van de Tussenpartij.

48. Tussen voorkeur en afkeer vind je de deur naar non-dualiteit

Bestaan voorkeur en afkeer in werkelijkheid of alleen in onze waarneming?

Meester Tussen zegt:

Denken in termen van voorkeur versus afkeer is simplistisch.

Voorkeur kan van het ene moment op het andere omslaan in afkeer.

Wat bij de een de voorkeur geniet wekt bij de ander afkeer.

Wat in het ene tijdperk de voorkeur geniet wekt in het andere afkeer.

Wat je voorkeur geniet in gedachten kan afkeer wekken in de praktijk en omgekeerd.

Wat je voorkeur geniet kan tegelijkertijd afkeer wekken.

Bestaan voorkeur en afkeer in werkelijkheid of alleen in onze waarneming? Zijn het woorden of zaken? Of is het onderscheid tussen werkelijkheid en waarneming, tussen woord en zaak, ook weer dualistisch?

Tussen voorkeur en afkeer vind je de deur naar non-dualiteit.

49. Van je voorkeuren af willen is een voorkeur

Leven zonder voorkeur voor een leven zonder voorkeur.

Leerling: Hoe kom ik van mijn voorkeuren af?

Meester: Van je voorkeuren af willen is een voorkeur.

Leerling: Wat als je geen voorkeur hebt voor een leven zonder voorkeur?

Meester: Dan ben je daar vanaf.

Leerling: Nou, dat lijkt me wel wat.

Meester: Dan heb je een voorkeur voor een leven zonder voorkeur voor een leven zonder voorkeur.

Leerling: Hoe kom ik daar vanaf?

Meester: Van je voorkeuren af willen is een voorkeur.

Leerling: Wat als je geen voorkeur hebt voor een leven zonder voorkeur voor een leven zonder voorkeur?

Meester: Dan ben je daar vanaf.

Leerling: Nou, dat lijkt me wel wat.

Meester: Dan heb je een voorkeur voor een leven zonder voorkeur voor een leven zonder voorkeur voor een leven zonder voorkeur.

Leerling: Is hier een einde aan?

Meester: Dat zou je wel willen, hè?

Leerling: Hoe kom ik van mijn voorkeuren af?

50. Tussen voorkeur en neutraliteit vind je de deur naar non-dualiteit

Betalen om tussen eindeloze vangrails van parkeerplaats naar parkeerplaats te rijden – wat een avontuur.

'De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen voorkeuren heeft.'

Met die elf woorden begint De Grote Weg; verzen over de geest van vertrouwen van de derde zenpatriarch, Sengtsan.

Misschien heeft hij daar gelijk in, dat de Grote Weg niet moeilijk is voor wie geen voorkeuren heeft, maar je hebt er niets aan om dat te weten, want het is verdomd moeilijk, zo niet onmogelijk, om geen voorkeuren te hebben.

Ik zou het niet eens willen. Stel je voor dat het me werkelijk niet uitmaakte of ik gras at of glas, muisjes of meisjes – dan kwam ik niet ver op die Grote Weg. Dan eindigde mijn pad voortijdig in de nor of in een urn en het zou me nog worst wezen ook.

Sengtsan zelf hield het nog geen openingszin vol zonder voorkeuren. Kennelijk had hij geen afkeer van hypocrisie, dat moet ik hem nageven, maar verder? Uit alle verzen blijkt zijn voorkeur voor de zenweg, zijn voorkeur voor de geest van vertrouwen en zijn voorkeur voor een leven zonder voorkeur.

Elf woorden had die sufferd nodig om zijn geloofwaardigheid te verspelen en mijn geest van wantrouwen te wekken. Dat probeer ik zelf al elf jaar bij mijn lezers maar na elf boeken is het me nog steeds niet gelukt, kun je nagaan.

Vreemd genoeg zijn er nu al vijftig of zestig generaties achtereen mensen die een uitgesproken voorkeur voor Sengtsan's onuitgesproken voorkeuren aan de dag leggen. Zo niet in de geest van vertrouwen dan toch in de geest van lichtgelovigheid of in de geest van licht-gelovigheid.

Zij liever dan ik. Als je het mij vraagt is de Grote Weg van Sengtsan een tolweg. Net als alle andere Grote Wegen naar de Grote Zegen. Betalen om met een heleboel anderen in een groot voertuig over gebaande wegen tussen grauwe vangrails van parkeerplaats naar parkeerplaats te rijden – wat een avontuur.

Verder lezen: Klein abc van de Grote Weg van Sengtsan (in het Witboek Zen) en Sengtsan: 'Hou op met praten en denken' (in het Witboek Taoïsme).

51. Aannames zijn de kosmische grap

Verstoppertje spelen met het zelf.

Leerling: Wat vindt u van de kosmische grap?

Meester: Welke?

Leerling: Dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Meester: Wat dan wel?

Leerling: Alleen maar Bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf.

Meester: Kijk eens aan.

Leerling: De persoon, de vrije wil en de wereld zijn allemaal illusies.

Meester: En waarom zou Bewustzijn verstoppertje spelen met zichzelf?

Leerling: Om in de opheffing van het zogenaamde individu de eigen eenheid weer te kunnen ervaren.

Meester: Nogal omslachtig voor de Grote Tovenaar, nietwaar?

Leerling: Een grap van kosmisch formaat.

Meester: Ik kom niet meer bij.

Leerling: Vindt u hem niet leuk?

Meester: Ik heb er eerlijk gezegd nooit de lol van ingezien.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Al die aannames.

Leerling: Welke aannames?

Meester: Dat er zoiets is als bewustzijn bijvoorbeeld.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke aannames nog meer?

Meester: Dat alles bewustzijn is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke aannames nog meer?

Meester: Dat er maar één bewustzijn is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke aannames nog meer?

Meester: Dat bewustzijn spelletjes moet spelen om eenheid te kunnen ervaren.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke aannames nog meer?

Meester: Dat bewustzijn eropuit is eenheid te ervaren.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke aannames nog meer?

Meester: Dat bewustzijn ergens op uit is. Dat de persoon, de vrije wil en de wereld illusies zijn. Dat Bewustzijn een soort persoon met een vrije wil is die verlangens heeft en dingen kan ervaren. Dat Bewustzijn een multipele persoonlijkheid is met miljarden subpersonen die allemaal illusoir zijn, behalve Hijzelf. Dat...

Leerling: Genoeg, genoeg, ik zie wat u bedoelt.

Meester: O ja?

Leerling: Het idee van de kosmische grap berust op talloze onuitgesproken, ononderzochte aannames.

Meester: Ieder idee berust op talloze onuitgesproken, ononderzochte aannames.

Leerling: Nee toch.

Meester: Dit idee ook.

Leerling: Hoe weet ik dan of het waar is?

Meester: Als je het wist was het niet waar.

Leerling: Zijn er ook ideeën die niet op talloze onuitgesproken ononderzochte aannames berusten?

Meester: Kan best wezen...

Leerling: Maar?

Meester: Ik ben ze nog niet tegengekomen. Of ik was vooringenomen.

Leerling: Wat een grap.

Meester: Kosmisch gewoon.

Vraag aan de lezer

Heb jij ideeën die niet op talloze onuitgesproken, ononderzochte aannames berusten?

52. De ingang van het non-dualisme is de uitgang van het non-dualisme

Uit het rad in het gat.

Non-dualisme, dat is drie keer niks. Nada nada nada, om het met Jan van het Kruis te zeggen. Het heft zichzelf onophoudelijk op. Daar kun je een recursieve definitie van maken:

Non-dualisme is het einde van het non-dualisme.

Uit deze definitie volgt dat het einde van het non-dualisme gelijk is aan het einde van het einde van het non-dualisme enzovoort, tot in het oneindige. Wat dan wel een nieuw begin zal zijn – maar waarvan? Van het einde natuurlijk.

Iedere inleiding in het non-dualisme is een uitleiding uit het non-dualisme, deze ook.

Iedere bevrijdingsweg gebaseerd op een paradox leidt weg van gebondenheid, weg van de vrijheid en weg van de weg.

Iedere deurloze deur blijkt een draaideur. Je draait maar door, tot je het eindelijk in de gaten krijgt. Dan spring je subiet uit het rad in het gat waar het blindelings omheen draait:

De ingang van het soefisme is de uitgang van het soefisme.

De ingang van het taoïsme is de uitgang van het taoïsme.

De ingang van de mystiek is de uitgang van de mystiek.

De ingang van verlichting is de uitgang van verlichting.

De ingang van niet-weten is de uitgang van niet-weten.

De ingang van advaita is de uitgang van advaita.

De ingang van zen is de uitgang van zen.

Aan het eind van de rit sta je met een leeg hoofd en met lege handen. Ontsnapt aan de leidsels van je leer en meester.

53. Non-dualisme is oorlog.

Elf keer BOEM!

Even capituleren:

Non-dualisme is geen leer maar een non-leer.

Non-dualisme is geen waarheid maar een non-waarheid.

Non-dualisme is geen wijsheid maar non-wijsheid.

Non-dualisme is geen verlichting maar non-verlichting

Non-dualisme is geen geloof maar een non-geloof

Non-dualisme is geen weg maar een non-weg.

Non-dualisme is geen stelling maar een non-stelling.

Non-dualisme is geen geheim maar een non-geheim.

Non-dualisme is geen standpunt maar een non-standpunt.

Non-dualisme is geen idee maar een non-idee.

Non-dualisme is geen filosofie maar een non-filosofie.

Ka-nonnen!

Het lijkt wel oorlog!

54. Autolyse als illusie; dromen van Jed McKenna

Over de mindset van de Jedset.

Spirituele spelletjes

Beste Hans,

Ik ben nu een boek aan het lezen van ene Jed McKenna over autolyse en spirituele oorlogsvoering, en moest meteen aan jou denken. Volgens McKenna is de persoon een illusie. De zenboeddhist Jeff Shore gebruikt in dit verband de uitdrukking 'being without self': zonder zelf zijn. Advaita en zen bestrijden zij aan zij het droompersonage. Ben je het ermee eens dat spiritualiteit oorlogsvoering is?

Beste Bodhi,

Is voetbal oorlog?

Is koude oorlog?

Is een patatje oorlog?

Is een heilige oorlog?

Bodhi: Spiritualiteit is volgens jou geen oorlog?

Hans: Spiritualiteit is volgens mij een spelletje.

Bodhi: Wat voor spelletje?

Hans: Een achtvoudig spelletje.

Doen alsof het oorlog is.

Doen alsof je aan jezelf sterft.

Doen alsof je wijsheid erft.

Doen alsof je de waarheid kent.

Doen alsof je de waarheid bent.

Doen alsof je ego's bestrijdt.

Doen alsof je wezens bevrijdt.

Doen alsof je niet doet alsof.

Vijanden voor het leven

Bodhi: Spiritualiteit is een spelletje oorlog?

Hans: Een wargame waar geen eind aan komt.

Bodhi: Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Hans: We bedenken kosmologiën die niemand kan verifiëren of doorzien. Zo ontstaan er leerlingen. Leerlingen voor Meesters.

En datte we Wijze Wezens zijn
Dat wille we wé-hé-ten

We bedenken Idealen waaraan niemand kan voldoen. Zo ontstaan er losers. Losers voor Verlossers.

Lang zullen we streven
Lang zullen we streven
Leven na leven naar de Gloria

We bedenken kwelgeesten die niemand kan verslaan. Zo ontstaan er vijanden. Vijanden voor het leven.

Lang zullen we beven
Lang zullen we beven
Lang zullen we beven voor de swastika

Bodhi: Welke vijanden voor het leven?

Hans: Je weet wel – duivels, ketters, zonden, ikjes, ego's, onwetendheid, begeerte, gehechtheid, maya, mara, mind...

Wijsheidsoog met grauwe staar

Bodhi: Jed McKenna verklaart de oorlog aan het droompersonage. Jij verklaart de oorlog aan de leraar.

Hans: Ik zou niet weten hoe. De leraar van een droompersonage kan alleen maar een droompersonage zijn. De oorlog verklaren aan een droompersonage kan alleen maar in een droom.

O, Broeders op het Lege Ei
Dragers van de Gulden Slab
Maagden zonder Vlies of Haar
Ridders zijn toch veel te zwaar

Atmes Brahmes Advaitantes
Niemand hier en niemand daar
Alle films verdoeken maar
Woorden zijn geen kaviaar

Oude leugens zijn niet waar
Instant dogma kant en klaar
Wijsheidsoog met grauwe staar
Satsangdroom in samsara

Bodhi: Klinkt toch behoorlijk oorlogszuchtig.

Hans: Zolang de bla-bla-bladeren de he-he-hemel in groeien zal ik agent orange sproeien. Om het met de denkbeeldige geest U.G. Krishnamurti te zeggen – wat mij ook raakt, het zal onmiddellijk opbranden, dat is de aard van mijn energie.*

* De Denkbeeldige Geest, U.G. Krishnamurti, 2004, pagina 39.

Onzin natuurlijk, behalve voor degenen die in indianentaal geloven. Of in hoesten, UG.

Autolyse oplossen

Bodhi: Hoe denk jij over autolyse?

Hans: Pure misleiding.

Bodhi: Meen je dat nou?

Hans: Alsof er een methode bestaat om jezelf op te lossen. Alsof er een zelf is op te lossen. Alsof er een Zelf is om in op te lossen.

Alsof je alleen maar jezelf hoeft op te lossen, en niet Jed McKenna en Jeff Shore en S.G. Boeddha en U.G. Krishnamurti en J.N. van Dam en noem maar op.

Om nog maar te zwijgen van de myriaden imponderabilia in het kruitvat tussen je kruin en je sprekerd.

Bodhi: Wat?

Hans: Al die sissers, blindgangers en losse flodders die de hele dag ongevraagd in je opkomen. Autolyse, atman, brahman, bewustzijn, zen, dharma, waarheid, ego, mind, onwetendheid, begeerte, gehechtheid, maya, mara, being without self, spirituele oorlogsvoering. Alsof die niet opgelost hoeven te worden.

Wie in de put zit ziet overal deksels

Bodhi: Ik vraag me af of Jed McKenna zijn potlood niet te vroeg heeft begraven. Is hij niet blijven hangen in het idee dat hij ontwaakt is? Terwijl hij intussen iedereen aanspoort om Verder te gaan.

Hans: Verder dan Jed.*

* Zie ook de Doorreisgids voor lunatics (in het Witboek voor Zoekers).

Bodhi: In zijn Notities heeft McKenna het over een enorme leegte. Hij verklaart de wereld failliet en doet niet langer mee – weer een vorm van afgescheidenheid.

Hans: En daar dan weer één mee worden.

Bodhi: Ook maakt hij onderscheid tussen ontwaken in de droom en ontwaken uit de droom.

Hans: Jed droomt zich af.

Bodhi: Intussen zit hij naar eigen zeggen het liefst op een stoepje van een putdeksel te genieten.

Hans: Mensen op het spirituele pad kunnen zich niets mooiers voorstellen dan gedachteloos op een stoepje of een kussentje zitten. Te lang over zichzelf nagedacht, denk ik, dan wil je weleens wat anders.

Wie zich aan zijn denken brandt moet op de blaren zitten en wie op blaren zit ziet overal kussens. Wie te diep graaft, raakt in de put en wie in de put zit ziet overal deksels.

Bodhi: Op je gat zitten kan heel fijn zijn.

Hans: Je moet niet op je gat gaan zitten, je moet erdoorheen.

Bodhi: Jakkes.

Lees ook: Verlichting is nooit meer wroeten (in het Witboek Verlichting).

De Jedset

Hans: Het wassende legioen van autolysten noem ik de Jedset. Dat is een woordspeling op Mindset.

Met Mindset bedoel ik de absolute en onveranderlijke toestand waarin de geest verkeert die is gebiologeerd door een absolute en onveranderlijke Waarheid, maakt niet uit welke.*

* Zie ook: De hoofdwetten van de psychostatica (in het Witboek Niet-Weten).

Je herkent de Waarzeggers van willekeurig welke Mindset aan hun monistische monolithische monomane monotone monologen. Ze klinken als een klok. Tok tok tok. Getikt, gelocked, gelikt, verstokt.

Fundamentalisten aller gezindten, verenigt u! Slijpt de potloden! Streept alles weg waar ge niet aan twijfelt! Krassen! Krassen! Krassen!

Bodhi: Is niet-weten dan geen mindset?

Hans: Nou en of. Een lege mindset. Zeg maar gerust dé lege mindset, Ø, want waarin zou de ene lege mindset van de andere moeten verschillen?

Bodhi: Jij bewaakt een lege kluis.

Hans: Ik bewoon een leeg huis. Wat valt er te bewaken? Iedereen mag komen spoken. Denkbeeldig of niet. Met of zonder mindset. Ik geef gratis niet thuis, kom er maar eens om.

In beweging blijven

Bodhi: Wat is dan het punt van niet-weten?

Hans: Niet-weten is geen punt en geen lijn. Geen uitroepteken en geen vraagteken. Geen woord en geen stilte. Geen hoofdletter en geen kleinkapitaal. Geen spoortje van grafiet, alleen nog wit in het verschiet.

Bodhi: Hoe is het om in niet-weten te verblijven?

Hans: Niet-weten is geen plek om in te verblijven. Niet-weten is in beweging blijven. Almaar verder gaan, zoals Jed McKenna inderdaad aanbeveelt, net als Ken Kesey en de Hartsoetra en de ANWB en het VVV – hé hé, ga je mee? Maar niet ergens heen. Ergens vandaan.

Bodhi: Waarvandaan?

Hans: Van je vorige gedachten vandaan. Van je huidige gedachte vandaan. Van je volgende gedachten vandaan.

Bodhi: Alle gedachten naar de maan.

Hans: Deze ook.

Bodhi: Ga er maar aan staan.

Hans: A small step for a man, a big step for a mind.

Lees ook: Een vinger naar de waan (in het Witboek Verlichting).

Terugtrekken is een vorm van meedoen

Bodhi: Doe jij nog mee aan de wereld?

Hans: Iedereen doet mee aan de wereld. Niet meedoen aan de wereld, dat gaat echt niet. Je loopt erover en zij over jou. Je ademt erin en zij in jou. Je eet ervan en zij van jou. Je schijt erop en zij op jou. Je praat ertegen, zij zwijgt in jou. Je sterft erin of zij in jou.

Inderdaad leid ik vergeleken met de meeste mensen een teruggetrokken bestaan, maar dat leed ik altijd al, en heus niet omwille van de waarheid. Teruggetrokken en midden in het leven zijn gewoon twee vormen van meedoen. Twee vormen van meegedaan worden. Of je wilt of niet.

Bodhi: Terugtrekken is passé – 'in de wereld maar niet van de wereld'.

Hans: Van cliché naar cliché.

Bodhi: Pardon?

Hans: Je trekt je terug, misschien wel verder, middenin het leven, of je leeft verder, misschien wel veel verder, middenin je teruggetrokkenheid.

Bodhi: Jij vindt het geen bezwaar dat Jed McKenna zich terugtrekt uit de wereld?

Hans: Nogmaals, niemand kan zich terugtrekken uit de wereld. Onder de grond, in het Catshuis of op de maan – je zit er middenin.

Laat die zelfverklaarde wargamer maar lekker van zijn putdeksels genieten. Putdeksels als schilden, schilden om zichzelf op te hijsen, dromend van oorlog, ego's en eremetaal.

Tekening van Jed McKenna met zonnebril en speelgoedweer op een zwevende putdeksel.

^ Dromend van oorlog, ego's en eremetaal.

55. Autolyse voor gevorderden

Jed McKenna oplossen.

'Wat ben jij aan het doen?'

'Autolyse.'

'Wat is dat?'

'Zelfoplossing.'

'Pardon?'

'De methode van Jed McKenna om tot verlichting te komen.'

'Wat houdt die methode in?'

'Opschrijven wat je meent te weten en alles wegstrepen waarvan je niet zeker bent tot alleen de waarheid overblijft.'

'Wie zegt dat er wat overblijft?'

'Jed McKenna.'

'Wie zegt dat wat overblijft de waarheid is?'

'Jed McKenna.'

'Wie zegt dat de waarheid tot verlichting leidt?'

'Jed McKenna.'

'Wie zegt dat Jed McKenna weet waar hij het over heeft?'

'Jed McKenna.'

'Zeker weten dat hij gelijk heeft?'

'Eigenlijk niet.'

'Zou je hém dan niet wegstrepen?'

'En dan?'

'De waarheid wegstrepen.'

'Waarom zou je de Waarheid wegstrepen?'

'Je wou toch oplossen?'

'Maar dan ben je ook klaar?'

'Jij wilt voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.'

'Wat valt er dan nog meer te doen?'

'Het wegstrepen wegstrepen.'

'En dan?'

'Het dan wegstrepen.'

'En dan ben je eindelijk klaar?'

'Wie zegt dat je ooit klaarkomt?'

'Wou jij beweren van niet?'

'Wie zegt dat ik weet waar ik het over heb?'

'Ik zie dat ik nog een lange weg te gaan heb.'

'Waarheen?'

'Zelfoplossing natuurlijk.'

'Je veronderstelt dat er iets op te lossen valt.'

'Waar ben ik in vredesnaam aan begonnen.'

'Jed mag het weten.'

Lees ook: Het Halve Werk is niet Het Hele Werk (in Byron Katie voor Workaholics).

56. Autolyse, anatman, sunyata en andere holle woorden

Het komt allemaal op hetzelfde neer: niets is wat het lijkt. Als het al is.

Autolyse (Grieks, auto, zelf + lusis, losmaken, oplossen) is de naam van de bevrijdingsmethode van de non-dualist Jed McKenna. Die methode is heel simpel: opschrijven wat je meent te weten en doorstrepen waar je niet zeker van bent.

Een jaar of twee van ijverig schrijven en doorhalen zou genoeg moeten zijn. Wat overblijft is volgens McKenna de Waarheid van niet-zelf. De illusie van de persoon is dan voorgoed doorzien, vandaar de term auto-lyse: zelf-oplossing.

Het begrip autolyse is verwant met de boeddhistische begrippen anatman (Sanskriet, an, niet + atman, zelf) en anatta (Pali, an, niet + atta, zelf). Beide verwijzen naar de doctrine van zelfloosheid, waarvan twee versies bestaan:

Bij anatman/anatta in engere zin gaat het om de gedachte dat de mens ondanks de schijn van het tegendeel geen onveranderlijke essentie, substantie, wezen, werkzaamheid, geest, ziel of zelf heeft.

Bij anatman/anatta in ruimere zin gaat het om de gedachte dat niets enige substantie of essentie heeft – levende wezens niet, de dingen niet, woorden en begrippen niet – deze net zomin. (1)

Zelfloosheid (anatman/anatta) is een van de drie karakteristieken of bestaanskenmerken, die gezamenlijk de trilaksana of tilakkhana worden genoemd. (2)

Zelfloosheid in ruimere zin is verwant met de boeddhistische begrippen leegte (sunyata/sunnata) en afhankelijk ontstaan (pratitya-samutpada).

Lezer, laat je niet intimideren door al die moeilijke woorden. Grieks, Sanskriet, Pali of Nederlands, het komt allemaal op hetzelfde neer: niets is wat het lijkt. Als het al is.

(1) In het hindoeïsme staat anatman voor de monistische doctrine dat atman (de persoonlijke ziel of geest) weliswaar geen illusie is, maar slechts een verschijningsvorm van de algeest Brahman.

(2) De andere twee zijn vergankelijkheid (anitya/anicca) en ontevredenheid (duhkha/dukkha).

Lees ook: Het hart van de Hartsoetra is leeg, Alles leeg en niets heilig (beide in het Witboek Zen) en Het open geheim, het verschrikkelijke geheim en het lege geheim (in het Witboek voor Zoekers).

57. Meester tussen het ego en het zelf

Is het ego het zelf?

Leerling: Wat is het verschil tussen het ego en het zelf?

Meester: Is er een verschil tussen het ego en het zelf?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen het ego en het zelf?

Meester: Is er een overeenkomst tussen het ego en het zelf?

Leerling: Wat is de relatie tussen het ego en het zelf?

Meester: Is er een relatie tussen het ego en het zelf?

Leerling: Wat is het ego van zichzelf?

Meester: Is het ego wat van zichzelf?

Leerling: Wat is het zelf van zichzelf?

Meester: Is het zelf wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

58. Er is maar één kosmische grappenmaker

Er is maar één kosmische grappenmaker...

Januskop met vrolijke narrengezichten.

En dat zijn wij!

59. Tussen natuurlijk en onnatuurlijk vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Elektriciteit is onnatuurlijk.

Meester: En bliksem dan?

Leerling: Stroomwapens zijn onnatuurlijk.

Meester: En sidderalen dan?

Leerling: Kernenergie is onnatuurlijk.

Meester: En de zon dan?

Leerling: Gentechnologie is onnatuurlijk.

Meester: En biodiversiteit dan?

Leerling: Stuwdammen zijn onnatuurlijk.

Meester: En bevers dan?

Leerling: Chemische wapens zijn onnatuurlijk.

Meester: En slangen dan?

Leerling: Kleding is onnatuurlijk.

Meester: En pelzen dan?

Leerling: Vliegen is onnatuurlijk.

Meester: En vogels dan?

Leerling: Geweld is onnatuurlijk.

Meester: En orka's dan?

Leerling: Stedenbouw is onnatuurlijk.

Meester: En termietenheuvels dan?

Leerling: Veelwijverij is onnatuurlijk.

Meester: En stieren dan?

Leerling: Zelfmoord is onnatuurlijk.

Meester: En lemmingen dan?

Leerling: Homoseksualiteit is onnatuurlijk.

Meester: En koeien dan?

Leerling: Hebzucht is onnatuurlijk.

Meester: En eekhoorns dan?

Leerling: Iets onnatuurlijk noemen is onnatuurlijk.

Meester: En jij dan?

60. Tussen spreken en zwijgen vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: De menselijke beschaving is onnatuurlijk.

Meester: Hoezo?

Leerling: Cultuur is een uitvinding van de mens.

Meester: De mens is een uitvinding van de natuur.

Leerling: Dus?

Meester: Is beschaving een uitvinding van de natuur.

Leerling: Pardon?

Meester: Als je tenminste in de sluitrede gelooft.

Leerling: Zo kun je alles wel natuurlijk noemen.

Meester: Inderdaad.

Leerling: Dan kun je net zo goed niets meer zeggen.

Meester: Misschien niet...

Leerling: Maar?

Meester: Zwijgen is onnatuurlijk.

61. Advaita is: niet vastzitten

Beste Ferry,

Wat een lange brief zeg, zes pagina's op mijn beeldscherm van een halve meter hoog, dat is drie meter. Ik probeer mijn antwoorden te beperken tot een meter, dus ik kan niet overal op reageren, maar ik doe mijn best.

Advaita is: niet vastzitten in neutraliteit

Om te beginnen, dank voor je medeleven. Inderdaad heb ik pijn en inderdaad maak ik me zorgen.

Je stelt 'dat het de verlichte betaamt pijn en zorgen te verwelkomen', dus ik heb meteen de rode loper uitgerold. Kijk ze eens paraderen! Grapje.

Eerlijk gezegd maakt het me niets uit of ik de pijn en de zorgen verwelkom of mijn afwijzing ervan of mijn afwijzing daar weer van. Ze zijn allemaal even welkom of nietkom, dus daar heb ik geen omkijken naar.

Ook in algemene zin maakt het me niets uit of iets me uitmaakt. Wat heb ik daarmee te maken? Maakt het me toch een keertje uit, dan maakt dát me niet uit. Zodoende kan ik het nooit verkeerd doen. En nooit goed natuurlijk. Ga maar na.

Ik sta onverschillig tegenover mijn verschilligheid.

Ik sta onpartijdig tegenover mijn partijdigheid.

Ik tolereer mijn intolerantie.

Ik heb geen mening over mijn meningen.

Ik hecht geen geloof aan mijn geloof.

Ik kijk onbevooroordeeld naar mijn vooroordelen.

Ik ben ruimdenkend inzake mijn bekrompenheid.

Ik word niet begrensd door grenzeloosheid.

Ik ben een met mijn menigvuldigheid.

Ik eigen me mijn toe-eigeningen niet toe.

Ik identificeer me niet met mijn identificaties.

Ik hou me niet verantwoordelijk voor mijn verantwoordelijkheidsgevoel.

Ik heb geen voorkeur voor een leven zonder voorkeur.

Ik heb geen hokje voor hokjesgeesten.

Ik maak geen onderscheid tussen wel en geen onderscheid maken.

En anders maar wel.

Begrijp je wat ik bedoel?

Advaita is: niet vastzitten in woorden

Hoe je een en ander moet noemen is wat anders. Eerst noemde ik het niet-weten; die term lag en ligt me het best.

Later heb ik honderd andere namen leren kennen waarmee ik ook uit de voeten blijk te kunnen. Waaronder advaita. Wijsheid zonder wijsheid. Non-dualiteit. Niet-twee. Niet-onderscheiden. Niet-doen. Niet-hechten. Niet-oordelen. Niet-geloven. Niet-zelf.*

* Verder lezen: Stijlgids voor stamelaars: oxymoron (in het Witboek Niet-Weten).

Helaas zijn alle labels misleidend. Wie ze letterlijk neemt en ernaar probeert te leven komt meteen vast te zitten. Die mag geen onderscheid meer maken, geen grenzen meer trekken, nergens meer over oordelen, geen plannen of doelen meer hebben, geen eigendommen vergaren, niets meer geloven, nergens meer naar verlangen, nergens meer aan hechten en niets meer weten.

Die loopt de hele dag op te letten, zijn best te doen, zijn zonden te overdenken, zijn karma te verkleinen, zijn persoon te ontkennen, zijn ego te onderdrukken, zijn geest tot rust te brengen, zijn openheid te cultiveren, zijn gewoontes te doorbreken, zijn illusies te doorzien, zijn banden te verbreken, zijn bezittingen te lozen, zijn gedrag bij te stellen en de balans op te maken.

Mij best hoor, maar om dat nu vrijheid te noemen?

Zo ken ik een advaitaleraar, je weet vast wel wie ik bedoel, die te pas en te onpas roept dat het de verlichte betaamt alles te verwelkomen. Een fuik vanjewelste en een gesel voor hen die hunkeren naar verlichting of die zich de identiteit van verlichte hebben aangemeten.

Zolang je gelooft dat de verlichte iets past zit je daarin vast. Zolang je gelooft dat de verlichte niets past zit je daarin vast. Zolang je gelooft in verlichting als iets wat je kunt doen, worden, bereiken of achter je laten, heb je iets te doen, te worden, te bereiken of achter je te laten.

Ook deze woorden zijn misleidend en zetten je vast. Te zeggen dat alle woorden misleidend zijn of dat de waarheid voorbij de woorden is of zo, maakt het er niet beter op. Dat zet weer aan tot demonstratieve zwijgerij, alleen te verbreken om de stilte op te kunnen hemelen.

Advaita is: niet vastzitten in advaita

Wat betreft de door jou 'gerespecteerde, vaste satsangbezoeker B.' die meende 'dat jouw gedachten, en eigenlijk alle gedachten, vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn' – hij heeft volkomen gelijk.

Helaas voor B. betekent dit dat zijn gedachte dat jouw gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn, ook gebakken lucht is. Evenals de gedachte dat eigenlijk alle gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn. Evenals het perspectief van de advaita vedanta zelf. Dus waarop wou B. zich nog beroepen? Waartegen wou jij nog in beroep gaan?

Advaita is uiteindelijk zelfvernietigend. Dat is net wat ik er zo aardig aan vindt: het doet alles op zijn grondvesten schudden. Advaita is een ander woord voor aardbeving, of liever, geestbeving. Non-dualisme als denksteenvergruizer.

Wie ieder onderscheid ondermijnt, zelfs het onderscheid tussen eenheid en veelheid, tussen werkelijkheid en illusie, tussen iemand en niemand, tussen één, twee, niet-twee en veel, die raakt alle verhalen kwijt.

Niets houdt hij over, zelfs niet het niets. Geen grond meer onder zijn voeten en geen poot meer om op te staan. Einde oefening, afgelopen uit, over en sluitspier.

Stel je dat eens voor: Geen dvaita. Geen advaita. Geen veda. Geen vedanta. Geen dualisme. Geen non-dualisme. Geen dualiteit. Geen non-dualiteit. Geen zelf. Geen niet-zelf. En ook geen niet-weten natuurlijk.

Kan het eenvoudiger?

Advaita is: niet vastzitten in Bewustzijn

Het komt me voor dat je je met je hypostase van 'het Bewustzijn dat zich uitdrukt via de gedachten van wat men gewoonlijk de persoon noemt, in mijn geval Ferry', evenzeer en net zo hopeloos vastlult als met de hypostase van de persoon zelf, in jouw geval Ferry.

Het Bewustzijn is gewoon de volgende persoon, in jouw geval Ferdinand of Ferrari. De Persoon der personen. De Hoofd-persoon, ontsproten aan het Opper-hoofd. Dat alleen maar een alter ego blijkt te zijn van goeie ouwe Ferry. Zo praat je er tenminste over:

"Het Bewustzijn kent mij en leeft mij. In die zin ben ik het Bewustzijn en andersom. Er is geen afgescheidenheid."

Wat is Bewustzijn precies, vraag ik me af, of doe alsof. Een personificatie, een reïficatie, een deïficatie, een mystificatie?* Ik zou tenminste niet weten hoe je 'het niets dat alles is' en 'het alles dat in zichzelf leeg is' (jouw woorden) anders zou moeten noemen.

* Personificatie: zaak voorgesteld als persoon. Reïficatie: zaak voorgesteld als ding. Deïficatie: zaak voorgesteld als god(delijk). Mystificatie: begrippenmist.

Met dat soort dwaaltaal maak je de heilige graal alleen maar heiliger, stuw je de overspannen verwachtingen nog hoger op en wek je in je gebiologeerde toehoorders precies de spirituele hebzucht, eerzucht en behaagzucht op die je zegt te verafschuwen.

Advaita is: niet vastzitten in speculatie

En wat is dat nu ineens weer voor geheimzinnig gedoe over de kosmos?

Ik ken die R. die je met instemming citeert wel zo'n beetje – cryptofiel, filoloog, sciëntist, nieuwetijdskind en praatjesmaker par excellence, met zijn meeneemideeën over elfdimensionale snaren en andere luchtgitaren, zijn gewauwel over de noodzaak tot verwetenschappelijking van onze zogenaamd middeleeuwse spiritualiteit naar het voorbeeld van Lama Ladida blablabla. Pas maar op dat je kop niet uit elkaar knalt.

Metafysica is amfetamine voor de mind, maar met spiritualiteit heeft het geen jota te maken, of hoe het kleinste higgsdeeltje tegenwoordig ook mag heten. Tenzij je spiritualiteit definieert als speculatie.

Voor mij is spiritualiteit juist het einde van alle speculatie, zowel de gebreidelde als de ongebreidelde variant. Of ten minste de erkenning van het speculatieve karakter van onze verheven gedachten. Een speculum om de ongeboren babbelbox bloot te leggen, die gedijt bij verborgenheid. Waarop hij meteen en voorgoed dichtklapt.

Gynäkologie des Geistes.

Advaita is: niet vastzitten in de Waarheid

Ook dat andere stokpaardje van je, het leven als Mysterie, is tegenwoordig bon ton onder beaten uit alle hoeken en gaten, van ongeboren tot ongestorven, van half gaar tot dubbel gebakken, wat een lucht.

God is dood, Osho is bijgezet, Hare Krishna is verwelkt en Zijne Boeddha wordt nog iedere dag zonder enige karuna in zijn kont geneukt door lege leraren uit alle landen. Dus nu spreken we maar van het Mysterie, de volgende ster aan het firmament om thee en horoscopen van te trekken, het volgende mikpunt voor de psychonaut.

Zou dat dan de Eeuwige WijsDom zijn, verlichting als permanente staat van verwondering? Verwonder je hier dan maar eens over: niemand verkeert in een permanente staat van verwondering. Christenen niet, mystici niet, sanyassins niet, swami's niet, boeddhisten niet, agnosten niet en idioten niet. Zelfs amnesiepatiënt Clive Wearing niet, al komt hij dichtbij. Zelfs mijn demente ouders niet al zijn ze ver heen.

En verlichten wel het allerminst, wat jij. Die hebben namelijk de Absolute Waarheid in pacht. Vreemd genoeg niet allemaal dezelfde. Zelfs dat verwondert ze niet. Verlichten verwonderen zich vrijwel nergens over, niet dat ik weet.

Ongeacht hun gezindte lijken verlichten sprekend op elkaar, en zwijgend, kennelijk gaat hun act over van leraar op leerling, buiten de geschriften om. Zekerheid zaaien en bewondering oogsten, luidt het devies. Bestudeerd zijn hun gebaren, alwetend is hun blik. Zelfgenoegzaam glimlachen ze hun gehoor uit. En maar wijzen, zoals het wijzen betaamt.

Geloof je me niet? Speel maar eens een videootje van een van je eigen satsangs af. Let vooral op je handen.

Verder lezen: amnesiepatiënt Clive Wearing (in de Wikipedia).

Advaita is: niet vastzitten in je gedachten

Satsang, het woord alleen al. 'Bijeenkomst in Waarheid'. Satsang is een bekendmaking, geen onbekendmaking.

Of gaat meneer de leraar soms voor in onwetendheid? Legt meneer de leraar ooit zijn oor te luister bij zijn onwetende gasten?

Zeg eens, wat heeft een bekendmaking door een voorganger precies met verwondering te maken? Zeker weten dat 'het Mysterie van het Leven dat ons leeft' meer is dan een modieuze gedachte die, net als alle gedachten, modieus of niet, komt en gaat?

Als je het Mysterie niet denkt is er geen Mysterie te bekennen, als je het Leven niet denkt geen Leven, als je het Bewustzijn niet denkt geen Bewustzijn.

Hoef je ook niets meer uit te leggen. Kan je er ook geen geld meer voor vragen. Zijn er ook geen hooggespannen verwachtingen meer. Heb je ook niets meer Waar te maken.

Geprezen zij de Heer, Hij weet het ook niet meer, of heeft het nooit geweten.

Man, ontspan. Bijeenkomst in lichtheid – dat is pas satsang. Gezelligheid kent geen tijd, vergankelijkheid duurt het langst, wat kan het absolute daaraan toevoegen?

Ook dit zijn maar gedachten. Over een paar seconden zijn ze alweer verdwenen. Instant verlossing, gratis en voor niks, vooral dat laatste.

En j hoeft er niets voor te doen. En je kunt er niets tegen doen.

Zoen,

Hans

62. Er zijn maar twee kosmische grappenmakers

Er zijn maar twee kosmische grappenmakers...

Horizontale januskop met treurige narrengezichten.

En dat ben jij!

63. Doekjes voor het bloeden

1

Alex: Ik ben niet de film.

Hans: Die film ken ik.

Alex: O ja?

Hans: Hij heet 'Ik ben het doek'.

2

Bieke: Ik ben niet het doek.

Hans: Die film ken ik.

Bieke: O ja?

Hans: Hij heet 'Ik ben Dat'.

3

Cleo: Ik ben niet Dát.

Hans: Die film ken ik.

Cleo: O ja?

Hans: Hij heet 'Alleen maar Dit'.

4

Door: Ik ben dit noch dat.

Hans: Die film ken ik.

Door: O ja?

Hans: Hij heet 'Ik ben'.

5

Elmi: Ik ben niet.

Hans: Die film ken ik.

Elmi: O ja?

Hans: Hij heet 'Niemand hier'.

6

Fara: Er is niets wat ik niet ben.

Hans: Die film ken ik.

Fara: O ja?

Hans: Hij heet 'Alles over niets'.

7

Gitte: Ik weet niet wie ik ben.

Hans: Die film ken ik niet.

Gitte: Het is een boek.*

Hans: Ik ben niet de auteur.

* Van de non-dualist Jan van den Oever

64. Tussen feit en fictie vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: De werkelijkheid bestaat niet.

Meester: O nee?

Leerling: Er bestaan alleen maar verhalen over de werkelijkheid.

Meester: En die verhalen dan?

Leerling: Wat is daarmee?

Meester: Zijn die werkelijk of onwerkelijk?

Leerling: O.

Meester: Nou?

Leerling: Werkelijk, zou ik zeggen.

Meester: Dus de werkelijkheid bestaat toch?

Leerling: Eh...

Meester: In de vorm van verhalen over de werkelijkheid?

Leerling: Jeetje.

Meester: Mooi verhaal.

65. De illusie van de realiteit

Leerling: We zijn het kennen, niet het gekende.

Meester: Wat is het verschil?

Leerling: Het kennen is realiteit, het gekende illusie.

Meester: En waartoe behoort deze gedachte?

66. Dat waarin gedacht wordt is ook maar een gedachte

Leerling: Ik ben dat waarin gedacht wordt.

Meester: Dit is wat daarin gedacht wordt.

67. Denken dat je het doorhebt is de kosmische grap

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Ik ken er zoveel.

Leerling: O?

Meester: Maar ze komen allemaal op hetzelfde neer.

Leerling: Waarop?

Meester: Denken dat je het doorhebt.

Leerling: Ik doelde op het inzicht dat er nooit een zoeker of zoektocht is geweest.

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Wat?

Meester: Denken dat je het doorhebt.

Leerling: Bedoelt u dat er nooit een inzicht is geweest?

Meester: Zei ik het niet?

Leerling: Wat?

Meester: Denken dat je het doorhebt.

Leerling: De kosmische grap is denken dat je het doorhebt?

Meester: Je denkt nog steeds dat je het doorhebt.

Leerling: Ik kan hier niet om lachen.

Meester: Dat is nu net de grap.

Vragen aan de lezer

Denk jij dat je het doorhebt?

Denk je dat je het door zult hebben als je weer eens denkt dat je het doorhebt?

Denk je dat je het door zult hebben als je weer eens denkt dat je het door zult hebben als je weer eens denkt dat je het doorhebt?

68. Tussen de film en het doek vind je de deur naar non-dualiteit

Paul: Ik ben het doek, niet de film.

Hans: Pardon?

Paul: Ik heb mezelf jarenlang geïdentificeerd met de hoofdrolspeler in de film van mijn leven, maar nu besef ik dat het al die tijd alleen maar een film was.

Hans: Wie ben je dan wel?

Paul: Ik ben het doek waarop de film geprojecteerd wordt.

Hans: Niet de toeschouwer?

Paul: Nou...

Hans: Niet de zaal?

Paul: Eh...

Hans: Niet het geheel van film, doek, zaal en publiek?

Paul: ...

Hans: Maar in geen geval de acteur.

Paul: Dat bedoel ik.

Hans: Hoe ben je tot die conclusie gekomen?

Paul: Ik heb jarenlang naar mezelf gezocht. Wie ben ik? vroeg ik me af. Wat is mijn wezen? Wat is het dat hetzelfde blijft achter alle veranderingen? Maar ik kon gewoon niets vinden. Niets dat aldoor hetzelfde blijft. Ik slaagde er niet in te bepalen wie of wat ik ten diepste ben.

Hans: En toen?

Paul: Heb ik me een tijdje heel leeg gevoeld.

Hans: En toen?

Paul: Viel eindelijk het kwartje.

Hans: Welk kwartje?

Paul: Dat dát is wat ik ben.

Hans: Wat?

Paul: Leegte. Bewustzijn. Gewaarzijn. Het zijn zelf.

Hans: O?

Paul: Ik ben het onbepaalde en het onbepaalbare waarin alles verschijnt.

Hans: En daarom zeg je dat je het doek bent en niet de film?

Paul: Precies.

Hans: En wat is het doek?

Paul: Eh... ik ben het doek.

Hans: En wat betekent dat concreet?

Paul: Dat ik... dat ik... dat ik...

Hans: Nou?

Paul: Omdat ik er niet achter kan komen wie...

Hans: Ga door.

Paul: Omdat ik geen idee heb hoe... of wat...

Hans: Nou?

Paul: Dat bedoel ik dus.

Hans: Wat?

Paul: Dat ik ten diepste niet weet wie of wat ik ben.

Hans: Maar wel dat je bent?

Paul: ...

Hans: Wat schiet je ermee op om jezelf het doek te noemen als je niets over het doek weet?

Paul: ...

Hans: Als je niet eens weet of het doek dat je bent wel bestaat?

Paul: ...

Hans: Grappig toch.

Paul: Wat is er zo grappig?

Hans: Wie weet is dit gewoon de volgende film waarin jij de hoofdrol speelt.

Paul: Welke film?

Hans: De film waarin jij het doek blijkt te zijn, natuurlijk.

Paul: Hè?

Hans: Goeie titel.

Paul: Wat?

Hans: Of anders 'De man die zichzelf voor een doek aanzag'?

69. Tussen de kip en het ei vind je de deur naar non-dualiteit

In advaita gaat het erom dat je je niet langer identificeert met je ikje, maar met het ware ik, alias Bewustzijn, waarin de hele wereld als illusie verschijnt, tenzij dat ook een illusie is.

De hele wereld, inclusief het stomme ikje dat maar niet wil begrijpen dat het niet bestaat, maar exclusief Bewustzijn dat wel degelijk bestaat, want waarin moet de illusie anders verschijnen?

Alleen Bewustzijn bestaat dus, roepen steeds meer schijnikjes van het enige echte ik, waarbij ze zich zonder uitzondering beroepen op gedachten waarvan ze nota bene zelf of Zelf beweren dat die deel uitmaken van de illusie.

De of het Enige Echte laat zich weinig aan de logica gelegen liggen, zoveel is duidelijk, en waarom zou hij ook, er is toch niemand om hem op het matje te roepen behalve hijzelf, en zelfs het matje is hij zelf, toch?

Hoe het ook zij, advaita is heridentificatie, spreekt het in mij.

Jij bent niet x maar Y, Y is een reuzenjij en dat zijn wij, joechei.

Deze gedachte wordt wedergeboren in steeds nieuwe (metaf)oren, die natuurlijk ook weer tot de illusie behoren, maar dat zegt Alles of Niets er echt niet bij, je mocht het eens horen.

Ik of x of Y heb of heeft een aantal van die metaforen voor jou of mij of Y op een rij gezet en er ook nog een paar bij verzonnen:

Ik ben het kennen, niet het gekende.

Ik ben het minnen, niet het beminde.

Ik ben het bewustzijn, niet de inhoud.

Ik ben de computer, niet de software.

Ik ben de televisie, niet het programma.

Ik ben het beeldscherm, niet de computer

Ik ben de geest, niet zijn gedachten.

Ik ben de schepper, niet de schepping.

Ik ben het krijtbord, niet het krijt.

Ik ben het boek, niet de tekst.

Ik ben het medium, niet de boodschap.

Ik ben het doek, niet de verf.

Ik ben de leegte, niet de vorm.

Ik ben het nu, niet de tijd.

Ik ben de ruimte, niet de dingen.

Ik ben de spiegel, niet het beeld.

Ik ben de stilte, niet het geluid.

Ik ben de toeschouwer, niet het spektakel.

Ik ben de zee, niet de golf.

Met zoveel kippen uit hetzelfde ei moet het wel waar zijn, lijkt mij of Mij, of zie jij of Jij dat anders?

Lees ook: Met wie spreek ik? (in het Witboek voor Zoekers)

70. Is er wel een achterste stoel of denk je dat ook alleen maar?

Rosa: Als je naar een spannende film zit te kijken, besef je soms ineens: het is niet echt. Het is maar een film. Dan kun je ontspannen achterover zitten en met des te meer genoegen naar die film kijken.

Hans: Tja.

Rosa: Zo is het ook met het leven.

Hans: Het leven is een film?

Rosa: En nog een slechte ook.

Hans: Moonraker.

Rosa: Hou op, schei uit.

Hans: En daar zit jij naar te kijken?

Rosa: Ik zit te kijken naar een film van een jaartje of tachtig met mezelf in de hoofdrol. Ik identificeer me met de acteur, maar eigenlijk ben ik de toeschouwer.

Hans: Alleen de toeschouwer is echt?

Rosa: Precies.

Hans: Mooie film.

Rosa: Wat?

Hans: Je hebt zojuist het scenario geschreven van een film over iemand die naar een film over zichzelf zit te kijken en zich identificeert met de toeschouwer.

Rosa: Verdraaid.

Hans: Een film over het zien van een film.

Rosa: Dan zou het leven dus het zien van een film over het zien van een film zijn?

Hans: Jij zegt het.

Rosa: Niet te geloven.

Hans: En dit gesprek over het zien van een film over het zien van een film?

Rosa: Wat is daarmee?

Hans: Is dat echt?

Rosa: Verdraaid.

Hans: Nou?

Rosa: Dat is dus eigenlijk een film over het zien van een film over het zien van een film?

Hans: Je zou er duizelig van worden.

Rosa: Stom hè.

Hans: Wat?

Rosa: Je gaat één rij naar achteren en je meent meteen in de achterste stoel te zitten.

Hans: De achterste stoel?

Rosa: Het ultieme perspectief op de hoogste werkelijkheid.

Hans: Dat er een ultiem perspectief op een hoogste werkelijkheid zou zijn is gewoon de volgende film.

Rosa: Verdraaid

Hans: Zeg dat wel.

Rosa: De vraag is dus, hoe ontsnap je aan de illusie van de achterste stoel?

Hans: Dat je aan de illusie van de achterste stoel zou kunnen ontsnappen is gewoon de volgende film.

Rosa: Bedoel je dat er niet aan te ontsnappen valt?

Hans: Dat er niet aan te ontsnappen valt is gewoon de volgende film.

Rosa: Wat zou jij zeggen?

Hans: Wat ik zou zeggen is gewoon de volgende film.

Rosa: Bedoel je dat er niets te zeggen valt?

Hans: Dat er niets te zeggen valt is gewoon de volgende film.

Rosa: Omdat de waarheid voorbij de woorden is?

Hans: Dat de waarheid voorbij de woorden is, is gewoon de volgende film.

Rosa: Wat je ook zegt, het is gewoon de volgende film.

Hans: Dit ook.

Rosa: Wat ook?

Hans: Dat wat je ook zegt gewoon de volgende film is.

Rosa: Moeten we dan maar een potje gaan zwijgen?

Hans: Dat is gewoon de volgende film.

Rosa: Enzovoort.

Hans: Nou, vóórt.

71. Zijn boekjes en praatjes soms niet de film?

'Wat is een non-dualist?'

'Iemand die niet in de film gelooft.'

'Waar gelooft hij wel in?'

'Het doek.'

'Verschijnt het doek soms niet in de film?'

'Jawel.'

'Maar?'

'Dat wil er gewoon niet in.'

'Wat doet een non-dualist in zijn vrije tijd?'

'Filmpjes kijken.'

'Waarover?'

'Non-dualisme.'

'En anders?'

'Boekjes lezen.'

'Waarover?'

'Non-dualisme.'

'En anders?'

'Satsangs geven.'

'Waarover?'

'Non-dualisme.'

'Verschijnen die filmpjes en boekjes en satsangs soms niet in de film?'

'Om over het non-dualisme nog maar te zwijgen.'

'Maar?'

'Dat wil er ook niet in.'

'Wat wil er eigenlijk nog wel in?'

'Eigenlijk niets meer.'

'Maar wat is nu een non-dualist?'

'Dat is nu een non-dualist.'

72. Denken dat denken een ziekte is

'Dank voor je dwaalteksten, Hans, ik ben het er helemaal mee eens!'

'Hè? Waarmee eens?'

'Je hoeft alleen maar het denken te doorzien!'

'Zou je denken?'

'Zet bij alles wat je denkt een vraagteken!'

'Waarom?'

'Zie je gedachten en besef dat ze allemaal onwaar zijn!'

'Deze ook?'

'Als je dat consequent doet, ontdek je dat je niet je denken bent!'

'Dacht jij dat dan?'

'Denken is een ziekte!'

'Ben je wel lekker?'

'Maar er is iets dat aan je gedachten vooraf gaat!'

'Eerdere gedachten?'

'Iets wat die gedachten ziet!'

'God?'

'Dat wat jij ten diepste bent!'

'Ik?'

'Bewustzijn!'

'Wat is dat?'

'Bewustzijn is waarin het denken verschijnt!'

'Is Bewustzijn dan niet wat in het denken verschijnt?'

'Bewustzijn is wat je in staat stelt het denken te onderzoeken!'

'Denk je dat of heb je het onderzocht?'

'Het denken onderzoeken is het denken doorzien!'

'En daarom zet jij bij alles wat je denkt een vraagteken?'

'Zeker weten!'

73. Tussen Vlaanderen en de maan vind je de deur naar non-dualiteit

De geoscan.

Waar precies eindigt België en begint Nederland?

Waar precies eindigt het platteland en begint de randstad?

Waar precies eindigt de randstad en beginnen de duinen?

Waar precies eindigen de duinen en begint het strand?

Waar precies eindigt het strand en begint de Noordzee?

Waar precies eindigt de Noordzee en begint de Atlantische Oceaan?

Waar precies eindigt de oceaan en begint de lucht?

Waar precies eindigt de lucht en begint de ruimte?

Waar precies eindigt de ruimte en begint de krater?

Waar precies eindigt de krater en begint de maan?

74. Alle non-dualisten zijn muppets

Maar niet alle muppets zijn non-dualist.

Beste Hans,

In de leader van de film Alles over niets, vergelijkt Paul Smit de voice-over in ons hoofd met de oude mopperpotten Statler en Waldorf van de Muppets, die vanaf hun balkon eindeloze verhalen vertellen over het leven, dat zich ondertussen niets van hun aantrekt en gewoon zijn eigen gang blijft gaan.

Want wij leiden niet ons leven, het leven leidt ons. Volgens Paul, die spreekt in de traditie van de advaita vedanta, hebben we geen vrije wil, al proberen de stemmetjes in ons hoofd ons voortdurend wijs te maken van wel. Een intrigerende gedachte, vind je niet?

Beste Nuri,

Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van Statler en Waldorf is?

Nuri: De non-dualist Jan van Delden gebruikte jaren eerder al een soortgelijke metafoor. Hij had het over de loodsvisjes die doen alsof ze de haai leiden, terwijl ze in werkelijkheid alleen maar meezwemmen.

Hans: Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de loodsvisjes is?

Nuri: Van Delden heeft het ook vaak over de honderdacht Jantjes in ons hoofd. Jantje Gierig, Jantje Jaloers, Jantje Voorop. Volgens hem zijn het allemaal praatjesmakers en moeten we ze leren negeren.

Hans: Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de Jantjes is?

Nuri: Volgens hem moet je koffer met verhalen helemaal leeg.

Hans: Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal uit je koffer is?

Nuri: Eindelijk hoor ik wat je zegt.

Hans: Vraagt.

Nuri: Wou jij beweren dat alle goeroes, roshi's, meesters en leraren op hun beurt slechts manifestaties zijn van de Statlers en de Waldorfs en de loodsvisjes en de Jantjes?

Hans: Wou jij beweren dat ik iets wou beweren?

Nuri: Op wie moet ik me dan verlaten?

Hans: Verlaten is het juiste woord.

Nuri: Op mijn innerlijke goeroe?

Hans: Die kan wel zoveel beweren.

Nuri: Op mijn gevoel?

Hans: Die dolle stier?

Nuri: Op mijn intuïtie?

Hans: Mijn intuïtie zegt van niet.

Nuri: Volgens Jack Kornfield kunnen we ons volledig verlaten op de wijsheid van het hart.

Hans: Dat is een achterhaalde metafoor. Het hart is een pomp.

Nuri: Jack Kornfield is anders niet de eerste de beste.

Hans: Statler en Waldorf ook niet. Toch zijn het pratende poppen.

Nuri: Het zijn allemaal maar verhalen, wou je zeggen.

Hans: Dat het allemaal maar verhalen zijn ook.

Nuri: Het enige wat rest is niet-weten.

Hans: Tenzij dat ook maar een verhaal is.

Nuri: Niet-weten is ook maar een verhaal?

Hans: Jij zegt het.

Nuri: Dan zeg ik wel niets meer.

Hans: Vind jij dat we moeten zwijgen?

75. Meester tussen vrijheid en gebondenheid

Is vrijheid gebondenheid?

Leerling: Wat is het verschil tussen vrijheid en gebondenheid?

Meester: Is er een verschil tussen vrijheid en gebondenheid?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen vrijheid en gebondenheid?

Meester: Is er een overeenkomst tussen vrijheid en gebondenheid?

Leerling: Wat is de relatie tussen vrijheid en gebondenheid?

Meester: Is er een relatie tussen vrijheid en gebondenheid?

Leerling: Wat is vrijheid van zichzelf?

Meester: Is vrijheid wat van zichzelf?

Leerling: Wat is gebondenheid van zichzelf?

Meester: Is gebondenheid wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

76. Verdiepend inzicht is de kosmische grap

Bodemdwaling.

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Wat maakt het uit.

Leerling: Hoezo?

Meester: Je vertelt hem toch wel.

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Meester: Uiteindelijk zie je in dat dit inzicht nog steeds tot de zoektocht behoort.

Leerling: Hè?

Meester: Wat?

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat het inzicht dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest, nog steeds tot de zoektocht behoort?

Meester: Dit inzicht ook.

Leerling: Hè?

Meester: Wat?

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat het inzicht dat het inzicht dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest, nog steeds tot de zoektocht behoort, nog steeds tot de zoektocht behoort?

Meester: Enzovoort.

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat ieder inzicht tot de zoektocht behoort?

Meester: Dit inzicht ook.

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat er nooit een inzicht is geweest?

Meester: Dit inzicht ook niet.

Leerling: Zo diep ben ik nog nooit gegaan.

Meester: Hè?

Leerling: Wat?

Denkwolkjes in denkwolkjes in denkwolkjes.

^ Zo diep ben ik nog nooit gegaan.

Vragen aan de lezer

Denk jij dat er een laatste inzicht is?

Als je denkt dat er geen laatste inzicht is, is dat dan het laatste inzicht?

Als je inziet dat het nooit het laatste inzicht kan zijn omdat er dan toch een laatste inzicht zou zijn, is dát dan het laatste inzicht?

Als geen inzicht het laatste is, wat hebben al die eerdere inzichten dan voor zin?

77. Tussen bewustzijn en gedachte vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Bewustzijn is fundamenteel.

Meester: Hoezo?

Leerling: Zonder bewustzijn zouden er nooit gedachten opkomen.

Meester: Gedachten zijn fundamenteel.

Leerling: Hoezo?

Meester: Zonder gedachten zou nooit het idee van bewustzijn opkomen.

Leerling: Daar zegt u me wat.

Meester: Zonder gedachten zou nooit het idee van een fundament opkomen.

Leerling: Ik zou tenminste niet weten hoe.

Meester: Zonder gedachten zou nooit het idee van gedachten opkomen.

Leerling: Oké, ik snap het.

Meester: Als ik het niet dacht.

Leerling: Gedachten zijn fundamenteel.

Meester: Of is dat is ook maar een gedachte?

78. Wat is etherischer, ether of bewustzijn?

Leerling: Golven verschijnen in het water, niet andersom.

Meester: En?

Leerling: Net zo verschijnen gedachten in bewustzijn, niet andersom.

Meester: Wat is fundamenteler, het licht of de ether?

Leerling: Die vraag heeft geen betekenis.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Ether bestaat niet.

Meester: Kijk eens aan.

Leerling: Licht heeft helemaal geen ether nodig om zich door de ruimte voort te planten.

Meester: Waarom gedachten dan wel bewustzijn?

Leerling: ...

Meester: Nou?

Leerling: Ik weet niet wat ik daarop moet zeggen.

Meester: Dat noem ik pas fundamenteel.

79. Tussen brein en bewustzijn vind je de deur naar non-dualiteit

Meester: Wat is fundamenteler volgens jou, gedachten of bewustzijn?

Leerling: Bewustzijn.

Meester: Hoezo?

Leerling: Gedachten komen op in je bewustzijn.

Meester: Bewustzijn komt op in je gedachten.

Leerling: Bewustzijn komt op in je gedachten?

Meester: Of anders wel in het brein.

Leerling: Bewustzijn komt op in het brein?

Meester: Tenzij het brein opkomt in het bewustzijn.

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Of is dat ook maar een gedachte?

80. Kun je bewustzijn en inhoud wel scheiden?

Meester: Wat is fundamenteler volgens jou, je bewustzijn of je bewustzijnsinhouden?

Leerling: Je bewustzijnsinhouden komen op in je bewustzijn.

Meester: Wat is een bewustzijnsinhoud waarvan niemand zich bewust is?

Leerling: Daar kan ik me niets bij voorstellen.

Meester: Wat is bewustzijn waarin zich geen bewustzijnsinhouden voordoen?

Leerling: Daar kan ik me ook niets bij voorstellen.

Meester: Waarom scheid je ze dan?

81. Zijn gedachten zelfbewust?

Meester: Wat is denken volgens jou?

Leerling: Bewustwording van gedachten.

Meester: Wie is het die zich gedachten bewust wordt?

Leerling: Het ene Bewustzijn natuurlijk.

Meester: En als gedachten zelfbewust zijn?

Leerling: Wat dan?

Meester: Dan heb je geen Bewustzijn meer nodig.

Leerling: Ik hoef er niet vanaf.

Meester: Zie er eerst maar eens aan te komen.

Leerling: Dat is ook maar een gedachte.

Meester: Zie er dan maar weer van af te komen.

82. Ben jij een gedachte in mijn bewustzijn of ik in het jouwe?

Duet voor solipsisten.

Leerling: Ik ben Bewustzijn.

Meester: En ik dan?

Leerling: U natuurlijk ook.

Meester: Waarom kan ik jouw gedachten dan niet lezen en jij de mijne niet?

Leerling: Hm.

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Wat denkt u?

Meester: Lees mijn gedachten maar.

Leerling: Haha.

Meester: Zijn de mensen in je dromen mensen of gedachten?

Leerling: Gedachten natuurlijk.

Meester: En hebben die gedachten gedachten?

Leerling: Natuurlijk niet.

Meester: Nou dan.

Leerling: Bedoelt u dat u slechts een gedachte in mijn bewustzijn bent?

Meester: Tenzij jij slechts een gedachte in het mijne bent.

Leerling: Dat kan ook nog.

Meester: Of is dat ook maar een gedachte?

83. Zonder welzijn kun je niet wel zijn

Leerling: Bewustzijn is fundamenteler dan niet-weten.

Meester: Hoe dat zo?

Leerling: Niet-weten verschijnt in Bewustzijn en niet andersom.

Meester: Wie zegt dat niet-weten ergens in verschijnt?

Leerling: Zonder Bewustzijn zou ik niet bewust zijn.

Meester: Zonder welzijn zou ik niet wel zijn.

Leerling: Het feit van bewust zijn bewijst het Bewustzijn.

Meester: Zonder bijzijn zou er geen bij zijn.

Leerling: Wou u beweren dat niet-weten nergens in verschijnt?

Meester: Ik zou het echt niet weten.

Leerling: Dat is ook geen argument.

Meester: Dat wou ik ook niet beweren.

Leerling: Nu weet ik nog niets.

Meester: Zeker weten?

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Bewustzijn, gesteld dat het bestaat, is fundamenteler dan niet-weten, gesteld dat er zoiets is, of omgekeerd, of beide, of geen van beide, of nog iets anders.

Leerling: Noem dat maar een conclusie.

Meester: Noem het dan maar fundamenteel.

84. Er is maar één kosmische grap

Er is maar één kosmische grap...

Narrenmutsen zonder januskop.

En dat is het ware Zelf!

85. Illusies in Bewustzijn en Bewustzijn als illusie

Je gedachten allemaal opzijzetten

Beste Hans,

Als ik mijn ogen open, ervaar ik een buitenwereld die wordt verlicht door een uiterlijke lichtbron. Als ik mijn ogen sluit ervaar ik een binnenwereld die wordt verlicht door een innerlijke lichtbron.

De uiterlijke lichtbron is de zon of een afgeleide daarvan. De innerlijke lichtbron is het Universele Bewustzijn dat alles verlicht maar zelf onzichtbaar is. Het verlicht ook het ego dat schijnbaar rondwandelt in de schijnbare buitenwereld maar in werkelijkheid niet meer is dan een illusie in het Bewustzijn.

De kleine golf bestaat niet zonder de grote zee. Ik ben niet de golf, ik ben de hele zee. Het afgescheiden ik is een illusie. Er is alleen het ondeelbare Ene. Het ware Zelf. Daarom is het oneindig kleine even groots als het oneindig grote.

Het is zinloos om het antwoord buiten mezelf te zoeken. Alles wat ik echt moet weten, weet ik al. Ik heb alleen teveel verkeerde gedachten, dus die zet ik best opzij. Aangezien ik niet zo goed weet wat de verkeerde zijn, zet ik ze gewoon allemaal opzij. Ik houd me er niet langer aan vast want ze zijn zo vluchtig en het kost me zoveel energie om ze na te jagen. De hemel zal mijn beloning zijn.

Ik heb alles om tot weten te komen als ik niets meer weet. Wat daarna rest is het inzicht en het uitzicht.

Beste Gijsbrecht,

Aangezien ik niet zo goed weet welke de verkeerde gedachten in je brief zijn, lijkt het me het beste om je advies op te volgen en ze gewoon allemaal opzij te zetten. Bij dezen.

Gijsbrecht: Daar heb je me mooi te pakken, Hans. Ik zou het op prijs stellen als je toch wat dieper op de inhoud van mijn brief in zou willen gaan. Je hoeft me niet te ontzien. Gespaard ben ik al te vaak.

Hans: Dan loop ik je brief punt voor punt langs.

De illusie van binnen en buiten

Om te beginnen maak je onderscheid tussen een buitenwereld die je met je ogen kunt zien en een binnenwereld die je met je ogen dicht kunt zien.

Ik zal niet ontkennen dat de wereld op het eerste gezicht in tweeën uiteen lijkt te vallen, maar zelf ben ik er bij nader inzien niet in geslaagd de grens tussen de uiterlijke en innerlijke wereld te trekken.

Integendeel, de buitenwereld en de binnenwereld blijken elkaar zozeer te doordringen dat ik tegenwoordig geen idee meer heb waar de ene ophoudt en de andere begint.

Wat mij betreft kun je alles net zo goed buitenwereld als binnenwereld noemen, of buitenwereld en binnenwereld tegelijk, of buitenwereld noch binnenwereld.

Laat staan dat ik de kenstructuren van beide werelden doorzie.

Dat er een innerlijke lichtbron, namelijk Bewustzijn, moet zijn om de innerlijke wereld ervaarbaar te maken zoals er een uiterlijke lichtbron nodig is om buiten iets te kunnen zien, lijkt mij alleen al daarom een gewaagde analogie.

Het Ene is eeuwig alleen

Dat de buitenwereld en de binnenwereld bij nader inzien onontwarbaar zijn, of zelfs fictief, betekent natuurlijk niet dat 'alles' één is.

Hoe stel je zoiets vast?

Wie kan alles overzien?

Is alles wel meer dan een woord?

De beeldspraak van de kleine golf die niet doorheeft dat hij de grote zee is, biedt misschien troost aan eenzame zielen of mensen met gevoelens van minderwaardig, maar dat maakt hem nog niet waar.

Een druppel is geen golf, je kunt er niet op surfen.

Een golf is geen zee, je kunt er niet op varen.

Al zou de druppel onbetwistbaar de golf zijn en de golf de zee, dan nog was het een schrale troost:

Juist door zijn alomvattendheid is het Ene onherroepelijk alleen.

Zelfgenoeg zijn is geen samenzijn, maar het toppunt van afgescheidenheid, al is het dan van niets.

Het zelfgenoeg zijn van het ene Bewustzijn is gewoon een vorm van solipsisme.

Per definitie.

En de liefde van de solipsist kan alleen maar liefde voor zichzelf zijn, want buiten hem is er niets.

Liefde voor jezelf en alleen maar voor jezelf heet narcisme.

Als het Ene bestaat tenminste.

Anders heet het gewoon een illusie.

Kan een universeel Bewustzijn iets voor zichzelf verborgen houden?

Stel dat ik inderdaad het ene Bewustzijn ben; wat heb ik daaraan als ik er geen toegang toe heb?

Waarom ben ik altijd hier en nooit daar, laat staan overal?

Waarom kan ik in mijn hoedanigheid van universeel Bewustzijn niet jouw gedachten lezen en niet door jouw ogen kijken?

Waarom weet ik niet onmiddellijk, zelfs zonder te lezen of te kijken, wat jij denkt en ziet?

Stel dat alle wezens inderdaad een en hetzelfde Bewustzijn belichamen:

Waarom zijn we dan veroordeeld tot lichaamstaal, moedertaal en gebarentaal?

Vanwaar al die misverstanden tussen ons?

Waarom zijn we niet transparant voor elkaar?

Waarom zijn we niet eens transparant voor onszelf?

Los van deze praktische vragen dienen zich ook principiële vragen aan:

Kan een universeel Bewustzijn iets voor zichzelf verborgen houden en toch nog universeel zijn?

Kan het Ene zichzelf opsplitsen in delen en toch nog één zijn?

Kan het Onbegrensde zichzelf begrenzen en toch nog onbegrensd zijn?

Denkbeelden van het type kleine golf versus grote oceaan, het valse ego versus het ware Zelf, het afgescheiden ik versus het ondeelbare Ene, kom je tegen in uiteenlopende tradities, waaronder advaita vedanta, taoïsme, zen en dzogchen.

Ik zal de laatste zijn om ze te ontkennen.

Ik zal ook de laatste zijn om ze te erkennen.

De rationalistische argumenten en analogieën die in dit verband gewoonlijk worden opgevoerd en die de afgelopen jaren veelvuldig door correspondenten op mij zijn uitgeprobeerd, hebben geen enkele indruk op me gemaakt.

Retoriek ruik ik van verre, en als je er eenmaal immuun voor bent, hoor je alleen maar ruis.

Ruis die muziek wil zijn.

Zelf bedien ik me ook van retoriek, iets anders heb ik niet.

Ik gebruik het om niets te zeggen, dit ook niet.

Niet-weten is ruis die geen muziek wil zijn.

Wat mensen er ook in horen.*

* Lees ook: Niet-weten is blues (in het Witboek Niet-Weten) en Niet-weten is jazz (van gastauteur Goff).

Waarin verschijnt het Bewustzijn?

Het al dan niet vermeende Bewustzijn wordt door non-dualisten vaak omschreven als de onkenbare grond van het kennen.

Waarom het kennen zo nodig een grond moet hebben, heeft niemand me duidelijk kunnen maken.

Waarom die grond onkenbaar zou moeten zijn ook niet.

Waarom die grond zelf geen grond nodig heeft ook niet.

Dat laatste is een gestalte van het aloude regressieprobleem waaronder de meeste kosmologiën, godsdienstige, materialistische en idealistische, gebukt gaan.

Godsdienstige variant:

De wereld is geschapen door de Schepper, alla, maar waardoor is de Schepper geschapen?

Als de Schepper zichzelf kon scheppen, kan de wereld dan niet net zo goed zichzelf geschapen hebben?

Als de wereld zijn eigen schepper was, waar is die Schepper dan nog voor nodig?

Materialistische variant:

De wereld is veroorzaakt door de Eerste Oorzaak, alla, maar wat veroorzaakte de Eerste Oorzaak?

Als de Eerste Oorzaak zichzelf kon veroorzaken, kan de wereld dan niet net zo goed zichzelf hebben veroorzaakt?

Als de wereld zijn eigen oorzaak was, waar is die Eerste Oorzaak dan nog voor nodig?

Idealistische variant:

De wereld verschijnt in Bewustzijn, alla, maar waarin verschijnt Bewustzijn?

Als Bewustzijn in zichzelf verschijnt, kan de wereld dan niet net zo goed in zichzelf verschijnen?

Als de wereld in zichzelf verschijnt, waar is dat Bewustzijn dan nog voor nodig?

Hele bibliotheken zijn er over het regressieprobleem volgeschreven.

Ook daar is geen beginnen en geen einde aan.

Verder lezen: Tweeëntwintig regressieproblemen (in het Witboek Niet-Weten).

Het dogma van de onkenbare grond

De grootste moeilijkheid van een onkenbare grond is zijn onkenbaarheid.

Zo'n grond is principieel niet waar te nemen of te ervaren en daarom is zijn bestaan onmogelijk te verifiëren of te falsificeren.

Iedere rechtstreekse of indirecte waarneming of ervaring van de onkenbare grond, bijvoorbeeld in de vorm van een visioen, een inzicht, een eenheidservaring, verzonkenheid, exaltatie of extase, moet worden afgewezen als een illusie, anders zou de grond niet onkenbaar zijn.

Ook de rede biedt geen soelaas: over het onkenbare kan bij gebrek aan premissen per definitie niet geredeneerd worden.

Uitspraken over de onkenbare grond kunnen daarom net zo goed waar als onwaar zijn.

Nee, dat zeg ik verkeerd.

Uitspraken over de onkenbare grond kunnen net zomin waar als onwaar zijn.

Geloofsartikelen die zich helemaal niets aan de rede of de realiteit gelegen laten liggen en waaraan de rede en de realiteit zich helemaal niets gelegen laten liggen, heten dogma's.

Dogma's zijn vicieuze verhalen, tautologische structuren, onneembare leer-stellingen.

Onweerlegbare zekerheden uit een ver verleden in een onzeker heden – mensen kunnen niet zonder, denken ze.

Oneindig gedoe over oneindigheid

Het oneindig kleine en het oneindig grote waar jij het over hebt, ken ik uit de wiskunde.

Daar zijn het gedachteconstructies die als katalysator van het onderzoekende denken fungeren.

Ze inspireerden in de loop van de eeuwen tot de differentiaal- en integraalrekening van Leibniz en Descartes, tot alternatieven voor de Euclidische meetkunde en tot de overaftelbare verzamelingen van Cantor.

In religies dient het idee van het oneindig grote als toevluchtsoord voor mensen die zich anders oneindig klein voelen – bijna iedereen dus.

Het inspireerde in de loop van de eeuwen tot oneindig gedoe:

Woordvloed, zwijgzaamheid, hoogmoed, bescheidenheid, zonde, boetedoening, ascese, barmhartigheid, bouwdrift, beeldenstormen, bekeringsdrang, gelatenheid, extase, verzuiling, oecumene, inquisitie, martelaarschap, heiligverklaring en oorlog.

Gedachten verkrachten

In je brief maak je een onderscheid tussen goede en verkeerde gedachten.

Je neemt je voor de verkeerde gedachten opzij te zetten, en voor de zekerheid meteen maar álle gedachten.

Helaas: dat gedachten goed of verkeerd kunnen zijn is ook maar een gedachte.

Is die volgens jou goed of verkeerd?

Wat je ook ten antwoord geeft, het is opnieuw een gedachte.

Goed of verkeerd?

Volgens de spiritueel therapeute Byron Katie is iedere gedachte een goede gedachte, zolang je maar afstand houdt.

Volgens de non-dualist Jan van Delden is iedere gedachte een verkeerde gedachte die je maar beter op afstand houdt.

Zelf beschik ik niet over een boven alle discussie verheven maatstaf om vast te stellen welke gedachten goed of verkeerd zijn, dus kan ik daarover geen boven alle discussie verheven oordeel vellen.

Volgens jou kun je je gedachten opzijzetten.

Volgens Byron Katie kun je ze niet opzijzetten omdat ze zich nu eenmaal ongevraagd aandienen, maar je kunt ze wel onderzoeken.

Zelf heb ik inderdaad weleens de indruk dat ik mijn gedachten onderzoek of opzij zet, maar of ik dat doe of onderga of beide of geen van beide kan ik, alle intuïties daarover ten spijt, niet objectief vaststellen.

Het zou net zo goed een droom kunnen zijn, of de volgende verkeerde gedachte.

Niet lang geleden schreef iemand me dat hij zijn gedachten uit kon zetten wanneer en zolang hij maar wilde.

Dat kon ik natuurlijk niet verifiëren want iedere keer dat hij me schreef had hij ze net weer aanstaan.

Bovendien is uitzetten geen opzijzetten, want hij kon duidelijk niet zelf bepalen wat hij dacht als hij dacht.

Of laat ik het zo zeggen, wat hij tegen mij dacht had ik nooit zelf willen denken.

Vandaar mijn vraag: weet je zeker dat je je gedachten naar believen opzij kunt zetten?

Zo niet, dan zou ik die gedachte maar gauw opzijzetten – als je kunt.

Wat als de hemel maar een gedachte is?

Als je je gedachten niet langer najaagt, zal de hemel je beloning zijn, zeg je.

Hoe weet je dat?

Ben je er op bezoek geweest of vertrouw je op je eigen voorgevoel of op andermans beloften of zo?

Wat als de hemel zelf maar een gedachte is – misschien zelfs een verkeerde, godbetere?

Denk jij dat ik met mijn niet-weten, of wat het ook is, al in de hemel ben?

Zelf heb ik geen idee waar ik ben of hoe ik het moet noemen; dat is vast niet jouw idee van de hemel?

Als je niets meer weet, heb je alles om tot weten te komen, zeg je – alsof het een voorafje is.

Eerst niet-weten, dan spinazie eten.

In mijn ervaring is het niet-weten zelf de spinazie.

Spinazie à la crème.

Je krijgt er geen spierballen van, zoals Popeye, en geen anker op je onderarm om je aan vast te houden, maar wel een smedige geest.

Zonder tatoeages of ankers.

Niet-weten is het einde van de rusteloze zoektocht naar een Definitieve Verklaring voor Alles.

In agnose heb je alle zogenaamde inzichten achter je gelaten zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen.

Hooguit een weids uitzicht.

Ik kan er eindeloos naar kijken en ik mag het graag schilderen, al is het maar met woorden – bij dezen.

Eerlijk gezegd had ik je liever rechtstreeks via ons gemeenschappelijk Bewustzijn benaderd, maar ik kon je nergens vinden, zelfs niet in mijn dromen, snap jij het?

Nou, ik hoop dat je innerlijke licht intussen niet is uitgegaan.

De groeten aan de nieuwe maan.

Gijsbrecht: Wat ik pretendeer, doe jij daadwerkelijk. Je hebt zonder enige consideratie al mijn gedachten opzij gezet. Ik vrees dat ik nog een weg te gaan heb.

Hans: Als je nu eens begon met het opzijzetten van de gedachte dat je nog een weg te gaan hebt.

Gijsbrecht: Daar heb je me alweer te pakken.

86. Meester tussen hel en hemel

Is de hel de hemel?

Leerling: Wat is het verschil tussen de hel en de hemel?

Meester: Is er een verschil tussen de hel en de hemel?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen de hel en de hemel?

Meester: Is er een overeenkomst tussen de hel en de hemel?

Leerling: Wat is de relatie tussen de hel en de hemel?

Meester: Is er een relatie tussen de hel en de hemel?

Leerling: Wat is de hel van zichzelf?

Meester: Is de hel wat van zichzelf?

Leerling: Wat is de hemel van zichzelf?

Meester: Is de hemel wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester tussen samsara en nirwana

Is samsara nirwana?

Dezelfde dialoog in boeddhistische termen:

Leerling: Wat is het verschil tussen samsara en nirwana?

Meester: Is er een verschil tussen samsara en nirwana?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen samsara en nirwana?

Meester: Is er een overeenkomst tussen samsara en nirwana?

Leerling: Wat is de relatie tussen samsara en nirwana?

Meester: Is er een relatie tussen samsara en nirwana?

Leerling: Wat is samsara van zichzelf?

Meester: Is samsara wat van zichzelf?

Leerling: Wat is nirwana van zichzelf?

Meester: Is nirwana wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

87. Tussen appel en peer vind je de deur naar non-dualiteit

Soldaat: Als u niet voor ons bent dan bent u tegen ons.

Meester: Als je geen appel bent dan ben je een peer.

Soldaat: U moet nu kleur bekennen.

Meester: Wit.

Soldaat: Kiest u voor neutraliteit?

Meester: Dan had ik wel grijs gezegd.

Soldaat: Wat bedoelt u dan met wit?

Meester: Alle kleuren van de regenboog.

Soldaat: Maar wat betekent wit?

Meester: Dat ik me overgeef natuurlijk.

Soldaat: Aan wie?

Meester: Aan iedereen.

Soldaat: Aan ons of aan de vijand?

Meester: Onvoorwaardelijk.

Soldaat: U blijft erbij?

Meester: Bij hoog en bij laag.

Soldaat: Bij ons of bij de vijand, bedoel ik.

Meester: Net zo makkelijk.

Soldaat: Ik vraag het voor de laatste keer...

Meester: Ben je een appel of ben je een peer?

Getailleerde vrucht, van boven appel, van onderen peer.

^ Tussen appel en peer vind je de deur naar non-dualiteit.

88. Tussen vriend en vijand vind je de deur naar non-dualiteit

1

Soldaat: Vriend of vijand?

Meester: U eerst.

2

Soldaat: Vriend of vijand?

Meester: Waar dan?

3

Soldaat: Vriend of vijand?

Meester: Vrijhand.

4

Soldaat: Vriend of vijand?

Meester: Lichaam of geest?

Soldaat: Een gezonde geest in een gezond lichaam.

Meester: Nou dan.

89. Advaita vedanta als denkweg uit de grijpgeest

Niet-twee is niet één

Beste Hans,

Het is pas door jouw vertaling van non-dualiteit in 'geen onderscheid weten te maken' dat ik begrijp wat ermee bedoeld wordt. Welk verschil zich ook aan je voordoet, uiteindelijk is het niet hard te maken. Alles is één. Alle grenzen zijn kunstmatig.

Dat is ook de diepere betekenis van a-dvaita: niet-twee. Geen onderscheid weten te maken. Er is alleen maar het Ene. De Bron. Bewustzijn.

Beste Orban,

Advaita vedanta is een vernuftige term die vaak verkeerd begrepen wordt.

In mijn visie behoort hij tot het ontkennende, het apofatische spreken.

Apofatisch spreek je als je wil zeggen hoe iets niet is zonder te zeggen hoe het wel is.

Het is een vorm van tegenspreken.

Een apofatische uitspraak is geen eigen stellingname maar een ontkenning van andermans stellingname.

A-dvaita, niet-twee, non-dualisme, is simpelweg een ontkenning van dvaita, twee, dualisme.

Niet voor niets wordt het gekwalificeerd door een tweede ontkennende term, vedanta.

Vedanta is Sanskriet voor het einde (anta) van de wijsheid (veda).

'Advaita vedanta', etymologisch een dubbele ontkenning, bestrijdt bepaalde aanspraken op wijsheid zonder zelf aanspraak op wijsheid te maken.

Advaita is een 'nietes' tegen het 'welles' van dvaita.

Niet meer en niet minder.

Mensen houden niet van nietes, dus maken ze er gauw een welles van.

Niet-twee, redeneren ze, betekent eigenlijk één.

En advaita vedanta betekent eigenlijk 'alles is één'.

Nou, dat betekent het dus niet.

Anders had advaita vedanta wel eka veda geheten, de wijsheid van de of het ene of van eenheid.

Maar het heet advaita vedanta, in de betekenis van niet-twee, het einde van de wijsheid, en daarmee basta.

Want hoe verheven het ook klinkt in zo'n op sterven na dode taal, eigenlijk is het gewoon een krachtterm.

Je hoort hem met stemverheffing uit te spreken terwijl je met je vuist op tafel slaat.

'ADVAITA VEDANTA NOG AAN TOE!'

Zo snoert men de mind de mond.

Lees ook: Ontkennen of ont-kennen? Apofase, via negativa, neti neti en sunyata (in het Witboek Mystiek).

Advaita als exit uit het starre dualistische denken

Orban: Wat kan niet-twee nu anders betekenen dan één?

Hans: Van niet-twee naar één is net zo'n grote sprong als van niet vol naar leeg, van niet heet naar koud, van niet vies naar lekker, van niet lelijk naar mooi, van niet kruipend naar vliegend.

Een blaas die niet vol is hoeft niet leeg te zijn, een bad dat niet heet is hoeft niet koud te zijn, een drankje dat niet vies is hoeft niet lekker te zijn, een gezicht dat niet lelijk is hoeft niet mooi te zijn, een dier dat niet kruipt hoeft niet te kunnen vliegen.

Van niet-twee naar één is een noodsprong, een bokkensprong, een foutsprong.

Non-dualisme is enkel een ontkenning van het dualisme, geen bevestiging van het monisme.

Orban: Ja, misschien is eenheid niet zo'n gelukkige term, maar wat is niet-twee? Is de waarnemer niet het waargenomene? Is het subject niet het object? Is dát niet de boodschap van de advaita vedanta? Zijn wijzelf niet die boodschap? Zijn wij niet dát?

Hans: Is de waarnemer het waargenomene? Jeminee.

Is het subject het object? Geen idee.

Niet-twee betekent alleen dat je ze niet weet te scheiden.

Dat je geen idee hebt waar de een ophoudt en de ander begint.

Maar niet-twee betekent net zo goed dat je ze niet weet te verenigen.

De waarnemer is een idee, het waargenomene is een idee, het subject is een idee, het object is een idee, hun relatie is een idee, hun tweeheid is een idee, hun eenheid is een idee.

Niet-twee is geen idee.

Welke metafysische conclusies wou je daaruit trekken?

Orban: Dus volgens jou is advaita vedanta alleen maar een nietes tegen dvaita?

Hans: Niet twee, einde van de wijsheid. Een exit uit het starre dualistische denken. Een nooduitgang voor mensen die het er benauwd van krijgen. De rest mag zich erin koesteren tot de dag des oordeels.

Orban: Vandaar non-dualisme.

Hans: Maar net zo goed een exit uit het starre monistische denken. Een nooduitgang voor mensen die het dáár benauwd van krijgen. De rest mag zich erin koesteren tot in de eeuwigheid.

Orban: En dan?

Hans: Zullen we eindelijk zien wie er in de droom leefde.

Orban: Nu krijg ík het benauwd.

Hans: Advaita vedanta is geen heilsweg naar Bewustzijn maar een ijlweg uit de mind.

Een denkweg uit de waan.

Een afrit uit de denklus.

Een wegdenkweg uit iedere vorm van gedachtenverstarring, zowel monistisch als dualistisch als non-dualistisch als pluralistisch en nihilistisch.

Orban: Brr.

Hans: Wat?

Orban: Volgens mij ben ik een onverbeterlijke monist.

Hans: Een van de velen.

Niet-weten is iets wat je niet-doet

Orban: Helpt niet-weten tegen gedachtenverstarring?

Hans: Niets helpt tegen gedachtenverstarring, niet dat ik weet. Advaita vedanta ook niet. Agnose ook niet.

Orban: Wat is niet-weten dan wel?

Hans: Dat zeg ik. Geen idee.

Orban: Echt niet?

Hans: Een zelfreinigende geest dan maar. Een denken dat zichzelf bij de staart heeft. Dat kan lachen om al zijn ideeën, ook deze.

Orban: Dan helpt het toch tegen gedachtenverstarring?

Hans: Niet-weten helpt niet tegen gedachtenverstarring; niet-weten is een denken dat niet verstart.

Orban: Niet-weten is toch iets wat je toepast? Een vorm van mindfulness – opletten bij het denken?

Hans: Opletten bij het denken is toch geen doen, man. Dat houdt geen mens vol. Je kunt net zo goed proberen helemaal niet te denken.

Orban: Wat heb je er dan aan?

Hans: Wat heb je aan je blinde darm?

Orban: Kom nou.

Hans: Niet-weten is geen methode of gereedschap. Het is geen remedie of therapie. Het is geen naaimachine-olie om het zwoegende brein te smeren. Het is niet iets dat je ergens om doet. Het is iets dat je overkomt, of je wil of niet.

Orban: Je bent het keuzeloos gewaar.

Hans: Wat licht maakt is nooit zwaar.

Orban: Wu wei.

Hans: Hopsekee.

En dan het absolute nog overstijgen

Orban: Geen mindfulness, geen keuzeloos gewaarzijn, geen wu wei, wat dan wel?

Hans: Zeg jij het maar. Het is geen schakelaar. Ik heb er geen omkijken naar, ik kan het gewoon niet helpen.

Mijn geest is zelfreinigend zoals een motor zelfsmerend is, een reddingsboot zelfrichtend, een schroef zelftappend, een profetie zelfvervullend, een windmolen zelfzwichtend, mijn longen zelfzuchtend.

Orban: Volgens mij stelt het niet veel voor.

Hans: Hè hè, krijg je het door?

Niet-weten is een pretentieloze term om aan te geven dat je het allemaal niet meer weet. Dat je je gedachten niet meer gelooft, deze ook niet. Dat je daar vrede mee hebt, grote vrede.

Maar alle termen zijn aan inflatie onderhevig; zelfs een klein kinderwoord als niet-weten wordt algauw een grotemensenwoord waarop de spirituele patjepeeër zijn spatjes afscheidt tot het schuimt.

Dan krijgt het in naam der verlichting zware betekenissen toegedicht die alleen maar getuigen van zeker-weten, al dan niet voorgewend.

Orban: Zoals?

Hans: Het universele bewustzijn, het mysterie van het leven, dat wat ik ten diepste ben, het kennen dat zelf op geen enkele wijze gekend kan worden, de alomvattende geest, de leegte waaruit alles ontstaat en waarin alles vergaat, de stilte van het hart, het derde oog, onze fundamentele openheid, onvoorwaardelijke liefde, het eeuwige hier en nu, de wijsheid voorbij alle wijsheid.

Orban: Mooi toch?

Hans: Mooie woorden zijn niet waar...

Orban: En ware woorden zijn niet mooi. Laozi.

Hans: Schoonzwammers zullen steeds weer proberen om er een waarheid van te maken, een werkelijkheid, een grond, een zekerheid, een steen der wijzen, een ding, een schepper, een god, een iets, een niets, een plaats, een tijd, een leidraad, een ideaal, een norm, een hebbeding, een afgodsbeeld, een amulet.

De zoveelste toverstok om het geluk af te dwingen.

Het zoveelste voetstuk om boven jezelf en je medemens uit te stijgen.

Transcendentie, weet je wel.

Orban: Maar daar is het toch allemaal om te doen?

Hans: Je doet maar.

Orban: Ontsnappen aan het vergankelijke.

Hans: Van de ene droom in de andere.

Orban: Het relatieve overstijgen, bedoel ik.

Hans: En dan het absolute nog overstijgen.

Orban: En dan?

Hans: Het overstijgen nog overstijgen.

Orban: En dan?

Hans: Ben je daar ook weer van verlost.

Orban: En dan?

Hans: Sta je eindelijk weer met beide benen op de grond.

Niet-twee betekent dat het niet uitmaakt

Orban: Dus volgens jou is niet alles één?

Hans: Begin je nu weer?

Orban: Voor mij is dat de hamvraag.

Hans: De vraag naar ham is heel wat groter, gilde het varken.

Orban: Maar serieus.

Hans: Eén in welk opzicht? Hoe stel je zoiets vast? Wat bedoel je met alles? Waar maak je je druk over? Wat maakt het in vredesnaam uit?

Orban: Natuurlijk maakt het uit. Anders kunnen we wel ophouden.

Hans: Niet-twee betekent dat het niet uitmaakt. Dat het geen verschil maakt. A-dvaita. Niet uitmaken.

Orban: Geen onderscheid maken.

Hans: Geen onderscheid weten te maken. En geen eenheid weten te maken. Anders maakt het toch weer uit.

Orban: Niet-twee, niet-één, wat dan wel?

Hans: Een twee drie vier...

Orban: Hè?

Hans: Hoedje van, hoedje van, een twee drie vier, hoedje van papier.

Orban: Eerst een kinderwoord en nu weer een kinderliedje.

Hans: Spiritualiteit is kinderspel. Iedereen mag meedoen. Niemand kan het niet.

Orban: Behalve ik zeker.

Hans: Zalig zijn de armen van geest.

Orban: En ik maar denken dat het om de Hoogste Waarheid ging.

Hans: En jij maar denken.

Verder lezen: Zalig zijn de armen van geest en verder (in het Witboek Mystiek).

90. Verlichting is de kosmische grap

Leerling: Wat is verlichting volgens u?

Meester: Een geweldige grap.

Leerling: Bedoelt u de kosmische grap?

Meester: De wat?

Leerling: Dat de zoeker het gezochte is?

Meester: Laat me niet lachen.

Leerling: Wat bedoelt u dan?

Meester: Iets om eindeloos grappen over te maken.

Leerling: Verlichting?

Meester: Het woord alleen al.

Leerling: Omdat het een illusie is?

Meester: Als je dat wist was de lol eraf.

Leerling: Maar alles is toch een illusie?

Meester: 't Idee.

Leerling: De waarheid is voorbij de woorden, wou u zeggen.

Meester: Wat een giller.

Leerling: Bent u eigenlijk wel verlicht?

Meester: Hou op, schei uit.

Leerling: Is iedereen niet al verlicht zonder het te weten?

Meester: Ik pis in mijn broek.

Leerling: Ik kan hier niet om lachen.

Meester: Zei ik het niet?

Leerling: Wat?

Meester: Een geweldige grap.

Vragen aan de lezer

Kun jij lachen om het idee van verlichting?

Kun je lachen om mensen die anderen verlicht noemen?

Kun je lachen om mensen die zichzelf verlicht noemen?

Kun je lachen om mensen die jou verlicht noemen?

Kun je lachen om de mensen die verlichting zoeken?

Kun je lachen om jezelf?

91. Verlichting is wat je uitdoet bij vertrek

Beste Hans,

Met veel plezier dwaal ik rond op je dwijze website. Voor mij is niet-weten een ander woord voor Bewustzijn. Verlichting is een ander woord voor Bewust Zijn. Dat wil zeggen, bewust zijn van het Bewustzijn dat we zijn. Kun jij je hierin vinden?

Beste Ake,

Voor mij verwijst niet-weten naar niet weten. Bewust loos zijn. Loosbewust zijn. Wat je ook meent te zijn. Al is het maar loos bewustzijn. En dan je loosheid nog lozen. Kun jij je hierin verliezen?

Ake: Maar het loos zijn, is dat juist niet het oerkenmerk van het Bewustzijn dat we zijn?

Hans: Als ik dat wist zou ik niet meer loos zijn.

Ake: Wat versta jij dan onder verlichting?

Hans: Wat je uitdoet bij vertrek.

Ake: Ben jij al vertrokken?

Hans: Dat kan ik zo niet zien.

Ake: Waarom niet?

Hans: Omdat het hier zo donker is.

92. Golven naar de zee dragen

Vita: Alles is één.

Hans: Heb je het nageteld?

Vita: Natuurlijk niet.

Hans: Wat dan wel?

Vita: Ik heb het ervaren.

Hans: Wat heb je ervaren?

Vita: De hoogste Waarheid – de eenheid van het universum.

Hans: Hoe vaak heb je dat ervaren?

Vita: Al elf keer.

Hans: Pas elf keer?

Vita: Als kind al.

Hans: Wat ervaar je op dit moment?

Vita: Gewoon.

Hans: Geen eenheid.

Vita: Niet op dit moment.

Hans: Wat wel?

Vita: Verscheidenheid. Dualiteit.

Hans: Is dat dan niet de hoogste Waarheid?

Vita: Hoezo?

Hans: Je ervaart het toch?

Vita: Nou...

Hans: Of niet soms?

Vita: ...

Hans: Lastig hè, al die verschillende ervaringen?

Vita: Ik zeg, ook als eenheid niet ervaren wordt, is ze de drager van de illusie van dualiteit!

Hans: Dan zeg ik, ook als dualiteit niet ervaren wordt, is ze de drager van de illusie van eenheid!

Vita: Meen je dat nu?

Hans: Nee joh, ik heb geen idee.

Vita: Ik eerlijk gezegd ook niet.

Hans: Nou dan.

93. Voor telgangers

Zoeker: Wat moet ik doen om tot eenheid te geraken?

Leraar: Het is geen kwestie van doen, het is een kwestie van laten.

Jaren later...

Zoeker: Wat moet ik laten om tot eenheid te geraken?

Leraar: Het is geen kwestie van laten, het is een kwestie van kwijtraken.

Jaren later...

Zoeker: Wat moet ik kwijtraken om tot eenheid te geraken?

Leraar: De tel.

94. Een-een-twee

1

Zoeker: Alles is één.

Leraar: Alles wel, maar verder?

1

Zoeker: Alles is één.

Leraar: Niets ook.

2

Zoeker: Alles is één.

Leraar: Een arm is geen been.

95. Tel uit je winst of neem je verlies

Zoeker: Alles is één.

Leraar: En wat is één?

Zoeker: Dat weet ik ook niet.

Leraar: Wat maakt het dan uit?

96. Meerkeuzevraag voor metafysici

x. De nihilist zegt: alles is niets.

0. De boeddhist zegt: alles is leeg.

1. De monist zegt: alles is een.

2. De dualist zegt: alles is twee.

¬2. De non-dualist zegt: alles is niet-twee.

x>2. De pluralist zegt: alles is veel.

∞. De mysticus zegt: alles is oneindig.

ø. De agnost zegt niets.

Wie praat jij na?

97. Tussen een en twee vind je de deur naar non-dualiteit

Tellen en noemen – je lacht je een breuk.

Meester Tussen zegt:

Tussen een en twee vind je de deur naar non-dualiteit.

Speelkaart ruiten 1 1/2.

^ Tussen één en twee vind je de deur naar non-dualiteit.

Meester Tussen zegt ook:

Tussen één en niet-één vind je de deur naar non-dualiteit.

Hij zegt ook:

Tussen één en niet-twee vind je de deur naar non-dualiteit.

En:

Tussen niet-één en twee vind je de deur naar non-dualiteit.

En:

Tussen niet-één en niet-twee vind je de deur naar non-dualiteit.

En:

Tussen twee en niet-twee vind je de deur naar non-dualiteit.

Net zo het uitkomt.

Zie ook: Verlichting is geen plaats (in het Witboek Verlichting).

98. Non-dualisme anno 2050

Meta-meta-meta-meta-meta-meta-meta-meta-meta-metafysica van de hoogste allerhoogste allerallerhoogste orde.

Beste Hans,

Ik ben een non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualist. En jij?

Beste Maya,

Is dat niet de leer van de Indiase grootmeester Shankara Sharanka Karansha Rakansha Kakaran Shakaran Rashan?*

* Volgens het Witboek Verlichting de onovertroffen en onovertrefbare leraar van Antavedantanandanta.

Maya: Inderdaad.

Hans: Hoe noemt hij die Zelf ook alweer?

Maya: De advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-vedanta natuurlijk.

Hans: Hoe kon ik het vergeten.

Maya: Tellen is weten.

Hans: Zijn Wijsheid is niet te meten.

Maya: De tiende dan, man, daar kunnen wij niet aan tippen.

Hans: Verschil moet er zijn, hè, ook in het onbegrensde.

Maya: Zeker weten.

99. Meester tussen atman en anatman

Is atman anatman?

Leerling: Wat is het verschil tussen atman en anatman?

Meester: Is er een verschil tussen atman en anatman?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen atman en anatman?

Meester: Is er een overeenkomst tussen atman en anatman?

Leerling: Wat is de relatie tussen atman en anatman?

Meester: Is er een relatie tussen atman en anatman?

Leerling: Wat is atman van zichzelf?

Meester: Is atman wat van zichzelf?

Leerling: Wat is anatman van zichzelf?

Meester: Is anatman wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

100. Tussen scheiden en lijden vind je de deur naar non-dualiteit

1

Zoeker: Scheiden doet lijden.

Leraar: Verenigen net zo goed.

2

Zoeker: Scheiden doet lijden.

Leraar: En lijden doet weer scheiden.

3

Zoeker: Scheiden doet lijden.

Leraar: En scheiden doet verenigen.

Zoeker: En verenigen?

Leraar: Doet weer scheiden.

Zoeker: En wat doet lijden?

Leraar: Ja, wat niet.

101. Tussen punt en lichaam vind je de deur naar non-dualiteit

Meester Tussen zegt:

Een punt is een lijn zonder lengte. Is een punt dan in wezen een lijn?

Een lijn kun je trekken met een punt. Is een lijn dan in wezen een punt?

Een lijn is een vlak zonder breedte. Is een lijn dan in wezen een vlak?

Een vlak kun je trekken met een lijn. Is een vlak dan in wezen een lijn?

Een vlak is een ruimte zonder hoogte. Is een vlak dan in wezen een lichaam?

Een lichaam kun je trekken met een vlak. Is een lichaam dan in wezen een vlak?

Een punt is een vlak zonder lengte of breedte. Is een punt dan in wezen een vlak?

Een vlak kun je trekken met een lijn getrokken met een punt. Is een vlak dan in wezen een punt?

Een lijn is een lichaam zonder breedte of hoogte. Is een lijn dan in wezen een lichaam?

Een lichaam kun je trekken met een vlak getrokken met een lijn. Is een lichaam dan in wezen een lijn.

Een punt is een lichaam zonder lengte, breedte of hoogte. Is een punt dan in wezen een lichaam?

Een lichaam kun je trekken met een vlak getrokken met een lijn getrokken met een punt. Is een lichaam dan in wezen een punt?

102. Regressie is de kosmische grap

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Welke precies?

Leerling: Dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Meester: Wat dan wel?

Leerling: Alleen maar Bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf.

Meester: Speelt het nu nog steeds verstoppertje met zichzelf?

Leerling: Ja, vreemd eigenlijk.

Meester: Zalig zijn de zwakzinnigen.

Leerling: Nou zeg.

Meester: Pardon, zalig is de Zwakzinnige.

Leerling: Bewustzijn is pure Intelligentie volgens mij.

Meester: Waarom denk je dat?

Leerling: Hoe zou het universum anders geordend kunnen zijn?

Meester: Moet iedere orde dan eerst bedacht worden door een hogere orde?

Leerling: Hoe zou er anders orde kunnen zijn?

Meester: Wie heeft die Intelligentie dan bedacht?

Leerling: Goeie vraag.

Meester: Geen goed antwoord.

Leerling: Wat is wel een goed antwoord?

Meester: Bedenk maar wat.

Leerling: Een Superintelligentie.

Meester: Wie heeft die Superintelligentie dan bedacht?

Leerling: Ik dacht al dat u dat zou vragen.

Meester: Ik dacht al dat je dat zou zeggen.

Leerling: Wat had ik dan moeten zeggen?

Meester: Misschien heeft die Superintelligentie zichzelf wel bedacht.

Leerling: Dat zal het zijn.

Meester: Of anders die Intelligentie.

Leerling: Waarom ook niet.

Meester: Of misschien heeft het universum zichzelf wel geordend.

Leerling: Dat kan ook nog.

Meester: Dan hebben we die Intelligentie en die Superintelligentie niet nodig.

Leerling: Of misschien bedient het universum zich wel van ons.

Meester: Moet ieder denken zich dan bedienen van iets of iemand anders?

Leerling: Hardnekkige gedachte.

Meester: Misschien zijn wij het zelf wel...

Leerling: Zeker zijn wij het Zelf wel.

Meester: Ik was nog niet klaar.

Leerling: Ga door.

Meester: Misschien zijn wij het zelf wel die van alles bedenken.

Leerling: Zou kunnen...

Meester: Maar?

Leerling: Dat verklaart niets.

Meester: Dan verklaart het zichzelf maar.

Leerling: Hoe kan iets nu zichzelf verklaren.

Meester: Hoe kan iets nu iets anders verklaren.

Leerling: Alles verklaart alleen maar zichzelf?

Meester: Alles zeker.

Leerling: Er kan toch ook iets overstijgends zijn dat alles verklaart?

Meester: Nee, want dan was het niet alles.

Leerling: Het enige dat alles verklaart is alles?

Meester: Maar dat verklaart dan weer niets.

Leerling: Toch zoek ik een verklaring voor alles.

Meester: Dat verklaart al dat zoeken.

Leerling: Maar dat is niet wat ik zoek.

Meester: Misschien zoek je wel voor niets.

Leerling: Dit klinkt behoorlijk zwakzinnig.

Meester: Het zal de kosmische grap toch niet zijn?

Vragen aan de lezer

Denk jij dat er een hogere orde is?

Hoe weet je dat?

Is de hogere orde die je misschien ziet of erkent of ervaart of vermoedt, de hoogste orde, of zou er nog een hogere orde kunnen zijn waar je op dit moment geen weet van hebt of nooit weet van zult of kunt hebben?

Hoe weet je dat?

103. Tussen kenbaar en onkenbaar vind je de deur naar non-dualiteit

Xena: Niet-weten is de onkenbare grond van het gekende.

Hans: Als de onkenbare grond van het gekende werkelijk onkenbaar is, dan zullen we dat nooit weten.

Xena: Toegegeven...

Hans: Maar?

Xena: De onkenbare grond van het gekende bestaat wel degelijk.

Hans: Als de onkenbare grond van het gekende werkelijk onkenbaar is, dan zullen we dat nooit weten.

Xena: Toegegeven...

Hans: Maar?

Xena: Misschien is de onkenbare grond van het gekende wel voorbij bestaan en niet-bestaan.

Hans: Als de onkenbare grond van het gekende werkelijk onkenbaar is dan zullen we dat nooit weten.

Xena: Toegegeven...

Hans: Maar?

Xena: Zijn God, Brahman, Atman, Sunyata, Boeddhanatuur, Bewustzijn, Essentie, de Tao, de Leegte, het Niets, de Non-dualiteit, de Onbewogen Beweger, de Eerste Oorzaak en dergelijke niet allemaal namen van de onkenbare grond van het gekende?

Hans: Als de onkenbare grond van het gekende werkelijk onkenbaar is, dan zullen we dat nooit weten.

Xena: En als de onkenbare grond van het gekende niet werkelijk onkenbaar is?

Hans: Dan is het niet de onkenbare grond van het gekende.

104. Meester tussen de Schepper en de schepping

Is de Schepper de schepping?

Leerling: Wat is het verschil tussen de Schepper en de schepping?

Meester: Is er een verschil tussen de Schepper en de schepping?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen de Schepper en de schepping?

Meester: Is er een overeenkomst tussen de Schepper en de schepping?

Leerling: Wat is de relatie tussen de Schepper en de schepping?

Meester: Is er een relatie tussen de Schepper en de schepping?

Leerling: Wat is de Schepper van zichzelf?

Meester: Is de Schepper wat van zichzelf?

Leerling: Wat is de schepping van zichzelf?

Meester: Is de schepping wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

105. Waarin verschijnt Bewustzijn?

Beste Hans,

Ik heb maar één vraagje: Waarin verschijnt niet-weten?

Beste Joan,

Non-dualisten zijn rare jongens en meisjes.

Ik ken er intussen een heleboel en ze zijn allemaal even aardig, maar ze hebben allemaal dezelfde eigenaardigheid.

Zit je net lekker over X te kletsen of daar komt ie weer, de eeuwige retorische vraag: 'Waarin verschijnt X?'

Heb ik het over mijn lichaam, dan vragen ze: 'Waarin verschijnt je lichaam?'

Heb ik het over de dood, dan vragen ze: 'Waarin verschijnt de dood?'

Heb ik het over mijn lief, dan vragen ze: 'Waarin verschijnt je lief?'

Heb ik het over de Boeddha, dan vragen ze: 'Waarin verschijnt de Boeddha?'

Heb ik het over de Tao, dan vragen ze: 'Waarin verschijnt de Tao?'

Heb ik het over niet-weten, dan vragen ze: 'Waarin verschijnt niet-weten?'

En dan moet ik ze met open mond aankijken alsof ik het voor het eerst hoor, tot het hen eindelijk behaagt mij in te wijden in het grootste geheim op aarde, dat ze, echt, eerlijk waar, helemaal op eigen kracht ontdekt hebben, eigenlijk al op hun negende, hun zesde, hun derde, vlak voordat hun dierbaren het eruit sloegen, en dat ze ondanks alle dualistische indoctrinatie moeiteloos en onmiddellijk her-kenden dankzij de onvolprezen advaita vedanta:

'In het Bewustzijn, Hans.'

In het Bewustzijn.

Vergeet de hoofdletter niet.

Dat niet al-één ons Ware Zelf is, maar in tegenstelling tot al die afschuwelijk onberekenbare aanschouwelijkheden in en om ons heen ook nog eens Onveranderlijk en Onvergankelijk.

Dit her-inneren heet Verlichting en daarvoor heeft een heldere geest nog geen seconde nodig.

Hoera!

Maar ja.

Waarin verschijnt Bewustzijn?

106. Ik denk dus ik ben Bewustzijn

Schijnvragen lokken schijnantwoorden uit

Beste Hans,

Ik heb maar één vraag aan jou. Waarin verschijnt niet-weten?

Hans: In de vraag waarin niet-weten verschijnt.

Rob: Ik bedoel, waarin verschijnen je gedachten?

Hans: In de vraag waarin je gedachten verschijnen.

Rob: Dan zal ik zelf het antwoord maar geven. Gedachten verschijnen in Bewustzijn.

Hans: Wie zegt dat gedachten ergens in verschijnen?

Rob: Waar moeten ze anders in verschijnen?

Hans: In schijnvragen?

Rob: Pardon?

Hans: Een schijnvraag is een verkapte bewering. Een vraag die iets veronderstelt dat nog niet is vastgesteld.

Rob: Wat heb ik dan verondersteld?

Hans: Zeg ik toch. Dat gedachten ergens in verschijnen.

Rob: Volgens mij heb ik je een legitieme vraag gesteld. De belangrijkste vraag die iemand je ooit zal stellen.

Hans: Wat was er vóór het begin?

Hoeveel manen heeft de planeet Polyphemus?

Waarom heb je je hond gemarteld?

Rob: Pardon?

Hans: Drie voorbeelden van schijnvragen.

De eerste schijnvraag veronderstelt dat er iets is dat een begin heeft waaraan iets vooraf ging.

De tweede schijnvraag veronderstelt dat Polyphemus een bestaande planeet is waarover je feitelijke vragen kan stellen.

De derde schijnvraag veronderstelt 1. dat jij een hond hebt en 2. dat je die gemarteld hebt en 3. dat daar een reden voor was en 4. dat jij die kent en 5. dat jij die desgevraagd kunt en wilt meedelen.

Snap je?

Bewustzijn als ether voor gedachtengolven

Rob: Geef nu maar toe dat je geen antwoord hebt op mijn vraag.

Hans: Ik geef toe dat ik geen antwoord heb op jouw vraag of op welke vraag ook, behalve op de meest alledaagse, en dan nog.

Nu ik toch aan het bekennen ben, geef ik ook toe dat ik geen vragen meer heb, behalve de meest alledaagse, en dan nog.

Rob: Blijf dan maar dom.

Hans: Hoe slim is iemand die steeds dezelfde retorische vragen stelt?

Rob: Je draait eromheen. Gedachten moeten ergens in verschijnen.

Hans: Dat dachten fysici ook van licht. Ze noemden het ether. Die ether is nooit gevonden en geen fysicus zoekt er nog naar.

Rob: Vergelijk het dan met geluid. Geluidsgolven hebben wel degelijk een medium nodig. Zonder lucht geen geluid. Op de maan is het doodstil. Maar in je hoofd is het niet doodstil. Bewijs geleverd.

Hans: Maar waarom zou je gedachten vergelijken met geluidsgolven en niet met lichtgolven? Is dat niet een beetje opportunistisch? Sowieso is een analogie nooit een bewijs.

Rob: Wie niet bij bewustzijn is, is zich nergens van bewust. Er is dus Bewustzijn nodig om gedachten te ervaren.

Hans: Welnee, de bewusteloze is alleen maar bewusteloos bij wijze van spreken.

Hij is effe pleitte, tijdelijk buiten werking, uitgeschakeld, knock-out – ook allemaal bij wijze van spreken.

Je kunt je nooit op een wijze van spreken beroepen om het bestaan van een of andere metafysische essentie aan te tonen.

Rob: Je probeert je eruit te draaien.

Hans: Dat de slapeloze geen slaap ervaart, bewijst toch ook niet dat daarvoor Slaapzijn nodig is?

Dat de goddeloze geen god ervaart, bewijst toch ook niet dat daarvoor Godzijn nodig is?

Dat de moedeloze geen moed heeft, bewijst toch ook niet dat daarvoor Moedzijn nodig is?

Rob: Nee, natuurlijk niet.

Hans: Nou dan.

Rob: Maar gedachten verschijnen in het onveranderlijke Bewustzijn dat wij zijn.

Hans: Is dat een kras op je plaat of een plaat voor je kop?

Rob: Het is gewoon de Waarheid.

De Grote Bedrieger en nog grotere bedriegers

Hans: Je redenering doet me denken aan de mijmeringen van de Franse filosoof René Descartes.

Die is in zijn Meditaties op zoek naar absolute zekerheid langs de weg van de methodische twijfel.

Hij stelt zich voor dat er een Grote Bedrieger is, een malin génie, die hem constant onjuiste gedachten voortovert.

Is er een manier om deze Grote Bedrieger te slim af te zijn? Nou en of, meent Descartes.

Wat de Grote Bedrieger me ook influistert, aan één feit valt niet te twijfelen: ik besta.

Als ik niet bestond kon de Grote Bedrieger me namelijk ook niets influisteren.

Ik twijfel dus ik ben, dubito ergo sum.

En omdat twijfelen een vorm van denken is, maakte Descartes er 'ik denk dus ik ben' van, cogito ergo sum.

Rob: Zo is het precies. Descartes was op een haar na een non-dualist. Hij ging net niet ver genoeg. Van het beroemde 'Ik denk dus ik ben' naar het onomstotelijke 'Ik denk dus ik ben Bewustzijn' is maar één kleine stap.

Hans: Nou, nee. 'Ik denk dus ik ben' betekent in dit verband zoiets als 'Er is een gedachte nu, dus er is denken, dus er is een denker.' Zie je wat hier gebeurt? Volg de stappen op de voet.

Rob: Ik zie het probleem niet.

Hans: Descartes denkt zich in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare (een gedachte nu) via een abstracte functie (het denken) naar een substantieel en bestendig subject aan wie die abstracte functie zich voltrekt (de denker).

Zo van: het is nu, dus er is tijd, dus er is eeuwigheid. Of: het regent, dus is er iets dat regent, dus is er een regengod.

Dat is geen denken meer, dat is denkbedrog. Groot Bedrog van een Grootbedrieger. De malin génie is er niets bij.

Rob: Ik snap wat je zegt, maar ik ben geen cartesiaan, ik ben een non-dualist.

Hans: Je snapt helemaal niet wat ik zeg, want de non-dualist doet precies hetzelfde.

Hij redeneert: 'Er is een gedachte nu, dus is er een tijdloos, ondeelbaar en universeel Bewustzijn waarin die gedachte verschijnt en gekend wordt, dat ik wel zelf moet zijn, anders kon ik hem niet kennen.'

Zo denkt hij zich in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare naar het universele en tijdloze zelf dat hij net zelf verzonnen heeft.

Korter door de bocht kan de weg niet zijn. Een sterker staaltje van inflatoir denken heb ik zelden gezien, en ik heb heel wat sterke staaltjes gezien hoor, ook bij mezelf. Rationalisme van de hoogste orde. De Baron van Münchhausen is er niets bij.

Advaita zonder onderscheid of eenheid

Rob: Nee, jij dan.

Hans: Nee, dan ik.

Rob: Jij probeert jezelf en anderen voortdurend wijs te maken dat je niets weet.

Hans: Ik probeer niemand iets wijs te maken, ik zou niet weten wat.

Ik heb geen wijsheid te vergeven, en dat noem ik niet-weten.

Dat is alles.

Rob: Mij maak je niets wijs.

Hans: Meer kan ik niet van je vragen.

Rob: Geen enkel denken blijft zonder conclusies.

Hans: Zou je denken?

Rob: Ik kan me er in elk geval niets bij voorstellen.

Hans: Stel je voor, een lege ruimte met blinde muren, half bolvormig, pikdonker. Laat dat je bovenkamer zijn. Zie je het voor je?

Rob: Nee.

Hans: Nogal wiedes, in het donker valt niets te zien. Geen bewustzijn en geen Bewustzijn, geen dualisme en geen non-dualisme, geen weten en geen niet-weten, geen dvaita, geen advaita, geen veda en geen vedanta.

Stel je dat toch eens voor. Een zee van ruimte. Niets om tegenaan of mee te koop te lopen. Lijkt je dat niet heerlijk?

Rob: Volgens mij heb jij er niets van begrepen.

Hans: Advaita betekent niet-twee, heb ik begrepen. Die term laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Waarom dan dat heilige geloof in het onderscheid tussen de kenner en het gekende? Tussen Bewustzijn en gedachte? Tussen het veranderlijke en het onveranderlijke? Tussen dualiteit en non-dualiteit? Tussen een en twee? Tussen onderscheid en eenheid?

Rob: De kenner is het gekende. Er is alleen maar Bewustzijn.

Hans: O, nu is alles ineens weer een?

Rob: Non-dualiteit is verscheidenheid in eenheid.

Hans: Je aanbidt woorden. Zonder woorden geen metafysica. Zonder metafysica geen retoriek. Dan ben je overal vanaf. Dan kun je denken wat je wil, in plaats van steeds hetzelfde riedeltje. Dat is pas vrijheid.

Rob: Ik geef het op.

Hans: Dat lijkt mij ook het beste.

Lees ook: Malle meditaties van een malin génie (in het Witboek Verlichting)

107. Ik ben een sloddervos, dus ik ben een vos

Beste Hans,

Mooie site over niet-weten, zeg. Ik ben het er helemaal mee eens. Wij weten niets. Wij zijn niet-weten. Niet-weten is onze ongrond. Wij zijn de ongrond waarin al het weten verschijnt.

Beste Evert,

Splits je me daar tussen neus en lippen door eventjes vier stellingen in de maag: 1. Wij weten niets. 2. Wij zijn niet-weten. 3. Niet-weten is onze ongrond. 4. Wij zijn de ongrond waarin al het weten verschijnt.

Vraag: hoeveel stellingen bevat een lege leer?

Zelf heb ik geen idee of we niets weten. Ik kan hoogstens bevestigen dat ik op dit moment deze vier stellingen niet kan bevestigen. Waarom niet?

Als we niets weten, dan ook niet dat we niets weten.

Zelfs als we inderdaad niets weten, volgt daaruit niet dat we niet-weten zijn.

Ken je de objectie van Hobbes tegen het cogito van René Descartes?

Descartes: Ik denk, dus ik ben denkend, dus ik ben denken, dus ik ben.

Eerste bezwaar van Hobbes: 'op dezelfde manier zou ik kunnen zeggen ik ben aan 't wandelen, dus ik ben wandeling.'

Tweede bezwaar: in het 'ik denk' zit het subject, waarvan het bestaan nog vastgesteld moet worden, al verstopt.

De objecties van Hobbes gaan ook op voor jouw gedachtensprongen van 'we weten niets' naar 'we zijn niet-weten' en van 'we zijn niet-weten' naar 'niet-weten is onze ongrond' en van 'niet-weten is onze ongrond' naar 'al het weten verschijnt in niet-weten'. Ik bedoel, waar haal je het vandaan?

Je denkt slordig, dus je bent een sloddervos, dus je bent een vos.

Niet-weten heeft voor mij niets met metafysica te maken, en met 'niets' bedoel ik dus niet 'het niets waarin alles verschijnt en verdwijnt' of zo iets. Niet-weten betekent voor mij alleen maar dat ik dit of dat nu niet weet, voor zolang het duurt.

Dus met wie of waarmee ben je het in cogito's naam eens als je zegt dat je het er helemaal mee eens bent?

Waarom dat koninklijke 'wij'?

108. Tussen zijn en denken vind je de deur naar non-dualiteit

Descartes: Ik denk dus ik ben.

Hans: Dat betwijfel ik.

Descartes: Als ik niet was, zou ik ook niet kunnen denken.

Hans: Hoelang duurt een gedachte?

Descartes: Een paar seconden, denk ik.

Hans: Hoelang duurt zijn?

Descartes: Aha, ik zie het probleem.

Hans: Nou, hoelang?

Descartes: Een heel mensenleven.

Hans: Hoe kan iets wat maar een paar seconden duurt als bewijs dienen voor iets wat een heel mensenleven duurt?

Descartes: Zijn kent geen tijd.

Hans: Hoe kan iets wat maar een paar seconden duurt als bewijs dienen voor iets waar geen eind aan komt?

109. Tussen zien en zijn vind je de deur naar non-dualiteit

Advaita voor denktanks.

Het zijn der zijnden

Beste Hans,

Wat komt het eerst: zien of zijn? Gaat het zijn vooraf aan het kennen of gaat het kennen vooraf aan het zijn? Of staan ze wellicht op hetzelfde plan? Of zijn ze misschien zelfs identiek? Of zijn beide gebaseerd op iets fundamentelers? En analoog aan deze vraagstelling: ligt de epistemologie ten grondslag aan de ontologie of de ontologie aan de epistemologie? Ik kom er niet uit.

Hans: Geeft niets. Ik ook niet.

Ananda: Dat is wel heel gemakkelijk.

Hans: Moeilijker kan ik het niet maken.

Ananda: Volgens mij is zijn de ingrond van het kennen. Wat denk jij?

Hans: Wat ik denk? Wat een bizarre zin, is wat ik denk. 'Zijn is de ingrond van het kennen.' Wat een bizar woordgebruik, is wat ik denk.

Ananda: Wat is zijn? Van oorsprong bedoel ik. Daar denk ik veel over na. Zijn is wat we zijn, maar wat is zijn?

Hans: Nou, dat kan ik je wel vertellen.

Van oorsprong is 'zijn' gewoon een werkwoord dat je in staat stelt zinnetjes te vormen.

Het woord doet zijn werk: Hier is de deur, daar is de brievenbus.

Geen vuiltje aan de lucht.

Maar mensen zoals jij die een beetje filosofisch zijn aangelegd, stellen zichzelf diepzinnige vragen, bijvoorbeeld wat die deur en die brievenbus gemeen hebben.

Ze hebben duidelijk een andere vorm en ze hebben duidelijk een andere functie, dus dat kan het niet zijn.

Maar alle twee zíjn ze, constateer je nadat je de zinnetjes woord voor woord vergeleken hebt.

Hier ís de deur.

Daar ís de brievenbus.

En zo wordt het begrip 'zijn' geboren.

Werkwoorden zijn werkpaarden, maar begrippen zijn heersers.

Ze grijpen om zich heen.

Ze roepen nieuwe vragen op, zoals: Wat is zijn?

Vragen roepen nieuwe begrippen op, en zo gaat het van kwaad tot erger.

Je denkt en je denkt, je overlegt met deze, je raadpleegt gene, je leest het ene boek na het andere, je filosofeert nog een beetje verder en voor je het weet heb je het over de 'isheid der zijnden', over 'zijnsgronden' en 'zijnsoordelen', over het 'zelfzijn' en het 'alzijn', over het 'hierzijn' en het 'daarzijn', over het 'Dasein' en de 'zijnsgesteldheid' en de 'zijnsvergetelheid' en het 'in-de-wereld-zijn' en het 'niet-zijn' als een bijzondere vorm van 'er-zijn' en het 'zo-zijn' versus het 'anders-zijn'.

Steeds dieper worden je gedachten, steeds gekker je uitspraken.

'Ik-ben-heid is mijn wezensgrond.'

'Het gedifferentieerde zijn ontstaat via een mysterieus wordingsproces uit het ongedifferentieerde zijn en vloeit er aan het einde van zijn zijn door ontwording vanzelf in terug.'

'Alle dingen zijn ér maar niet alle dingen zijn zó, dus het zo-zijn gaat vooraf aan het er-zijn.'

Zo ontstaat een waterhoofd dat zelfs de sterkste benen niet meer kunnen dragen.

Begrijp je wat ik bedoel?

De kenner van het gekende

Ananda: Ja, maar gaat het zijn nu vooraf aan het kennen of gaat het kennen vooraf aan het zijn? Dat is wat mij bezighoudt.

Hans: 'Kennen' is ook al zo'n raar, abstract woord.

Van oorsprong is het gewoon een werkwoord dat je in staat stelt zinnetjes te vormen.

Het woord doet zijn werk: 'Zeg, ken jij de mosselman?' 'Gezelligheid kent geen tijd.'

Geen vuiltje aan de lucht.

Maar mensen zoals jij die een beetje filosofisch zijn aangelegd, stellen zichzelf diepzinnige vragen, bijvoorbeeld wat die beide vormen van kennen met elkaar gemeen hebben.

Voor je het weet hebben ze het over 'de kennis' en 'het kennen' van 'het gekende' door 'de kenner' en over 'kennendheid' en meer van dat moois.

'De hoogste kennis heeft geen object', beweren ze, en 'Ik ben de kenner, niet het gekende', 'Ik ben de kenner én het gekende', 'Kennendheid is mijn ware aard en het hoogste zijn', 'Het gekende wordt gekend door het onkenbare kennen.'

En nóg worden ze niet uitgelachen.

Ze definiëren 'het kennen' als een 'functie' van de 'geest', gebaseerd op het 'aspectloze bewustzijn' waarin zich 'verschijnselen' manifesteren die door het 'richten' van de 'aandacht' via de 'intentionele boog' tot 'evidente' 'inzichten' leiden.

Ze onderscheiden het 'onbewuste' van het 'onderbewustzijn', het 'individuele onderbewustzijn' van het 'collectieve onderbewustzijn', het 'onderbewustzijn' van het 'bovenbewustzijn', het 'zelfbewustzijn' van het 'albewustzijn', het 'ik-bewustzijn' van het 'godsbewustzijn', en verklaren plechtig dat alle vormen van 'bewustzijn' deel uitmaken van het 'Universele Bewustzijn' 'dat we zijn' – 'eenheid in verscheidenheid.'

Onvermoeibaar inventariseren, interpreteren, verabsoluteren en relativeren ze de overeenkomsten, verschillen en verbanden tussen de verschillende vormen van bewustzijn onderling en andere obscure entiteiten zoals de 'geest', de 'ziel', het 'hart', het 'zelf', de 'innerlijke goeroe', de 'boeddhanatuur', het 'immanente', het 'transcendente', de 'godheid' en wie en wat al niet.

Wat eerst ballonnetjes in hun hoofd zijn, wordt gaandeweg steeds reëler voor ze, tot alle concreetheid uit hun denken verdwenen is.

Ze menen, eindelijk, de werkelijkheid zelf te zien, of de essentie daarvan, of de hoogste vorm of de bron en bestemming ervan:

God!

Het Goede!

Het Zelf!

Perfectie!

Schoonheid!

De Deugd!

Waarheid!

Non-dualiteit!

Het Ene!

Het Niets!

Bewustzijn!

Zijn!

De wereld in één woord:

Fopspeen voor angstige geesten.

De nominalist en de realist

Ananda: Je hebt mijn vraag over epistemologie en ontologie nog niet beantwoord.

Hans: Als je niet eens weet waar 'zijn' en 'kennen' precies voor staan, en of ze wel ergens voor staan, laat staan wat hun onderlinge relatie is, waarom zou je je dan nog druk maken over de vraag of de zijnsleer vooraf gaat aan de kenleer of omgekeerd?

Ananda: In je antwoorden zie ik echo's van het middeleeuwse debat tussen de realisten die volhielden dat taal een afspiegeling is van de werkelijkheid en dat ieder woord derhalve correspondeert met iets werkelijks, en de nominalisten die stelden dat alle woorden loze abstracties zijn – zelfs schijnbaar concrete woorden als 'deur' en 'brievenbus'.

Hans: Hadden ze toen al brievenbussen?

Ananda: Volgens mijn postbode wel.

Hans: Tegen de realist zou ik zeggen: 'Met welke realiteit correspondeert de illusie en tot welke categorie behoor jij?'

Tegen de nominalist zou ik zeggen: nominalisme is ook maar een woord, wat maakt dat jou?

Ananda: En tegen mij?

Hans: Tegen jou zou ik zeggen: wat bedoel je precies met 'taal' en 'afspiegeling' en 'woord' en 'iets werkelijks' en 'loos' en 'abstractie' en 'schijnbaar' en 'concreet'?

En let eens op, terwijl je dat uitvogelt, hoe ballonnetjes betonblokken worden.

En let eens op, terwijl je daarop let, hoe de gedachte dat ballonnetjes betonblokken worden, een betonblok wordt.

En let eens op, terwijl je daarop let, hoe het opletten zelf een hinderpaal wordt.

En let dan eens niet op.

Advaita is geen filosofie

Ananda: Ik zie ook echo's van de analytische wijsbegeerte van onder meer Gilbert Ryle en Ludwig Wittgenstein, die zich fanatiek verzetten tegen de correspondentieleer volgens welke taal een afspiegeling is van de werkelijkheid, en die onvermoeibaar betoogden dat taal alleen maar een instrument is.

Hans: Als 'Ryle' en 'Wittgenstein' niet met iets werkelijks correspondeerden, wie heeft dan hun boeken geschreven?

Als hun boeken niet met iets werkelijks corresponderen, wat heb jij dan gelezen?

Ananda: Jij denkt wel heel concreet.

Hans: Zelfs als Ryle en Wittgenstein er waren, dan zijn ze er nu niet meer, dus kénnen ze ook niet meer, neem ik hier maar even aan; wat ons evengoed niet verhindert om hun namen te gebruiken.

Of kennen ze niet meer omdat ze niet meer zijn?

Of is niet-zijn hetzelfde als niet-kennen, en zo ja, volgt dan uit deze identiteit dat kennen inderdaad hetzelfde is als zijn?

Of zijn kennen en zijn manifestaties van een gemeenschappelijke (on)grond, laten we zeggen, het numineuze of de menigvuldigheid of niet-weten of liefde of het onnoemelijke al dan niet?

Ik weet zeker dat deze diepe vragen bij jou in goede handen zijn.

Ananda: Volgens mij was dit geen compliment.

Hans: Parallellen zijn parallellen, maar advaita is geen filosofie.

Ananda: Wat is het dan wel?

Hans: Water in een waterhoofd. Laat maar lekker over Gods akker vloeien.

110. Ik denk dus

Fragment uit het onlangs opgedoken dagboek 'Ergo cogito' van René Descartes.

Ik...

Ik denk...

Ik denk dus...

Ik denk dus ik ben...

Ik denk dus ik denk dat ik ben...

Ik denk dus ik denk dat ik denk dat ik ben...

Ik denk dus ik denk dat ik denken ben...

Ik denk dus ik denk...

Ik denk dus ik denk ik...

Ik denk dus ik denk ik niet...

Ik denk ik dus ik denk niet-ik...

Ik denk niet-ik dus ik ben...

Ik denk niet-ik dus ik ben niet...

Ik ben dus ik denk niet niet...

Ik denk dus ik denk het denken...

Wat als ik niet zou denken...

Waar is dan mijn zijn...

Waar is dan mijn niet-zijn...

Waar is dan dat denken...

Waar is dan de vraag, 'wat als ik niet zou denken'...

Waar zijn dan alle vragen die daaruit voortvloeien...

Zou er dan geen denken zijn of zou er dan niet-denken zijn...

Maar ik kan niet niet-denken, niet wanneer ik maar wil...

Kan ik denkende niet-denken...

Natuurlijk kan ik dat...

Hoe zou ik het niet kunnen, als ik het al doe...

Nou, doe... het overkomt me al...

Nou, mij... het gebeurt al...

Onophoudelijk, denk ik...

Onophoudelijk denk ik...

Denk ik...

Ik...

111. Er is één maar aan de kosmische grap

Er is één maar aan de kosmische grap...

Januskop met een vrolijk en een treurig gezicht.

Hij is niet altijd leuk.

112. Rimpels op de oceaan van gedachten

'Gedachten zijn rimpels op de oceaan van liefde, Hans.'

'Mooie gedachte.'

'Dank je.'

'En wat ben jij in deze beeldspraak?'

'De oceaan van liefde natuurlijk.'

'Mooie gedachte.'

'Dank je.'

113. Wie denk je wel dat je bent

Zoeker: Ik denk, dus ik ben.

Leraar: Je denkt dat je bent.

Jaren later...

Zoeker: Ik denk dat ik niet ben.

Leraar: Dat had je gedacht.

Jaren later...

Zoeker: Ik denk niet dat ik ben of niet ben.

Leraar: Leuk bedacht.

Jaren later...

Zoeker: Ik denk, dus...

Leraar: Je denkt.

Jaren later...

Zoeker: Ik denk niet...

Leraar: Behalve dit zeker.

Jaren later...

Zoeker: Ik...

Leraar: Begin je nu weer?

114. De weg om niet te volgen

'Wie denk jij dat je bent?'

'Ik ben de lege ruimte waarin mijn denkbeelden en gevoelens worden ingetekend.'*

* Uitspraak van de filosoof en taoïst Patricia de Martelaere (1957-2009) in haar boek Taoïsme, de weg om niet te volgen.

'Is dat waar of is het alleen maar een denkbeeld ingetekend in je lege ruimte?'

'Daar vraag je me wat.'

'Is dat waar of is het alleen maar een denkbeeld ingetekend in je lege ruimte?'

'Wat zou je gezegd hebben als ik had gezegd dat het waar was?'

'Is dat waar of is het alleen maar een denkbeeld ingetekend in je lege ruimte?'

'En als ik had gezegd dat het alleen maar een denkbeeld ingetekend in mijn lege ruimte was?'

'Is dat waar of is het alleen maar een denkbeeld ingetekend in je lege ruimte?'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

115. Waar het regent is iets dat giet

'Wie ben jij?'

'Ik ben de kenner van het gekende, Hans.'

'Wie zegt dat er zoiets is?'

'Waar gezien wordt is iets dat ziet.'

'Want waar het fikt is iets dat ziedt?'

'Hè?'

'Waar water loopt is iets dat vliet?'

'Nou ja.'

'Waar het regent is iets dat giet?'

'Natuurlijk niet.'

'Wat klets je dan.'

116. Het ware Zelf is de kosmische grap

De Ene wast de Andere de Ore.

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Van haver tot gort, hinnikte het paard.

Leerling: Er is nooit een zoeker of een zoektocht geweest.

Meester: Breek me de bek niet open.

Leerling: Er is alleen het ware Zelf dat verstoppertje speelt met zichzelf.

Meester: Het ware wat?

Leerling: Wijzelf zijn Dat.

Meester: Ik ken ook een paar kosmische grappen.

Leerling: Welke dan?

Meester: Dat er heel wat goeroes zijn die in naam der Wijsheid hun volgelingen oplichten, manipuleren en misbruiken, bijvoorbeeld.

Leerling: Lachen.

Meester: Dat er heel wat christenen zijn die uit naam van God hun medemens martelen, bijvoorbeeld.

Leerling: Leuk hoor.

Meester: Dat er heel wat moslims zijn die uit naam van Allah hun medemens een kopje kleiner maken.

Leerling: Haha.

Meester: Dat er heel wat boeddhisten zijn die uit naam van de Verhevene oorlog voeren.

Leerling: Wat een giller.

Meester: Dat mensen en dieren elkaar altijd maar dwarszitten, treiteren, afslachten en opvreten.

Leerling: Ik kom niet meer bij.

Meester: Dat volstrekte gemoedsrust zowel bij heiligen als psychopaten voorkomt.

Leerling: U hebt een griezelig gevoel voor humor.

Meester: Ik niet.

Leerling: Wie dan wel?

Meester: Het ware Zelf, zei je toch?

Leerling: Wou u beweren dat het ons ware Zelf is dat oorlog voert, martelt, onthoofdt, oplicht, onderdrukt, verkracht, dwarszit, treitert, afslacht en opvreet?

Meester: Wie anders?

Leerling: Daar hebt u me te pakken.

Meester: Zoals het ook het ware Zelf is dat gemarteld, onthoofd, opgelicht, onderdrukt, verkracht, dwarsgezeten, getreiterd, afgeslacht en opgevreten wordt.

Leerling: Ook dat nog.

Meester: 'Wijzelf zijn Dat.'

Leerling: U wrijft het er wel in.

Meester: Aangenomen dat alles één is tenminste.

Leerling: Zo niet, dan zijn er nog veel meer slachtoffers.

Meester: Grappig hè?

Leerling: Ik kan wel janken.

Meester: Wie?

Vragen aan de lezer

Ben jij Dat?

Sinds wanneer denk je dat?

Was je Dat ook al voor je het bedacht had?

Voel jij je in je hoedanigheid van het Zelf zowel de dader als het slachtoffer van alles wat er maar gebeurt?

117. Tussen vrouw en man vind je de deur naar non-dualiteit

Is een vrouw zonder tepels nog een vrouw?

Is een vrouw zonder borsten nog een vrouw?

Is een vrouw zonder eierstokken nog een vrouw?

Is een vrouw zonder eitjes nog een vrouw?

Is een vrouw zonder baarmoeder nog een vrouw?

Is een vrouw zonder oestrogeen nog een vrouw?

Is een vrouw zonder libido nog een man?

Is een vrouw zonder kittelaar nog een vrouw?

Is een vrouw zonder vagina nog een vrouw?

Is een vrouw met een snor nog een vrouw?

Is een vrouw met een baard nog een vrouw?

Is een vrouw met een kittelaar zo groot als een penis nog een vrouw?

Is een vrouw met ballen nog een vrouw?

Is een vrouw met een penis en een vagina nog een vrouw?

Is een man zonder tepels nog een man?

Is een man zonder ballen nog een man?

Is een man zonder penis nog een man?

Is een man zonder ballen nog een man?

Is een man zonder libido nog een man?

Is een man met borsten nog een man?

Is een man met een vagina nog een man?

Is een man met eierstokken nog een man?

Is een man met een baarmoeder nog een man?

Is een man met borsten nog een man?

Is een vrouw met een penis nog een vrouw?

Is een vrouw met een penis nog een vrouw?

118. Waarin zwemt de zee?

Brit: Waarin verschijnt niet-weten, Hans?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Brit: Doe niet zo flauw.

Hans: Waarin zwemt de zee?

Brit: Wat is dat nu weer voor vraag.

Hans: Zo wou ik het niet stellen.

Brit: Wie ben ik?

Hans: Kan jou het schelen.

Brit: Dat is zo'n beetje de belangrijkste vraag op aarde.

Hans: Pas dan maar op dat je hem niet beantwoordt.

Brit: Waarom niet?

Hans: Omdat het dan geen vraag meer is, suffie.

Brit: Ben ik mijn gedachten?

Hans: Wat denk jij?

Brit: Ik denk van niet.

Hans: Als ik het niet dacht.

Brit: Gedachten komen en gaan...

Hans: Was dat maar waar.

Brit: Gedachten komen en gaan, maar...

Hans: Behalve deze zeker.

Brit: Mag ik misschien even uitspreken?

Hans: Laat maar komen dan.

Brit: Gedachten komen en gaan, maar ik...

Hans: Laat toch gaan.

Brit: Gedachtenkomenengaanmaarikniet.

Hans: Nou, sneller komen ze niet.

Brit: Ik zei, gedachten komen en gaan maar ik niet.

Hans: Maar ik wel.

Brit: Hoe zou ik dan mijn gedachten kunnen zijn?

Hans: Waar mensen zich al niet druk over maken.

Brit: Geef nu eens antwoord!

Hans: Maar ik doe al niet anders!

Brit: Waarin verschijnen mijn gedachten?

Hans: Wie zegt dat ze ergens in verschijnen?

Brit: Gesteld dat ze ergens in verschijnen.

Hans: Daar zeg je wel wat bij.

Brit: Stel.

Hans: In je gedachten dan maar.

Brit: In mijn bewustzijn zul je bedoelen.

Hans: Is bewustzijn dan geen gedachte?

Brit: Ik ben het onvergankelijke bewustzijn waarin gedachten komen en gaan.

Hans: Is dat waar of is het ook maar een gedachte die komt en gaat?

Brit: ...

Hans: Iemand thuis?

Brit: Daar moest ik even over nadenken.

Hans: En?

Brit: Er is geen andere conclusie mogelijk.

Hans: Kijk anders eens naar je premissen.

Brit: Ik ben de ene onveranderlijke getuige.

Hans: Dan ben ik wel het mannetje in mijn hoofd.

Brit: Wat?

Hans: Dat ik het mannetje in het hoofd van het mannetje in mijn hoofd ben.

Brit: Volgens mij zei je dat je het mannetje in je hoofd bent.

Hans: Maar ik bedoelde het mannetje in het hoofd van het mannetje in het hoofd van het mannetje in mijn hoofd.

Brit: Homunculi zijn nergens voor nodig.

Hans: Waarom getuigen wel dan?

Brit: Homunculi leiden alleen maar tot een oneindige regressie.

Hans: Dat geldt voor alle getuigen.

Brit: Er is maar één getuige...

Hans: Wie kan daarvan getuigen?

Brit: Er is maar één onveranderlijke getuige van de gedachten die komen en gaan...

Hans: Laat toch gaan.

Brit: Er is maar één onveranderlijke getuige van de gedachten die komen en gaan, en dat ben ik.

Hans: En ik dan?

Brit: En dat zijn wij.

Hans: Er is maar één onveranderlijke getuige van de gedachten die komen en gaan en dat zijn wij?

Brit: Ik ben dat.

Hans: En dit dan?

Brit: Ik ben dat wat overal aan voorafgaat.

Hans: Wie kan daarvan getuigen?

Brit: De Eerste Getuige heeft geen getuige nodig.

Hans: Waarom gedachten dan wel?

Brit: Omdat wij nu eenmaal de onveranderlijke getuige zijn van de gedachten die komen en gaan.

Hans: Dat zei je al.

Brit: Dat zeg ik.

Hans: En toen vroeg ik, is dat waar of is het ook maar een gedachte die komt en gaat?

Brit: ...

Hans: Iemand thuis?

Brit: Ik denk.

Hans: Vertel mij wat.

Brit: Het kan gewoon niet anders.

Hans: Is dat waar?

Brit: Zoals de logica dicteert...

Hans: Zei de logicus geleerd...

Brit: Waar bewustwording is moet bewustzijn zijn.

Hans: Waar het giet moet een gieter zijn.

Brit: Waar gezien wordt moet een ziener zijn.

Hans: Waar gevroren wordt moet een vriezer zijn.

Brit: Waar gekend wordt moet een kenner zijn.

Hans: Waar gezonken wordt moet een zinker zijn.

Brit: Waar gedacht wordt moet een denker zijn.

Hans: Waar gegolfd wordt moeten golven zijn.

Brit: En daarin verschijnen gedachten.

Hans: En daarin zwamt de zee.

119. Je hebt van die mensen die overal zichzelf zien

'Wat is het dat overal niet-weten ziet, Hans?'

'Ik zou het ook niet weten.'

'Bewustzijn natuurlijk.'

'Wat is het dat overal bewustzijn ziet?'

'...'

'Nou?'

'Die zit.'

'Een schot voor open doel.'

'Maar het gaat er niet om wat we zien, Hans, het gaat erom dat we zien.'

'Je hebt van die mensen die overal zien zien.'

'Zien is wat we zijn en Zijn is wat we zien...'

'Je hebt van die mensen die overal zichzelf zien.'

'... En in dat Zijn is geen verschil.'

'Je hebt van die mensen die overal eenheid zien.'

'Dus wat is het dat overal niet-weten ziet?'

'Je hebt van die mensen...'

120. Je hebt van die mensen die overal hetzelfde zien

Je hebt van die mensen die overal hetzelfde zien.

Je hebt van die mensen die overal verschil zien.

Je hebt van die mensen die overal eenheid zien.

Je hebt van die mensen die overal illusie zien.

Je hebt van die mensen die overal werkelijkheid zien.

Je hebt van die mensen die overal zijn zien.

Je hebt van die mensen die overal bewustzijn zien.

Je hebt van die mensen die overal zien zien.

Je hebt van die mensen die overal leegte zien.

Je hebt van die mensen die overal waarheid zien.

Je hebt van die mensen die overal leven zien.

Je hebt van die mensen die overal liefde zien.

Je hebt van die mensen die overal energie zien.

Je hebt van die mensen die overal lijden zien.

Je hebt van die mensen die overal de duivel zien.

Je hebt van die mensen die overal god zien.

Je hebt van die mensen die overal zichzelf zien.

Want je hebt van die mensen die overal hetzelfde zien.

En dan heb je ook nog van die mensen die overal van die mensen zien die overal hetzelfde zien.

Wat voor mensen zie jij overal?

Lees ook: De monist (in het Witboek Verlichting).

121. Je hebt van die mensen die overal kaas van maken.

Mannetje van kaas dat een stuk kaas eet.

^ Alles is één.

Lees ook: Trechterdenken (in het Witboek Verlichting).

122. Niet-weten kun je niet-zien

'Je hebt van die mensen die overal niet-weten zien, Hans.'

'Ik zou er graag eens een ontmoeten.'

'Heb je niet genoeg aan jezelf?'

'Ik zou mij graag eens ontmoeten.'

'Jij ziet toch overal niet-weten?'

'Jij ziet mij overal niet-weten zien.'

'Wat zie je dan wel?'

'Ik zie wat ik zie.'

'En dat is?'

'Geen idee.'

'Is dat wat je ziet of heb je geen idee?'

'Je ziet maar.'

'Ik hou het erop dat jij overal niet-weten ziet.'

'Je hebt van die mensen...'

123. Het Bewustzijn voorbij; advaita zonder Grote Woorden

Niet-weten als Bewustzijn

Beste Hans,

Voel jij er wat voor om een boekje te maken van onze correspondentie? Ik denk aan een selectie, de essentie van onze dialoog.

Hans: Ik ben me van geen essentie bewust.

Nina: Een titel heb ik ook al, 'Advaita en niet-weten'.

Hans: Het eerste wat me inviel was 'Advaita is geen idee'. Wat is precies het idee?

Nina: Tja, hoe leg ik dat uit. Toen ik jouw dwaalteksten ontdekte, was dat voor mij een aha-erlebnis. In jou herkende ik eindelijk het niet-weten in mezelf. Maar hoe moest ik dat in overeenstemming brengen met de Hoogste Waarheid van het Ene Bewustzijn dat ik ben?

Onze correspondentie heeft daarin duidelijkheid gebracht. Ik weet niets en tegelijkertijd weet ik dat ik Ben en dat Bewustzijn de Essentie van mijn Zijn is. Dat Bewustzijn, dat Zijn, die Essentie, dit Leven dat ik ben, dit Niet-Weten, is niet in woorden uit te drukken en kan door het verstand niet begrepen worden.

De tegenspraak tussen mijn weten en mijn niet-weten, waar ik eerst zo mee zat, speelt zich volledig af binnen het verstand. Natuurlijk weet ik van alles, maar dan hebben we het over begrippen, denken, redeneren, feitenkennis. Een stoel is een stoel, ja, maar dat is niets meer dan een maatschappelijke conventie. Je komt er geen stap dichter mee bij de Uiteindelijke Werkelijkheid, die onkenbaar is.

Bewustzijn kent alles maar is zelf onkenbaar. Bewustzijn is ondeelbaar in zichzelf besloten en kent als zodanig geen innerlijke tegenspraak. Tegenstelling opgelost.

Advaita vedanta, heeft me laten zien dat ik in essentie bén. Niet wát ik ben is mijn essentie, maar dát ik ben. Mijn Zijn, mijn Bewustzijn is altijd spontaan, moeiteloos en probleemloos, en altijd alleen maar hier en nu. Het is een constant, neutraal gegeven.

Wanneer mijn aandacht echter wordt opgeslokt door het denken, het voelen en het ervaren, dan verdrink ik in voorbijgaande indrukken die me meevoeren uit de Hoogste Werkelijkheid. Advaita betekent voor mij in Bewustzijn verblijven. De aandacht op het Bewustzijn zelf gericht houden. Dat verlicht mijn zorgen en relativeert mijn pieken en dalen zodat ik er niet in blijf hangen.

Advaita is Zien, niet met je ogen maar met Bewustzijn. De dingen zien zoals ze zijn, niet zoals ik wil dat ze zijn. Niet met het verstand maar met het hart. Een geleefde waarheid die tegelijkertijd volkomen subjectief en volkomen universeel is. De hemel is blauw, geen twijfel mogelijk. Ik ben, geen twijfel mogelijk.

Ik weet het, het zijn allemaal concepten maar ik gebruik ze om te verwijzen naar de niet-conceptuele Werkelijkheid. Geen enkel concept legt het goed uit. 'Bewustzijn' is een vinger die naar de maan wijst. Ook niet-weten legt niets uit.

Jij verwerpt én omarmt, wel én niet, weten én niet-weten, niet-weten én niet weten van niet-weten. Ik denk niet dat uitleggen jouw drijfveer is, maar wat dan wel? Waarom produceer jij non-stop dwaalteksten? Laat ik het maar niet vragen, we doen wat we doen tot we het niet meer doen.

Ik kan in ieder geval niet meer weg uit Bewustzijn. Dat heeft het Leven me geopenbaard en onze correspondentie heeft het bevestigd en verdiept. Het besef werkelijk gevestigd te zijn in Bewustzijn heeft grote vreugde gebracht, en diepe verwondering.

Er is een groot niet-weten in mij, als Zuiver Bewustzijn, dat nederig maakt. Louter Bewustzijn te zijn is een troost, een zegen, een vreugde en een stille achtergrond die ik mocht herontdekken dankzij de advaita vedanta.

Niet weten van Bewustzijn

Hans: Dank voor je uitleg, je klinkt al helemaal als een boekje.

Nina: Het zou de inleiding van ons boekje kunnen zijn.

Hans: Alleen is het eerder de essentie van jouw denken dan van onze dialoog.

Nina: Wat is volgens jou de essentie van onze dialoog?

Hans: Langs elkaar heen praten is volgens mij de essentie van onze dialoog.

Nina: Wat dacht je van de titel 'Bewustzijn als Niet-Weten'?

Hans: Wat dacht je van de titel 'Niet weten van Bewustzijn'?

Nina: Dat lijkt mij heel wat anders.

Hans: Het is ook heel wat anders, dat probeer ik je nu al maanden duidelijk te maken.

Voor mij betekent niet-weten alleen maar dat ik het allemaal niet meer weet.

Jij verwijst met de term niet-weten naar iets absoluuts dat je Bewustzijn noemt.

Beide betekenissen zijn legitiem – definiëren staat vrij – maar ze verschillen als nacht en dag, en dat krijg ik je maar niet aan je verstand gepeuterd.

Nina: Niet iets absoluuts, het absolute. De universele, kosmische grond. De enige. Zowel die van jou als die van mij als die van iedereen en van het hele universum.

Hans: 'Ik sta erop,' zei de fundamentalist, 'er is maar één fundament', en stortte in de afgrond.

Nina: Alles is Bewustzijn. Er is alleen maar Bewustzijn. De tienduizend dingen en wezens ontstaan in Bewustzijn en vergaan in Bewustzijn. Tijdens hun bestaan zijn ze gemanifesteerd Bewustzijn. Daarvoor en daarna zijn ze latent Bewustzijn.

Jouw bewustzijn maakt deel uit van Bewustzijn. Mijn bewustzijn maakt deel uit van Bewustzijn. Er is alleen maar Bewustzijn. Er is alleen maar dít.

Hans: Dit of Dat, het is altijd wat.

Nina: Het is de Waarheid.

Hans: Ja, dat zeggen ze allemaal.

Nina: Wat zeggen ze allemaal?

Hans: Dat het de Waarheid is.

Nina: Wat dan?

Hans: Volgens de materialist is alles stof. Dat is de Waarheid.

Volgens de taoïst is alles chi. Dat is de Waarheid.

Volgens de mysticus is alles God. Dat is de Waarheid.

Volgens de zenboeddhist is alles leeg. Dat is de Waarheid.

Volgens de non-dualist is alles Bewustzijn. Dat is de Waarheid.

Volgens de nihilist bestaat de waarheid niet. Dat is de Waarheid.

Steeds is het de Waarheid, de hoogste Waarheid en niets dan de Waarheid.

Afijn, ieder zijn ding of onding; mij is het om het even.

Nina: Stof verschijnt in Bewustzijn. Chi verschijnt in Bewustzijn. God verschijnt in Bewustzijn. Leegte verschijnt in Bewustzijn. Alles verschijnt in Bewustzijn. En alles ís Bewustzijn.

Hans: En dat noem jij niet-weten.

Nina: Het is de enige redelijke verklaring.

Hans: Welnee joh, er zijn tienduizend redelijke verklaringen. Het worden er iedere dag meer. Je herkent ze van verre: ze verklaren alles, ze voorspellen niets en ze zijn onweerlegbaar. Vlaggen zonder lading.

Nina: Al waren het er een miljoen. Alle verklaringen zijn manifest Bewustzijn.

Hans: Dat bedoel ik. Jij duidt alles in idealistische termen en daar valt niets tegen in te brengen.

Een ander duidt alles in materialistische termen en er valt niets tegen in te brengen.

Misschien is dat de kick; dat je alles kunt verklaren en overal een antwoord op hebt waar niets tegenin te brengen valt.

Zeg jij het maar, want ik voel hem niet; is dat de kick?

Nina: Bewustzijn is een ervaringsfeit.

Hans: Ik heb nog nooit Bewustzijn ervaren, of mijn ervaring ervan nooit als zodanig herkend.

Ik weet niet wat Bewustzijn is, ik weet niet dát Bewustzijn is, of zelfs maar dat het niet is.

Over Bewustzijn heb ik absoluut niets te melden.

Daarom valt jouw project om de wezenlijke identiteit van Bewustzijn en niet-weten vast te stellen voor mij bij voorbaat in het water.

Bij jou zijn Bewustzijn en niet-weten synoniem, dus op voorhand identiek, met hetzelfde gevolg.

Nina: Als je alleen maar niet wist, zou je heus niet zoveel schrijven.

Hans: Ik heb niets uit te leggen, en dat leg ik uit.

Noem het spelen, noem het puzzelen, noem het mediteren.

Nina: Geen boekje dus?

Hans: Jij bent het boekje.

Nina: Jij bent toch ook een boekje?

Hans: Ik ben een dummy met een gummie wiens schrijven wissen is.

Advaita als niet-weten

(Maanden later)

Beste Hans,

Ik heb er nog eens over nagedacht en ben tot de conclusie gekomen dat we in de grond wel degelijk naar hetzelfde verwijzen.

Hans: Zei het ene lijk tegen het andere.

Nina: Jouw niet-weten is mijn Bewustzijn. Jij bent niet-weten, ik ben Bewustzijn. Jij bent ik. Is dat geen vreugdevolle gedachte?

Hans: Je geeft toe dat het een gedachte is?

Nina: Het komt tot mij als een gedachte omdat we nu eenmaal Bewustzijn zijn. Voor mij is advaita vedanta de Grote Waarheid.

Hans: Voor mij is advaita vedanta de Grote Afrekening. Het Einde van de Wijsheid.

Het rekent af met alle Grote Woorden, ook deze.

Het rekent af met alle Grote Verhalen, ook dit.

Nina: Advaita vedanta is het Grootste Verhaal dat je ooit zult tegenkomen. Het enige verhaal dat je nodig hebt.

Hans: Ik heb geen verhalen nodig, snap dat nou een keer, ik kan ze missen als hoofdpijn.

Sinds ik mijn verhalen al tijdens het vertellen in de fik steek, is mijn leven ondraaglijk licht geworden.

Nina: Niemand kan zonder verhalen.

Hans: Volgens boeddhisten is de boeddhistische leer een vlot om de rivier mee over te steken, niet om de rest van je leven achter je aan te slepen.

Al moet ik de eerste boeddhist die alles achter zich heeft gelaten nog tegenkomen; ze blijven maar leren en praktiseren.

Ik mag graag denken dat deze gelijkenis ook van toepassing is op de advaita vedanta.

Al moet ik de eerste non-dualist die alles achter zich heeft gelaten nog tegenkomen; ze blijven maar interpreteren en speculeren.

Man man, wat slepen jullie allemaal een rotzooi mee.

Nina: Wat versta jij onder oversteken?

Hans: Je schepen achter je verbranden.

Nina: Ik vind dat geen vreugdevolle gedachte.

Hans: Niet-weten is geen vreugdevolle gedachte; niet-weten is een louteringsvuur. De vreugde komt op haar eigen tijd, als ze komt, hiep hoi. Soms in de vorm van een vreugdevuur, meestal in de vorm van bluswater. Hoor je het niet sissen? Sst!

Nina: Niet-weten is net zo goed een Groot Verhaal.

Hans: Dat zie je verkeerd, niet-weten is een wegwerpverhaal. Voor mij in elk geval wel. Net als de advaita vedanta. Net als zen. Net als het taoïsme. Net als het soefisme.

Ik vertel die verhalen en tijdens het vertellen gooi ik ze weg. Ik vertel ze uitsluitend om ze weg te kunnen gooien. Zo vertel ik wat ik doe en doe ik wat ik vertel. Schrijvend doe ik wat ik beschrijf.

Nina: Maar waarom?

Hans: Daarom.

Nina: Ik bedoel, waar is het goed voor?

Hans: Wil je er weer een vreugdevolle gedachte van maken?

Nina: Dat is ook geen antwoord.

Hans: Ik heb ook geen antwoord. Het is de aard van mijn denken. Binnen een paar gedachten loopt het in zichzelf dood.

Zo houdt het zichzelf in leven.

124. Meester tussen zelfbewustzijn en albewustzijn

Is zelfbewustzijn albewustzijn?

Leerling: Wat is het verschil tussen zelfbewustzijn en albewustzijn?

Meester: Is er een verschil tussen zelfbewustzijn en albewustzijn?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen zelfbewustzijn en albewustzijn?

Meester: Is er een overeenkomst tussen zelfbewustzijn en albewustzijn?

Leerling: Wat is de relatie tussen zelfbewustzijn en albewustzijn?

Meester: Is er een relatie tussen zelfbewustzijn en albewustzijn?

Leerling: Wat is zelfbewustzijn van zichzelf?

Meester: Is zelfbewustzijn wat van zichzelf?

Leerling: Wat is albewustzijn van zichzelf?

Meester: Is albewustzijn wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

125. Advaita voor stuurlui

'Wat is dualiteit?'

'Een zeekaart.'

'Wat is non-dualiteit?'

'De zee.'

126. Advaita voor matrozen

'Wat is dualiteit?'

'Pompen.'

'Wat is non-dualiteit?'

'Verzuipen.'

127. Losers voor verlossers

Beste Hans,

Ken jij de non-dualist Henk Feltkamp? Hij heeft een prachtige vertaling uit het Engels gemaakt van geselecteerde hoofdstukken uit de Tao Te Ching. Neem alleen al het eerste:

"Het ware is niet wat men kunnen kan.
Het woord noemt niet het ware, maar het weetbare.
Naamloos zijn we deel van het eeuwige,
het woord creëert apartheid.

Zonder begeerte zien we het wonder.
Zodra we begeren begint de kleinheid.

Het geheel en het aparte zijn verstrengeld,
maar het woord scheidt hen.

Steeds radicaler niet-weten
is de toegang tot het levensmysterie."

Ik dacht dat dit jou wel zou aanspreken.

Beste Anouk,

Dank voor je tip, zo heb ik het nog nooit vertaald gezien.

'Het ware is niet wat men kunnen kan' – kom er maar eens op.

Omdat ik Henk Feltkamp nog niet kennen kon, heb ik eens even wat gras geduind in zijn online boekje 'De troost van de werkelijkheid'.

Ik zal het maar recht voor zijn raap zeggen: op mij komt hij over als een echte moralist.

Of een valse, daar ben ik nog niet uit.

Net als alle zelfbenoemde bevrijders die menen de Werkelijkheid te zien en anderen zo nodig uit hun droom moeten helpen.

Iedereen leidt een gemankeerd leven, menen zij, behalve zij.

Je snapt het ook wel: verlossers hebben losers nodig.

Henk creëert apartheid.

Anouk: Geldt dat niet voor alle verlossers?

Hans: Dat zeg ik.

Anouk: Ben jij niet zo'n verlosser?

Hans: Ben je gek, ik ben gewoon zo'n loser.

Anouk: Heb jij iets tegen moralisten?

Hans: Ben je gek, dan zou ik zelf een moralist zijn.

Anouk: Creëer jij soms geen apartheid?

Hans: Soms wel, soms niet, een aardbei is geen biet. Het woord noemt ook het eetbare, wist je dat niet?

Anouk: Maar wat vind jij van Feltman's vertaling van het eerste hoofdstuk van de Tao Te Ching?

Hans: Waarom al die woorden als je van mening bent dat woorden apartheid creëren?

Waarom onderscheid maken tussen het ware en het weetbare, tussen het tijdelijke en het eeuwige, tussen het naamloze en het benoemde, tussen het geheel en het deel?

Waarom onderscheid maken tussen het woord en het ware? Maakt het woord soms geen deel uit van het ware?

Waarom onderscheid maken tussen begeerte en het wonder? Is begeerte soms geen wonder?

Maakt scheiden soms geen deel uit van het levensmysterie?

En als ik ook eens een woord mag scheiden, waarom het leven reduceren tot een mysterie?

Of als dat je meer aanspreekt, waarom het mysterie reduceren tot het leven?

Anouk: Don't shoot the translator.

Hans: In zijn inleiding schrijft Henk:

"De oude tekst biedt veel vrijheid van interpretatie, maar niet zo veel als ik me soms gepermitteerd heb. Mijn verdediging is dat ik de intentie probeer weer te geven die ik in het gedicht vermoed."

Dit zijn niet de woorden van een vertaler, maar van een interpreet.

Natuurlijk moet hij zelf weten wat hij zegt en hoe hij het zegt, doe ik ook, maar er zijn andere manieren van spreken die misschien meer in overeenstemming zijn met de geest van niet-weten.

Anouk: Hij spreekt toch ook van een steeds radicaler niet-weten?

Hans: Er is niet zoiets als een steeds radicaler niet-weten. Niet-weten is per definitie mateloos. Wat valt er te radicaliseren aan het radicale?

Anouk: Heb je in de andere hoofdstukken wel iets van je gading gevonden? Een sleutelwoord of een kernzin?

Hans: Hoofdstuk 62, regel 13: (kon ik niet goed lezen.)

Anouk: Volgens mij is dat een redactionele opmerking van Angélique Bongers, die het handschrift van Henk heeft getranscribeerd.

Hans: Mijn complimenten aan Angélique.

Anouk: Hoe voelt het nu om onder de Boom van de Kennis te liggen?

Hans: Beurs.

Anouk: Is dat alles?

Hans: Aangepikt en uitgezogen.

Anouk: Er zitten toch ook wel prettige kanten aan?

Hans: Zeker weten, je kunt niet dieper vallen.

Anouk: Zeker weten?

Hans: Je kunt niet dieper vallen.

Anouk: Denk jij dat Henk nog steeds aan de Boom van de Kennis hangt?

Hans: Ik weet niet waar hij momenteel uithangt.

Anouk: O.

Hans: Maar hij schijnt inmiddels het tijdelijke met het eeuwige te hebben verwisseld.

Anouk: Jeetje.

Hans: Niets aan de hand, ik kan ze zelf ook niet uit elkaar houden.

128. De vierde geest

Beste Hans,

Stijlloos hoe je bonafide leraren en goeroes aan de kaak stelt. Eleanor Roosevelt zei het al: 'Great minds discuss ideas; average minds discuss events; small minds discuss people.'

Beste Patrick,

Weetnietgeesten discussiëren niet.

129. Alwetendheid is de kosmische grap

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Wat ben ik, een astroloog?

Leerling: Wat je zoekt ben je zelf.

Meester: Jij misschien.

Leerling: Bewustzijn speelt verstoppertje met zichzelf om zijn eigen eenheid weer te kunnen ervaren.

Meester: Wie? Wat?

Leerling: Het almachtige, alomvattende alwetende Ene.

Meester: Toe maar.

Leerling: Ere wie ere toekomt.

Meester: Kan het Ene zijn eenheid soms niet rechtstreeks ervaren?

Leerling: Het lijkt er niet op.

Meester: Dan is het niet almachtig.

Leerling: Ik bedoel, natuurlijk wel.

Meester: Waarom doet het dan zo moeilijk?

Leerling: Dat is mij niet geopenbaard.

Meester: Als Bewustzijn alomvattend is, hoe kun je dat dan niet weten?

Leerling: Doordat... omdat...

Meester: Je bent het toch zelf?

Leerling: Nou...

Meester: Als jij het ene Bewustzijn bent, hoe kun je dan niet alles weten?

Leerling: Ik zou het ook niet weten.

Meester: Waar zou het alomvattende zich trouwens moeten verstoppen?

Leerling: Hoezo?

Meester: Daarbuiten is er niets.

Leerling: Anders was het niet alomvattend, wou u zeggen.

Meester: Zelfs geen daarbuiten en geen niets.

Leerling: Misschien kan het zich in zichzelf verstoppen?

Meester: Maar niet in zijn geheel.

Leerling: Nee, want dan was het er gewoon.

Meester: En niet voor zichzelf.

Leerling: Wat weet u daarvan?

Meester: Als het zichzelf niet kon vinden zou het niet langer alwetend zijn.

Leerling: Je kunt niet alles hebben.

Meester: En als het alomvattend was zou jij dit allemaal moeten weten.

Leerling: U valt in herhaling.

Meester: Het Ene, zul je bedoelen.

Leerling: Hield het Ene maar even zijn kop.

Meester: Dat kan het kennelijk ook al niet.

Leerling: Ik geef het op.

Meester: Wat een mop.

Leerling: Haha.

Meester: Maar om dit nu een kosmische grap te noemen?

Vragen aan de lezer

Ben jij alwetend?

Kan iemand die zelf niet alwetend is ooit met zekerheid vaststellen of hijzelf of iemand anders dat wel is?

Kan iemand die denkt dat hij alwetend is ooit met zekerheid vaststellen of dat echt zo is?

Ken jij iemand die alwetend lijkt?

Kende jij als kind mensen die alwetend leken? Waren ze het ook?

Stel je voor dat iemand alles van jou weet. Hoe voelt dat?

Zou jij zelf alwetend of almachtig willen zijn?

Denk je dat je alles van jezelf weet?

Denk je dat er iemand is die alles van zichzelf weet?

130. Advaita pedanta

'Wat is non-dualisme?'

'De leer zonder leerlingen.'

'Dat wist ik niet.'

'Let maar eens op.'

'Advaita vedanta hebben we het toch over?'

'Advaita pedanta zul je bedoelen.'

'Waarom heeft deze leer geen leerlingen?'

'Omdat iedereen zich meteen leraar waant.'

131. De advaita pedantatest

Advaita pedanta is fundamentalistisch non-dualisme.

Een fundamentalist is iemand die niet meer vatbaar is voor rede maar er zich onophoudelijk van bedient.

Pedant is iemand die alles doorheeft omdat hij geweldig is en geweldig is omdat hij alles doorheeft.

Hoe kom je erachter of iemand besmet is met advaita pedanta?

Testen op antistoffen heeft geen zin, want advaita pedanta is zo'n aandoening die het afweersysteem bij de eerste blootstelling meteen lamlegt.

Gelukkig bestaat er een gratis niet-invasieve test waarvoor je alleen maar hoeft te kunnen praten, en welke non-dualist kan dat nu niet.

Stel bij een vermoeden van advaita pedanta gewoon een vraag, maakt niet uit welke, zoals 'Wie ben ik?', 'Wat is vrijheid?', 'Is alles een illusie?', 'Is alles één?', 'Wat is de Kosmische Grap?', 'Wat is Bewustzijn?' of 'Bestaat Bewustzijn wel?'

In het onwaarschijnlijke geval dat de ondervraagde zijn schouders ophaalt, in de lach schiet of een wedervraag stelt, heb je te maken met een bonafide non-dualist – iemand die het dualistische denken live doorziet, in plaats van eens per week tijdens satsang of alleen achteraf tijdens de nabeschouwing of – meestal – helemaal nooit.

Maar als hij meteen begint uit te leggen hoe het allemaal zit, als hij met grote stelligheid spreekt, als hij het vanzelfsprekend vindt dat hij de antwoorden geeft en jij de vragen stelt, als hij alleen maar in zijn eigen praatjes is geïnteresseerd en bovengemiddeld met zichzelf is ingenomen, als hij er geld voor vraagt in plaats van geeft, jou als zijn publiek beschouwt en zichzelf als voorstelling, dan is de diagnose advaita pedanta onontkoombaar.

Als er dan ook nog filmpjes op het internet circuleren waarin hij dergelijk gedrag vertoont, dan weet je precies hoe laat het is. Tenzij je zelf van gisteren bent natuurlijk.

Tip: De grote verlichtingstest (in het Witboek Verlichting).

132. Non-dualisme is geen verlichtinkje spelen

Ik weet het niet, ik kan er alleen maar naar raden maar het zou me niet verbazen als jij jezelf dag in dag uit loopt wijs te maken dat je een klasse apart bent. Dat je de Waarheid kent. De Waarheid bent. Dat je het licht hebt gezien. Dat je verlicht bent.

Het zou me niet verbazen als je bij voorkeur omgaat met gelijkgestemden die bereid zijn jou daarin te bevestigen, op voorwaarde dat jij hen bevestigt. Het licht kan nu eenmaal niet van één kant komen, zei de maan tegen de zon.

Het zou me niet verbazen als je ieder weekend een satsang bezoekt en de rest van de week onvermoeibaar het wereldwijde web afstruint op zoek naar bevestiging. Zegt zij het ook? Ja, zij zegt het ook! Heb ik het licht gezien? Ja, ik heb het licht gezien! Ben ik er? Ja, ik ben er! Ik bén! Ik ben me er eentje! Ik mag er zijn!

Waarop ik dit baseer? Je moest eens weten hoeveel zelfverklaard zelfgerealiseerden ik al in mijn postbus heb gehad die precies dit spelletje kwamen spelen. Verlichtinkje. Zeg me dat ik verlicht ben en ik zeg je dat je verlicht bent.

Zolang je het speelt ben je het niet, zeg ik je, zodra je het wordt ben je het niet meer en zolang je het bent zal het je worst wezen, tel uit je winst.

Of je het speelt of niet, voor mij zal het prettiger zijn als je in navolging van Narcissus stilletjes boven een vijver gaat hangen in mateloze zelfbewondering tot je van uitputting in je spiegelbeeld valt en nat gaat.

IJdele hoop, vertel mij wat. De Ene heeft nooit genoeg aan zichzelf en is altijd op zoek naar een echo. Hoor hem eens roepen:

'Hoe heet de meester van Wezel?'

133. Tussen handelswaar en waarheid vind je de deur naar non-dualiteit

Een goedkoop spelletje

Beste Hans,

Vanmiddag heb ik weer een privésatsang met mijn advaitaleraar. Voor zeventig euro. En ik weet niet eens meer wat ik hem moet vragen. Heb jij nog een idee?

Beste Jette

Ja hoor. Vraag maar of hij genoegen neemt met half geld. Dat is meer dan niets, en dat mag ook wel, omdat jij weer zo nodig je spelletje moet spelen.

De andere helft van zijn tarief betaalt je leraar aan jou. Dat is meer dan niets, en dat mag ook wel, omdat hij weer zo nodig zijn spelletje moet spelen.

Twee keer half geld maakt samen zeventig euro die van eigenaar verwisselt, net als altijd. Wel even opgeven bij de belasting, hè?

Jette: Welk spelletje speel ik volgens jou?

Hans: Zoekertje natuurlijk.

Jette: En mijn advaitaleraar?

Hans: Leraartje natuurlijk.

Jette: Wat is jouw spelletje eigenlijk?

Hans: Op dit moment speel ik belastingadviseurtje. Een heel goedkoop spelletje, het kost alleen maar woorden. Of zal ik je mijn bankrekening sturen?

Een korte satsang

Twee weken later:

Jette: Vanmiddag weer een privésatsang met mijn leraar. Opnieuw geen idee wat ik hem nog zou moeten vragen, jij?

Hans: Heb je hem wel iets te zeggen?

Jette: Ook niet.

Hans: Kun je hem dat niet zeggen?

Jette: Daar zeg je me wat.

Hans: Dat zal wel een korte satsang worden dan.

Jette: Ik zie er nu al tegenop.

Hans: Het moment van de Waarheid.

Jette: Wat moet ik dan zeggen?

Hans: Dat je af wil zeggen?

Jette: Daar heb ik heus geen privésessie voor nodig.

Hans: Dan kun je hem dat meteen zeggen.

Jette: Zonde van het geld.

Hans: Vrijheid wordt duur betaald.

Een gouden ontdekking

Twee weken later:

Jette: Vanmiddag privésatsang, wat moet ik mijn leraar in godsnaam nog vragen?

Hans: Wat je hem in godsnaam nog moet vragen.

Jette: En als hij het ook niet weet?

Hans: Dan weet je evenveel als hij.

Jette: En dan?

Hans: Maak je dat je wegkomt.

Jette: Zonder te betalen?

Hans: Ik zou hem een dikke fooi geven.

Jette: Waarom?

Hans: Zo'n ontdekking is goud waard.

Jette: Maar dan sta ik er weer alleen voor.

Hans: Dat stond je toch al.

Jette: Hoezo?

Hans: Als alles één is.

Jette: En anders?

Hans: Helemaal.

Jette: Hoezo?

Hans: Omdat je leraar dan onzin verkoopt.

Jette: Maar is alles nu één of niet?

Hans: Eerst betalen.

Coverillustratie uitgevoerd in goud.

^ Een gouden ontdekking.

134. Tussen leraar en leerling vind je de deur naar non-dualiteit

'Wat is de geest van zen?'

'Beginners mind.'

'Hoe dat zo?'

'In zen blijf je eeuwig leerling.'

'Wat is de geest van advaita?'

'Master mind.'

'Hoe dat zo?'

'In advaita ben je meteen leraar.'

'Nou, dan zou ik het wel weten.'

'Nou, ik niet.'

135. Tussen pad en raam vind je de deur naar non-dualiteit

Meester Tussen zegt:

Tussen pad en raam vind je de deur naar non-dualiteit.

Wie door de deur naar non-dualiteit gaat heeft het pad naar non-dualiteit achter zich gelaten.

Hij heeft de deur naar non-dualiteit achter zich gelaten.

Heeft hij het raam van non-dualiteit nu voor zich of achter zich?

Hem is het om het even.

Of hij erdoor naar binnen kijkt of naar buiten, hij ziet precies hetzelfde.

Hij ziet wat hij ziet maar wat het is dat weet hij niet.

Wie door de deur naar non-dualiteit gaat heeft ieder inzicht achter zich gelaten.

Hij heeft ieder uitzicht achter zich gelaten.

Drie huisjes waarbij een en dezelfde groene rechthoek achtereenvolgens dient als pad, als deur en als raam.

^ Tussen pad en raam vind je de deur naar non-dualiteit.

136. Van wie is jouw huis?

Meester Tussen zegt:

Een eigen huis is voor velen een droom. Dat is jouw domein. Daar ben je heer en meester. Daar ben je veilig voor de wereld. Daar kun je pas ontspannen en gelukkig worden. Toch?

Toch niet.

Als ik een hypotheek neem bij de bank fungeert mijn huis als onderpand. Als ik niet aflos mag de bank het huis dat ik het mijne noemde zonder meer veilen, of ik wil of niet.

Van wie is mijn huis?

Als ik een huis koop kan ik soms de grond erbij kopen, maar het kan ook zijn dat ik die alleen maar kan huren en erfpacht moet betalen. Dan staat mijn huis op andermans grond, met alle rechten en plichten van dien.

Van wie is mijn huis?

Is de grond toch van mij dan kan het best zo zijn dat anderen eroverheen mogen lopen of rijden; ze hebben dan recht van overpad.

Van wie is mijn huis?

Het kan ook zijn dat de grond die ik heb gekocht eeuwigdurende in pacht is bij een buur of boer, niet zelden voor een symbolisch bedrag, zodat ik wel verantwoordelijk ben voor onderhoud, afwatering, omheining en dergelijke maar er verder op geen enkele manier gebruik van kan maken.

Van wie is mijn huis?

Als ik een vrijstaand huis koop kan ik het hele gebouw het mijne noemen, maar als ik een rijtjeshuis koop deel ik de tussenmuren en de dakgrenzen met de buren. Zij zijn mede-eigenaren met medebeslissingsrecht over de gemeenschappelijke delen.

Van wie is mijn huis?

In een appartement of flatwoning zijn ook de vloeren, plafonds, daken en buitengevels gemeenschappelijk, evenals voorzieningen zoals entrees, liften, trappenhuizen en stortkokers, nooduitgangen, verwarmingsystemen en sprinklerinstallaties. De zeggenschap daarover ligt niet bij de individuele eigenaren maar bij de (wettelijk verplichte) vereniging van eigenaren (VVE).

Van wie is mijn huis?

Ik mag best een vlaggenmast op mijn huis zetten, maar ik mag niet zelf bepalen welke vlag ik laat wapperen. Ik mag niet zelf bepalen hoe hoog die vlaggenmast is.

Van wie is mijn huis?

Ik mag misschien een vlaggenmast op mijn huis zetten, maar mag ik er ook een verdieping op zetten? Twee verdiepingen? Tien? Honderd? Een zendmast? Tot op welke hoogte boven mijn woning kan ik mijn rechten doen gelden?

Van wie is mijn huis?

Mag ik een luchtballon boven mijn huis hangen? Mag ik door de ruimte boven mijn huis vliegen met een drone? Met een helikopter? Mag ik drones en vliegtuigen boven mijn huis verbieden? Tot op welke hoogte? Mag een jager op de vogels boven mijn grond schieten? Zijn de vogels die hij boven mijn grond neerschiet dan van mij of zijn ze van degene op wiens grond ze dood neervallen of van de jager of van de gemeente?

Van wie is mijn huis?

Mag ik de lucht rondom mijn huis vervuilen met verbrandingsgassen? Welke brandstoffen mag ik gebruiken? Mag ik alleen hout stoken in mijn allesbrander of ook andere brandstoffen? Alleen naturel hout of ook geschilderd en verlijmd hout? Mag ik alleen binnen stoken of mag ik ook mijn tuinafval of oude rommel uit de schuur verbranden?

Van wie is mijn huis?

Tot op welke diepte kan ik mijn rechten doen gelden? Mag ik er een kelder onder aanbrengen? Daaronder een tweede? Mag ik een aardkrabber van tien of honderd verdiepingen onder mijn huis bouwen?

Van wie is mijn huis?

Mag ik putten op mijn terrein slaan? Wat mag ik uit die putten halen: water, warmte, gas, steenkool, aardolie, natuursteen, zand, klei? Wat mag ik erin opslaan? Kan ik de staat of een bedrijf verbieden de bodemschatten onder mijn huis te verhandelen of te exploiteren?

Van wie is mijn huis?

Van wie is het grondwater onder mijn terrein? Als mijn nieuwe put tot gevolg heeft dat die van de buren opdroogt, is dat dan hun probleem of het mijne? Als ik hun stront of bestrijdingsmiddelen aantref in mijn put, of zij de mijne in de hunne, wiens probleem is dat dan?

Van wie is mijn huis?

Mag ik alle dieren op mijn terrein vangen, bovengronds en ondergronds? Slakken, spinnen, duizendpotten, kakkerlakken? Mollen, veldmuizen, relmuizen, woelratten, eksters, kraaien? Merels, reigers, dassen, otters? Mag ik ze doden? Mogen mijn huisdieren ze doden?

Van wie is mijn huis?

Misschien mag ik een schutting om mijn tuin zetten maar hoe hoog mag die schutting zijn?

Van wie is het zonlicht dat via de ruimte boven mijn huis in de tuin van de buren valt?

Van wie is het uitzicht waar de buren van genieten en dat gebaseerd is op vrij zicht door de ruimte boven mijn terrein?

Van wie is mijn huis?

Mag ik een terras in mijn tuin maken? Mag ik mijn erf met grind bedekken? Mag ik een grindhoop op mijn erf leggen? Een puinhoop? Een vuilnishoop? Een composthoop?

Van wie is mijn huis?

Mag ik iemand in mijn tuin laten kamperen? Mag ik meerdere kampeerders tegelijk ontvangen? Mag ik er geld voor vragen? Mag ik faciliteiten aanbieden, toiletten, douches, een kampwinkeltje?

Van wie is mijn huis?

Van wie is de boom in mijn tuin? Mag ik hem omhakken als ik hem te groot vind of heb ik daarvoor een vergunning nodig? Mag de buurman eisen dat ik hem verwijder als hij te dicht op de erfgrens staat, de fundering van zijn huis ontwricht of zijn dak beschadigd?

Van wie is mijn huis?

Als er een tak afbreekt die in de tuin van de buren valt, of op de openbare weg of op een daar geparkeerde auto of op een voorbijganger, ben ik daar dan voor verantwoordelijk? En als ik eerder een kapvergunning heb aangevraagd die mij is geweigerd? En als ik net mijn boom heb laten controleren op last van de verzekering?

Van wie is mijn huis?

Van wie zijn de walnoten, de beukennoten, de hazelnoten, de appels en de peren, de kaki's en de kiwi's uit mijn struiken en bomen die in de tuin van de buren of op de openbare weg vallen of van hun tuin in de mijne?

Van wie is mijn huis?

Als mijn huis niet op het riool is aangesloten, kan de gemeente mij daar dan toe verplichten? Als er geen riool is, kan ik dan verplicht worden om een septic tank aan te leggen? Als er een septic tank is, kan ik dan verplicht worden om die te laten inspecteren of te vernieuwen als hij niet meer aan de normen voldoet? Als er geen riool is en geen eigen grond voor een septic tank, moet ik dan mijn huis uit?

Van wie is mijn huis?

Als ik mijn huis niet onderhoud, kan de gemeente of een andere instantie dan ingrijpen? Kan ik gedwongen worden een bouwinspectie op mijn kosten te laten uitvoeren? Kan ik gedwongen worden mijn huis op te knappen? Kan ik mijn huis uitgezet worden, kan mijn huis zomaar onbewoonbaar worden verklaard ook al woon ik er naar volle tevredenheid?

Van wie is mijn huis?

Wat mag ik wel en niet in en om het huis dat ik het mijne noem? Mag ik er kamerplanten kweken? Wietplanten? Mag ik Japanse duizendknoop in mijn tuin zetten? Reuzenberenklauw? Gevlekte scheerling?

Van wie is mijn huis?

Mag ik een hond nemen? Twee honden? Tien? Een opvang in mijn achtertuin? Hoeveel katten en konijnen mag ik houden? Mag ik van mijn tuin een volière voor twee papegaaien maken? Twintig papegaaien, tweehonderd? Mag ik wormen in mijn tuin vrijlaten? Ringslangen? Adders? Giftige padden?

Van wie is mijn huis?

Mag ik verjaardagsfeestjes geven in mijn huis of tuin? House party's? Mag ik er zingen en fluiten zoveel en zo hard ik wil? Oefenen met mijn zanggezelschap? Met mijn hardrockband?

Van wie is mijn huis?

Mag ik thuis logés ontvangen? Mag ik daar een vergoeding voor vragen? Mag ik ze laten schoonmaken, klussen en tuinieren in ruil voor kost en inwoning? Hoeveel mensen per nacht? Hoeveel onbetaalde overnachtingen per jaar, hoeveel betaalde?

Van wie is mijn huis?

Mag ik er mensen laten vrijen? Mag ik daar vertrekken voor inrichten? Mag ik er geld voor vragen? Mag ik omwille van hun privacy de ramen en deuren en ramen blinderen? Een bewaker voor de deur zetten?

Van wie is mijn huis?

Wanneer precies wordt een woning een bedrijf? Welk soort bedrijf is verenigbaar met de woonfunctie? Wanneer heb ik een vergunning nodig? Welke partijen hebben daar iets over te zeggen, welke boetes, dwangsommen en gevangenisstraffen kunnen ze opleggen voor de dingen die ik onder eigen dak uitvreet?

Van wie is mijn huis?

Mag ik eraan veranderen wat ik wil en wanneer ik wil of heb ik daarvoor toestemming nodig van de plaatselijke schoonheidscommissie, van de gemeente, van het rijk? Wie bepaalt de lèges? Hoelang blijft een vergunning geldig? Wat als de verbouwing uitloopt en de vergunning verloopt voordat de werkzaamheden voltooid zijn? Wat gebeurt er met mijn vergunning als het bestemmingsplan tussentijds wordt gewijzigd? Als ik me niet helemaal aan mijn vergunning hou, kan de verstrekker dan van mij eisen dat ik op eigen kosten de verbouwing corrigeer of zelfs afbreek?

Van wie is mijn huis?

Welke eisen mogen de brandweer en de verzekeraar aan mijn huis stellen? Rookmelders? Koolmonoxydemelders? Vluchtwegen? Blusapparaten? Het gebruik van brandvertragend bouwmateriaal? Brandwerende deuren? Verplichte, terugkerende keuring van de binnenhuisinstallatie en het interieur? Mag ik als dwangmatig verzamelaar mijn huis tot de nok toe vullen met brandbare huisraad?

Van wie is mijn huis?

Als er verontreinigde grond zit onder mijn huis of op mijn terrein, als er gevaarlijke stoffen zijn gebruikt, zoals asbest, asbestcement, lood in de waterleiding of in de verf, kan ik dan verplicht worden die te laten verwijderen? Als de elektrische installatie verouderd is, kan ik dan verplicht worden die te vervangen.

Van wie is mijn huis?

Van wie is de waterleiding tussen de straat en de watermeter, van wie de elektriciteitskabel tot aan de elektriciteitsmeter, van wie de gasleiding tot aan de gasmeter? Moet ik de nutsbedrijven (water, gas, elektra) toegang verlenen tot mijn woning wanneer zij daarom verzoeken voor inspecties, reparaties, vervanging, meteropnemen?

Van wie is mijn huis?

Als ik huurders in mijn huis heb die niet betalen, mag ik ze dan uit mijn huis zetten? Mag ik vrijelijk de huur verhogen? Mag ik eenzijdig het contract beëindigen? Voor welke werkzaamheden in en om het huis heb ik toestemming van mijn huurders nodig?

Van wie is mijn huis?

Welke instanties mogen mijn grond en mijn woning onteigenen, wat zijn daarvoor geldige redenen, wat ongeldige, op welke vergoedingen en hulp mag ik rekenen?

Van wie is mijn huis?

Wat als het legaal gekraakt wordt? Wat als het illegaal gekraakt wordt? Wat als ik 'beschermingsgeld' moet betalen aan de plaatselijke zware jongens? Op wie kan ik een beroep doen als de rechtstaat instort of bij een krach?

Van wie is mijn huis?

Is het van mij? Van de bank? Van de verzekeraar? Van de grondbezitter? Van de mede-eigenaren? Van de buren? Van de huurder? Van de nutsbedrijven? Van de welstandscommissie? Van de gemeente? Van de provincie? Van het rijk? Van Europa? Van het Waterschap? Van de brandweer? Van de maffia? Van de dieren? Van alles en iedereen? Van niets en niemand?

Van wie is trouwens de bank? Van wie is de verzekeraar? Van wie zijn de nutsbedrijven? Van wie is de welstandscommissie? Van wie is de brandweer?

Afijn.

Denken in termen van mijn en dijn is dualistisch.

Dualistisch is een ander woord voor onrealistisch.

Tussen mijn en dijn vind je de deur naar non-dualiteit.

137. De eerste keus – bezitten of bezeten?

Meester Tussen zegt:

Heb jij een huis of heeft het jou?
Heb jij een tuin of heeft hij jou?
Heb jij een moestuin of heeft hij jou?
Heb jij een geboortedorp of heeft het jou?
Heb jij een vaderland of heeft het jou?
Heb jij een partij of heeft zij jou?
Heb jij een voetbalclub of heeft hij jou?

Heb jij werk of heeft het jou?
Heb jij een site of heeft hij jou?
Heb jij een uitgever of heeft hij jou?
Heb jij een carrière of heeft zij jou?
Heb jij een bedrijf of heeft het jou?
Heb jij personeel of heeft het jou?
Heb jij klanten of hebben zij jou?
Heb jij een baas of heeft hij jou?
Heb jij een lening of heeft zij jou?
Heb jij een verzekeraar of heeft hij jou?

Heb jij geld of heeft het jou?
Heb jij een auto of heeft hij jou?
Heb jij een camper of heeft hij jou?
Heb jij een boot of heeft zij jou?
Heb jij machines of hebben ze jou?
Heb jij een hobby of heeft hij jou?
Heb jij een verzameling of heeft hij jou?
Heb jij een krant of heeft hij jou?
Heb jij een tv of heeft zij jou?
Heb jij een computer of heeft hij jou?
Heb jij een smartphone of heeft hij jou?
Heb jij een horloge of heeft het jou?
Heb jij een agenda of heeft hij jou?

Heb jij rechten of hebben ze jou?
Heb jij plichten of hebben ze jou?
Heb jij principes of hebben ze jou?
Heb jij meningen of hebben ze jou?
Heb jij een geloof of heeft het jou?
Heb jij gedachten of hebben ze jou?
Heb jij woorden of hebben ze jou?
Heb jij kennis of heeft hij jou?
Heb jij gevoelens of hebben ze jou?
Heb jij verdriet of heeft het jou?
Heb jij angsten of hebben ze jou?
Heb jij verlangens of hebben ze jou?
Heb jij dagdromen of hebben ze jou?
Heb jij nachtmerries of hebben ze jou?

Heb jij een echtgenoot of heeft hij jou?
Heb jij een minnaar of heeft hij jou?
Heb jij ouders of hebben ze jou?
Heb jij kinderen of hebben ze jou?
Heb jij kleinkinderen of hebben ze jou?
Heb jij familie of heeft zij jou?
Heb jij vrienden of hebben ze jou?
Heb jij buren of hebben ze jou?
Heb jij een hond of heeft hij jou?
Heb jij een kat of heeft hij jou?

Heb jij een lichaam of heeft het jou?
Heb jij een hoofd of heeft het jou?
Heb jij een penis of heeft hij jou?
Heb jij een vagina of heeft zij jou?
Heb jij hersens of hebben ze jou?
Heb jij ziekten of hebben ze jou?
Heb jij een tumor of heeft hij jou?
Heb jij pijn of heeft hij jou?

Heb jij ogen of hebben ze jou?
Heb jij oren of hebben ze jou?
Heb jij een neus of heeft hij jou?
Heb jij een tong of heeft zij jou?
Heb jij een huid of heeft zij jou?

Heb jij een verleden of heeft het jou?
Heb jij herinneringen of hebben ze jou?
Heb jij trauma's of hebben ze jou?
Heb jij gewoontes of hebben ze jou?
Heb jij ervaring of heeft zij jou?

Heb jij een toekomst of heeft zij jou?
Heb jij idealen of hebben ze jou?
Heb jij ambities of hebben ze jou?
Heb jij plannen of hebben ze jou?
Heb jij wensen of hebben ze jou?
Heb jij verwachtingen of hebben ze jou?

Heb jij een dokter of heeft hij jou?
Heb jij een psycholoog of heeft hij jou?
Heb jij een psychiater of heeft hij jou?
Heb jij een coach of heeft hij jou?
Heb jij een meester of heeft hij jou?
Heb jij een voogd of heeft hij jou?
Heb jij een kapper of heeft hij jou?

Heb jij een geweten of heeft het jou?
Heb jij een ego of heeft het jou?
Heb jij een image of heeft het jou?
Heb jij een wil of heeft hij jou?
Heb jij een hart of heeft het jou?
Heb jij een geest of heeft hij jou?
Heb jij een god of heeft hij jou?

Heb jij een religie of heeft hij jou?
Heb jij een leraar of heeft hij jou?
Heb jij een leer of heeft hij jou?
Heb jij leerlingen of hebben ze jou?
Heb jij gezag of heeft het jou?
Heb jij een weg of heeft hij jou?
Heb jij een mantra of heeft hij jou?
Heb jij een titel of heeft hij jou?
Heb jij een opdracht of heeft zij jou?
Heb jij rituelen of hebben ze jou?

Lees ook: De KONING is dood, leve de 'koning'. (in het Witboek Niet-Weten).

138. De derde keus – hoe je aan dilemma's ontsnapt

Hussen met Meester Tussen.

1

Leerling: Hebt u een huis of heeft het u?

Meester: Ik heb een huis of het heeft mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

2

Leerling: Hebt u manieren of hebben ze u?

Meester: Ik heb manieren of zij hebben mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

3

Leerling: Hebt u voorkeuren of hebben ze u?

Meester: Ik heb voorkeuren of zij hebben mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

4

Leerling: Hebt u liefdes of hebben ze u?

Meester: Ik heb liefdes of zij hebben mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

5

Leerling: Hebt u hoop of heeft zij u?

Meester: Ik heb hoop of zij heeft mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

6

Leerling: Hebt u ideeën of hebben ze u?

Meester: Ik heb ideeën of zij hebben mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

7

Leerling: Hebt u dingen of hebben ze u?

Meester: Ik heb dingen of zij hebben mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

8

Leerling: Hebt u een roeping of heeft zij u?

Meester: Ik heb een roeping of zij heeft mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

9

Leerling: Hebt u bewustzijn of heeft het u?

Meester: Ik heb bewustzijn of het heeft mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

10

Leerling: Hebt u antwoorden of hebben ze u?

Meester: Ik heb antwoorden of zij hebben mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

11

Leerling: Hebt u vragen of hebben ze u?

Meester: Ik heb vragen of zij hebben mij.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord.

139. De vijfde keus – hoe je aan tetralemma's ontsnapt

Meester Tussen gaat ervantussen.

Leerling: Hebt u een huis of heeft het u of beide of geen van beide?

Meester: Ik heb een huis of het heeft mij of beide of geen van beide.

Leerling: Is dit nog de vraag of is het uw antwoord of beide of geen van beide?

Meester: Dat is de vraag of anders mijn antwoord of beide of geen van beide.

Zie ook de Stijlgids voor stamelaars: tetralemma (in het Witboek Niet-Weten).

140. Tussen 'in de wereld' en 'van de wereld' vind je de deur naar non-dualiteit

Meester Tussen zegt:

Ben jij in de wereld of van de wereld?

Die vraag is dualistisch.

Kun je wel in de wereld zijn zonder van de wereld te zijn?

Kun je wel van de wereld zijn zonder in de wereld te zijn?

Is er wel een wereld om in of van te zijn of denken we dat alleen maar?

Is er wel een jij om in of van de wereld te zijn of denken we dat alleen maar?

Of denken we alleen maar dat we dat alleen maar denken?

Tussen 'in de wereld' en 'van de wereld' vind je de deur naar non-dualiteit.

Wie door de deur naar non-dualiteit gaat is helemaal van de wereld.

141. De deur naar non-dualiteit leidt naar dualiteit

Tussen voor en tegen

Ben ik nou voor of tegen? Veel mensen blijven zichzelf hun hele leven lang deze vraag stellen, over tal van onderwerpen van persoonlijke en politieke aard, zoals abortus, polyamorie, veganisme, kernenergie, globalisering.

Als ze geluk hebben daagt er ooit een antwoord: ik ben voor en tegen. Of ik ben voor noch tegen. Of ik ben voor in het ene opzicht en tegen in het andere. Zij zijn neutraal, elk op hun eigen manier. Ze verliezen zichzelf, en hervinden hun vrijheid, in ambivalentie.

Tussen homo en hetero

Ben ik nou homo of ben ik hetero? Veel mensen, waaronder ikzelf, piekeren over deze vraag, soms jarenlang, vooral jongeren – tieners en twintigers.

Als ze geluk hebben daagt er ooit een antwoord: ik ben het allebei, ik ben bi. Of ik hou van kinderen, ik ben pedo. Ik hou van dieren, ik ben zoöfiel. Ik val op lijken, ik ben necrofiel. Ik val op mezelf, ik ben autofiel. Ik val overal op, ik ben omniseksueel. Ik val nergens op, ik ben aseksueel.

Tussenbegrippen voor de tussenruimte

Bij ieder dualisme, X-Y, vind je de deur naar non-dualiteit tussen X en Y. Laten we deze deur XY noemen. Tussen homoseksualiteit (X) en heteroseksualiteit (Y) vind je de deur naar biseksualiteit (XY). Tussen voor (X) en tegen (Y) vind je de deur naar neutraliteit (XY).

Biseksualiteit en neutraliteit vertegenwoordigen in deze voorbeelden de tussenruimte. Het eerste tussenbegrip, biseksualiteit, maakt voor mensen die op beide geslachten vallen een einde aan het dilemma 'ben ik nou homo of hetero'. Het tweede tussenbegrip, neutraliteit, maakt voor mensen die het niet weten een einde aan het dilemma 'ben ik nou voor of tegen'.

Van kwaad tot erger

Zoals gewoonlijk is de oplossing de kiem van het volgende probleem. Tussenbegrippen zijn nog steeds begrippen. De zogenaamde deur naar non-dualiteit leidt rechtstreeks naar de volgende denkknoop.

De oplossing van het dilemma 'ben ik nou homo of hetero' brengt twee nieuwe dilemma's voort: 'ben ik nou homo of bi' en 'ben ik nou bi of hetero'. Dus nu hebben we er drie in plaats van één. Het dilemma 'ben ik nou voor of tegen' leidt tot 'ben ik nou voor of neutraal' en 'ben ik nou neutraal of tegen'.

Daar kun je nieuwe tussendeuren voor verzinnen – tussen X en XY krijgen we XXY, tussen XY en Y, XYY – maar dat gaat van kwaad tot erger, vraag maar aan een pluralist (in het Witboek Verlichting). En vlug ook.

Voor de rekenaars onder ons: bij 1, 2, 3, 4 en 5 knopen bedraagt het aantal dilemma's achtereenvolgens 1, 3, 6, 10 en 15 stuks, namelijk 1, 1 + 2, 1 + 2 + 3, 1 + 2 + 3 + 4 en 1 + 2 + 3 + 4 + 5.

Bij n knopen zijn er niet minder dan n! combinaties, dat is n x (n + 1)/2 dilemma's, reken maar uit of sla er een boek over combinatoriek op na, dat is weer eens wat anders dan spiritueel geneuzel.

Een deurenkomedie

Lezer, luister naar iemand die het niet kan weten: er is geen deur naar non-dualiteit. Die bestaat helemaal niet. Hij is ook nergens voor nodig. Je hoeft niet door een deur waar geen muur staat.

Degene die de deur voor je opendoet is degene die de muur voor je optrekt. De meester is de metselaar. De leraar is de tollenaar. De portier is de cipier.

Iedere deur leidt naar nieuwe, steeds ingewikkelder vormen van dualiteit. Iedere gang vertakt zich in nieuwe gangen zonder eind. Alle deuren zijn tussendeuren. Alle muren zijn tussenmuren.

De kosmische grap is een deurenkomedie. Kijk maar naar wat er in het hindoeïsme en in het boeddhisme is gebeurd. Doorlopende voorstelling, al meer dan drieduizend jaar. Kom erbij, lach je vrij.

142. Tussen de Boeddha, de Dharma en de Sangha vind je de deur naar non-dualiteit

(Vrij naar de Vimalakīrtisoetra, hoofdstuk 8.22)

Vimalakīrti: Waar vind ik de deur naar non-dualiteit?

Santendriya: Denken in termen van de Boeddha, de Dharma en de Sangha (1) is dualistisch. Het wezen van de Boeddha is de Dharma en het wezen van de Dharma is de Sangha.

Maar de Sangha is in wezen leeg (2), de Dharma is in wezen leeg, de Boeddha is in wezen leeg. Elk is inhoudsloos als de oneindige ruimte.

Tussen de Boeddha, de Dharma en de Sangha vind je de deur naar non-dualiteit.

(1) Boeddha: Sanskriet voor 'de ontwaakte' – de mythische grondlegger van het boeddhisme. Dharma: de boeddhistische leer. Sangha: groepje samenkomende of samenwonende boeddhisten. De Boeddha, de Dharma en de Sangha worden gezamenlijk aangeduid als De Drie Juwelen.

(2) Leeg: zonder eigen identiteit, wezen of werkzaamheid; afhankelijk ontstaan, afhankelijk bestaand, afhankelijk vergaand; onvervreemdbaar onderdeel van een onsplitsbaar geheel.

Lees ook: Catch 22 – tweeëntwintig metaforen voor verlichting (in het Witboek Verlichting).

143. De Vimalakīrtisoetra: 33 deuren naar non-dualiteit

Hereniging van tegengestelden

In dit Witboek Advaita heb ik het voortdurend over 'de deur naar non-dualiteit'. Deze uitdrukking herinnert aan het oxymoron 'de poortloze poort' – de Nederlandse titel van de koancollectie Wumenguan – maar ze komt uit de Vimalakīrti Nirdeśa soetra.

De Vimalakīrtisoetra is een beeldenbrekende klassieker uit het mahayanaboeddhisme geschreven rond het begin van onze jaartelling. Het sleutelwoord van deze sleuteltekst is, je raadt het al, non-dualiteit – radicale bevrijding uit het onderscheidende denken.

Zo'n bevrijding laat zich natuurlijk niet beschrijven door het onderscheidende denken zelf, al doet het nog zo zijn best. Vandaar de ondertitel van de Vimalakīrtisoetra, 'Onvoorstelbare bevrijding'. Wat klopt als een bus, op de onderscheidende woorden 'onvoorstelbaar' en 'bevrijding' na.

De climax van de Vimalakīrtisoetra vind je in hoofdstuk acht, getiteld 'De dharmadeur naar non-dualiteit', waarin drieëndertig bodhisattva's elk op hun eigen manier de weg wijzen uit het dualistische denken. (2) Vandaar de tweede ondertitel van de Vimalakīrtisoetra, 'Hereniging van tegengestelden'.

Geen leer hebben

Het hoogtepunt van hoofdstuk acht van de Vimalakīrtisoetra is zonder twijfel het slot, waarin de eeuwige frisse Mañjuśrī zijn opwachting maakt. Hij zegt waar het op staat:

'Mijn zeergeleerde voorgangers hebben het prachtig uitgelegd. Helaas zijn hun verklaringen zelf dualistisch. Geen leer hebben, niets uitdrukken, niets uitleggen, niets verklaren, nergens naar verwijzen – dat is de deur naar non-dualiteit.'

Dan wendt Mañjuśrī zich tot de protagonist van de Vimalakīrtisoetra, de leek Vimalakīrti naar wie de soetra is vernoemd, en nodigt hem uit om zijn visie uiteen te zetten. Vimalakīrti zegt geen boe of bah, waarop Mañjuśrī uitroept:

'Prachtig, uwe excellentie! Dit mag beslist de deur naar non-dualiteit heten. Achter die deur heeft niemand nog behoefte aan klanken, lettergrepen of begrippen.'

Dat bleek, want geen van de andere tweeëndertigduizend bodhisattva's aldaar nam het woord om Vimalakīrti te kapittelen over zijn nietszeggende non-reactie. Zonde. Als het water stil staat stinkt het.*

* Lees ook: Voor de vuist weg en verder (in Niet om door te komen! De Poortloze Poort).

Van raison naar jargon

Aanvankelijk was ik van plan om hoofdstuk acht van de Vimalakīrtisoetra in drieëndertig stukken te splitsen, één voor elke spreker, getiteld Catch 1 tot en met Catch 33, en die als een rode draad door het Witboek Advaita te vlechten.

Hierboven, in de tekst getiteld Tussen de Boeddha, de Dharma en de Sangha vind je de deur naar non-dualiteit, zie je hoe Catch 22 eruit zou hebben gezien.

Na een paar weken spinnen had ik mijn rode draad bijna klaar toen ik eindelijk besefte wat het probleem was: het iconoclasme van de Vimalakīrtisoetra kijkt alleen maar in de spiegel. Het ziet overal zichzelf. De rest van de wereld bestaat niet.

De onderscheidingen die je volgens hoofdstuk acht van de Vimalakīrtisoetra achter je moet laten, zijn boeddhologische. Sigaren uit eigen doos. Koekjes van eigen deeg. Dualismen die er in het dagelijks leven volstrekt niet toe doen. Geen wonder dat boeddhisten er vanaf willen.

Het navelstaren beperkt zich niet tot Vimalakīrtisoetra maar kenmerkt alle mij bekende beeldenbrekende boeddhistische teksten, waaronder de Diamantsoetra, de Hartsoetra, de Linji Lu, de Poortloze Poort:

Heeft een hond de boeddhanatuur? (koan 1 van de Poortloze Poort).

Is de verlichte onderworpen aan de wet van oorzaak en gevolg? (koan 2 van de Poortloze Poort).

Waarom heeft Bodhidharma geen baard? (koan 4 van de Poortloze Poort).

Windeieren, daar jaren op broeden tot je er doorheen zakt, dat een doorbraak noemen.

Wie zich tot het boeddhisme bekeert, ruilt eerst het wrakke vlot van zijn raison in voor de holle grot van het jargon. Als het hem na mateloos mediteren, rijtjes leren en stenen eren zwaar te moede wordt en hij zijn hol wil verlaten, kan hij de uitgang niet meer vinden of durft hij niet meer naar buiten.

Ja, hè hè, wat dacht je dan. De boeddhistische geest is net zo gevoelig voor conditionering als de gewone geest. De boeddhageest ís de gewone geest.* Ze kunnen samen door één deur. De deur naar non-dualiteit. Er is geen non-dualiteit, er is geen dualiteit, er is geen deur. Er is geen boeddhageest, er is geen gewone geest, het zijn allemaal verzinsels van de geest, dit ook.

* Zie De gewone geest is de weg (koan 19 van de Poortloze Poort).

Ik wil maar zeggen, jezelf bevrijden van een bevrijdingsbeweging is geen kattenpis. Al had je negen levens.*

* Zie Kattenkwaad (koan 14 van de Poortloze Poort).

Catch 33 – drieëndertig deuren naar (non-)dualiteit

Catch 1. Dharmavikurvaṇa: tussen ontstaan en vergaan vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 2. Śrīgupta: tussen ik en mijn vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 3. Śrīkūṭa: tussen zuiver en onzuiver vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 4. Sunakṣatra: tussen aanleiding en gedachte vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 5. Subāhu: tussen bodhisattvageest en śrāvakageest vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 6. Animiṣa: tussen waarnemen en niet-waarnemen vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 7. Sunetra: tussen het ene en het ondefinieerbare vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 8. Puṣya: tussen goed en kwaad vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 9. Siṃha: tussen schuldig en onschuldig vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 10. Siṃhamati: tussen volmaakt en onvolmaakt vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 11. Sukhādhimukta: tussen plezierig en onplezierig vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 12. Nārāyaṇa: tussen aards en bovenaards vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 13. Dāntamati: tussen samsara en nirwana vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 14. Pratyakṣadarśa: tussen vergankelijk en onvergankelijk vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 15. Samantagupta: tussen zelf en niet-zelf vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 16. Vidyuddeva: tussen kennis en onwetendheid vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 17. Priyadarśana: tussen vorm en leegte vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 18. Prabhāketu: tussen de elementen en de ruimte vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 19. Sumati: tussen oog en vorm vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 20. Akṣayamati: tussen vrijgevigheid en alwetendheid vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 21. Gambhīrabuddhi: tussen leegte, tekenloosheid en willoosheid vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 22. Sāntendriya: tussen Boeddha, Dharma en Sangha vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 23. Apratihatacakṣu: tussen het levenslustige lichaam en het uitgedoofde lichaam vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 24. Suvinīta: tussen lichamelijke terughoudendheid, geestelijke terughoudend en verbale terughoudendheid vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 25. Puṇyakṣetra: tussen verdienstelijke daden, verwerpelijke daden en neutrale daden vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 26. Padmavyūha: tussen het ego en oogmerk vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 27. Śrīgarbha: tussen subject en object vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 28. Candrottara: tussen duisternis en verlichting vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 29. Ratnamudrāhasta: tussen wereldse genoegens en nirwana vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 30. Maṇikūṭarāja: tussen de goede weg en de verkeerde weg vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 31. Satyananda: tussen waar en onwaar vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 32. Mañjuśrī: tussen alle verklaringen in vind je de deur naar non-dualiteit.

Catch 33. Vimalakīrti: tussen de woorden vind je de deur naar non-dualiteit.

Beetje te boeddhistisch voor je? Lees dan: De bergsoetra, 33 trappen naar de top (in het Witboek Levenskunst).

Drieëndertig is trouwens een meervoud van het gekkengetal elf. Verder lezen: Gekke vrede of de vrede van een gek? (in het Witboek Niet-Weten).

Niet-weten als passe-partout

Alle dualismen die je volgens hoofdstuk acht van de Vimalakīrtisoetra achter je moet laten, zijn boeddhologische. Zelfs tegenstellingen die je bekend voorkomen, zoals goed en kwaad, krijgen in de soetra een boeddhistische invulling.

Geen hedendaagse invulling maar eentje van tweeduizend jaar geleden. Niet dat het veel uitmaakt. Ik luister nu al een decennium naar de epigonen van het eenentwintigste-eeuwse boeddhisme, en het klinkt nog steeds als Bibelebons.

Ik schrijf weleens naar deze of die boeddhist om te vragen wat nou helemaal het verschil is tussen non-dualiteit en afhankelijk bestaan, tussen afhankelijk bestaan en leegte, tussen leegte en niet-zelf, tussen niet-zelf en ongeborenheid, ik noem maar wat.

Dan krijg ik hele epistels terug vol andere concepten, indelingen en rijtjes, in het Pali, in het Sanskriet, in het Tibetaans, in het Japans, in het Engels, met soms zelfs een woordje Nederlands ertussen: 'de drie bestaanskarakteristieken', 'de vier nobele waarheden', 'de vijf aggregaten', 'de zes bewustzijnsorganen', 'de zeven factoren van ontwaken', 'het achtvoudige pad', 'de tien perfecties' – hoe zegt u?

Of ze bekennen dat ze het zelf ook niet weten, nog niet weten, niet meer weten, niet in dit leven zullen weten, nooit zullen weten. Dan haal ik opgelucht adem, ik ben de enige niet.

In andere tradities, inclusief advaita, is het me niet beter vergaan, maar ik ken geen enkel religie die zo verbaal is als de boeddhistische. De waarheid voorbij de woorden heeft een woordenrijk voorbij het verstand verwekt, of andersom. Vaktaal hoort erbij als een non in een pij, een wu in de wei, jammer voor mij.

Gelukkig heeft mijn passe-partout* het nooit laten afweten – natuurlijk niet.

* Zie: Niet-weten als passe-partout (in het Witboek Niet-Weten).

Geen leer hebben, niets uitdrukken, niets uitleggen, niets verklaren, nergens naar verwijzen – is dat niet de deur naar dwijsheid?*

* Zie: Woordenboek niet-weten: dwijsheid (in het Witboek Niet-Weten).

Zeven hints voor mensen die niet kunnen hinkelen

Alle boeddhistische begrippen zetten je op het verkeerde been. Wil je door de deur naar non-dualiteit gaan dan zul je ze achter moeten laten. Waar begin je aan.

Alle taoïstische begrippen zetten je op het verkeerde been. Wil je door de deur naar non-dualiteit gaan dan zul je ze achter moeten laten. Waar begin je aan.

Alle hindoeïstische begrippen zetten je op het verkeerde been. Wil je door de deur naar non-dualiteit gaan dan zul je ze achter moeten laten. Waar begin je aan.

Alle mystieke begrippen zetten je op het verkeerde been. Wil je door de deur naar non-dualiteit gaan dan zul je ze achter moeten laten. Waar begin je aan.

Alle filosofische begrippen zetten je op het verkeerde been. Wil je door de deur naar non-dualiteit gaan dan zul je ze achter moeten laten. Waar begin je aan.

Alle agnostische begrippen zetten je op het verkeerde been. Wil je door de deur naar non-dualiteit gaan dan zul je ze achter moeten laten. Waar begin je aan.

Ook het onderscheid tussen dualisme en non-dualisme zet je op het verkeerde been. Wil je door de deur naar non-dualiteit gaan dan zul je ze achter moeten laten. Waar wacht je nog op?

De dualiteit van alledag

Als je alle religieuze, spirituele en wijsgerige begrippenbakkers meteen de rug toe keert, hoef je alleen nog maar de dualismen van alledag tegen het licht te houden. Maar wel allemaal, hè. Zonder uitzondering. Telkens weer, keer op keer. Tot je er dwars doorheen kijkt.

Welke dualismen dat zijn, verschilt per persoon. Daarom reik ik er in dit boek een heleboel aan. Misschien zit er iets bij waar je wat mee kan, misschien brengen ze je van een idee.

Mochten alle deuren naar non-dualiteit voor je open gaan, mochten alle muren die deuren naar non-dualiteit nodig maken, instorten onder hun eigen gewicht, mocht je je gedachtestroom eindelijk zonder vallen en opstaan kunnen bijbenen, mocht je je niet langer de hele dag verscheurd voelen door dit en dat, of tenminste vrede hebben met je verscheurdheid, dan kun je je nog altijd in de wijsheidstradities verdiepen.

Dan heb je tenminste iets te doen als je niets meer te doen hebt. Of vind je van de weeromstuit je eigen woorden om te zeggen wat niemand wil horen.

En anders kun je nog altijd zwijgen. Wie weet wijdt iemand er een soetra aan.

Lees ook: De mystiek van alledag, of het wonder van het water (in het Witboek Mystiek).

144. Tussen jager en prooi vind je de deur naar non-dualiteit

Jager met geweer omhoog die van achteren wordt aangevallen door een ooievaar.

^ Tussen jager en prooi vind je de deur naar non-dualiteit.

145. Tussen prooi en geweer vind je de deur naar non-dualiteit

Geweer met vleugels.

^ Tussen prooi en geweer vind je de deur naar non-dualiteit.

146. Tussen twee lopen vind je de deur naar non-dualiteit

Twee jachtgeweren met de lopen aan elkaar gelast.

^ Non-dualistisch jachtgeweer.

147. Meester tussen dualiteit en non-dualiteit

Is dualiteit non-dualiteit?

Leerling: Wat is het verschil tussen dualiteit en non-dualiteit?

Meester: Is er een verschil tussen dualiteit en non-dualiteit?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen dualiteit en non-dualiteit?

Meester: Is er een overeenkomst tussen dualiteit en non-dualiteit?

Leerling: Wat is de relatie tussen dualiteit en non-dualiteit?

Meester: Is er een relatie tussen dualiteit en non-dualiteit?

Leerling: Wat is dualiteit van zichzelf?

Meester: Is dualiteit wat van zichzelf?

Leerling: Wat is non-dualiteit van zichzelf?

Meester: Is non-dualiteit wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

148. Tussen opener en dichter vind je de deur naar non-dualiteit

Beste Hans,

Deze dichter, die liever opent, heeft het eindelijk door: er is geen veld, er is geen afzonderlijke ziener, er is zelfs niet niets. Meer dan verhalen hebben we niet – zijn we niet. NietWeten.nl is ook zo'n verhaal, maar wat heb ik ervan genoten! Dat wilde ik even kwijt.

Beste Frans,

Ik mag ook liever openen dan dichten, vandaar de volgende vragen:

Klopt het dat je een tijdje hebt gedacht dat er een of ander veld was, en nu weer denkt van niet? Welk veld?

Klopt het dat je een tijdje hebt gedacht dat er een afzonderlijke ziener was en nu weer denkt dat er geen afzonderlijke ziener is, misschien omdat de ziener het geziene is of omdat er nooit een ziener was of wat?

Klopt het dat je een tijdje hebt gedacht dat er niets was, of een niets, en nu weer denkt van niet? Wat denk je dan dat er is?

Mooie gedichten schrijf jij, daar zit veel ruimte in, ook al ben je vol van de liefde, een universeel welkom.

In mijn dwaalteksten probeer ik de ruimte van niet-weten te laten zien, waarin zelfs plaats is voor ongastvrijheid, liefdeloosheid en bekrompenheid; zo schep ik ruimte voor mezelf en voor andere hopeloos onvolmaakten.

Welkom heet ik eigenlijk alleen mijn vrouw, en soms eventjes een ander, meer kan ik in de regel niet aan.

Jouw welkom van geïnteresseerde zoekers duurt in de praktijk ook niet al te lang, zag ik op je site – maximaal 60 minuten geef je ze.

Je nodigt ze uit jou te bezoeken op een plaats die jou uitkomt, en jou te betalen wat ze willen.

Je biedt ze niet aan hen te bezoeken op een plaats die hen uitkomt, of hen te betalen wat ze willen.

Je biedt ze niet aan iedere vorm van betaling achterwege te laten en alleen maar woorden en speeksel uit te wisselen.

Niet dat het me wat uitmaakt, ook de ontwaakte moet eten, ik probeer alleen uit te vissen hoeveel verder jouw welkom gaat dan je portemonnee.

Dat we niet meer hebben of zijn dan verhalen lijkt me gewoon het volgende verhaal, dat jij wel hebt of bent maar ik niet, dus wie zijn dan die we?

Zelf hou ik me vooral bezig met het weggooien van verhalen, waaronder het bovenstaande, opgeruimd staat netjes.

Voor het geval je niet houdt van vragen of inhoudelijke reacties, stuur ik je nog een verhaal, kun je zelf kiezen welke je wil houden of worden, aangenomen dat er een afzonderlijke kiezer is:

Hoi Frans,

Wat een lief zacht mailtje en wat aardig van je om me te laten weten dat je van mijn site hebt genoten. Ik heb ook van jouw site genoten. Wie weet tot schrijfs,

Hans

149. Er is maar één achtvoudige kosmische grap

Er is maar één achtvoudige kosmische grap.

Januskop met vrolijke en treurige nar, beide met tranen op hun wangen.

1. Soms moet je overal om lachen en denk je dat je erin blijft.

2. Soms kun je niet meer lachen en denk je dat het zo blijft.

3. Soms moet je overal om huilen en denk je dat je erin blijft.

4. Soms kun je niet meer huilen en denk je dat het zo blijft.

5. Soms moet je huilen van het lachen en denk je dat je erin blijft.

6. Soms kun je niet meer en denk je dat het zo blijft.

7. Soms moet je lachen van het huilen en denk je dat je erin blijft.

8. Soms denk je niet meer en hoop je dat het zo blijft.

Niets blijft.

Dat was de grap.

150. De nevermind

'Hoe noem je de geest van de dualist?'

'De mind.'

'Waarom?'

'Omdat hij vol is van zijn gedachten.'

'Waarom is de dualist zo vol van zijn gedachten?'

'Omdat hij er heilig in gelooft.'

'Hoe noem je de geest van de non-dualist?'

'De mind.'

'Maar een non-dualist heeft toch heel andere gedachten?'

'Maar hij is er zo mogelijk nog voller van.'

'Waarom is de non-dualist zo vol van zijn gedachten?'

'Omdat hij er heilig in gelooft.'

'Wat is dan het wezenlijke verschil tussen de dualist en de non-dualist?'

'Is er dan een wezenlijk verschil tussen de dualist en de non-dualist?'

'Hoe noem je de geest van de weetniet?'

'De nevermind.'

'Vind jij dat we ons niet langer moeten laten leiden door onze gedachten?'

'Natuurlijk niet.'

'Waarom niet?'

'Dat is gewoon de volgende gedachte.'

'Gedachten zijn oké zolang we er maar niet heilig in geloven, wou je zeggen.'

'Natuurlijk niet.'

'Waarom niet?'

'Dat is gewoon de volgende gedachte.'

'Vind je dat we nergens iets van moeten vinden?'

'Natuurlijk niet.'

'Waarom niet?'

'Dat is gewoon de volgende gedachte.'

'Het is allemaal de mind.'

'Of is dat is gewoon de volgende gedachte?'

'Dan weet ik het ook niet meer.'

'Never mind.'

151. Vernauwing is het wezen van de blik

Leerling: Wat is het wezen van de blik?

Meester: Vernauwing.

Leerling: Ik doelde eigenlijk op het wijsheidsoog.

Meester: O, sorry.

Leerling: Hoe luidt in dat geval je antwoord?

Meester: Vernauwing.

152. Tussen conditionering en deconditionering vind je de deur naar non-dualiteit

'We hoeven alleen maar onze conditioneringen te doorzien om de Werkelijkheid onder ogen te krijgen, Hans.'

'Doe maar duur.'

'Niet dan?'

'Heb je je eigen conditioneringen al doorzien?'

'Eh... nog niet helemaal, denk ik.'

'Hoe weet je dan dat je ze helemaal kunt doorzien?'

'Eh... dat hoopte ik.'

'Hoe weet je dat je de Werkelijkheid onder ogen zult krijgen als je je conditioneringen helemaal hebt doorzien?'

'Eh... gelezen.'

'Hoe weet je dat er zoiets is als de Werkelijkheid?'

'Hoe zou je hem anders onder ogen kunnen krijgen?'

'Iets wat je leest voetstoots aannemen, hoe zou je dat noemen?'

'Vertrouwen?'

'Niet goedgelovigheid?'

'Nou zeg.'

'Conditionering dan?'

'We hoeven alleen maar onze conditioneringen te doorzien om de Werkelijkheid onder ogen te krijgen, Hans.'

153. Tussen werkelijkheid en Werkelijkheid vind je de deur naar non-dualiteit

'We hoeven alleen maar onze conditioneringen te doorzien om de Werkelijkheid onder ogen te krijgen, Hans.'

'De werkelijkheid?'

'Met een hoofdletter.'

'In plaats van?'

'De werkelijkheid met een kleine letter natuurlijk.'

'Wat is het verschil?'

'Dat weet ik nog niet.'

'Misschien is de werkelijkheid met een hoofdletter wel gelijk aan de werkelijkheid met een kleine letter.'

'Waarom zou je hem dan nog met een hoofdletter schrijven?'

'Omdat je er dan eindelijk vrede mee hebt?'

'Waarom zou je er dan vrede mee hebben?'

'Omdat je dan eindelijk verlost bent van het streven naar een werkelijkheid met een hoofdletter?'

'Dat zou een enorme teleurstelling zijn.'

'Tenzij het een enorme opluchting blijkt te zijn.'

'Dat zou pas echt een teleurstelling zijn.'

'Over conditionering gesproken.'

154. Heb jij het al gezien?

'Wat als je de illusie doorziet?'

'Geen idee.'

'Dan zie je de Werkelijkheid, Hans.'

'Wat als je de Werkelijkheid doorziet?'

'Nou?'

'Dan heb je het wel gezien.'

155. De illusie is de kosmische grap

Mamma Maya!

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Ik geef het op.

Leerling: U kent hem niet?

Meester: Dat was hem al.

Leerling: Raad eens.

Meester: Dat niemand de kosmische grap kent?

Leerling: Mis.

Meester: Dat niemand de kosmische grap snapt?

Leerling: Mis.

Meester: Dat alleen leerlingen erin geloven?

Leerling: Mis.

Meester: Ken jij hem eigenlijk wel?

Leerling: Maya.

Meester: Aangenaam.

Leerling: Alles is een illusie in Bewustzijn.

Meester: 'Alles' ook.

Leerling: Wat?

Meester: Zak in je kat.

Leerling: 'Alles' is ook een illusie?

Meester: Als alles een illusie is wel.

Leerling: Dat had ik me nog niet gerealiseerd.

Meester: Bewustzijn ook.

Leerling: Bewustzijn is ook een illusie?

Meester: Als alles een illusie is wel.

Leerling: Dus alles is inderdaad een illusie?

Meester: De illusie ook.

Leerling: De illusie is zelf een illusie?

Meester: Als alles een illusie is wel.

Leerling: Wat als de illusie zelf ook een illusie is?

Meester: Dan is alles toch echt.

Leerling: Echt?

Meester: Tenzij dat ook een illusie is.

Leerling: En als de illusie geen illusie is?

Meester: Dan is de illusie echt.

Leerling: Dus niet alles is een illusie.

Meester: Als alles een illusie is niet.

Leerling: En anders helemaal niet, zeker.

Meester: Is dat leuk of niet?

Vragen aan de lezer

Denk jij dat alles een illusie is in Bewustzijn?

Zo ja, geldt dat dan ook voor het idee van Bewustzijn?

Geldt het ook voor het idee dat alles een illusie is in Bewustzijn?

Geldt het ook voor het idee dat het ook geldt voor het idee dat alles een illusie is in Bewustzijn?

156. Meester tussen de werkelijkheid en de illusie

Is de werkelijkheid de illusie?

Leerling: Wat is het verschil tussen de werkelijkheid en de illusie?

Meester: Is er een verschil tussen de werkelijkheid en de illusie?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen de werkelijkheid en de illusie?

Meester: Is er een overeenkomst tussen de werkelijkheid en de illusie?

Leerling: Wat is de relatie tussen de werkelijkheid en de illusie?

Meester: Is er een relatie tussen de werkelijkheid en de illusie?

Leerling: Wat is de werkelijkheid van zichzelf?

Meester: Is de werkelijkheid wat van zichzelf?

Leerling: Wat is de illusie van zichzelf?

Meester: Is de illusie wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

157. Tussen Dit en Dat vind je de deur naar non-dualiteit

Dit...

Leerling: Er is alleen maar Dit!

Meester: Ook dat nog.

... En Dat

Leerling: Wij zijn Dat!

Meester: En dit dan?

158. Tussen mens en onmens vind je de deur naar non-dualiteit

Is iemand die niet kan zien nog een mens?

Is iemand die niet kan horen nog een mens?

Is iemand die niet kan proeven nog een mens?

Is iemand die niet kan ruiken nog een mens?

Is iemand die niet kan voelen nog een mens?

Is iemand die niet kan waarnemen nog een mens?

Is iemand die niet kan leren nog een mens?

Is iemand die niet kan denken nog een mens?

Is iemand die niet kan onthouden nog een mens?

Is iemand die alles is vergeten nog een mens?

Is iemand die niet kan vergeten nog een mens?

Is iemand die niet kan voelen nog een mens?

Is iemand die niet kan verlangen nog een mens?

Is iemand die niet kan willen nog een mens?

Is iemand die niet kan hechten nog een mens?

Is iemand die niet kan liefhebben nog een mens?

Is iemand die niet kan bewegen nog een mens?

Is iemand die niet kan werken nog een mens?

Is iemand die niet kan communiceren nog een mens?

Is iemand die niet kan plannen nog een mens?

Is iemand die niet kan beginnen nog een mens?

Is iemand die niet kan ophouden nog een mens?

Is iemand die dit soort vragen stelt nog een mens?

Is iemand die geen vragen stelt nog een mens?

Wanneer houdt een mens op een mens te zijn?

Lees ook: Tweeënvijftig mensbeelden voor beeldmensen (in het Witboek Verlichting).

159. Tussen mens en dier vind je de deur naar non-dualiteit

Zonder

Is iemand zonder armen nog een mens?

Is iemand zonder benen nog een mens?

Is iemand zonder ledematen nog een mens?

Is iemand zonder zintuigen nog een mens?

Is iemand zonder stembanden nog een mens?

Is iemand zonder ingewanden nog een mens?

Is iemand zonder hersenen nog een mens?

Is iemand zonder mond nog een mens?

Is iemand zonder gezicht nog een mens?

Is iemand zonder hoofd nog een mens?

Is iemand zonder romp nog een mens?

Zijn hersenen zonder lichaam nog een mens?

Met

Is iemand met acht vingers aan elke hand nog een mens?

Is iemand met acht tentakels aan elke hand nog een mens?

Is iemand met acht armen nog een mens?

Is iemand met hoorns nog een mens?

Is iemand met bokkenpoten nog een mens?

Is iemand met een staart nog een mens?

Is iemand met vleugels nog een mens?

Is iemand met kieuwen nog een mens?

Is iemand met een verticale lippen nog een mens?

Is iemand met een uitwendig geraamte nog een mens?

Is iemand met een slangenhuid nog een mens?

160. Niemand snapt de kosmische grap

Niemand snapt de kosmische grap.

Januskop met verbijsterde narrengezichten.

Dat is nu net de grap.

161. Tussen doen en ondergaan vind je de deur naar non-dualiteit

Als alles een illusie is.

'De doener is een illusie, Hans.'

'O ja?'

'Er is alleen maar doen.'

'Hoe weet je dat?'

'Alles is immers een illusie.'

'Dan ook het doen.'

'Wat?'

'Als alles een illusie is, dan geldt dat net zozeer voor het doen als voor de doener.'

'Daar zeg je zo wat.'

'Stel dat je inderdaad niet de doener of het doen bent, wie ben je dan wel?'

'De kenner, zou ik zeggen.'

'Waarvan?'

'Het gekende.'

'Behoort de kenner soms niet tot het gekende?'

'Hè?'

'En het kennen?'

'Jemig.'

'En was het gekende niet illusoir?'

'Wou jij beweren dat niet alleen de doener maar ook het doen, het gekende, het kennen en de kenner tot de illusie behoren?'

'Tenzij dat ook een illusie is.'

'Wat is eigenlijk geen illusie, Hans?'

'Geen idee.'

'Wat als alles een illusie is?'

'Ja, wat niet.'

162. Zelfonderzoek zonder aannames

'Volgens de advaita vedanta moet ik onderzoeken wie ik ben, Hans.'

'Dan zullen ze daar wel belang bij hebben.'

'Wat?'

'Gaat het om een open onderzoek of ligt het antwoord al vast?'

'Ik denk dat laatste.'

'Laten ze je vrij in je aanpak of ligt de methode al vast?'

'Ik denk dat laatste.'

'Hoe dan?'

'Ik moet alles afwijzen wat veranderlijk is.'

'Waarom?'

'Om tot mijn onveranderlijke essentie te komen.'

'Wie zegt dat er zoiets is?'

'Dat is het uitgangspunt, denk ik.'

'Uitgangspunten zijn er om te onderzoeken, lijkt me.'

'Maar het klopt wel hoor, ik voel me mijn hele leven al dezelfde.'

'Maar daarom ben je het nog niet.'

'Als ik me steeds dezelfde voel, kan ik onmogelijk iets veranderlijks zijn.'

'Waarom zou iets veranderlijks zich niet steeds de- of hetzelfde kunnen voelen?'

'Daar vraag je me wat.'

'En waarom zou een onveranderlijke essentie zich niet steeds iets of iemand anders kunnen voelen?'

'Ik zou het ook niet weten.'

'Onderzoek dat dan eerst maar eens.'

163. De man zonder eigenschappen

'Volgens de advaita vedanta kan ik onmogelijk iets veranderlijks zijn, Hans.'

'Waarom niet?'

'Omdat ik me steeds dezelfde voel.'

'Als je niet iets veranderlijks bent, wat ben je dan wel?'

'Dat wat nooit verandert.'

'Wat is het dat nooit verandert?'

'Datgene waarin al het veranderlijke verschijnt en verdwijnt.'

'Pardon?'

'Bewustzijn. Gewaarzijn. Het kennen. De getuige. Het ware zelf.'

'Wat zijn de eigenschappen van dat bewustzijn?'

'Bewustzijn heeft geen eigenschappen.'

'Hoe weet je dan dat het onveranderlijk is?'

'Wat geen eigenschappen heeft, kan niet veranderen.'

'Wat geen eigenschappen heeft, kan ook niet hetzelfde blijven.'

'Daar zeg je me wat.'

'Wat geen eigenschappen heeft, kan ook niet bestaan.'

'Eigenlijk niet, nee.'

'Wat geen eigenschappen heeft, kan zelfs niet vergaan.'

'Bewustzijn stijgt uit boven bestaan en vergaan, zou ik zeggen.'

'Wat geen eigenschappen heeft, kan ook nergens bovenuit stijgen, zou ik zeggen.'

'Maar waar hebben we het dan nog over?'

'Dat zou ik ook weleens willen weten.'

164. Het paradijs is de kosmische grap

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Doe me een lol.

Leerling: Er is nooit een zoeker of een zoektocht geweest.

Meester: Ken je die van Sam en Moos die naar het paradijs gingen?

Leerling: Parijs, was het toch?

Meester: Ze gingen niet.

Leerling: De lichtstad.

Meester: Ken je die van Sam en Moos die niet naar het paradijs gingen?

Leerling: Hebt u het nu over verlichting?

Meester: Ze gingen toch.

Leerling: Ja, gingen ze nu wel of gingen ze nu niet?

Meester: Of waren ze er al of is het er niet.

Leerling: Dat kan ook nog.

Meester: Of zijn ze er niet en is dat het al.

Leerling: Zo blijf je aan de gang.

Meester: Nee, jij dan.

Leerling: Waar gaat dit over?

Meester: Gaan we ergens heen of zijn we er al of zijn we er niet of is het er niet?

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: We gaan ergens heen of we zijn er al of we zijn er niet of het is er niet.

Leerling: Of wat dan ook.

Meester: Dat kan ook nog.

Leerling: U houd zich hoe dan ook op de vlakte.

Meester: Ik houd me niet op de vlakte, de vlakte is overal.

Leerling: Is de vlakte het paradijs?

Meester: Het paradijs is geen lichtstad.

Leerling: Maar wat is dan de grap?

Meester: Dat is dan de grap.

Leerling: Ik kan hier niet om lachen.

Meester: Dan zal dat het verschil wel zijn.

Vragen aan de lezer

Geloof jij in het paradijs?

Stel je voor dat je in het paradijs gelooft terwijl het helemaal niet bestaat. Hoe voelt dat?

Stel je voor dat je niet in het paradijs gelooft terwijl het wel bestaat. Hoe voelt dat?

Lees ook: Polderspiritualiteit (in het Witboek Niet-Weten).

165. Tussen concept en werkelijkheid vind je de deur naar non-dualiteit

De man zonder missie.

'Zou je kunnen zeggen dat jouw persona is opgeslokt door het Ene, Hans?'

'Zeker, net als het Ene.'

'Wat?'

'Wat?'

'Het Ene is ook opgeslokt?'

'Zeker.'

'Misschien had ik moeten zeggen, door Essentie, God, de Bron, het Ware, het Absolute, het Eeuwige Heden?'

'Ook opgeslokt.'

'Ruimte, Openheid, Neutraliteit, Beschikbaarheid, Tegenwoordigheid?'

'Opgeslokt.'

'Niet-weten dan?'

'Opgeslokt.'

'O, ik snap het al.'

'Wat?'

'Je bedoelt natuurlijk de concepten.'

'In tegenstelling tot?'

'De geleefde werkelijkheid.'

'Opgeslokt.'

'Zo blijft er niets... aha... Het Niets. Leegte. Bewustzijn?'

'Allemaal opgeslokt.'

'Klaar ben je ermee.'

'Als je dat maar weet.'

166. Tussen Atman en Brahman vind je de deur naar non-dualiteit

De mannetjesmaker en de mannetjesbreker.

Irsa: Atman is Brahman.

Hans: Wat?

Irsa: De eigenziel is identiek aan de wereldgrond.

Hans: Je haalt me de woorden uit de mond.

Irsa: Persoonlijke bewustzijn is hetzelfde als universeel bewustzijn.

Hans: Waarom scheid je ze dan?

Irsa: Om aan te kunnen geven dat ze identiek zijn, natuurlijk.

Hans: Als ze identiek zijn, bestaan ze niet als zichzelf.

Irsa: Dan bestaan ze nog steeds, maar niet afzonderlijk.

Hans: Als Atman geen ander is dan Brahman, dan bestaat er geen Atman.

Irsa: Nou...

Hans: Waar of niet?

Irsa: Strikt genomen wel.

Hans: Volgens dezelfde redenering bestaat er ook geen Brahman.

Irsa: Maar...

Hans: Waar of niet?

Irsa: Strikt genomen wel.

Hans: Eerst waren Brahman en Atman duidelijk onderscheiden. Nu ze niet meer duidelijk onderscheiden zijn, kunnen we ook niet meer beweren dat ze zijn, in de oorspronkelijke betekenis van het woord.

Irsa: Strikt genomen niet.

Hans: Geen Brahman, geen Atman.

Irsa: Dat Atman gelijk is aan Brahman betekent toch alleen maar dat ze één zijn?

Hans: En wat betekent dat?

Irsa: Dat ik... dat je... als je probeert aan te geven waar je persoonlijke bewustzijn ophoudt en het universele bewustzijn begint...

Hans: Die bestonden toch niet?

Irsa: Dat je er dan niet uitkomt, wou ik zeggen.

Hans: Je weet dus niet waar de een begint en de ander ophoudt...

Irsa: Strikt genomen niet.

Hans: En zelfs niet of ze eigenlijk wel bestaan.

Irsa: Strikt genomen niet.

Hans: En ruim genomen?

Irsa: Ook niet.

Hans: Is dat wat je bedoelt als je zegt dat Atman gelijk is aan Brahman?

Irsa: Ik vrees van wel.

Hans: Zeg dat dan meteen.

167. Over de identiteitscrisis van Atman en Brahman in het hindoeïsme

Beste Hans,

Wat is volgens jou de relatie tussen Atman en Brahman?

Beste Sjors,

Eerst maar eens vaststellen of ze wel bestaan.

Sjors: Atman is Brahman, zegt mijn leraar, het persoonlijk bewustzijn is gelijk aan het universele bewustzijn. De persoonlijke ziel is gelijk aan de alziel.

Hans: Eerst maar eens vaststellen of ze wel bestaan.

Sjors: Mijn leraar stelt het heel eenvoudig voor, maar volgens mij wordt er in de Indiase filosofie eindeloos gespeculeerd over de relatie tussen het persoonlijke en het universele bewustzijn.

Hans: Eerst maar eens vaststellen of ze wel bestaan.

Sjors: Dat ze niet zouden bestaan, lijkt me nauwelijks te verdedigen.

Hans: Dat had je gedroomd. Alles is te verdedigen.

Sjors: Hoe dan?

Hans: Volgens de oudste boeddhistische geschriften is Atman een illusie. Dat is de doctrine van anatman of niet-zelf, die al duizenden jaren met verve wordt verdedigd.

Volgens Nagarjuna heeft niets een eigen wezen of werking, ondanks de schijn van het tegendeel. Dat is de doctrine van sunyata of leegte, die al bijna tweeduizend jaar met verve wordt verdedigd. Als alles inderdaad leeg is, dan ook Brahman en Atman.

Sjors: Dus volgens jou bestaan het persoonlijke en het universele bewustzijn helemaal niet?

Hans: Wat ben ik, een boeddhist?

Sjors: Bedoel je dat ze toch bestaan?

Hans: Wat ben ik, een hindoe?

Sjors: Bedoel je dat we niet kunnen weten of ze wel of niet bestaan?

Hans: Wat ben ik, een scepticus?

Sjors: Zelf ben ik ervan overtuigd dat ze bestaan.

Hans: Kan best wezen, maar hoe stel je zoiets vast?

Sjors: Kan de wetenschap hier niets betekenen? De psychoanalyse of zo, heeft Carl Jung daar niets over gezegd?

Hans: Atman en Brahman zijn geen fysische maar metafysische grootheden. Het bovenwerkelijke laat zich niet wetenschappelijke onderzoeken.

Sjors: En de zuivere rede?

Hans: Daarmee kun je alles bewijzen en ontkrachten wat je wil. Er zijn letterlijk duizenden religieuze en wijsgerige leerstelsels die allemaal heel logisch in elkaar zitten. Neem alleen al de verschillende vedantascholen, waarvan advaita er maar één is. Welke rede is het zuiverst?

Sjors: Persoonlijke ervaring dan?

Hans: Vergeet het maar. Volgens de advaita vedanta is bewustzijn de noodzakelijke en voldoende voorwaarde voor iedere ervaring, die zich zelf echter niet laat ervaren.

Sjors: Door ons op autoriteiten te verlaten dan, op de traditie, op Heilige Geschriften, de Upanishaden?

Hans: Ach, er zijn zoveel zelfverklaarde autoriteiten en heilige geschriften, en ze beweren allemaal wat anders. Het hindoeïsme heeft geen centraal leergezag zoals het katholicisme. Er is bij mijn weten niets dat door iedere hindoeïstische autoriteit wordt onderschreven. En waren ze het wel allemaal ergens over eens, dan kun je nog steeds niet uitsluiten dat ze het allemaal mis hebben, dus dat helpt geen zier.

Sjors: Je kunt er alleen maar in geloven.

Hans: Alleen maar als je erin kunt geloven.

Sjors: Voor jou staat in elk geval niet vast dat Atman en Brahman werkelijk bestaan.

Hans: Laat staan dat ik iets definitiefs over hun relatie kan zeggen.

Sjors: Mooi is dat.

Hans: Als je het mij vraagt wel.

Sjors: Nou weet ik het helemaal niet meer.

Hans: Gauw terug naar je leraar.

168. Het verschil tussen de overeenkomst van non-dualiteit en niet-weten

'Wat is non-dualiteit?'

'Het is maar net aan wie je het vraagt.'

'Ik vraag het nu aan jou.'

'Niet weten te onderscheiden.'

'Ik dacht dat non-dualiteit stond voor het onbegrensde Ene dat wij zijn.'

'Dat zeg ik.'

'Wat?'

'Het is maar net aan wie je het vraagt.'

'Maar volgens jou is non-dualiteit een bijzonder geval van niet-weten?'

'Als het al niet andersom is.'

'Ja, ligt niet-weten nu ten grondslag aan non-dualiteit of non-dualiteit aan niet-weten?'

'Misschien wel beide.'

'Niet-weten en non-dualiteit liggen ten grondslag aan elkaar?'

'Of geen van beide.'

'Nu weet ik nog niet wat het verschil is.'

'Dan noem je dat toch non-dualiteit.'

'Maar wat is dan niet-weten?'

'Ik zie het verschil niet.'

169. Non-dualiteit is niet weten wat je zegt

'Wat betekent non-dualiteit voor jou, Hans?'

'In concreto?'

'Hier en nu.'

'Niet weten wat ik zeg.'

'Geef eens een voorbeeld.'

'Dat was al een voorbeeld.'

'Hè?'

'Wel opletten, hè.'

'Geef nog eens een voorbeeld.'

'Iets goed of kwaad noemen.'

'Wat is daarmee?'

'Als ik dat doe, dan weet ik niet wat ik zeg.'

'Hoe komt dat?'

'Doordat ik niet weet wat goed of kwaad is.'

'Echt niet?'

'Niet echt.'

'Met welke begrippen heb je nog meer moeite?'

'Eigenlijk met alle begrippen.'

'Zoals?'

'Betekenen, non-dualiteit, hier en nu, niet weten, zeggen, geven, voorbeeld, zijn, opletten, goed, kwaad, noemen, doen, weten, komen, echt, begrippen, moeite, uitzondering, allemaal, onbegrepen, jemineetje, onbegrippen, zwijgen, je, uitmaken...'

'Zonder uitzondering?'

'Allemaal onbegrepen.'

'Jemineetje.'

'Allemaal onbegrippen.'

'Maar waarom zwijg je dan niet gewoon?'

'Wat maakt het uit?'

170. Tussen nietszeggend en veelzeggend vind je de deur naar non-dualiteit

'Bestaat non-dualiteit eigenlijk wel?'

'In plaats van?'

'Niet te bestaan natuurlijk.'

'Dat is een dualiteit.'

'Zelfs dat het bestaat kun je van non-dualiteit niet zeggen?'

'En dat het niet bestaat ook niet.'

'Ik vind het zo nietszeggend allemaal.'

'Zo kun je het ook zeggen.'

'Maar op een vreemde manier ook heel veelzeggend.'

'Meer kun je eigenlijk niet zeggen.'

'Maar wat het nu wil zeggen?'

'Ik durf het niet te zeggen.'

171. De schijn van non-dualiteit

'Wat betekent non-dualiteit?'

'Als ik dat eens wist.'

'Volgens mij betekent het dat onderscheidingen zoals goed en kwaad, mannelijk en vrouwelijk, rijk en arm, schijnbaar zijn.'

'In tegenstelling tot?'

172. Waarom non-dualiteit dualistisch is

'Wat betekent non-dualiteit?'

'Pas op, hè.'

'Waarvoor?'

'Stel dat het inderdaad iets betekent...'

'Stel.'

'Dan betekent het iets anders niet.'

'En?'

'Dat zou toch weer een onderscheid zijn.'

'En als het niets betekent?'

'In plaats van?'

'Iets natuurlijk.'

'Dat zou toch weer een onderscheid zijn.'

'Maar wat is nu non-dualiteit?'

'Ja, dat is nu non-dualiteit.'

173. Hoeveel ogen heeft een wijze?

Koning Eenoog en keizer Langoor.

Luna: Hoeveel ogen heeft een wijze?

Hans: Klinkt als een retorische vraag.

Luna: Volgens mij drie.

Hans: En nu moet ik zeker vragen wat het eerste oog ziet?

Luna: Alleen het relatieve, verschilligheid, dualiteit.

Hans: En het tweede?

Luna: Alleen het absolute, on-verschilligheid, non-dualiteit.

Hans: En het derde?

Luna: Het relatieve in het absolute, verschilligheid in on-verschilligheid, dualiteit in non-dualiteit.

Hans: Ingewikkeld hoor.

Luna: Hoeveel ogen heeft een wijze volgens jou?

Hans: Vraag dat maar aan een wijze.

Luna: Ben jij dan geen wijze?

Hans: Dwaas.

Luna: Hoeveel ogen heb jij?

Hans: Twee.

Luna: Wat zie je daarmee?

Hans: Geen idee.

Luna: Het absolute?

Hans: Dat heeft zich nog niet aan mij geopenbaard.

Luna: Maar ik dacht...

Hans: Of ik heb het nog niet als zodanig herkend.

Luna: Het relatieve dan?

Hans: Dat heeft zich ook nog niet aan mij geopenbaard.

Luna: Het relatieve openbaart zich toch aan iedereen?

Hans: Dan heb ik het nog niet als zodanig herkend.

Luna: Er is alleen maar dit, bedoel je.

Hans: In plaats van?

Luna: Dat zeggen ze toch zo?

Hans: Ze zeggen zoveel.

Luna: Jij denkt van niet?

Hans: Hoe stel je zoiets vast?

Luna: Volgens mij is 'alleen maar dit' een verwijzing naar het eeuwige heden.

Hans: Dat heeft zich nog niet aan mij geopenbaard.

Luna: Het tijdloze nu, bedoel ik.

Hans: Ja, is het nu eeuwig of is het tijdloos?

Luna: Tja, de waarheid is voorbij de woorden, hè.

Hans: Waarom hou je dan je mond niet?

Luna: Maar wel onmiddellijk gegeven in de mystieke ervaring.

Hans: Mensen ervaren zoveel.

Luna: Nee hoor, iedereen ervaart alleen het Ene.

Hans: Dan heb ik het nog niet als zodanig herkend.

Luna: Het Ene herken je niet, dat ben je.

Hans: Hoe weet je dat als je het niet herkent?

Luna: Eh...

Hans: Mijn idee.

Luna: Dat beweert mijn leraar.

Hans: Je hebt het alleen maar van horen zeggen.

Luna: Ik ben bang van wel.

Hans: Hoeveel oren heeft een dwaas?

Teddybeer met extra oren op zijn kop en romp.

^ Hoeveel oren heeft een dwaas?

174. Meester tussen het vele en het ene

Is het vele het ene?

Leerling: Wat is het verschil tussen het vele en het ene?

Meester: Is er een verschil tussen het vele en het ene?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen het vele en het ene?

Meester: Is er een overeenkomst tussen het vele en het ene?

Leerling: Wat is de relatie tussen het vele en het ene?

Meester: Is er een relatie tussen het vele en het ene?

Leerling: Wat is het vele van zichzelf?

Meester: Is het vele wat van zichzelf?

Leerling: Wat is het ene van zichzelf?

Meester: Is het ene wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

175. Maar Goeroe, wat heeft u grote ogen

Beste Hans,

Slechts weinig mensen zijn echt geïnteresseerd in de waarheid. De meesten jongleren liever met abstracte begrippen zoals god, ego, genade, verlichting, overgave, liefde, niet-weten, bewustzijn, het nu enzovoort. Met dit soort woorden bouwen ze overtuigingen waarvoor ze vervolgens bereid zijn anderen een kopje kleiner te maken of zelfs te sterven. Terwijl ze niet eens weten wat ze precies bedoelen! Probeerden ze daar maar eens achter te komen, dan zouden ze ontdekken dat je daarvoor andere abstracte begrippen nodig hebt die ook weer niet helder zijn, et cetera.

Niet dat we zonder woorden kunnen. Kijk maar naar jouw website. Woorden zijn nodig om woorden los te kunnen laten. Overtuigingen zijn nodig om overtuigingen los te kunnen laten. Maar pas als het denken werkelijk stopt – voor even althans – ontwaak je in de grote stilte en ervaar je de waarheid die geen woorden nodig heeft. Omdat je zíet. Jij weet wat ik bedoel, ook al zeg je het heel anders of zeg je het liever helemaal niet. Jij ziet. Dat weet ik omdat ik de stilte in je ogen zie.

De meeste mensen ervaren de stilte niet lang genoeg om zich er zelfs maar van bewust te zijn. Anderen hebben hem wel diepgaand ervaren maar hun ego heeft zich er onmiddellijk meester van gemaakt zodat ze alleen maar in een nieuwe illusie zijn gaan leven. Weinigen realiseren langs de weg van overgave een steeds diepere stilte. Slechts een enkeling, zoals Ramana volgens mij, heeft zijn geloof in ego, in een apart zelf, volledig achter zich gelaten.

Veel hedendaagse advaitaleraren beweren dat je het inzicht nooit meer kwijtraakt eens je het hebt gezien. Ja, ze zeggen zoveel. Verstandelijk benoemen is geen woordloos zien. Je hoeft niet briljant te zijn om de juiste woorden in de juiste volgorde te zetten om jezelf en je aanbidders te overtuigen. Ik hoef alleen maar naar hun ogen te kijken om te weten of ze lullen of poetsen. Spelen met woorden boeit me niet. Waar het op aankomt is voorbij de woorden te gaan.

Neem nu deze foto van advaitaleraar Wolter Keers.

^ Wolter Keers.

Denk er zijn woorden bij: 'Ik weet niets, ik weet niets, ik weet niets... Als een mantra die zichzelf herhaalt blijft dit ene, schokkende, alles omverwerpende, alles met zich meeslepende inzicht over.' Hij zegt het wel maar hij leeft het niet. Hij boeit me niet, het is allemaal intellectueel, zoals je op dat moment ook duidelijk in zijn blik ziet. Geen wonder ook. Zolang je 'ik weet niets' als een mantra herhaalt, blijf je geloven in een 'ik' een 'weten' en een 'niets'. Terwijl je, en dat is denk ik waar jij ook steeds naar verwijst, verder moet gaan. Verblijven in het niet-weten is heel wat anders dan het idee met woorden vasthouden.

Kijk nu eens naar deze foto van advaitaleraar Jean Klein.

^ Jean Klein.

Denk er zijn woorden bij: 'Verblijf in niet-weten en je zult zien wat er gebeurt.' Geen omslachtig geverbaliseer, gewoon pats-boem in één klap voorbij het intellect.

Sorry voor de lange uitleg. Je zult wel begrijpen dat ik uit eigen ervaring spreek. Enfin. Nu even over ons. Welk spel gaan we spelen, Hans? Is er een spel waar we alle twee van houden? Het spel dat ik het liefste speel is dat van de Waarheid.

Spelen met de regels

Beste Max,

Waarheid is voor mij een woord.

Woorden zijn voor mij een spel.

Ik jongleer er al mijn hele leven mee.

Jong geleerd is oud gedaan, wie houdt me nu nog tegen?

Wat jij het liefste speelt is het spel van de waarheid.

Dat spel kent strikte regels waar je niet van mag afwijken.

Spelen volgens de regels heet weten.

Spelen met de regels heet niet-weten.

Dat is het spel wat ik het liefste speel.

Het is ook het spel dat het leven met ons speelt.

De regels veranderen steeds, net als de inzet en de deelnemers.

Je kunt je er niet op instellen en daar probeer je je dan op in te stellen.

Verlichtinkje spelen

Spelen, dat is doen alsof.

Een van de populairste spelletjes voor grote mensen is verlichtinkje.

Verlichtinkje is doen alsof de werkelijkheid een illusie is die jij wel doorziet en anderen lekker niet.

Een ander spelletje is goeroetje.

Goeroetje spelen is doen alsof je anderen verlicht kunt maken.

Opdat één zakkenwasser goeroetje kan spelen, heb je een heleboel voetenwassers nodig die volgelingetje willen spelen.

Volgelingetje spelen is doen alsof je gelooft dat Goeroe jou verlicht kan maken.

Iedereen moet het zelf weten, maar ik vind het een kutspelletje.

Het spelletje dat ik altijd speel, zou je improvisatietje kunnen noemen.

Improvisatie is een mooi woord voor maar wat doen.

Niet omdat je daarvoor kiest maar omdat je niet weet wat je anders zou moeten doen.

Ik tenminste niet.

Mijn grote stilte heet denken

Bij mijn geboorte, aangenomen dat ik geboren ben, is er geen handleiding of taakomschrijving meegeleverd, geen adres waar ik me kan vervoegen voor nadere informatie, geen verklaring, geen maatstaf, geen bon, geen garantiebewijs of zelfs maar een disclaimer.

Ik heb dat lange tijd als een vloek ervaren maar het is eerder, of ook, een zégen, om niet te zeggen een uitdaging, een kans, een goede grap, een slechte grap, een test, een straf, zoete koek, een afleidingsmanoeuvre, een leugen, een droom, een gegeven of hoe je het maar wil duiden.

Jouw grote stilte heet waarheid en manifesteert zich wanneer het denken eindelijk eventjes stilvalt.

Mijn grote stilte heet denken, dus ik hoef nergens op te wachten.

Mijn denken is zelfstillend geworden.

Het maakt zijn eigen gedachten onschadelijk.

De ene keer door ze stap voor stap te ontmantelen, de andere keer door ze gecontroleerd tot ontploffing te brengen.

Boem! Boem! Boem!

Lees ook: Verlichting is geen stilte (in het Witboek Verlichting).

De waarheid zie ik niet

Letterlijke stilte, zoals die tussen twee gedachten in, komt en gaat, net als de gedachten zelf, en heeft voor mij geen speciale betekenis.

Ik verlang er niet naar, probeer die gedachtenstilte niet op te wekken of op te rekken.

Waarom zou ik ook?

Zijn er geen gedachten dan zijn er wel waarnemingen.

Zijn er geen waarnemingen dan zijn er wel dromen.

Zijn er geen dromen dan zijn er wel gedachten.

Wat maakt het dan uit?

Ik zie wat ik zie maar de waarheid zie ik niet, dus die hoef ik ook niet naar me toe te trekken.

Het geloof in een apart zelf is voor mij niet leugenachtiger of waarachtiger dan het ongeloof in een apart zelf of het geloof of ongeloof in een gemeenschappelijk zelf.

Het onderscheid tussen illusie en werkelijkheid zegt me niets, dus daar kan ik me niet druk over te maken.

Verstandelijk benoemen is voor mij niet minder waard dan woordloos zien, wat ook maar een woord is.

Meer zie ik eigenlijk niet.

Is dat wat je in mijn ogen ziet?

Ik-gedachten horen erbij

Of Ramana Maharshi egovrij was weet ik niet.

Wat betekent dat?

Hoe weet je dat?

Vanwege zijn belladonna-pupillen zeker weer.

Ramana is dood, leve zijn foto?

^ Ramana Maharshi aan het eind van zijn Latijn.

Egovrij zijn, het mocht wat.

Vrij zijn van egovrijheid, hoe klinkt dat?

Man, dan puilen je ogen uit hun kassen van verlichting.

Zelf heb ik eerlijk gezegd nog steeds een heleboel ik-gedachten, dat wil zeggen, gedachten waarin het woordje ik voorkomt, neem alleen deze al.

Ik-gedachten zijn voor mij niet minder (waar(d)) dan gedachten waarin het ik niet figureert.

Waar het om draait is wat ze gemeen hebben.

Weet jij het?

Nou?

Dat het allemaal gedachten zijn.

Had je niet gedacht, hè?

Gedachten zijn zo voorbij

Iedere gedachte die in me opkomt, of wat het ook is dat er in me opkomt, of wat het ook is waarin het opkomt, als het al ergens in opkomt – iedere gedachte gelóóf ik.

Ik geloof haar zolang als ze duurt.

Heel eventjes maar.

Dan is het uit met de pret en even later is de volgende gedachte aan de beurt.

Denk ik dat ik iemand ben, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat ik niemand ben, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat ik daarom wel alles moet zijn, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat ik niet kan weten of ik iemand ben of niemand of alles (of niets of iemand en niemand of iemand noch niemand of alles noch niets of alles en niets), dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat niet-weten voorbij de woorden is, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat dit allemaal maar verhalen zijn, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat er geen verhaal is, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat er niets te zeggen valt, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat alleen zwijgen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat je nooit voorbij de horizon van je gedachten kunt kijken, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat de horizon van mijn weten is gekrompen tot de actuele gedachte, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat ik alleen maar de getuige ben van de actuele gedachte, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat ik alleen maar de actuele gedachte zelf ben, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat ik dat ook niet kunt weten, dan geloof ik dat – eventjes.

Denk ik dat niet-weten het heerlijkste is wat er bestaat, dan geloof ik dat – eventjes.

Vallen mijn gedachten weg, dan vallen ze weg – eventjes.

The scream of consciousness

Dit waren enkele van de gezwollen lijken die gedurende het korte interval dat ik dit opschreef langs mijn geestesoog dreven.

Een kleine proeve van wat de depressieve Amerikaanse psycholoog William James zo treffend 'the scream of consciousness' noemde, of zoiets.

Wie kaas wil maken van zijn gedachtegangen en gedachtesprongen in termen van ego en egoloosheid wens ik alle tijd en tijdloosheid van de wereld.

Of het genoeg is, betwijfel ik.

Want met gedachten is het al net als met een schilderij van Rembrandt: als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar vegen op een doek.

Met gedachten is het al net als met begrippen: als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar letters in een woordenboek.

Met gedachten is het al net als met materie: als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar strepen in een bellenkamer.

Met gedachten is het al net als met internet: als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar pixels op een beeldscherm.

Ook dit zijn stuk voor stuk gedachten, had je het door?

Dus pas maar op dat je niet te dichtbij komt.

176. Ramana Maharshi versus Romana Mahasjiesj – zien wat je wil zien

Beste Hans,

Hierbij stuur ik je een foto van Shri Ramana Maharshi, wiens ogen zo prachtig getuigen van de vrede van een onverdeeld bestaan dat geen onderscheid kent.

^ Shri Ramana Maharshi.

Beste Joris,

De wereldvreemde vestaalse maagd Shri Ramana Maharshi werd en wordt voortdurend gepromoot als een grote grijze wereldwijze, dus dat is wat iedereen zag en ziet en wil zien, jij ook.

Stel je voor dat je bovenstaande foto aantreft in een boek over beruchte seriemoordenaars. Zie je de kille berekening in de ogen van R.M., de kinderkannibaal van Tiruchuli? Wat een gluiperd, hè?

Beeld je nu eens in dat je onderstaande foto van Ramana Maharshi aantreft in een World Press Photobook uit 1988 met als bijschrift:

'Tweede slachtoffer van de AIDS-epidemie, de hyperseksuele exhibitionist Romana Mahasjiesj, exploitant van een Amerikaanse keten van darkrooms en sex farms, organisator van roemruchte kinky feesten en producent van talloze hardcore seksfilms in zowat alle genres, die naar eigen zeggen meer dan tweeduizend mannen, vrouwen en dieren het hof heeft gemaakt.'

^ Romana Mahasjiesj.

Wat zie je nu?

177. De enige echte boeddha vind je in de spiegel

"Wie helemaal tot de bodem is gegaan, ziet in dat alle boeddha's in de drie werelden uit hun nek zaten te kletsen. Dan blijft er nog maar ééntje over, die zich helemaal doodlacht. Je vindt hem in de spiegel."

(Meester Tokusan, Boek van Sereniteit, koan 46.)

Ramana Maharshi in de lachspiegel.

178. Niet-weten is de kosmische grap

Niet-weten is de kosmische grap.

Labyrint van tientallen concentrische vierkanten met kleine doorgangen en helemaal in het midden een vraagteken.

Maar wie kan daarbij?

179. Tussen X-chromosoom en Y-chromosoom vind je de deur naar non-dualiteit

Een vergelijking met twee onbekenden.

Iemand met twee vrouwelijke geslachtshormonen, XX, noem je een vrouw, iemand met een vrouwelijk en een mannelijk geslachtshormoon, XY, noem je een man.

Hoe noem je iemand zonder geslachtshormonen, ØØ?

Hoe noem je iemand met één geslachtshormoon, alleen X of alleen Y?

Hoe noem je iemand met twee mannelijke geslachtshormonen, YY?

Hoe noem je iemand met drie vrouwelijke geslachtshormonen, XXX?

Hoe noem je iemand met een mannelijk geslachtshormoon en twee vrouwelijke, XXY?

Hoe noem je iemand met een vrouwelijk geslachtshormoon en twee mannelijke, XYY?

Hoe noem je iemand met drie, vier, vijf vrouwelijke geslachtshormonen, XXXY, XXXXY, XXXXXY enzovoort?

Welke van deze combinaties komen volgens jou in de natuur voor?

Welke van in de natuur voorkomende combinaties noem jij natuurlijk?

Hoe noem je iemand bij wie de geslachtshormonen wel aanwezig zijn maar niet of onvolledig tot uitdrukking komen?

Wat is het geslacht van een embryo bij wie de geslachtsorganen nog het midden houden tussen man en vrouw?

Wat is het geslacht van een gecastreerde man?

Wat is het geslacht van een travestiet?

Wat is het geslacht van een transseksueel?

Wat is het geslacht van een aseksueel?

Wat is het geslacht van een man die vrouwelijke hormonen slikt of van een vrouw die mannelijke hormonen slikt?

Wat is het geslacht van een vrouw die zwanger is van een jongetje?

Wat is het geslacht van de wijsvingers van een man of vrouw?

Wat is het geslacht van zijn of haar handen, polsen, armen, romp, hoofd, gezicht, mond, tong, keel, slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm, anus, billen, rug, dijen, knieën, onderbenen, enkels, voeten, tenen?

Wat is het geslacht van een dode?

Wat is het geslacht van een personage?

Wat is het geslacht van een zelfstandig naamwoord?

Verder lezen: De dualist (in het Witboek Verlichting).

180. Tussen dame en heer vind je de deur naar non-dualiteit

Speelkaart waarvan de bovenkant een dame voorstelt, de onderkant een heer.

^ Tussen dame en heer vind je de deur naar non-dualiteit.

181. Had Ramana Maharshi klinefelter? Niet willen zien wat je ziet

Vele jaren geleden had ik, hartstochtelijk geïnteresseerd in geneeskunde als ik was, een grote verzameling medische illustraties.

Daardoor had ik zonder formele opleiding toch aardig zicht gekregen op allerlei vormen van macroscopische pathologie, inclusief de talloze syndromen die dikwijls de naam van de ontdekker dragen.

Een daarvan heet het Klinefelter syndroom.

Toen ik in 2012 de foto's van Shri Ramana Maharshi op het internet, meestal gekleed in een luier die te weinig te raden overlaat, eens goed bekeek, vielen me diverse dingen op:

Die lange armen en benen.

Die ronde schouders en brede heupen.

Die borstjes.

Die slappe handen.

Die lage spiertonus.

Dat luie lichaam.

Die lege lendendoek.

Ik dacht: Klinefelter.

Die man had het Klinefelter syndroom.

^ Links: typische klinefelterpatiënt. Rechts: Ramana Maharshi.

Het Klinefelter syndroom werd voor het eerst beschreven in 1942 in Massachussets, Amerika, kort voor Ramana's dood een halve aardbol verderop.

Het gaat hier om een genetische afwijking in de vorm van een of meer extra X-chromosomen: XXY of XXXY of XXXXY et cetera in plaats van XY, die voorkomt bij ongeveer een op de duizend mannen.

Een van de kenmerken van Klinefelter is een zeer lage testosteronspiegel.

De Klinefelterpatiënt is (behalve in de zogeheten mozaïekvariant) steriel en asexueel.

Mede door het lage testosterongehalte is hij niet competitief ingesteld, en eerder lief, zachtaardig, verlegen, wijkend, inschikkelijk en toegeeflijk dan dominant.

Klinefelters zijn vaak star in hun denken. Ze houden van vaste regels en trekken conclusies waar ze niet makkelijk vanaf te brengen zijn. Ze zijn honkvast en houden van rust.

Ze zijn vaak beter in de omgang met dieren dan met mensen, die ze niet altijd even goed begrijpen. Ideeën vinden ze makkelijker dan emoties.

Klinefelter gaat gepaard met diverse vormen van autisme, zoals Asperger en het savant-verschijnsel (bijvoorbeeld een fotografisch geheugen, waarvan ook bij Ramana sprake was) en autistiform gedrag.

Er kunnen allerlei afwijkingen in het slaappatroon optreden. Narcolepsie, slaapwandelen, niet kunnen inslapen, zeer licht slapen, zeer vast slapen enzovoort.

Wat betreft de gezondheid is er een grotere vatbaarheid voor onder meer verkoudheid, luchtwegaandoeningen, middenoorontstekingen, reuma, botontkalking en borstkanker.

Als je de biografie van Han van den Bogaard over Shri Ramana leest, zul je zien dat veel aspecten van Maharshi's leven hierdoor in een ander daglicht komen te staan.

Niet alleen die met betrekking tot zijn lichamelijke gezondheid maar ook en vooral die met betrekking tot zijn spiritualiteit.

Voor de meeste klinefeltersymptomen zijn bij Ramana zonder moeite anekdotische aanwijzingen te vinden.

Dat bewijst niets, dat weet ik ook wel, want de diagnose van Klinefelter kan alleen definitief gesteld worden door middel van DNA-onderzoek.

Daarvoor is het inmiddels een eeuwtje te laat.

Godzijdank, zul je zeggen, blijf met je tengels van mijn mahashies af.

Was Ramana een onverdeelde wijze in een verdeelde wereld of een autist in een autolytische illusie?

Is Ramana het ene Bewustzijn waarin ook dit soort kwesties geacht wordt te verschijnen en verdwijnen, of een hedendaags archetype dat nooit heeft bestaan behalve in het collectief onbewuste, als dat al bestaat?

Ik zou het ook niet weten.

De talloze hagiografische werken over Ramana maken ons hieromtrent geen steek wijzer.

Integendeel, die maken alleen Shri Ramana Maharshi wijzer, daar zijn het hagiografieën voor.

Kijk liever zelf, zou ik tegen iedereen willen zeggen, maar ja.

Ook daarvoor is het een eeuwtje te laat.

Reactie van Han van den Bogaard

In een persoonlijke brief naar aanleiding van dit onderwerp schrijft Han van den Bogaard, auteur van de biografie Sprekende stilte: leven en leer van Sri Ramana Maharshi:

Beste Hans,

Hartelijk dank voor je mail. Ik vind het een interessante optie die je hier naar voren brengt, met ogenschijnlijk overtuigende argumenten voor het Klinefeltersyndroom.

Aan de andere kant zijn er elementen in Ramana's leven die je analyse weerspreken. Op de eerste plaats, en dat wordt in mijn boek ook wel duidelijk denk ik, was Ramana tot zijn ontwaken een doodnormale, zelfs enigszins macho jongen met dito eigenschappen: jongensvriendschappen, een competitieve instelling, en normale sociale vaardigheden, passend binnen de cultuur waarin hij leefde. Daarnaast heb ik ook wel eens ergens gelezen (maar dit heb ik niet in het boek opgenomen) dat iemand Ramana een keer vroeg of hij wel eens zaadlozingen had. Hierop antwoordde Ramana bevestigend. Dus tja, ik heb toch twijfels of je intuïtie klopt en hij in aanleg, genetisch dus, anders was dan anderen.

Mijn theorie is dat Ramana in de loop van zijn leven 'vervrouwelijkt' is. Levend in en als het Zelf speelde seksualiteit eigenlijk geen rol in zijn leven, en waren de normale sociale omgangsvormen en interesses niet echt relevant meer voor hem. Hij leefde weliswaar nog in de wereld, maar was geenszins meer van de wereld. Zoals ook in mijn boek te lezen is, merkte een van zijn oude schoolvrienden, die een tijdje in de ashram heeft geleefd, ooit op, toen hij de benen van Ramana masseerde, dat die vroeger zo hard en borstelig waren, en nu glad en zacht. Misschien is zijn hormoonhuishouding in de loop van de jaren veranderd. Maar autistische trekken zou ik hem zeker niet toe willen dichten, want in tegenstelling tot een autist was hij juist uitstekend in staat zich in de positie van een ander in te leven en met behulp van beeldspraken en metaforen over te brengen wat hij bedoelde.

Natuurlijk is dit ook alleen maar speculatie van mijn kant, maar dit is het eerste wat in me opkomt na het lezen van je mail.

Hoe dan ook, hartelijk dank voor je complimenten ten aanzien van het boek. Gezien de impact die het boek op veel mensen heeft kan ik niet anders concluderen dat Ramana over mijn schouders heeft meegekeken toen ik het schreef.

Vriendelijke groet,

Han

182. Een knuppel in de hokjesgeest

Beste Hans,

Stel dat Shri Ramana Maharshi inderdaad het klinefeltersyndroom heeft gehad, zoals jij op je website beweert, wat maak dat dan uit voor zijn wijsheid? Of wou je daar ook nog aan twijfelen? En dan nog iets: hoe kan het dat de man achter NietWeten.nl een theorie over een syndroom omarmt? Daar zit een tegen strijdigheid in. Is je mystieke ontkenningstaal misschien maar een front?

Zelf heb ik jaren geleden een altaar ingericht met in het midden een fotokopie van een foto van Shri Ramana Maharshi. Ik kijk hem ieder dag diep in de ogen, waarin ik onver anderlijk het levende Wonder weerspiegelt zie. Net als in de ogen van zwakzinnigen trouwens; zonder beperking geen manifestatie.

Voor mij is Shri Ramana Maharshi geen heilige maar een verlicht mens die als een van de zeer weinige, zo niet de enige, de transcendente Waarheid volledig heeft gerealiseerd. Ik ben echt niet op zoek naar een heilige. Dus wat is eigenlijk jouwprobleem?

Beste Arjan,

Mij maakt het niet uit of Ramana Maharshi een of ander syndroom had of niet, en ook niet of dat te rijmen is met zijn al dan niet vermeende wijsdom en ook niet of daar een tegenstrijdigheid in zit.

Waarom benadruk je dat je niet op zoek bent naar een heilige? Denk je soms dat ik iets tegen heiligenvereerders, heiligenverering, heiligen of heiligheid heb? Jezus, dat zou een saaie boel worden. Ik zeg:

Leve de beeldensnijders!

Leve de beeldenkramers!

Leve de beeldendwepers!

Leve de beeldenbrekers!

Ik heb ze allemaal even lief en bovendien kunnen zij niet zonder elkaar en ik, tenminste als schrijver over niet-weten, niet zonder hen.

Vandaar dat niemand voor mij hoeft te rechtvaardigen waarom hij graag in iemands ogen kijkt, of naar een foto daarvan of een print van een scan van een kopie, of naar een Rorschach inktvlek voor mijn part, en daar wat dan ook of niets in ziet.

Zelf kijk ik het liefst in de ogen van mijn lief.

Tientallen, honderden keren per dag, al dertig jaar lang, ik krijg er maar geen genoeg van.

Waarom, dat weet ik niet.

Of zich in haar ogen iets manifesteert of weerspiegelt, immanent, transcendent of anderszins is voor mij nooit een vraag, het is gewoon meteen goed – ken je dat?

Echt, daar kan geen mongool of maharishi tegenop.

Tot nog toe niet tenminste.

En ze is niet eens officieel zwakzinnig.

En ze is niet eens officieel verlicht.

Of zelfs maar officieus, of onverlicht, of overbelicht, of wat dan ook.

Snap jij het?

Wel balen dat ze maar niet in mijn huisaltaar wil komen wonen.

Ze laat zich pertinent niet heiligen en weigert om als beeld te poseren.

Wat dat betreft kan ik je geen ongelijk geven; het blijft behelpen met die levenden.

Overigens heb je je aan een kleine maar niet onbelangrijke aanname bezondigd: theorieën verzinnen is geen theorieën omarmen.

Ik verzin ze bij de vleet en ik gooi ze bij de vleet weer weg.

Wacht maar tot iemand bij mij komt zeiken dat Ramana Maharshi een Klinefelter is.

Of, in jouw geval: wacht maar tot iemand bij mij komt zeiken dat Ramana Maharshi géén Klinefelter is.

Ik zie de dingen nooit zus of zo, maar als iemand zus zegt, dan zeg ik algauw zo, en vice versa.

En vice versa.

En vice versa.

Net zolang tot hij of zij het zelf doet of een van ons het zat is – meestal dat laatste.

Heel verwarrend voor wie helderheid zoekt, maar heel helder voor wie de verwarring omarmt.

Voor jou is het klinefelterverhaal een aantasting van de waardigheid van misschien wel de enige echte onvervalste verlichte, of wat ook de diepere reden mag zijn dat je me ongevraagd de luier komt uitvegen.

Voor mij is het klinefelterverhaal een giller.

Een knuppel in de hokjesgeest.

De lezer leert er iets van, of hij leert er iets van af, of hij leert er niets van, meestal het laatste.

Dat mijn ontkenningstaal mystiek zou zijn, kan ik alleen maar ontkennen.

Wat moet een knuppel als ik met het goddelijke, en wat is in godsnaam niet-goddelijk?

Wat ik ook schrijf, wat jij er ook in leest, ik verwijs niet apofatisch naar een of ander dit of dat of iets of niets of ik-ben of ik-ben-niet of bewustzijn of atman of anatman of brahman; niet naar hogere kennis, niet naar alles-ontkennen en ook niet naar niet-weten, maar dat heeft niemand door.

Laat anderen maar grijpen en adoreren en imiteren en langs 's wegen Heeren naar hogere sferen navigeren, dan zwaai ik ze wel uit.

Het klinefelterverhaal is net als al mijn dwaalteksten simpelweg de uit drukking, de uit rukking, de ex pressie van een denken dat vrolijk op zichzelf te hoop loopt.

Of dat iets met verlichting of realisatie of zwakzinnigheid te maken heeft, zal me een rotzorg zijn.

Dus dat is eigenlijk mijnprobleem.

Lees ook: De hokjesgeest en verder (in het Witboek Verlichting).

183. Meester tussen stof en geest

Is stof geest?

Leerling: Wat is het verschil tussen stof en geest?

Meester: Is er een verschil tussen stof en geest?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen stof en geest?

Meester: Is er een overeenkomst tussen stof en geest?

Leerling: Wat is de relatie tussen stof en geest?

Meester: Is er een relatie tussen stof en geest?

Leerling: Wat is stof van zichzelf?

Meester: Is stof wat van zichzelf?

Leerling: Wat is geest van zichzelf?

Meester: Is geest wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

184. Tussen golf en deeltje vind je de deur naar non-dualiteit

Een schoolvoorbeeld van dualistisch denken vinden we in de klassieke natuurkunde. Die zat lang gevangen in de vraag naar het wezen van de kleinste bouwstenen van de werkelijkheid, zoals fotonen.

In experimenten gedroegen de deugnieten zich nu eens als golven, dan weer als deeltjes, er was geen peil op te trekken. Waren fotonen nu golven of deeltjes? Wat was hun ware selfie? Daar kwam de klassieke mechanica niet uit.

De kwantummechanica kwam er wel uit. Volgens deze misschien wel meest succesvolle natuurkundige theorie ooit zijn fotonen geen golven en geen deeltjes maar golfdeeltjes.

Het starre onderscheid tussen golven en deeltjes blijkt niet houdbaar op nanoniveau. De dualiteit van golven en deeltjes is de non-dualiteit van golfdeeltjes.

Daarmee is niets gezegd maar iets ontzegd. Kwantummechanica maakt het onbegrijpelijke nog onbegrijpelijker – maar wel berekenbaar.

Verder lezen: Dualiteit van golven en deeltjes (in de Wikipedia).

185. Tussen hebben en kwijtraken vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Ik wil hebben wat u heeft.

Meester: Het is geen kwestie van hebben.

Leerling: Dan wil ik kwijtraken wat u bent kwijtgeraakt.

Meester: Denk niet hebben, denk niet kwijtraken.

Leerling: Maar het relatieve...

Meester: Denk niet relatief, denk niet absoluut.

Leerling: Maar de illusie...

Meester: Denk niet illusie, denk niet werkelijkheid.

Leerling: Maar het hoogste...

Meester: Denk niet hoog, denk niet laag.

Leerling: O, ik snap het al.

Meester: Nee toch.

Leerling: U verwijst natuurlijk naar non-dualiteit.

Meester: Denk niet duaal, denk niet non-duaal.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Hm.

186. Vragen naar de onbekende weg

Leerling: Wat is non-dualisme voor u?

Meester: Vragen stellen.

Leerling: En dan?

Meester: Je vragen bevragen.

Leerling: En dan?

Meester: De woorden in je vragen bevragen.

Leerling: En dan?

Meester: De veronderstellingen in je vragen bevragen.

Leerling: En dan?

Meester: Het vragen bevragen.

Leerling: Tot je eindelijk antwoord hebt gekregen?

Meester: Tot al je begrippen in rook zijn opgegaan.

Leerling: En dat wou u non-dualisme noemen?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dat is dan ook in rook opgegaan.

187. Opstekers voor klein geschapen mannen

Opsteker voor mannen die denken dat ze te klein geschapen zijn: zelfs de kleinste penis is groter dan de grootste kittelaar.

Opsteker voor vrouwen die denken dat ze te groot geschapen zijn: zelfs de grootste kittelaar is kleiner dan de kleinste penis.

Zo ook, mutatis mutandis, voor mannen die denken dat ze te lang geschapen zijn, mannen die denken dat ze te kort geschapen zijn, mannen die denken dat ze te dik geschapen zijn, mannen die denken dat ze te dun geschapen zijn, mannen die denken dat ze te krom geschapen zijn, mannen die denken dat ze te recht geschapen zijn, mannen die denken dat ze te gewoon geschapen zijn en mannen die denken dat ze volmaakt geschapen zijn.

Zo ook voor vrouwen die denken dat ze te klein geschapen zijn, vrouwen die denken dat ze te ruim geschapen zijn, vrouwen die denken dat ze te nauw geschapen zijn, vrouwen die denken dat ze te ondiep geschapen zijn, vrouwen die denken dat ze te loslippig geschapen zijn, vrouwen die denken dat ze te harig geschapen zijn, vrouwen die denken dat ze te gewoon geschapen zijn en vrouwen die denken dat ze volmaakt geschapen zijn.

Zo ook voor mensen die denken dat ze als man geschapen zijn, mensen die denken dat ze als vrouw geschapen zijn, mensen die denken dat ze als man en als vrouw geschapen zijn en mensen die denken dat ze als man noch als vrouw geschapen zijn.

Zo ook voor mensen die denken dat ze geschapen zijn, mensen die denken dat ze ongeschapen zijn, mensen die denken dat ze schapen zijn en schapen die denken dat ze mensen zijn.

Zo ook voor mensen die denken dat ze mensen zijn, mensen die denken dat ze onmensen zijn, mensen die denken dat ze alles zijn, mensen die denken dat ze niets zijn, mensen die denken dat ze zijn en mensen die denken dat ze niet zijn.

Zo ook voor mensen die denken dat ze dieper moeten denken, mensen die denken dat ze anders moeten denken, mensen die denken dat ze minder moeten denken, mensen die denken dat ze meer moeten denken en mensen die denken dat ze niet meer moeten denken.

Kortom, voor iedereen die denkt.

188. Voor iedereen die denkt

Tweeëntwintig tussendeuren naar non-dualiteit.

Meester Tussen zegt:

Zit je weer eens klem tussen groot en klein? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen lang en kort? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen dik en dun? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen recht en krom? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen ruim en nauw? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen diep en ondiep? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen los en strak? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen harig en kaal? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen man en vrouw? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen bijzonder en gewoon? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen volmaakt en onvolmaakt? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen geschapen en ongeschapen? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen mens en onmens? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen alles en niets? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen zijn en niet-zijn? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen denken en niet-denken? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen anders en hetzelfde? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen meer en minder? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen wel en niet? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen buiten en tussen? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Kan niet missen.

Zit je weer eens klem tussen dualiteit en non-dualiteit? Juist daar vind je de deur naar non-dualiteit. Waar wacht je nog op?

189. Gedachte-experimenten voor groot geschapen mannen

Gedachte-experiment voor alle mannen die denken dat hun penis te groot is. Stel dat alle mannen een penis van een halve meter hadden, zou jij de jouwe dan nog steeds te groot vinden?

Gedachte-experiment voor alle mannen die denken dat hun penis te klein is. Stel dat alle mannen een penis van een halve centimeter hadden, zou jij de jouwe dan nog steeds te klein vinden?

Gedachte-experiment voor alle vrouwen die denken dat hun borsten te groot zijn. Stel dat alle vrouwenborsten zo groot als koeienuiers waren, zou jij de jouwe dan nog steeds te groot vinden?

Gedachte-experiment voor alle vrouwen die denken dat hun borsten te klein zijn. Stel dat alle vrouwenborsten zo groot als hun tepels waren. Zou jij de jouwe dan nog steeds te klein vinden?

Zo ook voor vrouwen die denken dat hun tepels te groot of te klein zijn.

Zo ook voor mannen die denken dat hun borsten of tepels te groot of te klein zijn.

Zo ook voor mensen die denken dat andere lichaamsdelen te groot of te klein zijn.

Zo ook voor mensen die denken dat anderen te groot of te klein zijn.

Zo ook voor mensen die denken dat zijzelf te groot of te klein zijn.

Gedachte-experiment voor alle mensen die wat dan ook denken over wat dan ook. Stel dat je de enige mens op aarde was, zou je dat dan nog steeds denken?

190. Tussen groot en klein vind je de deur naar non-dualiteit

Meester Tussen zegt:

Denken in termen van dit en dat is dualistisch.

Wie kent het verschil tussen groot en klein?

Wat groot is als je klein bent is klein als je groot bent.

Wat ze vroeger groot vonden vinden we nu klein.

Wat groot is als je nuchter bent vind je klein als je dronken bent.

Wat groot is als je het niet herkent is klein als je weet wat het is.

Wat groot is in het donker is klein in het licht.

Wat je groot vond als kind vind je klein als volwassene.

Wat groot is voor de een is klein voor de ander.

Wat groot is voor de ene soort is klein voor de andere.

Wat groot is in de ene situatie is klein in de andere.

Wat groot is in het ene opzicht is klein in een ander.

Wat groot is kan tegelijkertijd best klein zijn.

Wat niet groot is hoeft daarom nog niet klein te zijn.

Wat niet klein is hoeft daarom nog niet groot te zijn.

Wat groot is in je herinnering blijkt klein in het echt.

Wat groot lijkt in gedachten blijkt klein in de praktijk.

Bestaan groot en klein in werkelijkheid of alleen in onze waarneming? Zijn het woorden of zaken? Of is het onderscheid tussen werkelijkheid en waarneming, tussen woord en zaak, ook weer dualistisch?

Tussen groot en klein vind je de deur naar non-dualiteit.

191. Denken dat denken de kosmische grap is

Tien kosmische grappen om niet te snappen.

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Bedoel je de kleinste kosmische grap, de kleine kosmische grap, de middelste kosmische grap, de grote kosmische grap of de grootste kosmische grap?

Leerling: Ik dacht dat er maar één kosmische grap was.

Meester: Dat is ook een goeie.

Leerling: Doe dan eerst de kleinste maar.

Meester: Denken dat er een zoeker of een zoektocht is.

Leerling: En de kleine?

Meester: Denken dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Leerling: En de middelste?

Meester: Denken dat er een kosmische grappenmaker is.

Leerling: En de grote?

Meester: Denken dat er geen kosmische grappenmaker is.

Leerling: Nou, dan heb je alle mogelijkheden wel zo'n beetje gehad.

Meester: Dat is ook een goeie.

Leerling: Maar wat is dan de grootste kosmische grap?

Meester: Denken.

Leerling: Denken is de grootste kosmische grap?

Meester: En de allergrootste kosmische grap?

Leerling: Nou?

Meester: Denken dat denken de grootste kosmische grap is.

Leerling: Ik dacht dat er maar vijf kosmische grappen waren.

Meester: Dat is ook een goeie.

Leerling: Dus u weet er nog meer?

Meester: Denken dat denken dat denken de grootste kosmische grap is.

Leerling: Ik denk dat ik het zie...

Meester: Nu gaan we lachen.

Leerling: U bedoelt zeker dat er geen eind is aan het aantal kosmische grappen.

Meester: Dat is ook een goeie.

hersenen met grote glimlach

^ Denken is de grap.

Vragen aan de lezer

Hoe serieus neem jij je denken?

Moet je weleens lachen om andermans gedachten?

Denk je dat anderen weleens moeten lachen om jouw gedachten?

Zijn er gedachten waar je vroeger heilig in geloofde en nu om moet lachen?

Denk je dat er gedachten zijn waar je nu nog heilig in gelooft maar straks om zult lachen?

Denk je dat jouw gedachten overwegend waar zijn?

Kun je lachen om de gedachten die je zojuist gedacht hebt?

Kun je lachen om de gedachte dat het denken zelf de kosmische grap is?

192. De ruimte zit tussen je oren

Meester Tussen zegt:

Onmogelijke figuren zijn we allemaal.

Je zit er niet in of je komt er niet uit, wie zal het zeggen.

De ruimte zit tussen je oren.

Onmogelijke hoofd met sterrenhemel in het midden.

^ Onmogelijke figuren zijn we allemaal. De ruimte zit tussen je oren.

Goede reis!

Verder reizen: Niet om door te komen! De Poortloze Poort.

Zie ook: Verlichting is opgaan in de paradox (in het Witboek Verlichting).

193. Non-dualisme is alles tussen aanhalingstekens zetten

Leerling: Wat is non-dualisme?

Meester: Alles tussen aanhalingstekens zetten.

Leerling: Behalve de aanhalingstekens zeker.

Meester: Die ook.

Leerling: Zo hou je niets over.

Meester: 'Niets'.

Leerling: Noem dat maar non-dualisme.

Meester: Noem het dan maar 'non-dualisme'.

194. Non-dualisme gaat nergens heen

Leerling: Wat is non-dualisme?

Meester: Ik wordt 'ik'.

Leerling: En 'ik'?

Meester: Wordt ''ik''.

Leerling: En ''ik''?

Meester: Wordt '''ik'''.

Leerling: En dan?

Meester: Wordt 'dan'.

Leerling: En toen?

Meester: Wordt 'toen'.

Leerling: En nu?

Meester: Wordt 'nu'.

Leerling: En zo voort.

Meester: Wordt 'voort'.

195. Non-dualisme wordt nooit wat

Leerling: Wat is non-dualisme?

Meester: Ik wordt 'ik' en jij wordt 'jij' en Hij wordt 'Hij' en hier wordt 'hier' en daar wordt 'daar' en toen wordt 'toen' en dan wordt 'dan' en nu wordt 'nu'.

Leerling: En dualisme?

Meester: Wordt 'dualisme'.

Leerling: En non-dualisme?

Meester: Wordt 'non-dualisme'.

Leerling: En dat is dat?

Meester: En dat was 'dat'.

196. Non-dualisme in seculiere, filosofische en theologische termen

Bij wijze van zwijgen.

Leerling: Wat is in zo min mogelijk woorden non-dualisme?

Meester: 'Ik'.

Leerling: En in seculiere termen?

Meester: 'Wereld'.

Leerling: En in filosofische termen?

Meester: 'Waarheid'.

Leerling: En in theologische termen?

Meester: 'God'.

Leerling: En zonder termen?

Meester: Sst.

Leerling: Niet 'sst'?

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

197. Non-dualisme zonder woorden

Leerling: Wat is in zo min mogelijk woorden non-dualisme?

Meester: 'Ik'.

Leerling: Ik?

Meester: Nee, 'ik'.

Leerling: Tussen aanhalingstekens.

Meester: Precies.

Leerling: Verwijs je nu naar niet-ik?

Meester: 'Niet-ik' dan toch.

Leerling: Of ik én niet-ik?

Meester: 'Ik en niet-ik' dan toch.

Leerling: Of ik noch niet-ik?

Meester: 'Ik noch niet-ik' dan toch.

Leerling: En ik maar denken dat ik niemand was.

Meester: 'Niemand' dan toch.

Leerling: Maar niet iemand?

Meester: Of 'iemand' natuurlijk.

Leerling: Of iemand én niemand?

Meester: 'Iemand en niemand' dan toch.

Leerling: Of iemand noch niemand?

Meester: 'Iemand noch niemand'.

Leerling: Of gewoon alles?

Meester: 'Alles'.

Leerling: Of niets.

Meester: 'Niets'.

Leerling: Als het maar tussen aanhalingstekens staat.

Meester: 'Tussen aanhalingstekens.'

Leerling: Kan het nog korter?

Meester: Eh...

Leerling: Nou?

Meester: ...

Leerling: En dat wou u non-dualisme noemen?

Meester: En dat wou jij non-dualisme noemen.

198. Bewustzijn is de kosmische grap

Alles tussen aanhalingstekens.

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Daar gaan we weer.

Leerling: Er is nooit een zoeker of een zoektocht geweest.

Meester: Wat dan wel?

Leerling: Alleen maar het ene Bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf.

Meester: Welnee.

Leerling: Wat is de kosmische grap dan wel?

Meester: Dat de zoeker een 'zoeker' blijkt te zijn en de zoektocht een 'zoektocht' en het gezochte het 'gezochte'.

Leerling: Tussen aanhalingstekens?

Meester: Vraagtekens, haakjes, maakt niet uit.

Leerling: Bedoelt u dat je niet met zekerheid kunt vaststellen of er nu wel of niet een zoeker en een zoektocht zijn geweest?

Meester: Ik tenminste niet.

Leerling: En het Bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf?

Meester: 'Bewustzijn' dan toch.

Leerling: Waarom?

Meester: Ooit bewustzijn gezien?

Leerling: Bewustzijn is wat voorafgaat aan het zien.

Meester: Nooit gezien dus.

Leerling: Hoe kun je nu zien wat vooraf gaat aan het zien.

Meester: Over verstoppertje gesproken.

Leerling: Je kunt het toch beredeneren?

Meester: Hoe kun je nu beredeneren wat vooraf gaat aan het redeneren.

Leerling: Ik weet niet of ik dit nog wel leuk vind.

Meester: Het is ook maar een 'grap'.

Vragen aan de lezer

Kun jij zien wat vooraf gaat aan het zien?

Heeft iemand ooit gezien wat vooraf gaat aan het zien?

Zou het kunnen dat er iets vooraf gaat aan datgene wat vooraf zou gaan aan het zien?

Zou het kunnen dat er niets vooraf gaat aan het zien en dat het zien nergens aan vooraf gaat?

199. Non-dualisme is (overal van) afzien

'Wat is non-dualisme voor jou?'

'Keuzeloos gewaarzijn, Hans.'

'Werkeloos toezien, zul je bedoelen.'

'Jij weet het altijd zo fraai te zeggen.'

'Ik mag het beestje graag bij de naam noemen.'

'Zie jij ook werkeloos toe?'

'Nee, ik doe uitzichtloos werk.'

'Wat dan?'

'Non-dualisme onder woorden brengen.'

'Wat is daar uitzichtloos aan?'

'Dat non-dualisme inzichtloos is.'

'Dan breng je het toch zonder woorden?'

'Dat is helemaal afzien.'

'Breng het dan toch maar onder woorden.'

'Non-dualisme is overal van afzien.'

200. Non-dualisme is hopeloos gewoon zijn

'Wat is non-dualisme voor jou?'

'Keuzeloos gewaar zijn, Hans.'

'Nou, daar kun je mee voor de dag komen.'

'Wat is non-dualisme voor jou?'

'Hopeloos gewoon zijn.'

'Hopeloos of hooploos?'

'Doe dan maar reddeloos.'

'Reddeloos of redeloos?'

'Doe dan maar waardeloos.'

'Waardeloos of waardenloos?'

'Doe dan maar woordenloos.'

'Non-dualisme is woordenloos gewoonzijn?'

'Wordeloos, wijzeloos, wijsheidsloos, wezenloos, weerloos, wetteloos...'

'Noem dat maar woordenloos.'

'Moet je maar niet van die moeilijke vragen stellen.'

'Waarom noem je het niet gewoon non-dualisme?'

'Omdat ik hopeloos gewoon ben.'

201. Keuzeloos gewaarzijn is het toppunt van niet-weten

Beste Hans,

Ik bespeur bij jou een grote afstand tot het denken: de afstand die door Jiddhu Krishnamurti keuzeloos gewaarzijn werd genoemd. Is dat niet de quintessens van spiritualiteit?

Beste Mila,

Als er werkelijk een grote afstand tot het denken is, dan ook tot de gedachte dat er een grote afstand tot het denken is, dus daar sta je dan met je mooie inzicht.

Mila: Volgens mij is dit precies wat het betekent om werkelijk keuzeloos gewaar te zijn.

Hans: Als je werkelijk keuzeloos gewaar bent, dan ook van de gedachte dat je weet wat het precies betekent om keuzeloos gewaar te zijn.

Ook van de gedachte dat je werkelijk keuzeloos gewaar bent.

Ook van de gedachte dat er een je is en dat er gedachten zijn waarvan die je zich keuzeloos gewaar is.

Ook van de gedachte dat er geen je is of dat er geen gedachten zijn of geen keuzeloos gewaarzijn daarvan.

Dus daar sta je dan met je mooie woorden.

Mila: Nou moe.

Hans: Moe word je van het najagen van mooie woorden. Sommigen vullen er hun hele hoofd mee, hun hele leven, als het even kan. Ze noemen het spiritualiteit, weer zo'n woord.

Mila: Ben jij naar jouw gevoel helemaal onthecht – zelfs van algemeen erkende spirituele termen als keuzeloos gewaarzijn?

Hans: En ook van de gedachte dat ik naar mijn gevoel helemaal onthecht ben – zelfs van algemeen erkende spirituele termen als keuzeloos gewaarzijn.

Ook van de gedachte dat volledige of gedeeltelijke onthechting mogelijk of wenselijk is.

Ook van de gedachte dat volledige of gedeeltelijke onthechting onmogelijk of onwenselijk is.

Ook van de gedachte dat keuzeloos gewaarzijn een algemeen erkende spirituele term is.

Ook van de gedachte dat keuzeloos gewaarzijn geen algemeen erkende spirituele term is.

Ook van de gedachte dat er algemeen erkende spirituele termen zijn.

Ook van de gedachte dat er geen algemeen erkende spirituele termen zijn.

Ook van de gedachte dat er een quintessens van spiritualiteit is, of dat die er niet is.

Mila: Jij gelooft niets meer. Je weet niets meer. Je bent overal van onthecht.

Hans: Ook van de gedachte en het verlangen niets meer te geloven.

Ook van de gedachte en het verlangen niets meer te weten.

Ook van de gedachte en het verlangen overal van onthecht te zijn.

Mila: Wat een kaalslag.

Hans: Ach, ik hou gewoon mijn stoepje schoon.

Mila: Wat als je stoepje eindelijk schoon is?

Hans: Dan kun je eindelijk weer over tot de wanorde van de dag.

(Maanden later)

Beste Hans,

Ik kan het maar niet met mezelf eens worden of niet-weten nu het toppunt van keuzeloos gewaarzijn is of het einde ervan.

Hans: Dan neem je toch afstand van beide.

Mila: Ik denk dat Jiddhu je in zijn armen zou sluiten.

Hans: Krishna is anders al een tijdje murti.

Mila: Laat ik het dan zo zeggen, er is een keuzeloos gewaarzijn van de gedachte dat Jiddhu Krishnamurti je in zijn armen zou sluiten.

Hans: Dan neem je toch afstand van beide.

Mila: Is afstand iets wat je neemt of iets wat je overkomt?

Hans: Of beide of geen van beide.

Mila: Waarom zwijg je eigenlijk niet als je niets te zeggen hebt?

Hans: Wie zegt dat ik niets te zeggen heb?

Mila: Waarom zeg je het dan niet?

Hans: Maar ik doe al niet anders.

Mila: Maar niet met zoveel woorden.

Hans: Zoveel woorden heb ik niet.

202. Meester tussen gehechtheid en onthechting

Is gehechtheid onthechting?

Leerling: Wat is het verschil tussen gehechtheid en onthechting?

Meester: Is er een verschil tussen gehechtheid en onthechting?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen gehechtheid en onthechting?

Meester: Is er een overeenkomst tussen gehechtheid en onthechting?

Leerling: Wat is de relatie tussen gehechtheid en onthechting?

Meester: Is er een relatie tussen gehechtheid en onthechting?

Leerling: Wat is gehechtheid van zichzelf?

Meester: Is gehechtheid wat van zichzelf?

Leerling: Wat is onthechting van zichzelf?

Meester: Is onthechting wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

203. Niet-weten is je natuurlijke staat

Onthecht getuige zijn

'Keuzeloos gewaarzijn', met of zonder spatie tussen 'gewaar' en 'zijn', is een uitdrukking van de spirituele leraar en antigoeroe Jiddhu Krishnamurti (1895-1986).

Hij doelt ermee op de levenshouding van de verlichte die zijn ware aard heeft gerealiseerd.

Keuzeloos gewaarzijn, dat betekent zoveel als onthecht, onaangedaan, niet-oordelend getuige zijn van wat zich maar voordoet.

'Je ware aard' verwijst naar het ene universele bewustzijn dat je zou zijn en waarin alles naar het schijnt verschijnt, gekend wordt en verdwijnt.

De natuurlijke staat

In een aantal boeddhistische scholen uit de mahayanahoek, zoals het Chinese chan, het Thaise watnou, het Tibetaanse dzogchen en het Sri-Lankaanse sjoksjok zien we deze antieke, van oorsprong hindoeïstische metafysica weerspiegeld in monistische ankerwoorden als het zelf, de oorspronkelijke geest, het ene en de natuurlijke staat.

Woorden die je ook tegenkomt in de advaita vedanta, eveneens op hindoeïstische leest geschoeid, en ondanks de geuzennaam 'non-dualisme' al net zo monistisch als de zojuist genoemde mahayanascholen.

Van bovengenoemde scholen zijn er trouwens een of meer verzonnen, of eigenlijk allemaal, daar kom je nog wel achter, maar ik verklap niet welke.

Wie niet weet is uitgeteld

Van zichzelf is niet-weten niet monistisch, niet non-dualistisch, niet dualistisch en niet pluralistisch.

Als je wil kun je het simplistisch noemen, of naïef of kinderlijk of bruut, als in 'art brut'.

Er zijn er die het onwetendheid noemen, maar dat zou best eens op onwetendheid kunnen duiden.

Hoe je het ook noemt, een weetniet telt niet meer.

Niet tot nul, niet tot één, niet tot niet-twee, niet tot twee, niet tot drie, niet tot vier en niet tot veel.

Een weetniet telt niet meer mee.

Ook niet voor de buitenwereld.

Hij is volkomen uitgeteld.

Je ware aard?

Van de ware aard die de verlichte volgens Krishnamurti zou hebben gerealiseerd, is in niet-weten sprake noch geen-sprake.

Je ware aard erkennen is het einde van niet-weten.

Je ware aard ontkennen is eveneens het einde van niet-weten.

Dat geldt ook voor het zelf, de oorspronkelijke geest, het universele bewustzijn, het ene, de natuurlijke staat en soortgelijke mentale constructies.

Het geldt ook voor de pendanten van het zelf: het ikje, small mind, de persoon, het ego, de overlever, het id en soortgelijke mentale constructies.

Niets te realiseren

Wie niet weet heeft niets te realiseren, niets in te zien, niets te bewaken, niets te doen, niets te laten, niets te bevestigen en niets te ontkennen, dit ook niet.

Hij (onder)gaat gewoon zijn gang.

Als iemand deze gang als goddelijk omschrijft, noemt de weetniet hem gauw menselijk, dierlijk of beestachtig, en als iemand zijn gang als menselijk, dierlijk of beestachtig omschrijft, noemt de weetniet hem gauw goddelijk.

Maar als mensen gewoon hun waffel houden – in het spirituele wereldje een zeldzaamheid, kan ik je verzekeren – dan kan de weetniet ook gewoon zijn waffel houden.

Dan komt hij eindelijk tot zijn recht.

Spiritueel knock-out

Als je het allemaal niet meer weet, ben je spiritueel knock-out.

Je ligt erbij en kijkt ernaar.

Je lacht maar wat of pinkt een traantje weg, net wat er komt.

Je geeft mee of je verzet je of je geeft mee met je verzet of je verzet je tegen het meegeven of je verzet je tegen je verzet, maakt niet uit, ook niet als het je toch nog eens uitmaakt.

Eenvoudiger kan niet, dunkt me.

Hoe je het ook noemt.

204. Non-dualisme is gewoon het volgende hokje

'Ik vind u een echte non-dualist.'

'Stop jezelf in een hokje.'

'Onder een non-dualist versta ik iemand zonder hokjes.'

'Dat bedoel ik.'

'Iemand die weigert in een hokje plaats te nemen.'

'Ik ga zitten waar ik wil.'

'Iemand die weigert anderen in een hokje te stoppen.'

'In je hok, hokjesgeest.'

'Iemand die zijn hokjes stuk voor stuk gesloopt heeft.'

'Wie er aan mijn hokjes komt die krijgt een schop.'

'Al deze uitspraken bevestigen mijn overtuiging...'

'Sofist.'

'Ik vind u een echte non-dualist.'

'Stop jezelf in een hokje.'

205. Brokjesgeest

Vraaggesprek met Meester Tussen.

'Ziet u uzelf als een non-dualist?'

'Wie? O. Ja. Nee. Goh.'

'Denkt u dat anderen u zien als non-dualist?'

'Wie? O. Nee. Ja. Jeetje.'

'Bent u weleens bang om door de mand te vallen?'

'Wie? O. Nou. Eh... Als wat?'

'Wat is volgens u een non-dualist?'

'Een wat? O. Eh... Tja. Nou?'

'De waarheid is voorbij de woorden, wou u zeggen.'

'De wat? O. Nou. Eh... Hè?'

206. Tussen overal en nergens vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Waar woont de dualist?

Meester: In Iemandsland.

Leerling: Waar woont de non-dualist?

Meester: In Niemandsland.

Leerling: Waar woont u?

Meester: Overal en nergens.

207. Tussen binnen en buiten vind je de deur naar non-dualiteit

Op het randje.

Leerling: Waar woont de dualist?

Meester: Binnen de lijntjes.

Leerling: Waar woont de non-dualist?

Meester: Buiten de lijntjes.

Leerling: Waar woont u?

Meester: Overal tussenin.

208. Tussen stip en lijn vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Wat is een dualist?

Meester: Iemand met lijntjes.

Leerling: Wat is een non-dualist?

Meester: Iemand zonder lijntjes.

Leerling: Wat bent u?

Meester: Iemand met stippellijntjes.

Leerling: Een dualistisch non-dualist?

Meester: Hou toch op.

Leerling: Een non-dualistisch dualistisch non-dualist?

Meester: Schei toch uit.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Iemand met stippellijntjes.

Leerling: Waarvoor staan die?

Meester: ...

209. Ideeën zijn de kosmische grap

Of is dat ook maar een idee?

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: De kosmische griep?

Leerling: Grap.

Meester: Geintje.

Leerling: De zoeker is de zoektocht is het gezochte.

Meester: Ik heb in tijden niet zo gelachen.

Leerling: Ik snap hem eerlijk gezegd ook niet.

Meester: Ken je die van de zoekers die naar zichzelf gingen zoeken?

Leerling: Nou?

Meester: Ze gingen niet.

Leerling: Omdat ze er al waren zeker.

Meester: 't Idee.

Leerling: Omdat er geen zelf is zeker.

Meester: 't Idee.

Leerling: Omdat daar geen komen en gaan is zeker.

Meester: 't Idee.

Leerling: Dit is zeker uw idee van de kosmische grap.

Meester: Ik heb geen idee.

Leerling: Volgens mij hebt u werkelijk geen idee.

Meester: 't Idee.

Leerling: En ik heb geen idee waar u op doelt.

Meester: 't Idee.

Leerling: Is dat alles wat u te zeggen hebt?

Meester: Als je geen idee had, zou je nergens naar zoeken.

Vragen aan de lezer

Heb jij ideeën?

Hebben ideeën jou?

Denk je dat er mensen zijn die geen idee hebben?

Heb je enig idee hoe het zou zijn als geen idee jou had?

210. Hoe je tot volledig inzicht in non-dualiteit komt

Leerling: Hoe kom ik tot volledig inzicht in non-dualiteit?

Meester: Denk je dat ze zich laat kennen?

Leerling: Hoe bevrijd ik me van alle inzichten in non-dualiteit?

Meester: Denk je dat ze zich niet laat kennen?

Leerling: Welke oefeningen kan ik doen om tot non-dualiteit te komen?

Meester: Denk je dat ze zich laat praktiseren?

Leerling: Is het beter om helemaal geen oefeningen te doen?

Meester: Denk je dat ze zich zomaar prijsgeeft?

Leerling: Bestaat non-dualiteit eigenlijk wel?

Meester: Bestaan, niet bestaan...

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Spreken, zwijgen...

Leerling: Zijn dit de woorden van iemand die in non-dualiteit verblijft?

Meester: Iemand, niemand...

Leerling: Wat verstaat u precies onder non-dualiteit?

Meester: Tja...

Leerling: Nou?

Meester: ...

Leerling: Is dat alles wat u te zeggen hebt?

Meester: Sorry, heb ik iets gezegd?

Leerling: Zo kom ik nooit tot inzicht in non-dualiteit.

Meester: Denk je dat ze zich laat kennen?

211. Tussen hoog en laag vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Verwijst non-dualiteit naar een hogere werkelijkheid?

Meester: Hoger dan wat?

Leerling: De alledaagse werkelijkheid natuurlijk.

Meester: Toch weer een verschil gevonden?

Leerling: Bedoelt u dat de hogere werkelijkheid dezelfde is als de alledaagse?

Meester: Toch weer een overeenkomst gevonden?

Leerling: Wat wilt u daarmee zeggen?

Meester: Ik stelde alleen maar een vraag.

Leerling: Ik anders ook.

Meester: Toch weer een overeenkomst gevonden?

Leerling: Maar ik wil antwoorden.

Meester: Dan zal dat het verschil wel zijn.

212. Tussen ja en nee vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Wat is een boeddhist?

Meester: Iemand die onderscheid maakt tussen samsara en nirwana.

Leerling: Wat is een taoïst?

Meester: Iemand die onderscheid maakt tussen doen en niet doen.

Leerling: Wat is een mysticus?

Meester: Iemand die onderscheid maakt tussen hemel en aarde.

Leerling: Wat is een non-dualist?

Meester: Iemand die onderscheid maakt tussen dualiteit en non-dualiteit.

Leerling: Hoe noem je degene die geen onderscheid maakt?

Meester: Vergeleken met?

Leerling: Iemand die wel onderscheid maakt natuurlijk.

Meester: Dat was een onderscheid.

Leerling: Toe nou.

Meester: Iemand noch niemand dan maar.

Leerling: Bent u iemand noch niemand?

Meester: Ja noch nee.

Leerling: Nu weet ik nog niets.

Meester: Dan weet je toch nog iets.

213. Tussen non-dualisme en non-duellisme vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Wat is een dualist?

Meester: Een duellist.

Leerling: Tegen wie duelleert hij?

Meester: Tegen zichzelf, maar dat weet hij niet.

Leerling: Wat is een non-dualist?

Meester: Een non-duellist.

Leerling: Waarom duelleert hij niet?

Meester: Omdat hij niets te verdedigen heeft.

214. Tussen eenheid en verschil vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Wat is het verschil tussen u en mij?

Meester: Dat jij overal verschil ziet.

Leerling: En u?

Meester: Ik zie overal 'verschil'.

Leerling: Ik dacht dat u zou zeggen, 'Ik zie overal eenheid'.

Meester: Nou, overal...

215. Tussen eenheid en veelheid vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Wat is het verschil tussen u en mij?

Meester: Dat jij overal eenheid ziet.

Leerling: En u?

Meester: Ik zie hoogstens 'eenheid'.

Leerling: Maar wat betekent dat dan nog?

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Leerling: Is 'eenheid' niet hetzelfde als veelheid?

Meester: 'Eenheid' is hoogstens hetzelfde als 'veelheid'.

Leerling: Maar wat zeg je dan nog?

Meester: Dat 'zeg' ik toch.

216. Tussen het deel en het geheel vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Wat is eenheid?

Meester: Een woord.

Leerling: Is het dan niet het geheel?

Meester: Waarvan?

Leerling: Van alles.

Meester: Dat is een tautologie.

Leerling: Van tegendelen dan.

Meester: Dat is een contradictie.

Leerling: Nergens van dan.

Meester: Dat is een kop zonder kip.

Leerling: Hoezo?

Meester: De uitdrukking 'X is het geheel van' wordt altijd gevolgd door de samenstellende delen.

Leerling: Bijvoorbeeld?

Meester: Ruwbouw is het geheel van fundering, muren en dak. God is het geheel van natuurwetten. Een ecosysteem is het geheel van interacties in een natuurlijk milieu.

Leerling: En?

Meester: Waarvan is eenheid het geheel?

Leerling: Nou, gewoon.

Meester: Gewoon wat?

Leerling: Eenheid is het hoogste geheel.

Meester: Waarvan?

Leerling: Nergens van.

Meester: Die hebben we al gehad.

Leerling: Van zichzelf dan?

Meester: Maar wat zeg je dan nog?

Leerling: Ik zou het ook niet weten.

Meester: Nou, ik ook niet

217. De zachte kracht komt onverwacht

Van dualisme naar monisme

Beste Flavia,

Je boekje 'De Zachte Kracht' viel me niet tegen, ik vond het lekker weglezen.

In zijn soort is het aardige, toegankelijke lectuur, maar wel wat zoet.

Bewustzijn, vrede, liefde, mededogen, blijdschap, dankbaarheid, bloemen, eeuwig licht – ik hou meer van pittig.

De schrijfster zelf komt over als een onthecht, sereen en gelukzalig mens die alle ballast uit het verleden heeft losgelaten, geen schuld, angst of wrok meer kent, geen conflicten meer heeft en alle twijfel voorbij is.

Iemand die het leven minzaam knikkend toelacht, hoe het zich ook misdraagt.

Niet de Flavia die ik heb leren kennen.

Voor mij leest De Zachte Kracht niet als het verslag van iemand die, ik citeer, 'het denken heeft overwonnen' (pagina's 12, 23, 55, 127) en 'het verstand heeft doorzien' (12, 16, 47, 55, 143), maar als de geloofsbelijdenis van iemand die het ene verstand heeft ingeruild voor het andere.

Het gezonde verstand voor het spirituele.

De dualistische canon voor de monistische.

De hokjesgeest voor de eenheidsworst.

De lineaire tijd voor het Eeuwige Heden.

Materie voor Bewustzijn.

De illusie voor de Werkelijkheid.

Iemand voor Niemand.

De doener voor de Getuige.

Worden voor Zijn.

Van monisme naar non-dualisme

Zelf kan ik net zomin geloven in het ene verstand als in het andere.

Er is niets maar dan ook niets in de spirituele canon, of in welke canon ook, waarvoor ik mijn hand in het vuur zou steken zonder asbest handschoen.

Er is niets waarvoor ik mijn hand in een asbest handschoen zou steken.

Vandaar misschien dat ik het spiritueel verstand met zijn monistische dogma's alleen maar kan begrijpen als een voor sommigen blijkbaar noodzakelijk tussenstation op het pad van weet-ik-toch naar weet-ik-veel.

Het laatste houvast vóór het grote laatlos.

Een noodsprong om alvast aan de verstikkende dualistische denkbeelden van het gezond verstand te ontsnappen zonder meteen alle zekerheden op te geven.

Een voorproefje, een pilot, een generale repetitie, uitstel van executie.

Wat meestal uitdraait op afstel.

Je kunt het natuurlijk ook omdraaien, dan noem je niet-weten een tussenstation.

Dat is de visie en/of ervaring van Johannes van het Kruis: God kan pas in je ziel afdalen als je je van ieder godsbeeld en zelfbeeld hebt ontdaan.

Voor deze christelijke mysticus is niet-weten slechts een voorbereiding op de mystieke eenwording, het laatste wat je 'zelf' kunt doen.

Daarna is het afwachten geblazen, doffe ellende, dorre vertwijfeling, diepe eenzaamheid, peilloze wanhoop – de donkere nacht van de ziel, waar voor menig aspirant geen einde aan komt.

Want de laatste zet is aan God, en de Almachtige laat zich niet dwingen of haasten, die laat je liever in je eigen sop gaarkoken, voor je eigen bestwil natuurlijk, prijs de Heer, keer op keer.

Je ziet, verhalen zat.

Voor elk wat wils en anders verzin je zelf maar wat.

Heb je er voorgoed tabak van, zoals ik, dan prop je alle verhalen in de loop van een kanon, dit verhaal ook.

Aanstampen, aansteken, BOEM!

Leeg is je spirituele canon.

De mensheid maakt drie stadia door

Omdat je het in De Zachte Kracht steeds over 'dansen als een derwisj' hebt, permitteer ik me een citaat van de soefi Juzjani:

"De mens beeldt zich in dat hij de Waarheid kent en de goddelijke perceptie. In feite weet hij niets."*

* Het pad van de Soefi, Idries Shah, 2009, pagina 197.

Hoe Juzjani dat weet wordt nergens vermeld.

Wij mindere goden moeten het dus op gezag aannemen, een hachelijke zaak.

Wat hij er precies mee bedoelt, wordt ook al niet vermeld.

Dat de mens principieel geen toegang heeft tot de Waarheid en de goddelijke perceptie?

Dat er niet zoiets is als de Waarheid en de goddelijke perceptie?

Dat de Waarheid en de goddelijke perceptie alleen toegankelijk zijn voor de soefi, die daarom geen mens is, tenminste geen gemiddeld mens?

We kunnen het Juzjani niet meer vragen.

Daarom voor de zekerheid een tweede citaat van een andere beroemde soefi, die maar liefst veertigduizend kwatrijnen bij elkaar ululeerde, Jalaludin Rumi.

"De mensheid maakt drie stadia door. Eerst aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen. Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij God. Ten slotte zegt hij niet: 'Ik aanbid God'; ook niet: 'Ik aanbid God niet.'"*

* Idem, pagina 229.

In plaats van God kun je hier een van je eigen eternalistische koosnaampjes gebruiken, het Bewustzijn, de Bron, het Zelf, de Boeddha, het Zijn, de Tao, het Mysterie, de Zachte Kracht enzovoort:

Ten slotte zegt hij niet: 'Ik aanbid het Bewustzijn'; ook niet: 'Ik aanbid het Bewustzijn niet.'

Ten slotte zegt hij niet: 'Ik aanbid het Zelf'; ook niet: 'Ik aanbid het Zelf niet.'

Ten slotte zegt hij niet: 'Ik aanbid de Boeddha'; ook niet: 'Ik aanbid de Boeddha niet.'

Ten slotte zegt hij niet: 'Ik aanbid de Zachte Kracht'; ook niet: 'Ik aanbid de Zachte Kracht niet.'

Om het citaat van Rumi verder aan te passen aan onze postchristelijke postmoderne tijd moeten we misschien het eerste en het tweede stadium omwisselen:

De mensheid maakt drie stadia door. Eerst aanbidt hij God. Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen. Ten slotte zegt hij niet: 'Ik aanbid alles'; ook niet: 'Ik aanbid alles niet.'

Hoe je het ook wendt of keert, Rumi was niet voor één gat te vangen.

Mooie definitie van verlichting?

Zeg ja en je bent voor één gat te vangen.

Zeg nee en je zit in het volgende gat.

De Zacht Kracht komt onverwacht

Beste Hans,

Dank voor je reactie op De Zachte Kracht. Ik zou er een heleboel over kunnen zeggen maar ik beperk me tot één vraag. Klopt het dat jij je verheven voelt boven al die zoekers voor wie het spirituele verstand het eindstation is? Heb jij inderdaad het idee dat iedereen het verkeerd ziet behalve jij? Dat jij verder gaat dan iedereen? Zie jij jezelf als de enige ware verlichte? Lijkt het maar zo of is jouw spiritualiteit één grote egotrip?

Hans: Als dit één vraag was, ben ik blij dat het er niet meer zijn.

Flavia: Nou?

Hans: Nee, ik voel me niet verheven boven zoekers voor wie het spirituele verstand een eindstation is.

Ook niet boven mensen voor wie het gezond verstand het eindstation is.

Ik voel me ook niet hun gelijke.

Ik voel me ook niet hun mindere.

Wie of wat of dat ik ben is voor mij een onuitgemaakte zaak, om over anderen nog maar te zwijgen.

Wie zou zich dan waarop moeten laten voorstaan in vergelijking met wie?

Ik zeg alleen maar dat ik er niet meer in kan geloven.

In het gezond verstand niet, in het spiritueel verstand niet, in welke verstand dan ook niet.

En laat het onverstand ook maar zitten.

Als een natte hond schud ik alles van me af.

Kijk, een regenboog!

Flavia: Noem dat maar wijsheid.

Hans: Ik maak geen aanspraak op wijsheid of dwaasheid.

Flavia: Noem dat maar verlichting.

Hans: Ik waan me niet verlicht of onverlicht, gehecht of onthecht, aards of heilig, egoïstisch of egoloos of wat dan ook.

Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Dat is nu net de grap.

Flavia: De Kosmische Grap.

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: De Waarheid is voorbij de woorden.

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: Denk je dat je ooit de weg naar het spirituele verstand zult vinden?

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: Het spirituele verstand is nota bene je eigen woord!

Hans: Kun je nagaan.

Flavia: Wat blijft er over als alle woorden hun zeggingskracht verliezen?

Hans: Niet alle. Al die. Van jou. En zo.

Flavia: Wat blijft er over als al die woorden hun zeggingskracht verliezen?

Hans: Voor mijn part de zachte kracht.

218. Gebed zonder end

'Wat is satsang, Hans?'

'Een dwaalgesprek met je leraar.'

'Wat is niet-weten?'

'Een dwaalgesprek met jezelf.'

'Wat is het verschil?'

'Het eerste is eindig.'

219. Het uiteindelijke doorzien is de kosmische grap

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Daar gaan we weer.

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Meester: Uiteindelijk zie je in dat er nooit een kosmos of een grap is geweest.

Leerling: Wat?

Meester: Lachen.

Vragen aan de lezer

Heb jij het uiteindelijke al gezien?

Heb je het uiteindelijke al doorzien?

Heb je het doorzien van het uiteindelijke al doorzien?

220. Tussen nu en ooit vind je de deur naar non-dualiteit

Nu-isme is van alle tijden.

Goeroe: Wie naar de toekomst verlangt, wil het heden mijden.*

* Uitspraak van Jiddhu Krishnamurti (1895-1986).

Agnost: Verlangen vindt plaats in het heden.

Goeroe: Daar zegt u me wat.

Agnost: Mijden vindt eveneens plaats in het heden.

Goeroe: Verdraaid.

Agnost: Dus dat kan het probleem niet zijn.

Goeroe: Wat kan het probleem wel zijn?

Agnost: Wie naar het heden verlangt, wil de toekomst of het verleden mijden.

Goeroe: Ja, zo kun je het ook zien.

Agnost: Wie het mijden wil mijden, verlangt naar een toekomst of verleden zonder vermijding.

Goeroe: U draait het helemaal om.

Agnost: En wie naar een goeroe gaat wil aan het heden ontsnappen.

Goeroe: Maar ik verwijs ze toch juist naar het heden?

Agnost: Daarom komen ze juist naar u toe.

Goeroe: Waarom komen ze juist naar mij toe?

Agnost: Omdat u ze een toekomst voorspiegelt zonder verleden.

Goeroe: Dat lijkt me een heel goede reden.

Agnost: Zo trekt u ze uit hun heden.

Nu-isme: het idee dat alleen het nu reëel is, en het ideaal om helemaal in het heden te leven, zonder gisteren of morgen, zonder spijt of zorgen.

221. Tussen voorwiel en achterwiel vind je de deur naar non-dualitijd

Racefiets waarvan de wielen klokken zijn.

^ Tussen voorwiel en achterwiel vind je de deur naar non-dualitijd.

222. Tussen geloof en werkelijkheid vind je de deur naar non-dualiteit

Goeroe: Geloof is één ding, werkelijkheid een ander.*

* Uitspraak van Jiddhu Krishnamurti (1895-1986).

Agnost: Gelooft u dat werkelijk?

Goeroe: De werkelijkheid is de enige waarheid.

Agnost: Gelooft u dan in de werkelijkheid?

Goeroe: Gelooft u dan niet in de werkelijkheid?

Agnost: Ongeloof is één ding, onwerkelijkheid een ander.

223. Kun je de dingen zien zoals ze zijn?

Denker: Echte filosofie is om de dingen te zien zoals ze zijn.*

* Uitspraak van Georges-Louis Leclerc de Buffon (1707-1788).

Agnost: Denkt u dat je de dingen kunt zien zoals ze zijn?

Denker: Wat is echte filosofie volgens u?

Agnost: Je afvragen of je de dingen kunt zien zoals ze zijn?

Denker: Is dat alles?

Agnost: Nagaan of de dingen waarvan je denkt dat je ziet zoals ze zijn wel echt zijn?

Denker: Ik weet het niet hoor.

Agnost: Ik ook niet hoor.

Denker: Filosofie is om de dingen te zien zoals ze echt zijn.

Agnost: Denkt u dat u de filosofie ziet zoals ze echt is?

Denker: Wat ziet u als u naar de filosofie kijkt?

Agnost: Een eindeloze optocht van mensen die denken dat alleen hun filosofie echt is.

Denker: U denkt toch ook dat alleen uw filosofie echt is?

Agnost: Ik denk niet dat ik echt een filosofie heb.

Denker: U geeft het in elk geval toe.

Agnost: Je hebt echt geen filosofie nodig om de dingen te zien zoals ze zijn.

224. Piekeren over piekervaringen

Weg van jezelf

Beste Hans,

Als kind van een jaar of tien heb ik eens een heel bijzondere ervaring gehad die me nooit meer heeft losgelaten. Ik was ziek maar ik denk niet dat het er iets mee te maken heeft. Ik noemde die ervaring destijds, en nu nog steeds, mijn buikgevoel.

Gevoel is niet het goede woord maar ik weet niet hoe ik het anders moet noemen. Het voelde alsof alles licht en donker tegelijk was, zacht en hard, dicht en ijl, dik en dun. Alle extremen vertegenwoordigd en duidelijk aanwezig en toch niet van elkaar gescheiden.

Het zinderde als elektriciteit, zacht als dons en toch intens als de bliksem. Het was in mij en ik was daarin. Vrede, volledige helderheid, het lichaam in rust maar helemaal levend en aanwezig ondanks mijn ziekte. Het klopte precies, vraag me niet waarom of waarmee, en ook al wist ik niet wat het was, het voelde... thuis. Iets heerlijkers bestond er niet. Later is dat gevoel nog vaak teruggekomen, vanzelf, zonder dat ik er iets voor hoefde te doen.

Ik heb het jarenlang voor me gehouden omdat ik niet wist hoe ik het onder woorden moest brengen. Hoe zeg je zoiets? Op een dag zei ik tegen mijn ouders: 'Wat ik ben, zijn jullie in essentie ook, toch?' Het was als vraag bedoeld en hun bevestiging was heel belangrijk voor me, maar ze lachten erom. Mede door die ervaring begon ik me lichamelijk en geestelijk af te sluiten, met alle gevolgen van dien. Een verhaal op zich maar dat doet er nu niet toe.

Als twintiger ben ik op onderzoek gegaan om erachter te komen wat dat buikgevoel nu precies was, en vooral wat ik moest doen om het terug te krijgen. Tien jaar lang deed ik niets anders dan lezen, schrijven, leraren bezoeken en nadenken.

Uiteindelijk heb ik ontdekt dat 'ik' daar helemaal niets voor kan doen. Integendeel, ieder doen staat het in de weg, maar hoe moest ik dat weten? Wat ik wel wist, puur intuïtief, was dat ik uiteindelijk tot één punt zou komen, dat ik alles tot één punt zou kunnen herleiden. Alleen was dat punt natuurlijk geen punt, maar de leegte.

Toen ik bij die leegte was uitgekomen, heb ik dezelfde weg nog eens afgelegd, maar nu in omgekeerde richting. Vanuit de leegte zag ik dat alles diezelfde nietsheid was. Om dat te kunnen bevatten heb ik er een draai aangegeven, aan die leegte, zodat het een negatief werd van de volheid, een antiding, een onsubstantie, enfin, een hoop geredeneer en gedoe om het allemaal kloppend te krijgen en vanuit de leegte terug te kunnen keren naar de wereld.

Natuurlijk kon ik er toen helemaal niets meer mee. Ik zat te weinig in mijn lijf, te veel in mijn hoofd en ik raakte steeds verder van huis. Ik kon niets meer voelen, alleen nog maar denken, en mijn buikgevoel was compleet onbereikbaar.

Tot ik hoorde, las en uiteindelijk ook inzag dat het denken zelf gezien wordt door iets achter dat denken. Ik moest achter dat denken zien te geraken, het denken passeren door niet meer te denken, dat wil zeggen, door niets meer te weten.

Mijn laatste leraar (ik heb er al heel wat versleten!), een non-dualist in hart en nieren, heeft me helpen inzien dat mijn lichaam geen object is. Ik besta, ik leef, ik ben er gewoon, hier en nu, er is gewoon Bestaan, Zijn, Leven, alleen maar Dit. Een Zelf maar geen zelf, niet een 'ik' die er is, mijn hart slaat vanzelf, ik haal vanzelf adem, het regelt zichzelf, het doet zichzelf, daar ben ik niet voor nodig.

Maar ja. Ondertussen schuilt er in dit Leven dat zichzelf schijnt te leven gewoon een heel bang meisje dat als kind werd uitgelachen vanwege haar ideeën over wie ze echt was.

Mijn buikgevoel klopt, dat weet ik heel zeker. Maar ook al heb ik het gevoel dat het echt niet anders kan zijn, toch wilde en wil ik het van iemand anders horen.

Zo'n paradox: ik weet dat de ander eigenlijk alleen in mij bestaat. En dan toch van 'hem' of 'haar' willen horen...

Nog zo'n paradox: hoe kan ik nu zeker weten dat mijn buikgevoel klopt als ik al sinds vele jaren weet dat er niets te weten valt?

Bovendien, hoe helder het ook is, dat gevoel komt en gaat. Volgens advaita is alles wat komt en gaat niet echt. Maar juist vanuit het kennen, als alles echt stil is in mij, als ik mijn lichaam even niet zie als een object, als het ego zich er even niet mee bemoeit of ermee aan de haal probeert te gaan, dan komt het buikgevoel vanzelf weer op. Soms blijft het zelfs even hangen maar dan begint al gauw het gedoe met het ego weer, dat het veroordeelt of claimt.

Al die tegenstrijdigheid. Wat klopt hier nu wel of niet? Ik weet niet of ik me duidelijk heb uitgedrukt. Snap je mijn probleem?

Mijn leraar geloof ik niet. Die heeft het steeds over 'Intimiteit' in de zin van 'de smaak van het Zijn dat wij delen'. Ik probeer er al jaren achter te komen of zijn Intimiteit gewoon een ander woord is voor mijn buikgevoel, maar daar komen we blijkbaar niet uit. Vandaar dat ik nu mijn pijlen op jou richt.

Weg van de levensverhalen

Beste Ester,

Dank je wel dat je deze versie van je levensverhaal met me hebt willen delen.

Ik zeg 'deze versie' omdat je je levensverhaal wel voortdurend zal herschrijven.

Pakweg tien jaar geleden zal het een heel ander verhaal geweest zijn dan nu, en over tien jaar zal het wel weer compleet veranderd zijn, of denk jij van niet?

Als alle eerdere versies van je levensverhaal bij nader inzien onwaar blijken te zijn en gereviseerd moeten worden in het licht van de nieuwste ontwikkelingen, hoe groot is dan de kans dat het huidige verhaal standhoudt?

Of een toekomstige versie?

Als alle verhalen op den duur onhoudbaar zijn, waarom dan al die moeite om ze op te schrijven?

Kun je ze niet net zo goed meteen weggooien?

Wie hou je eigenlijk voor de gek?

En je allerlaatste levensverhaal, geschreven vlak voor je dood – zou dat standhouden als je nog wat langer te leven zou hebben, laten we zeggen tien jaar, honderd jaar, duizend jaar, eeuwig?

Als je eeuwig zou leven, zou je levensverhaal dan ook eeuwig duren?

Aan wie zou je het dan ooit kunnen vertellen, wie zou er nog naar je willen luisteren?

Zou je het zelf nog kunnen aanhoren?

Hoeveel tijd ben je inmiddels al kwijtgeraakt aan het schrijven en herschrijven en herschrijven van je levensverhaal?

Wat heeft het je tot nog toe gebracht?

Aan hoeveel mensen heb je het al verteld?

Hoeveel mensen lopen er rond met eerdere versies van je levensverhaal, die je ze met veel moeite op de mouw hebt gespeld en nu met nog meer moeite zult moeten corrigeren of herroepen?

Veel mensen denken net als jij dat hun leven, het leven, een legpuzzel is.

De stukjes hebben ze al, nu nog even aan elkaar leggen.

Dan zullen ze eindelijk het grote plaatje zien.

Maar is dat wel zo?

Is er wel een groter plaatje?

Is er maar één groter plaatje?

Wat als er wel duizend grotere plaatjes zijn?

Dit zijn de eerste vragen die in me opkwamen bij het lezen van je brief. Over naar de inhoud.

Weg van de logica

Volgens mij zit jij met twee paradoxen in je eh... maag.

Ten eerste vraag je je af hoe je je 'buikgevoel' moet rijmen met niet-weten.

Aan de ene kant ben je van mening dat je buikgevoel klopt, dat het waar is, dat het iets over de werkelijkheid zegt, misschien wel over de hoogste werkelijkheid; aan de andere kant ben je van mening dat je niets kunt weten, dus ook niet over de waarheid of de hoogste werkelijkheid.

Ten tweede vraag je je af hoe je je buikgevoel moet rijmen met advaita.

Je gevoel zit volgens de advaita vedanta immers aan de 'gekende kant', die vergankelijk is en daarom illusoir zou zijn, terwijl het ware zelf juist het onvergankelijke, onkenbare kennen (of de onvergankelijke, onkenbare kenner) van het gekende zou zijn, dat zich op geen enkele wijze manifesteert, dus ook niet als een piekervaring.

In beide gevallen – niet-weten en advaita – is je buikgevoel een waardeloze illusie, terwijl het nu net het heerlijkste, mooiste en meest authentieke is dat je ooit hebt ervaren.

Ergens klopt er dus iets niet, maar wat?

Is je buikgevoel vals?

Heb je het wel juist geïnterpreteerd?

Is niet-weten onzin?

Heb je het wel goed begrepen?

Is advaita een dwaalleer?

Heb je je wel goed geïnformeerd?

Begrijp jij je leraren verkeerd, of zij hun leer?

De eenvoudigste manier om aan een paradox te ontsnappen, is hem laten bestaan.

Ik bedoel, waarom moet je buikgevoel in overeenstemming worden gebracht met niet-weten en advaita?

Waarom moet je logisch zijn?

Als ik je buikgevoel goed begrijp, heeft het iets weg van een eenheid van tegendelen, waarin licht en donker, zacht en hard, dicht en ijl, dik en dun, rustig naast elkaar bestaan.

Is er in die buik misschien ook ruimte voor de tegenstellingen waarmee je worstelt: weten en niet-weten, buikgevoel en niet-weten, buikgevoel en advaita, niet-weten en advaita, de gekende kant en de kennende kant?

Zo ja, wat is dan nog het probleem?

Geen probleem.

In ieder geval niet in je buik.

Vanuit je buik.

Als buik.

Daarbuiten is natuurlijk een andere zaak.

En als ik het goed begrijp ga je vaak uit je buik.

Weg van advaita

Hoe valt je buikgevoel te rijmen met advaita?

Door de ijzeren logica van de advaita vedanta tegen zichzelf in te zetten.

Advaita stelt dat álle ervaringen, dus ook je buikgevoel, aan de 'gekende' kant zitten.

Volgens de leer is alles aan de gekende kant vergankelijk en dus, vanuit het perspectief van de eeuwigheid bezien, zonder waarde.

Als dat waar is dan geldt het natuurlijk ook voor de advaitavada zelf, die net zo goed tot de gekende kant behoort.

Dat je het doek bent, niet de film, is gewoon de volgende film.

Weg ermee, probleem opgelost.

Je kunt ook vraagtekens zetten bij het merkwaardige uitgangspunt dat het ware onveranderlijk moet zijn.

Waarom eigenlijk?

Wie zegt dat op wiens gezag?

Waarom zou het tijdelijke onecht zijn in plaats van echt maar tijdelijk?

Je kunt ook vraagtekens zetten bij het onderscheid tussen het kennen en het gekende, tussen het bewustzijn en zijn inhouden, waarop de advaita vedanta patent meent te hebben.

Waarom zou het gekende niet zelfkennend zijn?

Is er wel zoiets als een bewustzijn los van zijn inhouden?

Hoe stel je zoiets vast, als het vermeende bewustzijn helemaal geen eigenschappen heeft?

Natuurkundigen uit de negentiende eeuw redeneerden dat lichtgolven net als geluidsgolven en watergolven een medium nodig hebben om zich in te kunnen verplaatsen, en noemden dat medium ether.

Die ether is nooit gevonden.

Waarom bewustzijn dan wel?

Heb jij het al gevonden?

Zeker weten dat het geen illusie is?

Weg van niet-weten

Wat betreft de vraag hoe je buikgevoel valt te rijmen met niet-weten: een radicaal niet-weten is op zichzelf al paradoxaal.

Als je niets weet, dan ook niet dat je niets weet.

Net als met de beroemde leugenaarsparadox: 'deze zin is gelogen'.

Als hij waar is, is hij onwaar en als hij onwaar is, is hij waar.

Een radicaal niet-weten gaat onmiddellijk aan zichzelf ten gronde.

Dat kun je zien als het einde van niet-weten of als het toppunt ervan of beide of geen van beide.

Hoe je het ook ziet, het resultaat is dat je niet langer iets weet en niet langer niets weet.

In die zin is ieder (niet) weten een wetend niet weten.

Zowel het weten als het niet-weten staan voorgoed tussen aanhalingstekens.

Niet-weten is inderdaad niet te verenigen met een buikgevoel dat klopt.

Maar 'niet-weten' is probleemloos te verenigen met 'een buikgevoel dat klopt'.

De aanhalingstekens duiden op een onvoorwaardelijk voorbehoud, of liever, een 'onvoorwaardelijk voorbehoud'.

Je gelooft in geen van beide heilig.

Noch in niet-weten, noch in je buikgevoel.

Weg paradox.

Weg van de woorden

Zoals een consequent doorgeredeneerd niet-weten zichzelf vernietigt, waarna je weer met lege handen staat, zo maakt een consequent doorgeredeneerd advaita korte metten met zichzelf, waarna je weer met lege handen staat.

Onderweg ziet de wereld er vanuit agnose misschien anders uit dan vanuit advaita, maar in de limiet komen ze op hetzelfde neer.

Waarop?

Nergens op.

Hoe moeten we dit 'nergens op' noemen zonder meteen teveel te zeggen?

Het weten voorbij?

Niet-weten voorbij?

De dualiteit voorbij?

De non-dualiteit voorbij?

Het zijn voorbij?

De eenheid voorbij?

De essentie voorbij?

Advaita voorbij?

Het voorbijzijn voorbij?

Je kunt van verlichting spreken of van verduistering of toch maar weer van niet-weten.

Je kunt het een debacle noemen of een triomf of beide of geen van beide.

Je kunt 'tja' zeggen, je schouders ophalen of je mond houden.

Wat maakt het allemaal uit?

Weg van de piekervaringen

De gemeenschappelijke term van je paradoxen is je buikgevoel.

Uit je brief krijg ik de indruk dat dit buikgevoel voor jou niet alleen een heerlijke, voorbijgaande ervaring is maar ook, en misschien wel vooral, een manifestatie van de Waarheid of de hoogste Werkelijkheid of het Leven of het Zijn dat je ten diepste zou zijn.

Maar is het dat wel?

Hoe stel je zoiets vast?

Zelf heb ik ook allerlei mooie en rare ervaringen.

Ik spreek er niet graag over want dan gaan de mensen alleen maar denken dat het bij niet-weten om ervaringen gaat.

Piekervaringen, mystieke ervaringen, eenheidservaringen, heelheidsbeleving, kensho, satori, ananda, jhana, moksha, samadhi, of hoe het ook allemaal mag heten.

Niets is minder waar.

Maar omdat je buikgevoel in jouw brief centraal staat, zal ik je zeggen wat ik zoal ervaar.

Soms voel ik grote dankbaarheid.

Soms voel ik me gedragen door de wereld.

Soms voel ik een overweldigende, zalige nietigheid.

Soms voel ik me uitstromen naar en opgaan in de wereld.

Soms voel ik me het water waar ik naar kijk of een blaadje dat erin drijft, dikwijls vervloeit mijn lichaam en verliest het zijn vaste vormen en contouren.

Soms hebben alle vormen en kleuren een verhevigde intensiteit.

Soms zindert en trilt alles alsof ik de atomen of de energie zelf kan zien.

Soms hou ik van alles en iedereen.

Vaak vind ik alles mysterieus en majestueus.

Vaak heb ik onder een oppervlakkige rusteloosheid een gevoel van diepe vrede.

Vaak zie ik in de spiegel tot mijn verbazing weer niet de glimlach op mijn gezicht die mijn hart verwarmt.

Sommige van deze 'ervaringen' had ik vroeger ook al, andere pas sinds ik 'niet meer weet'.

Ze duren seconden, minuten, uren of vormen dagenlang de achtergrond waartegen allerlei andere ervaringen/verschijnselen optreden, die ermee in overeenstemming of eraan tegengesteld zijn.

Dat was het wel zo'n beetje.

Voor veel mensen zijn ervaringen het hart en de ziel van hun spiritualiteit.

Voor mij heeft het een niets met het andere te maken.

Integendeel, wat mij betreft stellen ervaringen niets voor.

Ik onderga ze, verder kunnen ze me gestolen worden.

Eerlijk gezegd heb ik geen idee meer welke van mijn ervaringen ik tot de spirituele moet rekenen en welke tot de normale.

Zijn ervaringen zoals zien, proeven, ruiken, niesen, ademhalen, plassen, klaarkomen, zwemmen, dansen, dromen of hallucineren soms minder waard dan de unio mystica, de extase, innerlijke vrede, een godsvisioen?

Waarom zou ik de ene ervaring hoger aanslaan dan de andere?

In mijn beleving zijn alle ervaringen precies even gewoon of bijzonder.

Weg van de duidingen

Ervaringen zijn ervaringen, ze komen en ze gaan en wat doe je eraan.

Belangrijker is wat je ermee doet, hoe je ermee omgaat.

Vervult een ervaring je met trots?

Wil je er de baas over zijn?

Laat je je erop voorstaan?

Moet de hele wereld het weten?

Welke conclusie trek je eruit?

Mag ik, bijvoorbeeld, uit mijn diepe dankbaarheid concluderen dat het bestaan een cadeau is?

Mag ik uit mijn zalige nietigheid concluderen dat ik eigenlijk niets ben?

Mag ik uit mijn uitstromen naar de wereld concluderen dat ik eigenlijk alles ben?

Mag ik uit het zinderen van de dingen concluderen dat alles eigenlijk energie is?

Mag ik uit de verhevigde intensiteit van de dingen concluderen dat er een onbemiddelde werkelijkheid is waarmee ik op dat moment in contact sta?

Mag ik uit mijn aanvallen van liefde voor alles en iedereen concluderen dat ik liefde ben of dat alles liefde is?

Mag ik uit mijn aanvallen van be- en vervreemding concluderen dat het leven een mysterie is?

Mag ik uit mijn innerlijk vrede concluderen dat alles goed is zoals het is?

Mag ik uit mijn 'piekervaringen' concluderen dat ik de hoogste piek heb bereikt, een bijzonder mens ben, misschien wel ontwaakt, gerealiseerd, verlicht?

Zo ja, moet ik dan bij het uitblijven van deze ervaringen, dus tussen deze ervaringen in, mijn conclusies herroepen?

Moet ik bij tegengestelde ervaringen, bijvoorbeeld van ondankbaarheid, weerzin, hoogmoed, eenzaamheid, matheid en innerlijke onrust, tot tegenovergestelde conclusies komen?

Ik moet er niet aan denken.

Zo blijf ik aan het concluderen, voortdurend van het ene zelfbeeld in het andere schietend, van het ene wereldbeeld in het andere, van de ene werkelijkheid in de andere, van de ene waarheid in de andere, van de ene wijsheid in de andere, van de ene gemoedstoestand in de andere.

Voor mij is een mooie ervaring een mooie ervaring en niet meer dan dat.

Ik zal niet zeggen dat ik er nooit conclusies uit trek, daar ga ik niet over.

Maar als het al eens gebeurt, vallen ze subiet ten prooi aan niet-weten, waar ik trouwens ook niet over ga.

Ervaring weg, conclusies weg, volgende patiënt.

Idem dito voor negatieve ervaringen.

Daarom is het voor mij geen enkel probleem dat mooie ervaringen voorbijgaan.

Ik hang er immers niets aan op.

Geen diepste waarheid, geen hoogste werkelijkheid, geen egoloosheid of superego.

Ik vind mezelf geen bijzonder mens omdat ik iets wel of niet ervaar.

Ik vind mezelf geen verliezer omdat ik iets niet of wel ervaar.

Ik denk nooit: o jee, mijn mooie ervaring is voorbij, dan ben ik mijn lichaam zeker weer als object gaan zien, of dan heeft mijn ego zeker weer de kop opgestoken.

Het voorbijgaan van mijn ervaringen betekent voor mij niet dat ik iets verkeerd doe, niet dat ik moet stoppen met iets te doen, niet dat ik moet niet-doen of moet loslaten.

Het voorbijgaan van mijn ervaringen betekent voor mij alleen maar het voorbijgaan van mijn ervaringen.

Het betekent niets.

Betekent het toch iets, dan heeft dát niets te betekenen.

Heeft het dat toch, dan heeft dát niets te betekenen, enzovoort.

Kortom, laat maar gaan.

Ik heb er niets aan, aan die ervaringen niet, ze brengen me niets anders dan zichzelf, dus kan ik ook niets kwijtraken als ze, zoals alle ervaringen altijd, de geest geven.

Mijn geest is een vrije radicaal, die bindt zich nergens aan.

Ook niet aan mij.

Ook niet aan het idee van het ware zelf.

Ook niet aan het idee van de geest als vrije radicaal.

Ook niet aan het idee van de geest.

Ook niet aan het idee van de niet-geest.

Niet-weten is geen ervaring.

Het heeft geen ervaringen nodig.

Het heeft er ook geen last van.

Niet-weten is immuun voor ervaringen.

Weg van de bevestigingen

Wanneer je ervaringen alleen maar ziet als ervaringen en niet als vingers die naar de maan wijzen, dan dondert het niet wat anderen ervan vinden.

Jij hebt je buikgevoel, dat is een fijn gevoel, het fijnste dat je kent, een thuiskomen, wat maakt het uit of anderen het herkennen of erkennen?

Waarom moeten je ouders het bevestigen?

Waarom moeten de boekjes het bevestigen?

Waarom moeten je leraren het bevestigen?

Waarom moet ik het bevestigen?

Wat maakt het uit of de intimiteit van leraar A of de universele liefde van leraar B of de eenheidservaring van leraar C of de smaak van het Zijn van leraar D of de innerlijke glimlach van Hans van Dam in wezen of in grote lijnen identiek zijn aan of verschillend van jouw buikgevoel?

Wat bewijst dat?

Wat moet je met die bewijzen?

Nu we het er toch over hebben: waarom is het zo erg dat je ouders jou niet begrijpen?

Jij kunt of wilt hun toch ook niet begrijpen?

Jij deed en doet toch ook niet echt je best om hun te begrijpen in hun onbegrip voor jou, in hun gezond verstand, in hun overtuiging (neem ik nu maar even aan) dat er een onoverbrugbare kloof bestaat tussen menselijke individuen onderling en tussen het individu en de wereld?

Probeer eerst zelf maar eens wat begrip op te brengen voor je ouders, zou ik zeggen, voor je aanspraak maakt op het hunne.

Of zie het wederzijdse onbegrip rustig onder ogen zonder je meteen in verwijten te verliezen.

Of verlies je in verwijten zonder jezelf daarvoor verantwoordelijk te stellen.

Of hou jezelf ervoor verantwoordelijk zonder jezelf dáárvoor verantwoordelijk te stellen.

Al was het maar voor de verandering.

Ook het onbegrip tussen jou en je leraren schijnt wederzijds te zijn.

Ikzelf zou jouw buikgevoel kunnen gaan duiden in termen van niet-weten, maar wat schiet je ermee op?

Het enige dat het oplevert is wéér een analogie, met de onvermijdelijke overeenkomsten en de al even onvermijdelijke verschillen.

Zo blijf je aan de gang.

En je leraren helemaal, de arme donders.

Weg van de gedachten

Als je het echt zo nodig allemaal onder woorden moet brengen, zijn er waarschijnlijk geen betere termen dan je eigen termen.

Alleen wie geen eigen woorden kan vinden moet genoegen nemen met die van anderen.

Die zijn net als alle confectiekleding ofwel te groot ofwel te klein.

Meestal te groot, vrees ik.

Extra extra large.

Bewustzijn!

Boeddha!

Brahman!

Essentie!

Tao!

God!

Liefde!

Mededogen!

Eeuwigheid!

Ga toch lekker in die buik van je zitten, laat die buik lekker in jou zitten, jullie passen elkaar als een handschoen, iets passenders zul je misschien nooit vinden.

Kun je leven met de gedachte dat nooit iemand je buikgevoel onvoorwaardelijk zal bevestigen of dat een onverhoopte bevestiging niets zal veranderen?

Nee?

Kun je dan misschien leven met de gedachte dat je daar niet mee kunt leven en toch steeds naar bevestiging zult blijven zoeken?

Nee?

Kun je dan misschien leven met de gedachte dat je niet kunt leven met die gedachte?

Nee?

Kun je leven met de gedachte dat je buikgevoel komt en gaat, wat je ook doet of laat?

Nee?

Kun je dan misschien leven met de gedachte dat je daar niet mee kunt leven en toch blijft doen en laten?

Nee?

Kun je dan misschien leven met de gedachte dat je niet kunt leven met die gedachte?

Nee?

Kun je leven met de gedachte dat je misschien nooit zult weten wat je buikgevoel precies betekent en of het wel iets betekent?

Nee?

Kun je dan misschien leven met de gedachte dat je daar niet mee kunt leven en toch blijft interpreteren en verklaren?

Nee?

Kun je dan misschien leven met de gedachte dat je niet kunt leven met die gedachte?

Nee?

Maakt niet uit, het zijn allemaal maar gedachten.

Ook dit is maar een gedachte.

En het is met gedachten al net als met ervaringen: ze glippen voortdurend door je vingers.

Weg van niet-denken

Dat het denken gepasseerd kan worden door niets meer te denken, zoals jij stelt, is me niet bekend.

Zelf ben ik het denken in elk geval niet voorbij.

Ik heb weleens gelezen van mensen die urenlang niets denken, sommige Aspergers bijvoorbeeld, Socrates, en wie weet de doden.

Van de spirituele leraar en dwarskont U.G. Krishnamurti herinner ik me een passage waarin hij verklaart dat zijn denken sinds zijn realisatie van nature stilstaat, dat de tijd voor hem verstrijkt zonder te verstrijken totdat iets, of iemand, of zijn lichaam, wat roept of vraagt en het denken weer op gang helpt, maar zodra het zijn taak volbracht heeft, valt het weer stil.

Zelf heb ik dat nooit meegemaakt – behalve misschien tijdens de zogenaamde droomloze slaap, maar daar heb ik geen concrete herinneringen aan.

Had ik ze wel dan zou ik ze niet vertrouwen.

Verder is het altijd bal in mijn bovenkamer.

Voor getuigenissen over gedachteloosheid moet je niet bij mij zijn.

Voor mij is niet-denken heel wat anders dan niet-weten.

Voor mij is niet-weten een radicaal andere vorm van denken.

Een zelfbewust en zelfvernietigend denken.

Een denken dat spontaan tegenwicht biedt, of lijkt te bieden, aan het wetende denken wanneer en voor zolang dat nodig is.

En dan zelf in rook opgaat.

Of zo nodig op zijn beurt weersproken wordt door een volgende gedachte, enzovoort.

Weg van de filosofie

Dat de ander van wie je bevestiging zoekt alleen in jou zou bestaan, zoals jij stelt, is een solipsistische gedachte.

De filosofie van het solipsisme, nauw verwant met die van de advaita vedanta, is bij mijn weten noch te bewijzen noch te ontkrachten.

Sommigen nemen het voor waar aan en putten er troost en kracht uit.

Anderen nemen het voor waar aan en worden er eenzaam en verdrietig van.

Weer anderen houden het voor onwaar.

Ikzelf houd het alleen maar voor mogelijk, wat het onmogelijk maakt er conclusies uit te trekken.

Dat is wel zo rustig.

Zelf ben ik weliswaar een liefhebber van de filosofie en kan ik enorm genieten van al die wonderlijke ideeën, maar alleen nog als verschijnsel, niet meer als waarheid.

Theorieën zijn bloemen van de geest.

Kijken, niet plukken.

Dat theorieën bloemen van de geest zijn, is ook zo'n bloem.

Wat mij betreft is er in de spiritualiteit geen plaats voor welke theorie dan ook.

Kijken, niet plukken.

Spiritualiteit is voor mij geen idee, maar een vrijplaats, een asiel, een terp, ademruimte, een lege ark doelloos ronddrijvend in een onafzienbare zee van wetendheid.

Ook dit is maar een idee – weg ermee.

Weg van de leegte

Jouw gedachte dat alles leegte is, ken ik onder meer uit het boeddhisme.

Zelf kan ik dat bevestigen noch ontkennen.

Van alles weet ik niets.

Van niets ook niet.

Heb je er weleens bij stilgestaan dat het concept 'leegte' zelf ook leeg zou kunnen zijn?

Weg van de zekerheid

Net als in jou schuilt er in mij ook een bang meisje.

Jongetje.

Diertje.

Of Angsthaas en ik ooit van elkaar verlost zullen worden, betwijfel ik.

Of ik ooit verlost zal worden van mijn incidentele verlangen ervan verlost te worden betwijfel ik ook.

Of ik dat incidentele verlangen moet opvatten als een betrouwbaar signaal over of vanuit een of ander persoon, zeg Hans van Dam, betwijfel ik ook.

Dat die persoon een illusie is, betwijfel ik ook.

Enzovoort, enzovoort.

Conclusie?

Weg van de weg

Beste Hans,

Diep in mijn hart heb ik altijd gehoopt dat iemand me nog eens schaakmat zou zetten, helemaal. Alle ruimte krijgen en tegelijk geen kant meer op kunnen. Gewoon perplex staan. Niet vanwege één idee of ervaring of gebeurtenis of toestand maar totaal. En wat er dan overblijft, of niet overblijft...

Is er nu iets verandert? Misschien alles. Misschien niets. Moet er iets veranderen? Moet er iets hetzelfde blijven? Ik kan eigenlijk niets anders zeggen dan 'bedankt'. En ik weet niet eens waarvoor!

225. Meester tussen hoofd en hart

Is het hoofd het hart?

Leerling: Wat is het verschil tussen het hoofd en het hart?

Meester: Is er een verschil tussen het hoofd en het hart?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen het hoofd en het hart?

Meester: Is er een overeenkomst tussen het hoofd en het hart?

Leerling: Wat is de relatie tussen het hoofd en het hart?

Meester: Is er een relatie tussen het hoofd en het hart?

Leerling: Wat is het hoofd van zichzelf?

Meester: Is het hoofd wat van zichzelf?

Leerling: Wat is het hart van zichzelf?

Meester: Is het hart wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

226. Tussen hart en pijp vind je de deur naar non-dualiteit

Rokende pijp met een hart als kop.

^ Tussen hart en pijp vind je de deur naar non-dualiteit.

227. Tussen pijp en olifant vind je de deur naar non-dualiteit

Olifant met als slurf het mondstuk van een pijp.

^ Tussen pijp en olifant vind je de deur naar non-dualiteit.

228. Tussen olifant en octopus vind je de deur naar non-dualiteit

De octofant.

Olifant met achtarmige slurf.

^ Tussen olifant en octopus vind je de deur naar non-dualiteit.

Zie ook: Voor iedereen die er een zwaar hoofd in heeft en verder (in het Witboek Niet-Weten).

229. Tussen visser en Latijn vind je de deur naar non-dualiteit

Hoe je een zee ploegt.

Jan: Ik weet niet wie ik ben.*

* Boektitel van advaitaleraar Jan van den Oever.

Hans: Maar dat weet je dan weer wel?

Jan: Ja en nee.

Hans: Leg eens uit.

Jan: Ik ben het onweetbare waarin het weten verschijnt.

Hans: Behoort dit nog tot het weten of reeds tot het onweetbare?

Jan: Ik ben niet-weten.

Hans: En dat voor iemand die niet weet wie hij is.

Jan: Waar moet het weten anders vandaan komen?

Hans: Waarom moet het weten ergens vandaan komen?

Jan: Alles heeft een oorzaak.

Hans: Behalve de eerste oorzaak zeker.

Jan: En dat kan niet het weten zelf zijn.

Hans: Jij kunt het weten.

Jan: Dus gaat er iets aan het weten vooraf.

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Jan: Dat iets moet ik zelf wel zijn.

Hans: Waarom zou jij dat moeten zijn?

Jan: Hoe kan ik dit anders weten?

Hans: Weet je wat ik weleens zou willen weten?

Jan: Nou?

Hans: Hoe niet-weten dit allemaal kan weten.

Jan: Doordat ik niet-weten ben.

230. Wat je bent als je niet weet wat je bent

Jan: Je bent niet wat je denkt.*

* Boektitel van advaitaleraar Jan van Rossum.

Hans: Denk jij dan dat je bent?

Jan: Denk jij dan dat je niet bent?

Hans: Ik weet het niet.

Jan: Dat dacht ik al.

Hans: Wat denk jij dat je bent?

Jan: Dat waarin gedacht wordt.

Hans: Denk jij dan dat er iets is waarin gedacht wordt?

Jan: Denk jij dan dat er niets is waarin gedacht wordt?

Hans: Ik weet het niet.

Jan: Dat dacht ik al.

Hans: Wat denk je allemaal niet.

Jan: Wat als je niet meer denkt?

Hans: Denk jij dan dat dat kan?

Jan: Denk jij dan dat het niet kan?

Hans: Ik weet het niet.

Jan: Wat ben je als je niet weet?

Hans: Dan ben je wat je bent.

Jan: En weet je wat dat is?

Hans: Het is niet wat je denkt.

Bis

231. De Jantjes doorzien

1

Jan: Ik weet niets, maar dat weet ik wel verdomd zeker.*

Hans: Ik weet niets en dat ook niet.

2

Jan: Gedachten zijn e-mails die je ongeopend moet weggooien.*

Hans: Deze ook.

3

Jan: Verlichting vind je door alle verhalen in je hoofd te negeren en je aandacht volledig te richten op de aandacht zelf.*

Hans: Het bekende verhaal.

4

Jan: Je bent er als je de 108 Jantjes in jezelf helemaal doorziet.*

Hans: Zei Jantje 109.

* Gevleugelde uitspraken van advaitaleraar Jan van Delden.

232. Verhalen over koffers met verhalen

Jan: Je koffer met verhalen moet helemaal leeg.*

* Gevleugelde uitspraak van advaitaleraar Jan van Delden.

Hans: O ja?

Jan: Alle verhalen moeten weg.

Hans: Dan ook het verhaal van de koffer.

Jan: Wat?

Hans: Alle verhalen moesten toch weg?

Jan: Dan kan ik wel inpakken.

Hans: Ook het verhaal dat je dan wel kunt inpakken.

Jan: Nou, dan ben ik wel uitgepraat.

Hans: Ook het verhaal dat je dan wel bent uitpraat.

Jan: En dan?

Hans: Dan?

Jan: Wat is daar nu weer mee?

Hans: Weg ermee.

Jan: Ach natuurlijk.

Hans: Wat?

Jan: Je koffer met verhalen moet helemaal leeg.

Hans: O ja?

233. Tussen vier stoelen vind je de deur naar non-dualiteit

Jan: Ken jij de beeldspraak van de stoelendans?*

* Metafoor van advaitaleraar Jan van Delden.

Hans: Jij?

Jan: Wat dacht je dan.

Hans: Hoezo?

Jan: Ik heb hem zelf verzonnen.

Hans: Alsof ik dat niet weet.

Jan: Spiritueel gezien zijn er vier stoelen. De stoel van het waken, de stoel van de droom en de stoel van de droomloze slaap.

Hans: Zo heb ik drie ogen, eentje links en eentje rechts.

Jan: De vierde stoel is de achterste. Die staat verdekt opgesteld achter de andere drie, uit het zicht.

Hans: Voor opa.

Jan: Overdag ben je wakker, 's nachts slaap je of droom je. Dat zijn de drie bewustzijnstoestanden. Je gaat van bewustzijnstoestand naar bewustzijnstoestand. Je leven lijkt een stoelendans.

Hans: Voor één persoon.

Jan: Maar in werkelijkheid verkeer je helemaal niet in één van drie bewustzijnstoestanden. In werkelijkheid ben je het bewustzijn zelf waarin die toestanden zich afspelen.

Hans: Wat een toestanden allemaal.

Jan: In de achterste stoel gaan zitten en er nooit meer uit opstaan, dat is verlichting.

Hans: Toezichthouder, een droombaan.

Jan: Zit jij al op de achterste stoel?

Hans: Natuurlijk niet.

Jan: Waarom niet?

Hans: Daar zit jij al.

Jan: Waar zit jij dan?

Hans: Nergens man, ik heb geen stoelen.

Jan: Voor jou geen stoelendans.

Hans: Ik ben meer van het vrij dansen.

Jan: Stoelen aan de kant.

Hans: Stoelen in de brand.

Jan: Hoe heet de dans van niet-weten?

Hans: De tjatjatja.

Jan: Wat als je het dansen moe wordt?

Hans: Dan ga je op de grond zitten.

Jan: Dan is de grond je achterste stoel.

Hans: Dan is de grond je enige stoel.

Jan: Ja, is de grond nu een dansvloer of een stoel?

Hans: De dansvloer is de stoel.

Jan: De laagste zetel.

Hans: Heeft geen poot om op te staan.

Jan: Doe mij maar de achterste stoel.

Hans: Laat mij maar vrij dansen.

234. Tussen spanning en ontspanning vind je de deur naar non-dualiteit

'Wij zijn het leven zelf, spanningsloos en vrij!'*

* Uitspraak van de non-dualiste Unmani Liza Hyde.

'Spanning maakt deel uit van het leven.'

'Daar zeg je zo wat.'

'Gebondenheid maakt deel uit van het leven.'

'Maar je begrijpt toch wel wat ik bedoel?'

'Onbegrip maakt deel uit van het leven.'

'Of wil je me niet begrijpen?'

'Onwil maakt deel uit van het leven.'

'Ben je het er tenminste mee eens dat we het leven zelf zijn?'

'De dood maakt deel uit van het leven.'

'Je kunt zeggen wat je wilt, maar op mij komt je heel ontspannen en vrij over.'

'Verkeerd overkomen maakt deel uit van het leven.'

'Jij durft tenminste te zeggen wat je denkt.'

'Niet durven zeggen wat je denkt maakt deel uit van het leven.'

'Wat maakt eigenlijk geen deel uit van het leven?'

'Dat zou ik ook weleens willen weten.'

'Maar wat zeg je dan nog?'

'Ik zou het echt niet weten.'

235. Tussen liefde en wijsheid vind je de deur naar non-dualiteit

Maan: Liefde zegt 'ik ben alles', wijsheid zegt 'ik ben niets'.*

* Uitspraak van Shri Nisargadatta Maharaj.

Hans: Lekker laten lullen.

Maan: Maar ben ik nu alles of ben ik nu niets?

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Maan: Wat zegt niet-weten?

Hans: Niets.

Maan: Is dat alles?

Hans: Als je het mij vraagt wel.

236. De omweg van de directe bevrijdingsweg

Beste Hans,

Prachtig hè, dat niet-weten? Of zoals Nisargadatta Maharaj het zei:

"Laat je onjuiste denkbeelden los, dat is genoeg. Het is niet nodig om juiste denkbeelden te ontwikkelen. Die bestaan helemaal niet."*

* citaat van Nisargadatta uit I am That, p360, geciteerd in Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg, Philip Renard 2005, pagina 7.

Voor mij is dat de essentie van niet-weten: je onjuiste denkbeelden loslaten.

Hans: Behalve deze zeker.

Lisan: Wat? Welke?

Hans: Dat je je onjuiste denkbeelden los moet laten.

Lisan: Dat is ook maar een denkbeeld, wou je zeggen.

Hans: Of dat je je onjuiste denkbeelden los kán laten.

Dat het goed is je onjuiste denkbeelden los te laten.

Dat het niet nodig is juiste denkbeelden te ontwikkelen.

Dat het mogelijk is het ontwikkelen van wat voor denkbeelden dan ook tegen te gaan.

Dat er geen juiste denkbeelden bestaan.

Lisan: Allemaal onjuiste denkbeelden.

Hans: Zou je denken?

Lisan: Zo hou je niets over.

Hans: Prachtig hè, dat niet-weten?

Lisan: Ik hou het toch maar op Nisargadatta.

Hans: Moet je zelf weten.

237. Een nobody is iemand die niemand meent te zijn

'Wat vind jij van Tony Parsons, Hans?'*

* De non-dualistische auteur van het boek Niemand hier.

Hans: Een nobody.

'Pardon?'

'Iemand die niemand meent te zijn.'

'Jij bent toch ook een soort nobody?'

'Ik ben meer een don't-know-body.'

'Een don't-nobody?'

'Iemand die niet weet of hij iemand of niemand is.'

'Zeker weten?'

'Zeker weten is voor nobodies.'

238. De dood van de leraar

Gouwe Ouwe.

Wende: Hoe denk jij over Douwe Tiemersma?*

* Advaitaleraar en filosoof, overleden in 2013.

Hans: Douwe is dood.

Wende: Maar zijn gedachten leven voort.

Hans: Had hij maar geen boeken moeten schrijven.

Wende: Hoe kun je zoiets zeggen?

Hans: Hij heeft het zelf gezegd.

Wende: Waar dan?

Hans: In zijn artikel De dood van de leraar.*

* InZicht, Wegen van radicaal zelfonderzoek 2, nr. 1 (februari 2000), pagina 23

Wende: Wat zei hij dan?

Hans: Dat hij een leraar wou zijn die alle vormen van houvast oplost.

Wende: Nu herinner ik het me weer.

Hans: Een consequent mens.

Wende: Hoezo?

Hans: Hij voegde de daad bij het woord.

Wende: Ja, haha.

Hans: En nu maar wachten op de dood van zijn leer.

Wende: Waarom moet zijn leer dood?

Hans: Omdat die niet alle vormen van houvast oplost.

Wende: Hoe weet je dat?

Hans: Zijn gedachten leven voort, zei je toch?

Wende: Jij wil toch ook een leraar zijn die alle vormen van houvast oplost?

Hans: Alsof ik een leraar wil zijn.

Wende: Niet dan?

Hans: Bovendien heb ik niets tegen houvast.

Wende: Dan heb je zeker iets tegen leraren.

Hans: Ook niet.

Wende: O.

Hans: Ik heb ook niets tegen mensen die iets tegen leraren hebben.

Wende: Hè?

Hans: Ik heb ook niets tegen mensen die iets hebben tegen mensen die iets tegen leraren hebben.

Wende: Ik geloof niet dat ik je nog kan volgen.

Hans: Gelukkig maar, dan kun je ook niet in de verleiding komen.

Wende: Wacht maar tot je zelf dood gaat.

Hans: Wat dan?

Wende: Dan zul je eens zien hoe weinig er van jouw gedachtegoed overblijft.

Hans: Daar is nu al niets van over.

Wende: Hoe komt dat?

Hans: Geen idee, te goed gedacht?

239. Meester tussen leerling en meester

Is de meester de leerling?

Leerling: Wat is het verschil tussen leerling en meester?

Meester: Is er een verschil tussen leerling en meester?

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen leerling en meester?

Meester: Is er een overeenkomst tussen leerling en meester?

Leerling: Wat is de relatie tussen leerling en meester?

Meester: Is er een relatie tussen leerling en meester?

Leerling: Wat is een leerling van zichzelf?

Meester: Is een leerling wat van zichzelf?

Leerling: Wat is een meester van zichzelf?

Meester: Is een meester wat van zichzelf?

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Hebben we het ergens over?

Leerling: Nu weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

240. Niet-weten is geen grap

Niet-weten is geen grap.

Labyrint van tientallen gekleurde kaders met kleine openingen en middenin een januskop met narrengezichten in een gesloten kader.

Je blijft erin.

241. Tussen vrijheid en onvrijheid vind je de deur naar non-dualiteit

Leerling: Kunnen we kiezen of overkomt alles ons alleen maar?

Meester: Ik kan alleen maar voor mezelf spreken.

Leerling: Spreek dan maar voor uzelf.

Meester: Ik ben een zwevende kiezer.

Leerling: Ik bedoel, leidt u voor uw gevoel uw eigen leven of leidt het leven u?

Meester: Ik ben een kiezende zwever.

Leerling: Ik snap het niet.

Meester: Dualisten kiezen, non-dualisten zweven.

Leerling: En u bent een zwevende kiezer?

Meester: En ik ben een kezende zwiever.

Lees ook: De vrijheid voorbij en Vrij noch onvrij, dat is pas fijn (beide in het Witboek Verlichting.).

242. Geen kosmische grap (maar wel een internationale)

Hoelang is geen Chinees?

Leerling: Ik ken een goeie.

Meester: Ouwe koeien.

Leerling: Hoe Lang is een Chinees.

Meester: Ken ik niet.

Leerling: Nee, u moet vragen hoe lang.

Meester: Dan had je de vraagvorm moeten gebruiken.

Leerling: Hoe Lang is een Chinees?

Meester: Zou best kunnen.

Leerling: Ik gebruikte toch de vraagvorm?

Meester: Ik ken ook een goeie.

Leerling: Vooruit dan maar.

Meester: Hoe lang is geen Chinees?

Leerling: Ken ik niet.

Meester: Wie niet?

Leerling: Hoe Lang niet.

Meester: Dat vroeg ik niet.

Leerling: Wat vroeg u dan wel?

Meester: Hoe lang geen Chinees is.

Leerling: O, zeg dat dan meteen.

Meester: Daarom gebruikte ik de vraagvorm.

Leerling: En, hoe lang is geen Chinees?

Meester: Eén meter negentig.

Leerling: Geen Chinees is één meter negentig?

Meester: Weet ik niet.

Leerling: U weet het niet?

Meester: Dan zou ik ze eerst allemaal moeten nameten.

Leerling: Daar zou ik dan maar eens gauw mee beginnen.

Meester: Dat heeft geen zin.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Ze groeien sneller dan ik ze kan meten.

Leerling: Als individu of als volk?

Meester: Precies.

Leerling: Waarom geeft u dan zo'n stom antwoord?

Meester: Omdat jij zo'n stomme vraag stelde.

Leerling: Volgens mij was u het die een stomme vraag stelde.

Meester: Ik vroeg alleen hoelang geen Chinees is.

Leerling: Hoelang is geen Chinees?

Meester: Je kunt me nog meer vertellen.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Een eeuwigheid.

Leerling: Hoe komt u daar nu weer bij.

Meester: Twee zelfs.

Leerling: Geen Chinees is twee eeuwigheden?

Meester: Tot zijn geboorte en vanaf zijn dood.

Leerling: En een Chinees?

Meester: Wat is daarmee?

Leerling: Hoelang een Chinees is.

Meester: Begin je nu weer?

Leerling: Een mensenleven, zou ik zeggen.

Meester: Hoelang is een mensenleven?

Leerling: Een minuut, een eeuw.

Meester: Is dat een antwoord of een vraag?

Leerling: Dat weet je pas achteraf.

Meester: Jij of de nabestaanden?

Leerling: Dat weet je ook pas achteraf.

Meester: Wat zeur je dan.

243. Advaita is Sanskriet voor basta

Beste Hans,

Volgens sommigen is Bewustzijn de ongedefinieerde ingrond van het zijnde, volgens anderen Leegte of het Niets. Volgens weer anderen is het Brahman of juist Parabrahman; Atman of juist Anatman. Er zijn er die zeggen: Dat Wat Is is de grond van dat wat is, maar dat lijkt me een tautologie. Ik heb ook weleens gelezen dat Zijn en Niet-zijn de keerzijden van het Ene zijn, en dat het gekende in de Kenner verschijnt, dualiteit in non-dualiteit.

Komt dit volgens jou allemaal op hetzelfde neer, een soort universele waarheid of Eeuwige Wijsheid die schuilgaat onder een Babylonische spraakverwarring, of zijn het allemaal afzonderlijke theorieën? Waar gaat kosmologie over in mythologie? Wat is precies de relatie tussen het duale en het non-duale, tussen het gekende en het ongekende, tussen Bewustzijn en Zijn? Wat is het verband tussen het zijnde en mijn gedachten daarover? Ben ik de schepper of alleen maar de spiegel van de schepping? Ben ik een mens of ben ik God?

Beste Jana,

Wie spreekt over de grond van het zijnde bedrijft zijnsleer, ontologie.

Het aantal ontologen in dit universum is inmiddels groter dan het aantal sterren, hun hemelse licht is oogverblindend, hun gekrakeel oorverdovend.

Wie zelf nog wat wil zien of horen, wendt zich noodgedwongen af.

Waarom zijn er zoveel ontologen, is wat ik weleens zou willen weten. Wat is de bestaansgrond van de zijnsleer?

Jana: Laat ik me tot mijn hoofdvraag beperken. Verschijnt het Zijn volgens jou in het Bewustzijn of andersom? Gaat het kennen vooraf aan het zijn of het zijn aan het kennen?

Hans: Zelf heb ik altijd meer gehad met kenleer dan met zijnsleer, totdat tijdens mijn dust bowl ook die grond onder mijn voeten werd weggeblazen. Sindsdien loop ik op lucht. Ongebakken lucht.

Jana: Hoe bedoel je?

Hans: Ik bedoel dat Zijn of Bewustzijn voor mij geen kwestie meer is.

Vorm of leegte ook niet.

Brahman of Parabrahman ook niet.

Atman of Anatman ook niet.

Eenheid of veelheid ook niet.

Kenner of gekende ook niet.

Dualiteit of non-dualiteit ook niet.

Mens of God ook niet.

Al die woorden – ze vullen wel je hoofd, maar niet je buik. De honger blijft, kijk maar naar jezelf. Substantialisme bevredigt niet, het heeft geen substantie. Je gaat er alleen maar van boeren.

Jana: Jij hebt inzake de schepper, de schepping, het wezen van het zijn, het zelf en andere fundamentele kwesties niets te verklaren.

Hans: Zelfs niet dat er inzake de schepper, de schepping, het wezen van het zijn, het zelf en andere fundamentele kwesties niets te verklaren valt.

Jana: En dat noem jij niet-weten.

Hans: Niet-weten, gemoedsrust, bevrijding, agnose, zen, taoïsme, advaita, non-dualisme, mystiek, soefisme – wat mij betreft komt het allemaal op hetzelfde neer.

Jana: Namelijk?

Hans: Basta.

Jana: Ik dacht dat je op de Eeuwige Wijsheid doelde.

Hans: Noem het wat je wil.

Jana: Waar staat basta voor?

Hans: Korte metten maken met de mind. Spiritualiteit als het einde van het Bezeten Weten. Ook dit weten. Basta.

Jana: Hoe kom je ertoe?

Hans: Ik kom er niet toe, het overkomt me met iedere gedachte, nu deze weer. Basta!

Jana: Is Basta niet gewoon een ander woord voor Stilte, Essentie, de Bron, Bewustzijn, het Ware Zelf?

Hans: En wat zeg ik dan?

Jana: Basta.

Hans: Toedeloe.

244. Tussen denken en niet-denken vind je de deur naar non-dualiteit

1

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt weten.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt weten.

2

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt weten.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt.

3

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt.

4

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken.

5

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niet moet denken.

6

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niet moet denken.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand zijn.

7

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand zijn.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze niemand zijn.

8

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze niemand zijn.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand of niemand zijn.

9

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand of niemand zijn.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand noch niemand zijn.

10

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand noch niemand zijn.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt weten.

11

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt weten.

Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt weten.

245. Kosmische grappen – lachen om jezelf en het Zelf

Uiteindelijk zie je in dat er nooit een grap geweest is.

Deel 1 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Volgens sommigen is alles een illusie. Er is er alleen maar Bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf, menen ze; in werkelijkheid is geen weg te gaan, de zoeker is het gezochte.

Dit bizarre verhaaltje, dat probeert te verklaren hoe we het Ene kunnen zijn zonder het te weten, wordt de kosmische grap genoemd.

Als je dit boek van voren naar achteren leest ben je al heel wat kosmische grappen tegengekomen; in de vorm van dialogen en plaatjes.

Hieronder een systematische bespreking van de kosmische grap in veertien delen aan de hand van vijf vragen:

Is alles echt een illusie of is dat ook maar een illusie of is de illusie op zijn eigen manier echt?

Speelt Bewustzijn echt een spelletje met ons of spelen wij een onecht spelletje met Bewustzijn – wie houdt hier wie voor het lapje?

Is er wel zoiets als Bewustzijn of is dat maar een idee in je bewustzijn?

Is er wel zoiets als je bewustzijn of is dat maar een wijze van spreken?

Ben je wat je zoekt of ben je wat je denkt of denk je dat je zoekt of zoek je wat je denkt of denk je dat je bent of doe je maar alsof of wat?

246. Wat is de kosmische grap?

Waarin we kennismaken met Bewustzijn, alias het ware Zelf.

Deel 2 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Om maar meteen met de poort in huis te vallen: de zoeker is het gezochte. Dat is de kosmische grap. Jazeker, dat was hem al. Hoor ik daar iemand lachen? Wacht, ik vertel hem nog een keer: de zoeker is het gezochte.

Nee, ik hoor nog niemand lachen. Kennelijk is dit zo'n grap die je uit moet leggen. Dat zijn meestal niet de beste grappen. Kan ik ook niet helpen, ik heb hem niet zelf bedacht. Goed, dan leg ik hem wel uit.

Het idee achter de kosmische grap is dat er maar één substantie is in deze wereld: Bewustzijn. Er is ook maar één essentie: Bewustzijn. Er is ook maar één object: Bewustzijn. Er is ook maar één subject: Bewustzijn. Er is ook maar één zelf: Bewustzijn. De substantie is de essentie is het object is het subject is het zelf: Bewustzijn.

De wereld is Bewustzijn, jij bent Bewustzijn, ik ben Bewustzijn, wij zijn Bewustzijn, Bewustzijn is Bewustzijn, alles is Bewustzijn. Bewustzijn is het Ware Zelf. Het hele universum, in al zijn concreetheid, is niets dan een illusie in Bewustzijn. Materie is niet stoffelijk, dat lijkt maar zo. Stof is net zo geestelijk als gedachten en waarnemingen. Er is alleen maar geest.

Wie een kijkje wil nemen achter de schermen en daarom op zoek gaat naar zijn ware zelf of de hoogste werkelijkheid of de schepper of de bron of hoe je het ook noemt, zal Bewustzijn vinden. Al zoek je tot het einde der tijden, iets anders dan Bewustzijn vind je niet.

Maar, en nu komt het, als alles Bewustzijn is, dan ook de zoeker. De zoeker van vlees en bloed is zelf een illusie in Bewustzijn. Zijn eindeloze zoektocht langs 's Heeren wegen is eveneens een illusie in Bewustzijn.

De ene zoeker is de andere niet, de ene zoektocht is de andere niet, de ene illusie is de andere niet, maar Bewustzijn is Bewustzijn. De zoeker is het gezochte. Wat je zoekt ben je zelluf. Je bent wat je zoekt. Je zoekt wat je bent.

Het Bewustzijn realiseren is de illusie doorzien. De illusie van de stoffelijke, vergankelijke, veranderlijke wereld, de illusie van de zoeker en de illusie van de zoektocht. Er is alleen het Ware Zelf. Dit heet de kosmische grap.

Hoor ik nu wel iemand lachen? Nee, ik hoor nog steeds niemand lachen. Hoe kosmisch is deze grap helemaal? Of zou het mijn timing zijn?

Misschien moet ik de kosmische grap wat uitvoeriger uitleggen. Een beetje context verschaffen. Wat dieper op de achterliggende gedachten ingaan en op de tradities die deze gedachten koesteren.

Ga ik doen. Kan ik er meteen wat vraagtekens bij zetten. Dan wordt de kosmische grap pas echt grappig. Om je dood te lachen!

Twee identieke figuren die door één verrekijker naar elkaar kijken.

^ De zoeker is het gezochte.

Vragen aan de lezer

Geloof jij in Bewustzijn?

Stel je voor dat je erin gelooft en iemand bewijst dat Bewustzijn helemaal niet bestaat. Hoe voelt dat?

Stel je voor dat je er niet in gelooft en iemand bewijst dat Bewustzijn wel bestaat. Hoe voelt dat?

Stel je voor dat iemand bewijst dat we nooit zullen kunnen bewijzen of Bewustzijn bestaat. Hoe voelt dat?

247. De ene zoeker is de andere niet

Waarin we kennismaken met de monist.

Deel 3 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Je hebt van die mensen, die leven erop los. En je hebt van die mensen, die zoeken erop los.

Onder zoekers heb je er die uit zijn op Geluk, zuiver Geluk en niets dan Geluk. En je hebt er die uit zijn op de Waarheid, de hele Waarheid en niets dan de Waarheid.

Onder waarheidszoekers heb je er die de Waarheid wél vinden en je hebt er die de Waarheid niet vinden, niet in dit leven of nooit niet.

Onder vinders heb je er voor wie de Waarheid pluriform is en je hebt er voor wie de Waarheid uniform is.

Die laatsten, de éénvoudigen, zijn eenvoudig te herkennen aan hun uniforme kleding, hun uniforme gedrag en hun uniforme uitspraken en gebaren. Ze zeggen voortdurend 'alles is één' en steken daarbij één vinger op, meestal de wijsvinger. Als ze het niet zeggen, dan denken ze het wel.

Mensen die de hele dag denken en zeggen dat alles één is, heten monisten. Zij wéten dat de werkelijkheid in werkelijkheid ondeelbaar is. Ze hebben de menigvuldigheid doorzien en doorzien hem ieder moment opnieuw. Ze trappen er niet meer in en hun missie is het om ervoor te zorgen dat niemand er ooit nog intrapt.

Op een of andere manier worden monisten heel gelukkig van de eenheidsgedachte. Maar vooral op één manier – door hem eindeloos te herhalen. Wat daar zo fijn aan is, weet ik niet, zelf voel ik er niets bij. Mij maakt het niet uit of alles één is, ik word er niet warm of koud van.

Misschien dat de chaos van het bestaan met zo'n monistische gedachte in één klap overzichtelijk wordt? Misschien dat je als werktuig of manifestatie van het ware Zelf of van het ene Bewustzijn in één klap van al je verantwoordelijkheden bent verlost? Misschien dat het leven en je verleden minder zeer doen als je ze een illusie noemt?

Of misschien is het wel de gedachte dat je nooit meer buiten de boot kunt vallen: Als alles één is, hoor jij er ook bij. Je mag er zijn. Jijzelf bent Dat.

Voel je je toch nog eens eenzaam, dan heb je daar een goede verklaring voor: je bént ook alleen. Iedereen is alleen. Er is er maar één, dat zijn wij. Ook wie zich buitengesloten voelt, ben Ik.

En het mag nog verlichting heten ook. Verlichting! Zelf-realisatie! Transcendentie! Je bent het relatieve ontstegen en één geworden met het Absolute!

Redenen genoeg dus om monist te worden. Of het nu de Waarheid is of niet.

Vragen aan de lezer

Denk jij dat alles één is? Hoe voelt dat?

Stel je voor dat je gelooft in eenheid en iemand bewijst dat de werkelijkheid meervoudig is. Hoe voelt dat?

Stel je voor dat je gelooft in veelheid en iemand bewijst dat de werkelijkheid enkelvoudig is. Hoe voelt dat?

Stel je voor dat iemand bewijst dat we nooit kunnen bewijzen of de werkelijkheid enkelvoudig is. Hoe voelt dat?

248. Hoe weet je dat het Ene alomvattend is?

Waarin blijkt dat tellers en noemers niet voorbehouden zijn aan breuken.

Deel 4 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Monisten hebben niet alleen de Waarheid gevonden, de hele Waarheid en niets dan de Waarheid, maar ook het Geluk dat niet meer stuk kan.

Ik gun het ze van harte, al ben ik blij dat het Geluk of tenminste het geluk, en, toegegeven, op slechte dagen het geluk, niet voorbehouden is aan monisten, want dan zou ik er somber uitzien.

Ikzelf ben namelijk geen monist. Ik ben ook geen dualist. Ik ben ook geen non-dualist. Ik ben ook geen pluralist. Ik ben ook geen nihilist. Ik ben ook geen antimonist, antidualist, antinondualist, antipluralist of antinihilist. Ik ben ook niet tegen mensen die wel anti zijn, of antianti en ga maar door.

Waarom zou ik ook? Misschien heeft een van hen werkelijk de Waarheid of waarlijk de Werkelijkheid in pacht, of misschien wel allemaal, op hun manier, of alleen op zon- en feestdagen, of geen van allen – niets is onmogelijk.

Wat ik weleens zou willen weten is dit: hoe stelt een eindig mens in een eindige tijd voor eens en voor altijd vast dat het Ene oneindig en alomvattend is? Door in een leunstoel te gaan zitten en zijn gedachten achterna te gaan? Door op een kussentje te gaan zitten en in trance te gaan? Door oude geschriften te lezen en ermee aan de haal te gaan? Door ayahuasca te drinken en uit zijn plaat te gaan?

Hoe stelt een eindig mens in een eindige tijd vervolgens voor eens en voor altijd vast dat hijzélf het ware Zelf is, tijdloos, onveranderlijk, alomtegenwoordig?

Metafysica, ik waag me er niet meer aan. Ik laat alles maar in het midden en fladder er vrolijk doorheen, of vrolijk door mezelf heen, wie zal het zeggen. Een vlinder die droomt dat hij mens is of een mens die droomt dat hij vlinder is. Een droom die droomt dat hij werkelijk is of een werkelijkheid die droomt dat hij droomt, je zegt het maar, voor jou is het waar, voor mij is het klaar.

Als je me per se wil opprikken, noem me dan maar postmonistisch. Postdualistisch. Postnondualistisch. Postpluralistisch. Postnihilistisch. Postuum ben ik nog niet, maar het verschil wordt steeds kleiner, dus wat maakt het nog uit. Noem me wat je wilt. Ik tel allang niet meer mee.

Vragen aan de lezer

Ben jij een teller of een noemer?

Geloof je dat mensen in te delen zijn in tellers en noemers?

249. De ene monist is de andere (niet)

Waarin we ontdekken dat er meer dan één monist is en dat ze nog van elkaar verschillen ook.

Deel 5 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Monisten zoeken het Geluk en de Waarheid in de Eenheid en de Eenvoud.

De ene monist is de andere niet, wat ik een vreemde zaak vind, want je bent één of je bent het niet, maar dat zal ik dan wel verkeerd zien.

Een kleine greep uit een groot aanbod:

Sommige monisten geloven dat de ene substantie stof is. Zij heten materialisten.

Onder materialisten zijn er monisten die geloven dat de ene substantie water is (Thales), lucht (Anaximenes), een onbekende oerstof ( het apeiron, Anaximander) of Zijn (Parmenides).

Er zijn monisten die geloven dat de ene substantie energie is of informatie of een soep van elfdimensionale snaren. Zij heten natuurkundigen.

Er zijn monisten die geloven dat de ene substantie geest is. Zij heten idealisten.

Onder de idealisten zijn er die geloven dat de wereld gelijk is aan de ervaring van de wereld. Zij heten externalisten.

Er zijn monisten die geloven dat God de natuur is en de natuur God. Zij heten pantheïsten.

Er zijn monisten die geloven dat God de Schepper zichzelf tijdens zijn scheppingsdaad van top tot teen in de kosmos heeft getransformeerd, waarin hij niet langer als een afzonderlijke entiteit bestaat. Zij heten pandeïsten.

Er zijn monisten die geloven dat de natuur deel uitmaakt van het Absolute, dat behalve het immanente ook een transcendent gedeelte omvat. Zij heten panentheïsten.

Er zijn monisten die geloven dat het Ene JWHW is. Zij heten chassidisten.

Er zijn monisten die geloven dat het Ene Allah is. Zij heten soefi's.

Er zijn monisten voor wie het Ene Brahman is. Zij heten hindoes.

Er zijn monisten die geloven dat het Ene de Tao is. Zij heten taoïsten.

Er zijn monisten die geloven dat het universum Intelligentie is, dat trouwens het beste met ons voor heeft. Het bepaalt je hele leven en manifesteert zich aan ieder één als zijn of haar innerlijke goeroe, die helaas in tongen spreekt, maar ze willen best voor je tolken hoor. Zij heten nieuwetijdskinderen.

Er zijn monisten die geloven dat het Ene de boeddhanatuur ofwel ons ware zelf is, waarvan alles en iedereen doortrokken zou zijn. Zij heten zenboeddhisten.

Er zijn monisten die geloven dat alles leegte (sunyata) is, een substantieloze substantie, zij het dat die leegte gelijk is aan de vorm omdat alles anders niet meer één zou zijn. Zij heten ook zenboeddhisten.

Er zijn monisten die geloven dat alles met alles samenhangt, al lijkt het soms van niet. Ze denken dat je aan willekeurig welk draadje kunt trekken om willekeurig welk ander draadje in beweging te brengen. Dit weefsel noemen ze de kosmos en zichzelf noemen ze holisten.

Of ze noemen het anatman of het net van Indra of afhankelijk ontstaan of interdependentie of interzijn of procesleer, en ze heten theravadaboeddhisten of mahayanaboeddhisten of huayanboeddhisten of procesfilosofen en zo meer.

Ingewikkeld hè, al die verschillende soorten monisme?

Zulke moeilijke woorden, hoe verzin je ze.

Zulke subtiele onderscheidingen, hoe bedenk je ze.

Was ik er maar nooit over begonnen.

Dat komt er nu van als je het Ene probeert uit elkaar te houden of het vele probeert samen te voegen.

Vraag aan de lezer: waarom denk jij dat er zoveel verschillende monisten zijn?

250. Het ene bewustzijn is het andere (niet)

Waarin we kennismaken met het Ene.

Deel 6 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

In de opsomming van alle soorten en variëteiten en superrassen van monisten, die trouwens lang niet compleet is, ben ik de belangrijksten verdorie vergeten.

De belangrijksten voor het verhaal over de kosmische grap dan.

Ik bedoel natuurlijk de zielen die geloven dat de enige echte substantie en de enige echte essentie en het enige echte object en het enige echte subject en het enige echte zelf en de enige echte god en de enige echte wat-dan-ook Bewustzijn is.

In deze groep vind je opnieuw zenboeddhisten van allerlei pluimage, je vindt er dzogchenboeddhisten (van Tibetaanse origine), aanhangers van Transcendente Meditatie™ (van Maharishi Mahesh Yogi), advaitavadins (navolgers van Shankara), nieuwetijds non-dualisten (neo-advaita), andere vedantisten (diverse scholen en onderscholen) en zoals altijd overal tal van spirituele doe-het-zelvers zonder duidelijke antecedenten.

Een van de populairste monistische stromingen in Nederland, vreemd genoeg non-dualisme geheten, leert dat er maar één entiteit is, en dat is Zijn.

Er is maar één entiteit en dat is Bewustzijn.

Er is maar één entiteit, en dat is Gelukzaligheid.

Zijn = Bewustzijn = Gelukzaligheid, luidt de spreuk, ter formulering en bezwering van Maya de verschrikkelijke.

Sat, chit, ananda, in het Sanskriet.*

* 'Sad shit, ananda', zeggen de Engelsen fonetisch.

Inderdaad, alweer een Drievuldigheid, of is het een drievoudige identiteit of is het een drie-aspectenleer of is het een voetbaluitslag.

Laat ik het zo zeggen, het staat altijd 3 – 1 voor de thuispartij, dat kan iedereen onthouden.

Volgens deze zienswijze, die volgens deze zienswijze helemaal geen zienswijze is maar de Waarheid, de hele Waarheid en niets dan de Waarheid, is de wereld een vergankelijke illusie in Bewustzijn.

Maya, haha, alleen schijnbaar substantieel, ja ja.

Wij zijn, om een andere gevleugelde beeldspreuk te gebruiken, niet de film maar het doek.

Niet de schouwspeler maar de schouwer.

Niet de vorm maar de leegte.

Niet het gekende maar de kenner.

Niet de dader maar de getuige.

Niet de droom maar de dromer.

Niet de golf maar de zee.

Sterker nog, omdat de film gewoon de manifeste vorm van Bewustzijn is en het doek de latente, ben je zowel het een als het ander, dus alles:

De film is het doek.

De schouwspeler is de toeschouwer.

De kenner is het gekende.

Leegte is vorm.

De dromer is de droom.

De golf is een verschijningsvorm van de zee in de zee.

Hoezee!

Vragen aan de lezer

Heb jij weleens het gevoel dat je in een droom leeft?

Bewijst zo'n ervaring volgens jou dat het leven een droom is? Bewijst het ontbreken van zo'n ervaring dat de wereld echt is?

Voel je je tijdens de droom de dromer van de droom of de ik-figuur in de droom of de droom zelf of wat? En na de droom?

251. Terzijde: is Bewustzijn een soort flogiston?

Deel 7 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Vroeger dachten mensen dat warmte een stofje was, flogiston.

Hoe meer flogiston hoe heter, hoe minder flogiston hoe kouder.

Wetenschappers hebben zich rot gezocht, maar die flogiston is nooit gevonden.

Tegenwoordig zien fysici warmte niet als een zelfstandig stofje maar als een functie van de bewegingssnelheid van moleculen.

Hoe sneller ze bewegen (de moleculen, maar ook de fysici) hoe warmer, hoe trager ze bewegen hoe kouder.

Psychologen zien warmte als een gevoel, dat soms verband houdt met natuurkundige warmte, soms niet.

Zo kan iemand het bij onderkoeling heel warm krijgen, terwijl zijn lichaamstemperatuur juist gevaarlijk laag is.

Dat je het (in het dagelijks spraakgebruik) warm kunt hebben, betekent nog niet dat er zoiets is als warmte in de vorm van een substantie of essentie die je kunt hebben of kwijtraken.

Dat je je (in het dagelijks spraakgebruik) ergens van bewust kunt zijn, betekent nog niet dat er zoiets is als bewustzijn of Bewustzijn in de vorm van een substantie of essentie die je kunt zijn of hebben.

Natuurlijk bewijst het feit dat er nooit flogiston gevonden is, niet dat het niet bestaat, en al helemaal niet dat bewustzijn en Bewustzijn niet bestaan.

Het niet-bestaan van een substantie of essentie is namelijk principieel onbewijsbaar.

Je kunt er hoogstens je belangstelling voor verliezen.

Als je die al had.

252. Eenheidsbewustzijn – een machtige monistische meme

Waarin we afdalen in de Oceaan van Bewustzijn tot we geen hand voor ogen zien.

Deel 8 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Het idee van eenheidsbewustzijn heeft in het ontkerstende westen myriaden minds veroverd, om niet te zeggen geschapen.

Meer nog dan het idee van het individuele onbewuste van Sigmund Freud, dat hij bevolkte met het cocktailtrio id, ego en superego ofwel kind, volwassene en ouder ofwel zoon, heilige geest en vader, drie drietallen waarin velen zich meenden te herkennen.

Meer nog dan het idee van het collectieve onbewuste van Carl Jung, dat hij bevolkte met een veelheid aan archetypen waarin werkelijk iedereen zich kon herkennen, van de simpelste zielen tot de meest meervoudige persoonlijkheden, kun je nagaan.

Ondanks het postmodernisme, of juist in reactie daarop, heeft de meme van het Universele Bewustzijn menig twintigste-eeuwse denker geïnspireerd tot geschriften die zo voorspelbaar zijn dat je gerust kunt spreken van eenheidsworst of, na nuttiging, van dunnedarmdiarree.

Als je geneigd bent tot ironie tenminste, maar dat ben ik niet, ik doe alleen alsof.

Gelukkig zijn zelfs eenheidsworst en diarree niets minder dan manifest Bewustzijn, waarlijk, het is al goud wat er blinkt.

Eenheidsbewustzijn is zo'n begrip, absoluter dan het meest radicale relativisme, dat zich door geen presocraat of postmodernist meer laat deconstrueren.

Een monoliet in de mind van de monist.

Al hak je er duizend jaar met een diamantmes op in, er verschijnt nog geen krasje op het oppervlak, maar het lichtste briesje waait er ongehinderd doorheen.

Wat kan dat wezen?

Lucht.

Leegte.

Lucht én leegte, zegt Prediker.

Beide zijn ondeelbaar met een mes.

Of anders spraakwater, vol geluidsgolven die zich door een gril van het lot aan homo sapiens sapiens voordoen als betekenisgolven – over illusies gesproken – niet te vatten, niet te snijden, niet te verdunnen en niet te harden, neem alleen al deze tekst.

De golf is de zee?

O jee.

Eenheidsbewustzijn, olé!

Hedendaagse navolger-voorgangers van dit tijdloze gedachtegoedje zijn:

Indira Khan, grondlegger van het universeel soefisme.

Bhagwan Sri Rajneesh, bedenker van Zorba de Boeddha en de Nieuwe Mens.

Mooji, oplichtend wezen van puur bewustzijn.

Andrew Cohen, opschepper van evolutionaire verlichting.

Ken Wilber, architect en constructeur van de integrale theorie van bewustzijn in honderdacht delen goud op snee.

En al die andere profeten, teveel om op te eten, je krijgt er constipatie van.

Misschien kan ik je beter vertellen waar je ze aan herkent, dan hoef je geen namen te onthouden.

Het zijn propere types, ze houden van schone voeten, daarom laten ze die vaak wassen.

Het zijn kouwelijke types, ze houden van warme voeten, daarom laten ze die graag kussen.

Het zijn podiumbeesten, uitblinkers, alleen niet door bescheidenheid – waarom zou je ook als je alles bent?

Nou ja, als je íemand zijn narcisme mag vergeven, is het wel de Ene.

Wie moet er anders van hem houden?

Vragen aan de lezer

Verlang jij ernaar God of Alles te zijn? Waarom wel of niet?

Zou je willen dat anderen jou zien als God of Alles of als verlicht of op een andere manier superieur of uniek?

Is het genoeg dat anderen jou zo zien of moet je jezelf ook zo zien?

Verlang je naar bewondering en erkenning?

Denk je dat iedereen verlangt naar bewondering en erkenning?

Denk je dat er mensen zijn die helemaal zonder bewondering en erkenning kunnen?

Ken je een narcist?

Ben je een narcist?

253. Waarom Bewustzijn niet altijd alwetend en almachtig is

Over de grenzen van het Onbegrensde.

Deel 9 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Excuses voor alle omtrekkende bewegingen, ik had ze nodig om mijn hart te luchten om uit te leggen wat de kosmische grap is, die staat of valt met het idee van een collectief, alomvattend Bewustzijn.

Kijk, als ik was begonnen met deze zin, had je er misschien niets van begrepen en was je hem meteen gesmeerd, klik, tik, weg ben ik.

Voor bewustzijnsmonisten is er maar één echt probleem, daar zijn het monisten voor.

Als alles één is, zoals zij stellen (weten, ervaren, geopenbaard hebben gekregen) dan moet ik dat zelf wel zijn. Ikke Hans, ikke jij, ikke wij. Was ik het niet, was jij het niet, waren wij het niet, dan vielen we buiten de boot en was niet alles één. Wij allen zijn het ware Zelf, één in getal.

Maar waarom voel ik dat dan niet?

Natuurlijk, soms voel ik me best weleens één – met een paardenbloem of met een bananenschil of met een oude boom of met een pluchen beest, je snapt het niet, of met een willekeurige voorbijganger, ook zoiets, of met een lezer of met mijn lief of met de zee of met de melkweg, ik noem maar een dwarsstraat.

Maar dat is allemaal bij wijze van spreken.

Ik heb mezelf tenminste nooit letterlijk aangezien voor een paardenbloem of een bananenschil of een pluchen beest of de zee of zo, jij?

Zo'n blij gevoel van uitgaan naar of samenvallen met iets of iemand of meteen maar met alles en iedereen, is een soortement piekervaring, en die is bij mij altijd zo voorbij.

Onweerstaanbaar teddybeertje met hele lange haren.

^ Zo'n blij gevoel van uitgaan naar of samenvallen met iets of iemand.

Daarom heet ze natuurlijk een piekervaring en geen plateauervaring of een eeuwigheidservaring, tenzij het toevallig een kortstondige ervaring van 'de eeuwigheid' betreft, opnieuw een wijze van spreken.

Piekervaringen, als dat is wat het zijn, gaan bij mij altijd naadloos over in piekerervaringen of in daal- of dalervaringen of andere, veelal onnoemelijke, eh...

Ze spelen zich af in dé buitenwereld of in mijn buitenwereld of in mijn binnenwereld of in mijn geest of in mijn ziel of in mijn verbeelding of in mijn bewustzijn of in hét bewustzijn of in mijn hart of in mijn zelf of in het Zelf of in jouw geest of in onze geest of in god of in een infranet van eendere of andere goden of in een internet van kwantumcomputers uit de toekomst of in een parallel universum of ergens anders in of nergens in, wie zal het zeggen, ik niet – maar wie is dan die ouwehoer die dit allemaal opsomt?

Het gaat zijn gang

Je leven lang

Behang

Dat van de muren valt

Muziek

Die uit de boxen schalt

Geschut

Dat in je oren knalt

De Stem

Die in je harses lalt

Stel dat ik als zoeker inderdaad het gezochte ben, en wel het ene universele Bewustzijn.

Waarom kan ik jouw gevoelens dan niet voelen?

Waarom kan ik alles alleen maar vanuit mijn eigen standpunt zien?

Waarom kan ik alleen mijn eigen lichaam bewegen, en daarvan alleen bepaalde delen?

Waarom kan ik geen kudde olifanten in beweging of tot stilstand brengen, of alle sterren aan de hemel?

Waarom kan ik niet eens mijn eigen gedachten doorgronden, laat staan dat ik de jouwe kan denken, laat staan, simultaan, die van elk wezen op aarde en van ieder wezen in het heelal uit heden, toekomst en verleden?

Waarom weet ik als zoeker niet op voorhand wat ik ga vinden?

Waarom ben ik in mijn hoedanigheid van waar Zelf of universeel Bewustzijn niet alwetend en almachtig?

Vragen aan de lezer

Kun jij gedachten lezen?

Zo ja, wou je dat je het niet kon? Zo nee, wou je dat je het kon?

Ken je iemand die gedachten kan lezen?

254. Waarom Bewustzijn altijd verstoppertje speelt

Over de merkwaardige behoefte aan veelheid van het Ene.

Deel 10 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Waarom weet de zoeker, die zelf Bewustzijn is, altijd is geweest en altijd zal zijn, niet vanaf het begin van zijn zoektocht dat hij zichzelf zoekt en dat er verder niets te vinden is?

Ja, dat is nu net de kosmische grap:

'Bewustzijn speelt verstoppertje met zichzelf.'

Dat wil ik best geloven, ik speel zelf ook graag verstoppertje.

Mijn hele leven al, als kind al, in de baarmoeder al, in de eierstok al, toen ik nog geen halve dop was, pure belofte, een van een miljoen, die in een dwaze bui toch de eisprong zou wagen om een zaadcel te behagen en sindsdien vurig verlangt naar een dekschaal of een kist of urn.

Van anderen win ik altijd met verstoppertje, ze kunnen me nooit vinden, ze hebben me nooit gevonden, niet echt, al dachten ze vaak van wel.

Van mezelf verlies ik altijd met verstoppertje, ik kan me nooit vinden, niet echt, al heb ik vaak gedacht van wel.

Maar ik win ook altijd van mezelf met verstoppertje.

Ik kan me nooit kwijtraken, niet echt, hoe hard ik het ook probeer, al heb ik vaak gehoopt en gevreesd van wel.

Honkvast ben ik buut vrij, of ik wil of niet.

Inmiddels ben ik zover dat ik niet anders meer wil, maar dat heeft lang geduurd, zowat een halve eeuw.

Als de mens inderdaad een spelend dier is, zoals Johan Huizinga beweert, en als de mens inderdaad Bewustzijn is, zoals het bewustzijnscollectief beweert, dan volgt daaruit dat Bewustzijn met zichzelf speelt.

Of tenminste een schijndeel ervan met een ander schijndeel ervan.

Daar is geen wig tussen te krijgen.

Maar waarom zou Bewustzijn nu juist verstoppertje spelen met zichzelf?

Ik bedoel, waarom geen tikkertje?

Waarom geen vadertje en moedertje?

Waarom geen milieurampje?

Spel is spel, tenslotte.

Verkeerde vraag.

Bewustzijn, dat volgens de of Zijn eenheidsleer het enige subject en het enige object in het universum is, speelt wél tikkertje én vadertje en moedertje én napoleonnetje én moordenaartje én boeddhistje en verkrachtertje en verlichtinkje en noem maar op.

Liefst alles tegelijk met steeds dezelfde acteurs in wisselende rollen en met steeds wisselende acteurs in dezelfde rollen.

Of is dit alweer het volgende spelletje, laten we zeggen, Bewustzijntje of Zienertje of Keuzeloos­Gewaarzijntje of Getuigetje of IkHebHetDoortje­EnJijNietje?

Laten we er even van uitgaan dat Bewustzijn inderdaad graag spelletjes speelt met zichzelf.

Waarom heeft het dan een uitgesproken voorkeur voor verstoppertje?

Waarom schept het eeuw in eeuw uit schijnbare afsplitsingen van zichzelf die zogenaamd niets van hun ware aard weten, of niets van hun zogenaamd ware aard?

Waarom miljarden afsplitsingen tegelijk, waarom triljoenen achtereen, gaat dat nu nooit vervelen, is één niet genoeg?

Zoveel wanhopige zoekers, wat is daar nu leuk aan?

Ja, dat is nu net de kosmische grap:

'Bewustzijn speelt verstoppertje met zichzelf om zijn eigen eenheid te herontdekken.'

Oké, snap ik.

Zelfs de of het Tijdloze moet op een of andere manier zijn tijd of tijdloosheid zien door te komen.

Zelfs de of het Onveranderlijke moet op een of andere manier zijn onveranderlijkheid zien te overleven.

Maar waarom zou het ene Bewustzijn in Bewustzijnsnaam zijn eigen eenheid willen herontdekken?

Ja, dat is nu net de kosmische grap:

'Om opnieuw het genoegen van de eenwording te smaken.'

Het onverzadigbare Bewustzijn zet die hele puzzelrit van zoeken en vinden keer op keer uit in zijn eigen schijnuniversum om zich steeds opnieuw één te kunnen voelen.

Met zichzelf ja.

Eén met zichzelf.

De unio mystica.

Zalig!

Zou ik ook doen als ik Hem was.

Dat weet ik, omdat ik Hem bén.

Hahaha!

Vragen aan de lezer

Speel jij weleens verstoppertje met jezelf? Lukt dat?

Speel je weleens geen verstoppertje met jezelf?

Speel je weleens verstoppertje met een ander? Lukt dat?

Speel je weleens geen verstoppertje met een ander?

Speel je weleens verstoppertje met het Zelf? Lukt dat?

Speel je weleens verstoppertje als het Zelf? Lukt dat?

Zou je iemand willen zijn die nooit verstoppertje speelt?

Denk je dat er mensen zijn die nooit verstoppertje spelen?

Denk je dat er dieren zijn die nooit verstoppertje spelen?

255. Waarom het Zelf altijd doet alsof

Generalisatie van de kosmische – de psychologie van het Bewustzijn.

Deel 11 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Het ware Zelf kan in zijn absolute eenheid onmogelijk verdeeld raken, wil de traditie.

Hoewel het volstrekt neutraal en zonder oordeel heet te zijn, vindt het dat kennelijk niet zo fijn.

Daarom vlucht het voortdurend in gespeelde afgescheidenheid – ik versus niet-ik, het eigene versus het oneigene, het bekende versus het vreemde, het eendere versus het andere – om zich daarna via de weg van de gespeelde hereniging weer eventjes één te kunnen voelen.

Zalig!

Zoals het Zelf voor zijn eigen genoegen kennelijk ook weleens doet alsof het ziek is – in jou, in mij, in alle levende wezens – om zich daarna weer eventjes gezond te kunnen voelen.

Zalig!

Zoals het Zelf voor zijn eigen genoegen kennelijk ook weleens doet alsof het doodgaat – in jou, in mij, in alle levende wezens – om zich daarna weer eventjes levend te kunnen voelen.

Zalig!

Zoals het Zelf voor zijn eigen genoegen kennelijk ook weleens doet alsof het gek is – in jou, in mij, in alle levende wezens – om zich daarna weer eventjes normaal te kunnen voelen.

Zalig!

Zoals het Zelf voor zijn eigen genoegen kennelijk ook weleens doet alsof het in het duister tast – in jou, in mij, in alle levende wezens – om zich daarna weer eventjes verlicht te kunnen voelen.

Zalig!

Zoals het Zelf voor zijn eigen genoegen kennelijk ook weleens doet alsof het gevangen is – in jou, in mij, in alle levende wezens – om zich daarna weer vrij te kunnen voelen.

Zalig!

Zoals het Zelf voor zijn eigen genoegen kennelijk ook weleens doet alsof het lijdt – in jou, in mij, in alle levende wezens – om daarna weer vreugde te kunnen ervaren.

Zalig!

Zoals het Zelf voor zijn eigen genoegen kennelijk ook weleens doet alsof het meedogenloos is – in jou, in mij, in alle levende wezens – om daarna weer mededogen te voelen.

Zalig!

Zoals het Zelf voor zijn eigen genoegen kennelijk ook weleens doet alsof het minderwaardig is – in jou, in mij, in alle levende wezens – om zich daarna weer goddelijk te kunnen voelen.

Zalig!

Ergens snap ik het wel. Waar zou het een-zame Zelf zich anders mee moeten vergelijken dan met eerdere of parallelle of geplande manifestaties van zichzelf?

Het valt heus niet mee om je alleen als illusie te kunnen verwerkelijken, vraag maar aan een clown.

Het zou me trouwens niet verbazen als het Zelf voor zijn eigen genoegen ook weleens doet alsof het één is – in jou, in mij, in alle levende wezens – om zich daarna weer terug te kunnen trekken.

Zalig!

Misschien doet het ook weleens alsof het wedergeboren is – in jou, in mij, in alle levende wezens – om daarna weer te kunnen ontsnappen aan de cyclus van geboorte en dood.

Zalig!

Misschien doet het ook weleens alsof het nuchter is – in jou, in mij, in alle levende wezens – om het daarna weer op een zuipen te kunnen zetten.

Zalig!

Misschien doet het ook weleens alsof het onsterfelijk is – in jou, in mij, in alle levende wezens – om zich daarna weer te kunnen verheugen op zijn einde.

Zalig!

Misschien doet het ook weleens alsof het verlicht is om daarna weer te kunnen vluchten in onwetendheid.

Zalig!

Hoe menselijk is toch het Zelf!

Wat een komiek is die Kosmos!

Wat een Egoïst, wat een Uitslover, wat een Bruut!

Geen twijfel mogelijk hoor, dat moet ik Zelf wel zijn.

256. Zalig zijn de goedgelovigen

Elf* vragen bij het verhaal van de kosmische grap.

Deel 12 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

* Elf is het dwazengetal. Zie ook: Ik wou dat ik twee dwazen was – het nirwana van de numerologie (in het Witboek Levenskunst).

Als je in een verhaal gelooft, ben jij het dan zelf die erin gelooft of is het Bewustzijn?

Als je een verhaal niet gelooft, ben jij het dan zelf die het niet gelooft of is het Bewustzijn?

Als het volgens jou Bewustzijn is dat er wel of niet in gelooft, gelooft of nietgelooft het dan in alle oprechtheid wat het gelooft of nietgelooft, of doet het weer eens alsof, al was het maar om daarna weer eventjes te kunnen genieten van zijn onoprechtheid?

Als Bewustzijn opnieuw doet alsof, doet het dat dan tenminste wel oprecht of doet het alleen maar alsof het doet alsof?

Kan Bewustzijn eigenlijk wel iets anders dan doen alsof?

Als Bewustzijn niet anders kan, kun je dan wel zeggen dat het doet alsof?

Kan Bewustzijn eigenlijk wel iets?

Ben ik het die deze vragen stelt aan Bewustzijn of stelt Bewustzijn ze aan mij of via mij aan jou of aan zichzelf of doet het maar alsof of overkomt het ons allebei of allemaal of alle één of wat?

Nu we het er toch over hebben: doet Bewustzijn misschien ook alleen maar alsof het Bewustzijn is? Presenteert het zich aan zichzelf als iets dat het helemaal niet is om eens te kijken hoe het voelt als het dat wel zou zijn? Zo ja, wat is het dan wel?

Presenteert Bewustzijn of het Alsofbewustzijn zichzelf wellicht als iets dat ís, terwijl het eigenlijk helemaal niet is, gewoon om eens te kijken hoe het zou zijn om te zijn?

Wat als het verhaal van de kosmische grap zélf een kosmische grap of dé kosmische grap is, waarmee iets of iemand, een uiterlijke of innerlijke goeroe of ouwehoeroe jou een oor aannaait?

Antwoord 1: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Antwoord 2: het is maar net naar wie je luistert.

257. Nog meer kosmische grappen om te huilen

Deel 13 van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Zelf hou ik wel een geintje, als het maar op 1 april is, anders raak ik in de war.

Ik hou ook wel van vijf geintjes en doe meteen boter bij de vis, al zie ik de boter liever in het kalf en de vis in zee, maar ja, op komkommers kun je niet leven.

Zo vind ik het een grap van kosmisch formaat dat er mensen zijn die erop los leven, en andere mensen die erop los zoeken, die dat van elkaar totaal niet begrijpen en nooit zullen begrijpen.

Ik vind het een grap van kosmisch formaat dat er zoekers zijn die nooit iets vinden en andere die na jaren of decennia eindelijk vinden wat ze altijd al gezocht zeggen te hebben, en weer andere die steeds opnieuw de hoogste waarheid of werkelijkheid vinden – telkens een andere – 'maar nu voor 't echie!'

Ik vind het een grap van kosmisch formaat dat de mensheid na duizenden jaren van denken en debatteren nog steeds geen overeenstemming heeft bereikt over de vraag hoeveel substanties er zijn. Of heb ik iets gemist?

Volgens mij lopen er nog altijd mensen rond voor wie er pertinent twee of pertinent meer dan twee of pertinent meerdere of pertinent oneindig veel substanties of objecten of singulariteiten zijn – 'alles is uniek en eenmalig!'

Voor anderen is er pertinent maar één substantie of maar één object – 'het Ene is onveranderlijk en zelfidentiek!'

Er zijn er ook voor wie er pertinent geen substanties of objecten bestaan – 'it's all in the mind!'

Ik vind het een grap van kosmisch formaat dat monisten na duizenden jaren van denken en debatteren nog steeds geen consensus hebben bereikt over de aard en betekenis van de enige echte substantie of het enige echte object of subject.

Ik vind het een grap van kosmisch formaat dat er na duizenden jaren onderlinge onenigheid nog altijd monisten zijn die hun ogen sluiten voor de verschillen, in de volle overtuiging dat alle monisten eigenlijk hetzelfde bedoelen, 'ook al gebruiken ze andere woorden'. En dat nog de Eeuwige Wijsheid durven noemen ook.*

* Onder meer de Arès Pilgrimage beweging, de Bahai, de Cao Dai, de Cultus van het Sprekende Kruis, de Falun Gong, de Huna, de Konkokyo, the Law of One, de Mahikari, het Rastafarianisme, de Seicho-no-le, de Tenrikyo, de theosofie, het Unitarian Universalism en de Universal Life Church. Die het onderling ook weer niet eens kunnen worden. Ik bedoel, hoeveel kosmische grappen zijn er wel niet?

Dat waren weer vijf kosmische grappen, man, trans, vrouw, ik schud ze zo uit mijn mouw, mijn gewaad is onuitputtelijk, ik lijk wel een heilige, nooit geweten dat religie zo leuk kon zijn.

Dat we niet op komkommers kunnen leven is trouwens ook een grap van kosmisch formaat, die al meer dan drie miljard jaar voor slachtpartijen onder de voelende wezens zorgt. Om je een kriek te lachen. En wij maar denken dat gevoel voor humor een recente evolutionaire ontwikkeling is.

Of ik al die geintjes zelf of Zelf bedacht heb of dat jij of Gij of Het het was?

Dat mag je of u of Het zelf of Zelf uitmaken.

Wat je er ook van denkt, dát je er wat van denkt duidt op een groot gevoel van humor.

Je moet er alleen nog even om lachen.

Succes.

Vragen aan de lezer

Leef jij erop los of zoek je erop los?

Hoe vaak heb jij je ideeën over de hoogste waarheid of werkelijkheid al moeten herzien?

Denk jij dat alle monisten eigenlijk hetzelfde bedoelen? Hoe weet je dat?

Denk je dat er zoiets is als onveranderlijke, eeuwige, universele wijsheid?

Denk je dat de Eeuwige Wijsheid al bekend is of is geweest of zou kunnen zijn of dat hij nog ontdekt moet worden of zou kunnen worden?

Zou je zelf de (her)ontdekker en verkondiger van de Eeuwige Wijsheid kunnen of willen zijn? Waarom (niet)?

Leef je liever in een wereld mét Eeuwige Wijsheid of in een wereld zonder?

Lees ook: De Intergalactische Waarheidsconferentie (in het Witboek voor Zoekers).

258. Zelfs de vragen achter je laten

Deel 14 en slot van een reeks van 14 artikelen over de kosmische grap.

Aan het begin van deze reeks over de kosmische grap stelde ik vijf vragen:

Is alles echt een illusie of is dat ook maar een illusie of is de illusie op zijn eigen manier echt?

Speelt Bewustzijn echt een spelletje met ons of spelen wij een onecht spelletje met Bewustzijn – wie houdt hier wie voor het lapje?

Is er wel zoiets als Bewustzijn of is dat maar een idee in je bewustzijn?

Is er wel zoiets als je bewustzijn of is dat maar een wijze van spreken?

Ben je wat je zoekt of ben je wat je denkt of denk je dat je zoekt of zoek je wat je denkt of denk je dat je bent of doe je maar alsof of wat?

Ik stelde deze vragen niet om tot definitieve antwoorden te komen, maar om twijfel te zaaien over alle denkbare antwoorden.

Niet-weten beweegt namelijk zich niet zoals het gewone denken van de vraag naar het antwoord, maar van het antwoord naar de vraag en van de vraag naar de vragen over de vragen, over de woorden waarin ze gesteld zijn en over de aannames waarop ze gestoeld zijn.

Vragenderwijs kom je in hogere sferen waarin je kennis steeds ijler wordt, tot je in de leegte tussen hemel en aarde belandt die agnose heet.

In agnose zijn er geen antwoorden en geen vragen meer, geen zekerheden en geen twijfels, geen meesters en geen leerlingen, geen goeroes en geen volgelingen.

Daar is niemand die het weet en niemand die het beter weet en niemand die niet weet.

Daar is niemand wel en niemand niet.

Daar heb je eindelijk de ruimte.

De ruimte van niet-weten.

Zonder dualiteit.

Zonder non-dualiteit

Zonder eenheid.

Zonder leraren die je van alles Wijs proberen te maken.

Zonder leerlingen die je de Waarheid proberen te ontfutselen.

Hè hè.

Eindelijk rust.

259. Tussen Yin en Yang vind je de deur naar non-dualiteit

De Zwanenzang van Yin en Yang; kleine correspondentie tussen het ware Zelf.

Beste Yin,

Dankzij jouw kosmische grappen ben ik in één keer uit het bewustzijnsverhaal gekatapulteerd, zo de verbijstering in. Vaarwel Zelf. Daar wou ik je even voor bedanken.

Beste Yang,

Nou, gefeliciteerd dan maar, of gecondoleerd, of gefelileerd of gecondoliteerd, net hoe het op dit moment voelt.

In mijn ervaring schieten mensen sneller de verbijstering uit dan erin. Sneller dan ik met mijn ogen kan knipperen. De katapult blijkt een bungeejump. De Verklaringsdienst staat altijd paraat en krijgt je zo weer aan de praat.

Misschien ben jij de uitzondering, we gaan het zien. Om de kans daarop te vergroten zal ik proberen niet met mijn ogen te knipperen.

(Twee weken later)

Beste Yin,

Volgens mij heb je toch met je ogen geknipperd, of heb ik te vroeg gejuicht?

Beste Yang,

Je bedoelt natuurlijk, 'Volgens mij heeft het ware Zelf toch met zijn ogen geknipperd, of heeft Het te vroeg gejuicht?'

Beste Yin,

Inderdaad, dat bedoelde ik. Maar nu je het zo uitschrijft, begin ik toch weer te twijfelen.

Beste Yang,

Heb je weleens gehoord van de kosmische grap?

Yinyangsymbool waarin de s-curve de profielen van een zwarte en een witte nar uittekent.

^ De Zwanenzang van Yin en Yang.

* Verder lezen: Witboek Taoïsme (Meester Tja en de Tao van niet-weten).

260. Kosmische grap of komisch drama?

Wat je denkt word je zelf – het narcisme van de navelstaarder.

een zoeker die zichzelf zoekt

zal nooit iets anders vinden

dan

een zoeker die zichzelf zoekt

zal nooit iets anders vinden

dan

een zoeker die zichzelf zoekt

zal nooit iets anders vinden

dan

een zoeker die zichzelf zoekt

zal nooit iets anders vinden

dan

een zoeker die zichzelf zoekt

zal nooit iets anders vinden

dan

een zoeker die zichzelf zoekt

zal nooit iets anders vinden

dan

iemand die overal zichzelf ziet

zal nooit meer iets anders zien

dan

iemand die overal zichzelf ziet

zal nooit meer iets anders zien

dan

iemand die overal zichzelf ziet

zal nooit meer iets anders zien

dan

iemand die overal zichzelf ziet

zal nooit meer iets anders zien

dan

iemand die overal zichzelf ziet

zal nooit meer iets anders zien

dan

iemand die overal zichzelf ziet

zal nooit meer iets anders zien

Dubbel droste-effect met links een reeks van steeds kleinere mannetjes die elkaar met een vergrootglas bekijken en rechts een reeks steeds groter wordende mannetjes die zichzelf in een spiegel bekijken.

^ Een zoeker die zichzelf zoekt zal nooit iets anders vinden.

261. Tussen geluk en pech vind je de deur naar non-dualiteit

Waarschuwing: de deur naar non-dualiteit brengt geluk noch pech.

Meester Tussen zegt:

Denken in termen van dit en dat is dualistisch.

Wie kent het verschil tussen geluk en pech?

Wat geluk is op korte termijn blijkt pech op lange termijn.

Wat pech is op korte termijn blijkt geluk op lange termijn.

Wat geluk heet in het ene tijdperk heet pech in een ander.

Wat je geluk vond als kind vind je pech als volwassene.

Wat geluk is voor de een is pech voor de ander.

Wat geluk heet in de ene cultuur heet pech in de andere.

Wat vroeger geluk heette noemen we nu pech en omgekeerd.

Wat geluk is voor gieren is pech voor mensen.

Wat geluk is in het ene opzicht is pech in een ander.

Wat geluk is kan tegelijkertijd best pech zijn.

Wat geen geluk is hoeft daarom nog geen pech te zijn.

Wat geen pech is hoeft daarom nog geen geluk te zijn.

Wat geluk is in je herinnering blijkt pech in het echt.

Wat geluk lijkt in gedachten blijkt pech in de praktijk.

Wat pech lijkt in gedachten blijkt geluk in de praktijk.

Bestaan geluk en pech in werkelijkheid of alleen in onze waarneming? Zijn het woorden of zaken? Of is het onderscheid tussen werkelijkheid en waarneming, tussen woord en zaak, ook weer dualistisch?

Tussen geluk en pech vind je de deur naar non-dualiteit.

Verwante woordparen: geluk - ongeluk, heil - onheil, voordeel - nadeel, meevaller - tegenvaller, droom - nachtmerrie, voorspoed - tegenspoed, winst - verlies, zijde - keerzijde, climax - anticlimax, opknapper - afknapper, vreugde - verdriet, roes - kater...

Verder lezen: De boer die zijn paard verloor (in het Witboek Taoïsme).

Lees ook: Drieëndertig vragen aan heilsprofeten en Drieëndertig vragen aan onheilsprofeten (beide in het Witboek Verlichting).

262. Tussen inzicht en uitzicht vind je de deur naar non-dualiteit

Lachen met Meester Tussen.

Leerling: Wat is de kosmische grap?

Meester: Dat er nooit een kosmische grap is geweest.

Leerling: Hè?

Meester: Geintje.

Leerling: Haha.

Meester: Wat is de kosmische grap volgens jou?

Leerling: Het inzicht dat er nooit een kosmische grap is geweest.

Meester: Meen je dat nou?

Leerling: Wat is de kosmische grap dan wel?

Meester: Het inzicht dat er nooit een inzicht is geweest.

Leerling: Meent u dat nou?

Meester: Geintje.

263. Weg van de weg van het non-dualisme

De tussenweg van de tussenpaus.

Leerling: Waarheen leidt de weg van het non-dualisme?

Meester: Weg.

Leerling: De weg leidt weg?

Meester: De naam zegt het al.

Leerling: Waar vandaan?

Meester: Overal vandaan.

Leerling: Niet alleen van de illusie...

Meester: Maar ook van de werkelijkheid.

Leerling: Niet alleen van de leugen...

Meester: Maar ook van de waarheid.

Leerling: Niet alleen van gehechtheid...

Meester: Maar ook van onthechting.

Leerling: Niet alleen van het relatieve...

Meester: Maar ook van het absolute.

Leerling: Niet alleen van het geconditioneerde...

Meester: Maar ook van het ongeconditioneerde.

Leerling: Niet alleen van het wereldlijke...

Meester: Maar ook van het heilige.

Leerling: Niet alleen van de mind...

Meester: Maar ook van het hart.

Leerling: Niet alleen van het ego...

Meester: Maar ook van het zelf.

Leerling: Niet alleen van het worden...

Meester: Maar ook van het zijn.

Leerling: Niet alleen van het doen...

Meester: Maar ook van het zien.

Leerling: Niet alleen van het vele...

Meester: Maar ook van het ene.

Leerling: Niet alleen van het weten.

Meester: Maar ook van het niet-weten.

Leerling: Niet alleen van het vertrekpunt...

Meester: Maar ook van de bestemming.

Leerling: En dat is de weg van het non-dualisme?

Meester: En weg is de weg van het non-dualisme.

264. Tussen niets en alles vind je de deur naar non-dualiteit

Van niets naar niets in tweeëntwintig stappen

Meester Tussen zegt:

Niets.

Niets is.

Niet is zelf.

Niet is zichzelf.

Niets is van zichzelf.

Niets is van zichzelf jou.

Niets is van zichzelf van jou.

Niets is van zichzelf of van jou.

Niets is van zichzelf of van jou of van mij.

Niets is van zichzelf of van jou of van mij of niet van zichzelf.

Niets is van zichzelf of van jou of van mij of niet van zichzelf of niet van jou.

Niets is van zichzelf of van jou of van mij of niet van zichzelf of niet van jou of niet van mij.

Alles is van zichzelf en van jou en van mij en niet van zichzelf en niet van jou en niet van mij.

Alles is van zichzelf en van jou en van mij en niet van zichzelf en niet van jou.

Alles is van zichzelf en van jou en van mij en niet van zichzelf.

Alles is van zichzelf en van jou en van mij.

Alles is van zichzelf en van jou.

Alles is van zichzelf jou.

Alles is van zichzelf.

Alles is vanzelf.

Alles vanzelf.

Alles is.

Alles.

265. Tussen jou en niet-jou vind je de deur naar non-dualiteit

Van niets naar niets in elf stappen

Meester Tussen zegt:

Niets.

Niets is.

Niets is van zichzelf.

Niets is van zichzelf lekker.

Niets is van zichzelf lekker of vies.

Niets is van zichzelf lekker of vies, dat maak jij ervan.*

Niets is van zichzelf gemaakt, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf, dat maak jij ervan.

Niets is, dat maak jij ervan.

Niets maak jij ervan.

Niets ervan.

Niets.

* Vrij naar Shakespeare: "There is nothing either good or bad, but thinking makes it so."

266. Tussen maken en breken vind je de deur naar non-dualiteit

Vierenveertig tussenmuurtjes om te slopen.

Meester Tussen zegt:

Niets is van zichzelf lekker of vies, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf mooi of lelijk, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf plezierig of onplezierig, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf lang of kort, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf dik of dun, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf groot of klein, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf warm of koud, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf veraf of dichtbij, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf wezenlijk of bijkomstig, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf hoog of laag, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf heilig of aards, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf goddelijk of werelds, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf hemels of hels, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf waardig of onwaardig, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf juist of onjuist, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf wijsheid of dwaasheid, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf goed of slecht, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf moreel of immoreel, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf zedelijk of onzedelijk, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf egoïstisch of altruïstisch, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf volmaakt of onvolmaakt, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf natuurlijk of onnatuurlijk, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf zuiver of onzuiver, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf nuttig of nutteloos, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf wenselijk of onwenselijk, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf zinvol of zinloos, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf voordelig of nadelig, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf menselijk of onmenselijk, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf bijzonder of gewoon, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf eigen of vreemd, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf gezond of ziek, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf subject of object, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf ik of niet-ik, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf ikbewustzijn of albewustzijn, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf stof of geest, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf geest of lichaam, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf waar of onwaar, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf werkelijkheid of illusie, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf echt of nep, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf eenvoudig of ingewikkeld, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf begrensd of onbegrensd, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf vorm of leegte, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf twee of één, dat maak jij ervan.

Niets is van zichzelf relatief of absoluut, dat maak jij ervan.

Tenminste... dat maak ik ervan.

Wat maak jij ervan?

267. Tussen begrensdheid en grenzeloosheid vind je de deur naar non-dualiteit

Twaalf wijsheden, dertien ongelukken

Meester Tussen zegt:

'Dat je grenzen weet te trekken betekent nog niet dat ze er zijn.'

Hij zegt ook:

'Dat je geen grenzen weet te trekken betekent nog niet dat ze er niet zijn.'

Als je hem vraag wat het dan wel betekent, zegt hij:

'Dat je niet weet wat het betekent betekent nog niet dat het iets betekent.'

Of:

'Dat je niet weet wat het betekent betekent nog niet dat het niets betekent.'

Of:

'Dat je weet wat het betekent betekent nog niet dat het iets betekent.'

Meester Tussen zegt ook weleens:

'Dat grenzen wegvallen betekent niet dat er grenzeloosheid voor in de plaats komt.'

Of:

'Dat grenzeloosheid wegvalt betekent niet dat er grenzen voor in de plaats komen.'

Of:

'Dat grenzen wegvallen betekent niet dat alles één is.'

Of:

'Dat alles niet een is betekent niet dat alles twee, niet-twee, veel of oneindig is.'

En over dat laatste:

'Eenheid is nog steeds een bepaling.'

Of:

'Onbepaaldheid is nog steeds een bepaling.'

Of:

'Onbepaaldheid is nog steeds geen eenheid.'

Als je hem ten einde raad vraagt hoe het dan wel zit gaat hij er gauw van tussen.

En dat is hoe hij aan zijn bijnaam komt.

268. Tussen dualiteit en non-dualiteit vind je geen deur

Hoe je erin kunt blijven zonder erin te komen.

Leerling: Wat als je de deur naar non-dualiteit niet kunt vinden?

Meester: Dualiteit natuurlijk.

Leerling: Wat als je weigert door de deur naar non-dualiteit te gaan?

Meester: Dualiteit natuurlijk.

Leerling: Wat als je door de deur naar non-dualiteit gaat?

Meester: Dualiteit natuurlijk.

Leerling: Hè?

Meester: Had je niet gedacht, hè?

Leerling: Wat kan er nog duaal zijn als je de deur naar non-dualiteit door bent?

Meester: Het onderscheid tussen dualiteit en non-dualiteit natuurlijk.

Leerling: Dus als je de deur naar non-dualiteit niet kunt vinden...

Meester: Geen non-dualiteit.

Leerling: Als je voor de deur blijf staan...

Meester: Geen non-dualiteit.

Leerling: Als je erdoorheen gaat...

Meester: Geen non-dualiteit.

Leerling: Wat als je niet naar die deur zoekt, er niet voor blijft staan en er ook niet doorheen gaat?

Meester: Dan blijf je erin.

269. Ik roep maar wat in mijn woestijn

De groeten hè, van onze Hein.

Dit is mijn lied
En zijn refrein
Mijn laatste roep
In jouw woestijn:

Dat ieder DenkBeeld
Er mag zijn
In het theater
Van je brein

Dus maak je GROOT
Of maak je klein
Misschien verzacht het
Wel je pijn

Zelf hul ik mij
In maneSchijn
En pretendeer
Een nar te zijn

Die roept en roept
In jouw woestijn
Tot aan het eind
Van zijn Latijn

Je moet toch wat
Dat zal het zijn
Terwijl je wacht
Op ene Hein

Dus zing ik luid
Voor ik verdwijn:
Dit is mijn lied
En jouw ravijn

270. Hans van Dam is de kosmische grap

Dit is geen grap.

Ken je die van de man die geen gevoel voor humor had?

Hij wist niet van ophouden.

Fotomontage van het gezicht van Hans van Dam met drie monden en zes neuzen.

^ Het ware gezicht van Hans van Dam.

Ken je die van de man die niet van ophouden wist?

Hij gooide het bijltje erbij neer.

271. Wat is advaita?

Meester Aks zegt:

Advaita is helemaal het einde!

^ Advaita is helemaal het einde!

Zie ook: Zen is helemaal het einde! en verder (in het Witboek Zen), Verlichting is helemaal het einde! (in het Witboek Verlichting) en Niet-weten is helemaal het einde! (in het Witboek Niet-Weten).

272. Ik schaam me voor alles wat ik over advaita heb gezegd

Een kleine bekentenis.

"Wanneer het over liefde gaat, schaam ik me voor al wat ik erover heb gezegd."

(Rumi)

Ik schaam me voor alles wat ik over advaita, vedanta, non-dualisme en non-dualiteit heb gezegd.

Meer nog zou ik me schamen als ik erover had gezwegen.

Ik schaam me dat ik er zoveel over heb gezegd.

Meer nog zou ik me schamen als ik me had ingehouden.

Ik schaam me dat ik van niet-weten heb gesproken.

Meer nog zou ik me schamen als ik het voor mezelf had gehouden.

Ik schaam me dat ik me overal voor schaam.

Meer nog zou ik me schamen als ik me nergens voor had geschaamd.

^ Ik schaam me voor alles wat ik over advaita heb gezegd.